Gelukkig Nieuwjaar

Als het even kan, kijken wij op Oudejaarsavond via de BBC naar de traditionele Schotse Hogmanay (Nieuwjaarsfeest) in Edinburgh. Dat deden we al in Nederland, en sinds we hier digitale tv hebben, ook in Griekenland. “Wat zouden we het graag een keer ‘live’ willen meemaken, dit prachtige spektakel,” verzuchten we ieder jaar weer. Het is er nooit van gekomen, en of dat ooit zal gebeuren, betwijfel ik, want eigenlijk zijn we die wens een paar dagen later alweer vergeten. Tot de volgende Hogmanay 😉

Dit jaar gaat de Hogmanay 2020 niet door, de opgelegde wereldwijde restricties geven geen ruimte om het oude jaar massaal uit te zwaaien. Gelukkig hoeven we het niet helemaal zonder ons Schotse Eindejaarsgevoel te doen, want de onderstaande video’s brengen het afscheid van het oude jaar heel mooi in beeld. En hoewel ik lang niet alles versta van de woorden die de beelden begeleiden, voel ik ze wel, rechtstreeks in mijn hart. Het gaat over afscheid nemen van een jaar dat nog heel lang na zal dreunen, wereldwijd en dicht bij huis. Een jaar vol verdriet, frustraties, boosheid en onbegrip… Maar ook een jaar waarin buren elkaar leerden kennen via hun balkons, een jaar waarin ‘negatief’ voor het eerst een positief woord bleek te zijn, een jaar waarin we dankbaar leerden te zijn voor dat wat we wel konden.

Mijn wens voor 2021 is dat we die dankbaarheid voor dat wat er werkelijk toe doet, niet zullen vergeten. Ik hoop oprecht dat we ondanks alle ellende toch iets hebben geleerd van al dat verdriet, van het ongemak, van het besef dat we het leven niet ‘onder controle hebben’. En natuurlijk wens ik met heel mijn hart dat we een beter jaar tegemoet zullen gaan, zodat we elkaar heel binnenkort weer ‘legaal’ mogen omhelzen en vasthouden en knuffelen.

Vanavond om middernacht zal ik proosten op het nieuwe jaar, met een opgeluchte lach dat ik dit jaar gezond mag afsluiten, maar ook met een traan voor alle mensen die veel te vroeg afscheid hebben moeten nemen van dit leven door een virus dat zoveel verwoest heeft. Vanavond om twaalf uur zing ik het Auld Lang Syne uit volle borst, niet hand in hand in een grote kring van familie en vrienden, maar in de warme omhelzing van mijn echtgenoot. En samen verwelkomen we het nieuwe jaar, met licht en hoop in ons hart…

GELUKKIG NIEUWJAAR 

   ΚΑΛΗ ΧΡΟΝΙΑ 

HAPPY NEW YEAR

BLIADHNA MHATH UR

♥♥♥

 

Kerstcolumn 2020

Vrede op aarde, en in de mensen een welbehagen. Dat zongen we vroeger als kind uit volle borst tijdens de middernachtelijke kerstdienst op 24 december, waarna we ons door de kou – o, wat waren die ‘zondagse’ nylonkousen dun! – naar huis repten om bij de mooi opgetuigde kerstboom een stukje kerststol en een kop hete chocolademelk – ugh, dat vieze vel! – te nuttigen, om vervolgens moe maar tevreden in ons warme bed te kruipen. ‘Wat waren ze mooi, die kerstmissen uit onze jeugd,’ zeggen we dromerig, zelfs al weten we diep vanbinnen ook wel dat ze bij lange na niet zo leuk en gezellig waren als we nu zo graag beweren. Dat is namelijk wat tijd voor je doet: scherpe randjes weghalen en terugkijken door een roze gekleurde bril. Ook in mijn jeugd woedden er oorlogen in de wereld, was het grootste deel van de bevolking in het naoorlogse Nederland straatarm, en leefden velen in angst voor de Bom die geheid zou vallen ­– maar of dat voor of na de komst van de Russen en de communisten zou zijn, dat was natuurlijk de grote vraag.

