Blijven bewegen

Langzaam stevenen we af op het einde van alweer een woelig jaar. Net als bij jullie zijn ook hier de coronamaatregelen weer aangescherpt, waarbij vooral de niet-gevaccineerden flink aangepakt worden. Zo kom je vanaf deze week de niet-essentiële winkels, restaurants, musea etc. niet meer binnen zonder QR-code en identiteitsbewijs, een drastische maatregel die hier gelukkig niet tot grove gewelddadigheden hebben geleid zoals die in Nederland hebben plaatsgevonden. Ook de booster-shots zijn hier al in volle gang, en ondergetekende was meer dan happy om er eentje te krijgen. Mijn eenmalige ‘Johnson-shot’ dateerde al vanaf mei, en met de vierde golf in volle gang geeft zo’n boost mij persoonlijk toch weer wat meer rust. Voorzichtig blijven we nog steeds, maar het ‘achter de geraniums zitten’ is voor ons dankzij die vaccinaties toch wel voorbij.

Ook het autootje helpt daaraan mee. Ik hoef niet meer in weer en wind op een bus te wachten die misschien wel of misschien niet komt. Nee, ik stap gewoon in mijn mooie autootje en rijd naar waar ik heen wil – of moet. Afspraken hoeven niet meer allemaal in één dag gepropt te worden omdat reizen met openbaar vervoer uren in beslag neemt. Lukt het niet in één keer, dan ga ik gewoon de dag erna weer. Per slot van rekening is Volos maar een halfuurtje rijden en als je geen rekening hoeft te houden met bustijden, dan maakt het allemaal niet meer zo veel uit hoe laat die afspraak plaatsvindt. Het enige waar ik nog wel tegen opzag was in het donker terugrijden uit Volos. Ik heb last van nachtblindheid, en dat is op onze bochtige kustweg die voor een groot deel onverlicht is, toch best een dingetje. Voor mij een goede reden om die afspraken eigenlijk altijd gewoon overdag te maken. Maar na een wat uitgelopen bezoek deze week aan de schoonheidsspecialiste bleek het zomaar ineens donker te zijn geworden toen ik weer buiten stond. En toen moest ik wel.

Het ging allemaal prima, al zou ik dat grote licht wel het liefst de hele weg aan willen houden. Dan zie ik tenminste waar ik rijd! Maar ja, met tegenliggers is dat natuurlijk geen optie, en dan is dat aan- en uitknippen nog weleens lastig, vooral in de bochten – en daarvan hebben we er vele! Het hielp wel dat ik alleen in de auto zat, met mijn eigen vertrouwde countrysongs op de telefoonplaylist. Ik waande mij gewoonweg weer op de bochtige Holterberg, waar ik in vroeger tijden regelmatig in het pikkedonker overheen reed na het werk bij de OAD of na afloop van de countrylessen die ik o.a. in Holten gaf. Ook toen had ik die nachtblindheid al, en was ’s avonds rijden niet mijn favoriete bezigheid, maar toen deed ik het wel, omdat het nu eenmaal niet anders kon.

Lastige situaties vermijden is volgens mij iets dat gewoon bij het ouder worden hoort. In tegenstelling tot vroeger hóéf je niet meer alles te doen, je mág het doen. En als iets doen je veel stress geeft, dan doe je het toch gewoon niet meer? In tegenstelling tot vroeger heb je nu een keuze. En dat is dus precies de valkuil waar je als oudere heel makkelijk in rolt. Bij mijn countrylessen aan ‘mijn oudjes’ riep ik altijd: ‘Denk erom: blijven bewegen. Stilstaan is achteruitgaan!’ Een uitspraak waar ik mezelf steeds vaker aan moet herinneren nu ik zelf de leeftijd van mijn ex-leerlingen heb. Ik merk dat ik veel meer dan vroeger geneigd ben om dingen waar ik een hekel aan heb achterwege te laten. Mede daarom ben ik blij dat ik het autorijden weer opgepakt heb, en dat ik zo af en toe ‘gedwongen’ word om uit mijn inmiddels zo vertrouwde gezapige comfortzone te stappen. Het houdt je bij de tijd – en in beweging! En dat laatste houdt je gezond, dat weten we allemaal.

