Achter de schermen

Wat een gezellige septembermaand was het weer hier in Pilion! Met natuurlijk als hoogtepunt het verschijnen van mijn boek Heerlijke Dromen op 24 september. De uitgever had mij gevraagd of ik ter ere daarvan een korte promotie-video wilde maken, en voor ik het wist had ik al ja gezegd, want dat soort dingen hoort erbij als je je product ‘goed in de markt wilt zetten’. Punt is alleen dat ik zelden of nooit videootjes maak, laat staan van mezelf. Ik heb al wel enige tijd een smartphone, maar selfies maken vind ik echt vreselijk en het idee dat ik nu een volle minuut in de camera iets moest gaan zeggen om mijn boek onder de aandacht te brengen bezorgde me toch wel wat slapeloze uurtjes.

Ik schoof het dus maar een beetje voor me uit, en genoot ondertussen van het gelukkig nog steeds zonnige Griekse leven. In september komen er altijd wel een aantal oude bekenden naar de Pilion, met wie ik dankzij het niet al te intensieve schrijfleven zo af en toe gezellig op een terrasje kon zitten. Ik heb zelfs weer een keertje aan het heerlijk lege strand gelegen en lekker ontspannen rondgedobberd in het water van de Pagasitische Golf. Leuke, relaxte dingen dus en tot mijn grote vreugde hoorde ik dat de beroemde Griekse zanger Mario Frangoulis half september zou optreden in het openluchttheater van Volos. Aangezien ik al jaren fan van hem ben, moest en zou ik daar natuurlijk wel naartoe. En daar heb ik geen spijt van gehad. Het werd weer een fantastische concertavond die we na afloop hebben bekroond met een zeer gezellige tsipouro met hapjes op de nachtelijke boulevard van Volos om ons muzikale zomerseizoen op een waardige manier af te sluiten.

Die tsipouro was trouwens welverdiend, want in de dagen ervoor hadden manlief en ik samen ‘even’ de woonkamer geverfd. Het witte plafond en de kleurrijke muren waren na twee winters hout stoken dringend toe aan een opknapbeurt. Met mijn Rozen van Beekbrugge-project helemaal af kon ik geen excuus meer bedenken om het niet te doen, dus sleepten we op een zonnige donderdagochtend de meubels naar buiten om vol goede moed aan de klus te beginnen. Want een klus is het, hoor! Dat verven op zich valt wel mee, maar voordat je zover bent, heb je al een halve dag achter de rug met meubels versjouwen, randjes afplakken en de grond afdekken. De voorstrijklaag die erop moest om de verf goed te laten dekken op de poreuze ondergrond moest 24 uur drogen voordat we echt aan de slag konden. Twee lagen hadden we nodig voor alles naar ons zin was, maar op zondagavond zaten we er weer keurig en fleurig bij. Zelfs de gordijnen hingen gestreken en wel aan de rails.

Ondertussen naderde het uur U, oftewel de video-deadline, met zeer rasse schreden. Dus poetste ik mezelf op een zonnige septemberochtend helemaal op. Vol in de make-up, haartjes geföhnd, ketting om, paar oorbellen in… Ik was er op mijn terrasje achter in de tuin helemaal klaar voor. De telefoon stond op een stapel boeken voor de juiste hoogte, een paar stenen erachter zodat hij er niet af kon vallen… en toen begon de buurvrouw naast ons een heel gesprek met een andere buurvrouw op de straat voor ons huis. Grieken zijn geen zachte praters, en er zat niets anders op dan te wachten tot ze uitgekletst waren. Intussen had ik in mijn hoofd al een aardige intro bedacht, dus ondanks het geklets vlak bij me begon ik alvast maar met proeffilmen. Afijn, vier uur later – de overbuurman had tussendoor ook nog even een paar houtblokken gezaagd – had ik na tig-tig-tig-pogingen eindelijk iets op mijn telefoon staan dat er volgens mij redelijk mee door kon. Vol trots showde ik het aan manlief, die het echter totaal niet met mij eens was. ‘Overbelicht, ziet er niet uit,’ was het ongenadige oordeel. Maar, voegde hij er heel lief aan toe, hij wilde me wel helpen door samen een shoot te doen, maar dan wel met zíjn fotocamera, die veel betere filmpjes maakt dan een telefoon.

Zo gezegd, zo gedaan. De make-up werd bijgewerkt, het ingezakte haar weer wat opgeduwd, en daar gingen we. Nou ja, het duurde wel even, want eerst moest het statief op ons kleine ronde terrasje worden opgesteld, manlief op een stoeltje erachter, ik op een stoeltje ervoor… Het liep al tegen vieren toen de eerste oefenshots gemaakt konden worden. Hebben jullie ooit weleens voor de vuist weg in een donkere lens gepraat terwijl je kritisch toeluisterende echtgenoot op een stoeltje erachter zit? Het leverde een flink aantal ‘…stop maar, overnieuw!’ op, omdat ik door de spontaan opkomende giechelbuien de zinnen van mijn verhaaltje flink door elkaar husselde. Maar na een halfuurtje hadden we toch een paar complete verhaaltjes erop staan, en opgelucht pakten we de boel weer in. Ik was natuurlijk supernieuwsgierig naar het resultaat, en schoof de memorycard van de camera meteen in mijn computer. Prachtige opnames waren het, echt waar. Het enige vervelende was dat de achtergrond haarscherp was – en mijn gezicht niet om aan te zien!

