Column jubileum!

Vandaag precies tien jaar geleden plaatste ik mijn eerste Leven in Pilion-column. ‘Huisdieren’ was de titel daarvan, en u kunt hem onder aan dit verhaal nog een keer lezen. Het was een noodgedwongen korte column, want het uploaden naar de website duurde in die tijd letterlijk uren. Ik herinner me dat de gemiddelde snelheid nog geen 56 kBs was, en aangezien we een inbelverbinding hadden, betaalden we per telefoontik. Hoge telefoonrekeningen konden we ons niet veroorloven, dus een strikt internetbeleid was pure noodzaak.

Sindsdien is er veel veranderd. Tegenwoordig hebben we snel en goedkoop internet, zodat ik u iedere maand zeer uitgebreid kan vertellen wat er bij ons allemaal gebeurt. Foto’s erbij plaatsen is geen enkel probleem, in een handomdraai staan ze erop. Het dagelijks contact met Nederland is zo vanzelfsprekend geworden, dat ik me niet eens meer kan voorstellen hoe anders het was in die begintijd. Hoe ik voor een simpel ‘bijpraat-telefoontje’ met de familie naar de telefooncel in het dorp moest, gewapend met een telefoonkaart die zorgvuldig uitgezocht was op ‘bellen met het buitenland’. En als de dorpstelefoon het dan deed – want dat was ook altijd afwachten – dan moest je maar hopen dat de verbinding niet al te veel kraakte of dat er geen zware vrachtauto’s langs denderden. Het nodigde allemaal niet uit om ontspannen bij te kletsen, laten we het daar maar op houden.

Bij gebrek aan goede communicatiemiddelen waren de columns in die begintijd dan ook vooral bedoeld om onze familie en vrienden op de hoogte te houden van onze avonturen. In de loop der jaren wisten echter steeds meer ‘vreemde’ mensen de weg naar mijn website te vinden, en toen ik wat meer bekendheid kreeg als schrijfster, kwamen er nog meer trouwe lezers bij. En dan was er ook nog de categorie ‘vakantiegangers’, op zoek naar informatie over Pilion. Veel was er destijds niet te vinden op het net, en zo kwamen ze dan al snel bij mijn website uit. Ik kreeg zo vaak een mailtje met toeristische vragen, dat ik het ‘gidsje voor bezoekende vrienden’ oppimpte, en er een heuse reisgids van maakte, die via een mailberichtje aan mij besteld kon worden.

Het uiterlijk van de website veranderde drastisch toen ook wij snel internet kregen. Het archief moest opgeschoond, waarna de ‘oude’ columns werden gebundeld in het boekje ‘Leven in Pilion’. Er kwamen aparte pagina’s over mijn romans en de reisgids, en overal kon ik foto’s plaatsen, zonder me af te vragen hoelang het uploaden zou duren en wat dat zou gaan kosten. Maar door al die jaren en alle veranderingen heen, bleef één ding altijd bestaan: de maandelijkse column. Ik vind het ongelooflijk dat ik u al zoveel jaren lang mag vertellen over onze avonturen. Ik vraag me echt serieus af of u het niet vreselijk zat wordt, altijd dat geneuzel van mij over onze te warme zomers en te koude winters, over mijn gekissebis met manlief, mijn gejammer over pijntjes en kwaaltjes. En dan heb ik het maar niet over al dat huisdier-gemekker. Ik kan me heel goed voorstellen dat u er af en toe schoon genoeg van hebt. Dat mag, hoor. Een maandje overslaan is helemaal niet erg!

Tien jaar is niet niks. Om dat een klein beetje te vieren heb ik onlangs een aantal van de nieuwere columns, met name die over toeristisch Pilion gaan, gebundeld in een e-book: De smaak van water. U kunt het e-book gratis downloaden als u zich aanmeldt via de link Aanmelden rechtsboven op de website. Op de een na laatste pagina vindt u bovendien een kortingscode, waarmee u tot 30 april 2018 € 2,50 korting krijgt op de reisgids Een Hollandse Kijk op Pilion. Als u die code doorgeeft bij uw reisgidsbestelling, dan verreken ik dat meteen bij het doorgeven van de betalingsdetails. Heeft u het e-book al, omdat u reeds geabonneerd bent op mijn site, en wilt u graag gebruik maken van de reisgidsaanbieding, laat me dat dan even weten via een berichtje op het contactformulier, dan komen we daar samen wel uit.

