Heerlijke Dromen

Aan het lange wachten op mijn nieuwe boek komt voor jullie, mijn trouwe fans en lezers, zeer binnenkort een eind. Op 23 september zal Heerlijke Dromen, het derde en laatste deel van de Rozen van Beekbrugge-serie eindelijk het levenslicht zien. Op die datum vertrekken de vrachtauto’s vanuit het depot om mijn boek naar de algemene verkooppunten te vervoeren, en is de postkamer van de uitgeverij druk bezig om alle vooraf gereserveerde exemplaren op de deurmatten van mijn lezers te laten bezorgen.

Ik krijg gewoon een beetje kippenvel als ik eraan denk. Stel je toch eens voor. In heel Nederland staat Emma’s verhaal straks in de schappen van de tijdschriftenkiosken, in het bladenrek bij de grotere supermarkten… Als je over drie weken argeloos je dagelijkse boodschapjes loopt te doen, en even draalt bij de bladen om je favoriete weekblad te kopen, is er een grote kans dat je daar zomaar ineens mijn naam ziet staan, tussen bekende romantische Harlequin-schrijfsters als Nora Roberts, Susan Mallery, Maisey Yates. Helaas, naast de nog veel beroemdere Michelle Obama zal ik dit keer niet terechtkomen, want die heeft het volgens mij maar bij één boek gelaten, terwijl ik natuurlijk wel gewoon dóór ben gegaan met schrijven. En het resultaat daarvan ligt dus binnenkort in de winkels.

Drie romans van bijna vierhonderd bladzijden per deel heb ik in twee jaar tijd geschreven. En nu… Nu is de serie compleet! Ik kan het zelf nauwelijks geloven. Twee jaar lang vertoefde ik vrijwel dagelijks in het fictieve Beekbrugge, waar Suzan, Lotte en Emma mij kennis lieten maken met hun familie, vrienden en vijanden. Ik probeerde Suzans beroemde peer-roquefortquiches uit, beleefde samen met Lotte opnieuw mijn eigen driedaags bezoek aan Ameland van een paar jaar geleden, en reisde met Emma mee naar het mooie Toscane, waar ik in het verleden een aantal keer zelf ook ben geweest. Het was een lange, lange rollercoaster, een grillige rit waar ik niet zomaar uit kon stappen op de momenten dat ik het even helemaal had gehad. Het contract was getekend, er waren deadlines die gehaald moesten worden, producties die in gang waren gezet…

Gelukkig hoefde ik die rollercoaster-rit niet helemaal in mijn uppie te doen. Vanaf het allereerste begin kreeg ik heel veel steun van mijn fantastische Harlequin-redacteuren Iris en Hans. Zij waren degenen die dit avontuur met mij durfden aan te gaan en samen met mij in het diepe sprongen om iets te creëren wat voor ons alle drie nieuw was. Een puur Nederlandse HQN-roman, iets wat nooit eerder was gedaan. En of dit schrijfavontuur over een poosje een vervolg krijgt, ligt eigenlijk aan jullie, lieve lezers. Toekomstige boekcontracten zijn nu eenmaal geheel en al afhankelijk van eerdere verkoopcijfers, zo simpel is het gewoon. Daar kun je je wenkbrauwen over optrekken, maar dat helpt niet. Dat boek aanschaffen wel. Je vriendinnen aansporen het te kopen ook. Je social media platforms laten weten dat jij dit zo’n heerlijke serie vond – nou ja, dat hoop ik natuurlijk – en mooie reviews schrijven op de grote online boekenverkoopsites en boeken(blog)sites helpt ook heel erg mee om deze gloednieuwe serie te promoten. Kortom, wij hebben ons allerbeste best gedaan om mijn lieve, stoere en eigenzinnige meiden een goede start te geven, maar nu is de beurt aan jullie om hen te helpen groter te groeien!