In de jaren erop kwam de welvaart, met als gevolg dat dingen die in mijn jeugd afgedaan werden als Science fiction, nu tot de dagelijkse werkelijkheid behoren. Nooit had ik kunnen denken dat ik, net als mijn helden uit The Thunderbirds en Star Trek, het nog eens heel gewoon zou vinden om een telefoongesprek te voeren waarbij ik de ander op een klein beeldschermpje kan zien. De technologie heeft in mijn ruim zestig levensjaren een spurt gemaakt die werkelijk ongelooflijk is, iets waarover ik me, iedere dag weer, gigantisch kan verbazen. Helaas heeft die vooruitgang ons ook heel veel afgenomen, want anno 2020 verspreiden onvrede en onbehagen zich bijna nog sneller dan het virus. Het is zelfs zo erg dat ik zo langzamerhand bijna terugverlang naar de tijd waarin het ‘kop dicht en doen wat er gezegd wordt!’ heel normaal was. En dat terwijl ik me daar in mijn jeugd heel erg tegen heb afgezet.

Complottheorieën en angstzaaierij zijn van alle tijden. Pandemieën en dodelijke ziektes ook. Zo bezweek mijn opa van moederskant aan de Spaanse griep, mijn oudtante kreeg polio en moest haar leven lang een beenbeugel dragen om zich te kunnen voortbewegen, en zelf overleefde ik als baby ternauwernood kinkhoest. Gelukkig boekte de wetenschap ook op dit gebied vooruitgang en ik weet zeker dat een volgende generatie op ‘corona’ terug zal kijken zoals wij dat nu doen op de pest en de pokken en de cholera, allemaal ziektes die voor ‘donkere tijden’ hebben gezorgd. En juist in die donkere tijden was er altijd dat ene feest dat hoop en licht bracht; het feest van Kerstmis.

Ik vind het heel erg om te horen dat er mensen zijn die vinden dat er dit jaar met Kerstmis niets te vieren valt, alleen omdat ze die kerstdagen op een andere manier moeten doorbrengen dan ze hadden verwacht. Nee, je kunt niet uit eten, en het is beter om nu even niet op ski-vakantie te gaan. En dat feestje met collega’s en vrienden moet minstens een paar maanden uitgesteld worden, en ja, de toekomst van je onderneming is onzeker, en dat ontslag hakt er gigantisch in. Ik snap dat allemaal best, maar tegelijkertijd denk ik: wat zeur je nou? Je hebt een dak boven je hoofd, een kachel die brandt, een douche met warm water. Er is zowaar een financieel vangnet, zelfs als dat minder is dan je zou willen. Je kunt boodschappen doen bij de super, met je gezin spelletjes doen rond de kerstboom, een boek lezen of een Zoom-diner organiseren. Je hoeft niet in de kou naar het front om anderen dood te schieten, je hoeft niet in angst te zitten dat je wordt platgebombardeerd. Je moet alleen thuis blijven en gewoon een paar maanden doen wat je gezegd wordt. Hoe erg is dat nou helemaal?

Kerstmis betekent voor mij nog steeds een feest van hoop en licht. Vrede en welbehagen vind je niet in warenhuizen en verre oorden. Je vindt het in jezelf, wanneer je beseft dat de mens nooit en te nimmer de baas is over het leven. De teugels in handen hebben, controle uitoefenen… Het zijn loze kreten, want in het universum is de mens maar een piepklein stipje, dat uitgeroeid kan worden door een op hol geslagen virus, veroorzaakt door de arrogantie van diezelfde mens. Aan het begin van dit jaar had ik nog hoop dat er een ommekeer zou komen, dat we als mensheid zouden gaan beseffen dat het tijd is om meer respect te hebben voor de aarde waarop we leven omdat we zijn doorgeslagen in onze welvaart en meer kapot maken dan goed voor ons is. Nu, aan het eind van een jaar dat voor velen heel veel verdriet heeft gebracht, weet ik dat die hoop tevergeefs is. Dat ‘men’ ieder ander de schuld geeft, behalve zichzelf. Dat op vakantie gaan belangrijker is dan de verspreiding van het virus tegen te gaan en vooral dat de wereldwijd genomen maatregelen blijkbaar alleen gelden voor anderen.

