Dubbelroman Griekse Zomers

Een heel goed begin van de zomer! Twee van mijn niet meer te verkrijgen romans worden opnieuw uitgegeven! ‘Zomerdroom’ en ‘Een Zomernacht’ (eerder gepubliceerd als Bouzouki Boogie) nu samen in één dubbelroman: GRIEKSE ZOMERS verschijnt in juli 2018 en is nu al te reserveren. Dat wordt een heerlijk lange luie leeszomer

Klik hier of op de foto voor meer informatie.

♠♠♠

 

Vrolijk Pasen!

Wat? Valt Pasen op 1 april? Echt niet. Dat is gewoon een wereldwijde aprilgrap, waar de Grieken dus niet in trappen. Pasen is pas volgende week, op 8 april. Punt uit. En nee, dat is géén grapje. Het Griekse paasfeest valt namelijk niet altijd op dezelfde datum als het katholieke paasfeest. Dat heeft niets te maken met ‘Fool’s Day’, maar met het feit dat de Orthodoxe kerk een andere jaarkalender hanteert dan de katholieke. Pasen moet volgens de berekening van de Orthodoxe religie vallen op de eerste zondag na de eerste volle maan na de eerste dag van de lente en ook nog eens na het Joodse Pasen. Dankzij die twee verschillende kalenders kan dat dus per jaar een datumverschil opleveren van één tot zelfs vijf weken.

Dit keer liggen ‘ons’ en jullie Pasen maar een week uit elkaar. Dat houdt in dat hier maandag de ‘Megali Ebdomada’ begint, oftewel de Grote Week, die helemaal in het teken staat van de lijdensweg van Christus. Het is ook de laatste week van de vastenperiode, en de strengste. Ik herinner me nog heel goed dat ik in ons eerste jaar hier – we waren net elf dagen daarvoor geëmigreerd – mijn verjaardag wilde vieren met een lekker etentje op een terras aan zee. Helaas viel die dag midden in de Megali Ebdomada en hadden we de keuze uit een zeer magere salade en een mager visje. Nu ben ik niet gek van salade, en doe je me al helemaal geen plezier met een vis vol graten, dus uiteindelijk hebben we thuis maar iets in elkaar geflanst. Een uitgebreid verjaardagsfeest geven is ook ‘not-done’ in die periode. Het is een week waarin luidruchtig feesten echt taboe is, en zelfs een rustig feestje thuis is al lastig, omdat je Griekse gasten vanwege het vasten alle heerlijkheden die je op tafel zet beleefd maar consequent weigeren.

Na een paar van dit soort ‘bloopers’ rond mijn verjaardag vier ik die dag dan ook eigenlijk alleen nog maar in huiselijke kring. Met manlief, mijn vriendin en haar man die bijna ieder jaar overkomen om mij te feliciteren. Of ik maakte er een feestje van in Nederland, aangezien ik de laatste jaren in april meestal in Nederland was om de verjaardag van mijn moeder mee te vieren. Die valt namelijk twee weken eerder dan die van mij, waardoor het regelmatig gebeurde dat ik ofwel mijn verjaardag ofwel Pasen – Nederlands of Orthodox – ‘ver van huis’ vierde. Dit jaar is het voor het eerst anders. Ik ‘hoef’ immers niet meer naar Nederland om mijn moeders geboortedag mee te vieren. Die viert ze nu ergens op haar wolkje daarboven, ongetwijfeld samen met mijn vader. Het is goed zo, al zal ik op die dag natuurlijk even aan haar denken en mijn glaasje tsipouro in een verjaardagstoost naar de hemel heffen.

