Zomerse dagen

Het nadeel van de Griekse zomer is dat je er zo heerlijk lui van wordt. Als de temperatuur op je terras naar de vijfendertig en daarboven kruipt, schakelen je lichaam en geest automatisch over naar relax-stand. Niet zo verwonderlijk natuurlijk. Het is gewoon veel te heet om op welk gebied dan ook actief te zijn. Ik prijs mezelf echt heel gelukkig dat ik deze zomer eens een keer niet aan de slag hoef met belangrijke schrijfprojecten en die lekker luie relax-stand helemaal mag omarmen. Ik ben al een aantal keren gezellig met manlief wezen dompelen aan het strand, we drinken zo af en toe ’s avonds een tsiporootje of een wijntje op een van de terrasjes om de zon in zee te zien zakken, en maken ons verder niet al te druk om wat er in de wereld en om ons heen gebeurt.

Het enige waar ik momenteel niet blij mee ben, zijn de vliegen en muggen die lak hebben aan de sterke wind van de terrasventilator en zich regelmatig op de onbedekte delen van mijn lijf storten. En gezien de hoge temperaturen is er heel wat huid voor hen beschikbaar om te ontdekken. De vliegenmepper, het antimuggenspul en de anti-prikgel liggen dus standaard naast me. Helaas hebben die rotbeesten ook daar lak aan, zodat ik me – als het me echt te veel wordt – uit lijfbehoud regelmatig toch maar binnenshuis terugtrek. Wat niet echt een straf is, hoor, want eigenlijk is het daar nu veel fijner. Door de airco is het er heel wat koeler dan buiten, iets wat onze Ira al weken eerder heeft ontdekt.

We zouden haast vergeten dat we een hond hebben, en dat terwijl ze toch niet de kleinste der honden is. Ze ligt de hele dag op het koelste plekje in huis: naast mijn bed, onder de airco, languit op haar rug, en is er alleen voor haar middagmaal even vandaan te krijgen. Dat werkt ze dan op haar eigen slordige manier naar binnen – maar wel in de keuken in plaats van buiten a.u.b.! – om daarna onmiddellijk weer naar de slaapkamer te verdwijnen, de waterbak aldaar leeg te slobberen, en zich vervolgens met een diepe zucht weer op de plavuizen neer te vlijen. Want ja, eten is een zware bezigheid met deze temperaturen, daar moet je echt uren van bijkomen. Het is zelfs zo erg dat madam stelselmatig haar uitlaatronde weigert, zelfs als de zon al onder is. Sta je daar toch mooi voor paal met je riem bij het tuinhek!

Pas in de loop van de avond begint ze zich te roeren. Zo tussen negen en tien krijgt ze altijd haar avondsnack: dan mag ze eindelijk legaal de kattenbakjes leegmaken. Hoewel die tegen die tijd al regelmatig leeg zijn omdat we dus vergeten dat ze binnen is en de keukendeur per ongeluk open laten staan. En heel vreemd, maar hoe diep Sneaky Ira ook in ruste is, op de een af andere manier weet ze precies wanneer die keukendeur open blijft. Hetzelfde geldt voor onbewaakt eten op de tafel in de woonkamer. Even naar buiten of naar de keuken wippen om iets te pakken is er niet bij. Bij terugkomst zijn de bordjes leeg, en ligt madam zeer onschuldig en zeer tevreden weer op haar rug in de slaapkamer alsof ze er niet weg is geweest. Tot na de avondsnack. Dan verplaatst ze haar logge lijf welwillend naar buiten, alwaar ze dusdanig op het tuinpad gaat liggen dat ze alle vreemde voorbijgangers inclusief passerende buurkatten kan aanblaffen zonder ervoor te hoeven opstaan. Tja, waarom zou je het jezelf moeilijk maken bij deze temperaturen?

Het leven in Huize Hollander kabbelt dus aardig rustig voort, met zon, zee, strand en soms ook onverwacht leuke ontmoetingen. Zo ben ik een heel gezellig dagje lang op stap geweest met vriend Maarten G. Verhoef uit Pereia, een dorpje even voorbij Thessaloniki. Maarten bakt daar in zijn eigen bakkerij Damaris verse Hollandse stroopwafels, kokosmakronen, amandelspeculaas en andere lekkernijen. Hij levert zijn producten door heel Griekenland en ver daarbuiten, en is door zijn niet aflatende enthousiasme op zijn Facebook-pagina al aardig beroemd onder de echte Griekenland-liefhebbers. Nu is Maarten altijd op zoek naar nog meer goede klanten, en daarom gingen hij en ik onlangs samen in Kala Nera en omstreken op pad om te proberen hier in Pilion een paar leuke adresjes te vinden voor zijn Hollandse stroopwafels en andere lekkernijen.

