Terrasjes aan zee

De Griekse herfst is nogal onstuimig van start gegaan met een heuse Medicane, die een verwoestend spoor trok over het hele land. In de dagen erna kelderde de temperatuur van tegen de dertig naar zo’n achttien graden, zodat ik de dikke sokken en de warme joggingbroek maar uit de winterkast heb gehaald. Inmiddels liggen ze er ook weer in, want na dat koude herfstweer klaarde de boel snel op, en ze zeggen zelfs dat we komend weekend een ‘kleine hittegolf’ tegemoet kunnen zien. Zeer wisselvallig weer dus, net zo wisselvallig als dat stomme virus dat momenteel ons leven beheerst. Gelukkig gebeuren er ook nog veel positieve en gezellige dingen, en de kunst is natuurlijk om die tussen alle verwarring en angsten door te blijven zien. Mij lukt dat altijd beter als het zonnetje schijnt en de temperatuur op een aangename hoogte blijft hangen, en in dat opzicht valt er de laatste dagen dus weinig te klagen. De uitnodiging om een keertje koffie te gaan drinken met een Duitse Facebook-bekende die een paar dagen op de nabijgelegen camping stond nam ik dan ook graag aan, al ken ik haar niet echt goed. We hebben elkaar in de afgelopen jaren misschien twee of drie keer gezien, dus dat ik de vrouw die mij op de boulevard samen met een man stond op te wachten niet meteen herkende vond ik wel logisch. Op onze leeftijd komt het immers regelmatig voor dat vriendinnen als blonde blommen vertrekken om het jaar daarop als grijze dames weer terug te keren. En die man… Ach, die had ze vast op de camping opgeduikeld, want ik wist heel zeker dat ze single was, omdat ze vanwege een vervelend ex-vriendje haar Facebook-naam een paar keer had veranderd.

‘Goh, ik had je gewoon niet meer herkend als ik je op straat was tegengekomen,’ flapte ik er dan ook meteen uit na de eerste wat voorzichtige begroeting. ‘Staat je goed.’ Ze keek me een beetje raar aan, dus ik voegde er aarzelend aan toe: ‘Jij bent toch Karin? Wij hadden toch afgesproken?’ Ik begon ineens te twijfelen of ik wel de juiste persoon had aangesproken, maar ze stelde me meteen gerust. Ja, zij was Karin en wij hadden afgesproken, we kenden elkaar van FB. ‘Ja, en van mijn vriendin uit Agios Georgios,’ riep ik, opgelucht dat ik het toch goed had gehad. Opnieuw dat fronsen. ‘Nee, die ken ik niet, wel Alex, van de fietsenwinkel,’ zei ze. Dat klopte, want daar huurde ze in het verleden altijd een mountainbike,  maar dat ze die vriendin van mij niet meer kende was wel raar. Juist door haar hadden we elkaar toch leren kennen? Dat leverde alweer zo’n verwarde blik op. ‘Eh… volgens mij hebben wij elkaar nog nooit ontmoet,’ mompelde Karin, die steeds benauwder begon te kijken. ‘We kennen elkaar alleen van FB. Maar na al die jaren leek het me leuk om je ook persoonlijk te leren kennen, dus daarom heb ik je dat berichtje gestuurd…’ Tergend langzaam drong het tot me door dat ik daar dus met een voor mij totaal onbekend echtpaar op de boulevard stond, omdat ik van het begin af aan blijkbaar de verkeerde Karin voor ogen had gehad. Wat een blamage! Maar het volgende moment kon je mij dus tot boven in Agios Georgios horen schateren. Zoiets kan alleen mij maar overkomen, ik zweer het je. Het waren ook helemaal geen Duitsers, maar Zwitsers, en zij heette niet eens Karin maar Karen… Gelukkig is het allemaal goed gekomen, en werd het bij de koffie zo gezellig dat we erna ook nog maar een hapje zijn gaan eten. Zo’n zwoele nazomeravond aan zee wil ik natuurlijk wel goed benutten, of het nou met bekende of ónbekende FB-vriendinnen is.