Inmiddels was de zon al aan het zakken, net als mijn stemming, en nieuwe opnames waren niet aan de orde. Ik heb het dus een paar dagen later zelf nog maar een keertje geprobeerd. Gewoon weer achter de stapel boeken met mijn telefoon erop, zonder manlief in de buurt, en inmiddels had ik mijn verhaaltje al zo vaak afgestoken, dat het er redelijk snel op stond. Honderd procent tevreden over het resultaat ben je zelf natuurlijk nooit, maar vooruit, na die ruim honderd pogingen moest het maar zo. De video verscheen op 24 september op de FB-pagina van Harlequinboeken, en tot mijn grote verbazing werd hij binnen een paar dagen al meer dan 1200 keer bekeken. Ik heb het dus allemaal niet voor niets gedaan. Stel je voor dat niemand ernaar kijkt. Dat was pas écht erg geweest na al die mislukte pogingen. En als al die kijkers mijn boek nu ook nog allemaal gaan kopen, dan ben ik binnenkort zeer zeker weten een hele blije schrijfster… 🙂

N.B. Heerlijke Dromen is enkele weken lang te koop bij de grotere supermarkten (in het tijdschriftenschap) en te bestellen via www.Harlequin.nl. De complete De Rozen van Beekbrugge-serie is nu ook uitgegeven als 3 in 1 e-bundel, eveneens via de link te bestellen.

Het eindresultaat… 😉

♥♥♥♥♥

 

Het einde van de lummeltijd

Alhoewel de mussen – nou ja, eerder de tortelduifjes – nog steeds van het dak vallen van de hitte, wordt het zo langzamerhand toch wel weer tijd voor mij om serieus aan het werk te gaan. In mijn werkkamer is het in deze bloedhete zomermaanden echter niet te harden, en ook op het terras is het ondanks de ventilator niet prettig werken meer. Gelukkig hebben we onlangs toch maar besloten ook in de woonkamer een airco te laten installeren, en gecombineerd met de slaapkamerairco zorgt dat voor een heerlijk koel huisje. De afgelopen dagen heb ik dus met mijn computer aan de eetkamertafel in de hal doorgebracht om enigszins comfortabel aan een aantal tekst- en redactieopdrachten te kunnen werken. Een tijdelijke oplossing, en pure noodzaak bij temperaturen boven de dertig graden, maar om nou te zeggen dat het zo ideaal is… Nee, daarvoor is de hal te donker, de eettafel te klein, en de locatie – midden in het huis – te onrustig.

Een daadwerkelijk schrijfbegin maken met een nieuw boek moet daarom nog even wachten tot de ergste hitte voorbij is, maar dat is niet zo heel erg. Mijn romans beginnen immers altijd in mijn hoofd, waar ze eerst weken- en soms wel maandenlang lekker doorsudderen. Dat geeft niet, want die suddertijd benut ik goed door de locatie en achtergronden van het verhaal op mijn gemak te researchen. Als ik jullie dan vertel dat mijn volgende roman zich gaat afspelen op het piepkleine Kanaaleiland Herm, waar ik afgelopen mei zelf heb rondgelopen, dan kun je je misschien wel voorstellen dat al die research niet bepaald een straf voor me is. Het gevaar van zo’n relaxte en altijd interessante researchperiode is wel, dat ik meestal langer door blijf sudderen dan eigenlijk wenselijk is. Wat minder hoge temperaturen zouden mij zo langzamerhand wel heel goed uitkomen, maar zoals we allemaal weten, dat hebben we helaas niet zelf in de hand. Daarom probeer ik nog maar even niet al te veel aan die naderende deadline te denken, en gewoon te genieten van wat de zomer hier in Pilion ons behalve de hitte nog meer biedt.

En dat betekent behalve strandbezoekjes ook veel openluchtconcerten, met optredens van meer en minder beroemde Griekse zangers en zangeressen, die de zomerperiode benutten om langs de wat kleinere concertpodia in het land te touren. En zo kwam het dat ik een paar weken geleden samen met twee vrienden naar het openluchttheater van Nea Ionia – een buitenwijk van Volos – reed voor een optreden van Eleonora Zouganeli. Eleonora wie? Ja, dat vroegen wij ons ook af, want geen van allen hadden we ooit van haar gehoord, al konden we uit de YouTube-filmpjes die we vooraf bekeken hadden wel opmaken dat ze een van de ‘grotere’ was, met name bij de wat jongere generaties. Dat was ook wel te zien aan de lange rij die zich om acht uur al voor de ingang van het theater bevond. Er huppelden behoorlijk wat kinderen rond, al is dat niet uitzonderlijk bij Griekse optredens. Aanvangstijd van het concert was negen uur, maar zoals dat hier altijd gaat, werd dat ‘iets’ later. Om kwart voor tien stoof onder luid applaus een kleine, energieke dame het podium op, en barstte er een zang- en vooral lichtshow los die ons totaal verbijsterde. Of beter gezegd, verblindde. We zaten precies tegenover het toneel, dus keken recht in de op het publiek gerichte grote witte schijnwerpers die flitsend aan- en uitknalden.