Mijn rollercoaster kwam begin mei langzaam tot stilstand, toen ik het definitieve manuscript van Heerlijke Dromen voor de laatste keer naar Amsterdam stuurde. Ik heb de lange, mooie en zeer zonnige Griekse zomer dan ook benut om afstand te nemen van die twee heerlijke, maar heel intensieve schrijfjaren. En dat is prima gelukt. Ik kijk er zelfs alweer naar uit om met een nieuw boek te beginnen. Een nieuw verhaal, met nieuwe hoofdpersonen, die met Beekbrugge niets, maar dan ook niets te maken hebben. Ik vertrek – nou ja, alleen in gedachten, hoor, gezeten achter mijn bureau – heel binnenkort opnieuw naar Herm, het kleine Engelse Kanaaleiland waar ik in mei samen met mijn zus ben geweest. Toen ik daar was, daar stond, en uitkeek over de drooggevallen zee, wist ik meteen dat ik ‘hier’ een boek wilde laten plaatsvinden. Net zo zeker als ik dat lang geleden wist toen ik in het Ierse Leenane stond en naar de oude ‘famine-roads’ staarde terwijl een mij totaal onbekende Ierse man mij vertelde waarom die daar waren en waarom ze nergens naartoe gingen. Op dat moment werd in mij het zaadje gelegd voor Dans der Liefde, het verhaal van Lucy, dat ik zelf nog steeds een van mijn mooiste romans vind.

Zo’n zelfde moment beleefde ik dus in Herm, starend naar het graf van een monnik die daar ooit had geleefd. De naam Katie zweefde mijn gedachten binnen, beelden van een zonnige zomer lang geleden en heel vaag iets over een mysterie dat nou eindelijk eens een keertje opgelost moest worden. Afijn, ik kwam er gewoon niet onderuit: het nieuwe boek moest zich op Herm gaan afspelen, ook al had ik mezelf al helemaal voorbereid op de Griekse feelgood-roman die ik voor uitgeverij Cupido zou gaan schrijven. Gelukkig kennen ze me daar al heel wat jaartjes, dus toen ik vroeg of het in plaats van een Griekse ook een ‘Hermse’-feelgoodroman mocht worden, gaven ze me meteen het groene licht daarvoor. En daarom ga ik dus komende week aan mijn bureau in alle rust luisteren naar wat Katie mij te vertellen heeft. Precies zoals ik twee jaar geleden begon met luisteren naar Suzan, Lotte en Emma…

Om alvast een puntje van de sluier van Heerlijke Dromen op te lichten heb ik nog een klein toetje voor jullie. Zoals trouwe lezers inmiddels van mij gewend zijn, staat er de laatste jaren voor in mijn boeken een citaat, meestal een tekst uit een song, die alles te maken heeft met het thema van het boek. Een song die mij tijdens het schrijven ervan door het hoofd speelde, betekenis gaf aan de woorden die ik op mijn laptop intiktee. Als voorproefje op de feestelijke dag van 23 september, geef ik jullie, mijn trouwe fans en lezers, alvast deze prachtige, rauwe en ontroerende ‘Emma’-song, getiteld ‘ANYMORE’ en live gezongen door Travis Tritt. Ik wens jullie veel luister- en voor over drie weekjes – alvast veel leesplezier!

♥♥♥♥♥

Zoete Wonderen

Voor het eerst sinds ik in Griekenland woon, heb ik mijn nieuwste roman eerder in handen dan mijn lezers. Dat ligt niet aan mijn uitgevers, maar aan de grillige post- en pakketbezorging hier. Zo zit ik al ruim twee maanden te wachten op een bestelling uit Engeland. Of beter gezegd, op het tweede pakketje dat verstuurd werd nadat het eerste pakketje niet was gearriveerd. Via de track&trace weet ik dat het ‘sorry-we-sturen-u-een-nieuw-pakketje’ al tweeënhalve week geleden in Thessaloniki is aangekomen. Dus toen ik gisterochtend een telefoontje kreeg van een koerierservice-meneer, was ik in de vaste veronderstelling dat mijn Engelse pakketje eindelijk bezorgd zou gaan worden. De grote doos die de koerier mij glimlachend overhandigde, bevatte echter geen twee potjes glucosamine, maar de auteursexemplaren van Zoete Wonderen, het tweede deel van De rozen van Beekbrugge-trilogie. Een heerlijke verrassing dus, want het moment dat je je eigen boek in handen houdt, blijft nu eenmaal altijd een heel bijzonder moment in het leven van een schrijfster, hoeveel romans je ook op je naam hebt staan.

