Het leven gaat door

Als klein meisje dacht ik dat het in de grimmige oorlogsjaren van 1940-1945 altijd donker was. Ik stelde me regelmatig voor hoe dat geweest moest zijn. Geen zon, geen dag en nacht, geen fluitende vogeltjes… Het leek me afschuwelijk. Tot ik op een dag in het tijdschrift Margriet waarop mijn moeder was geabonneerd een ingezonden brief las van een mevrouw die een lentedag uit haar jeugd in oorlogstijd beschreef. Ze had het over een stralende zon, over een prachtig zingende merel, over fleurige bloemen… Ik wist niet wat ik las! Hoe kon dat nou? Iedereen had het toch altijd over de donkere dagen van de oorlog? En nu schreef deze mevrouw dat ook toen de zon gewoon scheen…

Net als toen schijnt ook nu het zonnetje en ook nu laat de lente zich niet afschrikken door wat er om ons heen gebeurt. En ja, natuurlijk is het best vervelend dat we er niet massaal op uit kunnen trekken om ervan te genieten, en ja, ook ik had graag op een terrasje aan zee willen zitten om van een tsipourootje te genieten, maar dat kan nu even niet. En ja, misschien gaat dat ‘even’ wel een halfjaar duren, of een jaar, of twee jaar… dat weten we niet, net zomin als die mevrouw van de brief wist dat de oorlog vijf jaar zou gaan duren. Het enige wat we wel weten, is dat de zon ook nu gewoon iedere dag weer opkomt, zelfs als ze zich soms een paar dagen achter de wolken verschuilt. Het leven gaat nu eenmaal altijd door, ook in moeilijke en zware tijden.

Ik begrijp best waarom ik onlangs aan die herinnering uit mijn jeugd moest denken. Al vallen er geen bommen, we leven toch een beetje in ‘oorlogstijd’ met al die maatregelen die onze vrijheid flink beperken. Hier in Pilion is het nog rustiger dan anders. Er arriveren geen reislustige ‘grijze koppies’ met campers op de nabijgelegen camping, zoals anders gebruikelijk is in het voorjaar, en ook de dagjesmensen uit Volos komen in het weekend niet meer massaal naar ons dorpje. Dat mag niet meer. Je moet nu een serieuze reden hebben om je te verplaatsen en ‘uitwaaien aan het strand in een ander dorp’ valt niet onder de zes categorieën die we mogen aankruisen als we de straat op gaan. Ook de reden ‘ik ben op weg om de liefde te gaan bedrijven’, wat een inventieve jongeman op zijn formulier had geschreven werd niet als ‘een noodzakelijke verplaatsing over de weg’ aangemerkt. Het leverde hem bij aanhouding een boete van € 150,00 op volgens het persbericht dat vanmorgen in de krant stond. Net als zwemmen trouwens, of in een bootje op het water dobberen. Zelfs vissen vanaf het strand schijnt niet meer toegestaan te zijn. Nu doe ik dat laatste normaal gesproken ook niet, hoor, maar toch… het geeft wel aan hoe streng de maatregelen zijn die momenteel voor ons hier gelden.

Ik kan me best voorstellen dat heel veel mensen problemen hebben met de maatregelen die genomen zijn. Maar op het moment dat het virus jou of een van je dierbaren te pakken krijgt, denk ik toch dat je daar iets anders over gaat denken. Nee, we gaan er niet allemaal dood aan, de meesten van ons zullen het nauwelijks merken dat we besmet zijn geraakt. En daar schuilt dus net het gevaar in. Zelf ga je er dan misschien niet aan dood, maar je oude, fragiele moeder wel. Of je vriendin, die niet zo’n sterk immuunsysteem heeft als jij. Of wat dacht je van de behulpzame jongen van de fruitafdeling die altijd zo vriendelijk naar je lacht, maar in de personeelsruimte soms stiekem een pufje moet nemen omdat hij astma heeft? Afijn, we weten het inmiddels allemaal wel. Wat we nu doen, of liever gezegd nu laten, is niet zozeer voor onszelf, maar voor anderen. Ook hier zijn nog steeds mensen die het allemaal niet zo nauw nemen. Manlief was gisteren even boodschappen doen bij de grote supermarkt in Agria, en hij vertelde me dat er nog steeds mensen rondliepen die andere winkelende bekenden begroetten met een handdruk en een klap op de schouder. Er was ook een mevrouw die haar boodschappen zorgvuldig eerst afveegde met een antibacteriële wipe voor ze ze in haar karretje legde, maar er blijkbaar niet aan had gedacht dat het dan ook wel handig is om die producten niet eerst met je blote handen uit het schap te pakken. Maar ach, we moeten allemaal nog leren om ermee om te gaan, nietwaar?