De naweeën van 2020 zullen heftig zijn en nog jaren doordreunen. Mijn hart gaat uit naar degenen die alles waar ze heel hard voor hebben gewerkt zien instorten, naar degenen die dierbaren te vroeg hebben moeten verliezen, naar degenen die het virus bevochten hebben en niet weten of ze ooit weer degenen zullen zijn die ze waren. Kerstmis 2020 is anders dan anders, dat zal ik niet ontkennen, maar ik hoop dat deze dagen van hoop en licht een ieder – ondanks de onzekere tijden waarin we ons bevinden – toch vrede en welbehagen zullen brengen. Al was het alleen maar in onszelf.

Ik wens jullie allen een mooie kerst en een gelukkig, maar vooral gezond 2021!

♥♥♥♥♥

Licht in de duisternis

Hoewel mijn roman De Zomer van 1970 nog maar net het levenslicht heeft gezien – nu ook te lezen als e-book via je Kobo-abonnement! – ben ikzelf alweer een aantal weken aan het kennismaken met mijn nieuwe hoofdpersonen. Dat is nogal een lastig proces, want ik loop daarbij altijd tegen een hoop problemen op, vanwege hun eigenzinnigheid. Natuurlijk heb ik van tevoren best een aardig idee over hoe ze zouden moeten zijn en wat ze zouden moeten doen. Het vervelende is echter dat het zo niet werkt. In ieder geval niet bij mij. Zo had ik keurig bedacht dat ik met Evelien zou beginnen. Over haar zou het eerste deel van de door mij geplande nieuwe trilogie gaan. Maar terwijl ik met Evelien de eerste woorden op papier aan het zetten was, bleef haar vriendin Adèle steeds weer in mijn oor toeteren dat zíj als eerste wilde. En hoe ik haar ook negeerde en iedere dag braaf samen met Evelien aan mijn werktafel plaatsnam, ze hield niet op met toeteren. Na vier vruchteloze weken – Eveliens verhaal schoot maar niet op – heb ik de handdoek in de ring gegooid en besloten om dan in vredesnaam toch maar met Adèle in zee te gaan.

Een goed besluit, want de woorden rollen nu achter elkaar mijn computer uit, in tegenstelling tot die eerste paar weken. ‘Luisteren naar je innerlijke stem’ noem ik dat, iets waar ik dus blijkbaar nog steeds moeite mee heb. In mijn schrijversleven gaat dat gelukkig steeds beter, maar in mijn gewone dagelijkse leven ben ik toch eerder geneigd om naar de stem van mijn verstand te luisteren. En dat is maar goed ook, want het zou echt een flink zooitje worden als we allemaal altijd alleen maar naar onze ‘innerlijke stem’ zouden luisteren. Stel je voor dat je innerlijke stem je influistert dat je nog steeds president van Amerika bent, ook al zegt de verkiezingsuitslag dat je dat niet meer bent. Grote kans dat je dan op een bepaald moment toch in een dwangbuis je Witte Huis uit wordt gedragen, en dat allemaal terwijl medelandgenoten bij bosjes sterven omdat jij te druk bent met het luisteren naar je innerlijke stem en geen tijd hebt om hen te beschermen tegen een levensbedreigend virus dat ondertussen vrolijk doorgaat met wat virussen nu eenmaal graag doen: zich vermeerderen.

