Werk in uitvoering

De herfst is deze week ook in Pilion aangekomen. Regen, wind, en een temperatuurdaling van dertig-plus naar zeventien graden! Dat is behoorlijk wennen, na al die hete maanden. Mijn kledingkast is er nog niet op ingesteld, dus het is even zoeken naar iets warmere kleren om het bibberen te stoppen. Het levert behoorlijk vreemde combinaties op, waar ik in Nederland waarschijnlijk niet zo frank en vrij in zou rondlopen. Gelukkig veroorzaakt het in ons kleine dorpje dankzij het Griekse leven-en-laten-leven-principe geen enkele opgetrokken wenkbrauw. Nou ja, alleen van manlief, maar aangezien die er ook niet altijd bij loopt als een George Clooney heb ik daar mooi lak aan.

Nu kom ik ook niet zo vaak buiten momenteel, dat scheelt natuurlijk. Het schrijven neemt al mijn tijd en gedachten in beslag. En het was best een spannende tijd voor me, want twee weken geleden had ik het voor driekwart voltooide manuscript opgestuurd naar de uitgeverij om ‘mee te lezen’. Dat houdt in dit geval in dat maar liefst twee zeer ervaren hoofdredacteuren van HarperCollins Holland hun kritisch oog laten gaan over wat ik tot nu toe geschreven heb om vervolgens aan te geven waar het al dan niet goed gaat en wat er nog aan verbeterd moet worden. Dat meelezen tijdens de schrijffase vind ik doodeng, want ik ben geen schrijver die van tevoren een kant en klare plot uitdenkt. De kans is groot dat ik halverwege het boek paadjes ben ingeslagen die niets te maken hebben met wat er verderop in het verhaal gebeurt. Die kronkels poets ik er altijd pas  aan het eind van het schrijftraject uit. Op driekwart van het verhaal zitten die kronkels er echter nog gewoon in. Gelukkig snappen mijn redacteuren precies hoe ze met mijn warrige manier van schrijven  om moeten gaan. Of misschien schrijf ik wel minder warrig dan ik zelf denk, dat kan natuurlijk ook. Hoe het ook zij, ik kan opgelucht ademhalen. De reactie die afgelopen vrijdag in mijn mailbox viel bezorgde me op voorhand al een fijn weekend:

Hai Wilma, we hebben het manuscript tot dusver zorgvuldig doorgelezen, en we zijn heel erg enthousiast! Het verhaal is romantisch, spannend, goed opgebouwd, met fijne personages, mooie sfeerbeschrijvingen… Kortom, het leest als een trein!

Pff, een pak van mijn hart, dat begrijpen jullie wel. Deze mooie reactie betekent natuurlijk niet dat er verder geen op- en aanmerkingen waren, want er moet echt nog wel het een en ander aangepast worden voor het manuscript zijn definitieve versie heeft bereikt en ik er tevreden mee ben. Hard werken dus de komende vier weken, en weinig tijd voor andere dingen, want de deadline staat op eind van de maand. Heb ik dan daarna weer eindelijk tijd voor mezelf en mijn leven in Pilion? Nou, eigenlijk niet, want boek nummer twee staat al te dringen. Als ik het goed onthouden heb, moet die eind maart alweer ingeleverd worden. Ook de winter zal dus in het teken staan van veel en heel gedisciplineerd schrijven.

De boog kan echter niet altijd gespannen zijn, dus als ik over vier weken mijn deadline heb bereikt, trakteer ik mezelf eerst op een heerlijk weekje weg in eigen land. Het gaat een avontuurlijke vriendinnentrip worden naar Lake Kerkini, een groot natuurreservaat zo’n honderd kilometer boven Thessaloniki, waar waterbuffels, pelikanen, flamingo’s, en nog heel veel andere vogels en diersoorten voorkomen. Na een paar dagen puur natuur trekken we verder naar Drama, om van daaruit een bezoek te brengen aan de beroemde Alistrati-grot. Vanuit Drama zullen we dan per trein terugkeren naar Thessaloniki, waarna vriendin terugreist naar Nederland en ik naar Kato Gatzea.

