Hittestress

Zoals elk jaar rond deze tijd begint de langdurige extreme hitte van de Griekse zomer ons danig de keel uit te hangen. Ik heb het over die beruchte bloedwarme dagen waarin je maar tot een uur of halftwaalf ’s ochtends nog enigszins buitenshuis ‘actief’ kunt zijn, om daarna snel naar de airco binnen te vluchten. Alleen vroegopstaanders (en daar behoor ik helaas niet toe) genieten van de zee, want naarmate de zon hoger komt, stijgt ook de temperatuur van het water. En een lauwwarme zee voelt niet echt lekker aan, dat kan ik u verzekeren.

De vakantiegangers, veelal komende uit landen waar regen vaker voorkomt dan zonneschijn, vinden het allemaal heerlijk. Begrijpelijk en ik gun het ze van harte. Ook al omdat dit de maanden zijn waarin de in het toerisme werkende bevolking het geld moet verdienen. Maar als je hier het hele jaar woont en niet afhankelijk bent van dat toerisme, dan is zo’n zomer met temperaturen van boven de 35° ieder jaar weer een reden om je af te vragen waarom je in vredesnaam naar Griekenland wilde verkassen. Gelukkig weten we dat het tijdelijk is. Die andere tien maanden van het jaar maken dit jaarlijks terugkerende zomerse ‘afzien’ helemaal goed, dat moge duidelijk zijn. En is het eenmaal augustus geworden, dan is het slechts een kwestie van nog even volhouden. September met heel wat aangenamere temperaturen is in aantocht!

Ondanks de hitte ben ik toch nog redelijk actief geweest in de afgelopen maand. Het geplande Nikos Kypourgos-concert van 12 juli in Chorto bracht uiteraard de nodige voorbereidingen en koorrepetities met zich mee. De grote generale repetitie met alle deelnemers aan het concert vond plaats in de Muziekschool van Volos, en dat op zich was al een mooie ervaring. Ik was nog nooit in de school geweest, dus de mooie levensgrote muurschilderingen in de gangen waren echt een verrassing. In de grote theaterzaal was alles voorhanden om het hele concert van begin tot eind door te nemen en omdat ons koor maar een klein aandeel daarin had, konden we als toeschouwers in alle rust – en koelte dankzij de airco – genieten van wat het koor en orkest van de Muziekschool (de hoofduitvoerenden van het concert) ten gehore brachten.

Het concert zelf vond de volgende avond plaats in het kleine, intieme openluchttheater van Chorto. Dat ligt midden in het groen, en alleen dat maakt het al ‘magisch’ wanneer de zon langzaam ondergaat, de krekels langzaam verstommen en de schijnwerpers zich richten op het toneel. Voor ons, de deelnemers, bestond de avond voornamelijk uit wachten tot we op moesten. Dat kon op een overkapte plek in de tuin, een tiental meters achter het theater, waar plastic stoeltjes, water en broodjes voor ons klaar waren gezet. Keurig geregeld dus.

Tegen de tijd dat wij het toneel op moesten, was het donker, wat het nogal lastig maakte om met zijn allen zo zachtjes mogelijk over gras en hobbelige stenen paadjes richting het toneel te schuifelen. Eenmaal daar moesten we ons op de een of andere manier achter het orkest en het kinderkoor op de drie etages hoge loopplanken frommelen, maar gelukkig viel niemand eraf. En toen we eenmaal stonden, hebben we natuurlijk heel erg ons best gedaan op ons aandeel in wat voor de toeschouwers een hele mooie muzikale avond is geweest. En daar doe je het allemaal voor, toch?

Vermoeiend was het wel, dus ik was blij toen ik om twaalf uur onze tuin weer binnenstapte. Die blijdschap verdween echter al snel, want kleine Katinka bleek zich nog buiten te bevinden. Normaal gesproken houden we de katten ’s avonds en ’s nachts binnen, maar ons rode monstertje had er blijkbaar de pest in dat ik weg was en weigerde gehoor te geven aan manliefs eerdere verwoede pogingen om haar naar binnen te krijgen. Meestal reageert ze wel als ik haar roep, en hoewel ze meteen aan kwam rennen, vertikte ze het om mee naar binnen te komen. De frustratie werd nog erger toen ik de voordeur opendeed en Krumpie langs mijn been van binnen naar buiten schoot.

Ik zal u de details besparen,  laten we het er maar op houden dat die twee de tijd van hun leven hadden, daar om middernacht in de tuin. Deze steeds bozer en wanhopiger wordende kattenmama dus niet, hoewel Krumpie na zo’n drie kwartier gelukkig uitgespeeld was en naar binnen wilde. Maar wat ik ook probeerde, Katinka was en bleef buiten rondrennen.

