Even serieus

Ik vrees dat het een wat andere column wordt vandaag. Beter gezegd, het zijn er twee, een nieuwe en eentje die vorige week al gepubliceerd is in de Vlaardingen24-krant. Dat komt omdat ik het altijd zo veel mogelijk probeer te vermijden om het in mijn maandschrijfsels te hebben over de ‘grote wereldproblemen’. Veel liever neuzel ik een beetje over de koetjes en kalfjes van mijn dagelijks leven op dit mooie Griekse schiereiland. Maar hoe reëel is het om te neuzelen als de wereld om je heen op haar grondvesten staat te trillen?  En daarom laat ik de keuze aan uzelf: een wat ‘serieuzere’ column of een hilarisch verslag over een middag aan zee. En wilt u ze allebei lezen… dat mag natuurlijk ook!

EVEN SERIEUS

De uitbraak van het coronavirus houdt de gemoederen flink bezig, mij ook, maar al is het natuurlijk flink lullig als je ermee besmet raakt, zo dodelijk als bijvoorbeeld de zwarte builenpest in de middeleeuwen lijkt het – in ieder geval op dit moment – nog lang niet te zijn. Een paar honderd dodelijke gevallen, oké, laten het er een paar duizend zijn, op een totale wereldbevolking van 7,7 miljard en onze hele wereldeconomie komt krijsend tot stilstand. Allerlei maatregelen worden door alle regeringen ter wereld uit de kast gerukt, ja, ook hier in Griekenland. Er mag nu op gezondheidsproblemen worden gecontroleerd bij o.a. de grenzen, de havens en de treinstations. Carnavalsoptochten en feestelijkheden voor Katherea Deftera (Rosen Montag), die dit weekend zouden plaatsvinden zijn op straffe van flinke boetes en zelfs gevangenisstraf uit voorzorg afgelast, en ook hier zijn de maskers en de handgel totaal uitverkocht. Iedereen is echter zo op dat griepvirus gefocust dat ondertussen een aantal andere, eveneens zeer verontrustende gebeurtenissen, vrijwel ‘onzichtbaar’ hebben kunnen plaatsvinden. Nou ja, behalve dus voor de mensen die er mee te maken hadden en hebben.

Zo zijn er afgelopen week heftige gevechten geweest op de ‘vluchtelingen’-eilanden Lesbos en Chios. Niet met de vluchtelingen zelf. Nee, dit waren gevechten tussen lokale bewoners en bouwploegen gesteund door het leger van de nieuwe regering, die het ondanks de felle protesten vooraf toch nodig vond om de bouw van gesloten detentiecentra door te laten gaan. En dat terwijl ieder normaal denkend mens weet dat vluchtelingen opsluiten in zo’n gesloten kamp de niet aflatende stroom nieuwe vluchtelingen die in het ‘oude’ kamp opgevangen moet worden zeker niet zal indammen. Maar goed, de tijd dat normaal denkende mensen in welke regering dan ook zaten, ligt ergens in de prehistorie volgens mij. En terwijl de Griekse regering dus druk doende was om die lokale vuurhaarden in bedwang te houden, bedacht meneer Erdogan ineens dat het nu de juiste tijd was om de paar miljoen vluchtelingen die in Turkije opgevangen worden te vertellen dat ze niet langer gedwongen worden om daar te blijven omdat de Turks/Griekse grens door hem is opengezet. Hij vergat er alleen bij te vertellen dat de Grieks/Turkse grens niet open is en ook niet zal opengaan. Dus nu staan er sinds gisteren al een paar duizend vluchtelingen – en dat kunnen er vanavond zomaar 18.000 zijn heb ik ergens gelezen – aan de hekken en afrasteringen van Griekenland (de toegangspoort naar Europa) te rukken en te trekken, al vloekend en tierend omdat ze de zoveelste teleurstelling te verwerken krijgen.