Kortom, echt iets om naar uit te kijken, en ja, ook wel verdiend na al het harde werken van de afgelopen maanden, toch? Maar voorlopig moet het nog even bij de voorpret blijven, want morgenochtend schuif ik weer netjes achter mijn bureau. Om die laatste lastige hoofdstukken af te schrijven en daarna alle onlogische gedachtekronkels keurig weg te poetsen. Die leestrein van jullie moet natuurlijk wel tot op de laatste bladzijde gewoon lekker voortdenderen… 😉

♥♥♥♥♥

Bieb-tafel in Bladel

Goed voor een hele grote glimlach! Mijn eigen tafel in de bieb van Bladel… ha, ik wist niet eens dat ik uit zoveel boeken besta . En dat niet alleen. De plaatselijke krant wijdde spontaan een heel artikel aan de bijzondere vakantieontmoeting van lezeres Marian met een Nederlandse schrijfster. Hoe leuk is dit? Nou, heel leuk dus! Dank, Betsy van bieb Bladel, en natuurlijk Marian, voor deze lieve actie! En ja, als ik in NL ben, kom ik zeker langs voor een gezellige Brabantse meet&greet

Hoera, weer thuis!

Van de mooie Keukenhof-blommen naar de bloemenpracht op Pilion… een mens kan het slechter treffen! Ja, ik ben weer terug op mijn kleurrijke schiereiland, na een lange en vermoeiende reis. De koffer is uitgepakt – een nieuwe, want van de oude braken de wieltjes onderweg af, net op de dag dat ik vijf keer moest overstappen en vele stationstrappen op en af moest. Dat zul je altijd zien, maar gelukkig werd ik gered door mijn uitgever Cupido, oftewel Anita en Pierre Verkerk, die me na een heerlijke lunch in Baarn meenamen in de auto en een nieuwe koffer lieten uitzoeken, zodat ik de verdere reis naar H.I. Ambacht iets comfortabeler kon voortzetten. Gelukkig maar, want ik denk dat ik anders ergens onderweg de voor mijn verjaardag gekregen droge Twentse worsten, het Kuijernat en de Hellendoornse Babbelaar gedumpt had vanwege het gewicht. Dankzij Anita en Pierre hebben ook die het gered tot in Kato Gatzea, en manlief en ik hebben er al heerlijk van gegeten en gedronken.

Moe ben ik nog wel, en daarom krijgen jullie deze maand geen lange verhalen van me, maar moeten jullie het doen met de foto/video-impressie die ik dit weekend heb gemaakt om de herinneringen aan een koude, maar mooie reis te delen met mijn familie en vrienden. En dus ook met jullie 😉

Veel kijkplezier!

♥♥♥♥♥

 

Druk? Welnee!

Er zijn zo van die weken dat mijn bezigheden in het teken van mijn privéleven staan. Nu ligt mijn hart over het algemeen redelijk op mijn tong, dus zo heel privé zijn die bezigheden ook niet, maar ik bedoel ermee dat ik de laatste tijd de focus even niet gericht had op mijn openbare Griekse schrijversleven, waardoor de column van 1 april – nee, geen grap – mij even ontschoten was.

De reden was heel simpel: manlief was een aantal dagen naar Athene, wat betekende dat ik er hier thuis alleen voor stond. Ook niet zo erg, maar over tien dagen vertrek ik naar NL, wat achter de schermen altijd een hoop geregel geeft, omdat ik in twee weken tijd met het openbaar vervoer van west via noord naar oost ga reizen – en daarna weer terug naar het westen. Als het dan ook nog eens paasvakantie in NL is, dan levert het organiseren van zo’n reis toch wat extra problemen op. Tickets zijn ineens twee keer zo duur, B&B’s – voor een gezellig weekendje met zoonlief – hanteren prijzen die in andere periodes voor viersterrenhotels gelden, en vrienden waar ik altijd terechtkan voor een slaapplaats zijn toevallig net zelf op vakantie. Kortom, het vergde iets meer geregel dan anders om efficiënt en betaalbaar gebruik te maken van de tijd die ik heb en ook nog een beetje te genieten. Maar ik geloof dat ik dat nu allemaal redelijk rond heb!

Die vier dagen alleen thuis werden veroorzaakt door een bijna verlopen paspoort van manlief, dat hij als Nederlander-in-Griekenland persoonlijk in Athene moest laten verlengen. Nu is dat een treinreis van ruim vijf uur, en zijn, zoals ik eerder al in mijn Vlaardingse column schreef, de openingstijden van de ambassade dusdanig dat je dat niet op één dag kunt doen. Geen probleem, een citytripje op zijn tijd is ook heel leuk. Niet samen helaas, dat is wat lastig vanwege de diertjes, maar ach, manlief vermaakt zich ook goed in zijn uppie. Alleen hebben wij niet voor niets de werkverdeling zoals we die hebben: ik ben de expert in dingen uitzoeken, manlief is de beste in het draaiend houden van ons huishouden en alles wat daarbij komt. Zijn citytripje uitzoeken, boeken en afspraken regelen deed ik dus en passant even tussen mijn eigen trip-geregel, redigeer- en schrijfwerk door. Om vervolgens tijdens zijn afwezigheid de verzorging van ons huishouden, tuin en dieren over te nemen en ondertussen te proberen mijn werkopdrachten af te krijgen vóór ik vertrek.

