Hoog in de Zwarte Bergen

Na de bloedhete zomer was de zonnige septembermaand met temperaturen van net onder de dertig een echte verademing, letterlijk! En dat betekende actie, weer in de benen en leuke dingen doen zonder het loodje te leggen van de warmte. Een drukke maand dus! Hoogste prioriteit voor mij was toch wel het starten met pilates, dus zodra de studio in Volos na de vakantie weer openging, stond ik al op de drempel. Iedere dinsdagochtend ben ik er te vinden en probeer ik mijn stijve rug-, bil- en beenspieren met oefeningen op zo’n speciale Reform Pilates-bank weer aan de praat te krijgen. Zo soepel als vroeger zal het allemaal wel niet meer worden, maar iets minder pijn en wat meer bewegingsvrijheid moet kunnen. Daar gaan we voor!

Wat na de vakantie ook weer begon, was de wekelijkse koorrepetitie in Chorto. Het was meteen raak, want de dag na de eerste repetitie ‘moest’ er alweer opgetreden worden. Ditmaal dichtbij gelukkig, in Kala Nera, waar de vroegere ‘oude’ lagere school na een gedegen verbouwing heropend werd. Het is nu een Lykeio, waar middelbare scholieren uit de regio de laatste drie studiejaren kunnen doorbrengen. Een hele vooruitgang, want voorheen was die mogelijkheid er alleen in Volos. En… er zullen ook gratis muzieklessen gegeven gaan worden, onder leiding van onze niet genoeg te prijzen koordirigent Nikos Adraskelas.

Afgelopen zondag hadden we alweer een tweede optreden, in Chorto, als afsluiting van een workshop van middeleeuwse en Renaissance muziek. Dat optreden verliep iets anders dan verwacht, want toen wij voor de tweede keer het toneel weer op moesten, bleek onze dirigent ineens verdwenen te zijn. Na de eerste schrik besloten we toch maar naar voren te marcheren om alvast onze plaats op het toneel in te nemen, in de hoop dat Nikos zich in de tussentijd bij ons zou voegen. Dat gebeurde echter niet, en wat doen je dan als koor? Nou, zingen! Een van de mannen zette al snel een ‘Niko, where are you?’ in, wat we zo’n vijf minuten vierstemmig en tot grote hilariteit van het publiek ten gehore hebben gebracht. En ja, gelukkig kwam hij even later heel hard aangestoven, enigszins buiten adem. Wat bleek? Er was veel meer publiek gekomen dan verwacht, en dus was hij tussen ons eerste en tweede nummer door even heel snel heen en weer naar zijn huis gerend om meer wijn te halen voor het informele samenzijn van deelnemers en publiek na het concert. Kijk, dat is dus ‘onze Nikos’, een man met niet alleen een groot hart voor muziek, maar ook een hart voor alles wat daaromheen speelt.

Hoogtepunt van de maand was echter een tocht naar de Mavro Vouna, oftewel de Zwarte Bergen bij Lake Karla, samen met onze hier vakantie vierende Twentse vrienden, die we al heel lang kennen. We hadden bedacht om langs het meer naar Keramidi te rijden, een bergdorp aan de andere kant van de bergen, dus aan de Egeïsche Zee-kant. Onze eerste stop was echter het dorpje Kerasia, waar we koffie wilden drinken alvorens nog een stukje omhoog te rijden om het oorlogsmonument en kapelletje in Ano Kerasia te bekijken. Naarmate we hoger kwamen verdween de zon en verschenen dreigende regenwolken boven de bergen. In Kerasia was het nog droog, maar helaas was de enige taverne van het dorp dicht, dus koffie zat er niet in. Geen probleem, na het ritje omhoog naar Ano Kerasia, waar we de truien uit de tas trokken omdat het er een stuk kouder was dan beneden, reden we verder naar het dorp Kanalia, dat aan de oever van Lake Karla ligt. Gelukkig was de taverne daar wel open en scheen de zon weer toen we eindelijk op het grote plein neerstreken voor de broodnodige koffiestop.

Even na één uur vertrokken we voor de laatste etappe naar Keramidi, een prachtige tocht dwars door en over de hoge bergen. De weg ernaartoe is weliswaar bochtig, maar breed, goed geasfalteerd en met werkelijk fantastische uitzichten over Lake Karla en de daaromheen liggende weidse vlakte. Na een halfuurtje rijden arriveerden we al in Keramidi, waar volgens Google drie tavernes waren die ook nog eens open zouden zijn. Helaas bleek bij de ingang van het dorp de weg afgesloten vanwege werkzaamheden en konden we niet verder het dorp in rijden via de ‘bovenweg’, die ons net boven het plein met de tavernes zou brengen. In plaats daarvan moesten we de auto net buiten het dorp parkeren en via een slingerende wandelroute naar beneden afdalen om alsnog bij het plein te kunnen komen. Voor onze vrienden geen probleem, maar manlief en ik keken toch wel even heel bedenkelijk naar de smalle, steile kalderimi-straatjes. Gelukkig hadden we wel allebei onze wandelstok bij ons, en vraag me niet hoe, maar het is ons gelukt om heelhuids bij het plein te arriveren.

