Beauty en de Beast

‘We hebben achter gezinsuitbreiding,’ zei manlief in april, een paar dagen nadat we van onze reis naar Nederland waren teruggekeerd. ‘In een kist onder de werkbank. De mama is erg beschermend, dus ik kan het nog niet zo heel goed zien, maar volgens mij zijn het er twee.’

Ik dacht nog even dat hij een verlate 1-aprilgrap met me uithaalde, (hij had me al eens in de maling genomen met een dergelijke aankondiging), maar nee, dit keer was het echt. De grijs-witte poes uit het laatste ongeplande nestje van de buren had goed gebruik gemaakt van de rust die onze afwezigheid met zich meebracht, en zich met haar twee pasgeboren kittens uitgebreid geïnstalleerd op een stapel zeildoek in een van de kratten. Hoewel ze zelf nog erg jong was, hooguit tien maanden schatte ik haar, mankeerde er aan haar moederinstinct helemaal niets. Zodra wie dan ook maar in de buurt kwam van de krat, begon ze fel te blazen en te grommen, een boodschap die door de andere bij ons rondlopende en mee-etende buurkatten al snel begrepen werd. De kersverse mama verdedigde haar zelfgekozen territorium vol overgave, stond met haar neus vooraan als wij ’s ochtends de keukenluiken opendeden om de voerbakjes buiten te zetten en kreeg zelfs de al jaren trouwe Tijger, Luna en Mickey zover dat die van ellende maar elders hun proviand gingen halen.

Na een aantal weken werd de kraamkrat verwisseld voor een plekje onder de vlonder van de houtopslag en konden we ze wat beter zien. De een bleek pikzwart te zijn, de andere zwart-wit, en als vader gokken wij op Mickey, de enige kater die van mama in de buurt mocht komen. Maar groter wordende poezenkindertjes moeten ook opgevoed worden, en mama had het er maar druk mee. Dat weet ik omdat ik in de afgelopen weken een aantal keren een aangevreten grote muis bij de werkplaats vond en recentelijk mama op weg naar achteren betrapte met een hagedis in haar bek. Dat klinkt misschien wat cru, maar het betekent wel dat ze haar kindertjes in ieder geval leert om te jagen, zodat ze niet klakkeloos afhankelijk zijn van de dagelijks geopende kattensnackbar van de familie Hollander.

De kleintjes, door mij (Black) Beauty en de Beast genoemd, hebben die snackbar inmiddels zelf ook ontdekt. Via een omgekeerde plastic teil en de butagascontainer klimmen ze met een noodgang op de vensterbank zodra daar een bakje met brokjes of vlees verschijnt. Als mama en Mickey al aan het eten zijn, duwen ze hun kleine koppies brutaalweg onder hun poten door in de bakjes en schrokken ze alles wat daarin ligt met een noodgang naar binnen. Je ziet ze dan ook met de dag groter worden en hoewel we ze nog steeds niet mogen aanraken, zijn ze al wel minder schuw geworden.

Vorige week brak de volgende fase aan: mama vond dat de kleintjes groot genoeg waren om de rest van de wereld te verkennen, en is met kroost en al van de achterkant naar de voorkant van het huis verhuisd. Dit tot grote verwarring van onze eigen Krumpie en Katinka, die van het gedoe achter weliswaar op de hoogte waren, maar niet hadden verwacht dat het kersverse gezin ‘hun’ tuin zou claimen alsof het alle recht heeft om zich daar te bevinden. Het zorgt dus af en toe voor flink wat herrie, want met name Katinka is het er nog niet zo mee eens. Krumpie ook niet, maar die rent gewoon snel terug naar binnen als ze mama en de kleintjes pontificaal op het terras ziet liggen. Katinka daarentegen blijft stokstijf staan en maakt zich meteen dik en druk. En gelijk heeft ze, want vreemdelingen in de tuin moeten natuurlijk wel weten wie de baas is!

De kleintjes trekken zich er vooralsnog niet veel van aan. Zo’n weelderig groene zomertuin is na de maanden in de kale werkplaats alleen maar heel leuk en spannend. Bomen worden nog wat onhandig beklommen, vlinders en krekels huppelend achternagezeten en bloemetjes en bijtjes nieuwgierig besnuffeld. Uiteraard worden ze steeds ondernemender en trekken ze er vaker alleen of met z’n tweetjes op uit. Vooral het zwart-witte poezenkind heeft zo te zien een aardig rebels karakter. Ik denk dan ook dat die binnenkort zelfstandig de wijde wereld in trekt, op zoek naar een eigen plekje onder de Griekse zon.