Nu zijn vrienden en ik niet meer een van de jongsten, en al dat licht- en geluidsgeweld kwam bij ons wel heel erg hard binnen.  Zozeer, dat we na de eerste drie nummer ieder voor zich al aan een voortijdige aftocht zaten te denken. Maar gelukkig is het daar niet van gekomen. De grote witte lichten gingen voor de rest van het optreden in retraite en veranderden in een werkelijk spectaculaire lichtshow. Het volume bleef voor ons wel aan de veel te harde kant, maar gelukkig had ik ergens onder in mijn tas nog een dot watten zitten. Die kwam perfect van pas, want daardoor werd het geluid net genoeg gedempt om de doordringende scherpte ervan weg te halen. Het kwam de kwaliteit van Eleonora’s songs zeer ten goede. Helaas was de dot niet groot genoeg om drie mensen te voorzien van geluiddempers, maar zie, in mijn tas – je wilt niet weten wat ik altijd met me mee sjouw in dat ding – zat uiteraard ook een pakje zakdoekjes. En met een beetje scheur- en vouwwerk bleken dat net als de watjes perfecte dempers te zijn.

Het werd een fantastische avond. Eleonora bleek te beschikken over een prachtige stem, waarmee ze ons een zeer gevarieerd muzikaal programma voorzette. Begeleid door een complete band met accordeon, bouzouki, gitaren, keyboard, piano en drumstel – en de spectaculaire lichtshow niet te vergeten – werd het met recht een boeiend optreden waarvan we alle drie ontzettend hebben genoten. En wij niet alleen. Tussen het toneel en de in halfronde vorm gebouwde publieksarena lag een leeg rond plein, waar de kinderen zich tijdens het optreden uitstekend vermaakten en de ouderen bij de laatste nummers huppelend met de beentjes van de vloer gingen. De échte fans stonden tegen die tijd rijen dik tegen het toneel aangeplakt, telefoontjes in de aanslag om toch maar niets te missen van hun grote idool. Kortom, het was een muzikaal spektakel dat ik niet graag had willen missen.

Niet zo spectaculair, maar daarom niet minder leuk,  was het optreden van Eleni Filini, ook al zo’n ‘grote’, gisteravond op de romantisch verlichte pier van Kato Gatzea, onderdeel van de drie ‘Zomerse Dorpsavondjes’ die ieder jaar voor de bewoners van ons dorp en overige belangstellenden worden georganiseerd. Ook dit optreden werd gekenmerkt door een wat ander repertoire dan we doorgaans te horen krijgen van Griekse muzikanten. Spaans, Grieks, Italiaans en zelfs wat Engelse nummers kwamen voorbij, waardoor het een gezellig feestje werd met veel meedeinende en -klappende mensen, waarvan een groot deel zich had neergezet aan de tafeltjes van de tavernes en café’s die zich rond de haven bevinden. Ook Eleni Filini heeft een mooie, krachtige stem, die aangenaam is om naar te luisteren, maar ik moet eerlijk bekennen dat voor mij het hoogtepunt van de avond toch het lied ‘Delilah’ was, dat gezongen werd door een van haar begeleiders. Hij deed dat met zoveel inzet, met zoveel ‘pathos’, maar ook met zoveel eigen interpretatie en in een eigen uitvoering, dat mijn lachspieren acuut in werking traden. Het was prachtig, daar lag het niet aan, maar zo totaal anders dan Tom Jones het ooit heeft bedoeld. Ik kon er echt niets aan doen, de tranen van het lachen liepen letterlijk over mijn wangen. En dat overkomt me niet zo heel vaak…

Een welbesteed avondje dus, en een waardige afsluiting van mijn juli-maand. Al met al kan ik met een tevreden glimlach terugkijken op een heerlijk lome, luie en vooral gezellige zomer, die gelukkig nog niet helemaal voorbij is. Tussen het werk door ga ik de komende weken zeker verder met genieten, maar de echte lummeltijd… tja, die zit er zo langzamerhand toch wel op voor mij.

Nu alleen die idioot hoge temperaturen nog even naar beneden… 😉

♥♥♥♥♥

Zomerse dagen

Het nadeel van de Griekse zomer is dat je er zo heerlijk lui van wordt. Als de temperatuur op je terras naar de vijfendertig en daarboven kruipt, schakelen je lichaam en geest automatisch over naar relax-stand. Niet zo verwonderlijk natuurlijk. Het is gewoon veel te heet om op welk gebied dan ook actief te zijn. Ik prijs mezelf echt heel gelukkig dat ik deze zomer eens een keer niet aan de slag hoef met belangrijke schrijfprojecten en die lekker luie relax-stand helemaal mag omarmen. Ik ben al een aantal keren gezellig met manlief wezen dompelen aan het strand, we drinken zo af en toe ’s avonds een tsiporootje of een wijntje op een van de terrasjes om de zon in zee te zien zakken, en maken ons verder niet al te druk om wat er in de wereld en om ons heen gebeurt.