Om halftwee was ik het zat en heb ik de deur op slot gedraaid. Wat ze allemaal uitgespookt heeft die nacht weet ik niet, maar toen ik de volgende morgen om tien uur de deur weer opendeed, kwam ze in sukkeldraf naar binnen, schrokte het bakje brokjes half leeg en kroop vervolgens op de bank, waar ze zich in de vierentwintig uur erna nauwelijks bewogen heeft. Hopelijk heeft ze ervan geleerd en reageert ze in het vervolg wel op onze pogingen haar naar binnen te krijgen. Hoewel… ik denk het niet, het is en blijft een rood kattenmonstertje, maar je kunt altijd hopen, nietwaar?

In de dagen erna ontdekte ik dat ik mijn muziekmap kwijt was, hoewel ik zeker wist dat ik hem in mijn tas had gestopt na het concert. Ik herinnerde me ook precies waar ik hem na thuiskomst had neergelegd: op de eettafel in de hal. Alles hebben we afgezocht, zelfs de boekenkast achter de tafel leeggehaald, maar de map was en bleef weg. Natuurlijk gaf ik manlief er de schuld van, die wil nog weleens in de weg liggende spullen wegbergen op plekken waar ze normaal niet liggen, maar in dit geval heb ik mijn excuses moeten aanbieden. Op de eerstvolgende koorrepetitie, toevallig weer op onze openlucht ‘backstage’-plek achter het theater, lag mijn fuchsiaroze muziekmap keurig op de tafel bij de ingang.

Wat een opluchting was dat, maar ook wel even een ‘o jee’-moment. Want hoe kon ik er zo van overtuigd zijn geweest dat ik de map bij me had gehad, terwijl dat dus niet het geval was? Nou ja, ik hou het maar op de wekenlange hitte, die doet nu eenmaal rare dingen met je lijf en geest. Want zo’n ‘senior moment’ waar je op een bepaalde leeftijd last van schijnt te krijgen… Nee, zó oud ben ik nog lang niet. Echt niet. Toch?

♥♥♥

 

 

Hello-hello-oooh!

Het blijft hard werken in zo’n Grieks koor, hoor! We waren nog maar net terug uit Florina of de repetities stonden alweer in het teken van een volgend optreden. Een ‘thuiswedstrijd’ in Chorto ditmaal, maar wel een belangrijke. Op 12 juli staat daar namelijk een concert gepland, gewijd aan Nikos Kupourgos, een beroemde, veelzijdige componist en tekstschrijver. Van kinderliedjes tot filmmuziek, balades en televisieseries, hij draait er zijn hand niet voor om. Inmiddels is de man in de zeventig en een levende legende, die in hoog aanzien staat. En blijkbaar komt hij binnenkort naar Pilion, reden om een muzikaal eerbetoon aan hem te brengen. Dat gebeurt dus op 12 juli, in aanwezigheid van de man zelf, en de bedoeling is dat ons community koor Xortodia samen met het orkest van de Muziekschool in Volos en het gemengd koor uit Agria een aantal van zijn liederen ten gehore gaat brengen.

Voor de Griekse leden in ons koor zijn die liedjes redelijk bekend. Vergelijk het maar een beetje met de liedjes uit ‘onze’ tv-serie Jodocus Kwak van Herman van Veen. Die hebben we allemaal weleens gehoord op radio en tv. Zoiets dergelijks is de serie Η Λιλιπούπολι (i Lilipoupoli) dus voor de Grieken. Oorspronkelijk een kinderserie, maar ook zeer geliefd bij volwassenen. Voor mij en menig ander buitenlands koorlid is het oeuvre van meneer Kupourgos geheel onbekend, wat behoorlijk wat verwarring oplevert. Maar inmiddels heb ik begrepen dat wij als koor met name de refreinen van de liedjes moeten zingen. Met als tekst: pipipipipi pi pi, pote-pote-pote en pine-pine-pine. Op nog niet geheel duidelijke momenten en in diverse toonhoogten. Verder heeft de beste man ook nog een zigeunerlied geschreven in Roma-taal, dat wij in zijn geheel zullen zingen. De tekst daarvan hebben we aangeleverd gekregen in fonetisch Grieks, en dat ziet er dan zo uit: Ρομ σουσο-κάρ τε-πε-νέν-του-κέ. In ons fonetische schrift is dat: Rom souso-kàr te-pe-nèn-tou-kè en vertaald naar Grieks en Nederlands betekent het zoveel als: het is mooi om een zigeuner (Roma) te zijn. Ik zei het al, behoorlijk verwarrend allemaal. Tel daar de normale Griekse chaotische manier van doen en iets aanleren bij, dan begrijpt u hoop ik wel dat zo’n koorrepetitie echt heel hard werken is! Het is dat er ook veel gelachen wordt, anders zou ik er vast niet zoveel lol in hebben…