Gelukkig vallen de coronazieken op ons schiereiland erg mee als we de cijfers kunnen geloven. Tot nu toe heb ik slechts van één ernstig geval gehoord, een Duitser die per auto half Europa doorkruiste om het “stay home” uit te zitten in zijn vakantiehuis in Pilion. De 77-jarige man ligt nu te vechten voor zijn leven in het ziekenhuis van Larissa, zijn vrouw zit alleen in het vakantiehuis af te wachten of zij het ook krijgt en de gemeente waar dat huis staat, is in zijn geheel in quarantaine geplaatst. Er mag niemand meer uit of in, heb ik begrepen. Geen halve maatregelen, ik zei het al. We hopen natuurlijk allemaal dat het bij dit ene geval zal blijven, en in dat opzicht is het zeker goed dat de grenzen nu op slot zijn gegaan en dat er geen passagiersvluchten meer toegelaten worden vanuit landen die veel zwaarder zijn getroffen dan Griekenland tot nu toe. De keerzijde van die maatregel is echter dat er ook niemand het land meer uit kan. Wij dus ook niet, en dat is best een angstig gevoel als je enige kind in het verre Nederland woont. Maar… de mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest …en nimmer op komt dagen! Bovendien ben ik toch al niet een type dat bij de pakken neer gaat zitten, dus heb ik gisteren maar liefst twee mondkapjes geproduceerd voor manlief en mijzelf. Ze hangen keurig bij de kapstok om niet te vergeten als we voor ‘noodzakelijke redenen’ de deur uit moeten.

En om ook voor jullie deze Stay Home!-tijd iets luchtiger te maken heb ik afgelopen weekend in mijn eigen Griekse huisje een van mijn oude Favoriet-romannetjes uit de kast opgeduikeld die ik vanuit mijn luie stoel voorlees aan wie er maar naar wil luisteren. Manlief en ik hebben in ieder geval veel plezier gehad bij het opnemen ervan, en dat is iets wat we in deze tijd allemaal goed kunnen gebruiken. Hieronder vind je de eerste aflevering, die ik samen met de overige drie afleveringen ook heb geplaatst op mijn eigen YouTube-kanaal: https://www.youtube.com/user/wilmahollander

Veel luister- en een beetje kijkplezier met Alsof de duvel ermee speelt! Blijf gezond, blijf thuis en laat dat stomme virus maar de je-weet-wel-krijgen. Met zijn allen werken we dat kreng echt ons leven wel uit!!!

♥♥♥♥♥

Even serieus

Ik vrees dat het een wat andere column wordt vandaag. Beter gezegd, het zijn er twee, een nieuwe en eentje die vorige week al gepubliceerd is in de Vlaardingen24-krant. Dat komt omdat ik het altijd zo veel mogelijk probeer te vermijden om het in mijn maandschrijfsels te hebben over de ‘grote wereldproblemen’. Veel liever neuzel ik een beetje over de koetjes en kalfjes van mijn dagelijks leven op dit mooie Griekse schiereiland. Maar hoe reëel is het om te neuzelen als de wereld om je heen op haar grondvesten staat te trillen?  En daarom laat ik de keuze aan uzelf: een wat ‘serieuzere’ column of een hilarisch verslag over een middag aan zee. En wilt u ze allebei lezen… dat mag natuurlijk ook!