De dag had nog een ander bijzonder moment voor me in petto. Hoewel dat meer een ‘onbegrijpelijk hoofdschudden’-moment was. Dat doen we hier eigenlijk best wel vaak, realiseer ik me nu, want in het dagelijkse Griekse leven rol je nu eenmaal van de ene verbazing in de andere. In dit geval betrof het mijn nieuwe telefoon. Speciaal uitgezocht op het feit dat er twee simkaarten in kunnen, omdat ik zowel een Grieks als een Nederlands telefoonnummer heb. Niks bijzonders, bij een nieuwe telefoon zet je gewoon de simkaarten over zodat je al je opgeslagen contacten niet kwijt bent, en klaar is Kees. Maar niet in Greece… De oude simkaarten pasten niet in de nieuwe telefoon, ze waren te groot. Even googelen leerde me echter dat zoiets geen enkel probleem is. Je kunt zo’n kaart gewoon kleiner maken, daar bestaan apparaatjes voor, een soort kniptangen. Wel stond erbij dat je dat beter niet zelf kunt doen, omdat je dan het risico loopt de kaart te beschadigen. Manlief ging dus met mijn nieuwe telefoon en de oude simkaarten naar de Griekse Vodafone-winkel, om het daar even te laten aanpassen.

De Vodafone-meneer schudde echter zijn hoofd. Nee, nee, we hadden het helemaal verkeerd. Er moest een andere, passende simkaart in de nieuwe telefoon, waarna ik contact op moest nemen met de telefonische servicedesk, die het ‘oude’ nummer inclusief gegevens digitaal op mijn nieuwe simkaart over zou zetten. Maar voordat hij die benodigde nieuwe simkaart kon afgeven, moest manlief eerst zijn paspoort laten zien, anders kon hij geen nieuwe simkaart afgeven. Toen manlief zei dat het niet om zijn telefoon, maar om de mijne ging, dat hij mijn paspoort niet bij zich had, en dat ook niet ‘even’ ging halen gezien het feit dat we twintig kilometer verderop wonen, dreigde het hele verhaal al meteen vast te lopen. Gelukkig is manlief zeer assertief. De chef werd erbij gehaald, en zie, de nieuwe simkaart kon ineens toch aangeschaft en geregistreerd worden. Nou ja, de Griekse dan, hè? Die Nederlandse, dat was een ander verhaal. Daarvoor moest ik naar Nederland. Huh? Ja, u leest het goed. Ik moest in Nederland een nieuwe simkaart gaan kopen opdat die daar geregistreerd en overgezet kon worden op mijn bestaande Vodafone NL-nummer.

Alvorens een retourtje NL te boeken, heb ik eerst maar eens gebeld met de Nederlandse Vodafone-servicedesk. De vraag de ik had, bleek helaas niet voor te komen in het voorkeuze-menu, waar ook de knop ‘voor overige vragen, toets…’ niet aanwezig vast. Wel kreeg ik steeds: ‘voor het hoofdmenu, toets…’ waarna de hele riedel weer opnieuw begon. Na een paar keer opnieuw bellen en steeds een andere keuze uitproberen, kreeg ik op een bepaald moment toch zowaar een echt mens aan de lijn. Die ook nog eens snapte wat ik wilde weten. Alleen wist zij daar niet het antwoord op, dat ging ze bij een collega navragen. En ja hoor, de collega wist gelukkig de oplossing: ik hoefde helemaal niet naar NL, want ik had toch al een NL-simkaart die geactiveerd was? Die hoefde alleen maar bijgeknipt te worden van Standaardformaat naar Nanoformaat, dan kon hij zo de nieuwe telefoon in. Daar bestonden tangetjes voor en in iedere telefoonwinkel kon dat zo gedaan worden. Geen enkel probleem. Nou ja, behalve dus als je in Griekenland woont. Daar heeft het personeel van de telefoonwinkel blijkbaar nog nooit van zo’n tang gehoord…

