Kom van die bank af!

De Griekse vakantieperiode is grotendeels voorbij, wat betekent dat het gewone leven weer op gang komt. Een mooie gelegenheid om de kajak maar weer eens tevoorschijn te halen, vonden manlief en ik afgelopen zondag. De ergste vakantiedrukte is voorbij, waardoor er voor ons wat meer ‘ruimte’ komt om leuke dingen te doen. Begrijp me goed, ik vind het heel begrijpelijk dat mensen het heerlijk vinden om hier hun vakantie door te brengen. We hebben strand, zee, mooie natuur, leuke bergdorpjes en lekker eten. Een perfecte vakantiebestemming dus, vooral als je houdt van tropische temperaturen. Maar ja, wij zijn hier niet op vakantie, we wonen hier, en dat is toch net even anders.

Gelukkig is het jaarlijkse ‘vakantieleed’ bijna geleden, dus vandaar onze kajak-trip. Nu moet u zich daarbij niet al te veel voorstellen, hoor. Het is meer een ‘hoe zachtkens glijdt ons bootje over de Pagasitische Golf’ en dan ook nog eens binnen een radius van hooguit vier kilometer vanaf Kato Gatzea. Sinds de aanschaf twee jaar terug zijn we er wel heel wat handiger op geworden wat betreft het klaarmaken en in het water gooien van ons oranje gevaar. Naar buiten rijden, waterdichte container vastbinden, stoeltjes inhaken, kajak achter de brommer hangen… we draaien ons hand er niet meer voor om. Binnen het kwartier staan we tegenwoordig al ‘vaarwaardig’ aan het strand, en dat allemaal zonder noemenswaardig gekissebis! We leren het nog wel, manlief en ik.

Het was alweer een paar maandjes geleden dat we actief waren geweest, dus we besloten het niet al te heftig te maken. Het haventje tussen Kala Nera en ons eigen dorpje was ver genoeg, en leuk om eens een keer vanaf het water te bekijken in plaats vanaf het vaste land. Er lagen heel wat boten die we al peddelend bekeken hebben alvorens we de havenmond weer uit peddelden, en dat allemaal zonder in aanvaring te komen met de twee vissersboten die ondertussen de haven binnen tuften. Ik zei het al, we leren het echt! Het strand van camping Sikia ligt bij het haventje om de hoek, en dat is een prima stek om een welverdiende frappé te drinken. We moesten wel even om een paar rotsen en een zich daarop bevindende visser – inclusief vislijn –  heen manoeuvreren, maar ook dat leverde geen enkel probleem op. Al snel gleden we tussen de zwemmende en zonnende badgasten zo het Sikia-strand op. Kajak even omkieperen, zwemvesten uit en hup, aan de koffie. Een kind kan de was doen!

Dat de vakantie voorbij is, konden we goed merken. Het was heerlijk rustig op het terras, al staat het campingterrein zelf nog aardig vol met campers en caravans. Of misschien kwam die rust ook wel vanwege het feit dat halfelf nog redelijk vroeg is voor strandgangers. Tegen de tijd dat we onze koffie op hadden, begon het in ieder geval al wel weer wat drukker te worden. Dit keer moesten we behalve de zwemmers ook een aantal ‘suppers’ ontwijken. Dat is hier echt een rage aan het worden. Lijkt mij trouwens ook best leuk, zo’n board om al peddelend op te staan. Het heeft wel iets weg van surfen, en dat heb ik in het verleden ook een paar keer gedaan. Op zich ging dat best goed. Ik heb er namelijk een vreselijke hekel aan om met een plons kopje-onder te gaan, dus in no-time had ik dat blijven staan op zo’n ding onder de knie. Wegvaren ging ook prima, alleen het terugkomen was wel een dingetje. Ik weet nog goed dat ik aan de overkant van het meer het riet in werd geblazen, waardoor ik na heel veel pogingen om eruit te komen geen andere mogelijkheid had dan met de surfplank onder mijn arm lopend langs de oever van de plas terug te keren. Maar ja, zo’n surfplank bestuur je met een zeil en bij zo’n supboard heb je een peddel, dus misschien dat terugkomen dan niet zo lastig is.