EVEN SERIEUS

De uitbraak van het coronavirus houdt de gemoederen flink bezig, mij ook, maar al is het natuurlijk flink lullig als je ermee besmet raakt, zo dodelijk als bijvoorbeeld de zwarte builenpest in de middeleeuwen lijkt het – in ieder geval op dit moment – nog lang niet te zijn. Een paar honderd dodelijke gevallen, oké, laten het er een paar duizend zijn, op een totale wereldbevolking van 7,7 miljard en onze hele wereldeconomie komt krijsend tot stilstand. Allerlei maatregelen worden door alle regeringen ter wereld uit de kast gerukt, ja, ook hier in Griekenland. Er mag nu op gezondheidsproblemen worden gecontroleerd bij o.a. de grenzen, de havens en de treinstations. Carnavalsoptochten en feestelijkheden voor Katherea Deftera (Rosen Montag), die dit weekend zouden plaatsvinden zijn op straffe van flinke boetes en zelfs gevangenisstraf uit voorzorg afgelast, en ook hier zijn de maskers en de handgel totaal uitverkocht. Iedereen is echter zo op dat griepvirus gefocust dat ondertussen een aantal andere, eveneens zeer verontrustende gebeurtenissen, vrijwel ‘onzichtbaar’ hebben kunnen plaatsvinden. Nou ja, behalve dus voor de mensen die er mee te maken hadden en hebben.

Zo zijn er afgelopen week heftige gevechten geweest op de ‘vluchtelingen’-eilanden Lesbos en Chios. Niet met de vluchtelingen zelf. Nee, dit waren gevechten tussen lokale bewoners en bouwploegen gesteund door het leger van de nieuwe regering, die het ondanks de felle protesten vooraf toch nodig vond om de bouw van gesloten detentiecentra door te laten gaan. En dat terwijl ieder normaal denkend mens weet dat vluchtelingen opsluiten in zo’n gesloten kamp de niet aflatende stroom nieuwe vluchtelingen die in het ‘oude’ kamp opgevangen moet worden zeker niet zal indammen. Maar goed, de tijd dat normaal denkende mensen in welke regering dan ook zaten, ligt ergens in de prehistorie volgens mij. En terwijl de Griekse regering dus druk doende was om die lokale vuurhaarden in bedwang te houden, bedacht meneer Erdogan ineens dat het nu de juiste tijd was om de paar miljoen vluchtelingen die in Turkije opgevangen worden te vertellen dat ze niet langer gedwongen worden om daar te blijven omdat de Turks/Griekse grens door hem is opengezet. Hij vergat er alleen bij te vertellen dat de Grieks/Turkse grens niet open is en ook niet zal opengaan. Dus nu staan er sinds gisteren al een paar duizend vluchtelingen – en dat kunnen er vanavond zomaar 18.000 zijn heb ik ergens gelezen – aan de hekken en afrasteringen van Griekenland (de toegangspoort naar Europa) te rukken en te trekken, al vloekend en tierend omdat ze de zoveelste teleurstelling te verwerken krijgen.

Nu staan de betrekkingen tussen Turkije en Griekenland de laatste maanden toch al op scherp vanwege de ongeoorloofde schendingen van het internationale lucht- en zeeruim door Turkije die alles te maken hebben met olie en landbezit. Als belangrijkste geografische toegangspoort wordt Griekenland geacht Turkije buiten Europa te houden, wat tot nu toe bijna 200 jaar is gelukt. Maar nu de hele wereld genoodzaakt is zich bezig te houden met dat geniepige coronavirus, heeft Europa wel andere dingen aan hun hoofd dan de aloude vete tussen de twee landen. En hoe Europa over het vluchtelingenprobleem denkt, weten we inmiddels wel. Mij persoonlijk zou het niets verbazen als er binnenkort een niet te stuiten corona-uitbraak plaatsvindt onder de vluchtelingen in de diverse kampen. Verspreid het virus onder een groep mensen die weinig of geen weerstand hebben door ze en masse naar je buurland te sturen, help ze de grens – te land of ter zee – over te glippen, en je hebt helemaal geen tanks en soldaten nodig om een slachting aan te richten. En, ook niet onverdeeld ongunstig, je bent meteen van het vluchtelingenprobleem af. Een belachelijk en onrealistisch doemscenario? In ieder geval eentje die vooralsnog enkel en alleen uit mijn eigen lugubere schrijversfantasie komt. Het enge is echter dat ik Erdogan er zeker voor aanzie om zoiets waanzinnigs uit te voeren. Een paar mensenlevens meer of minder zal hem worst wezen, dat hebben we al eerder gezien bij de coup van een paar jaar geleden. En dat hij hongert naar macht weten we ook al een tijdje. Gebruikmaken van een dodelijk virus dat de wereld al voor een groot deel heeft lamgelegd, zou hem geen minuut van zijn nachtrust kosten als hij daardoor meer macht kan krijgen, dat weet ik zeker.

