Valentijnsaanbieding
♥ VALENTIJNSAANBIEDING ♥:



Het sneeuwt. Ons kleine dorpje aan de Pagasitische Golf is gehuld in een wit gewaad. Geen beeld dat meteen op je netvlies springt als je denkt aan Griekenland. Daar schijnt immers altijd de zon, loopt iedereen het hele jaar door in zomerse kledij en staat de fles zonnebrand-crème standaard voor het grijpen.
Niet dus. Dat is een net zo vertekend beeld als de molens en klompen die iedere Griek bij het horen van ons geboorteland meteen aanhaalt. O, en niet te vergeten de koffieshops waar je zomaar drugs kunt krijgen! Dat vinden ze wel zoiets spannends. Tja, alsof er op iedere hoek van iedere straat van ieder Nederlands dorp een koffieshop zit… Persoonlijk heb ik er nooit eentje van binnen gezien. Tenminste niet de koffieshops die de Grieken voor ogen hebben als ik het over een koffieshop heb.
Mijn buurvrouw is gek op Nederland. Ze is er een jaar of tien geleden met man en kinderen een weekje geweest, bij vrienden in Groningen. Het vlakke land, de aardige mensen en de ontelbare sloten en slootjes bevielen haar goed. Net als de gele vla. Die was wel zo verschrikkelijk lekker, zoiets had ze nog nooit geproefd. Het was erg koud geweest tijdens haar bezoek, vertelde ze, maar zelfs dat was haar prima bevallen. ‘Winter is bij jullie ook echt winter,’ zei ze weemoedig. Helaas had er geen ijs op de sloten gelegen, dat vond ze wel jammer. Ze had zo graag eens met eigen ogen willen zien hoe mensen een mes onder hun schoenen bonden en daarop over die sloten zwierden. En was het waar dat iedereen daarbij dan ook een stoel meenam?
Het duurde even voor het kwartje bij mij viel, maar dat kwam omdat het al heel wat jaren geleden is dat ik voor het eerst het ijs op ging. En of ik daarbij een stoel gebruikt heb, kan ik mij niet echt meer herinneren. Mijn Friese doorlopers werden namelijk al heel al snel verruild voor witte kunstschaatsen waarop ik iedere zaterdag onder de bezielende leiding van de Vlaardingse IJsclub over het gladde – en harde – ijs van de ijsbaan in ’s Hertogenbosch pirouettes draaide en aarzelende sprongetjes maakte. Ergens onderin mijn memories-doos moeten zelfs nog een paar schaatsdiploma’s zitten. Het zijn er in ieder geval meer dan mijn zwemdiploma’s, dat weet ik wel, want ik stond liever op het water dan dat ik erin lag.
‘Ik heb als kind een boek gelezen dat in Nederland speelde,’ vertelde buurvrouw verder. ‘Van een meisje dat heel graag wilde schaatsen, maar haar vader was erg arm en kon geen echte schaatsen voor haar kopen. Toen leerde ze schaatsen op die messen, met een stoel, en later deed ze mee aan een schaatswedstrijd en ze won ook nog. Het was zo’n mooi boek, ik heb er zelfs een beetje om moeten huilen.’
Weet u wat ik zo bijzonder aan dit gesprek vond? Ik herinnerde mij ineens dat ik dat boek ook had gelezen, ergens in de jaren zestig. Volgens mij heette het ‘De Gouden Schaats’ en het viel in wat ik ‘de W.G. vd Hulst-categorie’ noem. Een echte tranentrekker met moraal dus. Waarschijnlijk heb ik het voor het kerstfeest van de zondagsschool gekregen, samen met het traditionele mandarijntje in vloeipapier. Ik denk niet dat het een bestseller was, maar ik weet wel dat ik het een prachtig boek vond, ook al omdat ik zelf zo actief met schaatsen bezig was.
Dat mijn Griekse buurvrouw het ook heeft gelezen intrigeert me mateloos. Op de een of andere manier moet dit doorsnee Nederlandse kinderboek ooit in het Grieks zijn vertaald en gelezen door Griekse kinderen, waardoor zij nu, als volwassenen, nog steeds denken dat wij Hollanders op messen achter stoelen over het ijs zwieren. Ik vraag me af of degene die dit boek schreef, destijds heeft kunnen bevroeden dat haar of zijn pennenvrucht bijna vijftig jaar later nog een onderwerp van gesprek zou zijn in de tuin van een klein dorpje aan de Pagasitische Golf. Wie schrijft, die blijft, zeggen ze, en is dit naar waarheid opgetekende gesprek niet het bewijs dat het echt waar is?
Ha, ben ik even blij dat ik schrijfster ben

Zondag 1 januari 2012, een echte ouderwetse Nieuwjaarsdag, met oliebollen op tafel, een pan snert op het vuur en op de achtergrond de zoete Strauss-klanken van het Wiener Philharmonisch Orkest. Dat de Wiener Sängerknaben door de Griekse commentator als ‘zangeressen’ werden betiteld, vergroot onze feestvreugde alleen maar.