In tegenstelling tot wat Google beloofd had, bleken de drie tavernes daar echter alle drie gesloten te zijn. Dat was een flinke teleurstelling, vooral omdat we met een lege maag weer dezelfde weg terug omhoog moesten, terug naar de auto, om alsnog een andere lunchplek te vinden. De klim omhoog was nog veel moeilijker dan de afdaling, maar ook dat hebben manlief en ik volbracht, iets waar we met onze krakkemikkige botten en gewrichten stiekem best heel trots op zijn. Eenmaal bij de auto besloten we om niet rond Keramidi te gaan dwalen, op zoek naar al dan niet geopende tavernes in de omgeving, maar gewoon in één ruk terug te rijden naar Kanalia, want daar was de taverne immers wel open. Dat wisten we zeker.

Niet dus! Toen we rond drie uur weer bij het plein in Kanalia arriveerden, bleek ook daar nu alles dicht te zijn. Zelfs geen tosti of een glas limonade was er te krijgen! Het was maar goed dat we die ochtend van huis een aantal flessen water en wat koekjes voor onderweg hadden meegenomen, anders waren die gemiste koffie- en lunchstops echt veel vervelender geweest dan nu. Maar eerlijk is eerlijk, de prachtige route door de bergen met al die indrukwekkende rotsen, de blatende kudde geitjes op de weg en de hoge groene bomen had ik voor geen goud willen missen. Het is het gerammel van onze magen en het gebrek aan cafeïne dubbel en dwars waard geweest, zeker weten!

Uiteindelijk zijn we van Kanalia rechtstreeks teruggereden naar Pilion, waar we op een terras in Agria uitgebreid hebben genoten van een welverdiende maaltijd van superzachte ossobuco in een heerlijke saus. De warme zonnestralen toverden wel duizend diamantjes op de zachtjes kabbelende golfjes van de Pagasitische Golf, een uitzicht waar ik nooit genoeg van krijg. Daarvan mogen genieten na zo’n prachtige dag, in het gezelschap van goede vrienden, is genieten met een hoofdletter! En dat hoop ik echt nog heel vaak te kunnen doen… 😉

 

Hallo september!

We hebben het weer overleefd, die bloedhete maanden van de Griekse zomer. Het is vandaag de eerste september en dat betekent dat we opgelucht ademhalen. Ten eerste omdat de temperatuur heel wat aangenamer is dan een week geleden en ten tweede omdat de rust in ons kleine dorpje sinds gisteravond is teruggekeerd. Het hoogseizoen is voorbij, de vakantiegangers moeten aan het werk en de kinderen gaan weer naar school. De files op de grote kustweg naar en van Volos zijn opgelost, de stranden zijn niet meer bezet door toeristen en in de tavernes zitten ’s avonds alleen nog de lokale stamgasten. Het leven in Pilion begint gelukkig weer op ‘normaal’ te lijken!

En ja, natuurlijk ben ik blij voor iedereen die van het toerisme afhankelijk is dat het lekker druk was. Zo hoort het nu eenmaal in die paar maanden dat er verdiend kan worden. Maar geef mij die andere tien maanden maar! Ik hou nu eenmaal van iets koelere temperaturen, van lege stranden en rustige dorpjes. Daarom woon ik in het relatief onbekende Pilion, ver weg van de massatoerisme-plekken. September wordt door mij dan ook zeer hartelijk verwelkomd, zelfs al kan het in die maand ook nog behoorlijk fout gaan. Denk maar aan de stormen en overstromingen van twee jaar geleden. Maar angst is geen goede raadgever om vrolijk en vrij door het leven te gaan. Bosbranden, aardbevingen, overstromingen, hitte, muggen en enge beestjes horen nu eenmaal bij het leven hier. Als je daar niet tegen kunt, is het niet zo’n goed idee om hier te gaan wonen.

Ondanks alle ‘ontberingen’ vind ik het nog steeds heerlijk om hier te mogen en kunnen leven. Hoewel dat laatste vanwege de hitte in de afgelopen weken toch wel een beetje heeft stilgestaan. Dat kwam natuurlijk ook omdat mijn rug nog heel kwetsbaar is. Een klein heuveltje op lopen leverde twee dagen extra pijn op, en als het dan buiten ook nog eens zo bloedheet is dat je doornat van het zweet thuiskomt, dan is de lol van ‘bewegen’ er gauw af. Bij mij in ieder geval wel. Ook daarom ben ik blij dat het september is. De pilates-studio in Volos waar ik in juli een proefles deed, gaat deze week weer open, dus zodra ik groen licht krijg van mijn manueel therapeut Ioannis hoop ik te kunnen starten met een wekelijkse les. Daar kijk ik echt naar uit, want ik ben die stomme rugproblemen zo langzamerhand flink zat.

