Pareía

Het gaat opschieten nu, mijn reis naar Nederland en Guernsey. Nog vier weekjes, dan is het zover. Best spannend allemaal, want de afgelopen drie jaar ben ik niet verder dan Volos gekomen. Ik ben dan ook maar ruim op tijd aan de voorbereidingen begonnen, ook al omdat er in mei altijd wel vrienden deze kant op komen voor wie ik graag tijd vrij maak. Het mag immers weer, dat reizen, daar kunnen ze op Schiphol over meepraten. Gezien de lange wachttijden daar ben ik eigenlijk wel heel erg blij dat ik mijn terugreis vanaf Düsseldorf geboekt heb. Dat was de meest logische luchthaven voor mij, omdat er vandaar rechtstreeks op Volos wordt gevlogen. Bovendien ben ik de week ervoor in Twente, en van daaruit ben je net zo snel in Düsseldorf als op Schiphol. Dus mocht u de komende tijd nog een reisje naar Pilion willen boeken, dan is Düsseldorf misschien een goed alternatief om de problemen op de nationale luchthaven te ontlopen.

De inmiddels gearriveerde vrienden hebben overigens niet al te veel last gehad van de wachtrijen. Ze hebben alleen wat meer tijd op Schiphol doorgebracht dan anders, want uit voorzorg waren ze uiteraard extra vroeg aanwezig. Gelukkig was het leed van de lange, lange reis al snel vergeten. Het aanschouwen van een Pilionse zonsondergang vanaf een terras aan de boulevard van Kala Nera met een Mythos onder handbereik maakt heel veel goed. En als je dan de volgende morgen wakker wordt gekieteld door warme zonnestralen op je gezicht en de geur van bloeiende jasmijn je kamer binnen komt zweven, dan weet je meteen weer waar je het allemaal voor gedaan hebt!

Dankzij de vrienden geniet ik ook altijd een beetje mee van het vakantiegevoel. Een gezamenlijk bezoekje aan Volos, een etentje in de taverne, een terrasdrankje aan het eind van de middag en natuurlijk ook zo af en toe een wat langere wandeling als dat zo uitkomt. Vorige week nog liep ik samen met vriendin van Milies naar Kala Nera in een lekker relaxt tempo met als beloning een heerlijk koud biertje op het terras van Nagual. Dat mocht ook wel, want de temperatuur loopt momenteel snel op naar de dertig graden – en meer. Niet handig om dan pas rond het middaguur te starten met je wandeling, maar ja, we waren echt al om elf uur in Milies, vastbesloten om op tijd te beginnen. Alleen hoort daar altijd wel eerst een frappé bij, en als je elkaar dan heel lang niet hebt gezien, dan moet er dus heel veel bijgekletst worden en zijn we ineens zomaar anderhalf uur verder.

Tja, kletsen doe ik volgens manlief vijf kwartier in een uur – nogal overdreven, vind ik zelf, maar oké, een beetje gelijk heeft hij wel. Zo’n gave komt echter prima van pas als je een zaal vol mensen een paar uur lang alles mag vertellen over je boeken, je schrijversleven en het mooie schiereiland Pilion. Met de eerste twee onderwerpen heb ik altijd een beetje moeite, maar over Pilion raak ik nooit uitgepraat. Hoe leuk is het dan als je een uitnodiging krijgt van de bibliotheek in je geboortestad om tijdens je verblijf in Nederland een lezing te geven in Griekse sferen. Nu vind ik ‘lezing’ altijd erg officieel klinken. Ik heb het liever over een ‘pareia’ (=gezelschap)-avond. Dat past beter bij mij en dat wat ik te vertellen heb. Wie het leuk vindt om een paar uur in mijn gezelschap door te brengen, is dan ook van harte welkom op donderdagavond 14 juli van 20.00 tot 22.00 in Bibliotheek de Plataan in Vlaardingen. Het gaat vast heel gezellig worden, want de bieb zorgt voor hapjes en drankjes in Griekse sferen en als het meezit komen er ook nog een paar Griekse muzikanten langs. Tickets kun je nu al reserveren via deze link, en wacht er niet te lang mee, want vol is vol. Ik heb er superveel zin in om mijn lezers, vrienden, bekenden en onbekenden na al die reisloze jaren weer te ontmoeten. Dus ben je in de gelegenheid, en vind je het leuk om te horen wat ik allemaal te vertellen heb, aarzel dan niet en bestel dat kaartje nu!