Dat ik deze aprilmaand niet in Nederland ben, is raar, maar aan de andere kant ook wel heel fijn. Voor het eerst in jaren maak ik het vroege Griekse voorjaar weer mee, en dat is echt genieten. Onze tuin is één grote kleurexplosie van geel (de gele klaver) en oranje (de goudsbloemen). Ook de Griekse margrietjes doen hun uiterste best met een zee van bloemen in het wit, roze en rood, zowel binnen als buiten ons tuinhek. We zijn er al aan gewend dat er regelmatig iemand voor de tuin stilstaat om een bewonderende blik op die bloemenzee te werpen, al dan niet met een camera in de hand. De leukste passant was een van onze buurjongens, een knul van een jaar of zeventien, die vorige week met zijn brommer plotseling stilhield voor de margrietjes buiten het hek. Toevallig stonden manlief en ik op het terras in de tuin, dus we zagen het gebeuren, maar hij had ons niet in de gaten. Tot onze verbazing zagen we dat hij zich vooroverboog en snel een boeketje plukte. We keken elkaar verbaasd aan, want wie verwacht dat nou van zo’n opgeschoten puber? Toen hij even later weer overeind kwam, zag hij ons pas staan. Hij begon een beetje verlegen te lachen en riep: ‘Yia tin kopella mou!’ Oftewel ‘voor mijn meisje’! En maakte zich vervolgens snel uit de voeten. Schattig, hè? Die knul gaat vast nog heel veel meisjesharten laten smelten in zijn verdere leven!

Mijn eigen manlief brengt me ook regelmatig een boeketje uit eigen tuin. Die zet hij dan naast mijn computer op het bureau neer, meestal vergezeld van een snelle kus. Veel tijd heb ik namelijk niet voor hem. Het tweede deel van de Rozen van Beekbrugge moet geschreven worden, en dat kost veel energie en concentratie. Daarom wil ik me bij voorbaat nu al verontschuldigen bij mijn vriendinnen, vrienden en bekenden die de komende maanden in Pilion zijn en het leuk hadden gevonden om mij te zien of te spreken. Om het boek op tijd in de schappen te krijgen, zal ik tot zeker eind juni heel, heel intensief bezig moeten zijn met schrijven. En ja, natuurlijk heb ik wel een beetje tijd over voor leuke dingen, maar hoe ik die uren door ga brengen, kan ik eigenlijk pas op het moment zelf zeggen. Ervaring leert dat ik behoorlijk asociaal kan zijn als ik midden in zo’n intensief schrijfproces zit. De buitenwereld wordt voor mij een vreemde planeet, en je moet echt niet raar opkijken als ik wat bot of anders-dan-anders reageer op een telefoontje of een goed bedoeld onverwacht bezoekje. Ik hoop echter dat het me vergeven wordt, en laat het je alsjeblieft niet weerhouden om mij een mailtje of sms’je te sturen als je toch echt graag iets met me wilt afspreken. Als je me kent, weet je ongetwijfeld ook dat ik té veel van het gezelschap van goede vrienden hou om een echte kluizenaar te worden, hoe belangrijk het boek dat ik aan het schrijven ben ook voor me is!

Kortom, het wordt gewoon weer een gezellige zomer hier in Pilion. Voor nu wens ik jullie daar in Nederland een fijn en vooral gezellig Paasweekend. En ik hoop dat ook jullie voorjaar heel snel heel veel bloemenpracht zal brengen… 🙂

♥♥♥♥♥

Stadsbezoek Larissa

Winter in Kato Gatzea kan een saaie bedoening zijn. Kán, want het hoeft niet. Het ligt er maar net aan wat je maatstaven zijn. Die van ons liggen niet zo hoog. Geef ons een milde winter met veel zon en af en toe een regendagje, een wekelijkse Griekse les, een roseetje bij Karma in het weekend, en voilá, wij zijn dik tevreden. Anders wordt het als zoonlief op bezoek komt. Die vindt wat leven in de brouwerij wel leuk, dus proberen we dan meestal wel een uitstapje te maken. Dit keer viel de keus op Larissa, een wat grotere stad die op een klein uurtje rijden voorbij Volos ligt. Ik schreef er al een column over voor Vlaardingen24, maar aangezien mijn website toch weer heel veel andere bezoekers trekt, doe ik het hier nog eens lekker uitgebreid -– met véél foto’s! – over.

