Een Griekse ‘ekdromí’…

De maand september raasde met een flinke vaart van de kalender af met verwoestingen door ongekend zware winden en hoosbuien die voor enorme overlast zorgden. Hier in Pilion zijn we er genadig vanaf gekomen, in tegenstelling met wat midden en zuid Griekenland over zich heen kreeg. Ja, het heeft bij ons ook twee dagen geregend en het stormde behoorlijk, maar het was niet veel anders dan wat we aan het eind van de zomer gewend zijn. Skiathos, het Sporaden-eiland dat aan de oostkant vlak voor de kust van Pilion ligt, kreeg  echter nog wel de volle laag, net als Evia, dat we aan de ‘overkant’ van de Golf bij Trikeri kunnen zien. Voor alle getroffenen is het vandaag puin ruimen, maar gelukkig wel bij een zonnetje. De lucht is geklaard, de komende dagen kunnen we ons weer warmen aan de zon in plaats van aan de kachel…

Toeval wilde dat ik dit weekend helemaal niet in het regenachtige Pilion was. Ik zat namelijk samen met schoonzus en vriendin Coby zo’n driehonderd kilometer noordelijker, om precies te zijn in Lutra Pozar, een klein Grieks bergdorpje dat bekend staat als een geliefd kuuroord vanwege de daar aanwezige thermale baden. Nu ben ik niet zo op baden en kuuroorden, maar het leek me wel een mooie gelegenheid om op een relaxte en betaalbare manier weer eens een ander gedeelte van Griekenland te zien. En dus schreven we ons gedrieën in voor een tweedaagse busexcursie (εκδρομή) naar Loutraki en Edessa, georganiseerd door Tsinoudis Travel, een klein reisbureau in Volos. Het kostte slechts €60,00 pp. inclusief hotelovernachting, diner en ontbijt. Nou, daar kun je je geen buil aan vallen, toch?

We hadden er zin in, en om zeven uur zaterdagochtend vertrokken we in een luxe minibus uit Volos. Ons gezelschap bestond uit dertien personen (waaronder slechts twee mannen), de reisleidster en de chauffeur met zijn vrouw. Gelukkig kunnen zowel Coby als ik inmiddels aardig uit de voeten met het Grieks, want er was ons vooraf al verteld dat de reisleidster weinig of geen Engels sprak. Blijkbaar gaan er niet vaak buitenlanders mee op zo’n typisch Griekse excursie. We hebben het prima kunnen volgen allemaal, en ach, de eerste uren werd er überhaupt niet veel gezegd. Wij waren beslist niet de enigen die wat moeite hadden met het vroege uur. De snelle koffiestop rond negen uur was dan ook zeer welkom. Maar dankzij dat vroege vertrekuur arriveerden we al om halfelf bij Hotel Paradosiako in Loutraki, ons onderkomen voor die nacht. Een mooie grote kamer met balkon kregen we. Veel tijd om er rond te kijken was er nog niet. We konden er net onze spullen neerzetten en het badpak uit de tas tevoorschijn trekken, want de bus wachtte alweer om ons keurig naar het grote bad bij de watervallen van Loutra brengen. Twee uur lang mochten we daar ‘vrij’ rondspetteren voordat de bus ons zou oppikken voor de lunch in Orma, een klein dorpje zo’n tien kilometer verderop.

De Pozar thermale baden liggen aan de voet van de Kaimaktsalan (Voras) berg bij Pella. Het zijn één van de meest therapeutische natuurlijke spa’s van Griekenland. Ze bevinden zich naast een snelstromende rivier, die vanuit de bergen naar beneden slingert. Smeltwater van de sneeuw op de bergen verdwijnt via een kloof tot diep onder de aardkorst. Bij Lutra Pozar komt het warme water boven het aardoppervlak en heeft het onderweg het nodige aan kalk en mineralen meegekregen. Dat warme mineraalrijke water stroomt naast het ijskoude water van de rivier het drukbezochte resort in, waardoor er een soort sauna-effect ontstaat. Op drie locaties in de rivier kun je met de andere bezoekers in een niet al te groot heet natuurbad gaan liggen en je daarna melden bij de verschillende spa resorts voor een massage of andere heilzame therapieën. Wie uitgebadderd is, kan zich omkleden in een van de vele kleedhokjes en vervolgens in een van de coffeeshops en restaurants genieten van een drankje of een hapje.