Rest mij nog u allen heel hartelijk te bedanken voor het lezen van mijn columns. Dat ik mij al tien jaar lang columniste mag noemen komt geheel en al door uw trouwe bezoekjes. Ik hoop dat u mijn columns blijft lezen, dan blijf ik ze schrijven. En wie weet, misschien ontmoeten we elkaar ooit in het echt op ‘ons’ prachtig groene, mooie schiereiland… 😉

♥♥♥♥♥

De allereerste websitecolumn: Maart 2008 – HUISDIEREN

Vandaag ben ik al om acht uur opgestaan. Vroeg voor mijn doen, want normaal gesproken begint mijn werkdag pas rond negen uur. Zorro, de zwerfkat die zich af en toe verwaardigt om te blijven slapen, had het wel gezien bij ons en vond dat er maar eens wat leven in de brouwerij moest komen. Meneer wilde zijn ontbijt, iets wat hij zeer duidelijk kenbaar maakte door luid miauwend door de gang heen en weer te drentelen. Uiteraard werd hij door mij, nog een beetje slaperig, onmiddellijk op zijn wenken bediend. Zorro is nu eenmaal geen kat die zich lang laat negeren. Tevreden likkebaardend verdween hij na het eten meteen naar buiten, ongetwijfeld op zoek naar het vrouwvolk, dat regelmatig op en rond ons balkon huist.

Voor de goede orde: wij hebben géén huisdieren. Toen wij hier kwamen wonen, hebben we dat heel duidelijk met elkaar afgesproken. Kijk, dat de overgebleven etensresten naar de zwerfkatten gaan, vinden we eigenlijk wel normaal. Voor het geval er niets overblijft, hebben we altijd wel een zak kattenbrokken in huis. Die beesten hebben het in de winter immers al zwaar genoeg. En Zorro, ach, die mag best een paar uurtjes op de stapel hout naast de kachel liggen. Het arme dier is per slot van rekening ook niet meer een van de jongsten. Dan hebben we Pluto, de halfblinde hond van de taverne. Als die bibberend in de regen op onze deurmat zit, nou ja, dan mag hij best een nachtje komen logeren, toch? En zeg nou zelf, wat kun je doen als poes Punkie, ook een van de zwerfkatten,  zich midden in de nacht via de openstaande balkondeur met haar vier pasgeboren kittens op het logeerbed installeert? Dan maak je toch een kraambed van de wasteil op het balkon? Oké, dat ze dan een paar weken later met zijn vieren tegelijk op je schoot springen wanneer je rustig je ontbijtkoffie op het balkon wilt drinken, ja, dat hoort er gewoon bij.

Maar huisdieren? Nee, hoor, die hebben we niet…

* * * * *

 

Stadsbezoek Larissa

Winter in Kato Gatzea kan een saaie bedoening zijn. Kán, want het hoeft niet. Het ligt er maar net aan wat je maatstaven zijn. Die van ons liggen niet zo hoog. Geef ons een milde winter met veel zon en af en toe een regendagje, een wekelijkse Griekse les, een roseetje bij Karma in het weekend, en voilá, wij zijn dik tevreden. Anders wordt het als zoonlief op bezoek komt. Die vindt wat leven in de brouwerij wel leuk, dus proberen we dan meestal wel een uitstapje te maken. Dit keer viel de keus op Larissa, een wat grotere stad die op een klein uurtje rijden voorbij Volos ligt. Ik schreef er al een column over voor Vlaardingen24, maar aangezien mijn website toch weer heel veel andere bezoekers trekt, doe ik het hier nog eens lekker uitgebreid -– met véél foto’s! – over.

Larissa viel ons namelijk alles mee. We waren er nooit eerder geweest, aangezien we geen auto hebben. Je kunt er ook met de KTEL-bus naartoe, maar dat is zo’n gepriegel met aansluitingen vanuit ons dorpje, dat we daar nooit aan begonnen zijn. Nu hadden we de beschikking over een huurauto, een zoon die weet hoe je met gps omgaat, en bleek de weersverwachting ook nog eens zodanig dat we niet de kans liepen overvallen te worden door regen en/of ijzel. Kortom, niets stond ons in de weg om het Larissa-avontuur aan te gaan, dus stapten we op een zonnige januari-dag om halfelf ’s ochtends in de auto, op weg naar De Grote Stad.

