Smaak van Liefde

Ik ben verliefd! Verliefd op de prachtige cover van mijn nieuwste roman. En eindelijk, eindelijk mag ik hem nu ook aan jullie laten zien. Is het geen beauty geworden? Jullie zullen deze prachtige omslag de komende weken regelmatig voorbij zien komen, o.a. in jullie Facebook newsfeed, want met deze feestelijke onthulling wordt tegelijkertijd ook het startsein gegeven voor de officiële promotie van… taraaa… Smaak van Liefde, het eerste deel uit de trilogie De rozen van Beekbrugge. Geschreven dus door ondergetekende.

Blij ben ik ook. Blij met jullie, mijn lezers. Jullie steun, jullie opbeurende woorden en vooral het onwrikbare geloof in mij hebben me meer goed gedaan dan ik hier kan vertellen. Schrijven is een eenzame bezigheid. Dag in dag uit in je eentje achter een computerscherm zitten, no matter what, is niet voor iedereen weggelegd. Leven in twee werelden, dat is het, en er zijn legio momenten geweest waarop ik dacht: ‘Waarom doe ik dit in hemelsnaam?’ Momenten waarop ik teruglas wat ik had geschreven en het helemaal niks vond. Momenten waarop ik in mijn eigen verhaal verdwaalde en meer dan twintig bladzijden noeste arbeid moest deleten omdat ze niets toevoegden aan het boek. Momenten waarop ik groot verdriet had omdat ik in mijn privéleven te maken kreeg met het overlijden van mijn moeder. En op al die momenten waren jullie, lieve lezers, er voor mij. Met een lief woord, met een lief gebaar, met jullie geduld. Dank je wel daarvoor!

Aan dat geduld is nu gelukkig een einde gekomen. Vier jaar geleden is het dat een boek van mijn hand het levenslicht zag, en destijds was ik er heilig van overtuigd dat ik nooit meer een roman zou schrijven. Na vijftien jaar in het schrijversleven rondgehuppeld te hebben, had ik het wel gezien. Ik wilde genieten van mijn Griekse zomers en niet meer ‘gedwongen’ worden om die achter het beeldscherm door te brengen. Tja, mooie voornemens, maar er kwam weinig van terecht. Het bloed kruipt nu eenmaal waar het niet gaan kan, en toen HarperCollins mij voorstelde om als eerste Nederlandstalige auteur een trilogie te schrijven voor hun HQN Roman-serie was er maar één antwoord: ‘Ja, ik wil.’

Spijt heb ik er geen moment van gehad. Het was – en is – heerlijk om te werken met professionele mensen die snappen hoe een roman tot stand komt. Mensen die streng zijn op het juiste moment, maar een troostende schouder bieden als je stuk zit. Dat Smaak van Liefde zo’n mooi boek is geworden, heb ik dan ook voor een groot deel te danken aan mijn fantastische redacteuren Iris en Hans, die met hun nooit aflatende inzet over mijn schouder mee hebben gelezen en hun vinger precies op de zere plekjes wisten te leggen. En nee, dat is niet altijd fijn, maar het is er wel een nog mooier boek door geworden. Nou ja, dat vind ik zelf. Alleen… sinds ik van de marketingafdeling heb gehoord dat op 4 juni vijf lezeressen via de Facebookpagina van Harlequin Boeken de kans krijgen om vóór het verschijnen van Smaak van Liefde het boek al te lezen en er hun eerlijke mening over te geven, ben ik daar niet meer zo van overtuigd. Ik heb – om het maar gewoon hardop te zeggen – de zenuwen! Ik slaap niet meer en heb zelfs al wanhopig gevraagd of we het boek niet uit productie kunnen halen. Helaas, de raderen draaien en mijn kindje gaat de wijde wereld in, of ik dat nu leuk vind of niet.