Larissa viel ons namelijk alles mee. We waren er nooit eerder geweest, aangezien we geen auto hebben. Je kunt er ook met de KTEL-bus naartoe, maar dat is zo’n gepriegel met aansluitingen vanuit ons dorpje, dat we daar nooit aan begonnen zijn. Nu hadden we de beschikking over een huurauto, een zoon die weet hoe je met gps omgaat, en bleek de weersverwachting ook nog eens zodanig dat we niet de kans liepen overvallen te worden door regen en/of ijzel. Kortom, niets stond ons in de weg om het Larissa-avontuur aan te gaan, dus stapten we op een zonnige januari-dag om halfelf ’s ochtends in de auto, op weg naar De Grote Stad.

En het was leuk! Ik kan niet anders zeggen. We hadden mazzel met het weer, want hoewel het behoorlijk fris was, scheen de zon volop. Perfect stadswandelweer, zal ik maar zeggen. En dankzij de gps van zoonlief wisten we precies waar alle bezienswaardigheden zich bevonden. Dat hadden we al uitgedokterd op het verwarmde terras waar we na aankomst een kop koffie dronken. En laten die bezienswaardigheden nou allemaal vlakbij en dus op loopafstand liggen! Na de koffie slenterden we dus op ons gemak naar de oude arena, via autoloze winkelstraten met gezellige winkeltjes. Daarna bezochten we de overblijfselen van de oude Turkse Markt, de Bezesteni, die al in de 15e eeuw gebouwd werd. Zo heel veel staat er niet meer van overeind, maar met een beetje fantasie kun je de kooplui echt nog wel horen schreeuwen. Fascinerend vond ik ook de aanwezigheid van een ‘kluis’, waarin de schatten en de ‘archieven’ van de stad werden bewaard: een klein stenen huisje dat al vijf eeuwen lang zijn mannetje staat. De schatten zullen inmiddels wel verdwenen zijn, en de dossiers hebben vast een plaatsje gevonden in een ander onderkomen, maar toch… je staat zomaar oog in oog met iets wat ze vijfhonderd jaar geleden hebben gebouwd om de geschiedenis voor het nageslacht te bewaren. Daar word je op zijn minst even stil van.

Niet zo lang, hoor, want naast die markt ligt een oude Byzantijnse kerk, te bereiken via een park vol met graven en beelden. Ook fascinerend, vooral dat graf van een jongen van achtentwintig jaar, waarop een heel verhaal stond. Te veel en te moeilijk voor mij om het zo en passant even te vertalen, maar het staat op de foto, dus ik ga er zeker een keer echt voor zitten. Een mooie oefening voor tijdens onze Griekse les met de buuf, die altijd in is voor ‘eigen inbreng’. En het ‘vliegende beeld’ van de jonge vrouw op de top van de obelisk vond ik ook heel mooi. Ik had daar nog wel een poosje kunnen rondlopen, maar aangezien de mannen al op weg waren naar de kerk, heb ik me maar tevredengesteld met het nemen van foto’s.

O, en had ik al verteld dat we tijdens onze wandeling telkens weer uitzicht hadden op de beroemde Olympus? Besneeuwd uiteraard, het is per slot van rekening nog hartje winter. Ik heb die berg al een paar keer gezien vanuit de bus als ik onderweg was naar Thessaloniki, maar dan zie ik hem blijkbaar van een heel andere kant, want ik moet eerlijk bekennen dat ik hem niet herkende. Het was dat onze zoon via alweer die gps precies wist dat vóór ons de Olympus lag en rechts daarvan de Ossa, anders had ik u dat niet kunnen vertellen. Maar nu dus wel! En imponerend was het, hoor, die in de verte liggende woonplaats van de Griekse goden. Dan voel je je als mens toch wel even heel klein worden, zelfs in de eenentwintigste eeuw…