Het werd een vermoeiende en doldwaze dag, waarop we heel wat stroopwafeltjes en speculaasjes hebben uitgedeeld. En niet alleen aan de eigenaars van de Griekse koffietenten, hoor. Ook soms zomaar spontaan aan Hollandse vakantiegangers, die verbaasd naar zijn stroopwafel-logo op de auto staarden en toch weleens wilden weten hoe een Nederlandse koekenbakker nou in vredesnaam in Griekenland terecht was gekomen. Tussen al die avonturen door hebben we ook nog kans gezien om even af te koelen in de zee, had manlief ondertussen al een zak gevuld met abrikozen uit onze boom om mee naar Pereia te nemen en hebben we Maarten bij het afscheid ook nog maar een paar plantenstekjes in de armen gedrukt voor zijn mooie tuin. En het leukste van alles is natuurlijk wel dat Ya Banaki, een van de gezelligste terrasjes in Kala Nera, inmiddels de eerste verse speculaasjes-bestelling heeft ontvangen. Ik hoop echt dat de nieuwe koekjes in de smaak zullen vallen bij de klanten van Ya Banaki, want ik wens de keihard werkende en altijd goedlachse Maarten echt alle geluk toe om van zijn onbesuisde Griekse avontuur een groot succes te maken.

Een ander leuk nieuwtje is dat mijn Pilion-reisgids deze zomer ook in Kala Nera te koop is, bij de voormalige taverne Paris. Christos en Paris hebben namelijk na dertig jaar het roer omgegooid, en hun beroemde taverne gesloten. Op dezelfde plek vindt u nu alleen nog hun souvenirwinkel To Trenaki, waar u ook terecht kunt om scooters, fietsen en e-bikes te huren. Dus mocht u tijdens uw vakantie spijt krijgen omdat u mijn reisgids niet al voor uw vertrek hebt aangeschaft, dan kunt u dat alsnog ter plekke doen. Net als mijn dubbelroman Griekse Zomers trouwens, al moet ik voor wat de romans betreft wel aantekenen dat op ook echt op is. Het kost te veel aan porto om exemplaren van mijn boeken vanuit Nederland naar Griekenland te laten komen, dus een nalevering is er helaas niet bij. Van een van de ‘lokale’ Griekse Zomers-exemplaren weet ik trouwens ook waar die terecht is gekomen, omdat ik er tijdens een ontmoeting op het hotelterras waar Maarten en ik even uitpuften voor een drankje heel trots mijn handtekening in heb mogen zetten. Het was een spontane, mooie en supergezellige ontmoeting met twee lieve mensen, en ik kreeg vanmorgen een berichtje dat het boek inmiddels al uit is. ‘Met heel veel plezier gelezen,’ schreef Loeki, en dat doet mijn schrijvershart natuurlijk heel veel goed.

O ja, dat zou ik bijna nog vergeten. Mocht u na het lezen van mijn column ook met een boek in relax-stand willen gaan, neem dan eens een kijkje in de VakantieBieb. Mijn tweede dubbelroman Verliefd in Griekenland – met daarin de eerder verschenen romans Harteloos en Verscheurd Verlangen – is daar gratis en voor niets te lezen. Even registreren, en u kunt meteen onderuit voor een paar uurtjes leesplezier op uw balkon, tuinterras en/of strandbedje – of gewoon bij de airco natuurlijk… 😉

Fijne zomer allemaal!

♥♥♥♥♥

 

Terug van weggeweest

‘Zullen we in mei samen een weekje Guernsey doen?’ vroeg mijn oudere zus mij in januari. In het kader van mijn studiereizen voor de Oad had ik zo’n twintig jaar geleden dit eiland ook al eens bezocht, een kennismaking die me destijds prima was bevallen, dus lang hoefde ik niet over haar voorstel na te denken. Half mei vloog ik dan ook geheel volgens plan naar Nederland, om twee dagen later samen met zus door te reizen naar onze bestemming. Het werd een heerlijke vakantieweek, die al prima begon met de rit naar Eelde, oftewel Groningen Airport. Keurig op tijd werden we bij zus thuis opgehaald met een zeer comfortabele airporttaxi, waarvan de portieren tot onze verrassing – en hilariteit – naar boven toe openzoefden. Zo’n auto die je in een James Bond-film ziet, zal ik maar zeggen. Om ons ‘vip-gevoel’ nog wat aan te wakkeren hebben we bij het uitstappen de chauffeur gevraagd even te wachten tot er flink wat mensen voor de vertrekhal stonden voordat hij op het ‘portieren open-knopje’ drukte, iets waar hij met plezier aan voldeed. En zo arriveerden wij in grootse stijl op de luchthaven voor onze vlucht met Blue Islands Airlines naar St. Peter’s Port op Guernsey.