Afijn, u begrijpt, het zijn allemaal geen vrolijke gedachten die momenteel in mijn hoofd rondwaren. Een levendige fantasie komt goed van pas als je een boek wilt schrijven, maar in het dagelijks leven kan het een behoorlijke stoorzender zijn. Een beetje neuzelen over minder serieuze dingen vind ik dan een beetje lastig, zoals u merkt. Maar omdat ik ook begrijp dat het juist in sombere tijden heel fijn kan zijn om even iets anders te lezen dan doemscenario’s, zet ik op de home-pagina onder deze column nog een andere. Een verhaal dat ongetwijfeld wel een glimlach teweeg zal brengen. Dat deed het tenminste wel bij de lezers van de Vlaardingen24-krant, en ik vind hem eigenlijk te leuk om hem niet ook hier te plaatsen. Dus krijgt u deze maand zomaar twee columns van mij cadeau!

Ik hoop echt dat de huidige ietwat grimmige toestand in de wereld volgende maand grotendeels achter ons zal liggen. Daar moeten we ook maar gewoon in blijven geloven, anders wordt het leven helemaal zo’n sombere toestand, en dat is niet wat we willen, toch? Daarom beloof ik u nu alvast dat ik op 1 april weer ‘gewoon’ alleen een gezellige neuzelcolumn voor u zal schrijven. Tenzij de toestand in de wereld mij ook dan weer genoodzaakt iets serieuzer te zijn… 😉

♥♥♥♥♥

 

Zomaar een middag aan zee

Ons dorpje telt een handvol horecagelegenheden die zich allemaal aan de ‘boulevard’ bevinden. Eén daarvan is ouzeri To Balkoni, waar je – de naam zegt het al – op het balkon (of binnen) kunt genieten van tsipouro met hapjes, een simpele Griekse maaltijd of een eenvoudige snack. De zaak behoort toe aan Apostolis, die samen met zijn moeder Elefteria in de keuken staat. Nou ja, hij doet de hapjes, zijn moeder kookt de maaltijden; gewoon thuis in haar huisje met tuin, waarna ze het eten dan in grote pannen met haar rammelende ‘agrotiko’ – een klein vrachtautootje – naar de zaak brengt. Dezelfde agrotiko waarmee Apostolis in de zomer soms zijn vakantievierende klanten na een avondje met wat al te veel tsipouro terugbrengt naar Kala Nera – in de laadbak uiteraard.

Apostolis is wat de Engelsen ‘a character’ noemen. Zijn mekkerende schaterlach werkt zo aanstekelijk dat je binnen no-time mee zit te schateren, al heb je meestal geen enkel idee waarom. Hij heeft een zeer eigen mening, die hij graag mag verkondigen, een hekel aan welke Griekse regering dan ook en de manier waarop hij zijn zaak bestiert is nogal onconventioneel. Het kan zomaar voorkomen dat hij halverwege de avond, terwijl het hele balkon bezet is met klanten, ineens op zijn brommertje stapt en wegrijdt. En dan kan het echt weleens een halfuurtje duren voordat hij terugkeert – meestal met een tas vol brood of een pak suiker of gewoon met helemaal niks. Wilde je toevallig net afrekenen, dan zit er weinig anders op dan geduldig te wachten tot hij terug is, want betalen doe je bij hem. Bij To Balkoni is de klant koning, maar Apostolis is de baas, daar komt het eigenlijk op neer.

Afhankelijk van zijn bui vind je het er beregezellig of bar slecht. De hapjes die hij bij de tsipouro serveert behoren echter tot de betere in onze omgeving, en aangezien een ‘tsipouradiko’ onze favoriete maaltijd is, zijn wij er regelmatig te vinden. In de wintermaanden is de zaak gesloten, omdat Apostolis dan in het buitenland zit. Zo ook deze winter, maar vorige week zag ik tot mijn verrassing dat hij al terug was. Dat kwam goed uit, want ik zou die dag gaan lunchen met een Amerikaanse vriendin. Het was prachtig zonnig weer, warm genoeg om niet op het balkon, maar aan een van de twee blauwe tafeltjes aan zee te zitten. We namen het tafeltje waarvan de vier stoelen wel voorzien waren van zittingen en nipten al snel zeer tevreden aan ons tsipourootje. Een paar minuten later zagen we Apostolis’ moeder aan komen schuifelen, een grote tas met een pan eten erin aan haar arm. De pan werd naar de keuken gebracht, en even daarna kwam Elefteria met een kommetje rijstsoep met lam en wat brood weer naar buiten. Ze wilde aan het tafeltje naast ons gaan zitten, maar omdat daar de stoelzittingen ontbraken, schoof ze maar gezellig bij ons aan.