Oké. Eerlijk is eerlijk… Natuurlijk vind ik het diep in mijn hart super, al die extra aandacht en promotie die uitgever HarperCollins voor mijn boek bedacht heeft. Er komt nóg een Facebook-winactie, op 14 juni, waarbij je als eerste mijn gedrukte roman kunt ontvangen. En vanaf 21 juni zul je mijn boek in de supermarkt aan het tijdschriftenschap zien hangen. Mijn roman komt in een speciale nieuwsbrief die 35.000 mensen gaat bereiken en… en… O help! Ik zou het liefst morgen onderduiken en pas weer over enkele maanden tevoorschijn komen. Het hoort erbij, ik weet het. Maar stel nou dat jullie het boek helemaal niet leuk vinden? Stel nou dat het verhaal waaraan ik zo lang zo intensief aan gewerkt heb, totaal niet ‘aanslaat’? Stel nou dat…

De mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest, en nimmer op komt dagen, zei mijn vader vroeger altijd ferm als ik weer eens stond te bibberen. Hij had gelijk. Stap voor stap, eerst het een, dan het ander… precies zoals een van mijn hoofdpersonen in Smaak van Liefde dat zegt. Ik en mijn hoofdpersonen hebben soms wel wat van elkaar weg, dat is beslist een feit. Het ergste wat me immers kan overkomen, is dat jullie het boek na een paar bladzijden ter zijde leggen. Gelukkig valt de prijs mee, zag ik. € 7,50 is de adviesprijs. Nou, daar kun je het wel voor in je (digitale) boodschappenwagentje leggen en uitproberen, toch? Bij de (online) boekhandel, of vanuit het tijdschriftenschap bij de supermarkten, de Bruna of de stationskiosk. Van Rotterdam naar Enschede bijvoorbeeld is een behoorlijk eind reizen, dat weet ik uit ervaring, en dan is het toch leuk om die tijd te ‘verdoen’ met mijn De rozen van Beekbrugge-roman in handzaam formaat. Je komt er gegarandeerd glimlachend mee aan op je eindbestemming, want een happy end hoort er in dit genre nu eenmaal bij – al moet er natuurlijk wel heel wat gebeuren voor het ook daadwerkelijk zover is.

Smaak van Liefde is geschreven voor jullie, met jullie en dankzij jullie. Op 18 juni kan hij al op je deurmat liggen en de link om hem te reserveren geef ik een week ervoor aan jullie door. Dankzij jullie steun ziet mijn eerste Nederlandse HQN Roman zeer binnenkort het levenslicht en kunnen we met zijn allen de kraamtijd in gaan. Op een grote roze wolk, uiteraard, want dat is waarop moeders lopen zodra ze hun kind eindelijk in hun armen kunnen sluiten. En geloof me. Ondanks alles wat ik hiervoor heb geschreven, ben ik daar echt geen uitzondering op… 😉

♥♥♥♥♥

Bloemetjesplukdag

Kaló Mína, Kalí Protomagiá! Dat is de wens die vandaag overal in Griekenland te horen is. Het strooien met wensen doen we hier graag. Behalve de goede maand (mina)-wens, gunnen we iedereen op elke nieuwe maandag ook een goede week. Valt dat op de eerste van een nieuwe maand, dan wordt het dus een dubbele wens. Je moet het maar weten. En dan heb ik het maar niet over alle verschillende wensen bij feestelijkheden als bruiloften, dooppartijen en natuurlijk de naamdag, die voor een Griek de plaats inneemt van ‘onze’ verjaardag. Ik breek regelmatig mijn tong erover en heb nog steeds de bibbers als ik naar een condoleance moet. Het ‘silipitiria’ (συλλυπητήρια gecondoleerd) lijkt best veel op ‘singariteria’ (συγχαρητήρια gefeliciteerd) en ik moet dus altijd heel goed nadenken om het juiste woord uit te spreken als ik de bedroefde familieleden de hand schud. ‘Gefeliciteerd’ is niet wat je hun op zo’n moment toe wilt wensen.

Vandaag is het niet alleen de eerste dag van de maand, het is de eerste dag van de Meimaand (Protomagiá). En waar elders in Europa de eerste mei met ernstige gezichten gevierd wordt als de Dag van de Arbeid, vieren we hier het Begin van de Lente. Wat geheid heel wat vrolijker gezichten oplevert dan zo’n dag van de arbeid, want wie wordt nu niet vrolijk van de lente? Mijn buren in ieder geval, want terwijl ik dit stukje voor u schrijf, draait op nog geen drie meter afstand van mijn werkkamer aan de andere kant van de tuinmuur een sappig geitje rond aan het spit. De radio op de muur spuwt onafgebroken Griekse muziek uit, en begeleidt het belangrijke werk van de buurman: toezicht houden op het draaien en regelmatig het vlees insmeren met olijfolie. Uiteraard onder het genot van een glaasje tsipouro, want de keel moet ook gesmeerd worden. De vrouwen dekken ondertussen de tafel en zorgen voor salades, brood en andere bijgerechten. Na een uurtje of vier – of wanneer het oog van de meester heeft besloten dat het vlees gaar is – gaan de vele inmiddels in de tuin verzamelde familie en vrienden aan tafel om te genieten van het goede der aarde.