Het vliegtuig was wel wat pietepeuterig. Een beetje zoals de DC9 van vroeger, maar dan nog kleiner. In de DC9 pasten destijds 109 passagiers, hier gingen er ‘maar’ 90 in. Bemanning en passagiers hadden er zin in, en na amper twee uurtjes vliegen landden we al op het eveneens pietepeuterige vliegveld van St. Peter Port, de hoofdstad van dit op een na grootste Kanaaleiland. Klein, gemoedelijk en ja, pietepeuterig… dat zijn de woorden waarmee ik Guernsey het best kan omschrijven. De lokale bus – ook al kleiner dan ‘onze’ bussen vanwege de zeer smalle weggetjes in het binnenland – rijdt in nog geen drie kwartier vanuit de hoofdstad over de kustweg het hele eiland rond. Overstappen op andere bussen is geen enkel probleem, al is het soms wat lastig om de juiste bushalte te vinden. Maar na wat gehannes daarmee begrepen we al snel dat het op de weg geschreven ‘BUS’ geen busbaan aanduidde, zoals wij dachten, maar gewoon de halte was. Alleen… of dat voor de North, South, West of Eastbound-bus was, stond er niet altijd bij. Ach, het deerde niet. De busritten voerden ons rondom of dwars over het eiland, zodat we een prima indruk kregen van wat het te bieden had, en tegen een ritprijs van 1 Guernsey Pound – gelijk aan de Britse pond – hadden we er echt geen enkel bezwaar tegen om na een uitstapje via een omweg ons lekker rustig gelegen hotel te bereiken. Mijn dagelijkse Bacardi coke met ijs in de zonnige hoteltuin smaakte na afloop van onze busavonturen des te beter.

Ruige kusten, brede zandstranden, subtropische vegetatie en holle wegen tussen bloeiende voorjaarsweiden… We hebben de schoonheid van de Kanaaleilanden volop kunnen ervaren tijdens onze vakantieweek. En dan heb ik het nog niet eens over de deftige Manors en de prachtige botanische tuinen die we bezocht hebben. Iedere dag was een nieuw avontuur, met behalve de busritjes ook excursies inclusief een ferryovertocht naar de schattige eilandjes Herm en Sark. Beiden autoloos, wat hen tot een waar wandelparadijs maakt. Op Herm deden we een Garden Tour onder leiding van de tuinman van het eiland, op Sark maakten we een twee uur durende rondrit in een victoriaanse privékoets met gids, getrokken door Alfie het Paard. Even iets anders dan de Bond-auto waarmee we begonnen, maar wel met hetzelfde vip-gevoel. We hebben onderweg dan ook koninklijk gezwaaid naar onze medereizigers die de prachtige natuur liever op hun wandelschoenen verkenden. Het weer was ons uitermate gunstig gezind. Na een lange periode van regen, wind en lage temperaturen brak al snel na onze aankomst op Guernsey de zon door. Tot ver boven de twintig graden steeg het kwik, en dat hield aan tot we weggingen. Op onze vertrekdag regende het, wat de lieve receptioniste van ons hotel de opmerking ontlokte: ‘Guernsey huilt omdat jullie vertrekken. Kom maar snel weer terug…’

En ja, misschien komt het daar in de toekomst nog weleens van. Vrienden van ons, die twaalf jaar op Pilion hebben gewoond, keren binnenkort ‘voorgoed’ terug naar Guernsey, waar ze beiden opgegroeid zijn. Het zou leuk zijn om hen een keertje op te zoeken en te horen hoe het hun daar bevalt na zo lang ‘op zijn Grieks’ geleefd te hebben. Het leven hier in Pilion verloopt toch enigszins anders dan elders in Europa, dat heb ik ook nu weer zelf kunnen ervaren. Ik kan helemaal in verrukking staren naar bussen die om het kwartier en precies op tijd rijden, lyrisch worden over supersonische douches met een harde, warme straal in een badkamer voorzien van spatscherm of douchegordijn, en me verbazen over uitgebreide menukaarten waarop gerechten staan die zowaar ook daadwerkelijk te krijgen zijn. Zulke ‘gewone’ dingen zijn hier nu eenmaal niet altijd vanzelfsprekend, dus als ik van huis ben, geniet ik daar dubbel van.

En misschien is dat wel het leuke van op vakantie gaan. Even ergens anders kijken, genieten van alles wat anders gaat – en vervolgens een diepe zucht van tevredenheid slaken als je na zo’n mooie vakantie weer in je eigen vertrouwde huisje terugkeert. Ja, een zucht van tevredenheid – zelfs als je afwezigheid daar een mooie gelegenheid was om een rigoreuze verandering in de toiletsituatie uit te voeren. Zoals het graven van een nieuwe ‘beerput’ onder de werkplaats van manlief. De drie meter diepe kuil bleek weliswaar binnen twee dagen gegraven en met beton afgedekt te zijn, maar dat was – hey man, this is Greece – wel dagen later gebeurd dan oorspronkelijk de planning was. Met als gevolg dat het plaatsen van een nieuwe toiletpot en de daarbijhorende nieuwe rioolaansluitingen ook enige vertraging hadden opgelopen. Afgelopen week was het dus een beetje onhandig schutteren tijdens toiletbezoekjes, maar inmiddels staat de pot in ieder geval op zijn nieuwe plek. Doorspoelen moet nog even met een emmer water, maar het spoelt wel allemaal keurig door naar de nieuwe beerput. En dat is al heel wat na de soms best wel vervelende rioolproblemen van de afgelopen jaren.