En zie, gistermiddag zat ik alweer gezellig op een terras aan zee, samen met manlief, ditmaal voor een lunch van tsipouro met hapjes. Een ‘galgenmaal’ eigenlijk, want vanaf vandaag is onze geliefde tsipouro-stek To Balconi gesloten. De zaak gaat wel weer open, ergens in het voorjaar, maar dan in een nieuw jasje en zonder de bij vele Piliongangers bekende Apostolis, aan wie ik in het verleden al eens een hele column heb gewijd. Zestien jaar bestierde hij zijn ouzeri aan het einde van het dorp, zestien jaar waarin er heel wat tsipourootjes doorheen zijn gegaan. Wij kwamen er graag, ook al wist je van tevoren nooit of het eten wel of niet te pruimen zou zijn, en of de borden met een glimlach dan wel met een grauw op tafel werden gezet. Of ze überháúpt wel op tafel zouden komen, want naar oud-Griekse gewoonte kun je ook gewoon met zijn allen uit één schaaltje prikken. Ieder zijn eigen vorkje, een schaal met gebakken visjes in het midden, een mandje met brood, wat schoteltjes met feta en taramosalade, een groene salade erbij, een paar flesjes tsipouro en klaar ben je. Niet aan iedere toerist besteed, zoiets, maar dat maakte Apostolis niets uit. Wie erover klaagde, zette hij gewoon van het balkon af met de boodschap dat-ie dan maar ergens anders heen moest gaan. Hilarische, mooie en gezellige momenten hebben we er beleefd, en ik zal beslist niet de enige zijn die ‘onze Apostolis’ zal missen.

Het is toch wel een beetje het einde van een tijdperk, zeiden we tegen elkaar, toen we thuis waren. En dat is het, al geldt dat niet alleen voor het sluiten van een legendarische ouzeri in ons kleine dorpje. De wereld die wij begin 2020 zo normaal vonden, bestaat niet meer, ook dat tijdperk is helaas voorgoed ten einde. Het enige wat we kunnen doen is positief blijven en hopen dat het leven ooit weer een beetje gezelliger zal worden. En tot die tijd… Tot die tijd maken we er maar gewoon het beste van – met of zonder een tsipourootje van Apostolis… 😉

♥♥♥♥♥

 

 

 

Een mooie wandeldag

Kent u die heerlijke Britse serie The Durrels, over het Engelse gezin dat in de jaren dertig vier jaar op Corfu woonde? Vast wel. Een ieder die Griekenland een warm hart toedraagt, heeft die serie gezien. De eigenwijze kinderen, de vaak tot wanhoop gedreven moeder, de exotische dieren die door Gerald liefdevol verzorgd werden, en natuurlijk niet te vergeten het typisch Griekse eilandleven… Het was een serie om van te smullen en ik zal niet de enige zijn die het jammer vindt dat er geen vijfde seizoen komt. Net als ik hebt u natuurlijk altijd gedacht dat hun grote, half uit elkaar vallende huis-aan-zee in Corfu stond. Nou, ik heb nieuws voor u. Dat huis staat namelijk gewoon in Pilion! Hier vlakbij ook nog eens, in het twee dorpen verderop gelegen Koropi, in de volksmond ook wel Boufa genaamd.

Ik liep er gisteren zomaar ineens tegenaan, tijdens een heerlijk ontspannende wandeling met twee vrienden, die mij spontaan hadden uitgenodigd om een keertje met hen mee te wandelen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik zelden in Koropi kom. Het dorpje zelf is klein, maar heeft een mooi langgerekt zandstrand met een aantal bar/restaurants. Ik weet nog dat we daar voor het laatst een paar jaar geleden ’s avonds naartoe zijn gewandeld met mijn jeugdvriendin Petra en haar man, voor een gezellig etentje bij zonsondergang. Vanuit Kala Nera is het een niet al te lange wandeling die je helemaal langs het strand kunt afleggen. Er is alleen één probleem: bij hoogwater verdwijnt het strand zo hier en daar, en zul je door het water moeten waden. Die bewuste avond was het geen hoogwater, en konden we redelijk droog doorlopen, al moesten we ergens wel een gedeelte over een wat wankele beschoeiing schuifelen. Een beetje avontuurlijk gedoe was het wel, maar dat vinden wij en de meesten van onze vrienden niet zo erg. Voor een heerlijk ontspannen etentje aan het strand als beloning hebben we zo’n wandeling met hindernissen graag over.

Na aankomst zochten we in opperbeste stemming een mooi tafeltje uit, op het terras, aan de rand van de zee. We leunden relaxt achterover, bestudeerden de kaart en krabbelden ondertussen wat afwezig aan onze onderbenen. En onze armen. En aan alles wat verder onbedekt was! Vreselijk was het, en het werd steeds erger, want in de inmiddels gevallen avondschemering verzamelden alle muggen uit de omgeving zich daar aan de rand van de zee, op die mooie terrassen met uitzicht op de zonsondergang. En ze moesten allemaal ons hebben! Mijn antimuggen-tubetje Fenistil – standaard uitrusting als ik op stap ga – maakte overuren en ging van hand tot hand. Vooral mijn vriendin moest het ontgelden. Haar benen zaten in een mum van tijd vol met jeukende bulten, wat ons ‘gezellig samenzijn’ daar op dat terras er niet gezelliger op maakte. We hebben de menukaart dan ook heel snel weggelegd en zijn letterlijk op de vlucht geslagen, op zoek naar een plekje waar de muggen ons niet te pakken zouden nemen. Dat vonden we gelukkig in de kleine taverne van Sotos aan de hoofdweg, zo’n typisch Grieks huiskamergebeuren waar zoveel gebeurt dat je er maanden later nog van in een lachstuip schiet. De taverne bestaat niet meer, maar de herinneringen eraan bezorgen mij nog steeds een hele grote glimlach op mijn gezicht!

