Smaak van Liefde

Ik ben verliefd! Verliefd op de prachtige cover van mijn nieuwste roman. En eindelijk, eindelijk mag ik hem nu ook aan jullie laten zien. Is het geen beauty geworden? Jullie zullen deze prachtige omslag de komende weken regelmatig voorbij zien komen, o.a. in jullie Facebook newsfeed, want met deze feestelijke onthulling wordt tegelijkertijd ook het startsein gegeven voor de officiële promotie van… taraaa… Smaak van Liefde, het eerste deel uit de trilogie De rozen van Beekbrugge. Geschreven dus door ondergetekende.

Blij ben ik ook. Blij met jullie, mijn lezers. Jullie steun, jullie opbeurende woorden en vooral het onwrikbare geloof in mij hebben me meer goed gedaan dan ik hier kan vertellen. Schrijven is een eenzame bezigheid. Dag in dag uit in je eentje achter een computerscherm zitten, no matter what, is niet voor iedereen weggelegd. Leven in twee werelden, dat is het, en er zijn legio momenten geweest waarop ik dacht: ‘Waarom doe ik dit in hemelsnaam?’ Momenten waarop ik teruglas wat ik had geschreven en het helemaal niks vond. Momenten waarop ik in mijn eigen verhaal verdwaalde en meer dan twintig bladzijden noeste arbeid moest deleten omdat ze niets toevoegden aan het boek. Momenten waarop ik groot verdriet had omdat ik in mijn privéleven te maken kreeg met het overlijden van mijn moeder. En op al die momenten waren jullie, lieve lezers, er voor mij. Met een lief woord, met een lief gebaar, met jullie geduld. Dank je wel daarvoor!

Aan dat geduld is nu gelukkig een einde gekomen. Vier jaar geleden is het dat een boek van mijn hand het levenslicht zag, en destijds was ik er heilig van overtuigd dat ik nooit meer een roman zou schrijven. Na vijftien jaar in het schrijversleven rondgehuppeld te hebben, had ik het wel gezien. Ik wilde genieten van mijn Griekse zomers en niet meer ‘gedwongen’ worden om die achter het beeldscherm door te brengen. Tja, mooie voornemens, maar er kwam weinig van terecht. Het bloed kruipt nu eenmaal waar het niet gaan kan, en toen HarperCollins mij voorstelde om als eerste Nederlandstalige auteur een trilogie te schrijven voor hun HQN Roman-serie was er maar één antwoord: ‘Ja, ik wil.’

Spijt heb ik er geen moment van gehad. Het was – en is – heerlijk om te werken met professionele mensen die snappen hoe een roman tot stand komt. Mensen die streng zijn op het juiste moment, maar een troostende schouder bieden als je stuk zit. Dat Smaak van Liefde zo’n mooi boek is geworden, heb ik dan ook voor een groot deel te danken aan mijn fantastische redacteuren Iris en Hans, die met hun nooit aflatende inzet over mijn schouder mee hebben gelezen en hun vinger precies op de zere plekjes wisten te leggen. En nee, dat is niet altijd fijn, maar het is er wel een nog mooier boek door geworden. Nou ja, dat vind ik zelf. Alleen… sinds ik van de marketingafdeling heb gehoord dat op 4 juni vijf lezeressen via de Facebookpagina van Harlequin Boeken de kans krijgen om vóór het verschijnen van Smaak van Liefde het boek al te lezen en er hun eerlijke mening over te geven, ben ik daar niet meer zo van overtuigd. Ik heb – om het maar gewoon hardop te zeggen – de zenuwen! Ik slaap niet meer en heb zelfs al wanhopig gevraagd of we het boek niet uit productie kunnen halen. Helaas, de raderen draaien en mijn kindje gaat de wijde wereld in, of ik dat nu leuk vind of niet.

Oké. Eerlijk is eerlijk… Natuurlijk vind ik het diep in mijn hart super, al die extra aandacht en promotie die uitgever HarperCollins voor mijn boek bedacht heeft. Er komt nóg een Facebook-winactie, op 14 juni, waarbij je als eerste mijn gedrukte roman kunt ontvangen. En vanaf 21 juni zul je mijn boek in de supermarkt aan het tijdschriftenschap zien hangen. Mijn roman komt in een speciale nieuwsbrief die 35.000 mensen gaat bereiken en… en… O help! Ik zou het liefst morgen onderduiken en pas weer over enkele maanden tevoorschijn komen. Het hoort erbij, ik weet het. Maar stel nou dat jullie het boek helemaal niet leuk vinden? Stel nou dat het verhaal waaraan ik zo lang zo intensief aan gewerkt heb, totaal niet ‘aanslaat’? Stel nou dat…

De mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest, en nimmer op komt dagen, zei mijn vader vroeger altijd ferm als ik weer eens stond te bibberen. Hij had gelijk. Stap voor stap, eerst het een, dan het ander… precies zoals een van mijn hoofdpersonen in Smaak van Liefde dat zegt. Ik en mijn hoofdpersonen hebben soms wel wat van elkaar weg, dat is beslist een feit. Het ergste wat me immers kan overkomen, is dat jullie het boek na een paar bladzijden ter zijde leggen. Gelukkig valt de prijs mee, zag ik. € 7,50 is de adviesprijs. Nou, daar kun je het wel voor in je (digitale) boodschappenwagentje leggen en uitproberen, toch? Bij de (online) boekhandel, of vanuit het tijdschriftenschap bij de supermarkten, de Bruna of de stationskiosk. Van Rotterdam naar Enschede bijvoorbeeld is een behoorlijk eind reizen, dat weet ik uit ervaring, en dan is het toch leuk om die tijd te ‘verdoen’ met mijn De rozen van Beekbrugge-roman in handzaam formaat. Je komt er gegarandeerd glimlachend mee aan op je eindbestemming, want een happy end hoort er in dit genre nu eenmaal bij – al moet er natuurlijk wel heel wat gebeuren voor het ook daadwerkelijk zover is.

Smaak van Liefde is geschreven voor jullie, met jullie en dankzij jullie. Op 18 juni kan hij al op je deurmat liggen en de link om hem te reserveren geef ik een week ervoor aan jullie door. Dankzij jullie steun ziet mijn eerste Nederlandse HQN Roman zeer binnenkort het levenslicht en kunnen we met zijn allen de kraamtijd in gaan. Op een grote roze wolk, uiteraard, want dat is waarop moeders lopen zodra ze hun kind eindelijk in hun armen kunnen sluiten. En geloof me. Ondanks alles wat ik hiervoor heb geschreven, ben ik daar echt geen uitzondering op… 😉

♥♥♥♥♥

Werk in uitvoering

De herfst is deze week ook in Pilion aangekomen. Regen, wind, en een temperatuurdaling van dertig-plus naar zeventien graden! Dat is behoorlijk wennen, na al die hete maanden. Mijn kledingkast is er nog niet op ingesteld, dus het is even zoeken naar iets warmere kleren om het bibberen te stoppen. Het levert behoorlijk vreemde combinaties op, waar ik in Nederland waarschijnlijk niet zo frank en vrij in zou rondlopen. Gelukkig veroorzaakt het in ons kleine dorpje dankzij het Griekse leven-en-laten-leven-principe geen enkele opgetrokken wenkbrauw. Nou ja, alleen van manlief, maar aangezien die er ook niet altijd bij loopt als een George Clooney heb ik daar mooi lak aan.

Nu kom ik ook niet zo vaak buiten momenteel, dat scheelt natuurlijk. Het schrijven neemt al mijn tijd en gedachten in beslag. En het was best een spannende tijd voor me, want twee weken geleden had ik het voor driekwart voltooide manuscript opgestuurd naar de uitgeverij om ‘mee te lezen’. Dat houdt in dit geval in dat maar liefst twee zeer ervaren hoofdredacteuren van HarperCollins Holland hun kritisch oog laten gaan over wat ik tot nu toe geschreven heb om vervolgens aan te geven waar het al dan niet goed gaat en wat er nog aan verbeterd moet worden. Dat meelezen tijdens de schrijffase vind ik doodeng, want ik ben geen schrijver die van tevoren een kant en klare plot uitdenkt. De kans is groot dat ik halverwege het boek paadjes ben ingeslagen die niets te maken hebben met wat er verderop in het verhaal gebeurt. Die kronkels poets ik er altijd pas  aan het eind van het schrijftraject uit. Op driekwart van het verhaal zitten die kronkels er echter nog gewoon in. Gelukkig snappen mijn redacteuren precies hoe ze met mijn warrige manier van schrijven  om moeten gaan. Of misschien schrijf ik wel minder warrig dan ik zelf denk, dat kan natuurlijk ook. Hoe het ook zij, ik kan opgelucht ademhalen. De reactie die afgelopen vrijdag in mijn mailbox viel bezorgde me op voorhand al een fijn weekend:

Hai Wilma, we hebben het manuscript tot dusver zorgvuldig doorgelezen, en we zijn heel erg enthousiast! Het verhaal is romantisch, spannend, goed opgebouwd, met fijne personages, mooie sfeerbeschrijvingen… Kortom, het leest als een trein!

