Column jubileum!

Vandaag precies tien jaar geleden plaatste ik mijn eerste Leven in Pilion-column. ‘Huisdieren’ was de titel daarvan, en u kunt hem onder aan dit verhaal nog een keer lezen. Het was een noodgedwongen korte column, want het uploaden naar de website duurde in die tijd letterlijk uren. Ik herinner me dat de gemiddelde snelheid nog geen 56 kBs was, en aangezien we een inbelverbinding hadden, betaalden we per telefoontik. Hoge telefoonrekeningen konden we ons niet veroorloven, dus een strikt internetbeleid was pure noodzaak.

Sindsdien is er veel veranderd. Tegenwoordig hebben we snel en goedkoop internet, zodat ik u iedere maand zeer uitgebreid kan vertellen wat er bij ons allemaal gebeurt. Foto’s erbij plaatsen is geen enkel probleem, in een handomdraai staan ze erop. Het dagelijks contact met Nederland is zo vanzelfsprekend geworden, dat ik me niet eens meer kan voorstellen hoe anders het was in die begintijd. Hoe ik voor een simpel ‘bijpraat-telefoontje’ met de familie naar de telefooncel in het dorp moest, gewapend met een telefoonkaart die zorgvuldig uitgezocht was op ‘bellen met het buitenland’. En als de dorpstelefoon het dan deed – want dat was ook altijd afwachten – dan moest je maar hopen dat de verbinding niet al te veel kraakte of dat er geen zware vrachtauto’s langs denderden. Het nodigde allemaal niet uit om ontspannen bij te kletsen, laten we het daar maar op houden.

Bij gebrek aan goede communicatiemiddelen waren de columns in die begintijd dan ook vooral bedoeld om onze familie en vrienden op de hoogte te houden van onze avonturen. In de loop der jaren wisten echter steeds meer ‘vreemde’ mensen de weg naar mijn website te vinden, en toen ik wat meer bekendheid kreeg als schrijfster, kwamen er nog meer trouwe lezers bij. En dan was er ook nog de categorie ‘vakantiegangers’, op zoek naar informatie over Pilion. Veel was er destijds niet te vinden op het net, en zo kwamen ze dan al snel bij mijn website uit. Ik kreeg zo vaak een mailtje met toeristische vragen, dat ik het ‘gidsje voor bezoekende vrienden’ oppimpte, en er een heuse reisgids van maakte, die via een mailberichtje aan mij besteld kon worden.

Het uiterlijk van de website veranderde drastisch toen ook wij snel internet kregen. Het archief moest opgeschoond, waarna de ‘oude’ columns werden gebundeld in het boekje ‘Leven in Pilion’. Er kwamen aparte pagina’s over mijn romans en de reisgids, en overal kon ik foto’s plaatsen, zonder me af te vragen hoelang het uploaden zou duren en wat dat zou gaan kosten. Maar door al die jaren en alle veranderingen heen, bleef één ding altijd bestaan: de maandelijkse column. Ik vind het ongelooflijk dat ik u al zoveel jaren lang mag vertellen over onze avonturen. Ik vraag me echt serieus af of u het niet vreselijk zat wordt, altijd dat geneuzel van mij over onze te warme zomers en te koude winters, over mijn gekissebis met manlief, mijn gejammer over pijntjes en kwaaltjes. En dan heb ik het maar niet over al dat huisdier-gemekker. Ik kan me heel goed voorstellen dat u er af en toe schoon genoeg van hebt. Dat mag, hoor. Een maandje overslaan is helemaal niet erg!

Tien jaar is niet niks. Om dat een klein beetje te vieren heb ik onlangs een aantal van de nieuwere columns, met name die over toeristisch Pilion gaan, gebundeld in een e-book: De smaak van water. U kunt het e-book gratis downloaden als u zich aanmeldt via de link Aanmelden rechtsboven op de website. Op de een na laatste pagina vindt u bovendien een kortingscode, waarmee u tot 30 april 2018 € 2,50 korting krijgt op de reisgids Een Hollandse Kijk op Pilion. Als u die code doorgeeft bij uw reisgidsbestelling, dan verreken ik dat meteen bij het doorgeven van de betalingsdetails. Heeft u het e-book al, omdat u reeds geabonneerd bent op mijn site, en wilt u graag gebruik maken van de reisgidsaanbieding, laat me dat dan even weten via een berichtje op het contactformulier, dan komen we daar samen wel uit.