Bewegen zonder auto doe ik trouwens ook regelmatig, hoor! Eergisteren kwam mijn derde Virtual Challenge medaille binnen. Na de Ring of Kerry en de Cabot-trail in Nova Scotia hebben trail-maatje Sophie en ik nu ook de Grand Canyon helemaal uitgelopen. Momenteel lopen we virtueel in Schotland, een route van 850 km langs de Noordkust. Voordat we die medaille zullen ontvangen zijn we wel een flink aantal maanden verder, maar de eerste honderd kilometer hebben we er toch alweer mooi opzitten. Regelmatig kleine beetjes werken goed om zo’n lange trail te voltooien, je hoeft echt niet dagelijks 15 km te lopen. Ik probeer zo’n drie tot vier keer per week een rondje dorp van drie kilometer te maken, en als dat niet lukt, dan stap ik in het weekend op de homebike en fiets ik in een halfuurtje toch al gauw zo’n tien of meer kilometertjes bij elkaar. Dat is prima te doen, en je kunt meteen een mooie afstand op je digitale route afvinken.

Om de verveling bij dat lopen en fietsen een beetje terug te dringen luister ik via mijn ‘oortjes’ naar countrymuziek, maar ja, die playlist heb ik inmiddels ook wel een keer gehad. Dus heb ik onlangs een KoboPlus abonnement afgesloten. Dan kan je zoveel e-boeken lezen en zoveel luisterboeken beluisteren als je wilt en ik hoorde veel enthousiaste verhalen van mensen die dat al doen. Het leek mij wel wat: lezen zonder je ogen te gebruiken, en ondertussen gewoon doorgaan met je bezigheden. En dus besloot ik om ook maar eens zo’n combi-abonnement te proberen. Het afsluiten ervan bleek niet zo makkelijk te zijn omdat ik in het buitenland woon, maar na twee dagen prutsen is het me toch gelukt. Helaas was ik daar zo moe van geworden, dat ik aan het luisterlezen nog helemaal niet ben toegekomen. De weersverwachting is echter niet zo best, dus waarschijnlijk stap ik dit weekend wel op de homebike, en dan ga ik het lekker uitproberen. Ik ben heel benieuwd.

Mijn eigen boeken zijn er helaas nog niet te beluisteren, maar daar komt binnenkort verandering in, hoorde ik van mijn uitgever. Twee worden er momenteel ingesproken, en dat betekent dat ze vanaf februari uitgebracht gaan worden. En ander recent boekennieuws is er ook! Mijn nieuwste feelgood roman Kus in het Maanlicht is deze week in paperback verschenen en, last but not least: mijn eerste Engelse bookbaby The Summer of 1970 staat als paperback én e-book op Amazon en Kobo. En ja, met het KoboPlus abonnement is die Engelse versie ook gewoon gratis lezen!

Kijk, en daarom ben ik dus zo aan het prutsen geweest om dat abonnement aan de praat te krijgen. Als oudere kun je al die nieuwerwetse, stresserige digitale boek-ontwikkelingen nu eenmaal niet blíjven vermijden, daar ga je alleen maar van ‘achteruit’. Bij de tijd blijven, dat is mijn motto. En je eigen boeken gratis kunnen lezen… Ach, dat moet je als schrijfster toch minstens één keer in je leven zelf hebben meegemaakt, nietwaar? 😉

♥♥♥

Onder de druivenranken

Het staat zo jaloersmakend exotisch in mijn biografie: ‘Auteur Wilma Hollander schrijft haar boeken en verhalen onder de druivenranken op haar zonnige terras in het mooie Griekenland…’ Het is de droom van menig schrijver, maar zoals heel veel dromen is de werkelijkheid toch net even anders. Ja, ik schrijf inderdaad regelmatig op mijn terras onder die druivenranken – maar wel met de vliegenmepper en de anti-muggenspray onder handbereik. Over de krijsende zaag van de buurman, de blaffende honden, de krolse katten en de jengelende buurkinderen – en de fluitende buurman niet te vergeten – praten we natuurlijk niet. Dat zou het romantische imago van ‘de Hollandse schrijfster in Pilion’ heel wat minder romantisch maken, nietwaar?