Het was leuk om weer eens van dichtbij mee te maken hoe een mama-poes haar kindertjes grootbrengt, maar we voelen geen enkele behoefte om dit gezinnetje voor vast in ons huishouden op te nemen. Buitenkatten moeten er nu eenmaal ook zijn in onze landelijke omgeving, en goede jagers zijn zeker geen overbodige luxe. Vorige week nog hoorde ik een vreemd geritsel in de druivenrank boven onze zithoek. Het verplaatste zich vrij snel van het midden van de pergola naar de buitenrand en opeens plofte er iets naast me op het terras. Nu ben ik niet snel bang, maar als er ineens een kleine slang of – waarschijnlijker – een ringworm uit de druivenrank komt vallen, maak ook ik wel een sprongetje van schrik. In dit geval schrok het beestje net zo hard als ik, want met een noodgang verdween hij in het bloemenperkje.

Kijk, en op zo’n moment ben ik dus heel blij met onze katten, want Krumpie ging er meteen achteraan. Niet dat ze hem te pakken had, want aan haar bewegingen te zien verdween het beest al snel in de struiken achter in de tuin, maar toch, ze zat hem wel op de hielen. Nu mama-poes en haar twee kleintjes zich ook regelmatig in de tuin bevinden, ben ik er eigenlijk wel zeker van dat we niet nog een keer bezoek zullen krijgen van zo’n wriemelend glad beest in de pergola. En als die drie nieuwelingen dan ook nog eens heel snel een massamoord aanrichten onder de honderden krijsende krekels bij ons in de tuin, dan mogen ze van mij daar de komende jaren gewoon blijven wonen… 😉

♥♥♥

Zomer in aantocht

De eerst vijf maanden van het jaar zitten er alweer op. De zomer arriveerde in Nederland eerder dan hier, maar inmiddels beginnen de temperaturen ook in Pilion omhoog te gaan. Vooruitdenkend als wij zijn, hadden wij begin mei al gretig gebruik gemaakt van een aanbieding bij de Lidl (ja, die hebben we hier ook, in Agria!), en een witte partytent aangeschaft voor op het terras. De twee driehoek-zonnedoeken die we daar de afgelopen jaren hadden hangen tegen de in de zomer zeer hoog oplopende temperaturen waren kapotgegaan, dus er moest iets nieuws komen. Dat werd dus de partytent.

Als alternatief voor de driehoeken beviel het uitstekend. Lekker licht, paste precies onder de dakgoot, zat binnen korte tijd in elkaar… We zetten er een paar stoeltjes en een tafeltje in en hadden er een heerlijk zitplekje met uitzicht op de prachtige voorjaarstuin bij. Helaas was het weer in mei nogal wisselvallig. Er vielen ’s nachts nog regelmatig heftige regenbuien, waardoor het aan de randen volgelopen zeil van de partytent ’s ochtends voor flinke douches zorgde. En of het zeil echt bestendig zou zijn tegen de tropische zon van de Griekse zomer… daar hadden wij ook zo onze twijfels over. We zullen er nooit achter komen, want gisternacht raasde een flinke storm over ons dorpje, met als gevolg dat de partytent ’s ochtends geknakt en al in de grote coniferenboog hing.

Gelukkig was de aankoopsom niet zo hoog dat we meteen failliet zijn, dus zo heel erg is het allemaal niet. Behalve dan dat ik mijn lekker lichte ontbijtplekje kwijt ben. Maar manlief heeft al gezegd dat hij de geknakte buizen waarschijnlijk wel kan repareren, en dat hij dan het witte zeil gaat vervangen door hetzelfde groene gaasdoek dat onder de druivenranken voor extra verkoeling zorgt. Wat betekent dat we binnenkort geen witte, maar een groene partytent zullen hebben. Of niet. Want het kan zomaar gebeuren dat we toch weer wat anders verzinnen om de zon van ons zomerterras weg te houden. Maar dat hoort u dan nog wel een keertje.

Verder gaat het bij ons allemaal zo zijn gangetje. In Kala Nera is de inmiddels beroemde ‘Paardendag’ op Hemelvaartsdag – waarop de paarden worden gezegend door de papa en daarna de zee in gaan – weer een goed bezocht evenement geweest. Het betekent ook de opening van het badseizoen, maar ik heb nog niet zoveel zwemmers gezien. In ieder geval niet hier in Kato Gatzea, al heb ik al wel een aantal keren aan een tafeltje op een terras aan zee gezeten. Als ik mijn bijna dagelijkse dorpswandeling maak, strijk ik af en toe even neer bij een vriendinnengroepje uit het dorp, vier dames die regelmatig met elkaar een kopje koffie drinken of tussen de middag een hapje eten bij Skourgias, het restaurant waar een van de dames de scepter zwaait.