Weer een paar minuten later kwamen er twee Duitse dames aangewandeld, die wat aarzelend bij het tweede tafeltje bleven staan. Nu heeft Apostolis een zwak voor vrouwen, dus die kwam al met de rieten zittingen aangerend. De dames wilden koffie, en als het kon graag cappuccino. Dat kon, maar het zou even duren voordat het klaar was, zei Apostolis, zeker wel een minuut of tien. Dat vonden de dames helemaal niet erg, daar aan hun tafeltje in het zonnetje, maar ze keken toch wel heel verbaasd toen Apostolis meteen daarna in zijn auto stapte en wegreed. ‘Hij gaat melk halen bij de supermarkt,’ vertrouwde Elefteria ons toe. ‘Voor de cappuccino.’ Het leverde een giechelbui op bij de dames, al werden we allemaal nogal afgeleid door de komst van een viertal stoere Griekse mannen op grote motoren die ze aan de kade naast ons parkeerden. Al kletsend liepen ze het Balkon op – waar nog een paar Engelsen aan de tsipouro zaten – en hoorden daar dat de baas even weg was, maar zo terug zou komen.

De heren waren echter niet voor een kleintje vervaard. Blijkbaar hadden ze hun zinnen gezet op een plekje aan zee, want even later zagen we ze met een tafel en vier stoelen van het balkon af komen en die naast de Duitse dames neerzetten. Vervolgens doken ze de zaak weer in, en tot ieders hilariteit kwamen ze een paar minuten later met een tafelkleedje onder hun arm en een dienblad met water, glazen en een mandje brood weer tevoorschijn. Tegen de tijd dat iedereen zat, kwam Apostolis aanrijden, de achterklep van zijn auto wijd open. Hij sprong eruit, stak zijn duim op naar de Griekse motorrijders en verdween in de keuken om eindelijk de beloofde cappuccino te gaan maken.

Of die smaakte, heb ik niet meegekregen. Zo terugblikkend waren de Duitse dames eigenlijk al vrij snel verdwenen. De Griekse mannen niet. Die bleven heerlijk relaxt met een biertje aan hun tafel in de zon zitten, net als vriendin en ik. We hebben heerlijk gegeten van onze hapjes, en de rijstsoep met lamsvlees van Elefteria smaakte ook prima. Bordjes kwamen er dit keer bij onze lunch in het geheel niet aan te pas. De kom met soep had twee lepels en het broodmandje bevatte genoeg vorkjes om de verschillende hapjes te kunnen prikken. Daar kom je echt een heel eind mee aan zo’n tafeltje in de Griekse zon, al weet ik best dat niet iedereen een op die manier geserveerde maaltijd zal kunnen waarderen. Dat mag, er zijn genoeg andere gelegenheden waar het er heel anders aan toe gaat. Maar of je daar dan net zoveel plezier hebt als bij To Balkoni… Dat betwijfel ik 😉

Yiasou uit Pilion!

Wilma Hollander

Wandelen in Pilion

Anders dan in de behoorlijk roerige ‘buitenwereld’ kabbelt het leven hier in Pilion gewoon rustig door. De dagen worden alweer langer en zonniger. Het voorjaar geeft hoop, en de zon doet wonderen voor je gestel. Ook de natuur begint heel voorzichtig aan weer in bloei te komen. Onze tuin staat vol met vrolijke oranje goudsbloemen, en de gele klaver verspreidt zich razendsnel nu de zon iedere dag warmer wordt. De lust om erop uit te trekken begint weer op te spelen, en ik had me dan ook heel erg verheugd op een mooie wandeling, afgelopen zondag. Van Lafkos naar Milina, samen met de Vrienden van de Kalderimi’s. Nou ja, eigenlijk ging de wandeling van Milina omhoog tot een gehucht boven Lafkos, en vandaar weer terug naar beneden. Gezien mijn klimstrubbelingen van de afgelopen twee groepswandelingen, leek het me echter beter om de groep in Lafkos op te wachten en alleen die laatste afdaling te doen, met als afsluiting een gezellige lunch in Milina.