Rest mij nog u allen heel hartelijk te bedanken voor het lezen van mijn columns. Dat ik mij al tien jaar lang columniste mag noemen komt geheel en al door uw trouwe bezoekjes. Ik hoop dat u mijn columns blijft lezen, dan blijf ik ze schrijven. En wie weet, misschien ontmoeten we elkaar ooit in het echt op ‘ons’ prachtig groene, mooie schiereiland… 😉

♥♥♥♥♥

De allereerste websitecolumn: Maart 2008 – HUISDIEREN

Vandaag ben ik al om acht uur opgestaan. Vroeg voor mijn doen, want normaal gesproken begint mijn werkdag pas rond negen uur. Zorro, de zwerfkat die zich af en toe verwaardigt om te blijven slapen, had het wel gezien bij ons en vond dat er maar eens wat leven in de brouwerij moest komen. Meneer wilde zijn ontbijt, iets wat hij zeer duidelijk kenbaar maakte door luid miauwend door de gang heen en weer te drentelen. Uiteraard werd hij door mij, nog een beetje slaperig, onmiddellijk op zijn wenken bediend. Zorro is nu eenmaal geen kat die zich lang laat negeren. Tevreden likkebaardend verdween hij na het eten meteen naar buiten, ongetwijfeld op zoek naar het vrouwvolk, dat regelmatig op en rond ons balkon huist.

Voor de goede orde: wij hebben géén huisdieren. Toen wij hier kwamen wonen, hebben we dat heel duidelijk met elkaar afgesproken. Kijk, dat de overgebleven etensresten naar de zwerfkatten gaan, vinden we eigenlijk wel normaal. Voor het geval er niets overblijft, hebben we altijd wel een zak kattenbrokken in huis. Die beesten hebben het in de winter immers al zwaar genoeg. En Zorro, ach, die mag best een paar uurtjes op de stapel hout naast de kachel liggen. Het arme dier is per slot van rekening ook niet meer een van de jongsten. Dan hebben we Pluto, de halfblinde hond van de taverne. Als die bibberend in de regen op onze deurmat zit, nou ja, dan mag hij best een nachtje komen logeren, toch? En zeg nou zelf, wat kun je doen als poes Punkie, ook een van de zwerfkatten,  zich midden in de nacht via de openstaande balkondeur met haar vier pasgeboren kittens op het logeerbed installeert? Dan maak je toch een kraambed van de wasteil op het balkon? Oké, dat ze dan een paar weken later met zijn vieren tegelijk op je schoot springen wanneer je rustig je ontbijtkoffie op het balkon wilt drinken, ja, dat hoort er gewoon bij.

Maar huisdieren? Nee, hoor, die hebben we niet…

* * * * *

 

Ban de bom!

Sint‘Sinterklaas is boos. Heel boos.’ Zo begint het Sinterklaasverhaal dat ik met veel plezier geschreven heb voor de verhalenbundel Sint Pakt Uit, die over niet al te lange tijd zal verschijnen bij uitgeverij Mira loves books. Het verhaal is prachtig geïllustreerd door vriendin Esther Verhoef van Stouthandel Illustraties en werd geschreven bij temperaturen die ik zelf liever flink wat lager had gezien. Om je in een boze Sinterklaas te verplaatsen terwijl je in bikini achter de computer zit, valt absoluut niet mee!