Kortom, niets loopt hier zoals gepland, maar dat maakt allemaal niets uit. Ik heb een prachtige vakantie gehad. Na het Guernsey-weekje met zus heb ik nog een paar heerlijke dagen bij zoonlief in Enschede doorgebracht. Ik heb volop genoten van alles wat ik heb meegemaakt, en dat alles levert weer heel wat mooie herinneringspareltjes op om aan mijn toch al zo kleurrijke levensketting te rijgen. En nu begin ik zo langzaamaan het gewone leven weer op te pakken. De foto’s van de vakantie staan op mijn laptop, er liggen al een aantal correctie-opdrachten op me te wachten en op uitnodiging van uitgeverij Cupido begin ik heel voorzichtig na te denken over een nieuwe Grieks getinte feelgoodroman. Ik heb me voorgenomen om deze zomer niet al te veel hooi op mijn vork te nemen. Volop genieten in ons kleine kustdorpje is er de afgelopen twee jaar toch een beetje bij ingeschoten door het intensieve schrijfwerk, en dat hoop ik de komende maanden toch wel in te halen. Aan het weer zal het niet liggen, de thermometer naast me geeft negenentwintig graden in de schaduw aan. Prima uit te houden met de ventilator op het terras die voor een verkwikkend briesje zorgt. En natuurlijk hou ik jullie ook de komende maanden weer op de hoogte van alles wat er in mijn schrijvers- en persoonlijke leventje gebeurt, in principe op de eerste van de maand. Dat probeer ik in ieder geval. Maar ja, hier in Pilion weet je het maar nooit… 😉

♥♥♥♥♥

Een nieuw seizoen

Het is bijna niet te geloven, maar wij zijn deze maand aan ons vijftiende jaar in Pilion begonnen. Leven in een ander land is niet altijd makkelijk. Het betekent uiteraard dat je je eigen plekje moet zien te vinden in een andere cultuur – wat niet per se betekent dat je daarbij je eigen roots maar gewoon moet vergeten. Integendeel, zou ik haast zeggen. Ik heb dankzij het internet afgelopen zaterdag gigantisch zitten smullen van de koninklijke Koningsdag-viering in Amersfoort, iets wat ik waarschijnlijk niet had gedaan als ik nog in Nederland had gewoond. Dan had ik hoogstwaarschijnlijk bij de Wannebiezz op het Veerplein in Vlaardingen gestaan met een koud biertje in mijn hand. Nu, ver van het ‘thuisland’, vond ik het heerlijk om languit voor de buis te hangen. Wat hebben wij toch een ontzettend leuk koningshuis als je dat vergelijkt met dat van andere landen. Zo spontaan, zo dicht bij het volk, dat is toch wel een unicum in deze wereld.

Nou ja, dat vind ik, maar misschien ben ik een beetje bevooroordeeld. Ik kom nu eenmaal uit een Oranje-gezind gezin, waar het traditionele Soestdijk-defilé op de zwart-wit televisie ieder jaar opnieuw bekeken werd onder het nuttigen van koffie met een oranjetompoes van de Hema. Daarna aten we witbrood met verse paling die mijn vader ondertussen bij vishandel ’t Hoogertje in het Vlaardingse centrum had gehaald. Pa was namelijk ook wel pro-Oranje, maar niet dusdanig dat hij urenlang naar ‘dat gedoe’ ging zitten staren. Achteraf verdenk ik hem ervan dat hij die palingtraditie zelf heeft bedacht om aan het ‘kastje kijken’ te ontsnappen, maar zolang hij maar op tijd met die paling terugkwam, vonden wij thuisblijvers dat geen enkel probleem. Paling en de oranjetompoes heb ik dit jaar moeten missen, maar twee jaar geleden was ik heel toevallig wel op Koningsdag in Nederland. Hoe leuk is dat, als je na al die jaren zo’n ouderwets feest in een nieuw jasje weer eens mee mag maken. De braderie, de kermis, de vrijmarkt, de terrasjes, de paling en de tompoes… Ik heb ervan genoten. Misschien wel dubbel, omdat ik het niet meer elk jaar meemaak. Het is nu eenmaal een unieke feestdag in het Nederlandse leven, zo’n dag waarop je je ook in het buitenland even heel erg ‘Nederlands’ wilt voelen, al is het dan maar vanachter je laptop op een zonnig terrasje onder de nog niet zo heel erg dik bebladerde druivenranken.