Het begon aardig goed. Een halfbewolkte dag, een graad of tien, twaalf en een – te vroege – bus die bijna maar gelukkig net niet aan mijn neus voorbijging. Rond twaalf uur arriveerde ik enigszins misselijk van alle bochtjes in Lafkos, waar het helaas niet half maar gehéél bewolkt was. Het dorp lag er totaal uitgestorven bij. Zelfs de taverne op het plein die altijd open is, was gesloten. De groep zou pas rond één uur arriveren, en gezien de wiebelige staat van mijn maag had ik voor die tijd toch wel behoefte aan een warme kop thee. Vlak bij de bushalte had ik weliswaar een café gezien dat open was, maar daar was ik niet gestopt omdat ik verwachtte dat er op het grote plein wel iets open zou zijn. Niet dus. Er zat niets anders op dan de tien minuten maar weer terug te lopen. Tot overmaat van ramp zat het café ook nog vol met mannelijke ‘locals’ waarvan eentje, een oudere man naast de houtkachel, mijn verschijning blijkbaar heel interessant vond. Hij bleef me tenminste de hele tijd aanstaren alsof ik een wezen van een andere planeet was. Gelukkig was de thee lekker warm en kon ik na een halfuurtje zonder wiebelige maag weer verkwikt teruglopen naar het plein.

De groep, zo’n dertig man, arriveerde netjes rond één uur, en het was leuk om een flink aantal bekenden te kunnen begroeten. Minder leuk was het dat het precies op dat moment begon te miezeren, wat al heel snel veranderde in flinke regen. Het gevolg was dat de normaal al niet makkelijk beloopbare stenen van het kalderimipad spek- en spekglad waren. Gecombineerd met natte bladeren, grote plukken mos en redelijk steile afdalingen leverde dat gevaarlijke situaties op. Ik heb het grootste deel van de wandeling dan ook afgelegd via de berm langs het pad. Helaas zijn die bermen begroeid, voornamelijk met braam- en andere stekelige struiken, wat mijn humeur er niet beter op maakte. Van de wandeling zelf heb ik letterlijk niets gezien. Ik had het veel te druk om niet onderuit te gaan. Natuurlijk gebeurde dat toch, ondanks dat bermlopen. Echt hard viel ik niet – door het schrijven aan mijn romans heb ik aardig wat zitvlees gekweekt – en ik kwam goed terecht, maar ja, daarna loop je uiteraard nog voorzichtiger dan ervoor. Het enige lichtpuntje in deze zeer natte, anderhalf durende wandeling was een aardige Schotse meneer, die zijn tempo vrijwillig aan dat van mij aanpaste en mij op de meest cruciale momenten met een helpende hand over extra steile en gladde meters hielp. Eenmaal in Milina gearriveerd, hield het op met regenen, wat een schrale troost was aangezien ik tegen die tijd behoorlijk doorweekt was. Maar hoera, in de taverne waar we aten was het warm, en ach, die natte haren en sokken droogden vanzelf wel een keertje.

De lunch was op zich best aardig, alleen aan de karige kant en met een hoog vegetarisch gehalte. Dat laatste vind ik als niet vegetariër beslist geen probleem. Courgetteschijfjes, auberginesalade, tomatenballetjes… daar kan ik flink van smullen, maar als het gaat om laffe bonenpuree, korrelige quinoa salade en zure witte koolsalade ben ik minder enthousiast. En die laatste gerechten kregen we dit keer dus voorgezet. Voor de vleesliefhebbers was er nog wel een schaaltje met kleine gehaktballen in tomatensaus, maar daar hield het mee op. Een beetje teleurstellend, zeker na een wandeling waar je ook al niet vrolijk van werd. Gelukkig was mijn tafelgezelschap wel gezellig. We hadden elkaar lang niet gezien en gesproken, en konden heerlijk bijkletsen. Ook fijn was dat ik na afloop niet weer met de bus hoefde, maar mee kon rijden met een Grieks echtpaar uit Volos.

