Op naar het voorjaar

Onze nieuwe jaar begon nogal heftig, met een ingestort kantoordak, lekkage tijdens een twee dagen durende kletterende regenbui, urenlange stroomonderbrekingen, pijnlijke tandartsbezoeken en als klap op de vuurpijl een sneeuwstorm die het hele land verlamde. Ook bij ons viel er meer sneeuw dan we in jaren gezien hadden, maar gelukkig duurde het maar vierentwintig uur. Daarna kwam het zonnetje weer tevoorschijn en waren de wegen alweer snel begaanbaar. Maar tel daarbij een wat kwakkelende gezondheid van ondergetekende, het trieste overlijden van onze buurvrouw plus nog wat verdrietige berichten vanuit Nederland, en u zult begrijpen dat het niet echt een leuke start van het nieuwe jaar was. De uitgebreide versie van onze avonturen schreef ik al in mijn Vlaardingen24-column, dus dat sla ik hier maar over.

Al met al ben ik blij dat het februari is. De maand waarin de eerste voorjaarsbloemen voorzichtig hun kopjes boven de grond steken, de maand waarin het iedere dag iets langer licht blijft, de maand waarin we die dikke wintertruien zo af en toe in de kast kunnen laten. Nou ja, zo stel ik me dat nu al schrijvende voor. Mocht het een koude, natte, grijze flutmaand worden – dat kan natuurlijk heel goed, het is en blijft nog steeds winter – dan wil ik dat op dit moment absoluut niet weten. De maand begon in ieder geval met een positief bericht over mijn roman De Zomer in 1970 dat ik u niet wil onthouden.

Deze roman staat namelijk niet alleen op de longlist voor de Valentijnsprijs 2022, wat op zich al heel spannend is, maar er is onlangs ook een Engelstalige uitgave van verschenen. En laat ik nu een tijdje terug een telefoontje krijgen van een Britse journaliste, die daar weleens iets meer over wilde weten. We hadden een heel gezellig halfuurtje aan de telefoon, maar daarna hoorde ik niets meer. Tot ik gisteren een kopie kreeg toegestuurd van een ontzettend leuk artikel mij dat vorige week over mij verschenen was in de grootste krant van de Britse Kanaaleilanden, de plek waar het boek zich afspeelt. U begrijpt vast wel dat ik nu al de hele dag rondloop met een grote, trotse glimlach op mijn gezicht, want jeetje, zoiets overkomt een Nederlandse feelgood schrijver echt niet iedere dag!

Het is heel mooi om te zien dat mijn harde werken van de afgelopen jaren niet voor niets is geweest, al ben ik blij dat ik inmiddels een fase in mijn leven heb bereikt waarop ik dat harde werken mag en vooral kan verruilen voor een wat relaxtere werkmodus. Boeken schrijven vind ik nog steeds superleuk om te doen, maar er zijn nog zoveel meer leuke dingen waar ik mezelf weleens tijd voor wil gunnen. Dat is er de laatste jaren maar heel weinig van gekomen, dus ik heb mezelf plechtig beloofd dat daar dit jaar eindelijk verandering in gaat komen. Zo heb ik recentelijk een muziek interface en een DWA aangeschaft, waarmee ik volgens de deskundigen gewoon thuis hele mooie dingen kan doen op muzikaal gebied. Voor de iets minder deskundigen onder u: je kunt er o.a. jezelf mee opnemen terwijl je een leuk liedje zingt en jezelf begeleidt op de gitaar. Die opname kun je vervolgens op de computer dusdanig bewerken dat het lijkt alsof het voltallige Nederlandse Philharmonisch orkest achter je heeft gestaan.

Nou ja, dat schijnt dus te kunnen… Voorlopig ben ik nog niet verder gekomen dan uitvogelen waar welk stekkertje in moet worden gestoken en op welke knopjes ik moet drukken om mijn eigen stem via de microfoon op de koptelefoon te kunnen horen. Op welke knoppen ik allemaal moet drukken om het ook nog op te nemen… dat was na al het intensieve begrijpend lezen van de handleiding nog even een brug te ver. Maar het staat wel op de planning voor deze week, want volgens de weersvoorspelling krijgen we alweer een paar flinke regenbuien op ons niet al te beste dak. Hopelijk blijft mijn bed dit keer droog, en zal er op de geplande recording geen in teiltjes vallende regendruppels te horen zijn. Dat zou toch zonde zijn van alle inspanningen!