Nu staan de betrekkingen tussen Turkije en Griekenland de laatste maanden toch al op scherp vanwege de ongeoorloofde schendingen van het internationale lucht- en zeeruim door Turkije die alles te maken hebben met olie en landbezit. Als belangrijkste geografische toegangspoort wordt Griekenland geacht Turkije buiten Europa te houden, wat tot nu toe bijna 200 jaar is gelukt. Maar nu de hele wereld genoodzaakt is zich bezig te houden met dat geniepige coronavirus, heeft Europa wel andere dingen aan hun hoofd dan de aloude vete tussen de twee landen. En hoe Europa over het vluchtelingenprobleem denkt, weten we inmiddels wel. Mij persoonlijk zou het niets verbazen als er binnenkort een niet te stuiten corona-uitbraak plaatsvindt onder de vluchtelingen in de diverse kampen. Verspreid het virus onder een groep mensen die weinig of geen weerstand hebben door ze en masse naar je buurland te sturen, help ze de grens – te land of ter zee – over te glippen, en je hebt helemaal geen tanks en soldaten nodig om een slachting aan te richten. En, ook niet onverdeeld ongunstig, je bent meteen van het vluchtelingenprobleem af. Een belachelijk en onrealistisch doemscenario? In ieder geval eentje die vooralsnog enkel en alleen uit mijn eigen lugubere schrijversfantasie komt. Het enge is echter dat ik Erdogan er zeker voor aanzie om zoiets waanzinnigs uit te voeren. Een paar mensenlevens meer of minder zal hem worst wezen, dat hebben we al eerder gezien bij de coup van een paar jaar geleden. En dat hij hongert naar macht weten we ook al een tijdje. Gebruikmaken van een dodelijk virus dat de wereld al voor een groot deel heeft lamgelegd, zou hem geen minuut van zijn nachtrust kosten als hij daardoor meer macht kan krijgen, dat weet ik zeker.

Afijn, u begrijpt, het zijn allemaal geen vrolijke gedachten die momenteel in mijn hoofd rondwaren. Een levendige fantasie komt goed van pas als je een boek wilt schrijven, maar in het dagelijks leven kan het een behoorlijke stoorzender zijn. Een beetje neuzelen over minder serieuze dingen vind ik dan een beetje lastig, zoals u merkt. Maar omdat ik ook begrijp dat het juist in sombere tijden heel fijn kan zijn om even iets anders te lezen dan doemscenario’s, zet ik op de home-pagina onder deze column nog een andere. Een verhaal dat ongetwijfeld wel een glimlach teweeg zal brengen. Dat deed het tenminste wel bij de lezers van de Vlaardingen24-krant, en ik vind hem eigenlijk te leuk om hem niet ook hier te plaatsen. Dus krijgt u deze maand zomaar twee columns van mij cadeau!

Ik hoop echt dat de huidige ietwat grimmige toestand in de wereld volgende maand grotendeels achter ons zal liggen. Daar moeten we ook maar gewoon in blijven geloven, anders wordt het leven helemaal zo’n sombere toestand, en dat is niet wat we willen, toch? Daarom beloof ik u nu alvast dat ik op 1 april weer ‘gewoon’ alleen een gezellige neuzelcolumn voor u zal schrijven. Tenzij de toestand in de wereld mij ook dan weer genoodzaakt iets serieuzer te zijn… 😉

♥♥♥♥♥

 

Zomaar een middag aan zee

Ons dorpje telt een handvol horecagelegenheden die zich allemaal aan de ‘boulevard’ bevinden. Eén daarvan is ouzeri To Balkoni, waar je – de naam zegt het al – op het balkon (of binnen) kunt genieten van tsipouro met hapjes, een simpele Griekse maaltijd of een eenvoudige snack. De zaak behoort toe aan Apostolis, die samen met zijn moeder Elefteria in de keuken staat. Nou ja, hij doet de hapjes, zijn moeder kookt de maaltijden; gewoon thuis in haar huisje met tuin, waarna ze het eten dan in grote pannen met haar rammelende ‘agrotiko’ – een klein vrachtautootje – naar de zaak brengt. Dezelfde agrotiko waarmee Apostolis in de zomer soms zijn vakantievierende klanten na een avondje met wat al te veel tsipouro terugbrengt naar Kala Nera – in de laadbak uiteraard.