Het enige waar ik momenteel niet blij mee ben, zijn de vliegen en muggen die lak hebben aan de sterke wind van de terrasventilator en zich regelmatig op de onbedekte delen van mijn lijf storten. En gezien de hoge temperaturen is er heel wat huid voor hen beschikbaar om te ontdekken. De vliegenmepper, het antimuggenspul en de anti-prikgel liggen dus standaard naast me. Helaas hebben die rotbeesten ook daar lak aan, zodat ik me – als het me echt te veel wordt – uit lijfbehoud regelmatig toch maar binnenshuis terugtrek. Wat niet echt een straf is, hoor, want eigenlijk is het daar nu veel fijner. Door de airco is het er heel wat koeler dan buiten, iets wat onze Ira al weken eerder heeft ontdekt.

We zouden haast vergeten dat we een hond hebben, en dat terwijl ze toch niet de kleinste der honden is. Ze ligt de hele dag op het koelste plekje in huis: naast mijn bed, onder de airco, languit op haar rug, en is er alleen voor haar middagmaal even vandaan te krijgen. Dat werkt ze dan op haar eigen slordige manier naar binnen – maar wel in de keuken in plaats van buiten a.u.b.! – om daarna onmiddellijk weer naar de slaapkamer te verdwijnen, de waterbak aldaar leeg te slobberen, en zich vervolgens met een diepe zucht weer op de plavuizen neer te vlijen. Want ja, eten is een zware bezigheid met deze temperaturen, daar moet je echt uren van bijkomen. Het is zelfs zo erg dat madam stelselmatig haar uitlaatronde weigert, zelfs als de zon al onder is. Sta je daar toch mooi voor paal met je riem bij het tuinhek!

Pas in de loop van de avond begint ze zich te roeren. Zo tussen negen en tien krijgt ze altijd haar avondsnack: dan mag ze eindelijk legaal de kattenbakjes leegmaken. Hoewel die tegen die tijd al regelmatig leeg zijn omdat we dus vergeten dat ze binnen is en de keukendeur per ongeluk open laten staan. En heel vreemd, maar hoe diep Sneaky Ira ook in ruste is, op de een af andere manier weet ze precies wanneer die keukendeur open blijft. Hetzelfde geldt voor onbewaakt eten op de tafel in de woonkamer. Even naar buiten of naar de keuken wippen om iets te pakken is er niet bij. Bij terugkomst zijn de bordjes leeg, en ligt madam zeer onschuldig en zeer tevreden weer op haar rug in de slaapkamer alsof ze er niet weg is geweest. Tot na de avondsnack. Dan verplaatst ze haar logge lijf welwillend naar buiten, alwaar ze dusdanig op het tuinpad gaat liggen dat ze alle vreemde voorbijgangers inclusief passerende buurkatten kan aanblaffen zonder ervoor te hoeven opstaan. Tja, waarom zou je het jezelf moeilijk maken bij deze temperaturen?

Het leven in Huize Hollander kabbelt dus aardig rustig voort, met zon, zee, strand en soms ook onverwacht leuke ontmoetingen. Zo ben ik een heel gezellig dagje lang op stap geweest met vriend Maarten G. Verhoef uit Pereia, een dorpje even voorbij Thessaloniki. Maarten bakt daar in zijn eigen bakkerij Damaris verse Hollandse stroopwafels, kokosmakronen, amandelspeculaas en andere lekkernijen. Hij levert zijn producten door heel Griekenland en ver daarbuiten, en is door zijn niet aflatende enthousiasme op zijn Facebook-pagina al aardig beroemd onder de echte Griekenland-liefhebbers. Nu is Maarten altijd op zoek naar nog meer goede klanten, en daarom gingen hij en ik onlangs samen in Kala Nera en omstreken op pad om te proberen hier in Pilion een paar leuke adresjes te vinden voor zijn Hollandse stroopwafels en andere lekkernijen.

Het werd een vermoeiende en doldwaze dag, waarop we heel wat stroopwafeltjes en speculaasjes hebben uitgedeeld. En niet alleen aan de eigenaars van de Griekse koffietenten, hoor. Ook soms zomaar spontaan aan Hollandse vakantiegangers, die verbaasd naar zijn stroopwafel-logo op de auto staarden en toch weleens wilden weten hoe een Nederlandse koekenbakker nou in vredesnaam in Griekenland terecht was gekomen. Tussen al die avonturen door hebben we ook nog kans gezien om even af te koelen in de zee, had manlief ondertussen al een zak gevuld met abrikozen uit onze boom om mee naar Pereia te nemen en hebben we Maarten bij het afscheid ook nog maar een paar plantenstekjes in de armen gedrukt voor zijn mooie tuin. En het leukste van alles is natuurlijk wel dat Ya Banaki, een van de gezelligste terrasjes in Kala Nera, inmiddels de eerste verse speculaasjes-bestelling heeft ontvangen. Ik hoop echt dat de nieuwe koekjes in de smaak zullen vallen bij de klanten van Ya Banaki, want ik wens de keihard werkende en altijd goedlachse Maarten echt alle geluk toe om van zijn onbesuisde Griekse avontuur een groot succes te maken.