Behalve zo’n feestelijke barbecue – overal in de parken en olijfgaarden zie je vandaag families met zo’n meegebrachte grill picknicken – is de eerste mei voor de Grieken vooral een dag waarop je de velden in gaat om bloemetjes te plukken en kransen te vlechten. De kransen worden mee naar huis genomen en opgehangen aan de voordeur of het hek. Dat uitbundig vieren van de lente en het eren van de natuur is al eeuwenoud. In Nederland is dat helaas verdrongen door die serieuze Dag van de Arbeid, maar vroeger hadden we ook in Nederland op de eerste mei een vrolijke meiboom-viering, waarbij in het wit geklede jongedames rond een met lange linten versierde meiboom dansten. In het fotoalbum van mijn moeder zag ik daar nog leuke plaatjes van. Zelf ken ik deze traditie meer vanuit Engeland, waar op het platteland die meiboom-viering nog uitgebreid gevierd wordt.

Ik houd ervan, dat vieren en eren van wat de natuur ons allemaal geeft. Het zit een beetje in de familie, want had ik u al eens verteld dat mijn (Canadese) nicht Joanna van der Hoeven een beroemde en zeer professionele Druïde in Engeland is? Joanna’s boeken over de filosofie van de Modern Druidry zijn stuk voor stuk bestsellers in dit genre, en haar visie op het leven – Live it, as fully and as aware as you can – spreekt ook mij erg aan. Ik ben helaas iets te vroeg geboren en misschien ook wel in het verkeerde land om mijzelf alsnog te bekwamen in de leer der Moderne Druïden, maar het respect voor de natuur dat deze beweging uitdraagt is zeker iets wat bij mij aanslaat. Klinkt het heel gek om hardop te zeggen dat ik in Joanna eigenlijk wel een jongere, ‘vrijere’ uitgave van mezelf terugzie? Zelfs mijn liefde voor muziek en dansen heeft ze in haar genen meegekregen, want ze is al jaren de leidster van een succesvolle buikdansgroep en schrijft en zingt wonderlijk mooie melodieën. Ik heb heel veel bewondering voor de manier waarop zij een onderwerp dat door velen toch wat lacherig wordt afgedaan – druïden en heksen kom je nu eenmaal niet dagelijks tegen – aan de wereld weet te presenteren en ben er dan ook supertrots op haar tante te zijn!

Aan de andere kant van de tuinmuur is het feest van de eerste mei inmiddels in volle gang. De zon schijnt en op straat zie ik hele families gezellig keuvelend voorbijkomen met in hun armen grote bossen wilde bloemen waar vanmiddag mooie kransen van gemaakt gaan worden. Het is feest om me heen, en ik houd mijn Dag van de Arbeid dan ook met liefde voor gezien. Ik ga u verlaten om uitgebreid de lente te vieren – weliswaar zonder gebraden geitje, maar met heel veel genieten van al die zonnige bloemen in mijn heerlijke tuin… 😉

♥♥♥♥♥

Dubbelroman Griekse Zomers

Een heel goed begin van de zomer! Twee van mijn niet meer te verkrijgen romans worden opnieuw uitgegeven! ‘Zomerdroom’ en ‘Een Zomernacht’ (eerder gepubliceerd als Bouzouki Boogie) nu samen in één dubbelroman: GRIEKSE ZOMERS verschijnt in juli 2018 en is nu al te reserveren. Dat wordt een heerlijk lange luie leeszomer

Klik hier of op de foto voor meer informatie.

♠♠♠

 

Vrolijk Pasen!

Wat? Valt Pasen op 1 april? Echt niet. Dat is gewoon een wereldwijde aprilgrap, waar de Grieken dus niet in trappen. Pasen is pas volgende week, op 8 april. Punt uit. En nee, dat is géén grapje. Het Griekse paasfeest valt namelijk niet altijd op dezelfde datum als het katholieke paasfeest. Dat heeft niets te maken met ‘Fool’s Day’, maar met het feit dat de Orthodoxe kerk een andere jaarkalender hanteert dan de katholieke. Pasen moet volgens de berekening van de Orthodoxe religie vallen op de eerste zondag na de eerste volle maan na de eerste dag van de lente en ook nog eens na het Joodse Pasen. Dankzij die twee verschillende kalenders kan dat dus per jaar een datumverschil opleveren van één tot zelfs vijf weken.