Terug naar de dag van gisteren, want van muggen was dit keer gelukkig geen sprake. Het watergedoe ontliepen we door niet over het strand, maar gewoon door de olijfgaard richting Koropi te lopen. Iets langer, maar wel comfortabeler en ook heel mooi. Aan het eind van het pad waar je normaal gesproken linksaf naar de grote supermarkt aan de hoofdweg gaat, kun je namelijk ook rechtsaf slaan, en dat pad voert je binnen een paar minuten langs een aantal grote villa’s naar het strand. Het was er niet druk, de strandbedden waren maar sporadisch gevuld met badgasten, wat in coronatijd altijd een opluchting is. We installeerden ons aan een tafeltje bij Bar-Restaurant Kadi, waar we meer dan hartelijk begroet werden door een van de vroegere kelners van Taverne Paris in Kala Nera. Tweeëntwintig jaar had hij daar gewerkt, vertelde hij, ooit begonnen als achtjarige – tja, zo gaat dat hier. En nu dus bij Kadi in Koropi, waar hij het helemaal naar zijn zin had.

Nou, wij ook, hoor! Eerst heerlijk uitgepuft bij een ijskoude frappé, en vervolgens aan de ‘pikilia’, in dit geval een schaal vol heerlijke kleine vis- en groentehapjes. Nieuw voor ons alle drie was de μαϊντανός-ντιπ, een romige spread van gepureerde peterselie, ui, knoflook, citroensap en olijfolie. Simpel, maar zo verschrikkelijk lekker, vooral in combinatie met de dunne sneetjes bruin brood die we erbij geserveerd kregen. Het was er heerlijk vertoeven, daar op dat terras onder de parasol, en voor we het wisten liep het al tegen halfdrie. Niet echt de perfecte tijd om aan de wandeling terug te beginnen, maar daar zaten we niet mee. Dit keer wilden we wel helemaal langs het strand terug, dus als we oververhit raakten, konden we altijd nog in zee afkoelen. We kwamen er echter al vrij snel achter dat het inmiddels hoogwater was, zodat we al na een paar minuten lopen het water in moesten. Voor mij geen probleem, ik had uit voorzorg mijn waterschoenen in de rugzak gestopt, maar voor de andere twee die dat niet hadden gedaan wel, want hun wandelschoenen bleken niet waterdicht te zijn. Toch waren we blij dat we dat eerste stuk het water getrotseerd hebben, want daardoor liepen we dus ineens tegen dat intrigerende ‘Durrel-huis aan. Gelukkig konden we vrij snel erna via een half verborgen paadje alsnog de olijfgaard bereiken, en hebben we onze wandeling iets minder avontuurlijk voortgezet.

Eenmaal terug in Kala Nera hebben we ons wederom op een terras aan zee geïnstalleerd, bij Edem dit keer, waar een heerlijk koel briesje onze verhitte lijven iets minder verhit maakte. Te weinig naar mijn zin, dus na de eerste slokken icetea heb ik toch maar even snel een verkoelende duik in zee genomen. Pas tegen zes uur hebben we een punt gezet achter onze mooie, relaxte wandel-, terrasjes- en praatdag, en ben ik via het strand in een halfuurtje teruggelopen naar Kato Gatzea. Al met al was de dag goed voor 10,1 km, en dat geteld bij de linedance-kilometers die ik in de afgelopen week samen met dansbuddy Sophie heb gemaakt, betekende dat dat er namens ons ergens op de wereld een mooie boom is geplant. We hebben dus zomaar, al plezier hebbende, ons eigen steentje bijgedragen aan een mooie, leefbare aarde. Het betekent ook dat we al een vijfde deel van de Ierse Ring of Kerry-route hebben afgelegd, oftewel ruim veertig kilometer hebben weggedanst en –gelopen. Maar hoe dat nu allemaal zo gekomen is… dat leg ik u later nog weleens uit 😉

P.S. Nieuwsgierig hoe het met de Corona Kids gaat? Nou, die hebben het zo te zien prima naar hun zin!