Waar je ook nooit iemand over hoort, is de rotzooi die je van die druivenranken hebt. Zo zijn de tegels eronder in het voorjaar dagelijks bedekt met een groene waas van de neerdalende druivenbloesem. Als je die troep niet onmiddellijk wegveegt en het gaat toevallig waaien, dan is je zithoek meteen toe aan een flinke schoonmaakbeurt. Het is ook aan te raden om in die periode de jonge druiven om de paar weken preventief te sprayen – al dan niet biologisch – om het aanvreten door insecten te voorkomen. Vervolgens komt de zomer eraan, en wordt het bladerdak alsmaar dikker en dikker; heerlijk voor de schaduw, maar niet voor de druiven, want dan krijgen ze geen licht genoeg.

Er moet dus regelmatig een beetje gesnoeid worden, en dat boven je hoofd knippen is best een hele klus. Net als het afval afvoeren, daar ben je ook nog wel even zoet mee. Maar als die druiventrossen dan eenmaal tot volle wasdom zijn gekomen, heb je wel eer van je werk, want zo eind augustus is het romantische effect ervan inderdaad volop aanwezig, dat is waar. Alleen is het tegen die tijd meestal zo heet op dat terras, dat we liever bij de airco zitten dan onder die druivenpracht. Het genieten waar iedereen zo jaloers op is, duurt echt maar even. De ‘troep’ gaat verder, want in de nazomer vallen de niet tot volle wasdom gekomen druifjes – krentjes inmiddels – en masse naar beneden, geholpen door gretige vogels en irritant zoemende wespen, die zich graag tussen de trossen begeven om aan de rijpe druiven te lurken. En ja, natuurlijk happen ook wij in die periode heel wat trossen weg, maar er hangen er altijd zo verschrikkelijk veel, dat krijg je met zijn tweetjes echt niet weggeslikt. Kortom, die romantische druivenranken zijn helemaal niet zo romantisch als iedereen altijd denkt.

Meestal halen we alles wat er zo tegen eind oktober nog hangt in één grote opruimactie weg zonder er iets mee te doen, zo zat zijn we ze tegen die tijd. Maar dit jaar hingen er nog zoveel trossen, en de druiven smaakten zo heerlijk, dat we dat toch wel erg zonde vonden. Dus stroopte manlief de mouwen op, klom met de snoeischaar op de ladder en verzamelde alle nog goed-ogende trossen in een flinke kuip. Snel gezegd, maar geloof me, daar gingen een heleboel uurtjes werk in zitten. Het resultaat was een grote hoop afval, een heleboel zoemende wespen om ons heen en een nieuwsgierige Krumpie die vanaf de dwarsbalken van de druivenpergola nieuwsgierig toekeek. En toen mocht ik aan de slag…

Nooit eerder in mijn toch best avontuurlijke leven kreeg ik de kans om à la Lucille Ball met opgetrokken rokken en op blote voeten in zo’n grote houten kuip ‘druiven te trappelen’. Oké, onze kuip was iets minder groot en niet van hout, maar dat maakte het plezier er niet minder om. Wat een vreemd gevoel is dat wanneer je op die grote berg druiven stapt en je jezelf heel langzaam naar beneden voelt zakken. En dan dat zompige geluid als je je voeten weer omhoog trekt… Een bijzondere, zeer zintuigelijke ervaring, die ik voor geen goud had willen missen, al is een halfuur druiven trappelen best inspannend. En koude voeten krijg je er ook van; die druiven mogen dan zongerijpt zijn, in oktober voel je daar helemaal niks meer van.