En het was leuk! Ik kan niet anders zeggen. We hadden mazzel met het weer, want hoewel het behoorlijk fris was, scheen de zon volop. Perfect stadswandelweer, zal ik maar zeggen. En dankzij de gps van zoonlief wisten we precies waar alle bezienswaardigheden zich bevonden. Dat hadden we al uitgedokterd op het verwarmde terras waar we na aankomst een kop koffie dronken. En laten die bezienswaardigheden nou allemaal vlakbij en dus op loopafstand liggen! Na de koffie slenterden we dus op ons gemak naar de oude arena, via autoloze winkelstraten met gezellige winkeltjes. Daarna bezochten we de overblijfselen van de oude Turkse Markt, de Bezesteni, die al in de 15e eeuw gebouwd werd. Zo heel veel staat er niet meer van overeind, maar met een beetje fantasie kun je de kooplui echt nog wel horen schreeuwen. Fascinerend vond ik ook de aanwezigheid van een ‘kluis’, waarin de schatten en de ‘archieven’ van de stad werden bewaard: een klein stenen huisje dat al vijf eeuwen lang zijn mannetje staat. De schatten zullen inmiddels wel verdwenen zijn, en de dossiers hebben vast een plaatsje gevonden in een ander onderkomen, maar toch… je staat zomaar oog in oog met iets wat ze vijfhonderd jaar geleden hebben gebouwd om de geschiedenis voor het nageslacht te bewaren. Daar word je op zijn minst even stil van.

Niet zo lang, hoor, want naast die markt ligt een oude Byzantijnse kerk, te bereiken via een park vol met graven en beelden. Ook fascinerend, vooral dat graf van een jongen van achtentwintig jaar, waarop een heel verhaal stond. Te veel en te moeilijk voor mij om het zo en passant even te vertalen, maar het staat op de foto, dus ik ga er zeker een keer echt voor zitten. Een mooie oefening voor tijdens onze Griekse les met de buuf, die altijd in is voor ‘eigen inbreng’. En het ‘vliegende beeld’ van de jonge vrouw op de top van de obelisk vond ik ook heel mooi. Ik had daar nog wel een poosje kunnen rondlopen, maar aangezien de mannen al op weg waren naar de kerk, heb ik me maar tevredengesteld met het nemen van foto’s.

O, en had ik al verteld dat we tijdens onze wandeling telkens weer uitzicht hadden op de beroemde Olympus? Besneeuwd uiteraard, het is per slot van rekening nog hartje winter. Ik heb die berg al een paar keer gezien vanuit de bus als ik onderweg was naar Thessaloniki, maar dan zie ik hem blijkbaar van een heel andere kant, want ik moet eerlijk bekennen dat ik hem niet herkende. Het was dat onze zoon via alweer die gps precies wist dat vóór ons de Olympus lag en rechts daarvan de Ossa, anders had ik u dat niet kunnen vertellen. Maar nu dus wel! En imponerend was het, hoor, die in de verte liggende woonplaats van de Griekse goden. Dan voel je je als mens toch wel even heel klein worden, zelfs in de eenentwintigste eeuw…

De Byzantijnse kerk had prachtige mozaïek-ramen, waarin de zon een mooi spel speelde. En de zuilengang met binnenhof ernaast zal op zonnige dagen ongetwijfeld veel rust en verkoeling brengen. Dat hadden wij niet nodig, want rustig en koel was het al, wat misschien de reden was dat de kerk voor bezoekers gesloten was. Of misschien mag je er alleen op zondag in, ik heb geen idee. Zo heel erg vond ik het niet, want in de afgelopen jaren heb ik al heel veel Bijzantijnse kerken vanbinnen gezien. Een hoop pracht en praal, die mij persoonlijk niet zo heel veel zegt. Hooguit bezorgt het me een nare smaak in de mond, omdat ik op zo’n moment het verschil tussen de rijke kerk en de arme gelovigen iets te veel voor me zie. Maar dat is mijn persoonlijke opvatting, en in het kader van ‘de kunst’ zijn dit soort kerken zeker de moeite van een bezoek waard. Mijn aandacht werd echter al snel getrokken naar het iets lager gelegen viaduct aan de andere kant van het kerkplein, waarop zich een aantal afbeeldingen van kleurrijke fietsers bevonden. En laat er nou net een ‘eenzame fietser’ passeren toen ik een foto maakte. Kijk, dat zijn van die toevalsmomenten waar ik van ga glimlachen.

Inmiddels was er al aardig wat tijd verstreken en onze magen begonnen te knorren. Dus zochten we het centrum van de stad weer op, slenterend over ruim opgezette pleinen die ook de moeite van het fotograferen waard waren. Leuk was ook het ‘contact-moment’ met een toevallige passant, een oudere meneer die zag dat ik een overzichtsfoto nam. Hij bleef glimlachend stilstaan, wachtte tot ik had afgedrukt en groette mij met een lachend knikje voor hij weer verder liep. Leuk is dat, zo’n totaal onbekende man die geen enkel idee heeft dat hij nu figureert in een foto die door u in Nederland bekeken wordt omdat ik vandaag toevallig een column over Larissa schrijf. Fascinerend zoiets, misschien verwerk ik het nog wel eens in een verhaal.