♥♥♥♥♥

 

 

 

 

Daar gaan ze…

Ik heb zo toegeleefd naar de datum van 31 juli, de dag dat Corwyn en Norbert naar Nederland vertrokken, dat ik totaal vergeten was dat het daarna 1 augustus zou zijn… en dus websitecolumndag. Nu kan ik de dag van gisteren natuurlijk hier uitgebreid gaan beschrijven, maar velen van jullie hebben die dag al van uur tot uur op Facebook meegeleefd. De ontroerende reacties die ik een uurtje na het afscheid van de kittens las op de luchthaven van Thessaloniki, waren zo lief dat ik daar op mijn bankje opnieuw met tranen in mijn ogen zat. Dank voor jullie lieve woorden, het is ongelooflijk hoe zovelen vanaf het allereerste begin hebben meegeleefd met onze bengels.

Het is een paar weken terug nog even heel spannend geweest of alles wel door zou kunnen gaan, want vriendin Liesbeth, onze vluchtbegeleider, kwam door een ongelukkige struikeling tijdens een wandelingetje door Skiathos Stad al in het begin van haar vakantie met ernstig gescheurde enkelbanden op krukken terecht. Ik had het me dan ook heel goed kunnen voorstellen als ze meteen terug naar Nederland had gewild – zij het zonder de katten, want die mochten pas vanaf de 25ste vliegen. Maar al na een paar dagen stuurde Liesbeth mij het verlossende berichtje dat ze de vakantie niet ging afbreken en dat alles gewoon bij het oude bleef – behalve dan dat zij nu dus met de kittenbench op schoot in een rolstoel in de aankomsthal van Schiphol zou arriveren om ze aldaar te overhandigen aan Esther en Martin, de twee lieverds uit Den Haag, die de kittens hebben geadopteerd.

Afijn, zo kwam het dan allemaal toch nog goed, en dus vertrok ik gisterochtend om vijf uur met de kittens op de achterbank per taxi naar de luchthaven van  Thessaloniki, waar ik de kittens samen met Liesbeth en haar man Christos op het vliegtuig heb gezet. Uitgebreid beschrijven doe ik de dag dus verder niet, maar hieronder volgt wel de mail die ik vanmorgen naar Esther heb gestuurd. Gewoon omdat daarin alles staat wat ik eigenlijk ook in mijn column wil zeggen… 🙂

Lieve Esther,

Wat een zenuwendag was het gisteren. En wat hebben de jongens alles ongelooflijk goed doorstaan! Dat had ik niet verwacht. Ook hier in de auto waren ze muisstil, ze lagen heerlijk te slapen. Op de luchthaven waren ze heel timide, ze wilden zelfs geen flesje. Het leek echt of ze half in shock waren, en toen moest het ergste, de vliegreis, nog komen. Ik zag ze in gedachten al bij aankomst met gestrekte oortjes door een hartaanval in de bench liggen… Hoe anders is het verlopen!!!

De incheck verliep goed, al duurde dat best lang. Eerst het controleren van de papieren, waarmee de incheckdame naar een apart kantoortje verdween. Toen ze eindelijk terugkwam moest de bench even op de bagageband om een bagagelabel te krijgen en toen moesten we weer wachten op een medewerker die ons naar de speciale goederenafgifte ging brengen. Het was zo fijn dat Christos erbij was, want die spreekt vloeiend Grieks. Ik had al die moeilijke woorden vast niet zo goed begrepen. Wij zijn dus samen met de katjes en de medewerker naar beneden gegaan voor de afgifte aldaar. We mochten kiezen om de kittens eruit te halen en ermee door het poortje te lopen of ze in de bench te laten en net als de handbagage op de band door de scan te laten gaan. We hebben voor dat laatste gekozen, stel je voor dat ze zouden ontsnappen. En dat wegglijden in de scantunnel… was dus het laatste wat ik van ze heb gezien.

We hebben eigenlijk een soort van ‘mazzel’ gehad dat Liesbeth zowel hier als bij aankomst assistentie kreeg, want nu ging het wel makkelijker dan normaal. Ze werd meteen vooraan naar de incheckbalie gereden, hoefde niet in de rij! En als ik het zo las dan ging het op Schiphol ook supersnel! Die foto van jou bij aankomst, die nieuwsgierige koppies in de bench…. pfff, wie had dat kunnen denken? Ik niet. Iemand schreef ergens in de reacties dat ze zo zelfverzekerd bij jou thuis uit de bench stapten en dat raakte me echt. Dat ik ze zo ‘sterk’ heb gemaakt kan ik nauwelijks geloven. Het zijn beslist geen angstige zielepietjes geworden, integendeel. En dat is gezien alles wat ze hebben meegemaakt toch eigenlijk inderdaad wel een beetje een ongelooflijke prestatie, zoals iedereen steeds zegt… 😉