Mocht Vlaardingen een beetje uit de buurt zijn voor je, dan ben ik ook op 1 juli aanwezig bij het World of Romance-event in Amsterdam, georganiseerd door uitgeverij HarperCollins. Hoe en wat daar gaat gebeuren weet ik nog niet, behalve dat het ’s middags plaats zal vinden, maar via deze link kun je daar binnenkort vast van alles over lezen. Eén ding weet ik al wel: die middag draait alles om het romantische boek, dus ik denk dat je er behalve ondergetekende nog wel een paar andere HarperCollins-schrijvers en -medewerkers zult vinden. Het wordt ongetwijfeld ook daar heel gezellig!

Voor het allemaal zover is, moet er aan deze kant nog heel wat gebeuren. Behalve het ‘kledingprobleem’ – waarover ik uitgebreid schreef in mijn laatste Vlaardingen24-column – ben ik al dagen zoet met het maken van een video over Pilion, die als alles goed gaat te zien zal zijn tijdens de pareia-avond in Vlaardingen. Geen alledaags werkje voor mij, dus voor ik goed begreep hoe zo’n videoprogramma werkt, was ik al uren verder. En dan het uitzoeken van het beeldmateriaal… pff, duizenden foto’s heb ik in mijn archief, en pluk daar dan maar eens de mooiste uit. Ik nader de voltooiing, wat maar goed is ook, want met temperaturen van rond de dertig lig ik liever aan het strand dan dat ik in mijn werkkamer achter de computer zit. Een beetje gezond kleurtje staat nu eenmaal beter bij wat er straks in de koffer meegaat op reis en aangezien ik van nature niet gezegend ben met een snel kleurende huid vergt ook dat een zekere mate van planning.

Natuurlijk weet ik ook wel dat al die tutteldingen waar ik momenteel mee bezig ben, helemaal niet belangrijk zijn. Het is meer dat ik nu de tijd en de mogelijkheden heb om ze te doen, en daar geniet ik met volle teugen van. In voorgaande jaren was er altijd wel een dringende deadline die gehaald moest worden voordat ik op reis ging, en geloof me, dat was altijd één groot geworstel tussen de schrijfplicht en de dingen die absoluut gedaan moesten worden voordat ik in het vliegtuig kon stappen. Dat ik nu zo’n heerlijk relaxte aanloopperiode heb, is echt iets waar ik totaal niet aan gewend ben en volop van geniet. Mezelf kennende zal ik echter in die laatste week voor vertrek nog allerlei dingen te doen hebben waar ik vanwege dat zeer relaxte gedoe natuurlijk helemaal niet aan toe ben gekomen, maar dat zien we dan wel weer. Als ik maar op tijd in dat vliegtuig stap, komt alles goed. Met of zonder goedgevulde koffer, en gebruind of niet… 😉

Tot ziens in Nederland!

♥♥♥♥♥

Feestweekje

Soms heb je van die weken, waarin het begrip ‘tijd’ een beetje vervaagt. Als je dan ook nog eens een auteur zonder een ‘Work In Progress’ bent, oftewel een lummelende schrijfster, dan kan het weleens voorkomen dat je ietwat laat beseft dat er ook nog een maandelijkse column geschreven moet worden. Het voordeel van lummelen is dat ik weinig of geen plannen heb, en dus kan ik na mijn ontbijtkoffie best even achter mijn computer kruipen om een gezellig verhaaltje voor u te schrijven. Na alle @metoo-commotie, een walgelijke ‘jeugdzonde-onthulling’ op televisie en niet te vergeten heel veel gruwelijk oorlogsnieuws kan dat beslist geen kwaad, lijkt me zo.

En gezellig was het hier in de afgelopen tijd zeer zeker! Ondergetekende was jarig en dat werd uitgebreid gevierd in het gezelschap van mijn jeugdvriendinnetje en haar man, die we na drie jaar afwezigheid eindelijk weer in levenden lijve konden begroeten. Het werd een mooie dag met een prachtige taart, lieve verwencadeautjes, heel veel online-felicitaties en als superverrassing een door onze vrienden meegebrachte gouden ketting van zoonlief en zijn vriendin. Vanwege de taartcalorieën hebben we ook maar meteen onze eerste wandeling gemaakt, lekker relaxed door het bos naar een verscholen baaitje aan de kust met als afsluiting een tsipourootje in het dorp.