Vandaag giet het van de regen, niet bepaald weer om op de brommer naar Volos te gaan, dus teruggaan naar de Vodafone-winkel moet even wachten tot het depressiefront is weggetrokken. Manlief heeft inmiddels wel een screenshot gemaakt van zo’n simkaart-kniptang, die overal op internet voor nog geen tien euro aangeboden wordt. Die gaat hij de bovengenoemde medewerker zeker laten zien, waarbij hij hem ongetwijfeld in niet mis te verstane bewoordingen zal vertellen dat hij ons totaal onnodig een nieuwe simkaart door de strot heeft geduwd. Gelukkig zijn er meerdere telefoonwinkels in Volos. We hoeven dus niet meteen zelf zo’n tang te bestellen, al zou dat misschien nog weleens de beste en snelste optie kunnen zijn. Nadeel van op internet kopen is echter dat het thuisbezorgd moet worden, hetzij door de post of door een koeriersdienst, en gezien de problemen die dat weer oplevert… Nou ja, u begrijpt het wel. Ons leven in Griekenland gaat niet altijd over rozen… 🙂

P.S. Mijn nieuwe roman, Zoete Wonderen, ligt vanaf 4 december in de winkels. U kunt hem nu al reserveren als boek of e-boek via deze link. Ik wens u een fijne Sinterklaasavond en alvast Prettige Kerstdagen!

♥♥♥♥♥

 

Smaak van Liefde

Ik ben verliefd! Verliefd op de prachtige cover van mijn nieuwste roman. En eindelijk, eindelijk mag ik hem nu ook aan jullie laten zien. Is het geen beauty geworden? Jullie zullen deze prachtige omslag de komende weken regelmatig voorbij zien komen, o.a. in jullie Facebook newsfeed, want met deze feestelijke onthulling wordt tegelijkertijd ook het startsein gegeven voor de officiële promotie van… taraaa… Smaak van Liefde, het eerste deel uit de trilogie De rozen van Beekbrugge. Geschreven dus door ondergetekende.

Blij ben ik ook. Blij met jullie, mijn lezers. Jullie steun, jullie opbeurende woorden en vooral het onwrikbare geloof in mij hebben me meer goed gedaan dan ik hier kan vertellen. Schrijven is een eenzame bezigheid. Dag in dag uit in je eentje achter een computerscherm zitten, no matter what, is niet voor iedereen weggelegd. Leven in twee werelden, dat is het, en er zijn legio momenten geweest waarop ik dacht: ‘Waarom doe ik dit in hemelsnaam?’ Momenten waarop ik teruglas wat ik had geschreven en het helemaal niks vond. Momenten waarop ik in mijn eigen verhaal verdwaalde en meer dan twintig bladzijden noeste arbeid moest deleten omdat ze niets toevoegden aan het boek. Momenten waarop ik groot verdriet had omdat ik in mijn privéleven te maken kreeg met het overlijden van mijn moeder. En op al die momenten waren jullie, lieve lezers, er voor mij. Met een lief woord, met een lief gebaar, met jullie geduld. Dank je wel daarvoor!

Aan dat geduld is nu gelukkig een einde gekomen. Vier jaar geleden is het dat een boek van mijn hand het levenslicht zag, en destijds was ik er heilig van overtuigd dat ik nooit meer een roman zou schrijven. Na vijftien jaar in het schrijversleven rondgehuppeld te hebben, had ik het wel gezien. Ik wilde genieten van mijn Griekse zomers en niet meer ‘gedwongen’ worden om die achter het beeldscherm door te brengen. Tja, mooie voornemens, maar er kwam weinig van terecht. Het bloed kruipt nu eenmaal waar het niet gaan kan, en toen HarperCollins mij voorstelde om als eerste Nederlandstalige auteur een trilogie te schrijven voor hun HQN Roman-serie was er maar één antwoord: ‘Ja, ik wil.’