Ook op huiselijk gebied is er nu meer tijd voor dingen waar ik zelden of nooit aan toe ben gekomen. U gelooft het misschien niet, maar ik heb gisteren een overheerlijke ‘prasópita’ gemaakt voor onze avondmaaltijd. Dat is een typisch Griekse hartige preitaart met gehakt, uitjes, knoflook, paprika en feta. Dat alles in een jasje van filodeeg, dat nog het meest lijkt op het deeg van onze saucijzenbroodjes. Een recept van mijn Griekse hulp en vriendin, die toevallig net tijdens mijn keukenwerkzaamheden binnen kwam wippen om mij te voorzien van een B12-prik. Ja, u leest het goed, dat gebeurt hier gewoon tijdens het koken. Hup, de naald erin, en verder maar weer met de prasópita.

Ik had het recept van haar gekregen, dus ze vond het superleuk om te zien dat ik het ook daadwerkelijk aan het maken was. ‘Maar waar is het deeg?’ vroeg ze na even in de pannen te hebben gegluurd. Dat lag nog in de vriezer, want ik had begrepen dat het heel snel ontdooit. Verkeerd begrepen dus, want volgens de gebruiksaanwijzing – die ik nog niet gelezen had – duurt het wel twee uur voor je ermee aan de slag kunt. Gelukkig hebben we dat terug kunnen brengen tot een uur door het op de kachel in de woonkamer te leggen. En dat gaf ons weer de gelegenheid om even aan mijn Grieks te werken, want natuurlijk moest ik haar uitgebreid vertellen over dat mooie interview in de Engelse krant. Zodra het deeg ontdooid was, zijn we gezamenlijk de keuken weer ingedoken, waar zij mij liet zien hoe je op Griekse wijze zo’n grote deegrol te lijf gaat: met een heleboel olie, vermengd met een geklutst ei, een half kopje melk en wat zout. En smeren maar op die velletjes! Het resultaat mocht er zijn. Manlief en ik hebben er heerlijk van gesmuld, weliswaar een uurtje later dan ik had gepland vanwege dat ontdooien, maar dat hadden we er wel voor over. Al met al een supermakkelijk en heerlijk recept om te bewaren – als je eenmaal weet hoe het moet!

Ik hoop de komende maanden nog veel meer leuke dingen te ondernemen, want nu we Suzy hebben, kunnen we ook eens samen wat verder weg. Alweer iets waar we nooit aan toegekomen zijn. Het schrijven van een nieuwe roman staat momenteel, mede vanwege die rare afgelopen maanden waarin ook mijn gezondheid het een beetje af liet weten, al een tijdje in de ijskast. En zoals het er nu uitziet, blijft het daar nog wel een tijdje staan. Ik heb het namelijk veel te druk met het inhalen van al die dingen waar ik tot nu toe niet aan toegekomen ben, dat kunt u na het bovenstaande vast wel begrijpen.

O ja, en met gezond worden natuurlijk ook… 😉

♥♥♥

Blijven bewegen

Langzaam stevenen we af op het einde van alweer een woelig jaar. Net als bij jullie zijn ook hier de coronamaatregelen weer aangescherpt, waarbij vooral de niet-gevaccineerden flink aangepakt worden. Zo kom je vanaf deze week de niet-essentiële winkels, restaurants, musea etc. niet meer binnen zonder QR-code en identiteitsbewijs, een drastische maatregel die hier gelukkig niet tot grove gewelddadigheden hebben geleid zoals die in Nederland hebben plaatsgevonden. Ook de booster-shots zijn hier al in volle gang, en ondergetekende was meer dan happy om er eentje te krijgen. Mijn eenmalige ‘Johnson-shot’ dateerde al vanaf mei, en met de vierde golf in volle gang geeft zo’n boost mij persoonlijk toch weer wat meer rust. Voorzichtig blijven we nog steeds, maar het ‘achter de geraniums zitten’ is voor ons dankzij die vaccinaties toch wel voorbij.

Ook het autootje helpt daaraan mee. Ik hoef niet meer in weer en wind op een bus te wachten die misschien wel of misschien niet komt. Nee, ik stap gewoon in mijn mooie autootje en rijd naar waar ik heen wil – of moet. Afspraken hoeven niet meer allemaal in één dag gepropt te worden omdat reizen met openbaar vervoer uren in beslag neemt. Lukt het niet in één keer, dan ga ik gewoon de dag erna weer. Per slot van rekening is Volos maar een halfuurtje rijden en als je geen rekening hoeft te houden met bustijden, dan maakt het allemaal niet meer zo veel uit hoe laat die afspraak plaatsvindt. Het enige waar ik nog wel tegen opzag was in het donker terugrijden uit Volos. Ik heb last van nachtblindheid, en dat is op onze bochtige kustweg die voor een groot deel onverlicht is, toch best een dingetje. Voor mij een goede reden om die afspraken eigenlijk altijd gewoon overdag te maken. Maar na een wat uitgelopen bezoek deze week aan de schoonheidsspecialiste bleek het zomaar ineens donker te zijn geworden toen ik weer buiten stond. En toen moest ik wel.