Een rustige jaarwisseling was het voor ons. Geen vuurwerk, geen uitbundig feest, geen papieren hoedjes, toeters en/of bellen. Nee, lekker oubollig saampjes op de bank met het tavli-spel en ‘Een Rondje Cabaret’ van de Wereldomroep uit de luidsprekers. Het was de oudejaarsuitzending, dus er kwamen aardig wat oude bekenden voorbij: Wim Kan, Seth Gaaikema, Youp van ’t Hek. Naar die laatste hopen we vanavond ook nog te kijken, via uitzending gemist is de oudejaarsconference van gisteravond ook in onze Griekse huiskamer te zien. Ach ja, de techniek staat tegenwoordig voor niets. Als we de gordijnen dichttrekken, kunnen we ons heel makkelijk ‘gewoon’ in Nederland wanen. Maar afgezien van die ‘speciale dagen’ waarop je als emigrant waar ook ter wereld toch graag even in je vaderland vertoeft – al is het maar in gedachten – zijn wij toch echt liever hier.
“Maar waarom dan?” vroeg mijn Griekse buurvrouw gistermiddag toen ze een schaaltje met nieuwjaarskoekjes kwam brengen. Ik vind het altijd moeilijk om daar een antwoord op te geven. In de zo rap verslechterende economische situatie hier is het lastig uitleggen waarom wij een in Griekse ogen zeer goed geoliede en welgestelde maatschappij hebben verruild voor een chaotisch leven in een land dat op de rand van de afgrond staat. Dat wij van mening zijn dat welvaart ook heel veel nadelen met zich meebrengt, klinkt erg wrang voor mensen die niet weten wat hen in het komend jaar te wachten staat. “Ach, jullie zullen wel weggaan als het echt slecht wordt,” zei buurvrouw nog. ‘Maar wij… wij zitten hier vast.’ Mijn antwoord was dat we er niet over dachten om weg te gaan, dat we hier wóónden, in goede en slechte tijden, net als zij, maar diep in mijn hart besef ik heel goed dat het voor ons toch anders is, zeker omdat mijn beroep me in staat stelt om overal te werken.
Wij hebben inderdaad een keuze, we zouden hier weg kunnen gaan, misschien niet eens zozeer terug naar Nederland als wel een stapje verder, naar een volgend land waar de crisis nog niet zo hard heeft toegeslagen. Om mij heen zie ik veel buitenlanders vertrekken. Mensen die hier jaren hebben gewoond en gewerkt in de hoop hun kinderen of zichzelf een ander, béter leven te kunnen geven. Velen hebben al het besluit moeten nemen terug te keren naar hun eigen land omdat ze het hier niet meer kunnen redden. Ik hoop echt dat wij het komend jaar niet voor die keuze komen te staan, want ondanks de problemen die we om ons heen zien, vind ik het hier nog steeds heerlijk. Ik geniet van de vrijheid, van de ruimte, van de natuur, maar vooral van de niet stuk te krijgen mentaliteit van de mensen hier. Dít is mijn leven, mijn bestaan, en als ook onze broekriem nog strakker aangehaald moet worden omdat er van hogerhand steeds meer dwaze maatregelen worden genomen, dan moet dat maar.
Een emigratie naar een ander land lijkt wel een beetje op een huwelijk, vind ik. Je gaat samen een verbintenis aan, maar al ken je elkaar nog zo goed, je hebt werkelijk geen idee van wat je te wachten staat. Ieder huwelijk kent pieken en dalen, iedere relatie heeft te maken met stormachtige tijden. Als het allemaal niet zo lekker gaat, is de verleiding soms groot om het bijltje erbij neer te gooien. Een dergelijke actie zit echter niet in mijn genen. Gelukkig maar. Na meer dan dertig jaar huwelijk weet ik immers wel dat er in een leven samen altijd goede en slechte tijden zullen zijn. De kunst is om ondanks alles elkaar zodanig lief te hebben dat je de slechte tijden op de koop toe neemt. Mijn liefde voor Griekenland – voor Pílion – is groot, heel groot, maar ik heb werkelijk geen idee of het genoeg is om de stormen die dit land in de toekomst zullen gaan teisteren zonder al te veel kleerscheuren te doorstaan. Het enige wat ik ook nu heel zeker weet, net als destijds op dat ene zo belangrijke moment voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, is dat ik me met hart en ziel en met alle liefde die ik in me heb, zal inzetten om de verbintenis die wij zeven jaar geleden met Pilion zijn aangegaan in stand te houden. ‘For better, or for worse…’ Zodat ik u ook aan het eind van dit nieuwe jaar nog steeds mijn kleine verhaaltjes over Het Echte Leven in Pilion kan vertellen
Ik wens u allemaal, waar uw ‘thuis’ ook moge zijn, een heel gelukkig, gezond en vooral liefdevol 2012!