Pff, een pak van mijn hart, dat begrijpen jullie wel. Deze mooie reactie betekent natuurlijk niet dat er verder geen op- en aanmerkingen waren, want er moet echt nog wel het een en ander aangepast worden voor het manuscript zijn definitieve versie heeft bereikt en ik er tevreden mee ben. Hard werken dus de komende vier weken, en weinig tijd voor andere dingen, want de deadline staat op eind van de maand. Heb ik dan daarna weer eindelijk tijd voor mezelf en mijn leven in Pilion? Nou, eigenlijk niet, want boek nummer twee staat al te dringen. Als ik het goed onthouden heb, moet die eind maart alweer ingeleverd worden. Ook de winter zal dus in het teken staan van veel en heel gedisciplineerd schrijven.

De boog kan echter niet altijd gespannen zijn, dus als ik over vier weken mijn deadline heb bereikt, trakteer ik mezelf eerst op een heerlijk weekje weg in eigen land. Het gaat een avontuurlijke vriendinnentrip worden naar Lake Kerkini, een groot natuurreservaat zo’n honderd kilometer boven Thessaloniki, waar waterbuffels, pelikanen, flamingo’s, en nog heel veel andere vogels en diersoorten voorkomen. Na een paar dagen puur natuur trekken we verder naar Drama, om van daaruit een bezoek te brengen aan de beroemde Alistrati-grot. Vanuit Drama zullen we dan per trein terugkeren naar Thessaloniki, waarna vriendin terugreist naar Nederland en ik naar Kato Gatzea.

Kortom, echt iets om naar uit te kijken, en ja, ook wel verdiend na al het harde werken van de afgelopen maanden, toch? Maar voorlopig moet het nog even bij de voorpret blijven, want morgenochtend schuif ik weer netjes achter mijn bureau. Om die laatste lastige hoofdstukken af te schrijven en daarna alle onlogische gedachtekronkels keurig weg te poetsen. Die leestrein van jullie moet natuurlijk wel tot op de laatste bladzijde gewoon lekker voortdenderen… 😉

♥♥♥♥♥

Dubbelleven

De column van vandaag gaat niet echt interessant voor u worden, vrees ik. Ik zit namelijk volop in mijn fictieve boekwereld, wat betekent dat de echte wereld voor een groot deel aan mij voorbijgaat. Dus als u mij nog niet zo goed kent en hier een rasechte Pilion-column verwacht: sorry, ik schrijf momenteel het eerste deel van de feelgood-trilogie De Rozen van Beekbrugge, een roman die in juni 2018 zal uitkomen bij uitgeverij HarperCollins Holland, en ik ben daarmee zo druk dat mijn Griekse en sociale leven al een poosje grotendeels stilstaat. Zo gaat dat bij schrijvers, of in ieder geval bij mij.

Dat het vandaag 1 september is weet ik alleen omdat ik mijn deadline van 31 oktober scherp in de gaten houd, maar welke dag van de week het is moest ik even nakijken. Werkdagen en weekenden vloeien in elkaar over, want in mijn hoofd ben ik nu constant bezig om de plot uit te werken. Als ik ‘s nachts wakker word, begin ik in gedachten meteen weer scènes te analyseren en te herschrijven, en ja, dan komen tot mijn afschuw ook de twijfels. Twijfels of de plot wel logisch is, de karakters niet te oppervlakkig, de stijl niet te ouderwets, het verhaal wel spannend genoeg… afijn, noem het maar op. Gelukkig weet ik inmiddels dat het ‘normaal’ is om in deze fase van het boek zo te twijfelen. Ik heb al genoeg romans geschreven om het te herkennen, maar feit blijft dat het me steeds weer overkomt, dat moment dat ik in een vlaag van frustratie op de delete-knop wil drukken en met een deken over mijn hoofd een potje op de bank wil gaan zitten janken. Het is het moment waarop ik schrijven haat, want het confronteert me gigantisch met het ‘niet-goed-genoeg’-stemmetje in mijn hoofd waartegen ik al mijn hele leven op moet boksen. En als dat stemmetje maar hard genoeg roept, dan zijn alle successen die het tegendeel bewijzen niet in staat om het tot zwijgen te brengen.

Ik moet daar helaas ‘gewoon’ doorheen, en daar ben ik nu driftig mee bezig. Hoe sneller hoe beter, want pas als het verhaal eenmaal geschreven is, kan ik opgelucht achterover gaan zitten en mijn ‘andere ik’ vragen het zo objectief mogelijk te lezen. Dat is trouwens ook een zenuwslopende fase, hoor, want mijn andere ik neemt geen blad voor de mond. Ze is een echte Vlaardingse, recht voor zijn raap. Op het botte af, zal ik maar zeggen. Ze schrapt, herschrijft en schrapt weer, net zolang tot het manuscript een vorm heeft gekregen waarmee we allebei tevreden kunnen zijn. Tevreden, ja, want een ‘niet-goed-genoeg’-persoon zal van zichzelf nooit roepen dat het fantastisch is. Het kan immers altijd beter.