Wat ik nu voel, vraag je. Dat is makkelijk te beantwoorden. Ik voel dat ze bij jullie thuishoren! Helemaal en absoluut! Maar dat gevoel had ik al vanaf het moment dat ik jouw eerste mailtje kreeg. Die eerste foto-impressies van de kids bij jullie thuis zijn zo heerlijk om te zien. En ik ben zooooo  verschrikkelijk blij dat ze nu de hele dag mogen rondhuppen en alle dingen kunnen doen die een kat behoort te doen! Het ging me zo aan het hart dat ik ze steeds moest ‘opsluiten’. Dat Norbert meteen boven op de balk zat… niet te geloven. Corwyn is eigenlijk de klimmer, Norbert donderde hier overal van af, de schat 🤣 En die gejatte knoflookgarnaal… prachtig. Alles wat eetbaar is, is niet veilig voor hem. En  Corwyn… ja, die doet waar hij zin in heeft. Maar hij is wel veel slimmer en vooral sneller dan Norbert 😂

Het is raar dat ze er niet meer zijn. Ik loop nog steeds te kijken naar de ren om te checken wat ze daar uitspoken, of de zon er al in schijnt en of de parasols uit moeten… Het went snel hoor, en dat constante alert zijn ben ik vast heel snel kwijt, zeker weten. Mijn taak zit erop, nu mogen jullie en jullie andere katten het over gaan nemen! Jullie liefde straalt nu al van de foto’s af, wat kan ik me nog meer wensen voor mijn kanjertjes? Ik wens ze een heel lang, heel mooi leven toe bij jullie, en ik kijk  vanaf een afstandje breed glimlachend en supertrots mee! De Corona Kids was een project van velen, het is ongelooflijk hoe iedereen meegeleefd en meegeholpen heeft om ze een mooie toekomst te geven. Zonder al die lieve mensen, zonder Liesbeth en Christos, maar vooral zonder JULLIE was me dat nooit gelukt. Dat zoveel mensen zoveel liefde hebben getoond voor drie ter dood veroordeelde kittens vind ik nog steeds een wonder. En dat ik aan de wieg van dat wonder heb mogen staan… hm, ja, oké, dat is toch eigenlijk wel een klein beetje bijzonder 😜

Zo, en nu ga ik heerlijk bijkomen van alles, ik was doodmoe gisteren! Zulke dagen, nee, zulke maanden wil ik niet al te vaak meer meemaken! Ik kijk uit naar alle foto’s en berichtjes. Geniet maar lekker van mijn twee kleutertjes, ik ben jullie onwijs dankbaar dat jullie juist hén wilden hebben. Ze hadden echt, zeker weten, geen mooier plekje kunnen krijgen!!! 🥰❤😘

Dikke kus en knuffels,

Wilma

NB. De avonturen van Norbert en Corwyn in Nederland zijn te volgen via de Facebook-pagina:

De Corona’s, over twee gedumpte Griekse kittens.

Zomerperikelen

Het is bloedheet hier. Zo heet dat alles in slow motion gaat en er van twee tot vijf ‘s middags totale rust heerst. Nou ja, op de krekels na dan. Die gedijen nu eenmaal op dit soort temperaturen, wat goed te merken is aan hun sinds enkele dagen flink in volume toegenomen gekrijs. En ja, ik weet dat de meesten van jullie het niet zo ervaren wanneer je gezellig op vakantie bent in Griekenland. Vroeger had ik het zelf namelijk ook over het gezellig, exotisch aandoende getjilp, waarmee je je meteen in vakantiesferen waant. En ja, dat geldt absoluut wanneer je een uurtje op een terrasje van je drankje zit te genieten, starend naar de zee, en zeker voor ’s avonds, als de niet zo heel luidruchtige nachtkrekels aan het woord zijn. Het wordt echter anders wanneer het krekelconcert om negen uur in de ochtend al aanvangt, het steeds meer aanzwelt naarmate de temperatuur stijgt, en er na het middaguur zo snel met de krekelvleugels wordt geklapperd dat je met stemverheffing tegen elkaar moet praten. Van half juli tot begin augustus zijn ze op hun luidst met dat klapperen, en dat aanhoudende, hoge, en vooral doordringend snerpende geluid werkt echt op je zenuwen – en je gehoor – als je daar de hele dag midden in zit.

Ik kan er in ieder geval heel slecht tegen, dat is een feit. De hoge geluidsfrequentie doet vreemde dingen met mijn hoofd, waardoor ik problemen krijg met mijn gehoor en vooral met mijn spreekvermogen. Mijn kaken lijken te verkrampen en het is net alsof ik mezelf ergens ver weg in een bubbel hoor praten. De eerste jaren had ik geen idee waar dat zo ineens vandaan kwam, maar inmiddels weet ik dat dus wel: het zijn die %#$@*-krekels! Levensbedreigend is het niet, en te verhelpen is het ook, want ik prop gewoon een paar watjes in mijn oren om het geluid te dempen. Dat werkt uitstekend, al is het natuurlijk best vervelend om minstens drie weken lang met watten in je oren te moeten lopen. Maar alles is beter dan dat rare praten en natuurlijk zijn er ook nog wel plekken te vinden waar zich niet zoveel krekels bevinden. Alleen zijn dat plaatsen waar weinig bomen staan – cq. weinig schaduw is – want die beesten zitten nu eenmaal heel graag met zijn allen naast en onder elkaar gezellig op boomtakjes met hun vleugeltjes te klapperen. Daarom heb je er dus ook meer last van in een olijfgaard of in een met bomen omzoomde tuin dan op een boomloos strand.