Via het koor kreeg ik een paar weken terug ook te horen dat er op 23 juni een dagboottocht naar de Sporaden zou plaatsvinden, georganiseerd door de Schoolvereniging van het Zuid Pilionse dorp Promyri. Manlief en ik hadden er wel oren naar, want hoewel de eilandengroep al jaren op ons te bezoeken-lijstje stond, was het er nog nooit van gekomen. Ik reserveerde meteen twee tickets voor ons, en omdat de vertrektijd van de boot al om 08.00 uur ’s ochtends uit Platinia was – een dorp dat ruim een uur rijden bij ons vandaan ligt – besloten we er twee overnachtingen aan vast te knopen. Eén ervoor en één erna. En dat was echt een heel goed idee van ons. De boottrip naar de Sporaden was… heel speciaal! Een boot vol met voornamelijk Grieken van nul tot tachtig, een spraakgrage kapitein die zijn vele wetenswaardigheden steevast begon met ‘hello, hello-oooh’, en de hele dag door muziek op volle sterkte uit de geluidsinstallatie. Maar gezellig was het wel, zo met zijn allen varend langs de kusten van Skiathos en Skopelos naar Alonisos. De helloooo-kapitein vertelde zowel in het Grieks als in het Engels veel details over de (piraten)-geschiedenis van de eilanden, en wees ons op leuke kerkjes, mooie strandjes en de vele riante villa’s en jachten op Skiathos.

De zwemstops onderweg hebben wij rustig op onze bank benedendeks uitgezeten. Daar zijn we allebei een beetje te stram voor geworden, vonden we, maar voor een bezoekje aan de oude stad op Alonisos, waar we zo tegen het middaguur aankwamen, was ik wel te porren. Manlief niet, die had zich voorgenomen om bij de eerste de beste apotheek een paar oordopjes aan te schaffen, iets waar we de rest van de reis veel plezier van hebben gehad. Bij het binnenvaren van de haven van Alonisos stonden de bussen al op de kade klaar en nog geen kwartier later kon ik het weidse uitzicht over zee vanuit het hoog op een berg gelegen oude dorp al bewonderen. Ondanks de hitte heb ik toch ook nog even de klim naar het kasteel gemaakt, over hobbelige kalderimi-straatjes met leuke souvenirwinkeltjes. Daarna ging het weer met de bus terug naar de haven en de wachtende boot, die ons – na alweer een snelle zwemstop – rond drie uur afzette voor de lunch in de popperige haven van Skopelos.

Inmiddels was het zo warm dat we daar niet veel verder zijn gekomen dan uitgebreid lunchen en een beetje over de boulevard slenteren. Ook hier veel souvenirwinkeltjes, tavernes en terrasjes waar het in de koelte van de bomen goed toeven was. Vanaf de boulevard liepen talloze kleine straatjes omhoog, de stad in en de berg op, leuk om te zien, maar al dat geklim en geklauter in de hitte hoefde voor ons niet zo. Lekker rustig een ijsje eten aan de haven vonden we een beter idee. Bovendien liep het al tegen vijven en verlangden we eigenlijk wel naar het einde van de mooie, maar knap vermoeiende trip. Dat kwam voorlopig nog niet, want eerst moesten we natuurlijk nog het beroemde Mama Mia-kerkje op Skopelos vanuit zee bekijken, een en ander luidkeels opgeluisterd met passende muziek uit de gelijknamige film. Daarna werd koers gezet naar Skiathos met een bijzondere zwemstop bij een strand waar het schip ‘gewoon’ het kiezelzand op gleed. Alleen mogelijk bij bepaalde weersomstandigheden en dat hadden we die dag. Vervolgens laveerden we nog tussen twee hoge rotsen door, een zeer gevaarlijke doortocht vanwege de ondiepe vaargeul, ditmaal opgeluisterd door de titelsong van de film Titanic. Tja, humor had de kapitein wel! En op zo’n typisch Griekse boottocht moest er natuurlijk ter afsluiting ook nog even Grieks gedanst worden op de dekken alvorens iedereen tevreden, maar dodelijk vermoeid ’s avonds om halfnegen in Platania van de boot rolde. Wij waren dan ook echt heel blij met onze prima kamer in familiehotel Des Roses, op loopafstand van de kade!

Al met al was het een mooi uitje, heel goed georganiseerd door de schoolvereniging van Promyri en super uitgevoerd en verzorgd door de bemanning van de Agios Nikolaos-boot van de Elisabet Cruises (die vanuit Platania ook mooie individuele dagtochten aanbiedt!) Het was echt leuk om dit een keer meegemaakt te hebben, en nog leuker om na twintig jaar een bezoek aan de Sporaden van ons lijstje te kunnen afvinken. Mooie eilanden, mooie strandjes, dat zeker. Maar wij vinden Pilion toch nog steeds mooier… 🙂

♥♥♥

 

Uitstapje naar Flórina

Hier is dan toch de 1 juni-column, met vertraging, maar wel extra lang

Het klinkt misschien wat raar als je al twintig jaar in Griekenland woont, maar behalve Athene, Thessaloniki en twee eilandvakanties heb ik nog weinig gezien van ons woonland. Wij zijn eigenlijk gewoon meer dan tevreden met ons mooie Pilion, dat we altijd ‘Heel Griekenland in het klein’ noemen. Je vindt hier zoveel verschillende landschappen op een behapbare oppervlakte dat die omschrijving heel goed past. Maar als de mogelijkheid zich aandient om ook eens een totaal ander deel van Griekenland te bekijken, dan ben ik daar absoluut een voorstander van. En dus vertrok ik op vrijdag 30 mei richting Florina in het noordwesten van het land om daar samen met Xortodia, het community koor van Chorto, deel te nemen aan een korenfestival dat in het teken stond van Mikis Theodorakis.