Op Goede Vrijdag – het was hier een week later Pasen – reden we naar Argalasti, op zoek naar een barbecue. Onze oude bleek namelijk volledig doorgeroest te zijn, en aangezien we voor Paaszondag net als vele Grieken onze maaltijd in de buitenlucht wilden nuttigen, moest er nog even snel een nieuwe komen. Die was gelukkig gauw gevonden, waardoor we meer dan genoeg tijd hadden om door te rijden naar Agia Kyriaki, een klein dorpje in het uiterste zuiden van ons schiereiland. Er stond een aardig briesje toen we voor een uitgebreide lunch neerstreken op het terras van taverne Manollo, waardoor een in de Golf varende catamaran genoodzaakt was om ‘naar binnen’ te komen, en op luttele meters van ons tafeltje probeerde aan te meren. Omdat er al een ander bootje aan de kade lag, verliep dat niet helemaal vlekkeloos, maar met hulp van Manollo en zijn kornuiten lukte het uiteindelijk toch. Altijd leuk om vanachter je tafeltje dit soort (leed)vermakelijke tafereeltjes te aanschouwen!

Het ‘echte’ Griekse paasfeest hebben we – behalve een verkorte meeloop met de vrijdagavondprocessie – rustig aan ons voorbij laten gaan. Het Ontsteken van het Licht geloven we wel na al die jaren hier, zodat we het gezang en de vuurwerkknallen lekker opgekruld in bed over ons heen hebben laten komen. Echt spectaculair was het allemaal niet. Om kwart over twaalf was alles weer rustig, en kon onze Ira zich eindelijk met een diepe zucht in haar mand neervlijen. Die vindt dat geknal namelijk vreselijk en had al een paar keer geprobeerd om zich in de smalle ruimte tussen mijn nachtkastje en het bed te verstoppen, gezien haar forse formaat een onmogelijke opgave. Gelukkig duurt dat vuurwerk hier maar heel kort, dus het leed was ook dit jaar weer snel geleden.

Paaszondag stond na ons uitgebreide paasontbijt in het teken van De Barbecue. Overal in het dorp werden de vuren al vroeg aangestoken om het paaslam tegen etenstijd een beetje gaar te krijgen, wat goed te ruiken was. Zelf heb ik het niet zo op lamsvlees, dus bij ons werd de nieuwe barbecue wat later aangestoken. De kooltjes waren heel snel op temperatuur, zodat er binnen recordtijd genoten kon worden van de souvlaki’s, de kipfiletjes en de vleugeltjes. Gecombineerd met een lekkere salade, sausjes, geroosterd brood en natuurlijk de nodige drankjes hebben we een heerlijke middag gehad op ons terras onder de Griekse zon. En aan de vrolijke muziek te horen die van overal om ons heen de tuin in zweefde, waren we beslist niet de enigen!

Tijdens het barbecueën hadden de mannen besloten dat het hoog tijd was om de kajak uit de winterstalling te halen, en zo begon de maandag, na een uurtje vaarklaar maken van ons ‘Oranje gevaar’, zeer actief met een peddeltocht naar het terras van Yabanaki in Kala Nera. Nou ja, voor de mannen dan. Wij vrouwen zijn gewoon in de auto gestapt en er op ons gemak naartoe gereden. Natuurlijk hoopten we stiekem een hilarische foto te kunnen nemen bij de binnenkomst van de heren, maar die hadden de aanlegkunst heel wat beter onder de knie dan de catamaran-eigenaar in Agia Kyriaki. Er kwam geen nat pak aan te pas bij het uit- en later weer instappen!