Een andere dame heeft een zoon die in Sillicon Valley werkt. Ze woonde  een tijdje in Amerika en spreekt redelijk goed Engels. Als ik er met mijn Grieks niet helemaal uitkom tijdens de gesprekken met het vriendinnengroepje, schiet zij me te hulp. Gelukkig is dat tegenwoordig steeds minder vaak nodig, want ik kan me steeds beter redden met de taal. Vloeiend en echt diepgaand zullen mijn gesprekken wel nooit worden, en als er meer dan drie personen tegelijk met elkaar praten raak ik de draad heel snel kwijt, maar ik kan toch aardig meekletsen in het vriendinnengroepje. En dat is natuurlijk mooi meegenomen.

Vandaag, 1 juni, is het bij ons 2e Pinksterdag. Een lekker lang, relaxed weekend voor de Grieken. De strandjes zien er weer aardig bezet uit, de tavernes zitten vol, en het zomerseizoen begint langzaam vorm te krijgen. Altijd leuk om in deze ‘voorzomer-tijd’ oude bekenden terug te zien of, zoals ik afgelopen week deed, kennis te maken met nieuwe ‘bekenden’, mensen die ken van Facebook. Ze maken een rondreis over het schiereiland en vonden het leuk om met mij in ons dorpje af te spreken. Het werd een hele gezellige ochtend met als extra cadeautje een tas vol Nederlandse damesbladen voor mij! Dat leest zo heerlijk weg in de tuin of op het strand!

Deze week arriveren onze Twentse vrienden weer voor een paar weken, en ik heb een paar dagen geleden nog een paar uur bijgekletst met andere vrienden, met wie ik in het verleden hele mooie, avontuurlijke wandeltochten in Pilion heb gemaakt. Waar ik ook naar uitkijk is de op handen zijnde ontmoeting met een vroegere OAD-collega van mij, die samen met haar man een paar dagen met hun camper op de zeer nabijgelegen camping Sikia staat. Ik maakte met haar en nog een collega ergens rond of net na de eeuwwisseling een individuele studiereis naar Italië, waar we onder andere met de auto van Rome via Toscane naar het Comomeer in het noorden zijn gereden. Onderweg bezochten we hotels en campings die in de Oad-brochure stonden, maar veel leuker waren natuurlijk de kleine dorpjes waar we doorheen reden, en de mooie plekjes waar de vertegenwoordigers ter plekke ons soms op een lunch of diner trakteerden.

Tijdens zo’n studiereis moesten we de hele dag door videoopnames maken van de hotels en appartementen die we bezochten, zodat onze collega’s thuis ‘met eigen ogen’ konden zien hoe die eruitzagen. Onlangs kwam ik op mijn archief-harde-schijf toevallig de opnames van deze Italië-studiereis tegen, echt superleuk om terug te zien, al kwamen we wat betreft de beschrijving van die ontelbare kamers die we op zo’n reis zagen meestal niet veel verder dan: ‘…en dit is dus tweepersoonskamer, ziet er netjes uit, met kaptafel en een zitje naast het bed. Behang is wat somber, en oogt een beetje ouderwets. De badkamer is keurig schoon, maar heeft wel een douche in het bad, dus niet geschikt voor mindervaliden.’

Ja, dat waren leuke tijden en ik ben benieuwd hoeveel mijn collega zich er nog van herinnert. Het leuke is dat onze mannen elkaar ook kennen, want die hebben samen nog een paar jaar samen in de tenniscompetitie gespeeld. Iets wat ik eigenlijk een beetje vergeten was, maar wat manlief zich nog goed kan herinneren. Dus gesprekstof is er genoeg als we elkaar binnenkort hier in Pilion na bijna vijfentwintig jaar zullen terugzien. Kortom, we hebben een mooie, gezellige maand voor de boeg, met leuke ontmoetingen en ongetwijfeld een paar vrienden-uitjes. We zullen af en toe uit eten gaan op een terrasje aan zee of in de bergen, of een beetje lanterfanten op ons terras en mijn beroemde – of beruchte? – ‘zondagse frappé’s’ drinken in de tuin. Maar wat we vooral gaan doen is lekker genieten. Van elkaar en met elkaar… 😉