Het ging allemaal prima, al zou ik dat grote licht wel het liefst de hele weg aan willen houden. Dan zie ik tenminste waar ik rijd! Maar ja, met tegenliggers is dat natuurlijk geen optie, en dan is dat aan- en uitknippen nog weleens lastig, vooral in de bochten – en daarvan hebben we er vele! Het hielp wel dat ik alleen in de auto zat, met mijn eigen vertrouwde countrysongs op de telefoonplaylist. Ik waande mij gewoonweg weer op de bochtige Holterberg, waar ik in vroeger tijden regelmatig in het pikkedonker overheen reed na het werk bij de OAD of na afloop van de countrylessen die ik o.a. in Holten gaf. Ook toen had ik die nachtblindheid al, en was ’s avonds rijden niet mijn favoriete bezigheid, maar toen deed ik het wel, omdat het nu eenmaal niet anders kon.

Lastige situaties vermijden is volgens mij iets dat gewoon bij het ouder worden hoort. In tegenstelling tot vroeger hóéf je niet meer alles te doen, je mág het doen. En als iets doen je veel stress geeft, dan doe je het toch gewoon niet meer? In tegenstelling tot vroeger heb je nu een keuze. En dat is dus precies de valkuil waar je als oudere heel makkelijk in rolt. Bij mijn countrylessen aan ‘mijn oudjes’ riep ik altijd: ‘Denk erom: blijven bewegen. Stilstaan is achteruitgaan!’ Een uitspraak waar ik mezelf steeds vaker aan moet herinneren nu ik zelf de leeftijd van mijn ex-leerlingen heb. Ik merk dat ik veel meer dan vroeger geneigd ben om dingen waar ik een hekel aan heb achterwege te laten. Mede daarom ben ik blij dat ik het autorijden weer opgepakt heb, en dat ik zo af en toe ‘gedwongen’ word om uit mijn inmiddels zo vertrouwde gezapige comfortzone te stappen. Het houdt je bij de tijd – en in beweging! En dat laatste houdt je gezond, dat weten we allemaal.

Bewegen zonder auto doe ik trouwens ook regelmatig, hoor! Eergisteren kwam mijn derde Virtual Challenge medaille binnen. Na de Ring of Kerry en de Cabot-trail in Nova Scotia hebben trail-maatje Sophie en ik nu ook de Grand Canyon helemaal uitgelopen. Momenteel lopen we virtueel in Schotland, een route van 850 km langs de Noordkust. Voordat we die medaille zullen ontvangen zijn we wel een flink aantal maanden verder, maar de eerste honderd kilometer hebben we er toch alweer mooi opzitten. Regelmatig kleine beetjes werken goed om zo’n lange trail te voltooien, je hoeft echt niet dagelijks 15 km te lopen. Ik probeer zo’n drie tot vier keer per week een rondje dorp van drie kilometer te maken, en als dat niet lukt, dan stap ik in het weekend op de homebike en fiets ik in een halfuurtje toch al gauw zo’n tien of meer kilometertjes bij elkaar. Dat is prima te doen, en je kunt meteen een mooie afstand op je digitale route afvinken.

Om de verveling bij dat lopen en fietsen een beetje terug te dringen luister ik via mijn ‘oortjes’ naar countrymuziek, maar ja, die playlist heb ik inmiddels ook wel een keer gehad. Dus heb ik onlangs een KoboPlus abonnement afgesloten. Dan kan je zoveel e-boeken lezen en zoveel luisterboeken beluisteren als je wilt en ik hoorde veel enthousiaste verhalen van mensen die dat al doen. Het leek mij wel wat: lezen zonder je ogen te gebruiken, en ondertussen gewoon doorgaan met je bezigheden. En dus besloot ik om ook maar eens zo’n combi-abonnement te proberen. Het afsluiten ervan bleek niet zo makkelijk te zijn omdat ik in het buitenland woon, maar na twee dagen prutsen is het me toch gelukt. Helaas was ik daar zo moe van geworden, dat ik aan het luisterlezen nog helemaal niet ben toegekomen. De weersverwachting is echter niet zo best, dus waarschijnlijk stap ik dit weekend wel op de homebike, en dan ga ik het lekker uitproberen. Ik ben heel benieuwd.