De laatste dag van het bezoek hebben we het maar een beetje rustig gehouden, en de feestweek afgesloten met de beroemde en overheerlijke 4-kazenpizza van Yialoparmeno aan de boulevard van ons kleine dorpje. Het afscheid was de volgende ochtend al vroeg, met een laatste omhelzing voordat de taxi de straat uit reed om onze vrienden naar de luchthaven van Thessaloniki te brengen. Even wennen was het wel om ons gewone leventje samen weer op te pakken, vandaar dat ik er nog niet helemaal aan toe was om me te herinneren dat ik voor vandaag een column moest schrijven. Ik was ook even vergeten dat de 1e mei in Griekenland ‘Bloemetjesplukdag’ was, wat opnieuw gevierd wordt met barbecueën met vrienden en familie. Zodat manlief net thuiskomt met de mededeling dat we zojuist zijn uitgenodigd door onze huurbaas om bij zijn olijfpers- annex benzinario een hapje en een drankje te komen nuttigen. ‘Geit, lam, tsipouro en Griekse jammermuziek…’ aldus een nogal benauwd kijkende manlief, omdat dit niet echt onze favorieten zijn. Maar ja, we hadden de uitnodiging voor de Pasen ook al afgeslagen, dus eigenlijk… eigenlijk kunnen we hier met goed fatsoen niet onderuit. En het excuus dat ik nog een column moet schrijven, gaat ook niet op, want die is inmiddels wel af.

Kortom, ik vrees dat ik mijn makkelijke joggingbroek toch moet gaan verwisselen voor een wat beschaafdere outfit en de middag op een andere manier zal doorbrengen dan ik had verwacht. En dat… Nou ja, dat is dus precies wat het leven in Pilion zo leuk maakt… 😉

♥♥♥♥♥

 

 

Bergje rijden

‘Een paar dagen autohuur kan het vakantieplezier zeker verhogen,’ staat er ergens in mijn reisgids Een Hollandse Kijk op Pilion geschreven. Een waar woord, want met de auto kom je toch op plekken waar je met openbaar vervoer of te voet niet zo makkelijk komt. Maar autorijden in Pilion betekent ook ‘bergje rijden’ en voor wie aan het vlakke wegennet in Nederland gewend is, kan dat toch best lastig zijn. Als hostess adviseerde ik mijn gasten in Kala Nera en omgeving vaak om eerst maar eens langs de kust naar Trikeri in het zuiden af te zakken, een ritje van zo’n anderhalf uur als je achter elkaar door zou rijden. Wat je natuurlijk niet moet doen, want de dorpjes die je onderweg tegenkomt, zijn veelal de moeite van een kwartiertje rondkijken waard. Langs de kust naar het zuiden rijden is niet moeilijk. De doorgaande weg van Volos naar Trikeri wordt redelijk goed bijgehouden, is nergens echt smal te noemen en kent geen hellingen waar je in je één naar boven moet. Een relaxt ritje dus om mee te beginnen, zeker als je weinig ervaring hebt met het rijden in de bergen. En daarmee bedoel ik dus niet die mooi geasfalteerde tweebaansbergwegen in Oostenrijk of Italië waarover je moeiteloos naar je vakantiebestemming zoeft. Nee, ik heb het over smalle, steile, slecht bestrate en vooral bochtige weggetjes met heel veel onverwachte kuilen erin.

Ik moest hieraan denken omdat manlief en ik gisteren het ‘Kleine Rondje Pilion’ hebben gereden, dat ik mijn gasten aanraadde als het rijden naar Trikeri hun bevallen was. Dat rondje start in Kala Nera – of in ons geval in Kato Gatzea – gaat bij de afslag naar Milies de bergen in en voert dan vervolgens langs de dorpjes Milies, Visitza, Pinakates, Agios Georgios en Agios Vlassios naar Lechonia, alwaar je via de kustweg weer naar je startpunt rijdt. In mijn hostesstijd reed ik dat rondje regelmatig, maar in de autoloze jaren daarna kwam het er niet meer zo vaak van. Nou ja, behalve een enkele keer op de scooter, maar dat rijdt toch weer heel anders. In mijn herinnering was dat Rondje veel minder steil, bochtig en smal dan gisteren, en ik moest echt wennen aan het vele geschakel, het ontwijken van de ergste kuilen en het nemen van de scherpe bochten. Best weer spannend, maar ook wel heel leuk!