Apostolis is wat de Engelsen ‘a character’ noemen. Zijn mekkerende schaterlach werkt zo aanstekelijk dat je binnen no-time mee zit te schateren, al heb je meestal geen enkel idee waarom. Hij heeft een zeer eigen mening, die hij graag mag verkondigen, een hekel aan welke Griekse regering dan ook en de manier waarop hij zijn zaak bestiert is nogal onconventioneel. Het kan zomaar voorkomen dat hij halverwege de avond, terwijl het hele balkon bezet is met klanten, ineens op zijn brommertje stapt en wegrijdt. En dan kan het echt weleens een halfuurtje duren voordat hij terugkeert – meestal met een tas vol brood of een pak suiker of gewoon met helemaal niks. Wilde je toevallig net afrekenen, dan zit er weinig anders op dan geduldig te wachten tot hij terug is, want betalen doe je bij hem. Bij To Balkoni is de klant koning, maar Apostolis is de baas, daar komt het eigenlijk op neer.

Afhankelijk van zijn bui vind je het er beregezellig of bar slecht. De hapjes die hij bij de tsipouro serveert behoren echter tot de betere in onze omgeving, en aangezien een ‘tsipouradiko’ onze favoriete maaltijd is, zijn wij er regelmatig te vinden. In de wintermaanden is de zaak gesloten, omdat Apostolis dan in het buitenland zit. Zo ook deze winter, maar vorige week zag ik tot mijn verrassing dat hij al terug was. Dat kwam goed uit, want ik zou die dag gaan lunchen met een Amerikaanse vriendin. Het was prachtig zonnig weer, warm genoeg om niet op het balkon, maar aan een van de twee blauwe tafeltjes aan zee te zitten. We namen het tafeltje waarvan de vier stoelen wel voorzien waren van zittingen en nipten al snel zeer tevreden aan ons tsipourootje. Een paar minuten later zagen we Apostolis’ moeder aan komen schuifelen, een grote tas met een pan eten erin aan haar arm. De pan werd naar de keuken gebracht, en even daarna kwam Elefteria met een kommetje rijstsoep met lam en wat brood weer naar buiten. Ze wilde aan het tafeltje naast ons gaan zitten, maar omdat daar de stoelzittingen ontbraken, schoof ze maar gezellig bij ons aan.

Weer een paar minuten later kwamen er twee Duitse dames aangewandeld, die wat aarzelend bij het tweede tafeltje bleven staan. Nu heeft Apostolis een zwak voor vrouwen, dus die kwam al met de rieten zittingen aangerend. De dames wilden koffie, en als het kon graag cappuccino. Dat kon, maar het zou even duren voordat het klaar was, zei Apostolis, zeker wel een minuut of tien. Dat vonden de dames helemaal niet erg, daar aan hun tafeltje in het zonnetje, maar ze keken toch wel heel verbaasd toen Apostolis meteen daarna in zijn auto stapte en wegreed. ‘Hij gaat melk halen bij de supermarkt,’ vertrouwde Elefteria ons toe. ‘Voor de cappuccino.’ Het leverde een giechelbui op bij de dames, al werden we allemaal nogal afgeleid door de komst van een viertal stoere Griekse mannen op grote motoren die ze aan de kade naast ons parkeerden. Al kletsend liepen ze het Balkon op – waar nog een paar Engelsen aan de tsipouro zaten – en hoorden daar dat de baas even weg was, maar zo terug zou komen.