Spijt heb ik er geen moment van gehad. Het was – en is – heerlijk om te werken met professionele mensen die snappen hoe een roman tot stand komt. Mensen die streng zijn op het juiste moment, maar een troostende schouder bieden als je stuk zit. Dat Smaak van Liefde zo’n mooi boek is geworden, heb ik dan ook voor een groot deel te danken aan mijn fantastische redacteuren Iris en Hans, die met hun nooit aflatende inzet over mijn schouder mee hebben gelezen en hun vinger precies op de zere plekjes wisten te leggen. En nee, dat is niet altijd fijn, maar het is er wel een nog mooier boek door geworden. Nou ja, dat vind ik zelf. Alleen… sinds ik van de marketingafdeling heb gehoord dat op 4 juni vijf lezeressen via de Facebookpagina van Harlequin Boeken de kans krijgen om vóór het verschijnen van Smaak van Liefde het boek al te lezen en er hun eerlijke mening over te geven, ben ik daar niet meer zo van overtuigd. Ik heb – om het maar gewoon hardop te zeggen – de zenuwen! Ik slaap niet meer en heb zelfs al wanhopig gevraagd of we het boek niet uit productie kunnen halen. Helaas, de raderen draaien en mijn kindje gaat de wijde wereld in, of ik dat nu leuk vind of niet.

Oké. Eerlijk is eerlijk… Natuurlijk vind ik het diep in mijn hart super, al die extra aandacht en promotie die uitgever HarperCollins voor mijn boek bedacht heeft. Er komt nóg een Facebook-winactie, op 14 juni, waarbij je als eerste mijn gedrukte roman kunt ontvangen. En vanaf 21 juni zul je mijn boek in de supermarkt aan het tijdschriftenschap zien hangen. Mijn roman komt in een speciale nieuwsbrief die 35.000 mensen gaat bereiken en… en… O help! Ik zou het liefst morgen onderduiken en pas weer over enkele maanden tevoorschijn komen. Het hoort erbij, ik weet het. Maar stel nou dat jullie het boek helemaal niet leuk vinden? Stel nou dat het verhaal waaraan ik zo lang zo intensief aan gewerkt heb, totaal niet ‘aanslaat’? Stel nou dat…

De mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest, en nimmer op komt dagen, zei mijn vader vroeger altijd ferm als ik weer eens stond te bibberen. Hij had gelijk. Stap voor stap, eerst het een, dan het ander… precies zoals een van mijn hoofdpersonen in Smaak van Liefde dat zegt. Ik en mijn hoofdpersonen hebben soms wel wat van elkaar weg, dat is beslist een feit. Het ergste wat me immers kan overkomen, is dat jullie het boek na een paar bladzijden ter zijde leggen. Gelukkig valt de prijs mee, zag ik. € 7,50 is de adviesprijs. Nou, daar kun je het wel voor in je (digitale) boodschappenwagentje leggen en uitproberen, toch? Bij de (online) boekhandel, of vanuit het tijdschriftenschap bij de supermarkten, de Bruna of de stationskiosk. Van Rotterdam naar Enschede bijvoorbeeld is een behoorlijk eind reizen, dat weet ik uit ervaring, en dan is het toch leuk om die tijd te ‘verdoen’ met mijn De rozen van Beekbrugge-roman in handzaam formaat. Je komt er gegarandeerd glimlachend mee aan op je eindbestemming, want een happy end hoort er in dit genre nu eenmaal bij – al moet er natuurlijk wel heel wat gebeuren voor het ook daadwerkelijk zover is.