Dit jaar viel Koningsdag op de zaterdag voor het Griekse paasfeest. Terwijl ik digitaal in Amersfoort vertoefde, waren mijn buren druk bezig met het voorbereiden van de paasbarbecue en de andere feestelijkheden die ’s nachts om twaalf uur in de kerk beginnen met het verspreiden van ‘Het Licht’. De Papa – zo wordt de Griekse priester genoemd –  komt dan vanachter het altaar de donkere kerk in met een grote kaars, aangestoken door de heilige vlam die vanuit Jeruzalem ingevlogen wordt. Degenen die vooraan in de kerk staan, steken hun meegebrachte kaarsje aan die grote kaars aan, waarna het licht wordt doorgegeven aan iedereen die in de kerk en op het kerkplein aanwezig is. Dit alles gaat gepaard met het afsteken van vuurwerk, het knallen van rotjes en het elkaar ‘Xristos Anesti’ – Christus is opgestaan! – toe roepen. Totaal anders dus dan de paasdiensten die ik vroeger op zondagochtend in onze kerk meemaakte. Het enige wat me daarvan is bijgebleven is het ingetogen en vooral níét jubelend gezongen: ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem die galmt door gans’ Jeruzalem.’ Ach ja, ’s lands wijs, ’s lands eer…

Het Griekse paasfeest is een echte belevenis, en heb je de kans om het een keer mee te maken, dan kan ik dat zeker aanraden, of je nu wel of niet gelovig bent. Natuurlijk staat de kerk centraal in de viering, maar zodra dat ‘gebeurd’ is, en er door de kerkgangers na afloop van de dienst thuis de traditionele longsoep ter afsluiting van de vastenperiode is gegeten, begint op zondagochtend al vroeg het grote feest. Samen met familie en vrienden wordt er de hele dag door gegeten, gedronken, gedanst en gekletst, traditioneel met een lammetje of geit aan het spit in de tuin, op straat of op het balkon. Een belangrijke feestdag dus voor de Grieken, en voor hen echt vele malen belangrijker dan ‘onze’ Kerst. Behalve de drukte in de kerk en de keuken, begint ook de drukte op de wegen al in de dagen ervoor, want het mooiste paasfeest vier je natuurlijk met je familie in je geboortedorp, en aangezien Griekse families vaak honderden kilometers uit elkaar wonen, is het in de week voor Pasen altijd een heel gedoe van zich van hot naar her verplaatsende Grieken. Ook in ons dorpje was het in dit afgelopen weekend weer gezellig druk met al die feestende families om ons heen, maar ik moet eerlijk bekennen dat het een beetje langs ons heen is gegaan. Zo’n Grieks paasfeest is best heel leuk om een keer mee te maken, maar aangezien wij niet zo kerks zijn, en ook niet echt genieten van al die onschuldige lammetjes en geiten aan het spit, houden wij het meestal maar gewoon bij een paasbrunch met zijn tweetjes op ons eigen terras. En dat was ook deze keer weer helemaal geslaagd met een zeer uitgebreid Engels roerei-met-spek-en-worstjes-ontbijt, inclusief verse fruitsalade, een Franse kaas-plankje en een zelfgebakken Paastulband. Heerlijk vind ik dat, en we hadden de rest van de dag geen enkele behoefte aan nog een andere maaltijd.

Tweede Paasdag hebben we wel gezellig een tsipourootje gedaan bij To Balconi, de ouzeri van Apostoli aan het eind van de boulevard in Kato Gatzea. Het zonnetje scheen, het uitzicht over de Golf was weer prachtig mooi, en de mezes, de hapjes bij de tsipouro, waren heerlijk. Toen we daarna voldaan naar huis slenterden, zagen we op een van de andere terrasjes ineens twee Nederlandse vrienden, met wie we een heerlijke frappé hebben gedronken tijdens het uitgebreid bijkletsen. En later die middag stond er plotseling een in Volos wonende Nederlandse vriendin met haar zoon voor ons tuinhek. Zo leuk, het was al twee jaar geleden dat we elkaar hadden ontmoet, maar we gingen gewoon weer verder waar we toen waren gebleven. Kortom, een supergezellige dag met onverwachte, spontane ontmoetingen. En daar kan ik dus heel erg van genieten na het maandenlange gedisciplineerde schrijfwerk.