Toen ik uitgetrappeld was, heeft manlief met veel geduld de overgebleven prut met de hand gekneed en gezeefd. Er bleef een bruinige soep over, die hij na nog een keer zeven in een grote pan flink door liet koken. Ondertussen werden in een andere pan de weckpotten uitgekookt en na al die werkzaamheden stonden er aan het eind van de dag zo’n tien gevulde weckpotten op het aanrecht om af te koelen.

We hebben ons eerste glaasje sap inmiddels genuttigd en ik begrijp nu helemaal wat er bedoeld wordt als iemand het over een ‘godendrank’ heeft. ‘Alsof er een engeltje over je tong pie… fietst!’ zei mijn vader altijd als hij iets heel erg lekker vond, en ons druivensap ontlokte mij spontaan dezelfde woorden. Je hebt lekker en lekker, maar ons druivensap is nog véél lekkerder! En voor u nu denkt: ‘Hop, even naar Kato Gatzea om te proeven…’ dan kunt u dat vergeten. Na al dat werk en al dat getrappel houden we die godendrank mooi voor onszelf… 😉

♥♥♥

Kus in het maanlicht

Goed nieuws voor e-book lezers. Zojuist verschenen: het e-book van Kus in het Maanlicht, mijn nieuwe roman! Te koop bij alle online boekwinkels, en ook te lezen via Kobo Plus. Wie liever een fysiek boek leest, moet nog even geduld hebben. De paperback uitgave verschijnt op 25 november. Maar wat in het vat zit… Precies 😉

Na haar vechtscheiding verhuist Laura (32) naar Cornwall om de verwaarloosde herberg ‘De Rode Kater’ van haar overleden oom Henry nieuw leven in te blazen. Net als ze denkt dat het gaat lukken, blijkt de herberg nog een andere erfenis uit het verleden te bevatten. Gelukkig krijgt ze hulp van haar zakenpartner Ruan, met wie ze ondanks haar twijfels over zijn motieven steeds beter kan opschieten. Ruan wil immers maar een ding: na één jaar de herberg voor een zacht prijsje van haar kopen. Maar in een jaar kan veel gebeuren…

Veel leesplezier!

♥♥♥

‘t Is weer voorbij…

Jawel, ik heb het natuurlijk over die mooie zomer. Nou ja, over de afgelopen zomer, die voor de een ongetwijfeld mooier was dan voor de ander. Mijn zomer was… een beetje ‘mwah’. Ik heb wel betere gekend. Alles waar ‘te’ voor staat, is niet goed, en mijn zomer was echt veel en veel te heet! Los daarvan heb ik het best naar mijn zin gehad, hoor. Mijn vorige boek was gelukkig af voordat de warmte begon toe te slaan, en met de volgende hoefde ik pas in oktober weer te beginnen. Het regent en het waait momenteel, dus prima weer om achter de laptop te zitten en te starten met een nieuw schrijfavontuur. De werktitel is er al. Liefde, olijven en tzatziki. Mag u raden waar het zich afspeelt. Precies, in ons mooie Pilion!

Ik ben er weer heel blij mee, met deze ‘opdracht’. Het gaat opnieuw een mooie HQN Romance worden voor HarperCollins Holland, en mijn redacteuren zijn net zo enthousiast als ik over de opzet die ik heb ingediend. Gelukkig weten ze inmiddels dat het uiteindelijke manuscript waarschijnlijk behoorlijk zal afwijken van wat ik van tevoren had bedacht, maar dankzij de Rozen van Beekbrugge hebben ze genoeg vertrouwen in me om me de komende maanden in alle vrijheid mijn gang te laten gaan. En natuurlijk ga ik mijn best doen om dat vertrouwen – en dat van mijn lezers – niet te beschamen. Aan mijn hoofdpersonen zal het zeker niet liggen, die hebben meer dan genoeg mogelijkheden in zich om mij zo’n honderdduizend woorden lang bezig te houden.