Een kinderverhaal is het dus geworden – met een klein verborgen moraaltje erin. Want ook al probeer ik het opgeheven vingertje altijd zo veel mogelijk te vermijden, naarmate ik ouder word, sluipen er onbewust steeds meer goedbedoelde levenswijsheden in mijn schrijfsels – en ja, sorry, ook in mijn gesprekken. Mijn WW-tjes, noem ik ze gekscherend. WilmaWijsheidjes. En een van mijn liefste WW-tjes, die ik graag hier deel, zegt dat je je energie alleen moet aanwenden voor dat wat er echt toe doet. Daar hebben we tegenwoordig namelijk al meer dan genoeg aan, met al die verschrikkingen die we over ons heen krijgen. Afgestompt raken we zo langzamerhand, murw door de schokkende beelden, de onvoorstelbare verhalen over situaties die wij in onze slechtste dromen nog niet kunnen dromen. Zo afschuwelijk hard komt het bij ons binnen, dat we ons er wel voor móéten afsluiten om er niet aan ten onder te gaan. Maar in dat afsluiten schuilt nu net het grootste gevaar…

warishellAls ik het onkruid in mijn tuin verwijder, ruk ik dat graag eigenhandig met wortel en al uit. Die wortel is immers het probleem, niet dat onkruid. Wanneer ik dat beeld in gedachten doortrek naar de grote wereldproblemen, dan zou je kunnen stellen dat de vele vluchtelingen die dit jaar aankomen op de Europese stranden, niet hadden hoeven vluchten als er in hun land geen oorlog, honger en ellende was geweest. Haal die oorlog, honger en ellende weg, en zie, dan is er geen enkele noodzaak meer om huis en haard te verlaten. Simpel toch? Het is verreweg de eenvoudigste oplossing – maar helaas onuitvoerbaar. Het zijn namelijk niet alleen mensensmokkelaars die fors verdienen aan het feit dat er overal zoveel wapengekletter is. De hele wereldeconomie draait op inkomsten uit wapens. Grote wapens, kleine wapens, verdedigingswapens, aanvalswapens, legale wapens, illegale wapens… Haal die wapens uit de wereld en diezelfde wereld zakt als een kaartenhuis in elkaar. Dát en dat alleen is de reden dat een wereldvrede verder weg is dan ooit. Oorlog is handel, handel is geld en geld is macht. Zo is het altijd al geweest, en zo zal het altijd blijven.

wereldvredeMisschien moet ik dat loffelijke streven naar ‘wereldvrede’ zo langzamerhand maar eens loslaten, dacht ik vandaag na het zien van een aantal schokkende foto’s van levenloos aangespoelde mannen, vrouwen en kinderen. We kunnen onze aardkloot toch ook gewoon opdelen in twee helften? Iedereen die wil rotzooien met wapens, elkaar overhoop wil schieten, onbedwingbare neigingen heeft om een ander mens de hersens in te slaan en/of andere niet te begrijpen gewelddadigheden verkiest boven een vreedzaam leven, verhuist naar het ene deel. Of ze nou zwart, bruin, blank, wit, rood, geel of voor mijn part pimpelpaars zijn. Zet ze bij elkaar en laat ze lekker hun gang gaan. Kunnen ze elkaar onbeperkt afslachten, het land afbranden, hun lusten botvieren. En geef ze vooral al het geld mee dat er nu op de wereld is! Deporteren, dat zooitje. En nooit meer terug laten komen. Ha, binnen een mum van tijd zijn de problemen voorbij, want dan hebben ze zichzelf uitgeroeid! Denk je toch eens in wat een rust er dan zou neerdalen op dat andere deel van de wereld, waar alleen maar liefde en saamhorigheid heerst. Waar je nooit meer bang hoeft te zijn in het donker, geen angst hoeft te hebben om honger te lijden; waar iedereen alles met elkaar deelt en ruilt. Geld is er niet meer, dus winst maken hoeft niet. Je neemt gewoon wat je nodig hebt om van te leven en wat je overhebt, geef je aan een ander. Of aan een tijger, of een olifant, of een witte neushoorn, want alle bedreigde diersoorten zijn uiteraard ook halsoverkop geëmigreerd naar het geweldloze deel van de aarde. Tjonge, wat een paradijs zou dat zijn!