De Byzantijnse kerk had prachtige mozaïek-ramen, waarin de zon een mooi spel speelde. En de zuilengang met binnenhof ernaast zal op zonnige dagen ongetwijfeld veel rust en verkoeling brengen. Dat hadden wij niet nodig, want rustig en koel was het al, wat misschien de reden was dat de kerk voor bezoekers gesloten was. Of misschien mag je er alleen op zondag in, ik heb geen idee. Zo heel erg vond ik het niet, want in de afgelopen jaren heb ik al heel veel Bijzantijnse kerken vanbinnen gezien. Een hoop pracht en praal, die mij persoonlijk niet zo heel veel zegt. Hooguit bezorgt het me een nare smaak in de mond, omdat ik op zo’n moment het verschil tussen de rijke kerk en de arme gelovigen iets te veel voor me zie. Maar dat is mijn persoonlijke opvatting, en in het kader van ‘de kunst’ zijn dit soort kerken zeker de moeite van een bezoek waard. Mijn aandacht werd echter al snel getrokken naar het iets lager gelegen viaduct aan de andere kant van het kerkplein, waarop zich een aantal afbeeldingen van kleurrijke fietsers bevonden. En laat er nou net een ‘eenzame fietser’ passeren toen ik een foto maakte. Kijk, dat zijn van die toevalsmomenten waar ik van ga glimlachen.

Inmiddels was er al aardig wat tijd verstreken en onze magen begonnen te knorren. Dus zochten we het centrum van de stad weer op, slenterend over ruim opgezette pleinen die ook de moeite van het fotograferen waard waren. Leuk was ook het ‘contact-moment’ met een toevallige passant, een oudere meneer die zag dat ik een overzichtsfoto nam. Hij bleef glimlachend stilstaan, wachtte tot ik had afgedrukt en groette mij met een lachend knikje voor hij weer verder liep. Leuk is dat, zo’n totaal onbekende man die geen enkel idee heeft dat hij nu figureert in een foto die door u in Nederland bekeken wordt omdat ik vandaag toevallig een column over Larissa schrijf. Fascinerend zoiets, misschien verwerk ik het nog wel eens in een verhaal.

Na de lunch in een ‘industrial design’-lunchcafé gingen we langzaamaan weer op weg naar de parkeergarage waar onze auto stond. Hoe te betalen was niet helemaal duidelijk, maar dat was de garage zelf ook niet, dat hadden we bij aankomst al ondervonden. Een labyrinth van smalle steile afdalingen, met niet al te duidelijke heen- dan wel terug-pijlen. Gelukkig hadden we een kleine auto, die alle bochtjes weer terug omhoog keurig wist te nemen. Eenmaal boven konden we bij de juffrouw aldaar betalen. Nou ja, je moest er wel voor uitstappen, en even naar het hok lopen, en aangezien de juf vervolgens meteen de slagboom opende, waren zoonlief en ik met de auto voor alle zekerheid al boven bij de uitgang voordat manlief – die de portemonnee had – kon instappen. Hij was daar iets minder over te spreken dan wij, maar uiteindelijk kwam het toch allemaal goed.

Op de terugweg hebben we nog een korte stop gemaakt bij de Media Markt, op zoek naar een Bluetooth-splitter om niet de geijkte één, maar twéé Bluetooth-koptelefoons aan te kunnen sluiten op de televisie. Het bestaat, zeker weten, alleen nog niet in die mate dat het volop in de winkels ligt. We zoeken verder, en tot die tijd ‘behelpen’ we ons gewoon met de analoge snoer-koptelefoons als we naar onze dagelijkse portie Midsomer Murders kijken. Daar zijn we namelijk een beetje aan verslaafd, de laatste tijd. Het kijkt niet al te moeilijk, en het verhaal slaat meestal nergens op, maar de heerlijke sfeerbeelden van het Engelse platteland maken dat allemaal ruimschoots goed. En er zijn héél veel afleveringen van gemaakt, wat ook wel fijn is als je op het Griekse platteland overwintert en ’s avonds weinig ander vermaak hebt dan de televisie.