Een ander leuk nieuwtje is dat mijn Pilion-reisgids deze zomer ook in Kala Nera te koop is, bij de voormalige taverne Paris. Christos en Paris hebben namelijk na dertig jaar het roer omgegooid, en hun beroemde taverne gesloten. Op dezelfde plek vindt u nu alleen nog hun souvenirwinkel To Trenaki, waar u ook terecht kunt om scooters, fietsen en e-bikes te huren. Dus mocht u tijdens uw vakantie spijt krijgen omdat u mijn reisgids niet al voor uw vertrek hebt aangeschaft, dan kunt u dat alsnog ter plekke doen. Net als mijn dubbelroman Griekse Zomers trouwens, al moet ik voor wat de romans betreft wel aantekenen dat op ook echt op is. Het kost te veel aan porto om exemplaren van mijn boeken vanuit Nederland naar Griekenland te laten komen, dus een nalevering is er helaas niet bij. Van een van de ‘lokale’ Griekse Zomers-exemplaren weet ik trouwens ook waar die terecht is gekomen, omdat ik er tijdens een ontmoeting op het hotelterras waar Maarten en ik even uitpuften voor een drankje heel trots mijn handtekening in heb mogen zetten. Het was een spontane, mooie en supergezellige ontmoeting met twee lieve mensen, en ik kreeg vanmorgen een berichtje dat het boek inmiddels al uit is. ‘Met heel veel plezier gelezen,’ schreef Loeki, en dat doet mijn schrijvershart natuurlijk heel veel goed.

O ja, dat zou ik bijna nog vergeten. Mocht u na het lezen van mijn column ook met een boek in relax-stand willen gaan, neem dan eens een kijkje in de VakantieBieb. Mijn tweede dubbelroman Verliefd in Griekenland – met daarin de eerder verschenen romans Harteloos en Verscheurd Verlangen – is daar gratis en voor niets te lezen. Even registreren, en u kunt meteen onderuit voor een paar uurtjes leesplezier op uw balkon, tuinterras en/of strandbedje – of gewoon bij de airco natuurlijk… 😉

Fijne zomer allemaal!

♥♥♥♥♥

 

Terug van weggeweest

‘Zullen we in mei samen een weekje Guernsey doen?’ vroeg mijn oudere zus mij in januari. In het kader van mijn studiereizen voor de Oad had ik zo’n twintig jaar geleden dit eiland ook al eens bezocht, een kennismaking die me destijds prima was bevallen, dus lang hoefde ik niet over haar voorstel na te denken. Half mei vloog ik dan ook geheel volgens plan naar Nederland, om twee dagen later samen met zus door te reizen naar onze bestemming. Het werd een heerlijke vakantieweek, die al prima begon met de rit naar Eelde, oftewel Groningen Airport. Keurig op tijd werden we bij zus thuis opgehaald met een zeer comfortabele airporttaxi, waarvan de portieren tot onze verrassing – en hilariteit – naar boven toe openzoefden. Zo’n auto die je in een James Bond-film ziet, zal ik maar zeggen. Om ons ‘vip-gevoel’ nog wat aan te wakkeren hebben we bij het uitstappen de chauffeur gevraagd even te wachten tot er flink wat mensen voor de vertrekhal stonden voordat hij op het ‘portieren open-knopje’ drukte, iets waar hij met plezier aan voldeed. En zo arriveerden wij in grootse stijl op de luchthaven voor onze vlucht met Blue Islands Airlines naar St. Peter’s Port op Guernsey.

Het vliegtuig was wel wat pietepeuterig. Een beetje zoals de DC9 van vroeger, maar dan nog kleiner. In de DC9 pasten destijds 109 passagiers, hier gingen er ‘maar’ 90 in. Bemanning en passagiers hadden er zin in, en na amper twee uurtjes vliegen landden we al op het eveneens pietepeuterige vliegveld van St. Peter Port, de hoofdstad van dit op een na grootste Kanaaleiland. Klein, gemoedelijk en ja, pietepeuterig… dat zijn de woorden waarmee ik Guernsey het best kan omschrijven. De lokale bus – ook al kleiner dan ‘onze’ bussen vanwege de zeer smalle weggetjes in het binnenland – rijdt in nog geen drie kwartier vanuit de hoofdstad over de kustweg het hele eiland rond. Overstappen op andere bussen is geen enkel probleem, al is het soms wat lastig om de juiste bushalte te vinden. Maar na wat gehannes daarmee begrepen we al snel dat het op de weg geschreven ‘BUS’ geen busbaan aanduidde, zoals wij dachten, maar gewoon de halte was. Alleen… of dat voor de North, South, West of Eastbound-bus was, stond er niet altijd bij. Ach, het deerde niet. De busritten voerden ons rondom of dwars over het eiland, zodat we een prima indruk kregen van wat het te bieden had, en tegen een ritprijs van 1 Guernsey Pound – gelijk aan de Britse pond – hadden we er echt geen enkel bezwaar tegen om na een uitstapje via een omweg ons lekker rustig gelegen hotel te bereiken. Mijn dagelijkse Bacardi coke met ijs in de zonnige hoteltuin smaakte na afloop van onze busavonturen des te beter.