Smaak van Liefde is geschreven voor jullie, met jullie en dankzij jullie. Op 18 juni kan hij al op je deurmat liggen en de link om hem te reserveren geef ik een week ervoor aan jullie door. Dankzij jullie steun ziet mijn eerste Nederlandse HQN Roman zeer binnenkort het levenslicht en kunnen we met zijn allen de kraamtijd in gaan. Op een grote roze wolk, uiteraard, want dat is waarop moeders lopen zodra ze hun kind eindelijk in hun armen kunnen sluiten. En geloof me. Ondanks alles wat ik hiervoor heb geschreven, ben ik daar echt geen uitzondering op… 😉

♥♥♥♥♥

Werk in uitvoering

De herfst is deze week ook in Pilion aangekomen. Regen, wind, en een temperatuurdaling van dertig-plus naar zeventien graden! Dat is behoorlijk wennen, na al die hete maanden. Mijn kledingkast is er nog niet op ingesteld, dus het is even zoeken naar iets warmere kleren om het bibberen te stoppen. Het levert behoorlijk vreemde combinaties op, waar ik in Nederland waarschijnlijk niet zo frank en vrij in zou rondlopen. Gelukkig veroorzaakt het in ons kleine dorpje dankzij het Griekse leven-en-laten-leven-principe geen enkele opgetrokken wenkbrauw. Nou ja, alleen van manlief, maar aangezien die er ook niet altijd bij loopt als een George Clooney heb ik daar mooi lak aan.

Nu kom ik ook niet zo vaak buiten momenteel, dat scheelt natuurlijk. Het schrijven neemt al mijn tijd en gedachten in beslag. En het was best een spannende tijd voor me, want twee weken geleden had ik het voor driekwart voltooide manuscript opgestuurd naar de uitgeverij om ‘mee te lezen’. Dat houdt in dit geval in dat maar liefst twee zeer ervaren hoofdredacteuren van HarperCollins Holland hun kritisch oog laten gaan over wat ik tot nu toe geschreven heb om vervolgens aan te geven waar het al dan niet goed gaat en wat er nog aan verbeterd moet worden. Dat meelezen tijdens de schrijffase vind ik doodeng, want ik ben geen schrijver die van tevoren een kant en klare plot uitdenkt. De kans is groot dat ik halverwege het boek paadjes ben ingeslagen die niets te maken hebben met wat er verderop in het verhaal gebeurt. Die kronkels poets ik er altijd pas  aan het eind van het schrijftraject uit. Op driekwart van het verhaal zitten die kronkels er echter nog gewoon in. Gelukkig snappen mijn redacteuren precies hoe ze met mijn warrige manier van schrijven  om moeten gaan. Of misschien schrijf ik wel minder warrig dan ik zelf denk, dat kan natuurlijk ook. Hoe het ook zij, ik kan opgelucht ademhalen. De reactie die afgelopen vrijdag in mijn mailbox viel bezorgde me op voorhand al een fijn weekend:

Hai Wilma, we hebben het manuscript tot dusver zorgvuldig doorgelezen, en we zijn heel erg enthousiast! Het verhaal is romantisch, spannend, goed opgebouwd, met fijne personages, mooie sfeerbeschrijvingen… Kortom, het leest als een trein!

Pff, een pak van mijn hart, dat begrijpen jullie wel. Deze mooie reactie betekent natuurlijk niet dat er verder geen op- en aanmerkingen waren, want er moet echt nog wel het een en ander aangepast worden voor het manuscript zijn definitieve versie heeft bereikt en ik er tevreden mee ben. Hard werken dus de komende vier weken, en weinig tijd voor andere dingen, want de deadline staat op eind van de maand. Heb ik dan daarna weer eindelijk tijd voor mezelf en mijn leven in Pilion? Nou, eigenlijk niet, want boek nummer twee staat al te dringen. Als ik het goed onthouden heb, moet die eind maart alweer ingeleverd worden. Ook de winter zal dus in het teken staan van veel en heel gedisciplineerd schrijven.

De boog kan echter niet altijd gespannen zijn, dus als ik over vier weken mijn deadline heb bereikt, trakteer ik mezelf eerst op een heerlijk weekje weg in eigen land. Het gaat een avontuurlijke vriendinnentrip worden naar Lake Kerkini, een groot natuurreservaat zo’n honderd kilometer boven Thessaloniki, waar waterbuffels, pelikanen, flamingo’s, en nog heel veel andere vogels en diersoorten voorkomen. Na een paar dagen puur natuur trekken we verder naar Drama, om van daaruit een bezoek te brengen aan de beroemde Alistrati-grot. Vanuit Drama zullen we dan per trein terugkeren naar Thessaloniki, waarna vriendin terugreist naar Nederland en ik naar Kato Gatzea.