Vandaag keert de rust langzaam weer terug in het dorp, al blijft het de hele week wat drukker dan hiervoor. Familie en vrienden knopen vaak een aantal vakantiedagen aan hun Paasbezoek vast, zoals wij dat gewend zijn in de kerstvakantie. In de grote stad is het rustig, sommige kleinere winkels zijn ‘wegens vakantie’ gesloten, de openbare instanties draaien op halve kracht. En gezien het trage tempo waarin het hier normaal al draait, kun je nu beter even een weekje wachten als je iets officieels gedaan moet krijgen. Dat zijn zo van die dingen die je leert als je hier al zo’n vijftien jaar woont. De lange zomer is in aantocht, dat is overal te merken. Toeristen duiken alweer op met hun camper of tent op de nabijgelegen camping vanwege de Noord-Europese meivakantie en de vaste gepensioneerde Nederlandse zomergasten druppelen zachtjesaan de Pilion weer binnen voor hun maandenlange verblijf in het gastvrije Griekenland. Voor ons betekent dit het einde van een periode waarin we met onze Griekse dorpsgenoten heerlijk hebben genoten van een gelukkig rustige winter zonder al te veel sneeuw-ellende en andere rampspoeden. Onze lange winterslaap is voorbij, ook wij worden langzaam weer actief, en ik verheug me op het weerzien met vrienden en bekenden die hier hun vakantie komen doorbrengen. Ondanks dat vervult het afscheid van de winter me toch altijd ook met een klein beetje weemoed. Wij vinden die rustige Griekse winters in ons kleine kustdorpje heerlijk, en hebben ons geen moment verveeld, al kan ik me heel goed voorstellen dat anderen er gillend gek van worden. Gelukkig maar, denk ik dan stiekem, want zo blijven ónze winters tenminste lekker rustig… 😉

♥♥♥♥♥

Dubbelleven

Het wordt vandaag een korte column ben ik bang. Over twee weken moet ik namelijk mijn manuscript voor het derde deel van de Rozen van Beekbrugge inleveren. En zoals dat bij mij altijd gaat, moeten er nog wel een flink aantal woorden geschreven worden voordat ik de computer met een tevreden zucht kan dichtdoen. Eigenlijk heb ik dus helemaal geen tijd om tussendoor ‘even’ een gezellige maandcolumn in elkaar te draaien. Maar géén column is ook zo raar, dus vandaar dat ik toch maar even een paar woordjes op de website zet.

Veel te vertellen valt er trouwens niet. Het is winter, dus dan gebeurt er hier weinig. Het behoorlijk grillige weer bepaalt onze dagen, wat betekent dat we de ene dag in het zonnetje in de tuin zitten, en de andere dag rillend bij de kachel kruipen omdat het hoost van de regen of zelfs sneeuwt. Het voordeel van onze leeftijd is dat we niet op tijd op ons werk hoeven te zijn, en dat we zelf onze dagindeling kunnen bepalen. Wat een luxe is dat toch, ik kan echt nog steeds zo genieten van die vrijheid! Nou ja, relatieve vrijheid, want dat boek moet wel geschreven worden, natuurlijk. Het fijne van de winter is dat er weinig gebeurt om me af te leiden en dat ik me helemaal kan terugtrekken in mijn fictieve wereld. Niet zo leuk voor manlief, maar die is er inmiddels wel aan gewend.

Gelukkig maar, want het zorgt soms voor wat rare situaties. Zoals afgelopen week, toen ik tegen de avond, aan het eind van mijn werkdag, verwikkeld was in een nogal vervelende scène tussen Emma, mijn hoofdpersoon, en Giovanna, de niet zo heel aardige moeder van de mannelijke hoofdpersoon. Emma voelde zich behoorlijk gekwetst door de kleinerende sneren van Giovanna en hield er een behoorlijk katterig gevoel aan over. Precies op dat moment piepte manlief mij via de telefoon naar het ‘grote huis’, het teken dat ik moet komen eten. Ik schoof dus regelrecht vanuit mijn werk aan tafel, en laten we nou net die avond spruitjes eten. Niet mijn favoriete maaltijd, zal ik maar zeggen. Maar oké, een gegeven paard kijk je niet in de bek, dus ik laadde keurig een paar – zeker wel een stuk of acht – van die groene ballen op mijn bord, tezamen met een half gekookt aardappeltje en de kleinste karbonade, al was die voor mij eigenlijk nog te groot.

In mijn hoofd was ik nog helemaal bezig met Emma en hoe dat nou verder moest nu ze zich zo rottig voelde. Ze zat ook nog eens in Toscane, in het huis van die moeder, wat het allemaal wel ingewikkeld maakte. Door al dat gepieker was ik niet zo spraakzaam als anders, waarop manlief zich na een paar minuten geroepen voelde om het woord te nemen: ‘Ik snap niet waarom ik nog moeite doe om voor jou te koken. Als ik zie hoe weinig jij eet…’ Dat was niet zo’n goeie gespreksopening van hem. Opmerkingen over mijn eetgewoonten zijn namelijk nogal een beetje een heet hangijzer tussen ons. Ik eet inderdaad niet veel, dat is gewoon zo. Ik voel me daar ook best schuldig over, en doe werkelijk altijd mijn best om iets meer te eten dan ik het liefst zou doen. Alleen moet je me dan geen spruiten voorzetten. Witlof trouwens ook niet, of nassi of havermout of… Afijn, ik ben inderdaad een lastige eter, laten we het daar maar op houden.