Mijn eigen boeken zijn er helaas nog niet te beluisteren, maar daar komt binnenkort verandering in, hoorde ik van mijn uitgever. Twee worden er momenteel ingesproken, en dat betekent dat ze vanaf februari uitgebracht gaan worden. En ander recent boekennieuws is er ook! Mijn nieuwste feelgood roman Kus in het Maanlicht is deze week in paperback verschenen en, last but not least: mijn eerste Engelse bookbaby The Summer of 1970 staat als paperback én e-book op Amazon en Kobo. En ja, met het KoboPlus abonnement is die Engelse versie ook gewoon gratis lezen!

Kijk, en daarom ben ik dus zo aan het prutsen geweest om dat abonnement aan de praat te krijgen. Als oudere kun je al die nieuwerwetse, stresserige digitale boek-ontwikkelingen nu eenmaal niet blíjven vermijden, daar ga je alleen maar van ‘achteruit’. Bij de tijd blijven, dat is mijn motto. En je eigen boeken gratis kunnen lezen… Ach, dat moet je als schrijfster toch minstens één keer in je leven zelf hebben meegemaakt, nietwaar? 😉

♥♥♥

‘t Is weer voorbij…

Jawel, ik heb het natuurlijk over die mooie zomer. Nou ja, over de afgelopen zomer, die voor de een ongetwijfeld mooier was dan voor de ander. Mijn zomer was… een beetje ‘mwah’. Ik heb wel betere gekend. Alles waar ‘te’ voor staat, is niet goed, en mijn zomer was echt veel en veel te heet! Los daarvan heb ik het best naar mijn zin gehad, hoor. Mijn vorige boek was gelukkig af voordat de warmte begon toe te slaan, en met de volgende hoefde ik pas in oktober weer te beginnen. Het regent en het waait momenteel, dus prima weer om achter de laptop te zitten en te starten met een nieuw schrijfavontuur. De werktitel is er al. Liefde, olijven en tzatziki. Mag u raden waar het zich afspeelt. Precies, in ons mooie Pilion!

Ik ben er weer heel blij mee, met deze ‘opdracht’. Het gaat opnieuw een mooie HQN Romance worden voor HarperCollins Holland, en mijn redacteuren zijn net zo enthousiast als ik over de opzet die ik heb ingediend. Gelukkig weten ze inmiddels dat het uiteindelijke manuscript waarschijnlijk behoorlijk zal afwijken van wat ik van tevoren had bedacht, maar dankzij de Rozen van Beekbrugge hebben ze genoeg vertrouwen in me om me de komende maanden in alle vrijheid mijn gang te laten gaan. En natuurlijk ga ik mijn best doen om dat vertrouwen – en dat van mijn lezers – niet te beschamen. Aan mijn hoofdpersonen zal het zeker niet liggen, die hebben meer dan genoeg mogelijkheden in zich om mij zo’n honderdduizend woorden lang bezig te houden.

Zo’n flink aantal woorden schrijven kost een hoop energie, en ondanks de ‘mwah’-zomer heb ik daarvan gelukkig meer dan genoeg opgedaan. De grootste energieboost kwam natuurlijk door het bezoek van zoonlief en zijn vriendin, begin september. Wat was het een heerlijk weerzien na twee jaar zonder elkaar. Genieten met een hele grote G, dat hebben we bijna twee weken lang van elkaar gedaan. Even konden we weer een gezinnetje zijn: ’s avonds met zijn allen aan tafel voor de maaltijd, herinneringen aan vroeger ophalen, nieuwe plekjes ontdekken op ons schiereiland of gewoon onderuitgezakt bij een film op de tv… Zo fijn dat we dat na zo’n lange tijd weer konden doen met elkaar. Geen wonder dus dat iedereen daarna ineens uitriep dat ik er zo goed uitzag. Deze moeder loopt inderdaad alweer wekenlang te stralen, nu haar hart eindelijk weer tot aan de rand toe gevuld is met echte omhelzingen en knuffels van haar kind. En ja, het afscheid was natuurlijk even slikken, maar als covid zich een beetje koest houdt, dan hopen we elkaar in het voorjaar terug te zien. Iets om naar uit te kijken!