wolfHoewel… toen ik daar een poosje over had zitten mijmeren, bekroop me het gevoel dat het op den lange duur misschien wel een beetje saai zou worden, zo’n glimlachende, immer goedgemutste wereld. Bovendien krijg je dan weer te maken met heel andere problemen. Want wie bepaalt in welk deel je thuishoort? De overheid? De machthebbers? Jijzelf of je buren? Diezelfde buren die jou een moordenaar vinden omdat je nog steeds graag een schnitzeltje of een gehaktballetje op je bordje schuift? Een hemel op aarde… die hemel is helaas voor ieder mens anders.

Tja, lief en aardig zijn voor elkaar klinkt dus simpel, maar dat is het niet. Het laagje van wat we ‘menselijke beschaving’ noemen, is nu eenmaal flinterdun. Wat echter niet wegneemt dat ik er alles aan zal doen om dat laagje bij mezelf toch in stand te houden. Perfect zullen we als mensheid nooit worden, maar we kunnen er natuurlijk wel naar blijven streven. Ook in moeilijke tijden. Want zeg nou zelf: wat zou jij doen om jezelf en je gezin te beschermen als je huis en je land in puin geschoten werd? Zou jij dan blijven zitten waar je zat? Of zou je ook proberen om ergens ter wereld een plekje te vinden waar je kind rustig kan opgroeien zonder de kans te lopen door mortiervuur kapotgeschoten te worden? Hm, ik denk dat we diep in ons hart allemaal het antwoord op die vraag wel weten…

makelove‘Ban de bom,’ riepen we in de jaren zestig, en ik vind het nog steeds verschrikkelijk dat het destijds niet is gelukt dat verrekte ding de wereld uit te krijgen. Het had ons ongetwijfeld heel veel ellende bespaard. Toch blijf ik hopen dat het ooit goedkomt, want één ding weet ik zeker: zonder hoop is er geen leven. En leven willen we toch allemaal? Dus… haal al die oude spandoeken maar weer snel van zolder. Wereldwijde protestmarsen wil ik zien, net als vroeger, hoe meer hoe liever, en ze mogen allemaal op Twitter en Facebook voorbijkomen. Vooral die met MAKE LOVE NOT WAR hoog in het vaandel. Want ik heb nog een ander WW-tje om hier te delen: liefde voor een ander mens, dat is het enige wat de wereld in deze woelige tijden bij elkaar kan houden. Echt waar 😉

P.S. Met de boze Sinterklaas is het uiteindelijk ook weer goedgekomen, hoor! Wil je het zelf lezen of misschien de verhalenbundel aan je (klein)kinderen voorlezen of cadeau geven, dan maak je tegelijkertijd ook een heleboel andere kinderen blij. De opbrengst van Sint Pakt Uit komt namelijk geheel ten goede aan een stichting voor kansarme kinderen. Alle auteurs en illustrators hebben belangeloos meegewerkt om er een prachtig boek van te maken. Hou mijn websites en berichten in de gaten voor meer informatie over dit mooie project van uitgeverij Miralovesbooks!

♥♥♥♥♥

Druk nachtje

DSC02236.aOnze huisdieren zijn schatten. Meestal. Maar soms vinden wij ze iets minder lief. Bijvoorbeeld als ze ons ‘s nachts wakker maken. Helaas gebeurt dat nog wel eens. Dieren zijn net kinderen; ze willen van alles: eten, drinken, spelen, snoepje, knuffeltje, naar binnen, naar buiten… en dat vooral op momenten dat je daar helemaal niet op zit te wachten. Zoals ‘s nachts dus.