Pas bij de eerste toiletstop net na Larissa kwam ik erachter dat ons bijna vijftigkoppige reisgezelschap niet alleen volwassenen, maar ook twee kindertjes en… een hond bevatte. De kindertjes bleken een (bijna) vierjarige tweeling te zijn, behorend bij onze dirigent; het hondje was een schattig Maltezertje dat helemaal tevreden en zonder ook maar één blafje te geven alle drie de dagen met haar baas en bazin overal mee naartoe ging. En de tweeling? Dat ik pas na Larissa merkte dat er twee kleuters in de bus zaten, zegt denk ik al genoeg! Ongelooflijk hoe lief en fantastisch die twee kleintjes zich hebben gedragen op wat toch een zeer vermoeiende reis was met lange uren in de bus.

Het departement Florina ligt namelijk in het uiterste noordwesten van Griekenland, daar waar de grenzen van Albanië, Noord Macedonië en Griekenland elkaar in het Grote Prespa-meer raken. Het is een ongelooflijk groen en uitgestrekt natuurgebied met bergen van boven de 2000 meter, dunbevolkt en niet ongevaarlijk. ‘Wij leven samen met de beren’ stond er te lezen op de borden langs de kant van de weg die waarschuwden voor overstekende beren. We hebben er onderweg ook daadwerkelijk eentje gezien, een jonkie, dat heel snel in het bos verdween toen het onze bus in het vizier kreeg.

Een bezoek aan het berenreservaat in Nimfeio, zo’n dertig kilometer van Florina, stond voor de zaterdag op het programma, maar eerst moesten we die vrijdag natuurlijk nog in het hotel zien te komen. Na de toiletstop bij Larissa verruilden we het wat saaie, vlakke landschap aldaar voor een adembenemende rit de bergen in. Zo rond het middaguur arriveerden we bij het grote meer van Polyfitou, gelegen halverwege tussen de Olympus en Kozani. Het is een van de grootste kunstmatige meren van Griekenland, in 1974 gecreëerd door de bouw van de Polyfito-dam. Over een lange brug reden we naar de andere oever, waar we in het kleine, vrijwel uitgestorven dorpje Neraida werden afgezet om een plekje te zoeken in een van de lunchcafés en kleine restaurantjes. Pal aan het meer ligt dit dorpje, en dat meer is werkelijk een bijzonder plekje. Zelden heb ik zo’n serene rust en stilte ervaren als daar aan het Polyfito-meer, slechts ‘verstoord’ door het gekwetter van de talloze vogels die daar vertoeven.

Na de lunch ging de reis verder, over de steeds steiler en bochtiger wordende bergwegen. Tegen vijf uur arriveerden we in het hotel King Alexander, gelegen aan de rand van Florina, omgeven door groene bergen. Veel tijd om te zien waar we terecht waren gekomen was er niet, binnen het uur was het alweer aantreden voor een stadswandeling met gids en een bezoek aan het Museum voor moderne kunst, speciaal opengesteld voor onze groep. De stad Florina is een van oudsher Byzantijnse nederzetting, en maakte tijdens de Turkse overheersing deel uit van het Ottomaanse Rijk. In de 19e eeuw vonden de Bulgaren dat de regio bij hen hoorde, maar na het einde van de Balkanoorlogen in 1912-1913 ging Florina definitief over in Griekse handen. Ook tijdens en vooral gedurende de burgeroorlog ná de Tweede Wereldoorlog kreeg Florina te maken met veel strijd en geweld. Tegenwoordig is het echter een stad die kunst en kunstenaars hoog in het vaandel heeft, en behalve de sporen van de woelige stadsgeschiedenis zie je overal fleurige uithangborden en veel bloemen en muurschilderingen, met name in het gebied rond de rivier Sakoulevas, die door het stadscentrum loopt. Al met al liep het tegen halfnegen toen we weer in de bus stapten voor ons welverdiende diner in een restaurant dat hoog boven de stad lag. Heerlijk eten, prachtig uitzicht, gezellige tafelgenoten… het was een mooie afsluiting van een lange, lange dag.

De nacht was heel wat korter dan ik gewend ben, maar dat mocht de pret niet drukken. Al vroeg de volgende ochtend vertrokken we naar het dorpje Nymfeio, waar het berenreservaat is. Het ligt nog veel hoger in de bergen dan Florina, op zo’n 1350 meter, en er waaide een behoorlijk koude, straffe wind. Vol goede moed begon ik aan de wandeling naar het reservaat, maar na zo’n tien minuten lopen over het kalderimi-achtige bergpad met alweer een volgende heuvelklim voor me, besloot ik toch maar verstandig te zijn en terug te keren naar het dorpje voor een welverdiend kopje koffie. Mijn rug gedroeg zich weliswaar goed, dankzij de pijnstillers, maar zo’n zware bergwandeling van meerdere kilometers was gewoon een brug te ver. Achteraf hoorden we dat er nog een makkelijker weg was, maar dat was achteraf. En heel veel gemist heb ik ook weer niet. De beren lopen weliswaar op een groot terrein vrij rond, maar achter gaas en een omheining. Degenen die de wandeling wel hadden voortgezet – waaronder de tweeling! – hebben er zegge en schrijven vijf gezien, slapend onder de bomen.