Zo’n flink aantal woorden schrijven kost een hoop energie, en ondanks de ‘mwah’-zomer heb ik daarvan gelukkig meer dan genoeg opgedaan. De grootste energieboost kwam natuurlijk door het bezoek van zoonlief en zijn vriendin, begin september. Wat was het een heerlijk weerzien na twee jaar zonder elkaar. Genieten met een hele grote G, dat hebben we bijna twee weken lang van elkaar gedaan. Even konden we weer een gezinnetje zijn: ’s avonds met zijn allen aan tafel voor de maaltijd, herinneringen aan vroeger ophalen, nieuwe plekjes ontdekken op ons schiereiland of gewoon onderuitgezakt bij een film op de tv… Zo fijn dat we dat na zo’n lange tijd weer konden doen met elkaar. Geen wonder dus dat iedereen daarna ineens uitriep dat ik er zo goed uitzag. Deze moeder loopt inderdaad alweer wekenlang te stralen, nu haar hart eindelijk weer tot aan de rand toe gevuld is met echte omhelzingen en knuffels van haar kind. En ja, het afscheid was natuurlijk even slikken, maar als covid zich een beetje koest houdt, dan hopen we elkaar in het voorjaar terug te zien. Iets om naar uit te kijken!

Maar ook op kortere termijn zijn er gelukkig ook al veel dingen om naar uit te kijken. Zo verwacht ik een dezer dagen onze leuke postmeneer Kostas aan het hek met mijn exemplaren van het Bookazine van Smaak der Liefde, het eerste deel van de Rozen van Beekbrugge, dat deze week is verschenen. Als je dat nog niet hebt gelezen, is dit je kans, want een Bookazine is een tijdschriftuitgave van een compleet boek voor maar €3,65! Te bestellen via HarlequinHolland of gewoon te koop bij je tijdschriftenkiosk. En misschien brengt Kostas me binnenkort ook wel een doos vol auteursexemplaren van Kus in het Maanlicht, dat op 25 november het levenslicht zal zien. Een heerlijke roman is het weer geworden – zeggen mijn proeflezers – die zich afspeelt in het mystieke Cornwall. Het romantische en heerlijk (ont)spannende verhaal over een oude vervallen herberg, drie vriendinnen en een rode kater zal je ongetwijfeld een paar gezellige uurtjes leesplezier bezorgen. Kus in het Maanlicht is nu al te reserveren via de onlineboekhandels, maar natuurlijk ook ‘gewoon’ te bestellen bij je oude vertrouwde boekhandel.

En verder… verder verheug ik mij op nog een paar gezellige tripjes met Suzy, mijn schattige autootje. Ik ben zo blij met haar! We zijn al regelmatig samen naar Volos gereden, en alleen dat is al zo heerlijk. Dat je ‘even’ naar de stad heen en weer kan, zonder uren op de bus te hoeven wachten. Of ‘even’ hout halen voor een nieuw keukenproject. Zelfs een grote marmeren plaat heeft ze al vervoerd, al was dat niet met mij achter het stuur, maar met zoonlief. Een marmeren plaat in een Suzuki Alto hijsen is mannenwerk, daar moet je je als vrouw niet mee bemoeien. De kids naar het strand brengen past beter bij mij, en ook dat hebben we samen gedaan toen zoon hier was. Ik voorzie in de nabije toekomst ook nog wel een ritje naar IKEA in Larissa, en wie weet, misschien rijden we dan wel door naar Trikala voor een romantisch weekendje in een leuk hotel. Of we boeken een midweek bij Lake Kerkini, daar wil ik nog wel een keertje naar terug. Of misschien een paar daagjes naar Skopelos of… Nou ja, genoeg mogelijkheden om er tussen het schrijven door even tussenuit te gaan. Dat kan allemaal als je een autootje hebt, nietwaar? We gaan er in ieder geval van genieten, dat staat vast.