ira.02Zomers valt het nog wel mee, dan slaapt het hele spul over het algemeen buiten, maar ‘s winters kunnen we dat niet over ons hart verkrijgen. De katten mogen dan op hun kussens in de keuken en badkamer, waar ze weinig kwaad kunnen, en hond Ira heeft haar vaste slaapplek op de grote bank in de woonkamer. Die is allang blij dat ze binnen mag en duwt over het algemeen alleen haar natte neus in mijn gezicht wanneer ze om een uur of vijf, zes naar buiten wil. In het begin dacht ik dat ze dan nodig haar behoefte moest doen, maar dat is niet zo. Zodra ze buiten is, klimt ze op haar tuinbankje en gaat daar gewoon verder met slapen. Ik heb werkelijk geen idee waarom ze op dat onmenselijk vroege uur van bank wil verwisselen, maar negeren is geen optie. Als ik me omdraai, komt behalve haar neus ook haar – grote – poot erbij, en duwt en trekt ze net zolang tot ik niet anders kan dan opstaan om de buitendeur voor haar open te maken.

Iason.01Kat Iason is een heel ander verhaal. In het begin vond hij de keuken en de badkamer een prima slaapplek, maar sinds hij weet hoe lekker mijn stoel, de andere bank in de woonkamer en met name het grote bed liggen, probeert hij na iedere sanitaire stop van mij of manlief de hal in te glippen onder het mom dat hij moet drinken. Een smoesje natuurlijk, want in de keuken staat ook een drinkbak. Soms drentelt hij daarna een poosje rond of doet hij een klein tukje, om tegen de tijd dat je net weer in slaap valt luidkeels aan te kondigen dat hij nodig de aardappels moet afgieten en dus naar buiten moet. Nu! Iason is een klein driftkikkertje, maar ook een echte Houdini. Van kleins af aan kreeg hij het al voor elkaar om de deuren open te maken. Van beide kanten! Daarom hebben we een haakje op de keukendeur aan de kant van de hal – om hem uit de keuken te houden. Om te voorkomen dat hij ons wakker houdt met het gespring op de deurknop aan de binnenkant als hij in de keuken zit, hebben we de deurknop aan de binnenkant omhoog gezet. Dat hij dat helemaal niet leuk vindt, laat hij merken door keihard achter de gesloten deur te gaan zitten krijsen en zelfs aan de deur te krabben, net zolang tot we er helemaal gek van worden en alsnog de deur voor hem openmaken.

iason.01Manlief vindt dat we daar niet meer aan toe moeten geven. Dat het zo van kwaad tot erger gaat. En ja, natuurlijk heeft hij wel gelijk, maar ach, als zo’n beestje nou zo héél graag naar buiten wil midden in de nacht, dan heb ik daar echt niet zoveel moeite mee om even die keuken- en/of buitendeur open te doen. Beter dat, dan een halfuur te moeten luisteren naar boos kattengekrijs, want dan slaap je ook niet, toch? Maar goed, ik heb makkelijk praten, want zo vaak ben ik niet degene die eruit moet. Als ik slaap, dan slaap ik. En hoor ik weinig van wat er allemaal gebeurt. In tegenstelling tot mijn echtgenoot, die wel een lichte slaper is.

‘Nou, die kleine onruststoker heeft vannacht zijn lesje wel geleerd,’ zei manlief vanmorgen toen we na het opstaan samen de keuken in liepen. ‘Hij stond om een uur of twee bij de buitendeur als een waanzinnige te jammeren en te krijsen dat hij naar binnen wilde. Ik werd er wakker van, heb hem binnengelaten en meteen in de keuken gezet. Meneer vloog op de kattenbrokjes af, en ik dacht dat hij daarna wel zou gaan slapen, maar nee, een halfuur later stond hij weer te jammeren, nu dat hij terug naar buiten wilde en of ik de deur maar even wilde openmaken. Ja, alsof ik gekke Henkie ben! Echt niet.’

