Lake Kerkini

Een decembercolumn schrijven als het zonnetje volop schijnt en de temperatuur oploopt naar twintig graden valt niet mee. Sint-perikelen en kerstmijmeringen zijn wel het laatste waar mijn gedachten zich mee bezighouden. Ik ben nog aan het na sudderen van mijn weekje vakantie in Lake Kerkini, aan het uitrusten van mijn boekavonturen en aan het genieten van de kleine geluksmomenten in ons dorpje dat zich in een winterslaap bevindt.

Het was goed om na het grove schrijfwerk even een pauze in te lassen door naar Lake Kerkini te gaan. Wat hebben we daar genoten van de ongelooflijk mooie natuur en de lieve mensen die we ontmoet hebben! Het dagelijks leven kwam abrupt tot stilstand in deze omgeving die zoveel rust en stilte uitstraalde dat we ons bijna op een andere planeet waanden. Het weer hadden we ook mee. De zon scheen volop toen we aankwamen bij het hotel en onze eerste verkenningswandeling naar de dam van Lithotopos maakten. Daar raakten we in gesprek met kapitein Kostas, die ons de volgende dag meenam in zijn boot voor een tocht over het meer. Van heel dichtbij zagen we de vele aalscholvers en pelikanen, prachtige vogels die zich helemaal thuis voelen op deze plek. Niet zo verwonderlijk, want er zitten wel tweeëndertig soorten vis in het meer, vertelde kapitein Kostas.

Hij vertelde nog veel meer, niet alleen tijdens de boottocht, maar ook tijdens de autotour die we twee dagen later met hem maakten. Normaal gesproken ben ik er niet zo happig op om in een auto te stappen bij een man die me op zijn boot al begroette met: `Wat heb jij mooie ogen! Die kleur… prachtig!’ Nou ja, in het Grieks dan, hè? En dat versta ik tegenwoordig aardig, dus ik weet heel zeker dat hij dat zei. Maar in dit geval had ik er geen enkele moeite mee. Integendeel, ik sloot de man meteen in mijn hart. Kapitein Kostas deed me namelijk onmiddellijk denken aan een charmante kerstman, weliswaar met ondeugende pretlichtjes in zijn ogen, maar met een hart van goud, dat wist ik gewoon heel zeker. Hij vond het leuk dat ik Grieks sprak, en trakteerde ons op heel veel verhalen en anekdotes. Zo vertelde hij trots dat hij een paar jaar eerder Wesley Sneijder in zijn boot had gehad voor een rondvaart over het meer. Ik vermoed dat Wes destijds vanuit zijn woonplaats Istanbul een trip naar Lake Kerkini heeft gemaakt, want zo heel erg ver ligt dat niet uit elkaar. En als je als beroemdheid even niet herkend wilt worden, is Lithotopos en omgeving een uitstekende bestemming. Die pelikanen zal het worst zijn wie je bent…

Kortom, toen kapitein Kostas zich spontaan aanbood als onze chauffeur ben ik gewoon afgegaan op mijn intuïtie en hebben we zijn aanbod aangenomen. Daar hebben we geen spijt van gekregen. Het werd een vijf uur durende avontuurlijke ‘safari-tour’ rond het meer. We zagen o.a. flamingo’s, waterbuffels, jonge aalscholvers, witte zwanen en eenden (niet zo bijzonder voor ons, maar wel bijzonder in Greece!), we bezochten in the middle of nowhere een klein reptielenmuseum met een krokodil, slangen en een leguaan, en zagen de restanten van het verdronken dorp uit de Griekse film The Weeping Meadow. We dronken tsipouro-met-hapjes in een klein bergdorp, bewonderden een nabijgelegen klooster, stonden oog in oog met een kudde herten – in een onverwacht hertenkamp op de berg – en sloten de Safari Greek Style af met een blik op de vredig grazende schapen die samen met hun herder langs de oevers van het meer dwaalden.