Waar ik ook slecht tegen kan, zijn wekenlange temperaturen van boven de vijfendertig graden. Trouwe columnlezers weten dat, want volgens mij heb ik het iedere zomer wel een keertje over dat korte lontje, de aanhoudende moeheid, het slechte slapen en de frustratie dat je niet kunt doen wat je wilt omdat het zo @#$%^&-heet is! Dit jaar hadden we het plan opgevat – nou ja, had ík het plan opgevat, manlief was het er nog niet helemaal mee eens – om een groot deel van juli en augustus elders door te brengen. Dat ‘elders’ was nog niet bepaald. Ik dacht aan Oostenrijk, Hongarije, Ierland… In ieder geval ergens waar veel bossen, meren en minder hoge of in ieder geval minder lang aanhoudende hoge temperaturen zijn dan hier. Onze (niet doorgegane) ‘april-oppas’ uit de UK had zich al beschikbaar gesteld om die weken voor onze veestapel te zorgen, dus alle obstakels waren in principe uit de weg geruimd. En toen kwam het virus, zodat wij nu net als altijd de hete zomermaanden maar gewoon thuis doorbrengen, omdat we nog steeds heel voorzichtig zijn.

Het is niet anders, en eerlijk is eerlijk: als dat virus er niet was geweest, dan had ik gisteren ook geen ‘Kattendag’ gehad, de reden waarom deze column een dag later verschijnt dan gepland. We hebben Norbert en Corwyn en de veel te vroeg overleden Rooie Ron destijds niet voor niets de Corona Kittens gedoopt. Zonder het virus zouden ze zich nu ongetwijfeld alle drie aan de andere kant van de Regenboogbrug bevinden. In plaats daarvan huppelen er dus twee zeer energieke katertjes bij ons door de ren in de tuin en binnenshuis door de kamer, al wordt er momenteel vanwege de warmte buiten wat minder gehuppeld. Daarom ook haal ik ze iedere middag voor een paar uur naar binnen, waar het dankzij de airco een stuk koeler is.

Dat verplaatsen van buiten naar binnen zal echter niet meer zo heel lang duren. Onze twee kleine Corona’s vliegen namelijk op 31 juli naar Nederland. Jawel! We hebben een fantastisch adoptieadres voor hen gevonden in Den Haag, bij Esther en Martin die staan te popelen om onze twee mannetjes in hun grote kattenhuishouden (er lopen er inmiddels al veertien rond!) te verwelkomen. Voor het zover is moet er echter nog wel voldaan worden aan een aantal voorwaarden op het gebied van inentingen, paspoorten en chips. Dat houdt in dat de kleintjes en ik al een paar tripjes op de scooter naar de dierenarts hebben gemaakt en dat ik binnenkort op jacht ga naar een passende Skybox voor de vlucht van Thessaloniki naar Amsterdam. Een reisbegeleider hebben we ook al. Liesbeth Wellner van reisbureau Personal Touch Travel  heeft zich daarvoor spontaan aangemeld na mijn FB-oproepje. Als alles gaat zoals het moet gaan, breng ik de Kids die bewuste vrijdag al heel vroeg naar de luchthaven om ze door Liesbeth te laten inchecken en op Schiphol af te leveren aan Esther en Martin. Die zullen daar ongetwijfeld met kloppend hart al uren staan te wachten, bang om ook maar één minuut te laat te komen. Gelukkig hebben we nog even tijd, en kan ik nog een paar weekjes doorgaan met genieten van mijn twee bengels. En daarna…

Daarna heb ik hopelijk weer tijd voor andere dingen, iets wat er de afgelopen maanden behoorlijk bij in is geschoten. Manlief verzucht niet voor niets steeds vaker: “En wanneer kom ik nou weer eens in beeld?” Een verzuchting die ongetwijfeld heel herkenbaar is voor moeders van kleine kindertjes. Míjn kattenkindertjes gaan er in ieder geval een fijne toekomst door tegemoet, en wie had dat nou in april kunnen denken? Ik niet. Toch merk ik wel dat mijn leven inmiddels de fase ‘jonge moeder, jong gezin’ ruimschoots is gepasseerd. Of laat ik het zo zeggen: my mind says I’m in my twenties, but my body says “Yeah, you wish!” In dat opzicht vind ik het dus helemaal niet verkeerd dat dit kattenhoofdstuk binnenkort een mooie afsluiting gaat krijgen. Er zullen ongetwijfeld nog vele andere avonturen volgen, maar voor nu is het even welletjes geweest. Bovendien moet er nodig weer gedacht worden aan een nieuw boek. De Zomer van 1970 ligt over enkele maanden in de boekhandel en ik weet nu al dat er dan geroepen gaat worden: ‘Wanneer komt de volgende?’ Een prachtig compliment vind ik dat altijd, maar het betekent wel dat ik daar zo zachtjesaan mee zal moeten beginnen.