♥♥♥

 

Lentefeestje

De eerste mei is behalve de alom bekende Dag van de Arbeid hier in Griekenland vooral ‘Bloemetjesplukdag’. Het is de dag waarop Grieken de natuur in trekken, bloemenkransen maken en er vervolgens de deuren van hun huizen mee versieren. Een traditionele en feestelijke ode aan de lente, waar iedereen na de lange wintermaanden echt aan toe is. Aan de lente, bedoel ik. De ode eraan valt vandaag helaas letterlijk in het water, want vanaf gisteravond regent het. Bij vlagen zo hard, dat ik er afgelopen nacht een aantal keren van wakker ben geworden.

Hoewel, dat kan ook aan de maan liggen, die wil ook nog weleens voor een onrustige slaap zorgen in de aanloop naar haar volledige wasdom. En vanavond is het dus volle maan, heel toepasselijk de Mei-maan genoemd. Maar let op, aan het eind van deze maand hebben we nóg een volle maan, en die is blijkbaar ooit door iemand Blauwe Maan gedoopt. Geen idee waarom, want de maan kleurt immers nooit en te nimmer blauw. Dat er twee volle manen in één maand zijn, komt trouwens niet zo vaak voor, en in het Engels hebben ze daar zelfs een spreekwoord aan gewijd: ‘Once in a blue moon’. Met als betekenis: zelden, niet vaak of heel af en toe. Zelf denk ik bij een blue moon eerder aan het lied ‘Blue Moon of Kentucky’, gezongen door Patsy Cline met haar heerlijk rauwe countrystem, en natuurlijk die geweldige ‘stemoverslag’ in het woord ‘moon’. Achter de schuifdeuren mag ik dat nummer graag luidkeels ten gehore brengen, vooral als ik een bult frustratie van me af wil zingen. Probeer het maar eens, na het heel hard en vooral vals zingen van Blue Moon of Kentucky voel je je ongetwijfeld weer helemaal ‘zen’!

Gelukkig heb ik Blue Moon al een hele tijd niet meer hoeven zingen, want de afgelopen maand was ik ook zonder dat al aardig ‘zen’. We waren immers op knuffelreis in Nederland en iedereen weet dat knuffelen goed is voor je zenuwgestel. Vooral knuffels van een tweejarige kleinzoon doen het uitstekend, dat kan ik u verzekeren! Maar ook de eerste keer dat je je nieuwe kleindochter in de armen houdt is zo’n ‘zen-moment’ waarop de tijd even stilstaat. Wat een rijkdom, twee van die kleine mensjes in je leven. We hebben van ieder moment samen genoten: bij zoonlief thuis, in de speeltuin, bij ons in het hotel, in de dierentuin… Kostbare herinneringen aan twee heerlijke weken, die we hebben afgesloten met een gezellige fotoshoot in de studio van een lieve en deskundige fotograaf. Mooie, zeldzame drie-generaties-momenten, liefdevol vastgelegd – voor onszelf en de generaties na ons. Echt leuk was dat door de onverwachte verschuiving van onze geplande februari-reis naar april ik mijn 70ste verjaardag gezellig in familiekring heb kunnen vieren. Slingers, taart, lieve cadeautjes en prachtige knutselwerkjes ‘Voor Oma’ van kleinzoon Kai maakten er een heel speciale dag van. Zo eentje met een gouden sterretje, waar je met een grote glimlach aan terugdenkt!

Waar ik ook van ga glimlachen is het feit dat mijn rug geen noemenswaardige terugval heeft opgelopen van onze lange en zeer zeker vermoeiende reis. Oké, ik heb even wat meer pijnstillers nodig, en een snelle onderhoudsbehandeling bij Ioannis was deze week zeker geen overbodige luxe, maar gezien alle eerdere toestanden dit jaar mag ik beslist niet klagen. Ik hoop natuurlijk dat het zo blijft. Mei is een prachtige maand, met temperaturen waarbij je nog heerlijk energiek kunt zijn. Wandelen is goed voor mij en mijn rug, dat zegt iedereen. Zwemmen ook, maar daar ben ik niet zo’n voorstandster van, dus daar wacht ik nog even mee tot het echt heel warm wordt. Op dit moment vind ik wandelen helemaal prima, want er is onderweg zoveel moois te zien aan ontluikende bloemenpracht. Dat, gecombineerd met de helderblauwe voorjaarsluchten en de licht kabbelende golfjes van de zee, maakt van mijn bijna dagelijkse dorpswandelingetje iedere dag weer een klein feestje.