Zodra iedereen weer terug was, ging het terug richting Florina, maar eerst moest er nog gegeten worden. Er was opnieuw een prachtig plekje voor ons geregeld, aan de oever van alweer een ander meer, het Limni Zazari, op een overdekt taverneterras aan het water. Het was ook nog eens de vierde verjaardag van tweeling Katherina en Dimitris, die uitgebreid door ons toegezongen werden en als dessert een mooie taart met kaarsjes kregen. Met volle buik en ja, ook een beetje gespannen, reden we in de namiddag terug naar Florina. Het was tijd voor de technische soundcheck in het theater Aristoteli, waar we die avond op het toneel zouden staan. De soundcheck duurde hooguit tien minuten, waarin we even de sfeer van het theater konden opsnuiven en onze plek op de bühne kregen toegewezen. Daarna ging het heel snel naar het hotel om ons om te kleden, want het concert begon al om zeven uur en wij waren als tweede van de acht koren aan de beurt.

En toen was het dan zover. Dat we zo vlug al het toneel op moesten vond ik eigenlijk heel fijn, want een beetje zenuwachtig was ik natuurlijk wel. Erg veel vertrouwen in mijn eigen zangkunst heb ik nog niet, en ondanks alle gerustellende woorden dat het allemaal niets uitmaakte, dat het heus wel goed zou gaan, vond ik het toch nog wel een dingetje om voor een volle zaal te ‘moeten’ staan. Nikos, onze ongelooflijk goede en altijd enthousiaste dirigent, had me ook nog eens een plaats vooraan, op de eerste rij aangewezen! Het hielp wel dat ik mijn verweg-bril niet op had. Toen de gordijnen opengingen en de spotlights op ons werden gericht, bleken de toeschouwers in de volle zaal gewoon één grote, wazige donkere vlek te zijn. En zodra de eerste pianoklanken weerklonken, was ik mijn zenuwen kwijt. Ik stond daar nu eenmaal en kon weinig anders dan gewoon doen wat ik tijdens de repetities had gedaan: zingen! En zingen deden we! Waar het tijdens de repetities en zelfs een halfuur eerder tijdens de generale repetitie in de kleedkamer nog helemaal mis was gegaan, viel op dat toneel ineens alles op de juiste plek en vormden onze vier zangpartijen (sopraan, alt, tenor en bas) keurig het geheel dat dirigent Nikos in de afgelopen weken beoogd had.

Het is moeilijk beoordelen hoe je het gedaan hebt als je zelf op het toneel staat. Door de geluidstechniek komen de stemmen heel anders in de zaal aan dan je zelf hoort. Volgens de reacties die we die avond kregen, was ons optreden in ieder geval een succes. ‘Kleurrijk, verrassende muziekkeuze, enthousiast en verfrissend’ waren een paar van de complimentjes die we hoorden. Dat er zoveel buitenlanders deel uitmaken van ons koor vond men geweldig. Maar het mooiste compliment vind ik: ‘Jullie lijken wel één grote familie! De lol in het zingen straalt ervan af!’ En blijkbaar vinden andere koren dat zo leuk dat we al uitnodigingen hebben gekregen voor gastoptredens in Parga en Thessaloniki. Tja, zo kom je nog eens ergens!

Na alweer een korte nacht – de nazit met borrel in het hotel was heel gezellig – vertrokken we de volgende ochtend al om 10.00 uur uit Florina voor een bezoek aan de Prespa-meren, die op 800 meter hoogte liggen. We begonnen bij het kleinste van de twee meren, met een wandeling over de loopbrug naar het kleine, bijzondere eilandje Agios Achilleios, beroemd vanwege de unieke basiliek-ruïne en boven op de heuvel een eenzaam kerkje. Koeien en varkens scharrelen vrij rond op het eiland, gewoon tussen de bezoekers door. Daarna ging het naar de grote Prespa voor een boottocht. Maar in plaats van de rustige rondvaart die we verwachtten, lagen er tot onze grote verrassing een aantal speedboten op ons te wachten! Dat was een hele belevenis, of zoals iemand opmerkte: ‘Als je hier aan de haven een kapsalon begint, kun je goed verdienen…’

Midden in dat mooie, grote meer ligt het uiterste puntje van Griekenland. Een grens gevormd door het drielandenpunt Albanië, Noord Macedonië en Griekenland. Op dat uiterste puntje van het Griekse grond- (in dit geval water-)gebied ligt een grot met daarin ikonen en andere religieuze relikwieën, lastig te fotograferen vanaf een speedboot, maar wel gaaf om er geweest te zijn! Wat een prachtig natuurgebied vormen die meren! We zagen op het meer vele pelikanen en cormorans (aalscholvers) zwemmen, het is een paradijsje voor vogels daar! Aan de oever van het meer hebben we uitgebreid geluncht alvorens de lange rit via opnieuw Florina naar Pilion te aanvaarden. Ik was uiteindelijk rond middernacht thuis, maar de bus met onze supergoede chauffeur Thanassis ging nog verder naar Argalasti, waar het grootste deel van ons reisgezelschap werd afgezet. De meesten van hen moesten nog met eigen auto verder naar de diverse dorpjes in het zuiden. Maar ik lag toen al uitgevloerd in bed!