Kortom, ik hoef voorlopig nog niet achter de geraniums te gaan zitten, of me te vervelen achter het vensterglas en graag twee hondjes willen zijn omdat ik dan samen kan spelen. Nee, ik heb iedere dag nog zoveel te doen, dat soms, heel soms, mijn column pas een dag later verschijnt dan gepland. Maar ik denk dat me dat wel vergeven wordt… 🙂

♥♥♥♥♥

Over katjes en klikduimen

En toen was het alweer 1 juni. Als alles ‘gewoon’ was geweest, zouden we de komende veertien dagen onze zoon en zijn vriendin over de vloer hebben gehad. Maar niets is momenteel ‘gewoon’. Vliegen vanuit Nederland mag nog niet, dus die logeerpartij hebben we helaas voor onbepaalde tijd moeten uitstellen. Even slikken, logisch, voor allemaal, maar gezond zijn en blijven is in deze rare maanden het allerbelangrijkste. Dus doen we het nog maar wat langer met Skype en Whatsapp, en hopen we op betere tijden. Met kniezen over wat had kunnen zijn, maak je het leven niet vrolijker, zo simpel is het nu eenmaal. Gelukkig is er altijd genoeg vrolijkheid in mijn leven, en veel tijd om te kniezen heb ik ook niet met twee speelse kittens van inmiddels zeven weken om me heen. Ze groeien als kool en worden steeds nieuwsgieriger naar de wereld om hen heen. En aangezien ‘mama’ een rechtstreekse lijn naar ‘eten’ betekent, ben ik voor hen ook in die grote nieuwe wereld nog steeds een Zeer Belangrijk Persoon die je goed in de gaten moet houden. Ik heb het er voorlopig dus nog wel druk mee, maar dat geeft niet. Twee van die hummeltjes zo te zien genieten van een leven dat hun niet was gegund, is meer dan genoeg ‘beloning’ voor alle tijd en energie die ik aan hen besteed.

Het enige probleem is dat ons niet al te grote huisje inmiddels echt helemaal vol zit met dieren en mensen. En hoewel we nog even tijd hebben, zijn we dus dringend op zoek naar een permanent onderkomen voor deze twee bengels. Hier in Griekenland wordt dat helaas erg lastig. Door hun vreemde start zijn dit echte ‘mensenkatten’, en ze zullen nooit de buitenkatten worden die de Grieken willen. Het idee dat ze niet eens binnenshuis zouden mogen komen, bezorgt me nu al rillingen. En al zijn we er geen voorstander van, in dit geval hebben we besloten dat het toch beter is om te proberen hen onder te brengen in het buitenland. Ik krijg daarvoor alle hulp van de Stichting Dierenhulp over de Grenzen, die onze Norbert en Corwyn via hun netwerk ter adoptie zullen aanbieden, zodat ze in afwachting van de reis ‘gereserveerd’ kunnen worden. Als de virus-beperkingen een beetje meewerken, mogen ze in augustus op reis, en het goede nieuws is dat ik al mensen bereid heb gevonden om hen in die periode naar Nederland te begeleiden. Hun ticket wordt door de Stichting betaald, en wij zorgen aan deze kant ervoor dat alle papieren en inentingen in orde zijn. Kortom, mocht jij onze twee kanjertjes een warm en liefdevol huisje willen geven, het liefst met zijn tweetjes, neem dan even contact met me op via het contactformulier hier op de website, dan vertel ik je graag meer over hoe zo’n adoptie in zijn werk gaat.