Om mezelf een beetje op te peppen – letterlijk en figuurlijk – heb ik in de afgelopen weken al twee keer zeer relaxed op de behandeltafel van een heuse Beauty Clinic gelegen. Dat is iets wat ik eigenlijk heel zelden doe. Ten eerste omdat ik van nature al geen tutteltype ben. Bovendien word ik nogal snel ongedurig, en zo’n uitgebreide reinigende gezichtsbehandeling duurt toch al gauw twee of drie uur. Ik vind het noodzakelijke, bij mij bijna maandelijks terugkerende halfuurtje ‘gezichtsonderhoud’ al een gedoe, een afspraak die ik meestal ergens tussen andere noodzakelijke dokters- of winkelbezoeken aan Volos in frommel. Dan gaat het immers in één moeite door en hoef ik er geen extra tijd voor vrij te maken. Maar in augustus ligt alles stil, veel dokterspraktijken en winkels zijn gesloten vanwege de vakantie, en ook mijn reguliere schoonheidsspecialiste was dicht. In de zomer groeit alles dubbel zo snel, echt waar. Je nagels, je haren en ja, ook die op je kin. Er viel niet meer tegenop te epileren, dus ik moest uiteindelijk echt naar een andere salon voor een wax-behandeling, wat best een dingetje is omdat mijn gezichtshuid erg gevoelig is en snel irriteert. Dan verander je niet zo snel van schoonheidsspecialiste, maar ja, nood breekt wetten!

Mijn keus viel uiteindelijk op een beauty clinic die volgens de website gespecialiseerd was in huidproblemen- en verzorging, dat leek me gezien die gevoeligheid wel belangrijk. En ik heb er geen spijt van gekregen. Integendeel. Toen ik er wat aarzelend binnenstapte om een afspraak te maken, werd ik dusdanig professioneel van advies voorzien, dat ik mij een paar dagen later vol vertrouwen aan de deskundige handen van Evangelina toevertrouwde. Ik kreeg van haar een uitgebreide gezichtsbehandeling inclusief ’threading’, een superfijn alternatief voor het meer algemene waxen dat bij mij zo vaak huiduitslag oplevert. We waren allebei zo enthousiast over die eerste behandeling, dat zij zich inmiddels tot taak heeft gesteld mijn droge, doffe en rimpelige huid weer te laten ‘shinen’ en zo glad mogelijk te krijgen – en dat zonder laser, botox of andere kunstmatige ingrepen.

Ze hoefde niet lang te praten om mij over te halen. Twee keer ben ik nu geweest, en het voelt heel luxe aan om zo verwend te worden met diverse massages, maskertjes en allerlei heerlijk ruikende crèmes op mijn gezicht en hals. De eerste resultaten beginnen zelfs al een klein beetje zichtbaar te worden, dus over drie weken heb ik weer een afspraak. Het klinkt misschien raar, maar ik voel me een beetje alsof ik van de lokale supermarkt in een delicatessenwinkel terecht ben gekomen. Dat de prijzen desondanks eerder die van een ‘supermarkt’ zijn dan van een speciaalzaak is natuurlijk ook mooi meegenomen! En die rimpels… ach, helemaal verdwijnen zullen ze niet, maar dat hoeft van mij ook niet. Een wat minder vermoeide uitstraling na een jaar vol pijn vind ik al een heel mooi resultaat. Volgens Evangelina behoort dat absoluut tot de mogelijkheden, dus daar gaan we voor. Als de pilates-lessen en Ioannis’ behandelingen nu ook die laatste rug- en bekkenpijntjes nog laten verdwijnen, dan ben ik over een paar maanden weer zo goed als nieuw. En dat zou toch wel heel fijn zijn.

Al met al zijn juli en augustus toch nog wel snel voorbijgegaan, gelukkig zonder branden en zonder al te veel drama. Het was voor ons gewoon een doorsnee hete Griekse zomer, waarin weinig gebeurde. Deze column is dan ook niet echt spectaculair te noemen, maar ach, dat zomergeneuzel over ditjes en datjes bent u na al die jaren vast wel gewend van mij. En eerlijk is eerlijk, ons leven hier heeft mij blijkbaar zoveel rimpels opgeleverd, dat het ook weleens fijn is om die in alle rust door deskundige handen glad te kunnen laten strijken…

♥♥♥

Hittestress

Zoals elk jaar rond deze tijd begint de langdurige extreme hitte van de Griekse zomer ons danig de keel uit te hangen. Ik heb het over die beruchte bloedwarme dagen waarin je maar tot een uur of halftwaalf ’s ochtends nog enigszins buitenshuis ‘actief’ kunt zijn, om daarna snel naar de airco binnen te vluchten. Alleen vroegopstaanders (en daar behoor ik helaas niet toe) genieten van de zee, want naarmate de zon hoger komt, stijgt ook de temperatuur van het water. En een lauwwarme zee voelt niet echt lekker aan, dat kan ik u verzekeren.