iason.02Ik humde mijn medeleven. Zo’n beestje moet het natuurlijk niet te gek maken. ‘Ik heb hem in de badkamer gezet,’ ging manlief verder. ‘Met de deur dicht, zodat ik dat gejammer niet meer zou horen. Maar je gelooft het niet: binnen twee tellen had hij die deur open. Stond-ie weer te jammeren. Afijn, toen heb ik eerst nog een bezemsteel onder de knop gezet, alleen hielp dat ook niet. Tien minuten later zat hij weer voor de keukendeur te krijsen. Maar ik dacht: als ik je nu naar buiten laat, heb jij dit spelletje gewonnen en dat doen we dus mooi niet.’ Manlief keek trots naar de nog steeds gesloten badkamerdeur. ‘Dus heb ik hem opgepakt, over zijn bolletje geaaid en weer netjes terug in de badkamer gezet, op zijn kussentje. En wat denk je? Hij was vast moe geworden van alles, want hij rolde zich lekker op en zijn ogen vielen meteen dicht. Voor de zekerheid heb ik de badkamerdeurknop toch nog maar omhoog gezet, maar daarna heb ik hem niet meer gehoord. Ik wed dat hij nog steeds heerlijk ligt te slapen.’

‘Wel een druk nachtje voor je geweest dan,’ merkte ik schijnheilig op terwijl ik de badkamerdeur opendeed.

Manlief knikte instemmend. ‘Ja, zeker wel, want door al dat gedoe was ik natuurlijk klaarwakker,’ bekende hij. ‘Ik lag pas om vier uur weer in bed. Maakt niet uit, alles voor het goede doel. Je moet nu eenmaal niet toegeven aan de grillen van die beesten. Dan leren ze het nooit, dat heb ik je nou al duizend keer gezegd.’

DSC02576.aHet eerste wat me opviel toen ik de badkamer in stapte, was het openstaande raam. Hoewel dat op zich niet zo heel vreemd was, want het staat wel vaker open. Inbraakgevaar is er niet. Er zitten spijlen voor, en tegen de insecten is er aan de buitenkant een hor van metaalgaas geplaatst, die met schuifjes vastzit. Of liever gezegd: vastzát. De hor hing namelijk een beetje vreemd naar beneden en Iason… Tja, Iason was verdwenen. Onze lieve schattige kater had wederom zijn Houdini-kunsten vertoont. Op de een of andere manier had hij kans gezien om de schuifjes van de hor weg te duwen zodat hij alsnog via de spijlen naar buiten kon ontsnappen. En dat na alle moeite die manlief had gedaan om hem binnen te houden. Een beetje zielig vond ik het wel. Voor manlief uiteraard… Hm, misschien moeten we toch maar eens gaan praten over een honden- en kattenluik 🙂

♥♥♥♥♥

Kijken in zwart-wit

03.2015.VL24whDe afgelopen weken heb ik in gedachten regelmatig in Vlaardingen vertoefd. Om precies te zijn op en rond het schoolplein van wat vroeger de Talmaschool heette.

 

De naam blijkt al een paar decennia geleden veranderd te zijn in de Schakel, maar het gebouw zelf staat er nog. Ik heb daar mijn lagere schooltijd doorgebracht, een periode waar ik met heel veel plezier op terugkijk. En ik niet alleen, want er staat ons binnenkort een reünie te wachten, georganiseerd door een paar enthousiaste oud-leerlingen van ‘Talmaschool 6e klas van 1968’. De reünie is op een dag die in mijn auteursreis valt, dus als alles volgens plan verloopt, ga ik over een paar maandjes mijn vroegere klasgenoten terugzien. Er is zelfs een speciale Facebook-pagina aangemaakt, waarop we de speurtocht naar nog niet achterhaalde leerlingen ‘live’ kunnen volgen. En met de al wel achterhaalde klasgenoten worden onderling al driftig herinneringen en foto’s uitgewisseld.