Na de lunch in een ‘industrial design’-lunchcafé gingen we langzaamaan weer op weg naar de parkeergarage waar onze auto stond. Hoe te betalen was niet helemaal duidelijk, maar dat was de garage zelf ook niet, dat hadden we bij aankomst al ondervonden. Een labyrinth van smalle steile afdalingen, met niet al te duidelijke heen- dan wel terug-pijlen. Gelukkig hadden we een kleine auto, die alle bochtjes weer terug omhoog keurig wist te nemen. Eenmaal boven konden we bij de juffrouw aldaar betalen. Nou ja, je moest er wel voor uitstappen, en even naar het hok lopen, en aangezien de juf vervolgens meteen de slagboom opende, waren zoonlief en ik met de auto voor alle zekerheid al boven bij de uitgang voordat manlief – die de portemonnee had – kon instappen. Hij was daar iets minder over te spreken dan wij, maar uiteindelijk kwam het toch allemaal goed.

Op de terugweg hebben we nog een korte stop gemaakt bij de Media Markt, op zoek naar een Bluetooth-splitter om niet de geijkte één, maar twéé Bluetooth-koptelefoons aan te kunnen sluiten op de televisie. Het bestaat, zeker weten, alleen nog niet in die mate dat het volop in de winkels ligt. We zoeken verder, en tot die tijd ‘behelpen’ we ons gewoon met de analoge snoer-koptelefoons als we naar onze dagelijkse portie Midsomer Murders kijken. Daar zijn we namelijk een beetje aan verslaafd, de laatste tijd. Het kijkt niet al te moeilijk, en het verhaal slaat meestal nergens op, maar de heerlijke sfeerbeelden van het Engelse platteland maken dat allemaal ruimschoots goed. En er zijn héél veel afleveringen van gemaakt, wat ook wel fijn is als je op het Griekse platteland overwintert en ’s avonds weinig ander vermaak hebt dan de televisie.

Zoonlief is inmiddels weer in NL, en wij hebben ons saaie winterleven hervat. Met gelukkig nog steeds veel zonnige momenten, gezellige Griekse lessen en heel veel tv-plezier dankzij de super slimme Chief Inspector Barnaby 😉

♥♥♥♥♥

 

Klik op de foto’s voor een grotere afbeelding.

Op weg naar 2018

De laatste dagen van het oude jaar in het zonnetje doorbrengen – ik blijf het een cadeautje vinden. De gouden dagen van de nazomer zijn naadloos overgegaan in een zonnige winter, en al zullen we ongetwijfeld onze portie sneeuw nog krijgen in de komende maanden, deze heerlijke weken kunnen ze ons hier in Pilion niet meer afnemen. Voor het echte kerstgevoel is het wat minder, dat dan weer wel, maar daar kan ik absoluut niet mee zitten. We hebben in ons T-shirt gezellige glitterlampjes opgehangen aan de veranda, de slingers en prullaria uit de kerstkrat op hun vertrouwde plekjes gehangen of neergezet, de takken van de mini-kerstboom in vorm geduwd en dat was dat. Onze kerstdagen hebben we lekker rustig doorgebracht. Een wandelingetje met de hond, een simpel kerstmaal, wat toastjes met kaas bij de Sound of Music, mijn favoriete kerstfilm, en tweede kerstdag een etentje met een paar goede vrienden in de taverne op de berg. En dat alles dus overgoten door een heerlijk zonnetje, dat de temperatuur overdag toch al snel richting de twintig graden deed stijgen. Kortom, een prima aanloop naar het nieuwe jaar..

Echt missen doe ik niet veel uit mijn ‘oude’ leven, ook niet in deze nostalgische decembermaand. Maar, eerlijk is eerlijk, ik had toch wel even een piepklein beetje heimwee toen ik op Facebook mooie kerstfoto’s voorbij zag komen van de prachtig verlichte Vlaardingse haven, van de visbank (foto Cees Groen), de grote kerstboom op de markt. Ik had het Vlaardings kerstlied van Sandy Struijs best wel live willen horen, een glaasje glühwein willen drinken op de kerstmarkt, en me even willen warmen aan dat heerlijke Vlaaringse accent om me heen. Het was zo weer over, hoor, want ik zag ook de regendruppels vallen en voelde de koude windvlagen van de foto’s af waaien, wat in schril contrast stond met de twintig graden Celsius waarbij ik die foto’s bekeek. Dus heb ik het kerstlied gewoon meegebruld op mijn terrasje in het zonnetje, en in plaats van de glühwein een glaasje tsipouro genomen. Dat werkte ook uitstekend om in kerststemming te komen.