De heren waren echter niet voor een kleintje vervaard. Blijkbaar hadden ze hun zinnen gezet op een plekje aan zee, want even later zagen we ze met een tafel en vier stoelen van het balkon af komen en die naast de Duitse dames neerzetten. Vervolgens doken ze de zaak weer in, en tot ieders hilariteit kwamen ze een paar minuten later met een tafelkleedje onder hun arm en een dienblad met water, glazen en een mandje brood weer tevoorschijn. Tegen de tijd dat iedereen zat, kwam Apostolis aanrijden, de achterklep van zijn auto wijd open. Hij sprong eruit, stak zijn duim op naar de Griekse motorrijders en verdween in de keuken om eindelijk de beloofde cappuccino te gaan maken.

Of die smaakte, heb ik niet meegekregen. Zo terugblikkend waren de Duitse dames eigenlijk al vrij snel verdwenen. De Griekse mannen niet. Die bleven heerlijk relaxt met een biertje aan hun tafel in de zon zitten, net als vriendin en ik. We hebben heerlijk gegeten van onze hapjes, en de rijstsoep met lamsvlees van Elefteria smaakte ook prima. Bordjes kwamen er dit keer bij onze lunch in het geheel niet aan te pas. De kom met soep had twee lepels en het broodmandje bevatte genoeg vorkjes om de verschillende hapjes te kunnen prikken. Daar kom je echt een heel eind mee aan zo’n tafeltje in de Griekse zon, al weet ik best dat niet iedereen een op die manier geserveerde maaltijd zal kunnen waarderen. Dat mag, er zijn genoeg andere gelegenheden waar het er heel anders aan toe gaat. Maar of je daar dan net zoveel plezier hebt als bij To Balkoni… Dat betwijfel ik 😉

Yiasou uit Pilion!

Wilma Hollander

Wandelen in Pilion

Anders dan in de behoorlijk roerige ‘buitenwereld’ kabbelt het leven hier in Pilion gewoon rustig door. De dagen worden alweer langer en zonniger. Het voorjaar geeft hoop, en de zon doet wonderen voor je gestel. Ook de natuur begint heel voorzichtig aan weer in bloei te komen. Onze tuin staat vol met vrolijke oranje goudsbloemen, en de gele klaver verspreidt zich razendsnel nu de zon iedere dag warmer wordt. De lust om erop uit te trekken begint weer op te spelen, en ik had me dan ook heel erg verheugd op een mooie wandeling, afgelopen zondag. Van Lafkos naar Milina, samen met de Vrienden van de Kalderimi’s. Nou ja, eigenlijk ging de wandeling van Milina omhoog tot een gehucht boven Lafkos, en vandaar weer terug naar beneden. Gezien mijn klimstrubbelingen van de afgelopen twee groepswandelingen, leek het me echter beter om de groep in Lafkos op te wachten en alleen die laatste afdaling te doen, met als afsluiting een gezellige lunch in Milina.

Het begon aardig goed. Een halfbewolkte dag, een graad of tien, twaalf en een – te vroege – bus die bijna maar gelukkig net niet aan mijn neus voorbijging. Rond twaalf uur arriveerde ik enigszins misselijk van alle bochtjes in Lafkos, waar het helaas niet half maar gehéél bewolkt was. Het dorp lag er totaal uitgestorven bij. Zelfs de taverne op het plein die altijd open is, was gesloten. De groep zou pas rond één uur arriveren, en gezien de wiebelige staat van mijn maag had ik voor die tijd toch wel behoefte aan een warme kop thee. Vlak bij de bushalte had ik weliswaar een café gezien dat open was, maar daar was ik niet gestopt omdat ik verwachtte dat er op het grote plein wel iets open zou zijn. Niet dus. Er zat niets anders op dan de tien minuten maar weer terug te lopen. Tot overmaat van ramp zat het café ook nog vol met mannelijke ‘locals’ waarvan eentje, een oudere man naast de houtkachel, mijn verschijning blijkbaar heel interessant vond. Hij bleef me tenminste de hele tijd aanstaren alsof ik een wezen van een andere planeet was. Gelukkig was de thee lekker warm en kon ik na een halfuurtje zonder wiebelige maag weer verkwikt teruglopen naar het plein.