Al met al zijn het drie prachtige, indrukwekkende en vooral heel gezellige dagen geweest die ik niet graag had willen missen. En… ik ben meteen verlost van alle vooroordelen die ik in het verleden over dit koor had. Xortodia mag dan soms een zuiver muzieknootje missen, het laat duidelijk zien dat muziek verbindt. Maar liefst zeven (!) nationaliteiten telt ons koor en drie dagen lang is er geen wanklank gevallen. Integendeel, we vormen één grote familie, ook op dat toneel op een Grieks korenfestival. En daar kunnen velen in onze huidige wereld een groot voorbeeld aan nemen! Ja toch, niettan?

♥♥♥

Koorzanger

En daar is de column dan toch, een paar dagen te laat weliswaar, maar dat kwam omdat mijn hoofd gevuld was met watten vanwege een verkoudheidje. En toen de watten verdwenen waren, moest ik eerst nog een redactieopdracht met deadline afmaken. Vervolgens stond er ook nog een tandartsafspraak in de agenda, dus vandaar de vertraging. Ik mag dan een soort van gepensioneerd zijn, mijn dagen zijn en blijven gevuld. En die agenda wordt ook nog eens steeds voller, want over drie weken staat er een lang weekend naar Florina op het programma, een stad in het noordwesten van Griekenland. Ik zeg er maar meteen bij dat de 1 juni-column daardoor hoogstwaarschijnlijk ook een paar dagen later zal verschijnen, want ik zal die eerste juni pas laat in de avond weer in Pilion arriveren.

Het gaat namelijk om een gezellig driedaags groepsreisje met vele interessante uitstapjes. Hoofddoel echter is een zangoptreden tijdens een groot koorfestival dat in het teken staat van de liederen van Mikis Theodorakis. Nu moet u weten dat ik van mijn leven nog nooit in een koor heb gezongen. Met uitzondering van toen ik vier jaar was, en ik een zeer korte periode in het Vlaardingse kinderkoor van Jo Mulder zat, waar we Vogeltje Wiedewiet zongen en ik tijdens de generale repetitie van het toneel in de orkestbak donderde. Mijn vader daarentegen zong al zo lang ik me kan herinneren met veel plezier in een klassiek mannenkoor, maar zelf heb ik in mijn volwassen leven echt nooit, maar dan ook werkelijk nooit die behoefte gevoeld om samen met anderen luidkeels liederen ten gehore te brengen. Integendeel. Als ik weleens luidkeels zing, dan is dat tussen de schuifdeuren, alleen ik en mijn gitaar.

Dus toen onze vrienden uit Kala Nera mij eind maart uitnodigden om nou toch eindelijk eens een keer met hen mee te gaan en lid te worden van Xortodia, het Zuid-Pilionse koor waar zij en nog meer bekenden van mij al enkele jaren toe behoren, had ik in eerste instantie zoiets van: o nee, dat is helemaal niets voor mij, dank je wel! Ten eerste dus omdat ik geen koormens ben, en ten tweede omdat het koor plaatselijk niet echt bekend staat om de perfecte zangkunst. Iets wat mij ook al eens was opgevallen toen ik een paar jaar geleden aanwezig was bij een kerstoptreden in Volos. Nu ben ik zelf ook niet zo stemvast, maar tussen de schuifdeuren valt dat niet op. Als je op een toneel staat, is het anders. Toch?

De vrienden wuifden mijn bezwaren luchtigjes weg en kwamen met allerlei redenen waarom ik het gewoon wél moest doen. Eén daarvan was dat ik broodnodig weer eens onder de mensen moest komen, iets wat na de toch wat eenzame winter een hele goede was. Maar de reden die mij uiteindelijk over de streep trok was toch wel het eerder genoemde uitstapje naar Florina. ‘Joh, dat zingen is helemaal niet belangrijk,’ zeiden de vrienden. ‘Dat reisje, dat is pas leuk! Alles georganiseerd, hotel, eten, stadswandelingen met gids en een hoop gezelligheid. Drie dagen weg voor een halfuurtje op een toneel zingen, dat is toch prachtig? Doe het nou maar. Wat heb je te verliezen?’ Ik pruttelde nog wat over mijn rugproblemen, maar ook dat werd van tafel geveegd. ‘De helft van het koor is op respectabele leeftijd en loopt moeilijk, dus dat komt helemaal goed, geen zorgen!’ En toeval of niet, juist in die tijd zei Ioannis (mijn manueel therapeut) dat het goed voor me zou zijn om de komende maanden meer dingen te doen die buiten mijn comfortzone vielen. ‘Je moet de sleur doorbreken, en nieuwe doelen vinden. Kleine, te overziene doelen. Dat is goed voor je genezingsproces.’