Ja, Lake Kerkini is zeker een bijzondere bestemming. De grens met Bulgarije is heel dichtbij en wordt bepaald door de hoge bergkam die aan de noordkant van het meer indrukwekkend aanwezig is. Je hoeft de geschiedenisboeken niet gelezen te hebben om aan te voelen dat het in het verleden niet altijd zo vredig is geweest als nu. Iemand met een beetje fantasie – zoals ik – ziet de partizanen over die berg sluipen, hoort het geknetter van geweervuur, ziet de rook als er weer een dorp in vlammen opging… Het is een gebied waar mensen wonen die gewend zijn aan de harde strijd om het bestaan. Een gebied waar de katoenindustrie en de rijstvelden de voornaamste inkomstenbronnen zijn, en de natuur het ritme van het leven bepaalt. Het is echter geen bestemming voor iedereen, want behalve het indrukwekkende natuurschoon vind je er weinig ander vertier, zeker niet in november en al helemaal niet in de kleinere dorpjes. Zo zagen we op onze wandeling door Lithotopos geen enkele winkel en kwamen we – op één mevrouw en vijf zwerfhonden na – niemand tegen. Beschik je niet over een auto, zoals wij, dan ben je erg afhankelijk van de faciliteiten van het hotel waar je logeert. In dat opzicht waren wij helemaal gelukkig met ons verblijf in Hotel Erodios, iets buiten Lithotopos. De ligging is fantastisch, halverwege een heuvel, op loopafstand van het meer. De ruime kamers met groot balkon waren eenvoudig maar comfortabel, het restaurant dat de hele dag open was serveerde niet alleen een fantastisch ontbijt, maar had ook een uitgebreide menukaart voor ‘s avonds, en het hotelpersoneel was betrokken, lief en zo behulpzaam als ik zelden heb meegemaakt. En dat wil wat zeggen, want ik heb in mijn leven toch al heel wat hotels bezocht!

In schril contrast daarmee stond het City Living Hotel in Drama, waar we daarna twee nachten verbleven omdat we de druipsteengrot van Alistrata wilden bezichtigen. Oké, misschien speelde het mee dat ik me niet honderd procent fit voelde vanwege een gemeen Norovirus, maar aangezien dat virus me ook al parten speelde in Lithotopos, geloof ik dat niet echt. Ons verblijf in Drama was met recht een drama, waar ik het verder niet over zal hebben, maar het bezoek aan de Alistrata-grot en de spectaculaire treinreis die ons vanuit Drama weer naar Thessaloniki terugbracht maakten het gelukkig allemaal weer goed. En hoe aardig de mensen in Lithotopos zijn, bleek wel uit het feit dat ‘onze’ lokale taxichauffeur Tassos – die ons vergezelde tijdens een onverwachts doktersbezoek in Irakleia en ons later naar Serres reed voor de busrit naar Drama – aan het eind van onze vakantie nog even op koffiebezoek kwam in ons hotel in Thessaloniki. Hij had iemand uit het dorp weggebracht naar de luchthaven, en vroeg zich af hoe het ons was vergaan in Drama. Is dat lief of niet?

En nu ben ik dus alweer bijna een kleine drie weken thuis. Weken waarin ik niet al te veel heb gedaan, want hoewel ik een heerlijke vakantie heb gehad, voelde ik wel dat ik nog lang niet uitgerust was. Ik heb dus een beetje rondgelummeld en lekker gekeuteld, zoals ik dat noem. Ik ben van lapjes vilt een winterkrans aan het maken, een totaal onnuttig en overbodig iets, maar wel heel leuk om mee bezig te zijn. En heel voorzichtig ben ik deze week ook weer begonnen met de laatste puntjes op de i van mijn manuscript te zetten. De feedback van de redactie is terug, er moeten nog wat scènes herschreven worden, maar het definitieve einde is nu echt in zicht. Ik mag er tot aan de kerstvakantie over doen, dat is een fijn idee. Kerst vieren we lekker thuis, in Kato Gatzea, en stiekem hoop ik op een paar zonnige dagen. Zo’n wit laagje over het land hoeft voor mij niet, geef mij maar een zonnige kerstbarbecue in de tuin. Maar eerst gaan we nog een beetje Sinterklaas vieren, met alle lekkernijen die gisteren bij ons arriveerden in de grote doos die vriendin Petra na haar terugkeer in NL voor ons vulde en opstuurde. Gevulde speculaas, marsepein, een banketletter en nog veel meer lekkers kwam er uit die doos tevoorschijn, dus dat gezellige avondje hier in het Griekse zit wel goed. Wij gaan er in ieder geval lekker van genieten, en ik wens u daar in het koude Nederland alvast een gezellig Sinterklaasfeest toe – met een lieve Sint en Pieten in welke kleur u ook maar bevalt 😉

♥♥♥♥♥

Klik op de foto voor een grotere afbeelding!

