Huisje, boompje, beestje

Vandaag precies acht jaar geleden trokken wij in ons heerlijke huisje in Kato Gatzea. Het was gelukkig net zo zonnig als nu, wat goed uitkwam, want niets is erger dan verhuizen in de regen. Bovendien moest een deel van onze huisraad – waaronder een aantal uit elkaar gehaalde kasten – nog een paar nachten noodgedwongen buiten blijven staan omdat we natuurlijk niet alles op één dag weer in elkaar konden zetten.

Het was bij lange na niet onze eerste verhuizing – samen hadden we er al zes achter de rug inclusief de grote emigratie, apart van elkaar nog een aantal meer – dus we hadden er inmiddels wel een aardige routine in ontwikkeld. Wel moest het allemaal nogal snel, want geld voor meer dan één maand dubbele woonlasten hadden we niet. Halverwege oktober kregen we de sleutel van onze nieuwe stek, en nog geen drie weken later leverden we de andere sleutel al bij onze ex-huisbaas in. Best wel een record als je bedenkt dat manlief in die tijd naast allerlei kleinere reparaties het nieuwe huis ook al voorzien had van uitgebreide elektrische bedrading (de stoppenkast bleek maar één groep te hebben waardoor meerdere apparaten tegelijk aanzetten onmiddellijk een stroomstoring ten gevolge had). Een andere grote klus was het verhangen van de 60 liter boiler, die op een hoogte van een meter zeventig precies boven de douchebak hing. Rechtopstaand douchen was onmogelijk, en bovendien levensgevaarlijk gezien de erbarmelijke staat van de elektrische bedrading.

Op de eerste november was alles zo ver aangepast dat we er in ieder geval in konden wonen. Een goede vriend had zijn hulp en grote auto aangeboden, net als mijn lieve en inmiddels overleden vriendin ‘Tinus’. Terwijl de twee mannen zich het leplazerus sjouwden – ooit een wasmachine of een driezitsbank een steile smalle marmeren trap af gedragen? – namen Tineke en ik de kleinere dozen en losse rommeltjes voor ons rekening. Ik heb geen idee meer hoe vaak we met ons vierkoppig team op en neer zijn gereden, maar tegen het eind van de middag hadden we zo goed als alles op de nieuwe woonstek staan, inclusief een van de door ons gevoederde zwerfkatten. Dat we de zachtaardige Leopold mee zouden nemen stond voor ons buiten kijf. Die was al van kleins af aan door ons verzorgd en vertroeteld, en zou het niet overleven in de roedel halfwilde strays. Jurgen, onze andere lieveling, hadden we na heel lang dubben achtergelaten. Hij was een maand of vijf, zes geweest toen hij voor het eerst bij ons opdook, een echt ‘haantje de voorste’ die brutaalweg midden in de grote voerbak sprong als er gegeten werd. Tot onze verbazing stonden de grotere katers dat gewoon toe, en het was al snel duidelijk dat Jurgen zich heel goed binnen de groep wist te handhaven. Ondanks zijn binnenbezoekjes was hij een echte buitenkat, en met pijn in ons hart besloten we dat het voor hem beter was om hem in zijn eigen vertrouwde omgeving achter te laten. Het nieuwe huis lag immers midden in het dorp en had een grote tuin, waaruit hij zo de weg op kon lopen, een situatie waar hij niet aan gewend was. Nog zie ik dat verbaasde koppie van hem boven aan de trap toen we op de verhuisdag voor het laatst de deur achter ons dichtdeden. Het brak ons hart, maar toch, we wisten dat het voor hem de beste oplossing was.

De eerste dagen in het nieuwe huis waren behoorlijk hectisch. Alles moest een plekje krijgen, en dat viel niet mee. Bovendien moest ik tussendoor gewoon mijn schrijf- en vertaalwerk doen, want tijdens de inpakweken was daar niet veel van terechtgekomen. Gelukkig hield het zonnige weer nog een poosje aan, en kon ik aan een wankel tuintafeltje op het terras regelmatig een paar uur achter mijn computer kruipen, terwijl manlief ondertussen binnen de boel op orde bracht. ’s Avonds vielen we doodmoe en uitgeteld op de bank neer, met een opstandige Leopold op de andere bank. Hij begreep er niets van dat hij alsmaar binnen moest blijven en wilde naar buiten, maar wij hadden ergens gelezen dat je katten na een verhuizing minstens drie weken binnen moest houden om te laten wennen aan de nieuwe omgeving. Iets waar hij het duidelijk niet mee eens was.

Op de derde dag in ons nieuwe huis ‘moest’ manlief tegen het eind van de middag ineens heel nodig voor een boodschap naar Kala Nera. Het was al donker toen ik zijn brommer weer hoorde – en nog iets anders: een zeer bekend gemiauw dat uit de boodschappentas in het kratje kwam. ‘Ik kon hem niet weer achterlaten,’ bekende manlief een beetje schaapachtig toen het vrolijke koppie van Jurgen tevoorschijn kwam. ‘Ik ging even langs om te kijken hoe het met hem was. Hij kwam meteen aanrennen toen hij de brommer hoorde, en hij kroop zowat in me, zo blij was hij om me weer te zien.’ De uren en dagen erna was Jurgen niet bij ons weg te slaan. Hij wilde maar gekroeld en aangehaald worden, sprong op mijn verzoek ogenblikkelijk op de kattenbak om zijn behoefte te doen – wat hem een uitbundig prijzen van ons opleverde – en was met geen stok de deur uit te krijgen al stond die wagenwijd open. Het was werkelijk hartverwarmend om te zien hoe hij zijn best deed om het ons naar de zin te maken, bang als hij blijkbaar was om weer weggestuurd te worden. Weken later, toen hij allang overdag samen met Leopold buiten rondstruinde, kwam hij nog steeds naar binnen rennen om zijn behoefte op de kattenbak te doen. Dat was immers waar hij ons in die eerste dagen zo’n plezier mee had gedaan, nietwaar? En Jurgen wilde ons dat plezier niet ontnemen. Stel je voor dat we hem weer weg zouden doen…

Acht jaar verder zijn we inmiddels. Leopold en Jurgen zijn er beiden niet meer. Leopold, een prachtige grijze langhaar, is waarschijnlijk door iemand meegenomen. Hij verdween plotseling, zo’n zes jaar geleden tijdens de drukke paasperiode, wanneer er veel ‘vreemde’ mensen in ons dorp zijn. Grijze langharen zijn blijkbaar in trek, want twee jaar later raakten we op dezelfde manier in precies dezelfde periode ook mijn geliefde Jason kwijt. Jurgen hebben we gelukkig nog wat jaren langer bij ons mogen hebben. Hij heeft Ira, Felix, Miesje, Jason, Kees en Dimple zien komen, en vond het allemaal prima, zolang hij maar bij ons mocht blijven. Vorig jaar hebben we noodgedwongen afscheid van hem moeten nemen omdat hij op een onbekend moment ergens in zijn leven besmet was geraakt met een dodelijk kattenvirus. We missen hem nog steeds, maar de vele mooie herinneringen aan die leuke, gekke, eigenwijze ADHD-kater van ons houden hem voor altijd in onze gedachten. Net als de grote steen achter in onze tuin, waaronder hij zijn laatste rustplaats heeft gekregen. Dicht bij ons – voor altijd. Omdat dat was wat hij zo heel erg graag wilde.

♥♥♥♥♥

 

 

4 Replies to “Huisje, boompje, beestje”

  1. Wat een mooi ontroerend verhaal! Prachtig geschreven! Hoop dat jullie nog lang van jullie huisje mogen genieten!
    Tot snel!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.