De vakantiegangers, veelal komende uit landen waar regen vaker voorkomt dan zonneschijn, vinden het allemaal heerlijk. Begrijpelijk en ik gun het ze van harte. Ook al omdat dit de maanden zijn waarin de in het toerisme werkende bevolking het geld moet verdienen. Maar als je hier het hele jaar woont en niet afhankelijk bent van dat toerisme, dan is zo’n zomer met temperaturen van boven de 35° ieder jaar weer een reden om je af te vragen waarom je in vredesnaam naar Griekenland wilde verkassen. Gelukkig weten we dat het tijdelijk is. Die andere tien maanden van het jaar maken dit jaarlijks terugkerende zomerse ‘afzien’ helemaal goed, dat moge duidelijk zijn. En is het eenmaal augustus geworden, dan is het slechts een kwestie van nog even volhouden. September met heel wat aangenamere temperaturen is in aantocht!

Ondanks de hitte ben ik toch nog redelijk actief geweest in de afgelopen maand. Het geplande Nikos Kypourgos-concert van 12 juli in Chorto bracht uiteraard de nodige voorbereidingen en koorrepetities met zich mee. De grote generale repetitie met alle deelnemers aan het concert vond plaats in de Muziekschool van Volos, en dat op zich was al een mooie ervaring. Ik was nog nooit in de school geweest, dus de mooie levensgrote muurschilderingen in de gangen waren echt een verrassing. In de grote theaterzaal was alles voorhanden om het hele concert van begin tot eind door te nemen en omdat ons koor maar een klein aandeel daarin had, konden we als toeschouwers in alle rust – en koelte dankzij de airco – genieten van wat het koor en orkest van de Muziekschool (de hoofduitvoerenden van het concert) ten gehore brachten.

Het concert zelf vond de volgende avond plaats in het kleine, intieme openluchttheater van Chorto. Dat ligt midden in het groen, en alleen dat maakt het al ‘magisch’ wanneer de zon langzaam ondergaat, de krekels langzaam verstommen en de schijnwerpers zich richten op het toneel. Voor ons, de deelnemers, bestond de avond voornamelijk uit wachten tot we op moesten. Dat kon op een overkapte plek in de tuin, een tiental meters achter het theater, waar plastic stoeltjes, water en broodjes voor ons klaar waren gezet. Keurig geregeld dus.

Tegen de tijd dat wij het toneel op moesten, was het donker, wat het nogal lastig maakte om met zijn allen zo zachtjes mogelijk over gras en hobbelige stenen paadjes richting het toneel te schuifelen. Eenmaal daar moesten we ons op de een of andere manier achter het orkest en het kinderkoor op de drie etages hoge loopplanken frommelen, maar gelukkig viel niemand eraf. En toen we eenmaal stonden, hebben we natuurlijk heel erg ons best gedaan op ons aandeel in wat voor de toeschouwers een hele mooie muzikale avond is geweest. En daar doe je het allemaal voor, toch?

Vermoeiend was het wel, dus ik was blij toen ik om twaalf uur onze tuin weer binnenstapte. Die blijdschap verdween echter al snel, want kleine Katinka bleek zich nog buiten te bevinden. Normaal gesproken houden we de katten ’s avonds en ’s nachts binnen, maar ons rode monstertje had er blijkbaar de pest in dat ik weg was en weigerde gehoor te geven aan manliefs eerdere verwoede pogingen om haar naar binnen te krijgen. Meestal reageert ze wel als ik haar roep, en hoewel ze meteen aan kwam rennen, vertikte ze het om mee naar binnen te komen. De frustratie werd nog erger toen ik de voordeur opendeed en Krumpie langs mijn been van binnen naar buiten schoot.

Ik zal u de details besparen,  laten we het er maar op houden dat die twee de tijd van hun leven hadden, daar om middernacht in de tuin. Deze steeds bozer en wanhopiger wordende kattenmama dus niet, hoewel Krumpie na zo’n drie kwartier gelukkig uitgespeeld was en naar binnen wilde. Maar wat ik ook probeerde, Katinka was en bleef buiten rondrennen.

Om halftwee was ik het zat en heb ik de deur op slot gedraaid. Wat ze allemaal uitgespookt heeft die nacht weet ik niet, maar toen ik de volgende morgen om tien uur de deur weer opendeed, kwam ze in sukkeldraf naar binnen, schrokte het bakje brokjes half leeg en kroop vervolgens op de bank, waar ze zich in de vierentwintig uur erna nauwelijks bewogen heeft. Hopelijk heeft ze ervan geleerd en reageert ze in het vervolg wel op onze pogingen haar naar binnen te krijgen. Hoewel… ik denk het niet, het is en blijft een rood kattenmonstertje, maar je kunt altijd hopen, nietwaar?

In de dagen erna ontdekte ik dat ik mijn muziekmap kwijt was, hoewel ik zeker wist dat ik hem in mijn tas had gestopt na het concert. Ik herinnerde me ook precies waar ik hem na thuiskomst had neergelegd: op de eettafel in de hal. Alles hebben we afgezocht, zelfs de boekenkast achter de tafel leeggehaald, maar de map was en bleef weg. Natuurlijk gaf ik manlief er de schuld van, die wil nog weleens in de weg liggende spullen wegbergen op plekken waar ze normaal niet liggen, maar in dit geval heb ik mijn excuses moeten aanbieden. Op de eerstvolgende koorrepetitie, toevallig weer op onze openlucht ‘backstage’-plek achter het theater, lag mijn fuchsiaroze muziekmap keurig op de tafel bij de ingang.