Vooral de momenteel overal verschijnende klaprozen brengen een grote glimlach op mijn gezicht, en dat komt omdat ik als meisje van een jaar of zes tijdens een zonnige gezinsvakantie in Valkenburg heel veel gele korenvelden vol rode klaprozen heb gezien op onze wandelingen door de golvende Limburgse heuvels. Een nooit vergeten ervaring, want zodra ik ook maar ergens klaprozen zie, hun tere hoofdjes zachtjes wiegend in de wind, word ik subiet terug in de tijd getransporteerd, en ben ik in gedachten weer even dat zorgeloze kleine meisje, huppelend door de korenvelden van mooi Valkenburg.

Zorgeloos en klein ben ik natuurlijk allang niet meer, maar de ketting van mijn leven hangt gelukkig boordevol met dit soort heerlijke herinneringen en ervaringen. En in de afgelopen maand zijn er dus weer een flink aantal kralen aan die ketting toegevoegd. Glanzende parels van geluk, van liefde, ontroering en stille verwondering, momentjes die je eigenlijk alleen ervaart ‘in het echt’ en niet via een foto of een beeldscherm. Echt zo fijn dat we deze reis ondanks de gezondheidsperikelen van het afgelopen jaar toch weer hebben kunnen maken, want wat er ook gebeurt, deze ervaringen en herinneringen nemen ze ons nooit meer af!

En nu zijn we dus alweer ruim een week terug. Ook fijn, want er gaat niets boven ons eigen plekje onder de Griekse zon. Veel veranderd is er niet in ons kleine dorpje aan zee, al zag ik zo hier en daar al wel een paar toeristen lopen. De echt grote drukte blijft nog wel een tijdje weg, die komt pas half juni op gang, als de Griekse scholen hun deuren sluiten en de familiehuizen in de dorpjes aan de kust weer voor de duur van de zomer in gebruik worden genomen. Voorlopig voeren rust en stilte in ons dorp nog de boventoon en dat mag van mij nog wel even zo blijven. Als het zonnetje snel terugkeert en de regen zich voor een aantal weken terugtrekt, dan denk ik dat ik de vermoeidheid van onze reis heel snel achter me zal kunnen laten.

Het seizoen van de lente staat voor nieuw leven, voor een nieuw begin, waarbij het absoluut niet uitmaakt hoeveel lentes iemand al heeft meegemaakt. Zolang het vanbinnen bruist van energie kunnen plannetjes nog steeds echte plannen worden, en dromen nog steeds werkelijkheid. Ondanks die vele kaarsjes op mijn taart, ga ik ook dit komende levensjaar weer graag mijn hart en mijn dromen achterna. Dromen waarmaken is immers het fijnste wat er bestaat, dat kan ik u uit eigen ervaring vertellen. Ik hoop echt dat ik nog heel veel jaren mijn dromen met u mag delen… 😉

♥♥♥

Blij eitje

Ik ben met hart en ziel een voorjaarskind. Als baby werd ik al op slag een blij eitje als ik tussen de bloemetjes werd gezet. En ook nu nog doen de heldere kleuren van de bloemenpracht die na de wintermaanden uit de aarde schiet, me op slag alle narigheid van die donkere maanden vergeten. Op de een of andere manier voelt pijn nu eenmaal altijd erger als het zonnetje niet schijnt en de regen met bakken uit de hemel valt. Van dat laatste hebben we hier in Pilion de afgelopen weken aardig wat gekregen. Niet leuk, maar wel noodzakelijk, want het is een van de redenen dat ons schiereiland ook in de hete zomermaanden nog heerlijk groen is. Alleen mag die regenval van mij nu wel weer ophouden, of wat meer in de nachtelijke uren vallen, want ik heb echt dringend behoefte aan veel zon en warmte op mijn botten.