Voor nu wens ik u allen weer een Kaló Ximóna toe, oftewel een goede winter. Dat is wat we hier op dit moment tegen elkaar zeggen. Een wens die nog stamt uit de tijd dat de kustbewoners twee keer per jaar hun hele hebben en houwen oppakten om te verkassen. In het voorjaar trokken ze vanaf de kust naar hun huis in de bergen, en wensten hun dorpsgenoten bij het vertrek ‘Kaló Kalokéri’- een goede zomer! In het najaar gingen ze weer naar beneden en riepen dan naar degenen met wie ze de zomer in de bergen hadden doorgebracht: ‘Kaló Ximóna!’ Die mensen zagen ze immers niet meer tot de volgende zomer. Die grote volksverhuizing is tegenwoordig een beetje voorbij, of in ieder geval niet meer zo extreem als destijds, toen men echt met het hele gezin en het huisraad op een kar naar ‘boven’ vertrok, maar de wens is gebleven. Alleen de geiten doen die grote trek van beneden naar boven en terug nog in groepsverband. Daar moet ik Suzy nog wel even voor waarschuwen, bedenk ik me nu. Zo’n héle lange sliert geiten op de weg is niet abnormaal in deze periode, en dan moet je echt heel wat kilometertjes lang stapvoets rijden. Gelukkig hoor je het geklingel van hun bellen al van verre en haast hebben… Ach, dat hebben we hier in Pilion al jaren geleden afgeleerd 😉

♥♥♥

Never a dull moment

Wat een afschuwelijke tijd heeft Griekenland deze zomer toch achter de rug! Maandenlang gingen we gebukt onder een langdurige extreme hittegolf, biddend en hopend dat er geen brand zou uitbreken. Natuurlijk gebeurde dat wel, en ik denk dat iedereen de beelden van de heftige bosbranden rond Athene, maar vooral op Evia wel heeft gezien. Uitgeputte, wanhopige mensen die met gevaar voor eigen leven hun bezittingen probeerden te beschermen tegen het nietsontziende vuur. Een verloren strijd was het, want al jaren wordt er vanuit de staat flink bezuinigd op materieel en mensen. Aan bosbrandpreventie wordt ondanks de jaarlijkse beloftes niets gedaan, en het resultaat hebben we dit jaar dus allemaal kunnen zien. Dat er op Noord-Evia nog huizen behouden zijn, is vooral te danken aan de lokale bevolking, van wie velen de evacuatie-oproepen negeerden, om met man en macht te proberen die branden dan zelf maar te blussen.

De brand op Evia was vanaf ons dorpje duidelijk te zien. Het eiland ligt aan de overkant van ‘onze’ Pagasitische Golf, en de rookwolken hebben dagenlang boven ons dorp gehangen. Letterlijk heel benauwend, maar ook behoorlijk angstaanjagend. De temperaturen wilden maar niet zakken en de wind stak steeds vaker op, waardoor ook hier op Pilion de dreiging van een bosbrand heel groot was. Gelukkig was daar toen eindelijk die ene, zo lang ontbeerde grote regen- en onweersbui. Niet zo heftig als in het noorden, waar meteen weer overstromingen waren door extreme regen, maar net genoeg om alles even op te frissen en de temperatuur te laten zakken tot rond de dertig. Nog altijd warm, al voelde het na de bijna veertig die we gewend waren heerlijk koel aan.

In die dagen keerde het gewone zomerleven weer enigszins terug. Het was nog steeds ‘bouwvak’ voor veel Grieken, dus de terrasjes en de stranden zaten gezellig vol. Zelfs ik had weer energie om een paar keer naar Volos te gaan, waar ik een hernieuwde poging ondernam om mijn sinds april verlopen rijbewijs niet per december, maar per onmiddellijke ingang te laten verlengen. Het is bijna gelukt. In eerste instantie leek het voorspoedig te gaan, tot ik de twee verplichte medische testen moest gaan afleggen. Vanwege de bouwvak waren alle dokters… met vakantie! Ja echt! Na de vakantie kon ik het opnieuw proberen. Ook dat is inmiddels gebeurd, alle benodigde papieren liggen nu bij de juiste instantie, maar zoals het er nu uitziet, zal het nog minstens drie weken duren voordat de medewerkers aldaar erin slagen om aan de hand van de gegevens op die formulieren een geldig rijbewijs voor mij te fabriceren. Zeer frustrerend, en ‘erger u niet, verbaas u slechts…’ is dan ook wat ik de afgelopen tijd regelmatig heb gepreveld.