De groep, zo’n dertig man, arriveerde netjes rond één uur, en het was leuk om een flink aantal bekenden te kunnen begroeten. Minder leuk was het dat het precies op dat moment begon te miezeren, wat al heel snel veranderde in flinke regen. Het gevolg was dat de normaal al niet makkelijk beloopbare stenen van het kalderimipad spek- en spekglad waren. Gecombineerd met natte bladeren, grote plukken mos en redelijk steile afdalingen leverde dat gevaarlijke situaties op. Ik heb het grootste deel van de wandeling dan ook afgelegd via de berm langs het pad. Helaas zijn die bermen begroeid, voornamelijk met braam- en andere stekelige struiken, wat mijn humeur er niet beter op maakte. Van de wandeling zelf heb ik letterlijk niets gezien. Ik had het veel te druk om niet onderuit te gaan. Natuurlijk gebeurde dat toch, ondanks dat bermlopen. Echt hard viel ik niet – door het schrijven aan mijn romans heb ik aardig wat zitvlees gekweekt – en ik kwam goed terecht, maar ja, daarna loop je uiteraard nog voorzichtiger dan ervoor. Het enige lichtpuntje in deze zeer natte, anderhalf durende wandeling was een aardige Schotse meneer, die zijn tempo vrijwillig aan dat van mij aanpaste en mij op de meest cruciale momenten met een helpende hand over extra steile en gladde meters hielp. Eenmaal in Milina gearriveerd, hield het op met regenen, wat een schrale troost was aangezien ik tegen die tijd behoorlijk doorweekt was. Maar hoera, in de taverne waar we aten was het warm, en ach, die natte haren en sokken droogden vanzelf wel een keertje.

De lunch was op zich best aardig, alleen aan de karige kant en met een hoog vegetarisch gehalte. Dat laatste vind ik als niet vegetariër beslist geen probleem. Courgetteschijfjes, auberginesalade, tomatenballetjes… daar kan ik flink van smullen, maar als het gaat om laffe bonenpuree, korrelige quinoa salade en zure witte koolsalade ben ik minder enthousiast. En die laatste gerechten kregen we dit keer dus voorgezet. Voor de vleesliefhebbers was er nog wel een schaaltje met kleine gehaktballen in tomatensaus, maar daar hield het mee op. Een beetje teleurstellend, zeker na een wandeling waar je ook al niet vrolijk van werd. Gelukkig was mijn tafelgezelschap wel gezellig. We hadden elkaar lang niet gezien en gesproken, en konden heerlijk bijkletsen. Ook fijn was dat ik na afloop niet weer met de bus hoefde, maar mee kon rijden met een Grieks echtpaar uit Volos.

Ik vrees echter dat dit de laatste keer is dat ik u verslag zal doen van mijn avonturen met de Vrienden van de Kalderimi. De groepswandelingen waren in het verleden altijd leuk en goed te doen voor recreatieve wandelaars zoals ik. In de afgelopen twee jaar is dat helaas sterk veranderd. De kern van de groep bestaat nu uit getrainde wandelaars die hun hand niet omdraaien voor lastige klimpartijen en glibberige afdalingen. Het tempo ligt hoog, wat het voor de minder getrainden onder ons moeilijk maakt om ontspannen te wandelen. Zeker, er wordt op bepaalde punten gewacht op de achterblijvers, maar zodra die er zijn gaat de groep weer verder, waardoor de achterblijvers min of meer ‘gedwongen’ worden om in één ruk van A naar B naar C te lopen. De laatste groepswandelingen waren voor mij dan ook behoorlijk teleurstellend, en eigenlijk alleen maar leuk door de lunch na afloop. Alleen… dat is niet waarvoor je aan zo’n wandeling begint, toch?