 

Even bijkomen!

Tijd voor een klein feestje: het eerste deel van De Rozen van Beekbrugge is geschreven. Gisteren heb ik op de verzendknop gedrukt en het manuscript naar de uitgever verzonden. Het grote werk is gedaan, nu mag de uitgever ermee aan de slag om het ‘af te maken’ opdat u in juni 2018 een mooi boek onder ogen zult krijgen. Rustig achterover leunen is er voor mij helaas niet bij, want tegen die tijd moet ik deel twee af hebben, en begin ik alweer aan deel drie. Nooit eerder heb ik in zo’n strak schema hoeven schrijven, en voor iemand die van nature geen lange termijn denker is, is dat best even wennen. Voor mij is 2019 echt verschrikkelijk ver weg, ik heb al moeite met plannen maken voor de komende kerst.

Blij ben ik op dit moment in ieder geval wel. Blij dat het boek af is, blij dat de klus geklaard is. Ik neem u even terug naar eind vorig jaar, toen ik eigenlijk het vaste voornemen had niet langer ‘professioneel’ te schrijven. Zo af en toe een feuilleton-aflevering voor mijn eigen plezier, een paar redactieopdrachten als ik er zin in had, lekker in april drie weken naar Nederland, een weekendje naar Thessaloniki in juni, een lange luie zomer… ik zag het allemaal voor me. En toen kwam patsboem de vraag of ik voor HarperCollins een trilogie wilde schrijven. Ik heb er toch wel even goed over nagedacht. Niet zozeer omdat ik het niet wilde, maar meer omdat een boek schrijven niet iets is wat je ‘tussendoor’ doet. Daar moet je voor gaan zitten, daar moet je heel gedisciplineerd heel hard aan werken, en als je eraan werkt, dan ben je eigenlijk alleen maar bezig met… schrijven en blijft er weinig tijd over voor andere dingen.

Mijn beslissing kent u inmiddels, want ik heb inderdaad ja gezegd, het contract ondertekend en ik heb dat boek geschreven – ondanks alles wat er ondertussen gebeurde. Het was niet de fijnste zomer die een mens kan hebben, laten we het daar maar op houden. Maar het boek vorderde gestadig, en eind september was de eerste ruwe versie af. Nu is een 1e versie zelden de definitieve versie. Er moet altijd wel iets aan geschaafd en verbeterd worden, maar over het algemeen zijn dat kleine dingetjes. Erger is het als je na het teruglezen van wat je hebt geschreven een beetje verbijsterd tot de conclusie komt dat je ergens halverwege met een ‘zijlijn-verhaal’ bent verdergegaan en daardoor de hoofdlijn uit het oog bent verloren. Dat overkwam mij dus met dit boek, waardoor het manuscript op het eind behoorlijk de mist in was gegaan. In de afgelopen maand heb ik die laatste hoofdstukken dan ook flink op zijn kop moeten zetten. Ik heb heel veel geschrapt en heel veel herschreven en tot mijn stomme verbazing lukte dat ook nog eens binnen de geplande tijd. En nu ligt die verbeterde versie dus bij de redactie die het in de komende weken zal voorzien van kritische feedback waarna ik de laatste puntjes op de i mag zitten.

Maar eerst is het tijd voor een feestje. Ik had mezelf na afloop van het schrijven een heerlijk weekje vakantie beloofd, iets om naar uit te kijken en een extra stok achter de deur om de deadline te halen. Aanstaande zaterdag vertrek ik naar Noord Griekenland, waar ik samen met vriendin Petra de regio rond het Kerkini-meer ga ontdekken. Ik heb er heel veel zin in en zal jullie natuurlijk via Facebook op de hoogte houden van onze avonturen. Als ik terug ben zal er ook vast wel een column komen voorzien van foto’s, want de camera gaat uiteraard mee. De komende dagen staan echter in het teken van voorbereiden en pakken, maar vooral ook van uitrusten, zodat ik vanaf zaterdag lekker kan gaan genieten van mijn vakantie. Een heerlijk vooruitzicht!