Wat een opluchting was dat, maar ook wel even een ‘o jee’-moment. Want hoe kon ik er zo van overtuigd zijn geweest dat ik de map bij me had gehad, terwijl dat dus niet het geval was? Nou ja, ik hou het maar op de wekenlange hitte, die doet nu eenmaal rare dingen met je lijf en geest. Want zo’n ‘senior moment’ waar je op een bepaalde leeftijd last van schijnt te krijgen… Nee, zó oud ben ik nog lang niet. Echt niet. Toch?

♥♥♥

 

 

Hello-hello-oooh!

Het blijft hard werken in zo’n Grieks koor, hoor! We waren nog maar net terug uit Florina of de repetities stonden alweer in het teken van een volgend optreden. Een ‘thuiswedstrijd’ in Chorto ditmaal, maar wel een belangrijke. Op 12 juli staat daar namelijk een concert gepland, gewijd aan Nikos Kupourgos, een beroemde, veelzijdige componist en tekstschrijver. Van kinderliedjes tot filmmuziek, balades en televisieseries, hij draait er zijn hand niet voor om. Inmiddels is de man in de zeventig en een levende legende, die in hoog aanzien staat. En blijkbaar komt hij binnenkort naar Pilion, reden om een muzikaal eerbetoon aan hem te brengen. Dat gebeurt dus op 12 juli, in aanwezigheid van de man zelf, en de bedoeling is dat ons community koor Xortodia samen met het orkest van de Muziekschool in Volos en het gemengd koor uit Agria een aantal van zijn liederen ten gehore gaat brengen.

Voor de Griekse leden in ons koor zijn die liedjes redelijk bekend. Vergelijk het maar een beetje met de liedjes uit ‘onze’ tv-serie Jodocus Kwak van Herman van Veen. Die hebben we allemaal weleens gehoord op radio en tv. Zoiets dergelijks is de serie Η Λιλιπούπολι (i Lilipoupoli) dus voor de Grieken. Oorspronkelijk een kinderserie, maar ook zeer geliefd bij volwassenen. Voor mij en menig ander buitenlands koorlid is het oeuvre van meneer Kupourgos geheel onbekend, wat behoorlijk wat verwarring oplevert. Maar inmiddels heb ik begrepen dat wij als koor met name de refreinen van de liedjes moeten zingen. Met als tekst: pipipipipi pi pi, pote-pote-pote en pine-pine-pine. Op nog niet geheel duidelijke momenten en in diverse toonhoogten. Verder heeft de beste man ook nog een zigeunerlied geschreven in Roma-taal, dat wij in zijn geheel zullen zingen. De tekst daarvan hebben we aangeleverd gekregen in fonetisch Grieks, en dat ziet er dan zo uit: Ρομ σουσο-κάρ τε-πε-νέν-του-κέ. In ons fonetische schrift is dat: Rom souso-kàr te-pe-nèn-tou-kè en vertaald naar Grieks en Nederlands betekent het zoveel als: het is mooi om een zigeuner (Roma) te zijn. Ik zei het al, behoorlijk verwarrend allemaal. Tel daar de normale Griekse chaotische manier van doen en iets aanleren bij, dan begrijpt u hoop ik wel dat zo’n koorrepetitie echt heel hard werken is! Het is dat er ook veel gelachen wordt, anders zou ik er vast niet zoveel lol in hebben…

Via het koor kreeg ik een paar weken terug ook te horen dat er op 23 juni een dagboottocht naar de Sporaden zou plaatsvinden, georganiseerd door de Schoolvereniging van het Zuid Pilionse dorp Promyri. Manlief en ik hadden er wel oren naar, want hoewel de eilandengroep al jaren op ons te bezoeken-lijstje stond, was het er nog nooit van gekomen. Ik reserveerde meteen twee tickets voor ons, en omdat de vertrektijd van de boot al om 08.00 uur ’s ochtends uit Platinia was – een dorp dat ruim een uur rijden bij ons vandaan ligt – besloten we er twee overnachtingen aan vast te knopen. Eén ervoor en één erna. En dat was echt een heel goed idee van ons. De boottrip naar de Sporaden was… heel speciaal! Een boot vol met voornamelijk Grieken van nul tot tachtig, een spraakgrage kapitein die zijn vele wetenswaardigheden steevast begon met ‘hello, hello-oooh’, en de hele dag door muziek op volle sterkte uit de geluidsinstallatie. Maar gezellig was het wel, zo met zijn allen varend langs de kusten van Skiathos en Skopelos naar Alonisos. De helloooo-kapitein vertelde zowel in het Grieks als in het Engels veel details over de (piraten)-geschiedenis van de eilanden, en wees ons op leuke kerkjes, mooie strandjes en de vele riante villa’s en jachten op Skiathos.