Het is allemaal nogal toeristisch uiteraard, en bezoekers worden met busladingen tegelijk af- en aangevoerd. Vriendin Coby werd meteen lyrisch bij het zien van de stomende baden, en sprong er onmiddellijk in, maar schoonzus en ik keken elkaar een beetje fronsend aan. De badpakken zaten in onze tas, en ik zal eerlijk bekennen dat ze daar ook gebleven zijn. We vonden het echt heel leuk om dat gekrioel in het water aan te zien, maar de lust om ons daarbij te voegen, ontbrak ten enen male. We hebben ons die twee uurtjes ‘vrije tijd’ echter  uitstekend vermaakt met kijken, wandelen en koffiedrinken. Zelfs het enthousiasme van Coby tijdens de overheerlijke lunch in Orma kon ons niet overhalen om het de volgende ochtend alsnog te proberen. Ik geloof best dat het heel bijzonder, heilzaam en zeer verfrissend is, maar zelf hou ik het toch liever bij een klaterende hete douche in mijn eigen badkamer.

Mocht u nu denken dat we dus eigenlijk voor niets naar Loutra zijn gegaan, dan heeft u het helemaal mis. Rond de rivier kun je namelijk ook heel goed wandelen, en dat is wat we zondagochtend – lekker uitgerust na een heerlijk lange nacht in een goed hotelbed – hebben gedaan. Op de wandelpaden in het bos en de kloof langs de rivier zijn we geen mens tegengekomen, en nog geen tien minuten lopen van al dat gekrioel vandaan ontdekten we nog meer prachtige watervallen en bassins, alleen niet zo warm als beneden en dus zonder badderende personen erin – wat het in mijn ogen meteen heel wat aantrekkelijker maakte. En zo hadden we ieder onze eigen geniet-momenten, want Coby vond de warme baden dus wél helemaal het einde, net als de massage die ze op zaterdagmiddag bij een van de resorts had besproken.

Na het gebadder en de wandeling in Loutra bracht de bus ons op zondagmiddag via een prachtige rit door allerlei dorpjes naar de watervallen van Edessa, een grote stad midden in de bergen. Het was alweer lunchtijd, dus na een bezoek aan het bovenste niveau van de waterval hebben we eerst een taverne opgezocht. Ook daar weer heerlijk gegeten, en terwijl Coby daarna de vele leuke winkeltjes in dook, zijn schoonzus en ik de trappen afgedaald naar de lager gelegen watervalniveaus. Op een daarvan kun je zelf tot achter de waterstroom komen, en dat hebben we natuurlijk gedaan! Ook de nabijgelegen grot – net breed genoeg voor één persoon – met prachtige rood en groen gekleurde stalactieten hebben we bezocht, en ter afsluiting lieten we ons in de holle boom op het pleintje vereeuwigen door een Engelse toeriste. Moe maar tevreden zaten vertrokken we om drie uur uit Edessa voor de lange rit terug naar Volos. We vermoeden dat de twee oudere dames uit Ano Lechonia – die achter ons in de bus zaten – bij de lunch een lekker glaasje wijn hadden genomen, want die gingen al snel helemaal los met vrolijk ‘Hoppa’-gezang en handgeklap op de muziek die de chauffeur op hun verzoek in de player duwde. Ze kregen de rest van het gezelschap helaas voor hen niet echt mee, dus na een halfuurtje werd de muziek weer op een iets minder hard niveau gedraaid en keerde de rust in de bus terug.

Tegen zeven uur reden we Volos weer binnen en kwam er een einde aan ons heerlijke uitstapje, waar we heel erg van genoten hebben. Vandaag geniet ik nog een beetje na met het bekijken van de foto’s en het schrijven van deze column. Het was echt een lekker ontspannen weekend, ook zonder in dat heilzame bad of op de massagetafel te hebben gelegen. Dus ja, wat mij betreft dus absoluut een aanrader, zo’n tweedaags uitstapje met de bus naar een bestemming die ik uit mezelf niet zo snel zou hebben uitgekozen. Een mens is echt nooit te oud om eens iets nieuws te proberen…😉

♥♥♥♥♥