December begint hier met een zonnetje en zeventien graden op de thermometer. Ik heb zojuist een mandarijntje uit eigen tuin naar binnen gewerkt en denk terug aan al die decembermaanden die ik in Nederland heb meegemaakt. Beelden van kou, sneeuw, regen en gehaaste mensen flitsen over mijn netvlies.
Er móést altijd zoveel in deze maand. En hoewel wij ieder jaar weer probeerden om ons niet mee te laten slepen in de decembergekte, was dat een vrijwel onmogelijke opgave. Ik herinner me nog heel goed die keer – ergens in het begin van mijn huwelijk – dat ik mijn kerstmaalboodschappen uitstelde tot de dag voor kerst. Lekker makkelijk toch, alle inkopen in één keer? Ben je wel een hele dag kwijt, maar dat leek me efficiënter dan wekenlang kleine beetjes halen. Helaas, het geplande kerstmaal zag er dat jaar heel anders uit dan ik van tevoren had bedacht, want natuurlijk waren de ingrediënten die ik volgens de prachtige recepten nodig had op de dag voor kerst niet meer te krijgen. De halflege schappen staarden mij troosteloos aan, en ik heb al mijn creativiteit en flexibiliteit moeten aanroepen om de volgende dag alsnog een leuk feestmaal op tafel te zetten. Ach ja… those were the days!
December stond voor mij in de laatste Nederlandse jaren vooral in het teken van de kerst-country. Demonstraties en optredens op kerstmarkten vergden heel wat creativiteit, want in die wondere winterland-sfeer kun je moeilijk een ‘normale’ cowboydansdemonstratie geven, nietwaar? Dus moesten de dansen herschreven worden tot ze pasten op countrykerstliedjes en werden de kostuums in meer of mindere mate aangepast aan de gelegenheid. Hoogtepunt op dat gebied was toch wel het jaar dat we een dansoptreden verzorgden tijdens de kerstmarkt in Hellendoorn die helemaal in het teken stond van een Charles Dickens-achtige sfeer. Op Ierse muziek, gehuld in lange rokken, omslagdoeken, mutsen en moffen, dansten we onze countrydansen in een aangepaste versie op een wankel toneel dat voor de romantisch verlichte kerk was opgebouwd. Het was koud. Zo koud dat het tijdens onze eerste dans begon te sneeuwen. Hebt u enig idee hoe glad een houten plankenvloer wordt als er verse sneeuw op valt? Ik heb nog dagen erna spierpijn gehad van het krampachtig proberen niet onderuit te gaan. Maar het was het helemaal waard, want toen de laatste noten van een Schotse doedelzakversie van Amazing Grace wegstierven, de sneeuwvlokjes op ons neerdwarrelden en we hijgend en bezweet neerkeken op het publiek rond de vuurkorven voor het toneel… ach, ik krijg er nog steeds een brok van in mijn keel.
Dit jaar hoef ik geen kerstchoreografieën te schrijven. Ik hoef zelfs geen feestmaal te bedenken, want als alles volgens plan verloopt, gaan we uit eten. Bij Nirwana in Kala Nera, waar de kok ons vast een heerlijke maaltijd zal voorzetten. Maar meer dan op het eten verheug ik me op ons gezelschap. Voor het eerst sinds we hier wonen, krijgen we met de kerstdagen bezoek uit Nederland. ‘Mijn vriendinnetje’ met haar man die inmiddels meer dan bekend zijn met een zomers Pilion, willen dit jaar graag een Griekse kerst meemaken. Nu stelt dat op zich weinig voor, want kerst wordt hier niet zo uitbundig gevierd als in Nederland, maar het vooruitzicht om die voor ons toch wel traditionele familiedagen door te brengen in het gezelschap van onze vrienden is natuurlijk wel heel erg fijn. De kerstfilm staat al klaar, de eerste kerstboodschappen zijn in huis en een dezer dagen wordt de speciale kerstdoos met opvouwbare kerstboom onder het bed vandaan gehaald. Het is december. De zon schijnt en het is zeventien graden. Maar onze kerst wordt gewoon een heerlijke ouderwetse Hollandse kerst!
Ik wens jullie allemaal een heel fijne decembermaand!

Heel leuk vind ik het dat Uitgeverij Cupido mijn boek heeft uitgekozen als Leesclub Topper voor de maanden november, december en januari. Wil je ook meepraten over Bouzouki Boogie, meld je dan aan op de Hyves-pagina van de Uitgeverij Cupido Leesclub. Zodra de gedrukte versie van mijn roman verschenen is – half november – gaat het boekbespreek-forum van start. Veel leesplezier!