Kortom, echt iets om naar uit te kijken, en ja, ook wel verdiend na al het harde werken van de afgelopen maanden, toch? Maar voorlopig moet het nog even bij de voorpret blijven, want morgenochtend schuif ik weer netjes achter mijn bureau. Om die laatste lastige hoofdstukken af te schrijven en daarna alle onlogische gedachtekronkels keurig weg te poetsen. Die leestrein van jullie moet natuurlijk wel tot op de laatste bladzijde gewoon lekker voortdenderen… 😉

♥♥♥♥♥

Dubbelleven

De column van vandaag gaat niet echt interessant voor u worden, vrees ik. Ik zit namelijk volop in mijn fictieve boekwereld, wat betekent dat de echte wereld voor een groot deel aan mij voorbijgaat. Dus als u mij nog niet zo goed kent en hier een rasechte Pilion-column verwacht: sorry, ik schrijf momenteel het eerste deel van de feelgood-trilogie De Rozen van Beekbrugge, een roman die in juni 2018 zal uitkomen bij uitgeverij HarperCollins Holland, en ik ben daarmee zo druk dat mijn Griekse en sociale leven al een poosje grotendeels stilstaat. Zo gaat dat bij schrijvers, of in ieder geval bij mij.

Dat het vandaag 1 september is weet ik alleen omdat ik mijn deadline van 31 oktober scherp in de gaten houd, maar welke dag van de week het is moest ik even nakijken. Werkdagen en weekenden vloeien in elkaar over, want in mijn hoofd ben ik nu constant bezig om de plot uit te werken. Als ik ‘s nachts wakker word, begin ik in gedachten meteen weer scènes te analyseren en te herschrijven, en ja, dan komen tot mijn afschuw ook de twijfels. Twijfels of de plot wel logisch is, de karakters niet te oppervlakkig, de stijl niet te ouderwets, het verhaal wel spannend genoeg… afijn, noem het maar op. Gelukkig weet ik inmiddels dat het ‘normaal’ is om in deze fase van het boek zo te twijfelen. Ik heb al genoeg romans geschreven om het te herkennen, maar feit blijft dat het me steeds weer overkomt, dat moment dat ik in een vlaag van frustratie op de delete-knop wil drukken en met een deken over mijn hoofd een potje op de bank wil gaan zitten janken. Het is het moment waarop ik schrijven haat, want het confronteert me gigantisch met het ‘niet-goed-genoeg’-stemmetje in mijn hoofd waartegen ik al mijn hele leven op moet boksen. En als dat stemmetje maar hard genoeg roept, dan zijn alle successen die het tegendeel bewijzen niet in staat om het tot zwijgen te brengen.

Ik moet daar helaas ‘gewoon’ doorheen, en daar ben ik nu driftig mee bezig. Hoe sneller hoe beter, want pas als het verhaal eenmaal geschreven is, kan ik opgelucht achterover gaan zitten en mijn ‘andere ik’ vragen het zo objectief mogelijk te lezen. Dat is trouwens ook een zenuwslopende fase, hoor, want mijn andere ik neemt geen blad voor de mond. Ze is een echte Vlaardingse, recht voor zijn raap. Op het botte af, zal ik maar zeggen. Ze schrapt, herschrijft en schrapt weer, net zolang tot het manuscript een vorm heeft gekregen waarmee we allebei tevreden kunnen zijn. Tevreden, ja, want een ‘niet-goed-genoeg’-persoon zal van zichzelf nooit roepen dat het fantastisch is. Het kan immers altijd beter.