Behalve dat gebrek aan zon gaat het trouwens best goed met die botten van mij. De intensieve behandeling met acupunctuur en elektrotherapie door de neuroloog die mij op het laatste nippertje voor een ‘noodzakelijke’ rugoperatie wist te behoeden heeft prima geholpen. Van niet meer kunnen lopen, zitten, staan ben ik in nog geen maand tijd naar vrijwel pijnloos bewegen gegaan, een fantastisch resultaat voor iemand die al vijftien jaar loopt te tobben met kleine en grote rugklachten. Die onderrug van mij zal altijd een zwakke plek blijven, dat verandert niet. Ook niet door een operatie, want als daardoor de ene klacht verdwijnt, komt er heel snel een andere klacht voor in de plaats, zegt deze neuroloog. Zo werkt dat blijkbaar met de stenose, artrose en andere -oses die ik in mijn leven heb opgebouwd. Maar hij heeft wel zoveel vertrouwen in het blijvende resultaat van zijn behandeling dat ik, als het zo blijft, zeker tot half augustus mag wegblijven. Verheugend nieuws dus, en reden genoeg om alsnog onze uitgestelde ‘knuffelreis’ naar Nederland te gaan maken. Kleine Saar is inmiddels twee maanden oud, en hoe leuk het ook is om haar op foto’s en video’s te zien, er gaat natuurlijk niets boven het ‘live’ knuffelen.

Het schiet al flink op, want we hopen op 7 april in Nederland arriveren, net na de Pasen die bij jullie op 5 april valt. In Griekenland valt het dit jaar op 12 april, maar dat missen we dus ook, omdat we dan in Nederland zijn. Wat betekent dat wij dit jaar geen Pasen zullen vieren. Nu hebben wij niet zo heel veel met Pasen, maar het feit dat je zo’n wereldwijd gevierd feest kunt ‘missen’ omdat je toevallig net niet in het goede land bent op de juiste datum, vind ik toch wel een beetje bijzonder. Het is eigenlijk net zoiets als met oud en nieuw, wanneer wij ons al een uur in het nieuwe jaar bevinden terwijl onze zoon nog steeds in het oude rondloopt. En wij hebben slechts één uur tijdsverschil, maar stel nou eens dat je bijvoorbeeld een kind hebt dat in Australië woont en een ander kind in Amerika, terwijl je bejaarde ouders in Nederland nog leven en jijzelf in Griekenland woont, dan wordt het op die laatste dag van het jaar allemaal wel heel verwarrend, als je ze allemaal op het juiste tijdstip wilt bellen om Gelukkig Nieuwjaar te wensen, toch?

Ik moet hieraan denken omdat we afgelopen weekend de klok weer een uur vooruit hebben gezet. Vijf dagen heeft je lijf nodig voordat het helemaal gewend is aan de nieuwe tijd, las ik zojuist. Dat zou betekenen dat wij dus net ‘op ritme’ zijn wanneer we in Nederland aankomen. Maar eenmaal geland op Schiphol, moeten wij ons horloge een uur terugzetten omdat er een uur tijdsverschil zit tussen Griekenland en Nederland. En hopla, dan zitten wij dus gewoon weer op Griekse wintertijd en hebben we die vijf dagen wennen aan de zomertijd eigenlijk voor niks gedaan. Kortom, het begrip ‘tijd’ is behoorlijk relatief en zeer afhankelijk van waar je je op een bepaald moment bevindt. Iets waarvan ik me in mijn jonge jaren als KLM-stewardess al heel erg bewust was, want vier jaar lang was het ‘klok vooruit of klok terug’ voor mij een bijna dagelijks onderdeel van mijn leven.

Het ‘toppunt’ van tijdsverwarring was destijds toch wel de vliegreis van Amsterdam naar Tokyo die via Anchorage in Alaska ging en vice versa. Als we vanuit Amsterdam in Anchorage aankwamen, was het daar tien uur vroeger dan in Nederland. Het vliegtuig vloog na een kort oponthoud door, maar wij als bemanning mochten een paar dagen in Anchorage blijven. Na een paar dagen vlogen we dan met het volgende vliegtuig het traject Anchorage – Tokyo, en daar was het maar liefst zeventien uur later dan in Anchorage. In Tokyo verbleven we twee nachtjes, waarna we terugvlogen naar Anchorage en daarmee weer zeventien uur teruggingen in de tijd, om vervolgens na een paar dagen vanuit Anchorage naar Amsterdam te vliegen, wat weer een tijdsverschil opleverde van tien uur later. Door die absurd grote tijdsverschillen en het binnen één week heen- en terugvliegen beleefde je dezelfde dag soms twee keer of sloeg je er eentje helemaal over. Ja, echt, zo grillig is dus het begrip ‘tijd’.