Ruige kusten, brede zandstranden, subtropische vegetatie en holle wegen tussen bloeiende voorjaarsweiden… We hebben de schoonheid van de Kanaaleilanden volop kunnen ervaren tijdens onze vakantieweek. En dan heb ik het nog niet eens over de deftige Manors en de prachtige botanische tuinen die we bezocht hebben. Iedere dag was een nieuw avontuur, met behalve de busritjes ook excursies inclusief een ferryovertocht naar de schattige eilandjes Herm en Sark. Beiden autoloos, wat hen tot een waar wandelparadijs maakt. Op Herm deden we een Garden Tour onder leiding van de tuinman van het eiland, op Sark maakten we een twee uur durende rondrit in een victoriaanse privékoets met gids, getrokken door Alfie het Paard. Even iets anders dan de Bond-auto waarmee we begonnen, maar wel met hetzelfde vip-gevoel. We hebben onderweg dan ook koninklijk gezwaaid naar onze medereizigers die de prachtige natuur liever op hun wandelschoenen verkenden. Het weer was ons uitermate gunstig gezind. Na een lange periode van regen, wind en lage temperaturen brak al snel na onze aankomst op Guernsey de zon door. Tot ver boven de twintig graden steeg het kwik, en dat hield aan tot we weggingen. Op onze vertrekdag regende het, wat de lieve receptioniste van ons hotel de opmerking ontlokte: ‘Guernsey huilt omdat jullie vertrekken. Kom maar snel weer terug…’

En ja, misschien komt het daar in de toekomst nog weleens van. Vrienden van ons, die twaalf jaar op Pilion hebben gewoond, keren binnenkort ‘voorgoed’ terug naar Guernsey, waar ze beiden opgegroeid zijn. Het zou leuk zijn om hen een keertje op te zoeken en te horen hoe het hun daar bevalt na zo lang ‘op zijn Grieks’ geleefd te hebben. Het leven hier in Pilion verloopt toch enigszins anders dan elders in Europa, dat heb ik ook nu weer zelf kunnen ervaren. Ik kan helemaal in verrukking staren naar bussen die om het kwartier en precies op tijd rijden, lyrisch worden over supersonische douches met een harde, warme straal in een badkamer voorzien van spatscherm of douchegordijn, en me verbazen over uitgebreide menukaarten waarop gerechten staan die zowaar ook daadwerkelijk te krijgen zijn. Zulke ‘gewone’ dingen zijn hier nu eenmaal niet altijd vanzelfsprekend, dus als ik van huis ben, geniet ik daar dubbel van.

En misschien is dat wel het leuke van op vakantie gaan. Even ergens anders kijken, genieten van alles wat anders gaat – en vervolgens een diepe zucht van tevredenheid slaken als je na zo’n mooie vakantie weer in je eigen vertrouwde huisje terugkeert. Ja, een zucht van tevredenheid – zelfs als je afwezigheid daar een mooie gelegenheid was om een rigoreuze verandering in de toiletsituatie uit te voeren. Zoals het graven van een nieuwe ‘beerput’ onder de werkplaats van manlief. De drie meter diepe kuil bleek weliswaar binnen twee dagen gegraven en met beton afgedekt te zijn, maar dat was – hey man, this is Greece – wel dagen later gebeurd dan oorspronkelijk de planning was. Met als gevolg dat het plaatsen van een nieuwe toiletpot en de daarbijhorende nieuwe rioolaansluitingen ook enige vertraging hadden opgelopen. Afgelopen week was het dus een beetje onhandig schutteren tijdens toiletbezoekjes, maar inmiddels staat de pot in ieder geval op zijn nieuwe plek. Doorspoelen moet nog even met een emmer water, maar het spoelt wel allemaal keurig door naar de nieuwe beerput. En dat is al heel wat na de soms best wel vervelende rioolproblemen van de afgelopen jaren.