En nu is de kerst alweer voorbij. Vandaag is het oudejaarsdag. Wij bereiken het nieuwe jaar één uur eerder dan jullie vanwege het tijdsverschil, wat betekent dat we die magische grens van twaalf uur altijd twee keer vieren. Eerst op Griekse tijd, en dan op Nederlandse tijd. Het is een raar gevoel om al in 2018 te leven, terwijl onze zoon in Enschede zich nog in 2017 bevindt. Alsof je ineens in een tijdmachine bent gestapt en een uur later weer Back to the Future gaat. Maar waar we ons ook bevinden, het is en blijft overal een avond waarop we allemaal wel even terugkijken op de hoogte- en dieptepunten van het jaar dat achter ons ligt. Ikzelf ben altijd wel weer blij als dat nieuwe jaar is aangebroken en al die feestdagen voorbij zijn. Het gewone leven is vaak al ingewikkeld genoeg zonder al dat gegoochel met kerstlampjes en feestmaaltijden. Maar even stilstaan bij wat geweest is en wat zal komen… ach, het hoort erbij, en net als iedereen zal ik mij in die paar minuten voor middernacht even bezinnen op ‘mijn’ persoonlijke jaar. Om vervolgens met frisse moed aan dat onbeschreven blanco nieuwe jaar te beginnen.

Het jaar 2018… een jaar waarin we misschien eindelijk op weg kunnen gaan naar de wereldvrede waarnaar we al zoveel jaren verlangen – al denk ik niet dat wereldvrede hoge ogen gooit op het lijstje wensen van de grote mogendheden. Maar een mens mag dromen, toch? Van een wereld zonder wapens, zonder honger, zonder oorlogen, zonder geweld, zonder ellende. Wat zou dat heerlijk zijn. Een jaar ook waarin ik het persoonlijk heel fijn zou vinden als lange tenen weer een stukje korter zouden worden. Doe wat nuttigs of gezelligs in plaats van al dat oeverloze online beledigen van elkaar. We hebben toch wel iets beters te doen met onze tijd hier op aarde of ben ik de enige die het zo ziet? Een beetje vrede, een beetje liefde voor alle mensen. Zo’n grote wens is dat niet. Dat moeten we toch een keertje met zijn allen voor elkaar kunnen krijgen, en waarom niet in 2018? Verbeter de wereld, begin bij uzelf, dat heb ik altijd wel een mooie slogan gevonden. Weet u wat, ik doe mijn best hier in Griekenland, als u het nou daar in NL doet, dan hebben we samen toch al een mooi beginnetje gemaakt?

Oudejaarsavond… van oudsher een avond waarop je het gezellig maakt met elkaar. Een spelletje, een hapje, een drankje, oliebollen en de oudejaarsconference van Youp, ja, voor ons ook, dankzij het internet. Mocht die niet interessant zijn, dan schakelen wij gewoon over naar Stin Ygeia Mas, een veelzijdig Grieks muziekprogramma waarin bekende Griekse zangers en zangeressen in een informele sfeer live optreden voor hun collega’s. Er worden oude en nieuwe Griekse liederen gezongen waarvan iedereen de woorden meehumt of -zingt, afhankelijk van het lied met betraande ogen dan wel met een vertederde glimlach op het gezicht. Het hoeft ook niet per se zuiver te zijn, weten we inmiddels, als het maar gezongen wordt vanuit het hart met alle emotie die erbij hoort. Een heerlijk programma dat laat zien hoe je het met elkaar gezellig kunt hebben, zonder opsmuk, zonder dure rekwisieten, maar gewoon door samen muziek te maken en elkaars prestatie te respecteren.

Wij gaan het in ieder geval vanavond hier in ons Griekse huisje gezellig maken met elkaar en ik hoop dat oudejaarsavond voor u allen in het koude Nederland ook een leuke avond zal worden. Ik wens u vanuit het zonnige Pilion een heel mooi nieuw jaar toe, met een beetje vrede, een beetje liefde, als het even kan dat alles in goede gezondheid, en rijkelijk overgoten met een sausje van geluk. Geluk dat ieder mens hier op aarde verdient, want wie je ook bent, waar je ook woont, welke kleur huid je hebt of wat je gelooft: zonder een beetje geluk vaart niemand wel 😉


Gelukkig Nieuwjaar oftewel Kalí Xroniá vanuit Kato Gatzea!