Iets heel anders prevelde ik echter vorige week, tijdens een totaal onverwachte regen- en onweersbui die aan het eind van de donderdagmiddag ineens over ons heen trok. In eerste instantie liep ik nog jubelend buiten te filmen, genietend van de verfrissende waterdruppels op mijn gezicht en de verkoelende wind waarmee de bui gepaard ging. Maar binnen een paar minuten wakkerde die wind aan tot storm en ineens bungelde onze metershoge antennemast in tweeën geknikt ergens boven onze satellietschotel in de lucht. De kans dat de mast daarop zou vallen was levensgroot aanwezig, net als het gevaar dat dan ook de telefoonkabel meegesleurd zou worden. Alle hens aan dek dus, er was geen moment te verliezen, want op dat soort ellende zit niemand te wachten, en wij al helemaal niet.

Gezien dat gevaarlijke bungelen moest die antenne zo snel mogelijk ofwel naar beneden gehaald ofwel weer rechtop gezet worden. En dat alles in een heftige storm met regen die met bakken uit de hemel kwam. Vraag me niet hoe, maar het is ons gelukt om na het losdraaien van een aantal bouten de mast heel voorzichtig een paar meter te laten zakken, zodat de knik zich niet meer boven de tuinmuur bevond, maar eronder. Vervolgens wist manlief de touwen waarmee de mast vastzat ondanks de wind te pakken te krijgen en opnieuw vast te maken, waardoor het hele gevaarte zomaar ineens weer fier overeind stond. Ik blijf het ongelooflijk vinden wat die man van mij allemaal kan, want echt, dit was beslist geen kattenpis-klus, als ik het zo mag uitdrukken. Tegen de tijd dat we het allemaal voor elkaar hadden, waren wij doornat, maar de storm was voorbij, het zonnetje scheen weer volop en de buurman hervatte vrolijk zijn door het noodweer heel even gestopte gefluit. Hoe heftig de bui was geweest, zagen we later op de beelden uit onder andere Kala Nera, waar een heuse tornado over het strand was geraasd. Strandbedden en -parasols lagen her en der verspreid en twee boten die vóór de plotselinge storm nog keurig aan hun boei hadden liggen dobberen, konden erna door hun respectievelijke eigenaren op het strand opgehaald worden.

Op dit moment is alles weer aardig terug bij het oude. De bedden en parasols staan weer op hun plek, en met temperaturen nog steeds oplopend naar de negenentwintig, dertig graden, wordt daar dankbaar gebruik van gemaakt door de toeristen die hier nog volop kunnen genieten van een mooie nazomer. Dat hoop ik de komende tijd zelf ook te gaan doen, want onze zoon en zijn vriendin zullen morgen bij ons arriveren voor een heerlijke twaalfdaagse vakantie. Ik heb de zakdoeken voor de gelukstranen al klaarliggen, want dat ik het bij het weerzien niet droog houd, is wel zeker. Twee jaar geleden is het dat we elkaar voor het laatst hebben kunnen omhelzen, dan mag je als moeder wel een paar traantjes storten, nietwaar? Maar daarna gaan we heerlijk kletsen, lachen en vooral genieten van elkaars nabijheid. We maken er een mooie gezinsvakantie van, inclusief leuke tripjes natuurlijk, die ongetwijfeld heel wat avonturen zullen opleveren. Maar dat leest u de volgende keer dan wel weer… 😉

♥♥♥♥♥