Dit keer liggen ‘ons’ en jullie Pasen maar een week uit elkaar. Dat houdt in dat hier maandag de ‘Megali Ebdomada’ begint, oftewel de Grote Week, die helemaal in het teken staat van de lijdensweg van Christus. Het is ook de laatste week van de vastenperiode, en de strengste. Ik herinner me nog heel goed dat ik in ons eerste jaar hier – we waren net elf dagen daarvoor geëmigreerd – mijn verjaardag wilde vieren met een lekker etentje op een terras aan zee. Helaas viel die dag midden in de Megali Ebdomada en hadden we de keuze uit een zeer magere salade en een mager visje. Nu ben ik niet gek van salade, en doe je me al helemaal geen plezier met een vis vol graten, dus uiteindelijk hebben we thuis maar iets in elkaar geflanst. Een uitgebreid verjaardagsfeest geven is ook ‘not-done’ in die periode. Het is een week waarin luidruchtig feesten echt taboe is, en zelfs een rustig feestje thuis is al lastig, omdat je Griekse gasten vanwege het vasten alle heerlijkheden die je op tafel zet beleefd maar consequent weigeren.

Na een paar van dit soort ‘bloopers’ rond mijn verjaardag vier ik die dag dan ook eigenlijk alleen nog maar in huiselijke kring. Met manlief, mijn vriendin en haar man die bijna ieder jaar overkomen om mij te feliciteren. Of ik maakte er een feestje van in Nederland, aangezien ik de laatste jaren in april meestal in Nederland was om de verjaardag van mijn moeder mee te vieren. Die valt namelijk twee weken eerder dan die van mij, waardoor het regelmatig gebeurde dat ik ofwel mijn verjaardag ofwel Pasen – Nederlands of Orthodox – ‘ver van huis’ vierde. Dit jaar is het voor het eerst anders. Ik ‘hoef’ immers niet meer naar Nederland om mijn moeders geboortedag mee te vieren. Die viert ze nu ergens op haar wolkje daarboven, ongetwijfeld samen met mijn vader. Het is goed zo, al zal ik op die dag natuurlijk even aan haar denken en mijn glaasje tsipouro in een verjaardagstoost naar de hemel heffen.

Dat ik deze aprilmaand niet in Nederland ben, is raar, maar aan de andere kant ook wel heel fijn. Voor het eerst in jaren maak ik het vroege Griekse voorjaar weer mee, en dat is echt genieten. Onze tuin is één grote kleurexplosie van geel (de gele klaver) en oranje (de goudsbloemen). Ook de Griekse margrietjes doen hun uiterste best met een zee van bloemen in het wit, roze en rood, zowel binnen als buiten ons tuinhek. We zijn er al aan gewend dat er regelmatig iemand voor de tuin stilstaat om een bewonderende blik op die bloemenzee te werpen, al dan niet met een camera in de hand. De leukste passant was een van onze buurjongens, een knul van een jaar of zeventien, die vorige week met zijn brommer plotseling stilhield voor de margrietjes buiten het hek. Toevallig stonden manlief en ik op het terras in de tuin, dus we zagen het gebeuren, maar hij had ons niet in de gaten. Tot onze verbazing zagen we dat hij zich vooroverboog en snel een boeketje plukte. We keken elkaar verbaasd aan, want wie verwacht dat nou van zo’n opgeschoten puber? Toen hij even later weer overeind kwam, zag hij ons pas staan. Hij begon een beetje verlegen te lachen en riep: ‘Yia tin kopella mou!’ Oftewel ‘voor mijn meisje’! En maakte zich vervolgens snel uit de voeten. Schattig, hè? Die knul gaat vast nog heel veel meisjesharten laten smelten in zijn verdere leven!