Zo, en nu heb ik wel weer genoeg geschreven over mijn katjes. Er valt immers wel meer te beleven in Pilion nu de opheffing van de lockdown bijna voltooid is en de terrasjes en taverna’s alweer een week open zijn. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er zelf nog geen gebruik van heb gemaakt. Ik kijk de kat (oeps) liever nog even uit de boom, en bewaar ons eerste terrasbezoek voor later deze week, als het wat minder druk is. Ik ben nog steeds behoorlijk huiverig voor dat virus, dus ook een bezoek aan Volos is niet iets waar ik naar uitkijk, ook al is het maanden geleden dat ik daar was. Maar… afgelopen vrijdag moest ik wel. Mijn ‘klikduim’ is nog steeds niet over, en volgens dokter Yiannis uit Kala Nera rest mij niets anders dan een operatie. ‘Stelt niets voor,’ verzekerde hij me, maar ik ben niet zo op operaties. En dus heb ik na een tip van een goede vriendin mijn chiropractor Despina gebeld, die goede hoop heeft dat ze mij ervan af kan helpen. Dat hoop ik ook, alleen moest ik dan wel naar Volos toe om mijn duim te laten behandelen. Nu is dat normaal een kwestie van in de bus stappen, of – als het echt, echt, echt niet anders kan, want zo’n held in het drukke stadsverkeer ben ik niet – op de scooter. Maar net na de versoepeling van de lockdown ruim een halfuur in een bus zitten, al is het dan met een verplicht masker op… Nee, dank u, liever niet, nog afgezien van het feit dat de toch al moeizame dienstregeling op dit moment helemaal een puinhoop is. En op de scooter, het andere alternatief, is nogal lastig als je een klikduim hebt, want de gashendel opendraaien of de rem vastpakken gaat met zo’n stijf kootje niet echt soepeltjes. Te gevaarlijk dus, ook al omdat ik toch al niet zo ‘eigen’ ben met dat ding. En dus bleef er nog maar één optie over: achter op de brommer bij manlief.

Manlief is een zeer ervaren brommerrijder, laat ik dat vooropstellen. Hij is volgens mij op zo’n ding geboren, en weet precies wat hij wel en niet kan doen. Het probleem ligt dan ook helemaal bij mij, want ik vind achterop zitten dus echt vre-se-lijk. Totaal onnodig, ik weet het, maar ik heb die tik nou eenmaal. Ooit, tijdens een vakantie op Chios, hebben we de voor een week gehuurde scooter al na één dag teruggebracht, omdat ik het gezellig ‘toeren’ met angst en beven en met grotendeels gesloten ogen al piepend en jammerend onderging. Het heeft ongetwijfeld te maken met het niet zelf de controle hebben, iets waarvan ik me heel goed bewust ben. Het probleem ligt dus bij mij, en niet bij manlief, dat dát wel even duidelijk is. En er gloort hoop, want in de loop der jaren heb ik mijn angst voor het achterop zitten best al wel een béétje overwonnen. Als we uit eten gaan in Kala Nera, stap ik zonder problemen bij manlief achterop. Het is maar vijf minuten en dan kan ik gewoon een tsipourootje drinken, iets wat ik minder snel doe als ik op mijn eigen scooter ga. En soms is mijn hoofd ook gewoon te vol om zelf te rijden, zeker als ik ‘in mijn boek’ zit. Maar langer dan tien minuten achterop, dat vind ik dus nog steeds een beangstigend idee.

Nood breekt wetten, en ik wil toch wel heel graag zonder operatie van die stomme klikduim af. Dus ben ik afgelopen vrijdag toch maar bij manlief achter op dat vreselijke ding gestapt voor mijn afspraak bij de chiropractor. Het ging aardig goed, al zeg ik het zelf, al heb ik nog steeds een beetje spierpijn van het krampachtig zitten, dat wel. Je kunt je zo achterop nergens aan vasthouden, behalve aan manlief. Ik moet mijn armen om zijn middel slaan en goed meebewegen als we de bocht omgaan. Geen probleem uiteraard, behalve als hij moet remmen, want dan knalt mijn helm tegen de zijne. En anticiperen is lastig, omdat hij groter is dan ik, en ik dus niet of nauwelijks om zijn schouders heen kan kijken. Kortom, het was best een heel avontuur voor me, zeker in het drukke stadsverkeer van Volos. Maar gelukkig is het allemaal goed gegaan, en ik heb alleen in de haarspeldbochten naar rechts, als we zo vreselijk schuin lagen,  mijn ogen dichtgedaan. Het ‘mimimimimi’-geluid dat ik op Chios regelmatig produceerde, is dit keer helemaal achterwege gebleven. Dus eigenlijk… ben ik best wel een beetje trots op mezelf.

De duim is na de eerste chiro-sessie al met zeker 40% verbeterd. Volgende week ga ik voor de vervolgbehandeling, en ik hoop dat manlief me dan weer wil brengen. Voor hem valt zo’n angstig vrouwmens achterop natuurlijk ook niet mee, dat begrijp ik best. Gelukkig houdt hij heel veel van me, dat weet ik, al meer dan veertig jaar. Ons huwelijk zal ook dit wel weer te boven komen, daar gaan we gewoon van uit. En die duim… Ach, die duim komt ook vast goed. En als het even kan zonder operatie… 😉

♥♥♥♥♥