♥♥♥♥♥

Werk in uitvoering

De herfst is deze week ook in Pilion aangekomen. Regen, wind, en een temperatuurdaling van dertig-plus naar zeventien graden! Dat is behoorlijk wennen, na al die hete maanden. Mijn kledingkast is er nog niet op ingesteld, dus het is even zoeken naar iets warmere kleren om het bibberen te stoppen. Het levert behoorlijk vreemde combinaties op, waar ik in Nederland waarschijnlijk niet zo frank en vrij in zou rondlopen. Gelukkig veroorzaakt het in ons kleine dorpje dankzij het Griekse leven-en-laten-leven-principe geen enkele opgetrokken wenkbrauw. Nou ja, alleen van manlief, maar aangezien die er ook niet altijd bij loopt als een George Clooney heb ik daar mooi lak aan.

Nu kom ik ook niet zo vaak buiten momenteel, dat scheelt natuurlijk. Het schrijven neemt al mijn tijd en gedachten in beslag. En het was best een spannende tijd voor me, want twee weken geleden had ik het voor driekwart voltooide manuscript opgestuurd naar de uitgeverij om ‘mee te lezen’. Dat houdt in dit geval in dat maar liefst twee zeer ervaren hoofdredacteuren van HarperCollins Holland hun kritisch oog laten gaan over wat ik tot nu toe geschreven heb om vervolgens aan te geven waar het al dan niet goed gaat en wat er nog aan verbeterd moet worden. Dat meelezen tijdens de schrijffase vind ik doodeng, want ik ben geen schrijver die van tevoren een kant en klare plot uitdenkt. De kans is groot dat ik halverwege het boek paadjes ben ingeslagen die niets te maken hebben met wat er verderop in het verhaal gebeurt. Die kronkels poets ik er altijd pas  aan het eind van het schrijftraject uit. Op driekwart van het verhaal zitten die kronkels er echter nog gewoon in. Gelukkig snappen mijn redacteuren precies hoe ze met mijn warrige manier van schrijven  om moeten gaan. Of misschien schrijf ik wel minder warrig dan ik zelf denk, dat kan natuurlijk ook. Hoe het ook zij, ik kan opgelucht ademhalen. De reactie die afgelopen vrijdag in mijn mailbox viel bezorgde me op voorhand al een fijn weekend:

Hai Wilma, we hebben het manuscript tot dusver zorgvuldig doorgelezen, en we zijn heel erg enthousiast! Het verhaal is romantisch, spannend, goed opgebouwd, met fijne personages, mooie sfeerbeschrijvingen… Kortom, het leest als een trein!

Pff, een pak van mijn hart, dat begrijpen jullie wel. Deze mooie reactie betekent natuurlijk niet dat er verder geen op- en aanmerkingen waren, want er moet echt nog wel het een en ander aangepast worden voor het manuscript zijn definitieve versie heeft bereikt en ik er tevreden mee ben. Hard werken dus de komende vier weken, en weinig tijd voor andere dingen, want de deadline staat op eind van de maand. Heb ik dan daarna weer eindelijk tijd voor mezelf en mijn leven in Pilion? Nou, eigenlijk niet, want boek nummer twee staat al te dringen. Als ik het goed onthouden heb, moet die eind maart alweer ingeleverd worden. Ook de winter zal dus in het teken staan van veel en heel gedisciplineerd schrijven.

De boog kan echter niet altijd gespannen zijn, dus als ik over vier weken mijn deadline heb bereikt, trakteer ik mezelf eerst op een heerlijk weekje weg in eigen land. Het gaat een avontuurlijke vriendinnentrip worden naar Lake Kerkini, een groot natuurreservaat zo’n honderd kilometer boven Thessaloniki, waar waterbuffels, pelikanen, flamingo’s, en nog heel veel andere vogels en diersoorten voorkomen. Na een paar dagen puur natuur trekken we verder naar Drama, om van daaruit een bezoek te brengen aan de beroemde Alistrati-grot. Vanuit Drama zullen we dan per trein terugkeren naar Thessaloniki, waarna vriendin terugreist naar Nederland en ik naar Kato Gatzea.