Ik vrees echter dat dit de laatste keer is dat ik u verslag zal doen van mijn avonturen met de Vrienden van de Kalderimi. De groepswandelingen waren in het verleden altijd leuk en goed te doen voor recreatieve wandelaars zoals ik. In de afgelopen twee jaar is dat helaas sterk veranderd. De kern van de groep bestaat nu uit getrainde wandelaars die hun hand niet omdraaien voor lastige klimpartijen en glibberige afdalingen. Het tempo ligt hoog, wat het voor de minder getrainden onder ons moeilijk maakt om ontspannen te wandelen. Zeker, er wordt op bepaalde punten gewacht op de achterblijvers, maar zodra die er zijn gaat de groep weer verder, waardoor de achterblijvers min of meer ‘gedwongen’ worden om in één ruk van A naar B naar C te lopen. De laatste groepswandelingen waren voor mij dan ook behoorlijk teleurstellend, en eigenlijk alleen maar leuk door de lunch na afloop. Alleen… dat is niet waarvoor je aan zo’n wandeling begint, toch?

Gelukkig staan de beschrijvingen van de wandelingen online, en ik ga een aantal daarvan zeker ook in het komende jaar lopen. Maar dan wel zonder de Vrienden van de Kalderimi’s, in mijn eigen tempo, en samen met mensen die net als ik graag om zich heen kijken en regelmatig even stilstaan bij wat je onderweg allemaal tegenkomt. Dat lijkt me heel wat leuker dan de groepswandelingen die ik de afgelopen tijd heb gedaan. Wie weet, misschien richt ik in de toekomst nog weleens mijn eigen wandelclubje in Pilion op. Maar dan wel bestemd voor degenen onder ons die minder gericht zijn op prestatie en meer op recreatie. Aanmelden kan vanaf nu via mijn website… 😉

♥♥♥♥♥

De Vloek van Drake’s Drum

In een van mijn eerdere columns vertelde ik al eens over een bezoek aan de oude begraafplaats van Volos, in de buitenwijk Neo Ionia. Tussen alle oude graven ontdekte ik daar in een afgelegen hoekje een omheind gedeelte waar volgens een marmeren plaquette achttien Engelse zeelieden liggen begraven. Allen behorend tot de bemanning van het Britse marinefregat de HMS Devonshire, en omgekomen op 26 juli 1929.  Bij thuiskomst ontdekte ik dat het bewuste fregat destijds deel uitmaakte van een grootscheepse Vlootoefening in het Middellandse Zeegebied. Tijdens een schiettraining voor de kust van Skiathos blokkeerde echter een van de twee kanonlopen, en toen degene die het betreffende kanon bemande het stuitliggingsblok opende, ontplofte de stuwlading in de loop. Bij de daaropvolgende explosie verloren achttien bemanningsleden het leven, en nog eens vijf mannen overleden later op het hospitaalschip HMS Maine aan hun verwondingen. Zij liggen begraven op Malta.

In de afgelopen maanden bracht ik het onderwerp een aantal keren ter sprake als ik mijn in Pilion wonende Engelse vrienden ontmoette, omdat ik het toch wel een intrigerend verhaal vond. De een voor de ander bekende nog nooit iets gehoord te hebben over het feit dat er in Volos een Brits marinegraf is, maar een van hen, door mij nieuwsgierig geworden, stuurde mij onlangs een link naar de site royalnavymemories.co.uk. En daar vond ik niet alleen feiten en namen, maar ook een aantal foto’s van de begrafenis die al een dag na de explosie plaatsvond in Volos. Een indrukwekkende gebeurtenis moet dat zijn geweest, want ook de bemanningen van de andere schepen die deel uitmaakten van de Britse vloot waren erbij aanwezig. Naar aanleiding van dit ongeluk werd er op alle Britse marineschepen onmiddellijk een veiligheidsklep op het stuitsliggingsbok aangebracht, en ene Mr. Terence Warner, oud-marineman, schreef in een reactie op het artikel over de gebeurtenissen op de HMS Devonshire: “Ik diende later op dezelfde plek als de marinier die in 1929 per ongeluk het stuitliggingsblok opende. Ik dacht aan hem iedere keer als we begonnen met schieten, want door zijn dodelijke fout zijn wij nu beschermd. God hebbe zijn ziel…” Vergeten werden ze zeker niet, want diezelfde oud-marinier herinnert zich nog heel goed dat hij en zijn collega’s in 1958/59 vanaf hun schip in een officiële parade naar de begraafplaats liepen om de omgekomen mariniers eer te bewijzen. “We werden begeleid door de Black Watch Band, en het was daar, op die Griekse begraafplaats, dat ik voor het eerst de indringende melodie van The Flowers Of The Forest hoorde…”