En als we het dan toch over ‘tijd’ hebben… Deze maand hoop ik zeventig te worden, en jeetje, dat vind ik toch echt wel een dingetje, hoor! Natuurlijk ken ik alle clichés, dus ja, ik weet dat je zo oud bent als je je voelt, dat zeventig nog hartstikke jong is en dat ik hopelijk nog heel veel mooie jaren voor de boeg heb. Maar hoe jong je je ook voelt, feit is dat zeventig jaar op deze wereld rondlopen best lang is. De jaren zestig waarin ik een jong meisje was, zijn voor de jongeren van nu gewoon net zo ver verwijderd als de jaren van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) voor mij destijds als veertienjarige waren! Dat is toch onvoorstelbaar?

Zeventig jaar is dus niet niks. En dat ik die kroonverjaardag eigenlijk geheel onverwachts ook nog eens ga vieren in Nederland, samen met man, zoon, schoondochter en de twee kleinkinderen… Ja, dat is toch wel een heel leuk vooruitzicht! Kortom, ik ben een en blijf een ‘blij ei’, ook op mijn zeventigste… 😉

♥♥♥

Pilion door de eeuwen heen

Ons schiereiland kent een lange geschiedenis. Zo kun je in het Archeologisch Museum in Volos opgegraven potten en pannen bekijken die uit het Neolithische tijdperk stammen. Dan praten we over zo’n 12.000 jaar voor Christus! Toen liepen er hier dus al mensen rond! In de 7e eeuw voor Christus kregen die eerste bewoners volgens de overleveringen gezelschap van de Olympische goden, die hier hun vakantie doorbrachten. En de wijze centaur Chiron, een beroemde figuur uit de Griekse mythologie, had hier zijn perfecte woonstek gevonden: een grot die zich in de nabijheid van het kalderimi-pad van Kala Nera naar Milies bevindt en nog steeds te bezoeken is.

In de Byzantijnse tijd, vanaf ca. 330 na Christus tot het jaar 1453, werd het pas echt ‘druk’ in Pilion. Dat kwam door de vele kloosters die in de bergen werden gesticht en als centra voor religie en cultuur fungeerden. Rondom die kloosters ontstonden al snel nederzettingen, die ook tijdens het erop volgende Ottomaanse tijdperk (1453–1832) hun florerend bestaan door handel en landbouw konden voortzetten. Dankzij de afgelegen en vaak moeilijk bereikbare ligging van de dorpen hadden de inwoners van Pilion ondanks de Turkse bezetting namelijk toch een zekere mate van vrijheid en rijkdom. En dat leidde weer tot bijvoorbeeld de bouw van de karakteristieke 17e- en 18e-eeuwse herenhuizen en klinkerstraatjes die tot op de dag van vandaag in bergdorpen als Makrinitsa en Visitza te bewonderen zijn.

In de jaren na de Ottomaanse bezetting breidde de handel zich nog verder uit, maar nu kwam ook de industrie op. Volos ontwikkelde zich snel tot een van de belangrijkste industriële centra van Griekenland, dankzij de strategische havenligging en de komst van vluchtelingen uit het noorden. De stad kende een bloeiende textiel-, tabak- en baksteenindustrie, met iconische locaties als de Tsalapata-fabriek (nu een museum) en de Papastratos-tabakopslagplaatsen aan de haven (nu deel van het beroemde Universiteitsgebouw). De instroom van vluchtelingen uit Klein-Azië in de jaren 1920, met name in Nea Ionia, zorgde voor een enorme bevolkingsgroei en goedkope arbeidskrachten, wat de industrie verder stimuleerde. Maar naarmate de oude ambachtelijke industrieën verdrongen werden door nieuwe technologische uitvindingen verschoof de economie vanaf de jaren tachtig steeds meer naar diensten, toerisme en handel.

Het dagelijks leven op het schiereiland Pilion veranderde snel. Jongeren trokken weg uit de dorpen omdat er geen werk meer was, en wie achterbleef probeerde een bestaan op te bouwen in het toerisme. En hoewel Pilion een uitzonderlijk mooie natuur heeft, brengt diezelfde natuur ook veel problemen met zich mee. Bosbranden, aardbevingen en overstromingen zijn geen uitzonderingen, iets waar wij in de twintig jaar dat wij hier wonen over mee kunnen praten. Niet dat alles hier kommer en kwel is, hoor! In die twintig jaar hebben we immers ook heel veel leuke, gezellige en bijzondere dingen meegemaakt. Maar als wij in zo’n relatief korte tijd al zoveel verhalen te vertellen hebben, wat zouden dan bijvoorbeeld de kasseien van de kalderimi’s, de eeuwenoude ezelspaden die overal in Pilion te vinden zijn, ons wel niet te vertellen hebben als ze konden praten?