♥♥♥

Let it be Christmas!

Nog twee dagen te gaan, dan is het Kerstmis. Het wordt mijn tweeënzestigste kerst, zat ik net te bedenken. En dat is best veel eigenlijk als je dat achter elkaar zet. Honderdvierentwintig dagen oftewel ruim vier maanden van mijn leven heb ik dit feest al mogen vieren en als het een beetje meezit, komt daar misschien nog wel een maandje bij voordat het engelenkoor me naar boven roept. Niet dat me dat nou zo leuk lijkt, de hele dag op een wolkje hemelse liederen zingen. De enige twee die ik hier in huis nog wel eens spontaan wil zingen, zijn ‘Er ruischt langs de wolken’ – ja, met es-cee-haa, zo schreven wij dat vroeger – en ‘Een lammetje ging dwalen’. Bij het eerste lied kom ik echter nooit verder dan de eerste regel, de rest hum ik er maar een beetje achteraan. Het hemels geruis verandert bij mij meestal heel snel in ‘Imagine all the people…’ en dan raak ik toch een beetje in de war, want een wereld zonder hemel en hel zoals John Lennon dat beschrijft lijkt mij heel wat vrediger dan al dat hemels geruis langs de wolken dat in de afgelopen eeuwen al voor zo heel veel strijd heeft gezorgd.

Met het tweede lied, over het lammetje dat aan het dwalen ging ‘heel ver en heel alleen’, heb ik wat meer feeling. Misschien wel omdat we allemaal in ons leven tijden meemaken waarin we ‘ver en heel alleen’ zijn. Dan is het heel fijn om te weten dat een echt goede herder, eentje die zijn vak verstaat, niet zal rusten voor hij zijn afgedwaalde lammetje gevonden heeft. Ik heb altijd zoveel medelijden met het arme, doodsbange lammetje uit het lied, dat ik liever geen lamsvlees eet tenzij ik het niet kan vermijden. Ik gun al die lammetjes namelijk zo heel graag ook een goede herder die hen supersnel terugbrengt naar de kudde. Maar geen lamsvlees eten is niet zo handig als je woont in een land als Griekenland. Vooral met de Pasen zijn lammetjes hier favoriet, en dat schijnt weer iets met offeren te maken te hebben. Wat mij dan meteen weer doet denken aan The Story of Isaac, een song van Leonard Cohen, waarin Abraham zijn zoontje Isaak naar de slachtbank leidt omdat hem dat in een goddelijk visioen werd opgedragen. Ook niet echt een lied om trek van te krijgen, zal ik maar zeggen. Ach ja, dat hoofd van mij zit altijd vol muziek en het ene lied leidt naar het ander.

Maar liedjes, hemels of ‘gewoon’, brengen je gelukkig ook terug in de tijd, herinneren je aan bijzondere momenten. En o, wat zitten er veel bijzondere momenten in mijn tweeënzestig kerstfeesten. Feestelijke dagen waarop ik goddank altijd een dak boven mijn hoofd had. Gezellige dagen met familie en vrienden om mij heen, dagen waarop ik genoten heb van vele overvloedige kerstdiners – geslaagde en minder geslaagde. En hoewel ook ik mijn portie Blue Christmasses heb gehad, speelden mijn kerstmissen zich alle tweeënzestig af in een warme, veilige omgeving, waar mooie herinneringen werden gemaakt. En hoe ouder ik word, hoe meer ik besef hoe bijzonder dat is. We zien dagelijks op het journaal hoe anders het voor het gros van de mensheid op deze aarde is. Tezamen met al dat leed dringen ook angst en haat steeds vaker ons leven binnen. Veel eraan doen kunnen we meestal niet, maar wat we wel kunnen is liefde en respect hebben, voor elkaar en voor alles wat leeft op deze aarde. In plaats van elkaar letterlijk of verbaal af te slachten kunnen we beter de handen ineen slaan om onze wereld een beetje gezelliger te maken, elkaar een beetje liefde te geven. En denk nu niet dat jouw druppel van liefde er ‘slechts’ eentje op een gloeiende plaat is. Zelfs de grootste oceaan bestaat uit druppels, dus laat die kraan der liefde maar mooi openstaan en doordruppelen.

Ik wil alle lieve mensen die mij ook dit jaar weer een of meer druppels van hun liefde hebben gegeven – en dat waren er velen! – een heel fijn kerstfeest toewensen, met mooie liedjes die hen doen terugdenken aan de bijzondere momenten in hun eigen unieke leven. Ik wens jullie warmte, gezondheid en geluk toe voor het nieuwe jaar, en hoop dat al je dromen mogen uitkomen. En zo niet, beleef dan in ieder geval plezier aan het dromen van die dromen. Lach en zing en dans, al is het soms met een traan op je wang. En blijf geloven in vrede op aarde, want die vrede… die begint nog altijd bij jezelf.