Tja, we maken er maar een grapje over, maar dieptriest is het allemaal wel. Zo langzamerhand zitten we al bijna een jaar met dat virus opgescheept, en de enige die er vrolijk van wordt is dus dat virus zelf. ‘Corona-moe’ is de term die ik regelmatig hoor bezigen, en ik kan me daar zeker iets bij voorstellen. Als schrijfster ben ik het wel gewend om weken- en soms zelf maandenlang nauwelijks een voet buiten de deur te zetten. Maar dat doe ik vrijwillig, en dat is toch heel anders dan wanneer je die deur niet uit mág – tenzij je er een door anderen bepaalde goede reden voor hebt. Dus ja, corona-moe ben ik zo langzamerhand ook wel. Het nieuws dat er een vaccin in aantocht is, doet me dan ook zeer veel deugd. Geloof me, ik sta als een van de eersten in de rij om zo’n prik te halen. En die eventuele bijwerkingen op lange termijn waar iedereen het over heeft? Nou, daar maak ik me echt geen zorgen over. Natuurlijk hoop ik net als iedereen nog tig jaar mee te gaan, daar doe ik ook heel erg mijn best voor, maar nuchter nadenken kan ik wel. Ik heb inmiddels de leeftijd bereikt waarop ik als het tegenzit misschien nog maar een jaar of vijf – of tien of twintig? – voor de boeg heb. Dat weet je immers nooit, hoelang en op welke manier je nog hebt te gaan, nee, ook niet als je jong bent. Die o zo kostbare levensjaren wil ik toch echt op een leuke manier doorbrengen, en niet angstig verscholen achter mijn huisdeur opdat het dan misschien wel zes – of elf of eenentwintig – jaren zullen worden. Dus dat vaccin mag van mij heel snel op de markt gezet worden, zeker weten!

“Mam, als het kan, hopen we in februari naar jullie toe te komen,” zei zoonlief onlangs in een videochat. En hoe heerlijk zou dat zijn! Chatten en skypen en appen is allemaal leuk en aardig, maar wij zijn niet zo’n gezin dat elkaar spontaan alle lief en leed laat meebeleven via dat soort kanalen. Ditjes en datjes, dat zeker, die andere, wat diepgaandere gesprekken komen bij ons echter pas als we wat langer bij elkaar zijn. Maar dat laatste is nu dus al bijna twee jaar geleden. We verlangen er dan ook heel erg naar om zoonlief en de vrouw met wie hij nu al bijna een jaar lang samen is eindelijk in onze armen te kunnen sluiten, niet digitaal, maar in het echt. En ja, dat is zo belangrijk voor ons, dat we dat vaccin liever vandaag dan morgen in ons lijf laten spuiten. Want ‘morgen’ kan het te laat zijn…

Of het leven in februari weer enigszins normaal zal zijn, betwijfel ik, maar hopen kan altijd. Daarom ook hou ik zo van Kerstmis, het feest van het licht dat hoop en liefde brengt. Twee dingen die we in 2020 zo heel hard nodig hadden, maar waar weinig van te merken viel. Grimmig en grauw was het dit jaar, ook als de zon volop scheen. Of misschien overdrijf ik nu, dat kan best. Dat doe ik namelijk wel vaker in de periode dat de blaadjes aan het vallen zijn. Ook daarom ben ik blij met december, blij met het vooruitzicht dat we ondanks alle donkere winterdagen toch op weg zijn naar het heerlijke voorjaar, naar het nieuwe leven dat altijd weer ontspruit uit de veel te koud geworden grond.

Daarom ook, lieve lezers, wil ik u, al is het nog een beetje vroeg , nu al hele fijne kerstdagen toewensen. Zelfs als het een andere, soberder en eenzamere Kerst is dan we eigenlijk zouden willen. Laten we hier en nu gewoon met elkaar afspreken dat we van Kerst 2020 één groot feest van hoop en liefde zullen maken, en ondanks alles met licht in ons hart op weg gaan naar 2021. Corona-moe of niet, één ding weet ik namelijk heel zeker: pandemieën zijn er altijd geweest en zullen er altijd weer komen. Het goede nieuws is echter dat ze ook weer voorbij gaan… 😉

KALA XRISTOUYENNA! PRETTIGE KERST!