Kortom, dit is niet het juiste moment voor mij om een gezellige Grieks getinte column voor u te schrijven. Wat niet wegneemt dat het Griekse leven om mij heen natuurlijk gewoon doorgaat. De extreme hitte is sinds deze week eindelijk verdreven met een giga onweers- en regenbui, die gepaard ging met langdurige stroomuitval en meerdere lekkages in ons huisje. Dat laatste gebeurt nu eenmaal in een eenvoudig Grieks huis dat al meer dan vijftig jaar de elementen trotseert. Daar kun je boos om worden, maar je kunt er ook een paar dweilen bij pakken en teiltjes eronder zetten. Zo vaak hebben we dat soort regenbuien niet, dus die enkele keer dat het nodig is, pas je gewoon de ‘Griekse oplossing’ toe. Wie regelmatig in Griekenland komt, snapt ongetwijfeld wat ik daarmee bedoel.

Ik heb trouwens tijdens die warme maanden tussen het schrijven door wel kans gezien om een oplossing te bedenken voor de voorkant van onze keukenkastjes. Ik wilde daar al maanden graag iets vóór hebben, zodat de pannen en keukenapparaten niet zo open-en-bloot te kijk staan als we ze niet gebruiken, maar dat bleek dus een echte hersenkraker te zijn. Ten eerste omdat manlief geen enkel bezwaar had tegen open-en-bloot, en ten tweede omdat de keuken een simpele, maar toch wel robuuste uitstraling heeft, waarbij gordijntjes – de oorspronkelijk opzet – totaal niet pasten. Bij zo’n impasse moet je het gewoon een tijdje laten sudderen, en blijkbaar waren de hoge zomertemperaturen daarvoor zeer geschikt, want deze week wist ik het ineens: er moesten van die bamboe-achtige rolgordijntjes voor komen. U weet wel, van die naturelkleurige nephouten lattengordijntjes.

Manlief was het er na enig heen en weer gepraat ook mee eens, en beloofde ze gisteren mee te brengen uit Volos. Ik was best wel nieuwsgierig of het zou lukken, dus informeerde meteen bij zijn thuiskomst of hij ze had meegebracht. Helaas niet, was het antwoord. Hij was het helemaal vergeten. Ach ja, dat kan gebeuren als je een bepaalde leeftijd hebt bereikt, nietwaar? Maar goed, hij komt regelmatig in Volos, dus wat in het vat zit… Ik gaf hem een troostende zoen, rende weer terug naar mijn werkkamer en ging snel verder met waar ik mee bezig was: schrijven.

Nu heeft mijn werkkamer ramen die uitkijken op de brommer van manlief. Ik werp regelmatig een blik uit het raam als ik aan het schrijven ben. Dan denk ik na over een zin of het verloop van een scène. En om u een treffend voorbeeld te geven van die twee werelden waarin ik momenteel vertoef: de hele middag hebben naast die brommer, pal in mijn gezichtsveld, drie rolgordijntjes gestaan. Ik heb ernaar gekeken, ik moet ze ‘gezien’ hebben, maar ik zag ze dus werkelijk niet. Pas aan het eind van de middag, toen ik mijn werk afsloot en langzaam weer naar de ‘echte wereld’ terugkeerde, registreerde mijn brein pas waarnaar ik al die tijd had gekeken: de bewuste rolgordijntjes.

Ik moet eerlijk bekennen, dat ik zelf niet zo’n last heb van dat gehop tussen die twee werelden, hoewel ik snap dat het voor de wederhelft en buitenstaanders soms moeilijk te begrijpen is. Zo bont als een collega van mij het tijdens het schrijven maakte – die stopte een slipper in de oven in plaats van een stokbroodje – heb ik het nooit gemaakt. Maar dat komt misschien wel omdat ik niet hoef te koken, dat doet manlief. Hoewel ik in mijn huidige andere wereld inmiddels een echte keukenprinses ben, die haar hand niet omdraait voor een bakblik vol peer-en-roquefort-quichjes. Dat krijg je als je van je hoofdpersoon een cateraar maakt, die regelmatig met spannende recepten op de proppen moet komen. Ik weet bijvoorbeeld precies hoe je fluweelpootjes bereidt en…

Afijn, ik zei het al in het begin, ik heb deze maand echt niets interessants te melden 😉

♥♥♥♥♥