Kortom, niets loopt hier zoals gepland, maar dat maakt allemaal niets uit. Ik heb een prachtige vakantie gehad. Na het Guernsey-weekje met zus heb ik nog een paar heerlijke dagen bij zoonlief in Enschede doorgebracht. Ik heb volop genoten van alles wat ik heb meegemaakt, en dat alles levert weer heel wat mooie herinneringspareltjes op om aan mijn toch al zo kleurrijke levensketting te rijgen. En nu begin ik zo langzaamaan het gewone leven weer op te pakken. De foto’s van de vakantie staan op mijn laptop, er liggen al een aantal correctie-opdrachten op me te wachten en op uitnodiging van uitgeverij Cupido begin ik heel voorzichtig na te denken over een nieuwe Grieks getinte feelgoodroman. Ik heb me voorgenomen om deze zomer niet al te veel hooi op mijn vork te nemen. Volop genieten in ons kleine kustdorpje is er de afgelopen twee jaar toch een beetje bij ingeschoten door het intensieve schrijfwerk, en dat hoop ik de komende maanden toch wel in te halen. Aan het weer zal het niet liggen, de thermometer naast me geeft negenentwintig graden in de schaduw aan. Prima uit te houden met de ventilator op het terras die voor een verkwikkend briesje zorgt. En natuurlijk hou ik jullie ook de komende maanden weer op de hoogte van alles wat er in mijn schrijvers- en persoonlijke leventje gebeurt, in principe op de eerste van de maand. Dat probeer ik in ieder geval. Maar ja, hier in Pilion weet je het maar nooit… 😉

♥♥♥♥♥

Een nieuw seizoen

Het is bijna niet te geloven, maar wij zijn deze maand aan ons vijftiende jaar in Pilion begonnen. Leven in een ander land is niet altijd makkelijk. Het betekent uiteraard dat je je eigen plekje moet zien te vinden in een andere cultuur – wat niet per se betekent dat je daarbij je eigen roots maar gewoon moet vergeten. Integendeel, zou ik haast zeggen. Ik heb dankzij het internet afgelopen zaterdag gigantisch zitten smullen van de koninklijke Koningsdag-viering in Amersfoort, iets wat ik waarschijnlijk niet had gedaan als ik nog in Nederland had gewoond. Dan had ik hoogstwaarschijnlijk bij de Wannebiezz op het Veerplein in Vlaardingen gestaan met een koud biertje in mijn hand. Nu, ver van het ‘thuisland’, vond ik het heerlijk om languit voor de buis te hangen. Wat hebben wij toch een ontzettend leuk koningshuis als je dat vergelijkt met dat van andere landen. Zo spontaan, zo dicht bij het volk, dat is toch wel een unicum in deze wereld.

Nou ja, dat vind ik, maar misschien ben ik een beetje bevooroordeeld. Ik kom nu eenmaal uit een Oranje-gezind gezin, waar het traditionele Soestdijk-defilé op de zwart-wit televisie ieder jaar opnieuw bekeken werd onder het nuttigen van koffie met een oranjetompoes van de Hema. Daarna aten we witbrood met verse paling die mijn vader ondertussen bij vishandel ’t Hoogertje in het Vlaardingse centrum had gehaald. Pa was namelijk ook wel pro-Oranje, maar niet dusdanig dat hij urenlang naar ‘dat gedoe’ ging zitten staren. Achteraf verdenk ik hem ervan dat hij die palingtraditie zelf heeft bedacht om aan het ‘kastje kijken’ te ontsnappen, maar zolang hij maar op tijd met die paling terugkwam, vonden wij thuisblijvers dat geen enkel probleem. Paling en de oranjetompoes heb ik dit jaar moeten missen, maar twee jaar geleden was ik heel toevallig wel op Koningsdag in Nederland. Hoe leuk is dat, als je na al die jaren zo’n ouderwets feest in een nieuw jasje weer eens mee mag maken. De braderie, de kermis, de vrijmarkt, de terrasjes, de paling en de tompoes… Ik heb ervan genoten. Misschien wel dubbel, omdat ik het niet meer elk jaar meemaak. Het is nu eenmaal een unieke feestdag in het Nederlandse leven, zo’n dag waarop je je ook in het buitenland even heel erg ‘Nederlands’ wilt voelen, al is het dan maar vanachter je laptop op een zonnig terrasje onder de nog niet zo heel erg dik bebladerde druivenranken.

Dit jaar viel Koningsdag op de zaterdag voor het Griekse paasfeest. Terwijl ik digitaal in Amersfoort vertoefde, waren mijn buren druk bezig met het voorbereiden van de paasbarbecue en de andere feestelijkheden die ’s nachts om twaalf uur in de kerk beginnen met het verspreiden van ‘Het Licht’. De Papa – zo wordt de Griekse priester genoemd –  komt dan vanachter het altaar de donkere kerk in met een grote kaars, aangestoken door de heilige vlam die vanuit Jeruzalem ingevlogen wordt. Degenen die vooraan in de kerk staan, steken hun meegebrachte kaarsje aan die grote kaars aan, waarna het licht wordt doorgegeven aan iedereen die in de kerk en op het kerkplein aanwezig is. Dit alles gaat gepaard met het afsteken van vuurwerk, het knallen van rotjes en het elkaar ‘Xristos Anesti’ – Christus is opgestaan! – toe roepen. Totaal anders dus dan de paasdiensten die ik vroeger op zondagochtend in onze kerk meemaakte. Het enige wat me daarvan is bijgebleven is het ingetogen en vooral níét jubelend gezongen: ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem die galmt door gans’ Jeruzalem.’ Ach ja, ’s lands wijs, ’s lands eer…