Zoonlief is inmiddels weer in NL, en wij hebben ons saaie winterleven hervat. Met gelukkig nog steeds veel zonnige momenten, gezellige Griekse lessen en heel veel tv-plezier dankzij de super slimme Chief Inspector Barnaby 😉

♥♥♥♥♥

 

Klik op de foto’s voor een grotere afbeelding.

Op weg naar 2018

De laatste dagen van het oude jaar in het zonnetje doorbrengen – ik blijf het een cadeautje vinden. De gouden dagen van de nazomer zijn naadloos overgegaan in een zonnige winter, en al zullen we ongetwijfeld onze portie sneeuw nog krijgen in de komende maanden, deze heerlijke weken kunnen ze ons hier in Pilion niet meer afnemen. Voor het echte kerstgevoel is het wat minder, dat dan weer wel, maar daar kan ik absoluut niet mee zitten. We hebben in ons T-shirt gezellige glitterlampjes opgehangen aan de veranda, de slingers en prullaria uit de kerstkrat op hun vertrouwde plekjes gehangen of neergezet, de takken van de mini-kerstboom in vorm geduwd en dat was dat. Onze kerstdagen hebben we lekker rustig doorgebracht. Een wandelingetje met de hond, een simpel kerstmaal, wat toastjes met kaas bij de Sound of Music, mijn favoriete kerstfilm, en tweede kerstdag een etentje met een paar goede vrienden in de taverne op de berg. En dat alles dus overgoten door een heerlijk zonnetje, dat de temperatuur overdag toch al snel richting de twintig graden deed stijgen. Kortom, een prima aanloop naar het nieuwe jaar..

Echt missen doe ik niet veel uit mijn ‘oude’ leven, ook niet in deze nostalgische decembermaand. Maar, eerlijk is eerlijk, ik had toch wel even een piepklein beetje heimwee toen ik op Facebook mooie kerstfoto’s voorbij zag komen van de prachtig verlichte Vlaardingse haven, van de visbank (foto Cees Groen), de grote kerstboom op de markt. Ik had het Vlaardings kerstlied van Sandy Struijs best wel live willen horen, een glaasje glühwein willen drinken op de kerstmarkt, en me even willen warmen aan dat heerlijke Vlaaringse accent om me heen. Het was zo weer over, hoor, want ik zag ook de regendruppels vallen en voelde de koude windvlagen van de foto’s af waaien, wat in schril contrast stond met de twintig graden Celsius waarbij ik die foto’s bekeek. Dus heb ik het kerstlied gewoon meegebruld op mijn terrasje in het zonnetje, en in plaats van de glühwein een glaasje tsipouro genomen. Dat werkte ook uitstekend om in kerststemming te komen.

En nu is de kerst alweer voorbij. Vandaag is het oudejaarsdag. Wij bereiken het nieuwe jaar één uur eerder dan jullie vanwege het tijdsverschil, wat betekent dat we die magische grens van twaalf uur altijd twee keer vieren. Eerst op Griekse tijd, en dan op Nederlandse tijd. Het is een raar gevoel om al in 2018 te leven, terwijl onze zoon in Enschede zich nog in 2017 bevindt. Alsof je ineens in een tijdmachine bent gestapt en een uur later weer Back to the Future gaat. Maar waar we ons ook bevinden, het is en blijft overal een avond waarop we allemaal wel even terugkijken op de hoogte- en dieptepunten van het jaar dat achter ons ligt. Ikzelf ben altijd wel weer blij als dat nieuwe jaar is aangebroken en al die feestdagen voorbij zijn. Het gewone leven is vaak al ingewikkeld genoeg zonder al dat gegoochel met kerstlampjes en feestmaaltijden. Maar even stilstaan bij wat geweest is en wat zal komen… ach, het hoort erbij, en net als iedereen zal ik mij in die paar minuten voor middernacht even bezinnen op ‘mijn’ persoonlijke jaar. Om vervolgens met frisse moed aan dat onbeschreven blanco nieuwe jaar te beginnen.