Maar ook op kortere termijn zijn er gelukkig ook al veel dingen om naar uit te kijken. Zo verwacht ik een dezer dagen onze leuke postmeneer Kostas aan het hek met mijn exemplaren van het Bookazine van Smaak der Liefde, het eerste deel van de Rozen van Beekbrugge, dat deze week is verschenen. Als je dat nog niet hebt gelezen, is dit je kans, want een Bookazine is een tijdschriftuitgave van een compleet boek voor maar €3,65! Te bestellen via HarlequinHolland of gewoon te koop bij je tijdschriftenkiosk. En misschien brengt Kostas me binnenkort ook wel een doos vol auteursexemplaren van Kus in het Maanlicht, dat op 25 november het levenslicht zal zien. Een heerlijke roman is het weer geworden – zeggen mijn proeflezers – die zich afspeelt in het mystieke Cornwall. Het romantische en heerlijk (ont)spannende verhaal over een oude vervallen herberg, drie vriendinnen en een rode kater zal je ongetwijfeld een paar gezellige uurtjes leesplezier bezorgen. Kus in het Maanlicht is nu al te reserveren via de onlineboekhandels, maar natuurlijk ook ‘gewoon’ te bestellen bij je oude vertrouwde boekhandel.

En verder… verder verheug ik mij op nog een paar gezellige tripjes met Suzy, mijn schattige autootje. Ik ben zo blij met haar! We zijn al regelmatig samen naar Volos gereden, en alleen dat is al zo heerlijk. Dat je ‘even’ naar de stad heen en weer kan, zonder uren op de bus te hoeven wachten. Of ‘even’ hout halen voor een nieuw keukenproject. Zelfs een grote marmeren plaat heeft ze al vervoerd, al was dat niet met mij achter het stuur, maar met zoonlief. Een marmeren plaat in een Suzuki Alto hijsen is mannenwerk, daar moet je je als vrouw niet mee bemoeien. De kids naar het strand brengen past beter bij mij, en ook dat hebben we samen gedaan toen zoon hier was. Ik voorzie in de nabije toekomst ook nog wel een ritje naar IKEA in Larissa, en wie weet, misschien rijden we dan wel door naar Trikala voor een romantisch weekendje in een leuk hotel. Of we boeken een midweek bij Lake Kerkini, daar wil ik nog wel een keertje naar terug. Of misschien een paar daagjes naar Skopelos of… Nou ja, genoeg mogelijkheden om er tussen het schrijven door even tussenuit te gaan. Dat kan allemaal als je een autootje hebt, nietwaar? We gaan er in ieder geval van genieten, dat staat vast.

Voor nu wens ik u allen weer een Kaló Ximóna toe, oftewel een goede winter. Dat is wat we hier op dit moment tegen elkaar zeggen. Een wens die nog stamt uit de tijd dat de kustbewoners twee keer per jaar hun hele hebben en houwen oppakten om te verkassen. In het voorjaar trokken ze vanaf de kust naar hun huis in de bergen, en wensten hun dorpsgenoten bij het vertrek ‘Kaló Kalokéri’- een goede zomer! In het najaar gingen ze weer naar beneden en riepen dan naar degenen met wie ze de zomer in de bergen hadden doorgebracht: ‘Kaló Ximóna!’ Die mensen zagen ze immers niet meer tot de volgende zomer. Die grote volksverhuizing is tegenwoordig een beetje voorbij, of in ieder geval niet meer zo extreem als destijds, toen men echt met het hele gezin en het huisraad op een kar naar ‘boven’ vertrok, maar de wens is gebleven. Alleen de geiten doen die grote trek van beneden naar boven en terug nog in groepsverband. Daar moet ik Suzy nog wel even voor waarschuwen, bedenk ik me nu. Zo’n héle lange sliert geiten op de weg is niet abnormaal in deze periode, en dan moet je echt heel wat kilometertjes lang stapvoets rijden. Gelukkig hoor je het geklingel van hun bellen al van verre en haast hebben… Ach, dat hebben we hier in Pilion al jaren geleden afgeleerd 😉

♥♥♥

Mijlpaaltje

En toen was het alweer 1 april. Voor mij toch wel een beetje een mijlpaaldag, want – geen grap – vandaag gaat officieel mijn (privé)pensioentje in. Dat heb ik toch maar mooi gehaald! Op de AOW moet ik nog even wachten tot november 2022, en dat valt me alles mee. Ik had namelijk gerekend op het jaar dat ik 67 zou worden, dus die zes maanden eerder is een leuke verrassing. Om dit soort mijlpalen in je leven soepel te laten verlopen, is er vooraf veel geregel en papierwerk nodig, zeker als je in het buitenland woont. Gelukkig had ik al ervaring opgedaan met de papierwinkel van manlief, een aantal jaren geleden. Vergeleken bij toen was het nu een fluitje van een cent. Het digitaal insturen van antwoordformulieren wordt inmiddels algemeen geaccepteerd, en dat maakt het voor ons expats een stuk eenvoudiger.