De zwemstops onderweg hebben wij rustig op onze bank benedendeks uitgezeten. Daar zijn we allebei een beetje te stram voor geworden, vonden we, maar voor een bezoekje aan de oude stad op Alonisos, waar we zo tegen het middaguur aankwamen, was ik wel te porren. Manlief niet, die had zich voorgenomen om bij de eerste de beste apotheek een paar oordopjes aan te schaffen, iets waar we de rest van de reis veel plezier van hebben gehad. Bij het binnenvaren van de haven van Alonisos stonden de bussen al op de kade klaar en nog geen kwartier later kon ik het weidse uitzicht over zee vanuit het hoog op een berg gelegen oude dorp al bewonderen. Ondanks de hitte heb ik toch ook nog even de klim naar het kasteel gemaakt, over hobbelige kalderimi-straatjes met leuke souvenirwinkeltjes. Daarna ging het weer met de bus terug naar de haven en de wachtende boot, die ons – na alweer een snelle zwemstop – rond drie uur afzette voor de lunch in de popperige haven van Skopelos.

Inmiddels was het zo warm dat we daar niet veel verder zijn gekomen dan uitgebreid lunchen en een beetje over de boulevard slenteren. Ook hier veel souvenirwinkeltjes, tavernes en terrasjes waar het in de koelte van de bomen goed toeven was. Vanaf de boulevard liepen talloze kleine straatjes omhoog, de stad in en de berg op, leuk om te zien, maar al dat geklim en geklauter in de hitte hoefde voor ons niet zo. Lekker rustig een ijsje eten aan de haven vonden we een beter idee. Bovendien liep het al tegen vijven en verlangden we eigenlijk wel naar het einde van de mooie, maar knap vermoeiende trip. Dat kwam voorlopig nog niet, want eerst moesten we natuurlijk nog het beroemde Mama Mia-kerkje op Skopelos vanuit zee bekijken, een en ander luidkeels opgeluisterd met passende muziek uit de gelijknamige film. Daarna werd koers gezet naar Skiathos met een bijzondere zwemstop bij een strand waar het schip ‘gewoon’ het kiezelzand op gleed. Alleen mogelijk bij bepaalde weersomstandigheden en dat hadden we die dag. Vervolgens laveerden we nog tussen twee hoge rotsen door, een zeer gevaarlijke doortocht vanwege de ondiepe vaargeul, ditmaal opgeluisterd door de titelsong van de film Titanic. Tja, humor had de kapitein wel! En op zo’n typisch Griekse boottocht moest er natuurlijk ter afsluiting ook nog even Grieks gedanst worden op de dekken alvorens iedereen tevreden, maar dodelijk vermoeid ’s avonds om halfnegen in Platania van de boot rolde. Wij waren dan ook echt heel blij met onze prima kamer in familiehotel Des Roses, op loopafstand van de kade!

Al met al was het een mooi uitje, heel goed georganiseerd door de schoolvereniging van Promyri en super uitgevoerd en verzorgd door de bemanning van de Agios Nikolaos-boot van de Elisabet Cruises (die vanuit Platania ook mooie individuele dagtochten aanbiedt!) Het was echt leuk om dit een keer meegemaakt te hebben, en nog leuker om na twintig jaar een bezoek aan de Sporaden van ons lijstje te kunnen afvinken. Mooie eilanden, mooie strandjes, dat zeker. Maar wij vinden Pilion toch nog steeds mooier… 🙂

♥♥♥

 

Uitstapje naar Flórina

Hier is dan toch de 1 juni-column, met vertraging, maar wel extra lang

Het klinkt misschien wat raar als je al twintig jaar in Griekenland woont, maar behalve Athene, Thessaloniki en twee eilandvakanties heb ik nog weinig gezien van ons woonland. Wij zijn eigenlijk gewoon meer dan tevreden met ons mooie Pilion, dat we altijd ‘Heel Griekenland in het klein’ noemen. Je vindt hier zoveel verschillende landschappen op een behapbare oppervlakte dat die omschrijving heel goed past. Maar als de mogelijkheid zich aandient om ook eens een totaal ander deel van Griekenland te bekijken, dan ben ik daar absoluut een voorstander van. En dus vertrok ik op vrijdag 30 mei richting Florina in het noordwesten van het land om daar samen met Xortodia, het community koor van Chorto, deel te nemen aan een korenfestival dat in het teken stond van Mikis Theodorakis.

Pas bij de eerste toiletstop net na Larissa kwam ik erachter dat ons bijna vijftigkoppige reisgezelschap niet alleen volwassenen, maar ook twee kindertjes en… een hond bevatte. De kindertjes bleken een (bijna) vierjarige tweeling te zijn, behorend bij onze dirigent; het hondje was een schattig Maltezertje dat helemaal tevreden en zonder ook maar één blafje te geven alle drie de dagen met haar baas en bazin overal mee naartoe ging. En de tweeling? Dat ik pas na Larissa merkte dat er twee kleuters in de bus zaten, zegt denk ik al genoeg! Ongelooflijk hoe lief en fantastisch die twee kleintjes zich hebben gedragen op wat toch een zeer vermoeiende reis was met lange uren in de bus.