Normaal gesproken buig ik deemoedig mijn hoofd bij zo’n opmerking: ‘Ja, schat, je hebt helemaal gelijk. Ik ben zo blij dat je me ondanks dat elke avond een heerlijke maaltijd voorzet…’ Maar die avond dus niet. Ik was al aan tafel geschoven met Emma’s katterige gevoel nog in mijn lijf, en van manliefs opmerking werd ik ook niet vrolijk. Daar kwam nog bij dat de snerende opmerkingen van Giovanna aan Emma’s adres ook over eetgewoontes gingen. En aangezien ik nog helemaal in mijn boek zat, moest ik op dat moment dus een dubbele portie negatieve opmerkingen over eetgewoontes verwerken: die van Giovanna en die van manlief. Dat was helaas net even te veel voor me, waardoor manlief onmiddellijk de volle lading van me kreeg. Gelukkig hadden we allebei al snel in de gaten dat Emma nog levensgroot bij ons aan tafel aanwezig was, en dus ben ik na het eten maar even een luchtje gaan scheppen om haar kwijt te raken. Dat is gelukt, en zo werd het die avond toch nog gezellig bij ons thuis.

En hier moeten jullie het vandaag mee doen, want op dit moment staat Emma alweer in mijn nek te hijgen, dus ik ga snel verder met haar verhaal. Met een beetje geluk kunnen jullie dan in september lezen hoe dat nou zat met die eetgewoontes van haar, en of ze het ondanks die vervelende moeder toch nog leuk heeft gehad in Toscane… 😉

♥♥♥♥♥

Hallo zon!

Hoera, de zon is terug! Mijn dag begon vandaag dus in het stralende zonnetje met ontbijtkoffie op het terras. Iets wat ik ‘s ochtends altijd wel doe, weer of geen weer, maar voor het eerst in lange tijd kon het winterjack aan de kapstok blijven hangen en had ik meer dan voldoende aan mijn dikke vest. Sterker nog, na een uurtje had ik zelfs genoeg aan mijn T-shirt. Met korte mouwtjes! Nee, ik overdrijf niet, al vind ik het stiekem natuurlijk wel heel erg leuk om dit even uitgebreid aan jullie te vertellen. Ik weet uiteraard dat er in Nederland op dit moment een aardig laagje sneeuw ligt en dat het behoorlijk koud is. Dus ja, dan zit ik me daar best een beetje om te verkneukelen hier op mijn terras, in mijn T-shirtje met korte mouwtjes.

De wereld ziet er nu eenmaal altijd meteen een stuk vrolijker uit als je met je giechel in de zon kunt zitten, zo simpel is het. En dat hebben we dus heel hard nodig, want we weten allemaal dat het met diezelfde wereld helemaal niet zo best gaat. Wat een zooitje hebben we er met zijn allen toch van gemaakt! En dus moeten we nu ook met zijn allen de schouders eronder zetten om het weer een beetje leefbaar te maken. Ik ben voor, absoluut! Te beginnen met al dat plastic. Ik erger me al jaren aan de hoeveelheid die er in verpakkingen gestopt wordt. Niet alleen vanwege de schade aan het milieu, maar ook omdat ik met de meeste verpakkingen onmiddellijk in een strijd verwikkel raak. Ik kan me niet voorstellen dat ik de enige ben die het zelden lukt om zo’n vacuüm verpakt broodbeleg aan dat kleine puntje in de hoek open te trekken. Bij mij moet er negen van de tien keer een schaar aan te pas komen, en dan nóg! Knip ik er net te weinig af, krijg ik dat plastic velletje er nog steeds niet vanaf. Of ik knip te ver, en dan onthoofd ik meteen alle mooi geschikte plakjes worst! Vreselijk. En dat is nog maar één irritant voorbeeld van de lange lijst.

Ik koop mijn worst dan ook veel liever bij Jorgio van de supermarkt hier in het dorp. Die heeft nog zo’n snijmachine staan, waarmee hij de door mij gewenste tien of twaalf of vijftien plakjes worst netjes afsnijdt waar ik bij sta. Vervolgens wikkelt hij ze in een vetvrij papiertje, doet er een elastiekje omheen en klaar is kees. Ik heb wel erg moeten wennen aan het feit dat hij altijd wil weten hoeveel plakjes ik van iets wil. Ik bestelde gewoon in onsjes. Weet ik veel hoeveel plakjes er in een ons gaan! Dat ligt er toch helemaal aan hoe dik ze gesneden worden? Natuurlijk ben ik er na al die jaren wel aan gewend geraakt, en tegenwoordig denk ik gezellig in plakjes als ik worst wil hebben. Maar ik moet wel altijd aan die eerste tijd terug denken als ik in de zomer een verdwaalde toerist bij de vleeswarentoonbank zie staan, gewikkeld in een heerlijke spraakverwarring met onze Jorgio over onsjes en plakjes. En ja, ook dan heb ik soms dat stiekeme verkneukel-gevoel van vanmorgen…