Veel verkeer was er natuurlijk niet onderweg zo op de wisseling van winter naar lente, en het grote plein van Milies was geheel uitgestorven. Des te verbazingwekkender was het dat de parkeerplaats aan de rand van dat plein helemaal vol stond met auto’s. Nu is het al niet makkelijk om die parkeerplaats in te rijden – via een smal straatje naast de kerk – maar om dan tussen al die kriskras geparkeerde auto’s een parkeerplek te vinden waar je later ook nog uit kunt komen, valt beslist niet mee. En dan had ik nog het geluk gehad dat ik in de aanloop naar het dorp geen bus was tegengekomen. Ik blijf het onvoorstelbaar vinden dat die grote bakbeesten het bijna negentig graden bochtje bij de kerk in Milies kunnen nemen zonder vast te komen zitten. Als zo’n bus die bocht met veel moeite heeft gemaakt, moet je als tegemoetkomend verkeer toch echt achteruit om hem te laten passeren: op een steil, bochtig weggetje met aan één kant geparkeerde auto’s en een ravijn, en achter je nog een hele rits ongeduldige autobestuurders die niet snappen dat ze ook terug moeten. Als je dit in hoogzomer overkomt, ben je meteen twee kilo kwijt vanwege het zweten wat je op zo’n moment doet. Maar daar had ik gisteren dus allemaal geen last van.

Het was best leuk om even door het dorp te slenteren en in de winkeltjes te kijken, maar om nou op zo’n groot, uitgestorven plein saampjes koffie te drinken zagen we niet zo zitten. Dus nog geen kwartier later reden we alweer verder, door die bewuste negentig graden bocht, richting Vizitsa, dat een kilometer of twee verderop ligt. Het dorp zelf ligt een eindje boven de weg, aan de rechterkant, en als je dat niet weet, dan rijd je langs de kleine marktstalletjes langs de weg er zo weer uit. Bovendien word je als bestuurder behoorlijk in beslag genomen door het wegdek zelf, want behalve de belabberde bestrating en een helling naar beneden zit er ook nog een soort deuk in, dankzij een paar grote roosters die over de breedte van de weg lopen. Hard rijden hier zou ik dan ook beslist niet aanraden.

Hard rijden moet je sowieso niet doen in Pilion. Ten eerste is het daar te bochtig voor en ten tweede kun je na zo’n bocht ineens te maken krijgen met een op de weg lopende kudde geiten of in het zwart geklede vrouwtjes die ‘chorta’ aan het plukken zijn. En geloof me, als het zo tegen de schemer loopt, dan zie je die in het zwart geklede dames écht niet! Buiten dat is het gewoon leuk om tijdens het rijden een beetje om je heen te kijken, want de weg naar Pinakates voert door een prachtig groen bos, met daartussendoor prachtige uitzichten op de Pagasitische Golf. In Pinakates, onze volgende stop, ligt het plein een flink aantal meters lager dan de weg, en moet je een paar steile trappen af om er te komen. Ook hier was het uitgestorven, maar de taverne was wel open en draaide gezellige muziek terwijl de jonge eigenaar de ramen van de deur aan het poetsen was. Het gebrek aan andere gasten werd ruimschoots goedgemaakt door Maya, de kleine tavernehond, die al snel bij manlief op schoot sprong om uitgebreid gekroeld te worden. Waaraan door ons uiteraard onmiddellijk gehoor werd gegeven.

De rit van Pinakates naar Lechonia vind ik zelf altijd het mooiste deel van het Rondje. Je rijdt door een prachtig bos, met hier en daar kletterende beekjes en kleine watervalletjes. Bovendien is de weg niet meer zo smal en voor het grootste deel geasfalteerd. Dat ze voor en door Agios Georgios met groot materieel een kabel in het wegdek aan het leggen waren, was iets minder, maar ook dat hoort nu eenmaal bij het avontuur dat Pilion heet. Je weet hier immers nooit wat je te wachten staat en dat maakt zo’n ritje door de bergen nog leuker en nog spannender dan het al is.

Tegen halftwee waren we weer thuis, en ik heb me nu al voorgenomen om dat bergje rijden de komende weken toch wat vaker te gaan doen. Want dat het rijden daar toch iets andere vaardigheden van een automobilist vergt dan een bezoekje aan Volos of Trikeri heb ik gisteren zelf ook weer eens mogen ervaren… 😉

♥♥♥♥♥

 

 

Tel uw zegeningen

Mijn hoofd staat vandaag niet zo naar het schrijven van een column. Zoals bij iedereen hakken de berichten over de huidige toestand in de wereld er flink in. Het is onvoorstelbaar dat opnieuw onschuldige miljoenen mensen in Europa moeten vluchten omdat een of andere machtswellusteling lak heeft aan alles en iedereen, en doet waar hij zin in heeft. Dat kon er ook nog wel bij, bovenop alle andere rampspoed van de afgelopen jaren. In een hoekje zitten jammeren schiet echter niet op, we moeten zo goed en zo kwaad verder met ons leven, ondanks die dreigende zwarte oorlogswolk die nu zo ineens zo heel dicht bij is.