Kortom, echt iets om naar uit te kijken, en ja, ook wel verdiend na al het harde werken van de afgelopen maanden, toch? Maar voorlopig moet het nog even bij de voorpret blijven, want morgenochtend schuif ik weer netjes achter mijn bureau. Om die laatste lastige hoofdstukken af te schrijven en daarna alle onlogische gedachtekronkels keurig weg te poetsen. Die leestrein van jullie moet natuurlijk wel tot op de laatste bladzijde gewoon lekker voortdenderen… 😉

♥♥♥♥♥

Bieb-tafel in Bladel

Goed voor een hele grote glimlach! Mijn eigen tafel in de bieb van Bladel… ha, ik wist niet eens dat ik uit zoveel boeken besta . En dat niet alleen. De plaatselijke krant wijdde spontaan een heel artikel aan de bijzondere vakantieontmoeting van lezeres Marian met een Nederlandse schrijfster. Hoe leuk is dit? Nou, heel leuk dus! Dank, Betsy van bieb Bladel, en natuurlijk Marian, voor deze lieve actie! En ja, als ik in NL ben, kom ik zeker langs voor een gezellige Brabantse meet&greet

Dubbelleven

De column van vandaag gaat niet echt interessant voor u worden, vrees ik. Ik zit namelijk volop in mijn fictieve boekwereld, wat betekent dat de echte wereld voor een groot deel aan mij voorbijgaat. Dus als u mij nog niet zo goed kent en hier een rasechte Pilion-column verwacht: sorry, ik schrijf momenteel het eerste deel van de feelgood-trilogie De Rozen van Beekbrugge, een roman die in juni 2018 zal uitkomen bij uitgeverij HarperCollins Holland, en ik ben daarmee zo druk dat mijn Griekse en sociale leven al een poosje grotendeels stilstaat. Zo gaat dat bij schrijvers, of in ieder geval bij mij.

Dat het vandaag 1 september is weet ik alleen omdat ik mijn deadline van 31 oktober scherp in de gaten houd, maar welke dag van de week het is moest ik even nakijken. Werkdagen en weekenden vloeien in elkaar over, want in mijn hoofd ben ik nu constant bezig om de plot uit te werken. Als ik ‘s nachts wakker word, begin ik in gedachten meteen weer scènes te analyseren en te herschrijven, en ja, dan komen tot mijn afschuw ook de twijfels. Twijfels of de plot wel logisch is, de karakters niet te oppervlakkig, de stijl niet te ouderwets, het verhaal wel spannend genoeg… afijn, noem het maar op. Gelukkig weet ik inmiddels dat het ‘normaal’ is om in deze fase van het boek zo te twijfelen. Ik heb al genoeg romans geschreven om het te herkennen, maar feit blijft dat het me steeds weer overkomt, dat moment dat ik in een vlaag van frustratie op de delete-knop wil drukken en met een deken over mijn hoofd een potje op de bank wil gaan zitten janken. Het is het moment waarop ik schrijven haat, want het confronteert me gigantisch met het ‘niet-goed-genoeg’-stemmetje in mijn hoofd waartegen ik al mijn hele leven op moet boksen. En als dat stemmetje maar hard genoeg roept, dan zijn alle successen die het tegendeel bewijzen niet in staat om het tot zwijgen te brengen.

Ik moet daar helaas ‘gewoon’ doorheen, en daar ben ik nu driftig mee bezig. Hoe sneller hoe beter, want pas als het verhaal eenmaal geschreven is, kan ik opgelucht achterover gaan zitten en mijn ‘andere ik’ vragen het zo objectief mogelijk te lezen. Dat is trouwens ook een zenuwslopende fase, hoor, want mijn andere ik neemt geen blad voor de mond. Ze is een echte Vlaardingse, recht voor zijn raap. Op het botte af, zal ik maar zeggen. Ze schrapt, herschrijft en schrapt weer, net zolang tot het manuscript een vorm heeft gekregen waarmee we allebei tevreden kunnen zijn. Tevreden, ja, want een ‘niet-goed-genoeg’-persoon zal van zichzelf nooit roepen dat het fantastisch is. Het kan immers altijd beter.