En toen viel een paar dagen voor manliefs vertrek mijn vulling eruit…

Tandartsbezoek was nodig, maar zoals jullie onderhand wel weten is ‘even’ naar Volos met het openbaar vervoer er hier niet bij. Ook nu niet, want op de terugweg kreeg de bus panne, en stonden we drie kwartier gelaten te wachten op redding. Maar… de tandarts was een gezellige vent, en het vullen verliep pijnloos, dat maakte veel goed. Voor de eveneens nodige grote schoonmaakbeurt moest ik echter eind van de week – tijdens manliefs afwezigheid dus – nog een keer terugkomen, aansluitend op een bezoek aan een collega-tandarts die meer kennis had van wat ik maar aan zal duiden als ‘wat specifieke tandproblemen’, overgebleven uit mijn NL-tijd. Uit het consult bleek dat een en ander wel opgelost kan worden, maar omdat de ingrepen van destijds al behoorlijk verouderd waren, moet de tandarts er behalve een bestelling voor doen – die hier in Greece weken kan duren – ook nog eens een nieuw stuk gereedschap voor aanschaffen… hetgeen uiteraard op de een of andere manier in de toekomstige rekening verwerkt zou moeten worden. Kortom, als ik nu toch naar NL ging, was het misschien voor alle partijen makkelijker om bij mijn voormalige NL-tandarts langs te gaan.

Afijn, daar had ik in mijn toch al strakke reisschema natuurlijk geen rekening mee gehouden. Maar met een beetje schuiven kon het net. En gelukkig, de tandarts in NL reageerde meteen op mijn noodkreetmailtje: helaas is de praktijk net die week gesloten, maar… we kunnen wel een afspraak voor je maken bij ons laboratorium om het probleem te verhelpen. Hoera!!! Dat zijn toch de ‘fijne’ dingen van NL, die ik hier wel eens mis. Alles loopt in NL net even iets makkelijker dan hier! Dus met een beetje geluk gaat dat nu allemaal goedkomen.

Dit speelde allemaal afgelopen vrijdag, en de zaterdag erna stond uiteraard in het teken van manliefs thuiskomst. Want na vier dagen was een stofzuiger door het huis natuurlijk wel nodig, en die viooltjes die hij voor vertrek voor me had meegebracht moesten ook nog even geplant, er moest nog een wasje gedraaid, houtjes voor de kachel gehakt, afgewassen, de hond uitgelaten… en ik moest rond elf uur naar de kerk vanwege een 40-dagen herdenkingsdienst voor de buurvrouw die vorige maand overleden is. Dus wekker gezet om negen uur, kon ik lekker op mijn gemak even wakker worden voor ik aan de slag moest. Ja, echt niet! Vijf voor elf werd ik wakker! Grote schrik, want ik kon het niet maken om níét even mijn gezicht te laten zien in de kerk. We hadden de begrafenis namelijk ook al gemist! Dus snel kattenwasje, in de kleren geschoten en zonder koffie gauw richting kerk. Zie ik gelukkig een andere buurvrouw, maar… niet in de buurt van de kerk, wat raar was. Verwarring bij mij dus. Had ik het verkeerd gelezen op het pamflet aan de paal? Er had geen tijd op de aankondiging gestaan, maar een herdenkingsdienst is altijd pas rond kwart over elf, halftwaalf  afgelopen, dus hoewel aan de late kant, was ik nog wel op tijd. Buurvrouw keek me ietwat meewarig aan: ‘Op zaterdag begint de dienst altijd een uur vroeger, om halftien in plaats van om halfelf,’ vertelde ze me een beetje pinnig. Ik kromp inwendig in elkaar, want ook als ‘niet-orthodoxe’ had ik dat blijkbaar moeten weten. ‘Maar,’ ging ze iets vriendelijker verder, ‘ze drinken koffie bij De Lachende Papegaai’ (het heet anders, maar ik kan die naam nooit onthouden) ‘dus als je daarheen loopt, kun je de familie nog condoleren.’