Dat het hier vandaag regent, helpt ook al niet mee om een gezellig verhaaltje voor u op papier te zetten. Mijn normaal gesproken optimistische kijk op de wereld is momenteel ver te zoeken, maar om nu al mijn negatieve klaagzangen met u te delen schiet ook niet op. Daar worden u en ik niet vrolijker van. ‘Tel uw zegeningen, tel ze een voor een…’ is het motto dat ik van jongs af aan heb meegekregen, en vandaag is zo’n dag dat ik dat zegeningen tellen broodnodig heb. Het regent, ja, maar ik heb een stevig dak boven mijn hoofd dat gelukkig maar heel zelden druppels doorlaat. Onze nieuwe kachel doet het fantastisch – nou ja, als je er op tijd hout opgooit. Het is geen centrale verwarming, dus je moet wel regelmatig uit de luie stoel komen om het vuur brandende te houden. Schuifjes, grote en kleine kleppen… ze moeten allemaal op tijd open dan wel dicht gedaan worden, want anders verandert dat lekkere vuurtje al heel snel in een rokerig zwart hoopje as en kun je weer helemaal overnieuw beginnen. Inmiddels heb zelfs ik het vuurtje stoken redelijk onder de knie, al kan ik het in mijn enthousiasme nog weleens te goed doen. Negenentwintig graden is wel een beetje erg warm, dat geef ik ruiterlijk toe. Maar hé, dan zetten we gewoon een raampje open, want we hebben een prima afdak, dus die regen blijft keurig netjes buiten.

Dankbaar ben ik ook voor het schone water dat – bijna – iedere dag gewoon uit alle kranen stroomt die we in en buiten ons huisje hebben. Je zult toch maar de hele dag met flessen moeten zeulen om een simpel kopje koffie te kunnen maken. Of een gevulde emmer naast je wc-pot moeten hebben staan om je grote boodschap weg te spoelen. Eigenlijk is die wc-pot in huis op zich al een zegen, want je moet er toch niet aan denken dat je iedere keer – ook in de regen! – naar buiten moet rennen als je aandrang hebt! Ik heb nooit begrepen dat mensen het heerlijk vinden om te kamperen en dan met zo’n wc-rol onder hun arm vrolijk fluitend op zoek gaan naar een wc waar velen voor hen die dag ook gebruik van hebben gemaakt. Ik vrees dat mijn jeugdige KLM-verleden met overnachtingen in luxe hotels als de Hilton mij voorgoed hebben verpest voor dat soort geneugten. Ik hou van comfort, van zachte bedden en sanitaire voorzieningen die ik niet hoef te delen met anderen. En ik ben in de gezegende omstandigheid dat ik iedere dag opnieuw dat comfort heb.

Een zegen vind ik het ook dat ik de vrijheid heb om al dan niet mijn uren te besteden aan werk waar ik echt plezier in heb. Als ik me niet zo lekker voel, of gewoon geen zin heb omdat het zonnetje zo heerlijk schijnt, dan hoef ik aan niemand verantwoording af te leggen als ik de klep van mijn laptop lekker dicht laat. Dat mag ik allemaal zelf bepalen. Dus ja, ook dat is zeer zeker een van de zegeningen die ik moet noemen. Maar bovenaan staat natuurlijk de zegen dat ik al drieënveertig jaar mijn leven mag delen met een man die in voor- en tegenspoed aan mijn zijde staat. Een man die het vuurtje stoken veel beter onder de knie heeft dan ik, en precies weet wat er aan de kraan mankeert als er eens een keertje geen water uit komt. Een man die mij iedere dag een gezonde maaltijd voorzet, omdat ik anders vergeet om te eten en er ook nog eens voor zorgt dat onze voorraadkasten altijd meer dan genoeg gevuld zijn. Een man waarmee ik kan lachen en huilen, met wie ik ruzie kan maken, maar vooral een man die van mij houdt, ook als ik loop te klagen over alles waar ik eigenlijk niets over te klagen heb…