Kortom, dit is niet het juiste moment voor mij om een gezellige Grieks getinte column voor u te schrijven. Wat niet wegneemt dat het Griekse leven om mij heen natuurlijk gewoon doorgaat. De extreme hitte is sinds deze week eindelijk verdreven met een giga onweers- en regenbui, die gepaard ging met langdurige stroomuitval en meerdere lekkages in ons huisje. Dat laatste gebeurt nu eenmaal in een eenvoudig Grieks huis dat al meer dan vijftig jaar de elementen trotseert. Daar kun je boos om worden, maar je kunt er ook een paar dweilen bij pakken en teiltjes eronder zetten. Zo vaak hebben we dat soort regenbuien niet, dus die enkele keer dat het nodig is, pas je gewoon de ‘Griekse oplossing’ toe. Wie regelmatig in Griekenland komt, snapt ongetwijfeld wat ik daarmee bedoel.

Ik heb trouwens tijdens die warme maanden tussen het schrijven door wel kans gezien om een oplossing te bedenken voor de voorkant van onze keukenkastjes. Ik wilde daar al maanden graag iets vóór hebben, zodat de pannen en keukenapparaten niet zo open-en-bloot te kijk staan als we ze niet gebruiken, maar dat bleek dus een echte hersenkraker te zijn. Ten eerste omdat manlief geen enkel bezwaar had tegen open-en-bloot, en ten tweede omdat de keuken een simpele, maar toch wel robuuste uitstraling heeft, waarbij gordijntjes – de oorspronkelijk opzet – totaal niet pasten. Bij zo’n impasse moet je het gewoon een tijdje laten sudderen, en blijkbaar waren de hoge zomertemperaturen daarvoor zeer geschikt, want deze week wist ik het ineens: er moesten van die bamboe-achtige rolgordijntjes voor komen. U weet wel, van die naturelkleurige nephouten lattengordijntjes.

Manlief was het er na enig heen en weer gepraat ook mee eens, en beloofde ze gisteren mee te brengen uit Volos. Ik was best wel nieuwsgierig of het zou lukken, dus informeerde meteen bij zijn thuiskomst of hij ze had meegebracht. Helaas niet, was het antwoord. Hij was het helemaal vergeten. Ach ja, dat kan gebeuren als je een bepaalde leeftijd hebt bereikt, nietwaar? Maar goed, hij komt regelmatig in Volos, dus wat in het vat zit… Ik gaf hem een troostende zoen, rende weer terug naar mijn werkkamer en ging snel verder met waar ik mee bezig was: schrijven.

Nu heeft mijn werkkamer ramen die uitkijken op de brommer van manlief. Ik werp regelmatig een blik uit het raam als ik aan het schrijven ben. Dan denk ik na over een zin of het verloop van een scène. En om u een treffend voorbeeld te geven van die twee werelden waarin ik momenteel vertoef: de hele middag hebben naast die brommer, pal in mijn gezichtsveld, drie rolgordijntjes gestaan. Ik heb ernaar gekeken, ik moet ze ‘gezien’ hebben, maar ik zag ze dus werkelijk niet. Pas aan het eind van de middag, toen ik mijn werk afsloot en langzaam weer naar de ‘echte wereld’ terugkeerde, registreerde mijn brein pas waarnaar ik al die tijd had gekeken: de bewuste rolgordijntjes.

Ik moet eerlijk bekennen, dat ik zelf niet zo’n last heb van dat gehop tussen die twee werelden, hoewel ik snap dat het voor de wederhelft en buitenstaanders soms moeilijk te begrijpen is. Zo bont als een collega van mij het tijdens het schrijven maakte – die stopte een slipper in de oven in plaats van een stokbroodje – heb ik het nooit gemaakt. Maar dat komt misschien wel omdat ik niet hoef te koken, dat doet manlief. Hoewel ik in mijn huidige andere wereld inmiddels een echte keukenprinses ben, die haar hand niet omdraait voor een bakblik vol peer-en-roquefort-quichjes. Dat krijg je als je van je hoofdpersoon een cateraar maakt, die regelmatig met spannende recepten op de proppen moet komen. Ik weet bijvoorbeeld precies hoe je fluweelpootjes bereidt en…

Afijn, ik zei het al in het begin, ik heb deze maand echt niets interessants te melden 😉

♥♥♥♥♥