Yiasou uit Pilion!

♥♥♥♥♥

Dat heerlijke internet

Het nieuws over de grote aardbeving in Izmir en de Griekse eilanden ging afgelopen vrijdag al heel snel de wereld over, met als gevolg dat ik veel bezorgde berichtjes kreeg met de vraag hoe het met ons was. De eerste kwam van mijn zus, en ik moet eerlijk bekennen dat ik geen idee had waar ze het over had. Wij zitten zo’n 450 km boven Athene, en nog veel verder van Samos, ver buiten de schokgolf die door de beving veroorzaakt werd. Gelukkig maar, want zo’n grote beving, hoe kort ook, kan heel wat leed en schade veroorzaken, daar kan Volos ook over meepraten. Tussen 1954 en 1957 vonden daar drie grote aardbevingen plaats, waarbij tientallen doden vielen en zo’n 20.000 mensen dakloos werden. De hele stad moest daarna opnieuw opgebouwd worden, maar is daardoor inmiddels aardig aardbeving-bestendig. Dat moet ook wel, want ook wij hebben hier door de jaren heen zo af en toe flink zitten schudden. Zonder grote gevolgen, gelukkig, maar de kans dat ons na zo’n lange tijd toch wel weer een keer een echt grote schok te wachten staat, is natuurlijk niet ondenkbaar. Maar ja, als de hemel naar beneden valt, hebben we allemaal een blauwe muts, denk ik dan altijd, dus daar staan we eigenlijk zelden of nooit bij stil. Tenzij er elders in het land ineens zo’n grote beving plaatsvindt. Dan realiseer je je eens te meer dat die ook hier had kunnen zijn…

Al met al ben ik vanwege de ook hier snel oplopende ‘tweede golf’ al vele wekenlang niet meer in Volos geweest. De reis met de bus schrikt me af, want van een 60% bezetting – een van de voorschriften – is geen sprake meer, aangezien de busmaatschappij een aantal busdiensten heeft laten vervallen. Er rijden nu nog minder bussen dan anders op een dag, dus logisch dat die dan helemaal vol zitten. De verplichte maskertjes worden gelukkig wél trouw gedragen, hoorde ik van een vriendin, die iedere dag met de bus naar Volos moet reizen vanwege haar werk. Of het veel helpt weet ik niet, maar feit is dat besmettingen toch veelal plaatsvinden in besloten ruimtes met veel mensen daarin. In dat opzicht hou ik mijn hart vast voor de komende wintermaanden, als iedereen de dagen weer voornamelijk binnenshuis moet doorbrengen. We zijn er voorlopig nog niet vanaf, dat is wel zeker!

Gelukkig speelt mijn normale leven zich ook al grotendeels in en rond mijn huis af, en dit najaar verschilt dan ook niet zo heel veel van andere jaren. Zoals bijna ieder jaar verschijnt er rond deze tijd wel een nieuwe roman van mij, en dat betekent dat ik druk ben met het promoten van mijn boek. Heel leuk was dat ik vorige week zondag uitgenodigd was om samen met een collega-schrijfster uitgebreid geïnterviewd te worden tijden het online World of Romance Event. Superleuk natuurlijk, want uitgebreide interviews geef ik zelden, omdat je dan toch over het algemeen persoonlijk op het event aanwezig moet zijn, en dat is nu eenmaal wat lastig als je in Griekenland woont. Online is echter alles mogelijk – mits je een goede internetverbinding hebt. En ja, alsof de duvel ermee speelde, begon ons toch aardig stabiele internet in de week voorafgaande aan het interview kuren te vertonen.