Het jaar 2018… een jaar waarin we misschien eindelijk op weg kunnen gaan naar de wereldvrede waarnaar we al zoveel jaren verlangen – al denk ik niet dat wereldvrede hoge ogen gooit op het lijstje wensen van de grote mogendheden. Maar een mens mag dromen, toch? Van een wereld zonder wapens, zonder honger, zonder oorlogen, zonder geweld, zonder ellende. Wat zou dat heerlijk zijn. Een jaar ook waarin ik het persoonlijk heel fijn zou vinden als lange tenen weer een stukje korter zouden worden. Doe wat nuttigs of gezelligs in plaats van al dat oeverloze online beledigen van elkaar. We hebben toch wel iets beters te doen met onze tijd hier op aarde of ben ik de enige die het zo ziet? Een beetje vrede, een beetje liefde voor alle mensen. Zo’n grote wens is dat niet. Dat moeten we toch een keertje met zijn allen voor elkaar kunnen krijgen, en waarom niet in 2018? Verbeter de wereld, begin bij uzelf, dat heb ik altijd wel een mooie slogan gevonden. Weet u wat, ik doe mijn best hier in Griekenland, als u het nou daar in NL doet, dan hebben we samen toch al een mooi beginnetje gemaakt?

Oudejaarsavond… van oudsher een avond waarop je het gezellig maakt met elkaar. Een spelletje, een hapje, een drankje, oliebollen en de oudejaarsconference van Youp, ja, voor ons ook, dankzij het internet. Mocht die niet interessant zijn, dan schakelen wij gewoon over naar Stin Ygeia Mas, een veelzijdig Grieks muziekprogramma waarin bekende Griekse zangers en zangeressen in een informele sfeer live optreden voor hun collega’s. Er worden oude en nieuwe Griekse liederen gezongen waarvan iedereen de woorden meehumt of -zingt, afhankelijk van het lied met betraande ogen dan wel met een vertederde glimlach op het gezicht. Het hoeft ook niet per se zuiver te zijn, weten we inmiddels, als het maar gezongen wordt vanuit het hart met alle emotie die erbij hoort. Een heerlijk programma dat laat zien hoe je het met elkaar gezellig kunt hebben, zonder opsmuk, zonder dure rekwisieten, maar gewoon door samen muziek te maken en elkaars prestatie te respecteren.

Wij gaan het in ieder geval vanavond hier in ons Griekse huisje gezellig maken met elkaar en ik hoop dat oudejaarsavond voor u allen in het koude Nederland ook een leuke avond zal worden. Ik wens u vanuit het zonnige Pilion een heel mooi nieuw jaar toe, met een beetje vrede, een beetje liefde, als het even kan dat alles in goede gezondheid, en rijkelijk overgoten met een sausje van geluk. Geluk dat ieder mens hier op aarde verdient, want wie je ook bent, waar je ook woont, welke kleur huid je hebt of wat je gelooft: zonder een beetje geluk vaart niemand wel 😉


Gelukkig Nieuwjaar oftewel Kalí Xroniá vanuit Kato Gatzea!

♥♥♥

Let it be Christmas!

Nog twee dagen te gaan, dan is het Kerstmis. Het wordt mijn tweeënzestigste kerst, zat ik net te bedenken. En dat is best veel eigenlijk als je dat achter elkaar zet. Honderdvierentwintig dagen oftewel ruim vier maanden van mijn leven heb ik dit feest al mogen vieren en als het een beetje meezit, komt daar misschien nog wel een maandje bij voordat het engelenkoor me naar boven roept. Niet dat me dat nou zo leuk lijkt, de hele dag op een wolkje hemelse liederen zingen. De enige twee die ik hier in huis nog wel eens spontaan wil zingen, zijn ‘Er ruischt langs de wolken’ – ja, met es-cee-haa, zo schreven wij dat vroeger – en ‘Een lammetje ging dwalen’. Bij het eerste lied kom ik echter nooit verder dan de eerste regel, de rest hum ik er maar een beetje achteraan. Het hemels geruis verandert bij mij meestal heel snel in ‘Imagine all the people…’ en dan raak ik toch een beetje in de war, want een wereld zonder hemel en hel zoals John Lennon dat beschrijft lijkt mij heel wat vrediger dan al dat hemels geruis langs de wolken dat in de afgelopen eeuwen al voor zo heel veel strijd heeft gezorgd.