klas 4 1966Wat is het lastig om jezelf te herkennen op zo’n oude foto! Ik heb al een paar keer aan anderen moeten vragen of ik dat was, dat meisje daar. Gelukkig ben ik niet de enige die moeite heeft om zichzelf uit die grote groep kinderen te halen, anders zou ik me toch echt zorgen gaan maken. Wat namelijk opvalt bij het herinneringen ophalen, is dat het geheugen je soms flink parten kan spelen. Zo was ik er zelf honderd procent zeker van dat ik in de derde klas bij ene juffrouw Smit in de klas heb gezeten. Niet dus! Ik ben er inmiddels achter dat ik juf Smit alleen maar heb meegemaakt tijdens het schoolkamp in Amerongen. Blijkbaar heeft ze daar zoveel indruk op me gemaakt, dat ik mezelf meteen bij haar in de klas heb geprojecteerd.

rapport 1Scherper zijn gelukkig de herinneringen aan ‘onze’ geliefde meester De Vlieger, die zowel in het vijfde als in het zesde leerjaar onze onderwijzer was. We hebben veel met hem meegemaakt, en niet alleen in de klas. We waren met zijn allen aanwezig bij zijn huwelijk en mochten een jaar later ook aan het kraambed van zijn vrouw naar zijn pasgeboren zoon komen kijken. Gebeurtenissen die beslist een hechte band smeden tussen leerlingen en hun onderwijzer! Bij de recente foto van meester De Vlieger bleven reacties eerst even uit, want de meester uit onze herinnering had zwart haar en een ringbaardje. Die bleken inmiddels vervangen te zijn door heel wat minder haar, dat ook geen donkere kleur meer had. ‘Hetzelfde gezicht, alleen een andere omlijsting’, schreef iemand, en zo was het maar net. Want die ogen, die je vroeger zo doordringend maar met altijd een vriendelijke twinkeling erin konden aankijken, die waren bij nog een keer kijken absoluut helemaal van onze eigen meester.

klas 6 1968En dan is er nog ‘meneer’ Edelschaap, destijds het hoofd van de school. Zijn wijze en voor die tijd zeker ook onconventionele lessen hebben een stevig fundament gelegd voor mijn latere leven, iets waar ik hem nog altijd heel dankbaar voor ben. Ik herinner me nog dat wij als extra vak in de bovenbouw Engels kregen, in plaats van het bij andere lagere scholen destijds geijkte Frans. Dat was heel modern, en heel verstandig, want Engels bleek al snel de taal van de toekomst te zijn. Stom woordjes stampen was er ook niet bij; we mochten met elkaar in groepjes toneelstukjes verzinnen – in het Engels – waarin we dan bepaalde woorden verwerkt hadden en scènes uit het dagelijks leven naspeelden. Engels in de praktijk dus.

medailleAls ik naar de verhalen luister en de herinneringen aan vroeger tijden naar boven laat komen, dan is er toch wel heel veel veranderd in vijftig jaar. Wij leerlingen uiteraard ook, dat valt niet te ontkennen. We zijn van een groep zesjarige kindertjes op wazige zwart-wit klassenfoto’s naar iets scherpere kleurenfoto’s van bijna-brugklassers gegaan, en sturen nu als volwassenen met onze iPads en smartphones ingescande foto’s naar de Facebook-pagina om elkaar te helpen herinneren hoe ons lagere schoolleven eruitzag. En weet u wat ik zo mooi vind? Ik herken in de nieuwe foto’s die ik onder ogen krijg na de eerste ‘hè?’ al heel snel de oude klasgenoten van toen. Kijken naar die foto’s is namelijk precies zoals wanneer ik in onze Griekse badkamer onverwacht in de spiegel kijk: in eerste instantie zie ik dan een mij onbekend gezicht met rimpels en afgezakte oogleden en hangkinnen, maar hoe langer ik kijk, hoe jonger dat gezicht wordt, tot ik mezelf al snel weer heel vertrouwd in ‘zwart-wit’ zie.

Tenminste… ik denk wel dat ik dat ben, dat meisje dat daar in de spiegel naar mij terugkijkt. Want echt zeker weten doe ik dat na al die geheugenmiskleunen van de laatste tijd natuurlijk niet 😉

♥♥♥♥♥

De column ‘Kijken in zwart-wit’ is ook geplaatst in de serie Vlaardingers-in-den-Vreemde in de online krant Vlaardingen24