Helaas kunnen kasseien niet praten, dus we moeten het doen met de verhalen die door de jaren heen bewaard zijn gebleven. Zoals het verhaal over het treinstationnetje in Lafkos dat noodgedwongen tot bakkerij werd, omdat de bouw van de spoorweg die oorspronkelijk tot Lafkos door zou lopen voortijdig in Milies eindigde. Of het verhaal van het Huis met de Vloek in Ano Lechonia, waar de drie jonge kinderen van de rijke familie die het liet bouwen stierven door het drinken van melk uit een kan waarin een gekko was gevallen. Het huis ook waar in de oorlogsjaren een hoge Gestapo-commandant vermoord werd door een partizaan uit het bergdorp Dakria, waarop een massa-executie volgde omdat de inwoners niet wilden verraden wie van hen de moord had gepleegd.

Als je goed om je heen kijkt, zie je in heel Pilion herinneringen aan het verleden. Een groot gedenkteken zoals in Dakria, of een echte byzantijnse steen in de muur van een huis in Argalasti, een eeuwenoude waterbron in het bos of ‘gewoon’ een eikonostasio, de kleine, op kerkjes lijkende kapelletjes die je overal in de bermen van Griekse wegen ziet. Al die vele, soms opvallende maar even zo vaak onopvallende tastbare herinneringen vertellen allemaal een uniek verhaal, over vroeger, over vergeten gebeurtenissen, over mensen die hier ooit geleefd hebben… of hier omgekomen zijn. Zoals de vier jonge straaljagerpiloten die op 14 oktober 2004 in Pilion om het leven kwamen.

Naast het civiele vliegveld van Neo Anchialos bij Volos ligt namelijk een militair vliegveld. Het is de thuisbasis van een groot deel van de Griekse F-16-vloot, en vanaf Neo Anchialos vinden dan ook het hele jaar door veel oefenvluchten plaats, waarbij er regelmatig een straaljager door de geluidsbarrière gaat. Op die bewuste oktoberdag in 2004 was de knal die in heel Pilion werd gehoord echter niet te wijten aan de geluidsbarrière. Twee F-16’s vlogen in formatie na een oefening op de Egeïsche zee terug naar het vliegveld van Neo Anchialos, iets wat ze ongetwijfeld al vele malen eerder hadden gedaan. Het weer die dag was erg slecht, er was veel bewolking en de hoger gelegen gebieden van Pilion waren in dikke mist gehuld. Hoe het mogelijk was, is nooit duidelijk geworden, maar op de een of andere manier zijn beide vliegtuigen negenentwintig graden van hun aanvliegroute afgeweken, en daardoor recht op de 1624 m hoge Pilionberg, vlak bij Chania, af gevlogen.

Waarschijnlijk hebben de piloten op het laatste moment geprobeerd om de berg te ontwijken, waardoor ze met elkaar in botsing kwamen en zijn neergestort. De lichamen van de bij het ongeluk omgekomen piloten en de wrakstukken van de straaljagers kwamen terecht in moeilijk toegankelijke berggebied, maar konden na een uitgebreide zoektocht uiteindelijk wel geborgen worden. Niet ver van Chania staat nu een kapelletje met de namen van de piloten erop. Het is de plek waar het ongeluk officieel herdacht wordt, maar niet de plek waar de vliegtuigen zijn neergestort. Daar is ook wel een klein gedenkteken opgericht, maar omdat het gebied zo ontoegankelijk is, is het bijna niet te vinden en komt er zelden iemand.

Daarom vond ik de onderstaande video over het ongeluk best bijzonder. Hij is gemaakt door drie jonge mannen uit Kala Nera, die op zoek zijn gegaan naar de echte plek van het ongeluk. De video is weliswaar in het Grieks, maar via de instellingen kun je ondertiteling inschakelen en automatisch naar het Nederlands laten vertalen. En hoewel niet alles even correct en duidelijk wordt vertaald, vond ik het zelf wel goed te volgen, dus vandaar dat ik de video hier met jullie deel.

Het verhaal van het straaljagersongeluk is slechts een van de vele verhalen die de Pilion te vertellen heeft. Bijzondere, mooie, leuke, en tragische verhalen door de eeuwen heen. En zolang die verhalen verteld worden – door de dorpelingen, door mij in mijn columns, door een video op het internet – blijft de herinnering aan het lange en woelige verleden van ons mooie schiereiland voor altijd en voor iedereen springlevend…😉

♥♥♥