Gelukkig staan de beschrijvingen van de wandelingen online, en ik ga een aantal daarvan zeker ook in het komende jaar lopen. Maar dan wel zonder de Vrienden van de Kalderimi’s, in mijn eigen tempo, en samen met mensen die net als ik graag om zich heen kijken en regelmatig even stilstaan bij wat je onderweg allemaal tegenkomt. Dat lijkt me heel wat leuker dan de groepswandelingen die ik de afgelopen tijd heb gedaan. Wie weet, misschien richt ik in de toekomst nog weleens mijn eigen wandelclubje in Pilion op. Maar dan wel bestemd voor degenen onder ons die minder gericht zijn op prestatie en meer op recreatie. Aanmelden kan vanaf nu via mijn website… 😉

♥♥♥♥♥

Een nieuw jaar!

Op deze eerste dag van het nieuwe jaar wens ik al mijn trouwe lezers een gelukkig, mooi en vooral gezond 2020 toe. Ik hoop jullie ook dit jaar weer op iedere eerste dag van de maand uitgebreid over mijn leven in Pilion te mogen vertellen, maar voor vandaag houd ik het kort. Jullie zullen het deze maand moeten doen met mijn tussendoor geplaatste eindejaarsverhaal, dat ik net voor de kerst publiceerde 😉

Dank ook voor alle lieve wensen die manlief en ik mochten ontvangen, hier op de website, via social media en ook via de gewone post. Het waren er zoveel dat ik in alle decemberdrukte ongetwijfeld ben vergeten om een aantal mensen daarvoor persoonlijk te bedanken, vandaar toch ook hier nog maar even!

Voor nu wens ik jullie een hele fijne Nieuwjaarsdag. Kom lekker bij van alle feestdagen en maak er een rustige januarimaand van 😉

Zonnige groet uit Kato Gatzea!

♥♥♥♥♥

 

Eindejaarscolumn

De zonnewende van 2019 heeft op 21 december plaatsgevonden, wat betekent dat we de langste nacht er alweer op hebben zitten. De dagen gaan dus lengen, een paar minuutjes per dag slechts, maar net als die vele druppeltjes die een emmer vol maken, zet dat echt wel zoden aan de dijk. Over een paar weken begint de natuur te ontwaken, hoeven we steeds later het licht aan te doen en hebben we alle decemberfeesten weer achter de rug.

Op dit moment zitter we er echter nog middenin. Of je er nu wel of niet van houdt, er veel of weinig aan doet, het blijft altijd een enerverende tijd, die laatste weken van het jaar. Hoewel… als ik heel eerlijk ben, merken we er hier in Kato Gatzea verdraaid weinig van. We hadden heerlijk zonnige dagen, mooi weer, en aangezien zoonlief de kerstdagen dit jaar elders doorbrengt, hoefde ik ook niet echt veel vooruit te werken om een paar weken ‘vrij’ te hebben. We kachelen dus gewoon in een rustig tempo voort en zien wel wat de komende tijd op ons pad komt. Dat ‘kachelen’ ging zelfs zo rustig, dat ik me dit weekend pas over het kerstmenu heb gebogen, en daarna een beetje kerstversiering heb aangebracht. We houden het simpel dit jaar. Met een jong, energiek katje in huis kun je geen overdadige versiering hebben, in ieder geval niet in een woonkamer van vier bij vijf die al vol staat met meubels en andere aanverwante artikelen. Of misschien gebruik ik dat wel als goed excuus om niet alles uit de kerstkast te trekken, dat kan natuurlijk ook. Hoe het ook zij, de echte kerststemming zit er bij mij blijkbaar nog niet helemaal in, maar wat niet is, kan nog komen. En zo niet, dan vind ik dat ook prima. Een ieder moet gewoon doen waar hij of zij zich prettig bij voelt, en voor ons is dat dit jaar dus lekker vanaf de zijlijn kijken naar de gekte die er tegenwoordig rond de feestdagen heerst.