Het interview zou op zondagmiddag plaatsvinden, en toen ik zaterdagochtend opstond, bleek dat het internet opnieuw was uitgevallen, voor de zoveelste keer die week. Al vanaf vrijdagavond laat, hoorden we van de buurvrouw. De hele zaterdag ben ik dus aan het bellen geweest met de helpdesk, en een ieder die daar ooit mee te maken heeft gehad, begrijpt meteen wat ik bedoel als ik zeg dat het één groot drama was. Mijn frustratie werd alsmaar groter, want dat internet was eraf, en bleef eraf! Tegen het eind van de middag werd me verteld dat het probleem een regionaal probleem was, inmiddels bekend bij de lokale technische dienst, maar dat de werkzaamheden nog zeker twee werkdagen in beslag zouden nemen. Wat betekende dat we in het weekend dus géén internet zouden hebben, want dan werd er blijkbaar niet gewerkt. En geen internet betekende in mijn geval  geen interview!!! Op dat moment heb ik in recordtijd twee tsipouro naar binnen gewerkt. Ik was zo boos, zo machteloos, zo gefrustreerd, zo… teleurgesteld! Ik had er zo naar uitgekeken, zelfs mijn halve kantoor verbouwd om een leuk achtergrondje te creëren naar aanleiding van de tips die ik op YouTube had opgezocht over hoe je jezelf tijdens zo’n voor mij nog onbekend Zoom-gebeuren zo voordelig mogelijk kunt presenteren door o.a. te zorgen voor een goede belichting en een laptop op ooghoogte. En dan zou het dus allemaal niet doorgaan vanwege dat ^@#$%-internet dat altijd werkt – behalve dus als je het echt heel erg nodig hebt!

De tsipouro hielp. Daarna werd ik uiterst praktisch en inventief. Ik laadde 50GB op mijn telefoon, zodat ik het interview dan eventueel via het mobiele netwerk zou kunnen doen, maar helaas bleek dat mobiele netwerk in onze omgeving zeer mondjesmaat te werken. Binnenshuis al helemaal niet, en buiten viel het steeds weg. Dan maar op zoek naar vrienden buiten onze eigen regio, om te vragen of ik die zondagmiddag bij hen te gast mocht zijn en vanaf hun laptop het interview zou kunnen doen. En toen… Toen was er om zeven uur op zaterdagavond ineens weer internet! Wat niet garandeerde dat het er de volgende dag ook nog zou zijn, natuurlijk. Maar de goden waren gelukkig met mij, want om vijf uur zondagmiddag kon ik na alle spannende uren dan toch vanuit mijn eigen vooraf geprepareerde werkkamer de vragen beantwoorden die mij werden gesteld! Pff, wat heb ik ongelooflijk in de rats gezeten.

Het interview verliep echter helemaal prima. De vragen waren een mooie mix tussen werk- en privé, en als je wat meer wilt weten over mij en mijn romans, dan kun je het hier nog eens uitgebreid terugzien. Het hele event duurde anderhalf uur, maar in de dagen erna heb ik mijn aandeel eraan eruit weten te knippen en plakken, zodat het nu nog maar een kwartier durende video is geworden, waarin ik uitgebreid over van alles en nog wat vertel. En omdat ik toch in de promo-mood was, heb ik ook nog snel een booktrailer-video in elkaar geknutseld over mijn nieuwe roman, De Zomer van 1970, die op 29 oktober jl. is verschenen. Die kun je hieronder bekijken. Helemaal zelf in elkaar geprutst, waar ik zeer trots op ben, aangezien ik nog stam uit de tijd dat een elektrische typemachine al een echt technisch wereldwonder was. Mijn boek is trouwens ook leuk geworden, al zeg ik het zelf, dus ben je nog op zoek naar iets te lezen om je tijd binnenshuis een beetje gezellig door te brengen, bestel hem dan snel. Via de boekhandel of dat (niet) altijd werkende internet… 😉

♥♥♥♥♥