Juist in moeilijke tijden is het hardop benoemen van je zegeningen een must. Al die ‘simpele’ dingen die we eigenlijk zo heel vanzelfsprekend vinden, zijn voor het gros van de mensheid immers helemaal niet zo vanzelfsprekend. Ze kunnen je ook zomaar afgenomen worden, als een of andere idiote machtswellusteling het op zijn heupen krijgt. Zegeningen zijn niet dat grote jacht, die dure auto, dat prachtig ingerichte huis. Je bent gezegend als je kunt beschikken over de basisdingen waar ieder mens recht op heeft: een dak boven je hoofd, schoon water en een veilige leefomgeving voor al je dierbaren. Als je daarbovenop ook nog eens gezegend bent met een goede gezondheid, dan ben je ondanks alles wat er in je leven speelt, een meer dan gelukkig mens!

Het is goed om dit soort dingen zo af en toe hardop tegen jezelf te zeggen, jezelf een figuurlijke schop onder het achterste te geven. We zijn zo gewend om te klagen over van alles en nog wat, maar misschien moeten we onszelf eens wat meer trainen in het tellen van onze zegeningen. Daar heb je echt geen dure cursus of een wellness goeroe voor nodig. Een peptalk-column lezen uit het verre Griekenland volstaat ook 😉

♥♥♥

 

Op naar het voorjaar

Onze nieuwe jaar begon nogal heftig, met een ingestort kantoordak, lekkage tijdens een twee dagen durende kletterende regenbui, urenlange stroomonderbrekingen, pijnlijke tandartsbezoeken en als klap op de vuurpijl een sneeuwstorm die het hele land verlamde. Ook bij ons viel er meer sneeuw dan we in jaren gezien hadden, maar gelukkig duurde het maar vierentwintig uur. Daarna kwam het zonnetje weer tevoorschijn en waren de wegen alweer snel begaanbaar. Maar tel daarbij een wat kwakkelende gezondheid van ondergetekende, het trieste overlijden van onze buurvrouw plus nog wat verdrietige berichten vanuit Nederland, en u zult begrijpen dat het niet echt een leuke start van het nieuwe jaar was. De uitgebreide versie van onze avonturen schreef ik al in mijn Vlaardingen24-column, dus dat sla ik hier maar over.

Al met al ben ik blij dat het februari is. De maand waarin de eerste voorjaarsbloemen voorzichtig hun kopjes boven de grond steken, de maand waarin het iedere dag iets langer licht blijft, de maand waarin we die dikke wintertruien zo af en toe in de kast kunnen laten. Nou ja, zo stel ik me dat nu al schrijvende voor. Mocht het een koude, natte, grijze flutmaand worden – dat kan natuurlijk heel goed, het is en blijft nog steeds winter – dan wil ik dat op dit moment absoluut niet weten. De maand begon in ieder geval met een positief bericht over mijn roman De Zomer in 1970 dat ik u niet wil onthouden.

Deze roman staat namelijk niet alleen op de longlist voor de Valentijnsprijs 2022, wat op zich al heel spannend is, maar er is onlangs ook een Engelstalige uitgave van verschenen. En laat ik nu een tijdje terug een telefoontje krijgen van een Britse journaliste, die daar weleens iets meer over wilde weten. We hadden een heel gezellig halfuurtje aan de telefoon, maar daarna hoorde ik niets meer. Tot ik gisteren een kopie kreeg toegestuurd van een ontzettend leuk artikel mij dat vorige week over mij verschenen was in de grootste krant van de Britse Kanaaleilanden, de plek waar het boek zich afspeelt. U begrijpt vast wel dat ik nu al de hele dag rondloop met een grote, trotse glimlach op mijn gezicht, want jeetje, zoiets overkomt een Nederlandse feelgood schrijver echt niet iedere dag!

Het is heel mooi om te zien dat mijn harde werken van de afgelopen jaren niet voor niets is geweest, al ben ik blij dat ik inmiddels een fase in mijn leven heb bereikt waarop ik dat harde werken mag en vooral kan verruilen voor een wat relaxtere werkmodus. Boeken schrijven vind ik nog steeds superleuk om te doen, maar er zijn nog zoveel meer leuke dingen waar ik mezelf weleens tijd voor wil gunnen. Dat is er de laatste jaren maar heel weinig van gekomen, dus ik heb mezelf plechtig beloofd dat daar dit jaar eindelijk verandering in gaat komen. Zo heb ik recentelijk een muziek interface en een DWA aangeschaft, waarmee ik volgens de deskundigen gewoon thuis hele mooie dingen kan doen op muzikaal gebied. Voor de iets minder deskundigen onder u: je kunt er o.a. jezelf mee opnemen terwijl je een leuk liedje zingt en jezelf begeleidt op de gitaar. Die opname kun je vervolgens op de computer dusdanig bewerken dat het lijkt alsof het voltallige Nederlandse Philharmonisch orkest achter je heeft gestaan.