Met het tweede lied, over het lammetje dat aan het dwalen ging ‘heel ver en heel alleen’, heb ik wat meer feeling. Misschien wel omdat we allemaal in ons leven tijden meemaken waarin we ‘ver en heel alleen’ zijn. Dan is het heel fijn om te weten dat een echt goede herder, eentje die zijn vak verstaat, niet zal rusten voor hij zijn afgedwaalde lammetje gevonden heeft. Ik heb altijd zoveel medelijden met het arme, doodsbange lammetje uit het lied, dat ik liever geen lamsvlees eet tenzij ik het niet kan vermijden. Ik gun al die lammetjes namelijk zo heel graag ook een goede herder die hen supersnel terugbrengt naar de kudde. Maar geen lamsvlees eten is niet zo handig als je woont in een land als Griekenland. Vooral met de Pasen zijn lammetjes hier favoriet, en dat schijnt weer iets met offeren te maken te hebben. Wat mij dan meteen weer doet denken aan The Story of Isaac, een song van Leonard Cohen, waarin Abraham zijn zoontje Isaak naar de slachtbank leidt omdat hem dat in een goddelijk visioen werd opgedragen. Ook niet echt een lied om trek van te krijgen, zal ik maar zeggen. Ach ja, dat hoofd van mij zit altijd vol muziek en het ene lied leidt naar het ander.

Maar liedjes, hemels of ‘gewoon’, brengen je gelukkig ook terug in de tijd, herinneren je aan bijzondere momenten. En o, wat zitten er veel bijzondere momenten in mijn tweeënzestig kerstfeesten. Feestelijke dagen waarop ik goddank altijd een dak boven mijn hoofd had. Gezellige dagen met familie en vrienden om mij heen, dagen waarop ik genoten heb van vele overvloedige kerstdiners – geslaagde en minder geslaagde. En hoewel ook ik mijn portie Blue Christmasses heb gehad, speelden mijn kerstmissen zich alle tweeënzestig af in een warme, veilige omgeving, waar mooie herinneringen werden gemaakt. En hoe ouder ik word, hoe meer ik besef hoe bijzonder dat is. We zien dagelijks op het journaal hoe anders het voor het gros van de mensheid op deze aarde is. Tezamen met al dat leed dringen ook angst en haat steeds vaker ons leven binnen. Veel eraan doen kunnen we meestal niet, maar wat we wel kunnen is liefde en respect hebben, voor elkaar en voor alles wat leeft op deze aarde. In plaats van elkaar letterlijk of verbaal af te slachten kunnen we beter de handen ineen slaan om onze wereld een beetje gezelliger te maken, elkaar een beetje liefde te geven. En denk nu niet dat jouw druppel van liefde er ‘slechts’ eentje op een gloeiende plaat is. Zelfs de grootste oceaan bestaat uit druppels, dus laat die kraan der liefde maar mooi openstaan en doordruppelen.

Ik wil alle lieve mensen die mij ook dit jaar weer een of meer druppels van hun liefde hebben gegeven – en dat waren er velen! – een heel fijn kerstfeest toewensen, met mooie liedjes die hen doen terugdenken aan de bijzondere momenten in hun eigen unieke leven. Ik wens jullie warmte, gezondheid en geluk toe voor het nieuwe jaar, en hoop dat al je dromen mogen uitkomen. En zo niet, beleef dan in ieder geval plezier aan het dromen van die dromen. Lach en zing en dans, al is het soms met een traan op je wang. En blijf geloven in vrede op aarde, want die vrede… die begint nog altijd bij jezelf.

Kalá Xristouienna kai Kalí Xroniá uit Pilion!

♥♥♥♥♥