Kortom, dit is niet het juiste moment voor mij om een gezellige Grieks getinte column voor u te schrijven. Wat niet wegneemt dat het Griekse leven om mij heen natuurlijk gewoon doorgaat. De extreme hitte is sinds deze week eindelijk verdreven met een giga onweers- en regenbui, die gepaard ging met langdurige stroomuitval en meerdere lekkages in ons huisje. Dat laatste gebeurt nu eenmaal in een eenvoudig Grieks huis dat al meer dan vijftig jaar de elementen trotseert. Daar kun je boos om worden, maar je kunt er ook een paar dweilen bij pakken en teiltjes eronder zetten. Zo vaak hebben we dat soort regenbuien niet, dus die enkele keer dat het nodig is, pas je gewoon de ‘Griekse oplossing’ toe. Wie regelmatig in Griekenland komt, snapt ongetwijfeld wat ik daarmee bedoel.

Ik heb trouwens tijdens die warme maanden tussen het schrijven door wel kans gezien om een oplossing te bedenken voor de voorkant van onze keukenkastjes. Ik wilde daar al maanden graag iets vóór hebben, zodat de pannen en keukenapparaten niet zo open-en-bloot te kijk staan als we ze niet gebruiken, maar dat bleek dus een echte hersenkraker te zijn. Ten eerste omdat manlief geen enkel bezwaar had tegen open-en-bloot, en ten tweede omdat de keuken een simpele, maar toch wel robuuste uitstraling heeft, waarbij gordijntjes – de oorspronkelijk opzet – totaal niet pasten. Bij zo’n impasse moet je het gewoon een tijdje laten sudderen, en blijkbaar waren de hoge zomertemperaturen daarvoor zeer geschikt, want deze week wist ik het ineens: er moesten van die bamboe-achtige rolgordijntjes voor komen. U weet wel, van die naturelkleurige nephouten lattengordijntjes.

Manlief was het er na enig heen en weer gepraat ook mee eens, en beloofde ze gisteren mee te brengen uit Volos. Ik was best wel nieuwsgierig of het zou lukken, dus informeerde meteen bij zijn thuiskomst of hij ze had meegebracht. Helaas niet, was het antwoord. Hij was het helemaal vergeten. Ach ja, dat kan gebeuren als je een bepaalde leeftijd hebt bereikt, nietwaar? Maar goed, hij komt regelmatig in Volos, dus wat in het vat zit… Ik gaf hem een troostende zoen, rende weer terug naar mijn werkkamer en ging snel verder met waar ik mee bezig was: schrijven.

Nu heeft mijn werkkamer ramen die uitkijken op de brommer van manlief. Ik werp regelmatig een blik uit het raam als ik aan het schrijven ben. Dan denk ik na over een zin of het verloop van een scène. En om u een treffend voorbeeld te geven van die twee werelden waarin ik momenteel vertoef: de hele middag hebben naast die brommer, pal in mijn gezichtsveld, drie rolgordijntjes gestaan. Ik heb ernaar gekeken, ik moet ze ‘gezien’ hebben, maar ik zag ze dus werkelijk niet. Pas aan het eind van de middag, toen ik mijn werk afsloot en langzaam weer naar de ‘echte wereld’ terugkeerde, registreerde mijn brein pas waarnaar ik al die tijd had gekeken: de bewuste rolgordijntjes.

Ik moet eerlijk bekennen, dat ik zelf niet zo’n last heb van dat gehop tussen die twee werelden, hoewel ik snap dat het voor de wederhelft en buitenstaanders soms moeilijk te begrijpen is. Zo bont als een collega van mij het tijdens het schrijven maakte – die stopte een slipper in de oven in plaats van een stokbroodje – heb ik het nooit gemaakt. Maar dat komt misschien wel omdat ik niet hoef te koken, dat doet manlief. Hoewel ik in mijn huidige andere wereld inmiddels een echte keukenprinses ben, die haar hand niet omdraait voor een bakblik vol peer-en-roquefort-quichjes. Dat krijg je als je van je hoofdpersoon een cateraar maakt, die regelmatig met spannende recepten op de proppen moet komen. Ik weet bijvoorbeeld precies hoe je fluweelpootjes bereidt en…

Afijn, ik zei het al in het begin, ik heb deze maand echt niets interessants te melden 😉

♥♥♥♥♥