Nou ja, dat schijnt dus te kunnen… Voorlopig ben ik nog niet verder gekomen dan uitvogelen waar welk stekkertje in moet worden gestoken en op welke knopjes ik moet drukken om mijn eigen stem via de microfoon op de koptelefoon te kunnen horen. Op welke knoppen ik allemaal moet drukken om het ook nog op te nemen… dat was na al het intensieve begrijpend lezen van de handleiding nog even een brug te ver. Maar het staat wel op de planning voor deze week, want volgens de weersvoorspelling krijgen we alweer een paar flinke regenbuien op ons niet al te beste dak. Hopelijk blijft mijn bed dit keer droog, en zal er op de geplande recording geen in teiltjes vallende regendruppels te horen zijn. Dat zou toch zonde zijn van alle inspanningen!

Ook op huiselijk gebied is er nu meer tijd voor dingen waar ik zelden of nooit aan toe ben gekomen. U gelooft het misschien niet, maar ik heb gisteren een overheerlijke ‘prasópita’ gemaakt voor onze avondmaaltijd. Dat is een typisch Griekse hartige preitaart met gehakt, uitjes, knoflook, paprika en feta. Dat alles in een jasje van filodeeg, dat nog het meest lijkt op het deeg van onze saucijzenbroodjes. Een recept van mijn Griekse hulp en vriendin, die toevallig net tijdens mijn keukenwerkzaamheden binnen kwam wippen om mij te voorzien van een B12-prik. Ja, u leest het goed, dat gebeurt hier gewoon tijdens het koken. Hup, de naald erin, en verder maar weer met de prasópita.

Ik had het recept van haar gekregen, dus ze vond het superleuk om te zien dat ik het ook daadwerkelijk aan het maken was. ‘Maar waar is het deeg?’ vroeg ze na even in de pannen te hebben gegluurd. Dat lag nog in de vriezer, want ik had begrepen dat het heel snel ontdooit. Verkeerd begrepen dus, want volgens de gebruiksaanwijzing – die ik nog niet gelezen had – duurt het wel twee uur voor je ermee aan de slag kunt. Gelukkig hebben we dat terug kunnen brengen tot een uur door het op de kachel in de woonkamer te leggen. En dat gaf ons weer de gelegenheid om even aan mijn Grieks te werken, want natuurlijk moest ik haar uitgebreid vertellen over dat mooie interview in de Engelse krant. Zodra het deeg ontdooid was, zijn we gezamenlijk de keuken weer ingedoken, waar zij mij liet zien hoe je op Griekse wijze zo’n grote deegrol te lijf gaat: met een heleboel olie, vermengd met een geklutst ei, een half kopje melk en wat zout. En smeren maar op die velletjes! Het resultaat mocht er zijn. Manlief en ik hebben er heerlijk van gesmuld, weliswaar een uurtje later dan ik had gepland vanwege dat ontdooien, maar dat hadden we er wel voor over. Al met al een supermakkelijk en heerlijk recept om te bewaren – als je eenmaal weet hoe het moet!

Ik hoop de komende maanden nog veel meer leuke dingen te ondernemen, want nu we Suzy hebben, kunnen we ook eens samen wat verder weg. Alweer iets waar we nooit aan toegekomen zijn. Het schrijven van een nieuwe roman staat momenteel, mede vanwege die rare afgelopen maanden waarin ook mijn gezondheid het een beetje af liet weten, al een tijdje in de ijskast. En zoals het er nu uitziet, blijft het daar nog wel een tijdje staan. Ik heb het namelijk veel te druk met het inhalen van al die dingen waar ik tot nu toe niet aan toegekomen ben, dat kunt u na het bovenstaande vast wel begrijpen.

O ja, en met gezond worden natuurlijk ook… 😉

♥♥♥