Mijn eigen manlief brengt me ook regelmatig een boeketje uit eigen tuin. Die zet hij dan naast mijn computer op het bureau neer, meestal vergezeld van een snelle kus. Veel tijd heb ik namelijk niet voor hem. Het tweede deel van de Rozen van Beekbrugge moet geschreven worden, en dat kost veel energie en concentratie. Daarom wil ik me bij voorbaat nu al verontschuldigen bij mijn vriendinnen, vrienden en bekenden die de komende maanden in Pilion zijn en het leuk hadden gevonden om mij te zien of te spreken. Om het boek op tijd in de schappen te krijgen, zal ik tot zeker eind juni heel, heel intensief bezig moeten zijn met schrijven. En ja, natuurlijk heb ik wel een beetje tijd over voor leuke dingen, maar hoe ik die uren door ga brengen, kan ik eigenlijk pas op het moment zelf zeggen. Ervaring leert dat ik behoorlijk asociaal kan zijn als ik midden in zo’n intensief schrijfproces zit. De buitenwereld wordt voor mij een vreemde planeet, en je moet echt niet raar opkijken als ik wat bot of anders-dan-anders reageer op een telefoontje of een goed bedoeld onverwacht bezoekje. Ik hoop echter dat het me vergeven wordt, en laat het je alsjeblieft niet weerhouden om mij een mailtje of sms’je te sturen als je toch echt graag iets met me wilt afspreken. Als je me kent, weet je ongetwijfeld ook dat ik té veel van het gezelschap van goede vrienden hou om een echte kluizenaar te worden, hoe belangrijk het boek dat ik aan het schrijven ben ook voor me is!

Kortom, het wordt gewoon weer een gezellige zomer hier in Pilion. Voor nu wens ik jullie daar in Nederland een fijn en vooral gezellig Paasweekend. En ik hoop dat ook jullie voorjaar heel snel heel veel bloemenpracht zal brengen… 🙂

♥♥♥♥♥

Column jubileum!

Vandaag precies tien jaar geleden plaatste ik mijn eerste Leven in Pilion-column. ‘Huisdieren’ was de titel daarvan, en u kunt hem onder aan dit verhaal nog een keer lezen. Het was een noodgedwongen korte column, want het uploaden naar de website duurde in die tijd letterlijk uren. Ik herinner me dat de gemiddelde snelheid nog geen 56 kBs was, en aangezien we een inbelverbinding hadden, betaalden we per telefoontik. Hoge telefoonrekeningen konden we ons niet veroorloven, dus een strikt internetbeleid was pure noodzaak.

Sindsdien is er veel veranderd. Tegenwoordig hebben we snel en goedkoop internet, zodat ik u iedere maand zeer uitgebreid kan vertellen wat er bij ons allemaal gebeurt. Foto’s erbij plaatsen is geen enkel probleem, in een handomdraai staan ze erop. Het dagelijks contact met Nederland is zo vanzelfsprekend geworden, dat ik me niet eens meer kan voorstellen hoe anders het was in die begintijd. Hoe ik voor een simpel ‘bijpraat-telefoontje’ met de familie naar de telefooncel in het dorp moest, gewapend met een telefoonkaart die zorgvuldig uitgezocht was op ‘bellen met het buitenland’. En als de dorpstelefoon het dan deed – want dat was ook altijd afwachten – dan moest je maar hopen dat de verbinding niet al te veel kraakte of dat er geen zware vrachtauto’s langs denderden. Het nodigde allemaal niet uit om ontspannen bij te kletsen, laten we het daar maar op houden.

Bij gebrek aan goede communicatiemiddelen waren de columns in die begintijd dan ook vooral bedoeld om onze familie en vrienden op de hoogte te houden van onze avonturen. In de loop der jaren wisten echter steeds meer ‘vreemde’ mensen de weg naar mijn website te vinden, en toen ik wat meer bekendheid kreeg als schrijfster, kwamen er nog meer trouwe lezers bij. En dan was er ook nog de categorie ‘vakantiegangers’, op zoek naar informatie over Pilion. Veel was er destijds niet te vinden op het net, en zo kwamen ze dan al snel bij mijn website uit. Ik kreeg zo vaak een mailtje met toeristische vragen, dat ik het ‘gidsje voor bezoekende vrienden’ oppimpte, en er een heuse reisgids van maakte, die via een mailberichtje aan mij besteld kon worden.