Ik denk dat ik niet de enige ben die zich in deze periode regelmatig afvraagt wat er is gebeurd met die simpele, eenvoudige kerstdagen van weleer. Dagen waarin het kerstmaal – zoals bij ons thuis – bestond uit een helder kippensoepje, kip als hoofdgerecht, en ijs met warme kersensaus toe. Jaar in jaar uit, daar hoefde niemand over na te denken. Een huzarenslaatje, wat doppertjes en peentjes en een schaal appelmoes op de met het papieren kersttafelkleed gedekte tafel als bijgerecht en dat was dat. Na het kerstdiner was het tijd om bij de kerstboom-zonder-cadeautjes-eronder te relaxen met een boek, een bordspel of – mijn moeder – de kerstpuzzel uit de krant. Voor de kerstmuziek zorgden we zelf, bij het orgel van pa, want radio en televisie gingen op die dagen alleen aan voor de kerstrede van de koningin. Het waren dagen voor het gezin, de rest van de familie zagen we pas op nieuwjaarsochtend, als we allemaal bij oma en opa koffie gingen drinken. Wij kinderen kregen natuurlijk geen koffie, maar één glaasje limonade, een piepklein glaasje ook nog eens, zoiets als waaruit ik nu mijn tsipourootje drink. Het opa en oma-huisje barstte dan bijna uit zijn voegen, want mijn pa had zes broers en één zus, maar met een beetje opschuiven paste het wel. En voor ons kinderen was het iets om naar uit te kijken, want het kerstrapport mocht mee, en met een beetje geluk kon je van iedere oom wel een dubbeltje of iets meer scoren omdat je zo goed je best had gedaan.

Ach ja, die tijd ligt al heel lang achter ons, en zo simpel hoeft het natuurlijk ook niet meer vandaag de dag. Dat kan ook niet meer, de tijden zijn veranderd en wij mensen zijn mee veranderd. Maar toch, al die overdaad in de winkels, al dat ‘moeten’, het een nog mooier en specialer dan het andere, dat opgeklopte kerstgevoel… ik kan er maar niet aan wennen. Gelukkig hoef ik dat ook niet, want ons leven in Pilion is normaal gesproken al een leven buiten de hedendaagse hectiek en dat geldt dus zeker ook voor de decemberperiode. Op welke wijze je deze kerst ook viert, rustig of uitbundig, alleen of met een groot gezelschap, ik hoop dat je ervan zult genieten. En vooral dat je toch ook even stil zult staan bij al die mensen die niet het geluk hebben om de kerstdagen door te brengen zoals ze dat zo graag zouden willen. Voor mij zijn dat de vluchtelingen op Lesbos, voor een ander misschien de dakloze op de hoek van je straat. Een beetje liefde en hoop geven aan andere mensen… het is zo’n kleine moeite, en als we dat nou allemaal gewoon doen, dan ziet de wereld er al heel snel een stuk beter uit. Dat is namelijk wat ik iedereen voor 2020 uit de grond van mijn hart toewens: een betere wereld – zonder al dat oervervelende gehakketak, dat ongelooflijk negatieve venijn en vooral die niet te bevatten afschuwelijke misdaden. Ik wil zo heel graag een wereld waarin we respect hebben voor elkaar, ongeacht huidskleur, geloof, sekse, eetgewoonten, uiterlijk of handicap. En verdorie, zo moeilijk is dat toch niet? Als we er allemaal ons best voor doen, dan moet het een keer lukken, want een betere wereld begint echt nog steeds bij jezelf!

Behalve die betere wereld wens ik jullie vanuit het rustige Kato Gatzea natuurlijk hele fijne kerstdagen en een mooi, liefdevol, avontuurlijk en vooral gezond 2020! Maak er iets moois van, geniet van iedere dag en wees een beetje lief voor elkaar, dan wordt het vast een fantastisch jaar!

ΚΑΛΑ ΧΡΙΣΤΟΥΓΕΝΝΑ, ΚΑΛΗ ΧΡΟΝΙΑ!

♥♥♥♥♥