Dat de digitale communicatie vergeleken bij een aantal jaren geleden een enorme vlucht heeft genomen is ook een grote hulp bij de afhandeling van het overlijden van mijn zus. Zo was ik via de whatsapp van mijn andere zus ‘gewoon’ aanwezig bij het bezoek aan de notaris en konden de verplichte handtekeningen via scannen en uploaden op de juiste plekken terechtkomen. Ook was ik erbij toen de makelaar kwam om het prachtige huis te bezichtigen dat we zeer binnenkort op Funda gaan plaatsen. Een insider tip dus (!) voor als je op zoek bent naar een vrijstaande, prima onderhouden karakteristieke woning aan de rand van het mooie natuurgebied van Westerwolde, het ‘drielandenpunt’ van Groningen, Drenthe en Duitsland. Een perfect plekje voor wie de Randstad wil ontvluchten na een leven lang hard gewerkt te hebben, want genieten kun je er volop, dat heb ik in de afgelopen jaren zelf kunnen ervaren tijdens mijn logeerpartijen bij zus. Hou dat Funda of mijn FB de komende tijd dus goed in de gaten als je geïnteresseerd bent, of stuur me een privéberichtje, dan vertel ik je er meer over.

En nu ik toch in de promo-modus zit ook nog even dit: vorige week is mijn derde Dubbelroman verschenen, met als titel Zonnige Liefde. Daarin vind je de eerder gepubliceerde romans Onder de Griekse Zon en Dans der Liefde. De eerste speelt zich af in mijn geliefde Pilion, de tweede in mijn bijna net zo geliefde Ierland. Heb je ze nog niet gelezen, dan is nu je kans. Voorlopig alleen als e-boek, en gratis te lezen via o.a. je abonnement op Kobo en Storytel. En niet te vergeten: ook bij de Online Bibliotheek, waar het volgens een berichtje van mijn uitgever in een paar dagen tijd al meer dan 1000x was gedownload. Dat zijn leuke aantallen voor een zojuist gepensioneerde schrijfster! Nou ja, van dat met pensioen gaan komt voorlopig nog niks terecht, hoor. Daarvoor zitten er nog te veel verhalen in mijn hoofd die geschreven moeten worden. Zoals het verhaal van Adèle, die momenteel veel van mijn aandacht opeist met haar avonturen in Cornwall.

Helaas verloopt haar ‘Droom van de Zon’ niet zo zonnig als we beiden hoopten. Eigenlijk begint het wel een beetje op een nachtmerrie te lijken door een aantal op het laatste moment afgezegde kamerboekingen in haar net gerenoveerde herberg De Rode Kater. Wat Adèle nog niet in de gaten heeft, is dat die tegenspoed alles te maken heeft met een Big Black Beast (oftewel een Groot Zwart Beest) dat al eeuwenlang de nabijgelegen Moors onveilig maakt. Ik denk zelf dat er een rode kater voor nodig is om een en ander op te lossen, maar Adèle is jammer genoeg geen fan van katten. Ook niet van mannen, trouwens. Wat toch lastig is als je de hoofdpersoon in een liefdesroman bent en een rode kater nodig hebt om je droom werkelijkheid te laten worden. Veel lastiger nog is het natuurlijk voor de schrijfster die het verhaal op papier moet zetten en ondertussen allerlei andere bezigheden heeft zoals haar pensioentje regelen en een huis verkopen. Om het nog maar niet te hebben over de ‘gewone’ lastige dingen in mijn dagelijks leven tijdens de nog altijd voortdurende strenge lockdown.