Het uiterlijk van de website veranderde drastisch toen ook wij snel internet kregen. Het archief moest opgeschoond, waarna de ‘oude’ columns werden gebundeld in het boekje ‘Leven in Pilion’. Er kwamen aparte pagina’s over mijn romans en de reisgids, en overal kon ik foto’s plaatsen, zonder me af te vragen hoelang het uploaden zou duren en wat dat zou gaan kosten. Maar door al die jaren en alle veranderingen heen, bleef één ding altijd bestaan: de maandelijkse column. Ik vind het ongelooflijk dat ik u al zoveel jaren lang mag vertellen over onze avonturen. Ik vraag me echt serieus af of u het niet vreselijk zat wordt, altijd dat geneuzel van mij over onze te warme zomers en te koude winters, over mijn gekissebis met manlief, mijn gejammer over pijntjes en kwaaltjes. En dan heb ik het maar niet over al dat huisdier-gemekker. Ik kan me heel goed voorstellen dat u er af en toe schoon genoeg van hebt. Dat mag, hoor. Een maandje overslaan is helemaal niet erg!

Tien jaar is niet niks. Om dat een klein beetje te vieren heb ik onlangs een aantal van de nieuwere columns, met name die over toeristisch Pilion gaan, gebundeld in een e-book: De smaak van water. U kunt het e-book gratis downloaden als u zich aanmeldt via de link Aanmelden rechtsboven op de website. Op de een na laatste pagina vindt u bovendien een kortingscode, waarmee u tot 30 april 2018 € 2,50 korting krijgt op de reisgids Een Hollandse Kijk op Pilion. Als u die code doorgeeft bij uw reisgidsbestelling, dan verreken ik dat meteen bij het doorgeven van de betalingsdetails. Heeft u het e-book al, omdat u reeds geabonneerd bent op mijn site, en wilt u graag gebruik maken van de reisgidsaanbieding, laat me dat dan even weten via een berichtje op het contactformulier, dan komen we daar samen wel uit.

Rest mij nog u allen heel hartelijk te bedanken voor het lezen van mijn columns. Dat ik mij al tien jaar lang columniste mag noemen komt geheel en al door uw trouwe bezoekjes. Ik hoop dat u mijn columns blijft lezen, dan blijf ik ze schrijven. En wie weet, misschien ontmoeten we elkaar ooit in het echt op ‘ons’ prachtig groene, mooie schiereiland… 😉

♥♥♥♥♥

De allereerste websitecolumn: Maart 2008 – HUISDIEREN

Vandaag ben ik al om acht uur opgestaan. Vroeg voor mijn doen, want normaal gesproken begint mijn werkdag pas rond negen uur. Zorro, de zwerfkat die zich af en toe verwaardigt om te blijven slapen, had het wel gezien bij ons en vond dat er maar eens wat leven in de brouwerij moest komen. Meneer wilde zijn ontbijt, iets wat hij zeer duidelijk kenbaar maakte door luid miauwend door de gang heen en weer te drentelen. Uiteraard werd hij door mij, nog een beetje slaperig, onmiddellijk op zijn wenken bediend. Zorro is nu eenmaal geen kat die zich lang laat negeren. Tevreden likkebaardend verdween hij na het eten meteen naar buiten, ongetwijfeld op zoek naar het vrouwvolk, dat regelmatig op en rond ons balkon huist.

Voor de goede orde: wij hebben géén huisdieren. Toen wij hier kwamen wonen, hebben we dat heel duidelijk met elkaar afgesproken. Kijk, dat de overgebleven etensresten naar de zwerfkatten gaan, vinden we eigenlijk wel normaal. Voor het geval er niets overblijft, hebben we altijd wel een zak kattenbrokken in huis. Die beesten hebben het in de winter immers al zwaar genoeg. En Zorro, ach, die mag best een paar uurtjes op de stapel hout naast de kachel liggen. Het arme dier is per slot van rekening ook niet meer een van de jongsten. Dan hebben we Pluto, de halfblinde hond van de taverne. Als die bibberend in de regen op onze deurmat zit, nou ja, dan mag hij best een nachtje komen logeren, toch? En zeg nou zelf, wat kun je doen als poes Punkie, ook een van de zwerfkatten,  zich midden in de nacht via de openstaande balkondeur met haar vier pasgeboren kittens op het logeerbed installeert? Dan maak je toch een kraambed van de wasteil op het balkon? Oké, dat ze dan een paar weken later met zijn vieren tegelijk op je schoot springen wanneer je rustig je ontbijtkoffie op het balkon wilt drinken, ja, dat hoort er gewoon bij.

Maar huisdieren? Nee, hoor, die hebben we niet…

* * * * *