En zo zat ik zaterdagochtend om kwart over elf net uit bed bij de Papegaai met de rouwende dochter van de buurvrouw aan de koffie met Metaxa, want als gast wordt je geacht dat te drinken om de ziel van de overledene naar het Paradijs te helpen. Dat ik zo laat was – de meeste andere koffiedrinkers na de dienst waren al weg – werd me gelukkig niet kwalijk genomen. Integendeel, ik werd zelfs uitgenodigd voor de lunch in de taverne ernaast, maar dat heb ik toch maar afgeslagen. Zo goed kende ik de buurvrouw nou ook weer niet. Bovendien moest ik nog een heleboel doen voor manlief thuiskwam.

Al met al begrijpt u nu hopelijk waardoor ik enigszins van slag was door alles en die hele maandcolumn totaal vergeten ben. Ik was heilig van plan om vanmorgen als eerste daarmee te beginnen, maar helaas is vandaag ook niet mijn beste dag. De vriend die onze tuin kwam omspitten stond al om acht uur op de stoep, er kwamen allerlei dringende mailtjes tussendoor, manlief moest om halfelf naar Volos, zodat ik af en toe een hapje en drankje moest verzorgen voor onze noeste werker, tot overmaat van ramp bleek mijn bestaande redigeerbestand beschadigd en niet te openen, zodat ik afgelopen donderdag 6 uur voor niets heb zitten werken en overnieuw moest beginnen, en ik ben door dat alles vanmorgen vergeten mijn B12-injectie te halen. Wat waarschijnlijk de reden is dat ik nu een kort lontje heb…

Pfff, wat een gedoe allemaal, hè? Je zou toch van minder moe worden!

Maar dan… is er nog altijd de tsipouro! Dus toen ik een paar keer diep adem had gehaald en met het tsipourootje naast mijn computer weer bijna op het punt was waar ik afgelopen donderdag was gebleven met corrigeren… herinnerde ik me opeens dat ik nog een column moest schrijven!

Nou ja, gelukkig had ik meer dan genoeg te vertellen 😉

♥♥♥♥♥

 

Losse eindjes

Het wordt een latertje vandaag ben ik bang. Het was er door van alles en nog wat nog niet van gekomen om de maandcolumn te schrijven, maar géén column schrijven op de eerste van de nieuwe maand… nee, ik kan het niet over mijn hart verkrijgen. Tenzij er geen internet is of zo, maar dat zijn omstandigheden die ik niet in de hand heb. Op tijd een column schrijven wel. Nou ja, ook niet altijd, want er gebeuren hier altijd zoveel onverwachte dingen dat mijn planning regelmatig in de war wordt geschopt.

‘Je doet het jezelf aan,’ roept manlief vanuit de keuken en hij heeft helemaal gelijk. Die hondenhokken van de laatste weken waar ik tussendoor zo mee bezig ben, heb ik me vrijwillig op de hals gehaald. Dus als ik vandaag van de timmerman te horen krijg dat ‘het eerste prototype zo goed als klaar is en wanneer kunnen we naar de shelter om hem af te leveren?’ dan moet ik mijn geplande bezigheden maar even aan de kant schuiven om daarvoor ruimte te maken – ook al heb ik die ruimte eigenlijk niet. Dat hoort erbij als je zo’n project opstart. Eigen schuld!

Dat ik die nieuwe uitvoering van mijn reisgids tot het allerlaatst voor me uit heb geschoven, is ook mijn eigen schuld. Ik wist in december al dat ik een andere versie wilde maken, maar op de een of andere manier kwam het er niet van. Tot deze week. En trots dat ik ermee ben! Tenminste… ik hoop dat ik trots mag zijn, want de bestanden die ik zojuist bij de drukker heb ingeleverd zijn nog niet goedgekeurd. Maar ik heb er wel alles aan gedaan om het zo perfect mogelijk weg te sturen. En dat viel niet mee, want na tien jaar ‘een eenvoudig geel gidsje’ geproduceerd te hebben, vond ik het hoog tijd worden om er nu een echt boekwerkje van te maken. De online mogelijkheden zijn zo verbeterd, dat het geen enkel punt is om er een softcover boek van te laten maken zonder dat ik ervoor uit mijn stoel moet komen.

Maar ook al ben ik na alle schrijversactiviteiten aardig ingeburgerd in het aanleveren van boekjes-kopij in pdf-formaat, en heb ik ook al een paar keer eigenhandig een omslag ontworpen voor e-books, ik ben natuurlijk geen echte vormgever die dat allemaal even uit zijn mouw schudt. Dus als de drukker dan voorschrijft dat alle foto’s aangeleverd moeten worden in CMYK-kleuren, wat uieraard weer afwijkt van de kleuren die ‘normale’ foto’s hebben, zodat al die foto’s in het boekje op de een of andere manier naar die CMYK-kleuren moeten worden geconverteerd… precies! Dan krijg ik het toch lichtelijk benauwd. Maar… het is me wel gelukt!