Het departement Florina ligt namelijk in het uiterste noordwesten van Griekenland, daar waar de grenzen van Albanië, Noord Macedonië en Griekenland elkaar in het Grote Prespa-meer raken. Het is een ongelooflijk groen en uitgestrekt natuurgebied met bergen van boven de 2000 meter, dunbevolkt en niet ongevaarlijk. ‘Wij leven samen met de beren’ stond er te lezen op de borden langs de kant van de weg die waarschuwden voor overstekende beren. We hebben er onderweg ook daadwerkelijk eentje gezien, een jonkie, dat heel snel in het bos verdween toen het onze bus in het vizier kreeg.

Een bezoek aan het berenreservaat in Nimfeio, zo’n dertig kilometer van Florina, stond voor de zaterdag op het programma, maar eerst moesten we die vrijdag natuurlijk nog in het hotel zien te komen. Na de toiletstop bij Larissa verruilden we het wat saaie, vlakke landschap aldaar voor een adembenemende rit de bergen in. Zo rond het middaguur arriveerden we bij het grote meer van Polyfitou, gelegen halverwege tussen de Olympus en Kozani. Het is een van de grootste kunstmatige meren van Griekenland, in 1974 gecreëerd door de bouw van de Polyfito-dam. Over een lange brug reden we naar de andere oever, waar we in het kleine, vrijwel uitgestorven dorpje Neraida werden afgezet om een plekje te zoeken in een van de lunchcafés en kleine restaurantjes. Pal aan het meer ligt dit dorpje, en dat meer is werkelijk een bijzonder plekje. Zelden heb ik zo’n serene rust en stilte ervaren als daar aan het Polyfito-meer, slechts ‘verstoord’ door het gekwetter van de talloze vogels die daar vertoeven.

Na de lunch ging de reis verder, over de steeds steiler en bochtiger wordende bergwegen. Tegen vijf uur arriveerden we in het hotel King Alexander, gelegen aan de rand van Florina, omgeven door groene bergen. Veel tijd om te zien waar we terecht waren gekomen was er niet, binnen het uur was het alweer aantreden voor een stadswandeling met gids en een bezoek aan het Museum voor moderne kunst, speciaal opengesteld voor onze groep. De stad Florina is een van oudsher Byzantijnse nederzetting, en maakte tijdens de Turkse overheersing deel uit van het Ottomaanse Rijk. In de 19e eeuw vonden de Bulgaren dat de regio bij hen hoorde, maar na het einde van de Balkanoorlogen in 1912-1913 ging Florina definitief over in Griekse handen. Ook tijdens en vooral gedurende de burgeroorlog ná de Tweede Wereldoorlog kreeg Florina te maken met veel strijd en geweld. Tegenwoordig is het echter een stad die kunst en kunstenaars hoog in het vaandel heeft, en behalve de sporen van de woelige stadsgeschiedenis zie je overal fleurige uithangborden en veel bloemen en muurschilderingen, met name in het gebied rond de rivier Sakoulevas, die door het stadscentrum loopt. Al met al liep het tegen halfnegen toen we weer in de bus stapten voor ons welverdiende diner in een restaurant dat hoog boven de stad lag. Heerlijk eten, prachtig uitzicht, gezellige tafelgenoten… het was een mooie afsluiting van een lange, lange dag.

De nacht was heel wat korter dan ik gewend ben, maar dat mocht de pret niet drukken. Al vroeg de volgende ochtend vertrokken we naar het dorpje Nymfeio, waar het berenreservaat is. Het ligt nog veel hoger in de bergen dan Florina, op zo’n 1350 meter, en er waaide een behoorlijk koude, straffe wind. Vol goede moed begon ik aan de wandeling naar het reservaat, maar na zo’n tien minuten lopen over het kalderimi-achtige bergpad met alweer een volgende heuvelklim voor me, besloot ik toch maar verstandig te zijn en terug te keren naar het dorpje voor een welverdiend kopje koffie. Mijn rug gedroeg zich weliswaar goed, dankzij de pijnstillers, maar zo’n zware bergwandeling van meerdere kilometers was gewoon een brug te ver. Achteraf hoorden we dat er nog een makkelijker weg was, maar dat was achteraf. En heel veel gemist heb ik ook weer niet. De beren lopen weliswaar op een groot terrein vrij rond, maar achter gaas en een omheining. Degenen die de wandeling wel hadden voortgezet – waaronder de tweeling! – hebben er zegge en schrijven vijf gezien, slapend onder de bomen.

Zodra iedereen weer terug was, ging het terug richting Florina, maar eerst moest er nog gegeten worden. Er was opnieuw een prachtig plekje voor ons geregeld, aan de oever van alweer een ander meer, het Limni Zazari, op een overdekt taverneterras aan het water. Het was ook nog eens de vierde verjaardag van tweeling Katherina en Dimitris, die uitgebreid door ons toegezongen werden en als dessert een mooie taart met kaarsjes kregen. Met volle buik en ja, ook een beetje gespannen, reden we in de namiddag terug naar Florina. Het was tijd voor de technische soundcheck in het theater Aristoteli, waar we die avond op het toneel zouden staan. De soundcheck duurde hooguit tien minuten, waarin we even de sfeer van het theater konden opsnuiven en onze plek op de bühne kregen toegewezen. Daarna ging het heel snel naar het hotel om ons om te kleden, want het concert begon al om zeven uur en wij waren als tweede van de acht koren aan de beurt.