Nu valt zingen in een koor heel, héél erg buiten mijn comfortzone. Een groepsreisje naar Florina is nieuw voor mij, en drie dagen op stap is natuurlijk een best te overzien en ook niet al te groot doel. Allemaal dingen die volgens Ioannis goed voor mij zijn. De vrienden verzekerden me dat als het koorzingen me echt, echt, echt  niet beviel, ik er na het uitstapje gewoon weer mee kon ophouden. ‘Maar dan heb je wel een leuk reisje gemaakt!’ voegden ze er nog aan toe. En toen ze me ook nog eens aanboden om iedere week bij hen in de auto mee te rijden naar de repetities, kwam ik er eigenlijk niet meer onderuit. Ik heb het nog uit kunnen stellen tot na de Pasen, vanwege het bezoek van onze zoon met gezin, maar… sinds vorige week woensdag ben ik dus inderdaad lid van een zangkoor!

Het voelt nog heel onwennig. En om eerlijk te zijn word ik er ook een beetje giechelig van. Twee keer ben ik nu geweest en het is de bedoeling dat ik over drie weken de altpartij van maar liefst vijf liederen onder de knie heb. Inclusief de Griekse tekst, met daarin woorden waarvan je tong meteen in de knoop raakt. In een van de liederen zingen sopraan, alt, tenor en bas ook nog eens allemaal een andere – Franse dit keer! – tekst door elkaar heen. Een mens raakt van minder de kluts kwijt. Gelukkig heb ik een plaats gekregen naast een hele lieve Griekse dame, die heel goed kan zingen en precies weet hoe je zo’n blad vol noten moet interpreteren, iets wat ik heel, heel lang geleden weleens heb geleerd, maar nooit echt geoefend hebt. Kortom, een hele uitdaging dus, maar toch wel een leuke. En is dat niet wat een mens nodig heeft?

‘Het hoeft niet allemaal perfect te zijn, als je maar lol hebt,’ verzekeren zowel de vrienden als de andere koorleden mij keer op keer. Alleen is dat best lastig voor iemand als ik die perfectionisme hoog in het vaandel heeft staan. Die hoge lat loslaten en gewoon met ‘the flow’ meegaan is niet iets waar ik in uitblink, maar ik denk dat het na de moeilijke afgelopen maanden wel heel erg goed voor me kan zijn. En daarom… Daarom ga ik dus over een paar weekjes lekker een paar dagen naar Florina. Als koorzanger. En wie had dat nu ooit van mij gedacht? Nou, ik zeer zeker niet…

 

Over humor en schaterlachen

In het Griekse restaurant Palladion in mijn geboortestad Vlaardingen, waar ik een aantal jaren geleden een zeer gezellige schrijvers-ontmoetingsavond met mijn lezers organiseerde – inclusief muziek, hapjes, drankjes én voorlezen uit eigen werk – wordt vanaf 1 april alleen nog maar Grieks gesproken. ‘Omdat wij voor dé ultieme Griekenland-ervaring gaan…’ schrijft Dimitri op hun Facebook-pagina. De Nederlandse bediening heeft een stoomcursus Grieks gedaan en voor de gasten liggen er taalgidsen Nederlands-Grieks en andersom klaar. Een aanvullende taalcursus bij Dimitri behoort ook nog tot de mogelijkheden voor wie er serieus werk van wil maken. Ik vind het een supergoed idee. Het is een goede voorbereiding op het uit eten gaan tijdens je vakantie in Griekenland, toch? Met zinnetjes als: Zoiets lekkers heb ik nog nooit geproefd – Den écho dokimásei poté káti tóso nóstimo… of Meer wijn alsjeblieft – Parissótero krasí parakoló … en Groetjes aan de chefChairetísmata ston sef verover je ongetwijfeld de harten van het taverne-personeel en ben je vrienden voor het leven!

Het is natuurlijk een (wat mij betreft goed geslaagde) 1-april-grap, en heel wat beter dan wat de Gemeente Vlaardingen bedacht had: een officieel schrijven aan het plaatselijk zeer bekende Café Mes om de naam te wijzigen aangezien de gemeente een zero-wapenbeleid voert en de huidige naam op de gevel vooral bij jongeren agressie zou kunnen opwekken. Was deze ‘grap’ op 31 maart naar buiten gebracht, dan was het misschien nog goed gegaan, maar dit gebeurde ruim een week eerder. Slechte timing, en een slechte, ongepaste ‘grap’, want nog geen paar weken ervoor hadden er maar liefst twee dodelijke mes-incidenten in de stad plaatsgevonden. Dat gecombineerd met een officiële gemeentewoordvoerder die glashard volhield dat het bloedserieus was, maakte dat niet alleen de lokale pers maar ook de lándelijke media er bovenop sprongen. Een typisch voorbeeld van mislukte humor dus.