Kalá Xristouienna kai Kalí Xroniá uit Pilion!

♥♥♥♥♥

Lake Kerkini

Een decembercolumn schrijven als het zonnetje volop schijnt en de temperatuur oploopt naar twintig graden valt niet mee. Sint-perikelen en kerstmijmeringen zijn wel het laatste waar mijn gedachten zich mee bezighouden. Ik ben nog aan het na sudderen van mijn weekje vakantie in Lake Kerkini, aan het uitrusten van mijn boekavonturen en aan het genieten van de kleine geluksmomenten in ons dorpje dat zich in een winterslaap bevindt.

Het was goed om na het grove schrijfwerk even een pauze in te lassen door naar Lake Kerkini te gaan. Wat hebben we daar genoten van de ongelooflijk mooie natuur en de lieve mensen die we ontmoet hebben! Het dagelijks leven kwam abrupt tot stilstand in deze omgeving die zoveel rust en stilte uitstraalde dat we ons bijna op een andere planeet waanden. Het weer hadden we ook mee. De zon scheen volop toen we aankwamen bij het hotel en onze eerste verkenningswandeling naar de dam van Lithotopos maakten. Daar raakten we in gesprek met kapitein Kostas, die ons de volgende dag meenam in zijn boot voor een tocht over het meer. Van heel dichtbij zagen we de vele aalscholvers en pelikanen, prachtige vogels die zich helemaal thuis voelen op deze plek. Niet zo verwonderlijk, want er zitten wel tweeëndertig soorten vis in het meer, vertelde kapitein Kostas.

Hij vertelde nog veel meer, niet alleen tijdens de boottocht, maar ook tijdens de autotour die we twee dagen later met hem maakten. Normaal gesproken ben ik er niet zo happig op om in een auto te stappen bij een man die me op zijn boot al begroette met: `Wat heb jij mooie ogen! Die kleur… prachtig!’ Nou ja, in het Grieks dan, hè? En dat versta ik tegenwoordig aardig, dus ik weet heel zeker dat hij dat zei. Maar in dit geval had ik er geen enkele moeite mee. Integendeel, ik sloot de man meteen in mijn hart. Kapitein Kostas deed me namelijk onmiddellijk denken aan een charmante kerstman, weliswaar met ondeugende pretlichtjes in zijn ogen, maar met een hart van goud, dat wist ik gewoon heel zeker. Hij vond het leuk dat ik Grieks sprak, en trakteerde ons op heel veel verhalen en anekdotes. Zo vertelde hij trots dat hij een paar jaar eerder Wesley Sneijder in zijn boot had gehad voor een rondvaart over het meer. Ik vermoed dat Wes destijds vanuit zijn woonplaats Istanbul een trip naar Lake Kerkini heeft gemaakt, want zo heel erg ver ligt dat niet uit elkaar. En als je als beroemdheid even niet herkend wilt worden, is Lithotopos en omgeving een uitstekende bestemming. Die pelikanen zal het worst zijn wie je bent…

Kortom, toen kapitein Kostas zich spontaan aanbood als onze chauffeur ben ik gewoon afgegaan op mijn intuïtie en hebben we zijn aanbod aangenomen. Daar hebben we geen spijt van gekregen. Het werd een vijf uur durende avontuurlijke ‘safari-tour’ rond het meer. We zagen o.a. flamingo’s, waterbuffels, jonge aalscholvers, witte zwanen en eenden (niet zo bijzonder voor ons, maar wel bijzonder in Greece!), we bezochten in the middle of nowhere een klein reptielenmuseum met een krokodil, slangen en een leguaan, en zagen de restanten van het verdronken dorp uit de Griekse film The Weeping Meadow. We dronken tsipouro-met-hapjes in een klein bergdorp, bewonderden een nabijgelegen klooster, stonden oog in oog met een kudde herten – in een onverwacht hertenkamp op de berg – en sloten de Safari Greek Style af met een blik op de vredig grazende schapen die samen met hun herder langs de oevers van het meer dwaalden.