‘Je haalt het jezelf op de hals,’ roept manlief uit de keuken, om eraan toe te voegen: `We eten over twintig minuten.’ Heerlijk toch, zo’n man die kookt. Stel je voor dat ik dat er ook nog bij zou hebben! Nee, wat dat aangaat, hebben wij het prima geregeld. Ik ga ’s ochtend naar mijn kantoor – ‘naar mijn hok’ roep ik altijd, maar dat mag ik niet meer zeggen – en manlief zorgt voor de rest. Nou ja, ook niet altijd, want als hij naar Volos of zo is, en niet om halfdrie thuis is, dan word ik geacht hond Ira eten te geven. En natuurlijk was vandaag, net toen ik het niet kon gebruiken, de rijst die we haar geven op, en moest ik eerst rijst koken, die ook nog moest afkoelen en… Afijn, zo’n dag is het dus vandaag.

Had ik trouwens al verteld dat we hier ook carnaval hebben gehad dit weekend? Niet dat wij persoonlijk carnaval vieren, ik zie daar nog steeds de lol niet van in, maar afgelopen zondag waren er in ons dorp en de wijde omgeving veel vreemd uitgedoste mensen te zien. Op maandag was het Kathera Deftera – Schone Maandag – het begin van de vastenperiode, en ook dat wordt hier door velen heel serieus genomen. Een echte Griekse traditie op Kathera Deftera is het vliegeren, en het is super leuk om al die vliegers in de lucht te zien. Niet dat ik er veel heb gezien, want ik zat achter mijn computer te zwoegen op die CMYK-kleuren. Maar de hond van de buren ging behoorlijk uit zijn dak, dus toen ik enigszins verwilderd mijn kantoor uitstoof om hem tot de orde te roepen, werd ik hartelijk begroet door de buurjongen, die gezellig met zijn vrienden aan het vliegeren was. Wat de reden was dat de hond zo tekeer ging.

Tussen alle bedrijven door kwam de buurvrouw iets vragen over mijn gordijntjes, bracht een vriend iets terug wat hij geleend had en kreeg ik vandaag een telefoontje dat morgen het nieuwe dekbed wordt bezorgd. Gewoon via internet besteld bij IKEA, want sinds ik heb ontdekt dat ze het voor € 5,00 bij ons thuis afleveren, ben ik niet meer te houden. En dit keer hoefde ik die vrachtkosten niet eens te betalen, want ik heb inmiddels al zoveel punten op mijn IKEA-Family-kaart staan, dat ik daarmee de leveringskosten kon afrekenen.

Ik neem tenminste aan dat het de bezorgmevrouw van Ikea was die me belde, want ze sprak uiteraard Grieks en ik zat nog met mijn hoofd in die CMYK-kleuren, dus ik ving iets op over ‘bestelling uit Athene’ en ‘morgen thuis’ en ‘bezorgen vanuit Volos…’ Van wat ze ertussen zei, kreeg ik niet alles mee, maar is niet erg. Ik verbind de punten die ik wel begrijp in mijn hoofd met een lijntje aan elkaar, en dan snap ik wel zo ongeveer waar het omgaat. Hoewel je daar wel mee moet oppassen, hoor, want ik vul die lijntjes natuurlijk regelmatig verkeerd in. De ‘getuige’ waarvan ik destijds dacht dat ze telefonisch een afspraak met me wilde maken om over hondenmishandeling te praten, bleek achteraf een Jehova-getuige te zijn. Een hele lieve, dat wel, dus zo erg was het niet. Maar ik bedoel maar, je kunt toch aardig miskleunen met zomaar losse puntjes naar eigen opvatting met elkaar verbinden.

En zo zal deze column gewoon netjes op de eerste van de maand verschijnen. Tot mijn eigen verbazing is het me ondanks alles dus toch gelukt om vandaag opnieuw een aantal ‘losse eindjes’ aan elkaar te knopen. Precies zoals ik in mijn hoofd had. Het is inderdaad een latertje geworden, zie ik. Maakt niet uit, er is gelukkig nog voldoende van de avond over om straks nog even lekker onderuit te gaan voor de buis. En morgen – ach, morgen is er gewoon weer een nieuwe dag. Om die allerlaatste overgebleven losse eindjes aan elkaar te knopen.

En het dekbed in ontvangst te nemen… 😉

♥♥♥♥♥