Het Griekse paasfeest is een echte belevenis, en heb je de kans om het een keer mee te maken, dan kan ik dat zeker aanraden, of je nu wel of niet gelovig bent. Natuurlijk staat de kerk centraal in de viering, maar zodra dat ‘gebeurd’ is, en er door de kerkgangers na afloop van de dienst thuis de traditionele longsoep ter afsluiting van de vastenperiode is gegeten, begint op zondagochtend al vroeg het grote feest. Samen met familie en vrienden wordt er de hele dag door gegeten, gedronken, gedanst en gekletst, traditioneel met een lammetje of geit aan het spit in de tuin, op straat of op het balkon. Een belangrijke feestdag dus voor de Grieken, en voor hen echt vele malen belangrijker dan ‘onze’ Kerst. Behalve de drukte in de kerk en de keuken, begint ook de drukte op de wegen al in de dagen ervoor, want het mooiste paasfeest vier je natuurlijk met je familie in je geboortedorp, en aangezien Griekse families vaak honderden kilometers uit elkaar wonen, is het in de week voor Pasen altijd een heel gedoe van zich van hot naar her verplaatsende Grieken. Ook in ons dorpje was het in dit afgelopen weekend weer gezellig druk met al die feestende families om ons heen, maar ik moet eerlijk bekennen dat het een beetje langs ons heen is gegaan. Zo’n Grieks paasfeest is best heel leuk om een keer mee te maken, maar aangezien wij niet zo kerks zijn, en ook niet echt genieten van al die onschuldige lammetjes en geiten aan het spit, houden wij het meestal maar gewoon bij een paasbrunch met zijn tweetjes op ons eigen terras. En dat was ook deze keer weer helemaal geslaagd met een zeer uitgebreid Engels roerei-met-spek-en-worstjes-ontbijt, inclusief verse fruitsalade, een Franse kaas-plankje en een zelfgebakken Paastulband. Heerlijk vind ik dat, en we hadden de rest van de dag geen enkele behoefte aan nog een andere maaltijd.

Tweede Paasdag hebben we wel gezellig een tsipourootje gedaan bij To Balconi, de ouzeri van Apostoli aan het eind van de boulevard in Kato Gatzea. Het zonnetje scheen, het uitzicht over de Golf was weer prachtig mooi, en de mezes, de hapjes bij de tsipouro, waren heerlijk. Toen we daarna voldaan naar huis slenterden, zagen we op een van de andere terrasjes ineens twee Nederlandse vrienden, met wie we een heerlijke frappé hebben gedronken tijdens het uitgebreid bijkletsen. En later die middag stond er plotseling een in Volos wonende Nederlandse vriendin met haar zoon voor ons tuinhek. Zo leuk, het was al twee jaar geleden dat we elkaar hadden ontmoet, maar we gingen gewoon weer verder waar we toen waren gebleven. Kortom, een supergezellige dag met onverwachte, spontane ontmoetingen. En daar kan ik dus heel erg van genieten na het maandenlange gedisciplineerde schrijfwerk.

Vandaag keert de rust langzaam weer terug in het dorp, al blijft het de hele week wat drukker dan hiervoor. Familie en vrienden knopen vaak een aantal vakantiedagen aan hun Paasbezoek vast, zoals wij dat gewend zijn in de kerstvakantie. In de grote stad is het rustig, sommige kleinere winkels zijn ‘wegens vakantie’ gesloten, de openbare instanties draaien op halve kracht. En gezien het trage tempo waarin het hier normaal al draait, kun je nu beter even een weekje wachten als je iets officieels gedaan moet krijgen. Dat zijn zo van die dingen die je leert als je hier al zo’n vijftien jaar woont. De lange zomer is in aantocht, dat is overal te merken. Toeristen duiken alweer op met hun camper of tent op de nabijgelegen camping vanwege de Noord-Europese meivakantie en de vaste gepensioneerde Nederlandse zomergasten druppelen zachtjesaan de Pilion weer binnen voor hun maandenlange verblijf in het gastvrije Griekenland. Voor ons betekent dit het einde van een periode waarin we met onze Griekse dorpsgenoten heerlijk hebben genoten van een gelukkig rustige winter zonder al te veel sneeuw-ellende en andere rampspoeden. Onze lange winterslaap is voorbij, ook wij worden langzaam weer actief, en ik verheug me op het weerzien met vrienden en bekenden die hier hun vakantie komen doorbrengen. Ondanks dat vervult het afscheid van de winter me toch altijd ook met een klein beetje weemoed. Wij vinden die rustige Griekse winters in ons kleine kustdorpje heerlijk, en hebben ons geen moment verveeld, al kan ik me heel goed voorstellen dat anderen er gillend gek van worden. Gelukkig maar, denk ik dan stiekem, want zo blijven ónze winters tenminste lekker rustig… 😉

♥♥♥♥♥