Ja, Lake Kerkini is zeker een bijzondere bestemming. De grens met Bulgarije is heel dichtbij en wordt bepaald door de hoge bergkam die aan de noordkant van het meer indrukwekkend aanwezig is. Je hoeft de geschiedenisboeken niet gelezen te hebben om aan te voelen dat het in het verleden niet altijd zo vredig is geweest als nu. Iemand met een beetje fantasie – zoals ik – ziet de partizanen over die berg sluipen, hoort het geknetter van geweervuur, ziet de rook als er weer een dorp in vlammen opging… Het is een gebied waar mensen wonen die gewend zijn aan de harde strijd om het bestaan. Een gebied waar de katoenindustrie en de rijstvelden de voornaamste inkomstenbronnen zijn, en de natuur het ritme van het leven bepaalt. Het is echter geen bestemming voor iedereen, want behalve het indrukwekkende natuurschoon vind je er weinig ander vertier, zeker niet in november en al helemaal niet in de kleinere dorpjes. Zo zagen we op onze wandeling door Lithotopos geen enkele winkel en kwamen we – op één mevrouw en vijf zwerfhonden na – niemand tegen. Beschik je niet over een auto, zoals wij, dan ben je erg afhankelijk van de faciliteiten van het hotel waar je logeert. In dat opzicht waren wij helemaal gelukkig met ons verblijf in Hotel Erodios, iets buiten Lithotopos. De ligging is fantastisch, halverwege een heuvel, op loopafstand van het meer. De ruime kamers met groot balkon waren eenvoudig maar comfortabel, het restaurant dat de hele dag open was serveerde niet alleen een fantastisch ontbijt, maar had ook een uitgebreide menukaart voor ‘s avonds, en het hotelpersoneel was betrokken, lief en zo behulpzaam als ik zelden heb meegemaakt. En dat wil wat zeggen, want ik heb in mijn leven toch al heel wat hotels bezocht!

In schril contrast daarmee stond het City Living Hotel in Drama, waar we daarna twee nachten verbleven omdat we de druipsteengrot van Alistrata wilden bezichtigen. Oké, misschien speelde het mee dat ik me niet honderd procent fit voelde vanwege een gemeen Norovirus, maar aangezien dat virus me ook al parten speelde in Lithotopos, geloof ik dat niet echt. Ons verblijf in Drama was met recht een drama, waar ik het verder niet over zal hebben, maar het bezoek aan de Alistrata-grot en de spectaculaire treinreis die ons vanuit Drama weer naar Thessaloniki terugbracht maakten het gelukkig allemaal weer goed. En hoe aardig de mensen in Lithotopos zijn, bleek wel uit het feit dat ‘onze’ lokale taxichauffeur Tassos – die ons vergezelde tijdens een onverwachts doktersbezoek in Irakleia en ons later naar Serres reed voor de busrit naar Drama – aan het eind van onze vakantie nog even op koffiebezoek kwam in ons hotel in Thessaloniki. Hij had iemand uit het dorp weggebracht naar de luchthaven, en vroeg zich af hoe het ons was vergaan in Drama. Is dat lief of niet?

En nu ben ik dus alweer bijna een kleine drie weken thuis. Weken waarin ik niet al te veel heb gedaan, want hoewel ik een heerlijke vakantie heb gehad, voelde ik wel dat ik nog lang niet uitgerust was. Ik heb dus een beetje rondgelummeld en lekker gekeuteld, zoals ik dat noem. Ik ben van lapjes vilt een winterkrans aan het maken, een totaal onnuttig en overbodig iets, maar wel heel leuk om mee bezig te zijn. En heel voorzichtig ben ik deze week ook weer begonnen met de laatste puntjes op de i van mijn manuscript te zetten. De feedback van de redactie is terug, er moeten nog wat scènes herschreven worden, maar het definitieve einde is nu echt in zicht. Ik mag er tot aan de kerstvakantie over doen, dat is een fijn idee. Kerst vieren we lekker thuis, in Kato Gatzea, en stiekem hoop ik op een paar zonnige dagen. Zo’n wit laagje over het land hoeft voor mij niet, geef mij maar een zonnige kerstbarbecue in de tuin. Maar eerst gaan we nog een beetje Sinterklaas vieren, met alle lekkernijen die gisteren bij ons arriveerden in de grote doos die vriendin Petra na haar terugkeer in NL voor ons vulde en opstuurde. Gevulde speculaas, marsepein, een banketletter en nog veel meer lekkers kwam er uit die doos tevoorschijn, dus dat gezellige avondje hier in het Griekse zit wel goed. Wij gaan er in ieder geval lekker van genieten, en ik wens u daar in het koude Nederland alvast een gezellig Sinterklaasfeest toe – met een lieve Sint en Pieten in welke kleur u ook maar bevalt 😉

♥♥♥♥♥

Klik op de foto voor een grotere afbeelding!