Zo waren er in de afgelopen maand maar liefst drie noodzakelijke bezoekjes nodig aan Volos. Mijn rug speelde na de voorjaarsschoonmaak in de tuin ineens weer op, zodat de chiropractor eraan te pas moest komen om een paar eigenwijze wervels weer op de juiste plaats te zetten. En er stond nog steeds een jaarlijkse check-up afspraak bij de cardioloog, die behalve haar eigen onderzoeken ook graag wilde weten hoe het met mijn aderen gesteld is. Wat betekent dat er ook nog een bezoekje aan een laboratorium en het Radiologisch Centrum afgelegd moest worden. Het eerste is al gelukt, het tweede kon niet eerder dan over veertien dagen, dus dat houd ik nog tegoed. Maar… mijn hart zit gelukkig nog steeds op de juiste plaats en functioneert ‘véry nice!’ voor mijn vijfenzestig jaren, zei de cardioloog. Ik heb dus goede hoop dat de overige testen ook positief zullen uitvallen. Het lastige van dit soort bezoekjes in corona-tijd is voor mij vooral het transport, want de busverbindingen naar Volos zijn momenteel nog minimaler dan ze al waren en totaal onbetrouwbaar, nog afgezien van de opeengepakte passagiers in de weinige bussen die nog wel rijden. Gelukkig is er dan altijd nog de dorpstaxi van Kostas en zijn zoon Dimitri uit Kala Nera, die me met alle liefde heen en terug naar Volos brengen. Behalve een veilige rit levert dat ook meteen de laatste nieuwtjes op, dus ik ben weer helemaal op de hoogte van wat er in de afgelopen tijden allemaal in onze omgeving heeft afgespeeld.

Al met al kan ik de komende zomer met een gezond kloppend hart tegemoet zien, iets wat ik ook jullie van harte toewens. Blijf gezond, houd afstand, keep safe! Hopelijk zien we elkaar dan heel binnenkort weer terug, hier of in Nederland. En om de wachttijd iets korter te maken, hier alvast een zonnige virtuele groet uit ons mooie Pilion… 😉

♥♥♥♥♥

 

 

 

 

 

Dat heerlijke internet

Het nieuws over de grote aardbeving in Izmir en de Griekse eilanden ging afgelopen vrijdag al heel snel de wereld over, met als gevolg dat ik veel bezorgde berichtjes kreeg met de vraag hoe het met ons was. De eerste kwam van mijn zus, en ik moet eerlijk bekennen dat ik geen idee had waar ze het over had. Wij zitten zo’n 450 km boven Athene, en nog veel verder van Samos, ver buiten de schokgolf die door de beving veroorzaakt werd. Gelukkig maar, want zo’n grote beving, hoe kort ook, kan heel wat leed en schade veroorzaken, daar kan Volos ook over meepraten. Tussen 1954 en 1957 vonden daar drie grote aardbevingen plaats, waarbij tientallen doden vielen en zo’n 20.000 mensen dakloos werden. De hele stad moest daarna opnieuw opgebouwd worden, maar is daardoor inmiddels aardig aardbeving-bestendig. Dat moet ook wel, want ook wij hebben hier door de jaren heen zo af en toe flink zitten schudden. Zonder grote gevolgen, gelukkig, maar de kans dat ons na zo’n lange tijd toch wel weer een keer een echt grote schok te wachten staat, is natuurlijk niet ondenkbaar. Maar ja, als de hemel naar beneden valt, hebben we allemaal een blauwe muts, denk ik dan altijd, dus daar staan we eigenlijk zelden of nooit bij stil. Tenzij er elders in het land ineens zo’n grote beving plaatsvindt. Dan realiseer je je eens te meer dat die ook hier had kunnen zijn…

Al met al ben ik vanwege de ook hier snel oplopende ‘tweede golf’ al vele wekenlang niet meer in Volos geweest. De reis met de bus schrikt me af, want van een 60% bezetting – een van de voorschriften – is geen sprake meer, aangezien de busmaatschappij een aantal busdiensten heeft laten vervallen. Er rijden nu nog minder bussen dan anders op een dag, dus logisch dat die dan helemaal vol zitten. De verplichte maskertjes worden gelukkig wél trouw gedragen, hoorde ik van een vriendin, die iedere dag met de bus naar Volos moet reizen vanwege haar werk. Of het veel helpt weet ik niet, maar feit is dat besmettingen toch veelal plaatsvinden in besloten ruimtes met veel mensen daarin. In dat opzicht hou ik mijn hart vast voor de komende wintermaanden, als iedereen de dagen weer voornamelijk binnenshuis moet doorbrengen. We zijn er voorlopig nog niet vanaf, dat is wel zeker!