En toen was het dan zover. Dat we zo vlug al het toneel op moesten vond ik eigenlijk heel fijn, want een beetje zenuwachtig was ik natuurlijk wel. Erg veel vertrouwen in mijn eigen zangkunst heb ik nog niet, en ondanks alle gerustellende woorden dat het allemaal niets uitmaakte, dat het heus wel goed zou gaan, vond ik het toch nog wel een dingetje om voor een volle zaal te ‘moeten’ staan. Nikos, onze ongelooflijk goede en altijd enthousiaste dirigent, had me ook nog eens een plaats vooraan, op de eerste rij aangewezen! Het hielp wel dat ik mijn verweg-bril niet op had. Toen de gordijnen opengingen en de spotlights op ons werden gericht, bleken de toeschouwers in de volle zaal gewoon één grote, wazige donkere vlek te zijn. En zodra de eerste pianoklanken weerklonken, was ik mijn zenuwen kwijt. Ik stond daar nu eenmaal en kon weinig anders dan gewoon doen wat ik tijdens de repetities had gedaan: zingen! En zingen deden we! Waar het tijdens de repetities en zelfs een halfuur eerder tijdens de generale repetitie in de kleedkamer nog helemaal mis was gegaan, viel op dat toneel ineens alles op de juiste plek en vormden onze vier zangpartijen (sopraan, alt, tenor en bas) keurig het geheel dat dirigent Nikos in de afgelopen weken beoogd had.

Het is moeilijk beoordelen hoe je het gedaan hebt als je zelf op het toneel staat. Door de geluidstechniek komen de stemmen heel anders in de zaal aan dan je zelf hoort. Volgens de reacties die we die avond kregen, was ons optreden in ieder geval een succes. ‘Kleurrijk, verrassende muziekkeuze, enthousiast en verfrissend’ waren een paar van de complimentjes die we hoorden. Dat er zoveel buitenlanders deel uitmaken van ons koor vond men geweldig. Maar het mooiste compliment vind ik: ‘Jullie lijken wel één grote familie! De lol in het zingen straalt ervan af!’ En blijkbaar vinden andere koren dat zo leuk dat we al uitnodigingen hebben gekregen voor gastoptredens in Parga en Thessaloniki. Tja, zo kom je nog eens ergens!

Na alweer een korte nacht – de nazit met borrel in het hotel was heel gezellig – vertrokken we de volgende ochtend al om 10.00 uur uit Florina voor een bezoek aan de Prespa-meren, die op 800 meter hoogte liggen. We begonnen bij het kleinste van de twee meren, met een wandeling over de loopbrug naar het kleine, bijzondere eilandje Agios Achilleios, beroemd vanwege de unieke basiliek-ruïne en boven op de heuvel een eenzaam kerkje. Koeien en varkens scharrelen vrij rond op het eiland, gewoon tussen de bezoekers door. Daarna ging het naar de grote Prespa voor een boottocht. Maar in plaats van de rustige rondvaart die we verwachtten, lagen er tot onze grote verrassing een aantal speedboten op ons te wachten! Dat was een hele belevenis, of zoals iemand opmerkte: ‘Als je hier aan de haven een kapsalon begint, kun je goed verdienen…’

Midden in dat mooie, grote meer ligt het uiterste puntje van Griekenland. Een grens gevormd door het drielandenpunt Albanië, Noord Macedonië en Griekenland. Op dat uiterste puntje van het Griekse grond- (in dit geval water-)gebied ligt een grot met daarin ikonen en andere religieuze relikwieën, lastig te fotograferen vanaf een speedboot, maar wel gaaf om er geweest te zijn! Wat een prachtig natuurgebied vormen die meren! We zagen op het meer vele pelikanen en cormorans (aalscholvers) zwemmen, het is een paradijsje voor vogels daar! Aan de oever van het meer hebben we uitgebreid geluncht alvorens de lange rit via opnieuw Florina naar Pilion te aanvaarden. Ik was uiteindelijk rond middernacht thuis, maar de bus met onze supergoede chauffeur Thanassis ging nog verder naar Argalasti, waar het grootste deel van ons reisgezelschap werd afgezet. De meesten van hen moesten nog met eigen auto verder naar de diverse dorpjes in het zuiden. Maar ik lag toen al uitgevloerd in bed!

Al met al zijn het drie prachtige, indrukwekkende en vooral heel gezellige dagen geweest die ik niet graag had willen missen. En… ik ben meteen verlost van alle vooroordelen die ik in het verleden over dit koor had. Xortodia mag dan soms een zuiver muzieknootje missen, het laat duidelijk zien dat muziek verbindt. Maar liefst zeven (!) nationaliteiten telt ons koor en drie dagen lang is er geen wanklank gevallen. Integendeel, we vormen één grote familie, ook op dat toneel op een Grieks korenfestival. En daar kunnen velen in onze huidige wereld een groot voorbeeld aan nemen! Ja toch, niettan?

♥♥♥