Niet iedereen was er echter van overtuigd dat het dodelijke ongeluk geheel en al te wijten viel aan een menselijke fout. Aan boord van de HMS Devonshire bevond zich namelijk een zilveren replica van “Drake’s Drum”. Het oorspronkelijke muziekinstrument behoorde toe aan de beroemde zeeheld Sir Francis Drake, die de trommel op al zijn reizen meesjouwde. Kort voor hij stierf beval hij dat zijn dierbare instrument naar Buckland Abbey moest worden gebracht om daar voor altijd te blijven. Als Engeland ooit in gevaar was, moest iemand op de drum slaan en dan zou hij vanuit de hemelen terugkeren om zijn land te verdedigen. Drake’s Drum mocht de Abbey nooit verlaten, maar dat gold niet voor de replica die door Lord Milmay of Flete in maart 1929 aan het gloednieuwe Britse fregat de Devonshire werd geschonken. Na het ongeluk met het stuitliggingsblok duurde het echter niet zo heel lang voordat er geruchten opdoken dat het schip vervloekt zou zijn vanwege de aanwezigheid van Drake’s Drum, die immers nooit de Abbey mocht verlaten. Tussen 1929 en 1935 vonden er op het schip nóg een aantal ongelukken plaats, waaronder een brand, een zeeman die uit de mast viel, het rammen van een kademuur, en in 1935 opnieuw een explosie waarbij drie mensen omkwamen. Door dit alles werd het geloof in de Vloek van Drake’s Drum steeds sterker, en na dat laatste ongeluk dienden de bemanningsleden dan ook een petitie in om de replica van het schip te laten verwijderen. Dit gebeurde, en de HMS Devonshire doorstond de verschrikkingen van WOII zonder verdere noemenswaardige incidenten. Aan de lange ‘loopbaan’ van het schip kwam uiteindelijk pas een einde in 1954, na haar allerlaatste reis… naar de sloperswerf.

Het verhaal zelf loopt echter nog een aantal decennia door, want in mei 2003 besloot het gemeentebestuur van Volos dat de begraafplaats in Neo Ionia weg moest om plaats te maken voor een groot park. Alle graven moesten geruimd worden, wat in Griekenland een vrij normale gang van zaken is. Juist daarom hadden de Britse mariniers al in 1929 een lage muur om de graven gebouwd, in de hoop hun kameraden daarmee te beschermen tegen ruiming. De plannen van het gemeentebestuur leken daar een einde aan te maken – tenzij de Britse regering bereid was een bedrag van ₤ 85.000 te betalen als compensatie voor tweeënzeventig jaar grafrechten. Zo niet, dan zouden de overblijfselen van de Britse zeelieden op de grote hoop in een greppel terechtkomen. Na enig touwtrekken tussen de Britse Ambassade en het gemeentebestuur werd het bedrag al snel verlaagd tot ₤ 28.000, maar gelukkig kreeg de Raad van Bestuur van de Stedelijke Begraafplaats Neo Ionia in november 2003 een nieuwe voorzitter. Deze man, ene Christos Stathopoulos, liet alle acties met betrekking tot de claim stopzetten, en bevestigde in een brief aan de ambassade dat alle bestaande afspraken uit 1929 over het behoud van de Britse zeegraven weer in ere werden hersteld. Eind goed, al goed dus.

Het park is er nooit gekomen, al is er rond het ‘Britse Hoekje’ ooit een begin gemaakt met het ruimen van de zich daar bevindende Griekse graven. Omgevallen stenen en verwaarloosde paden omringen de nog steeds keurig onderhouden laatste rustplaats van de Britse mariniers. Heel jammer dat niemand het nodig vindt om daar iets aan te doen, want de Taxiarches Begraafplaats van Neo Ionia is in mijn ogen een heel bijzonder monument. De veelal indrukwekkende graven vertellen ieder voor zich hun eigen verhaal, waardoor de geschiedenis echt tot leven komt – al is het maar in de columns van een Nederlandse schrijfster uit Kato Gatzea… 😉

Bronvermelding en copyright foto's HMS Devonshire
©Roll-Of-Honour.com

♥♥♥♥♥