Gelukkig speelt mijn normale leven zich ook al grotendeels in en rond mijn huis af, en dit najaar verschilt dan ook niet zo heel veel van andere jaren. Zoals bijna ieder jaar verschijnt er rond deze tijd wel een nieuwe roman van mij, en dat betekent dat ik druk ben met het promoten van mijn boek. Heel leuk was dat ik vorige week zondag uitgenodigd was om samen met een collega-schrijfster uitgebreid geïnterviewd te worden tijden het online World of Romance Event. Superleuk natuurlijk, want uitgebreide interviews geef ik zelden, omdat je dan toch over het algemeen persoonlijk op het event aanwezig moet zijn, en dat is nu eenmaal wat lastig als je in Griekenland woont. Online is echter alles mogelijk – mits je een goede internetverbinding hebt. En ja, alsof de duvel ermee speelde, begon ons toch aardig stabiele internet in de week voorafgaande aan het interview kuren te vertonen.

Het interview zou op zondagmiddag plaatsvinden, en toen ik zaterdagochtend opstond, bleek dat het internet opnieuw was uitgevallen, voor de zoveelste keer die week. Al vanaf vrijdagavond laat, hoorden we van de buurvrouw. De hele zaterdag ben ik dus aan het bellen geweest met de helpdesk, en een ieder die daar ooit mee te maken heeft gehad, begrijpt meteen wat ik bedoel als ik zeg dat het één groot drama was. Mijn frustratie werd alsmaar groter, want dat internet was eraf, en bleef eraf! Tegen het eind van de middag werd me verteld dat het probleem een regionaal probleem was, inmiddels bekend bij de lokale technische dienst, maar dat de werkzaamheden nog zeker twee werkdagen in beslag zouden nemen. Wat betekende dat we in het weekend dus géén internet zouden hebben, want dan werd er blijkbaar niet gewerkt. En geen internet betekende in mijn geval  geen interview!!! Op dat moment heb ik in recordtijd twee tsipouro naar binnen gewerkt. Ik was zo boos, zo machteloos, zo gefrustreerd, zo… teleurgesteld! Ik had er zo naar uitgekeken, zelfs mijn halve kantoor verbouwd om een leuk achtergrondje te creëren naar aanleiding van de tips die ik op YouTube had opgezocht over hoe je jezelf tijdens zo’n voor mij nog onbekend Zoom-gebeuren zo voordelig mogelijk kunt presenteren door o.a. te zorgen voor een goede belichting en een laptop op ooghoogte. En dan zou het dus allemaal niet doorgaan vanwege dat ^@#$%-internet dat altijd werkt – behalve dus als je het echt heel erg nodig hebt!

De tsipouro hielp. Daarna werd ik uiterst praktisch en inventief. Ik laadde 50GB op mijn telefoon, zodat ik het interview dan eventueel via het mobiele netwerk zou kunnen doen, maar helaas bleek dat mobiele netwerk in onze omgeving zeer mondjesmaat te werken. Binnenshuis al helemaal niet, en buiten viel het steeds weg. Dan maar op zoek naar vrienden buiten onze eigen regio, om te vragen of ik die zondagmiddag bij hen te gast mocht zijn en vanaf hun laptop het interview zou kunnen doen. En toen… Toen was er om zeven uur op zaterdagavond ineens weer internet! Wat niet garandeerde dat het er de volgende dag ook nog zou zijn, natuurlijk. Maar de goden waren gelukkig met mij, want om vijf uur zondagmiddag kon ik na alle spannende uren dan toch vanuit mijn eigen vooraf geprepareerde werkkamer de vragen beantwoorden die mij werden gesteld! Pff, wat heb ik ongelooflijk in de rats gezeten.

Het interview verliep echter helemaal prima. De vragen waren een mooie mix tussen werk- en privé, en als je wat meer wilt weten over mij en mijn romans, dan kun je het hier nog eens uitgebreid terugzien. Het hele event duurde anderhalf uur, maar in de dagen erna heb ik mijn aandeel eraan eruit weten te knippen en plakken, zodat het nu nog maar een kwartier durende video is geworden, waarin ik uitgebreid over van alles en nog wat vertel. En omdat ik toch in de promo-mood was, heb ik ook nog snel een booktrailer-video in elkaar geknutseld over mijn nieuwe roman, De Zomer van 1970, die op 29 oktober jl. is verschenen. Die kun je hieronder bekijken. Helemaal zelf in elkaar geprutst, waar ik zeer trots op ben, aangezien ik nog stam uit de tijd dat een elektrische typemachine al een echt technisch wereldwonder was. Mijn boek is trouwens ook leuk geworden, al zeg ik het zelf, dus ben je nog op zoek naar iets te lezen om je tijd binnenshuis een beetje gezellig door te brengen, bestel hem dan snel. Via de boekhandel of dat (niet) altijd werkende internet… 😉

♥♥♥♥♥