Goeie humor maakt het leven wel leuker, dat is een feit. Het helpt ook om je huwelijk gezond te houden. Kunnen lachen om jezelf en met elkaar is absoluut een vereiste in iedere relatie, dat durf ik na vijfenveertig jaar huwelijk wel te stellen. Dat, en samen kunnen huilen. Ook heel belangrijk. Maar mooier is natuurlijk het ‘huilen van het lachen’. Dat deed ik vroeger vaker dan tegenwoordig, maar zo heel af en toe heb ik gelukkig nog weleens zo’n gierende en niet te stoppen lachbui, en hoe heerlijk bevrijdend is dat! Dan kun je er weer dagen tegenaan. De aanleiding is meestal iets heel meligs, zoiets waarbij de ander denkt van ‘huh? Wat is hier nu grappig aan?’ Een reactie die de lachbui alleen maar aanwakkert, en aangezien lachen zeer aanstekelijk is, is de kans groot dat je uiteindelijk toch sámen gezellig op de bank zit te schuddebuiken.

Ik ben blij dat ik het af en toe nog kan, dat huilen van het lachen. Zo heel veel valt er immers niet meer te lachen in het grimmige leven van de volwassen mens. Juist daarom is het zo belangrijk om je gevoel voor humor niet te verliezen en toch ook de absurde dingen in datzelfde leven te blijven zien. In dat opzicht kunnen we veel leren van baby’s en peuters, die hun vrolijke kijk op de wereld nog niet hebben verloren en kunnen schateren om een doodgewone niesbui van een volwassene, om een dwaas spelletje als kiekeboe of om een onverwachts omvallende blokkentoren… Om maar even wat te noemen. Van schaterende kinderen wordt een mens vrolijk, en een beetje vrolijkheid na de afgelopen lastige maanden kan ik persoonlijk heel goed gebruiken. Naar de komst van onze kleinzoon – en niet te vergeten onze lieve zoon en schoondochter – kijk ik dan ook al weken reikhalzend uit. Het wordt het eerste bezoek hier van onze hummel en behalve superleuk vinden we het ook best wel een beetje spannend. Misschien schrikt Kai zich wel helemaal te pletter als hij die malle gezichten uit de telefoon voor het eerst levensgroot in het echt ziet! En dan willen ze hem natuurlijk ook nog eens helemaal platknuffelen! Pff, je zou van minder de kluts kwijtraken…

Onze Griekse buurvrouw Machi kan trouwens ook niet wachten tot het zover is. In haar guesthouse aan de overkant van de straat brengen we meestal onze familie en goede vrienden onder, waardoor we haar in de afgelopen vijftien jaar eigenlijk wel een beetje als ‘familie’ zijn gaan beschouwen. Ze behoort al lang niet meer tot de jongsten en ik vind het dan ook best bijzonder dat zij niet alleen de bezoeken van mijn moeder nog van dichtbij heeft meegemaakt, maar ook onze zoon heeft zien opgroeien van lange vrijgezelle slungel tot ‘aanstaande vader met baard’. Ze was bijna net zo blij als wij toen we haar vertelden dat Kai gezond en wel was geboren. En natuurlijk laten we haar regelmatig foto’s en filmpjes van hem zien, die ze altijd onder het slaken van die heerlijke Griekse oma-kreetjes bekijkt. Ik weet dan ook wel zeker dat onze Kai niet alleen van ons maar ook van haar een innige knuffelpartij te wachten staat.

Maar april staat natuurlijk niet alleen in het teken van het (klein)zoon-bezoek. Voor de Grieken is de aanloop naar Pasen al in volle gang. Het is vergelijkbaar met ‘onze’ drukke decembermaand, want in Griekenland is niet Kerst maar Pasen het belangrijkste religieuze feest. Een feest dat in familiekring en het liefst in het geboortedorp wordt gevierd, ingeleid door indrukwekkende en traditionele kerkrituelen. Met op eerste paasdag lam aan het spit of uit de oven, gevolgd door vele uren van muziek en dans. In de week voor en na de Pasen ligt het halve land stil, want de meeste mensen plakken er ook nog eens hun vakantie aan vast. Om voor te bereiden of uit te rusten van al dat paasgedoe…

Al met al wordt het dus een drukke maand hier in ons Griekse huisje, en des te fijner is het dat het met mijn rug momenteel redelijk tot goed gaat. Ik zit op zo’n 85 tot 90% van mijn herstel, niet slecht als je bedenkt dat ik in het begin van dit jaar nauwelijks een stap kon zetten. We blijven voorzichtig, dat wel, en met mijn huidige wandeltempo ga ik de Nijmeegse vierdaagse zeer zeker niet in vier dagen redden, maar dat hoeft ook niet. Als ik volgende week schaterlachend met mijn kleinzoon over het strand kan lopen is het paaswonder wat mij betreft dit jaar al vroegtijdig geschied…

♥♥♥