Trouwens, over ‘verkneukelen’ gesproken… Onlangs las ik in een berichtje van een collega dat ouderwetse woorden – zoals ‘verkneukelen’ – door haar redactrice stelselmatig uit haar manuscript waren verwijderd. Nu kon ik me dat van die redactrice in dit geval wel een beetje begrijpen, omdat het hier om een Young Adult-boek ging, en ikzelf een zestienjarige ook niet zo snel zou laten zeggen dat hij of zij zich stiekem had lopen te verkneukelen. Net zomin als ik een zestigjarige ‘vet cool!’ laat roepen in mijn boeken. Hoewel… dat ligt ook weer aan de bewuste zestigjarige natuurlijk. Ik ken er genoeg die het helemaal niet vreemd zouden vinden om zich op die manier uit te drukken. Maar als mijn redactrice álle ouderwetse woorden uit mijn manuscript zou schrappen omdat ‘de jonge lezers de betekenis van die woorden toch niet meer kennen’…Hm, dat zou mij persoonlijk toch in het verkeerde keelgat schieten.

Een van de voordelen van lezen is namelijk dat het je woordenschat vergroot, of je nu tien, twintig, veertig of zestig jaar oud bent. Zou een van mijn jongere lezers nog nooit van dat woord ‘verkneukelen’ hebben gehoord, dan hoop ik dat hij of zij door het verhaal eromheen de betekenis ervan zal begrijpen. En anders is er toch altijd een woordenboek… of Google. Ik hoor het mijn vader nog zeggen: ‘Het is helemaal niet erg als je iets niet weet, als je maar weet waar je het kunt vinden.’ Nou, dat laatste is nog nooit zo gemakkelijk geweest als tegenwoordig. Even googelen en binnen een paar seconden weet je precies wat je wilt weten. Of… Nee, niet altijd. Als je aan Mr. Google vraagt hoeveel plakjes Mortadella er in een ons zitten, dan geeft hij daar niet echt een duidelijk antwoord op. Dus dat vraag ik dan maar aan Jorgio, die weet namelijk wel wat één plakje weegt. Hij legt dat ene plakje gewoon op de weegschaal en dan zie ik zelf wel hoeveel er nog bij moeten om er een ons van te maken. Zo simpel is het.

Ach ja, iedere schrijfster heeft zo haar eigen taalgebruik en stijl van vertellen, en dat is maar goed ook, want zo is er voor iedereen iets te vinden op de planken van de boekwinkels. Ook in mijn genre. Op negen februari wordt de jaarlijkse Valentijnprijs uitgereikt aan de schrijfster van het door de vakjury uitgeroepen beste romantische boek van 2018. Mijn roman Smaak van Liefde heeft de shortlist daarvoor helaas niet gehaald, maar komt nog wel in aanmerking voor de Valentijn Publieksprijs, die door de lezers bepaald wordt. Iedereen mag online één stem uitbrengen op hun favoriete roman, en jullie voelen hem al aankomen natuurlijk. Mocht je nog niet gestemd hebben op jouw favoriete roman, en geniet je van mijn boeken, dan zou je mij een groot plezier doen als je via deze link een stem zou willen uitbrengen op mijn Smaak van Liefde. Stemmen gaat heel eenvoudig door het invullen van je naam en e-mailadres en het aankruisen van je favoriete boek naar keuze. Let op: de titels staan op alfabetische volgorde, dus je moet wel even doorscrollen naar de S van Smaak van Liefde. Superbedankt alvast voor je moeite, en dat geldt natuurlijk ook voor degenen die al op mij hebben gestemd! Zodra de uitslag bekend is, laat ik het jullie weten.

Al met al is het wel weer een beetje kneuterige column geworden, als ik het zo terug lees. Zo eentje die nergens over gaat en van de hak op de tak springt, maar dat komt natuurlijk door dat vrolijke zonnetje. Daar word ik altijd een beetje springerig van. Vanwege dat gespring en het schrijven van deze column heb ik Emma – de Beekbrugse roos uit deel 3 – vandaag ook noodgedwongen even in de wacht moeten zetten. Niet leuk voor haar, want ze zit net in een spannende scène. Iets met een uitslaande brand en een knappe Italiaan die zo stom is om zich daarmee te bemoeien. De inwoners van Beekbrugge worden ongetwijfeld helemaal gek van de gillende brandweersirenes die nu al 24 uur achter elkaar aan het loeien zijn omdat ik zo nodig eerst deze column voor jullie moest schrijven. Wat betekent dat ik morgen, ondanks het weekend, heel snel terug moet naar Emma en mijn geliefde dorpje om die sirenes tot bedaren te brengen. Geen weekend dus voor mij, maar hé, ik ben de laatste die daarover zal klagen. Ik wil natuurlijk wel zo snel mogelijk weten hoe het verdergaat met Emma. Net als jullie… 😉

♥♥♥♥♥