Voorlopig echter hou ik het toch nog maar even bij de kajak, want zo soepel als vroeger zit mijn lijf allang niet meer in elkaar. Daar werd ik weer eens flink aan herinnerd toen ik de volgende ochtend uit bed stapte. Rug, schouders, nek… alles deed pijn! Tja, dat komt er dus van als je vanwege de veel te hete zomer gedwongen wordt om niet veel meer te doen dan bankhangen. ‘Rust roest!’ riep ik altijd tegen m’n oudere line dance-cursisten. ‘Je moet in beweging blijven. Stilstaan is achteruit gaan!’ Wekenlang bankhangen dus ook, dat kan ik u na deze hete zomer uit eigen ervaring vertellen. Gelukkig is het einde van het hangen in zicht. De 35+ temperatuur doet nog steeds haar best, maar gaat het in het september ongetwijfeld verliezen van de in aantocht zijnde herfst. Een klein beetje jammer is dat wel, want we hebben net vandaag onze nieuwe bank gekregen. Eentje die perfect is om lekker op te bankhangen en drie weken geleden al geleverd had moeten zijn volgens de verwachte afleverdatum op mijn bestelbevestiging. Maar ja, this is Greece, man! En iedereen in Greece weet toch dat in augustus alles stil ligt?

En ja, dat weet ik wel, maar ik snap nog steeds niet waarom je dan bij een geplaatste order niet meteen de juiste afleverdatum kan vermelden. Zo’n bedrijfsvakantie van het transportbedrijf is echt al wel van tevoren bekend. Kleine moeite om zoiets in de computer aan te passen, toch? Het zal wel een on-Griekse gedachte zijn, en in dat opzicht is manlief beslist meer Grieks dan ik. Die riep meteen al: ‘Tien dagen levertijd? Vergeet het maar, dat wordt niet wat in augustus. Reken maar op begin september!’ Hij heeft gelijk gekregen, ik geef het ruiterlijk toe. Maar ach, het belangrijkste is dat de bank is gearriveerd, hoewel hij op het moment dat ik dit schrijf nog op een pallet voor het tuinhek op de straat staat. Verder dan dat ging de afleverservice niet.

Nu moeten we straks dus alleen nog even puzzelen hoe we het gevaarte via de tuin het huis in krijgen. Maar ach, als we samen net zo goed puzzelen als kajakken komt dat vast wel goed… 😉

♥♥♥♥♥

 

Weer thuis!

Jawel, na ruim drie weken in het buitenland doorgebracht te hebben, ben ik gelukkig gezond en wel weer terug in ons Griekse huisje, met een flinke dosis hernieuwde energie en heel veel mooie herinneringen! De eerste week was puur vakantie, op de mij zo geliefde Britse Kanaaleilanden Guernsey, Herm en Sark, waar vriendin en ik heel wat wandelkilometertjes hebben gemaakt. Daarop volgde een week die voornamelijk in het teken stond van mijn schrijfwerk, met niet alleen een zeer gezellige Pareia-avond in de Vlaardingse bibliotheek, maar ook nog eens twee uitvoerige interviews: eentje voor het AD en eentje voor een radioprogramma dat zeer binnenkort wordt uitgezonden. Superleuk om te doen, en heerlijk om te ervaren dat mijn boeken zo gewaardeerd worden.

Dat ik geen twintig meer ben, begon ik tegen die tijd echter wel te merken, en daarom was het maar goed dat ik in die derde week lekker bij kon komen bij zoonlief en schoondochter in het prachtige Twente. Genoten heb ik van de wandelingen over het mooie Landgoed Twickel, van de gezellige Country Fair op kasteel Warmelo, van het slenteren door het slaperige stadje Delden en het ‘terug in de tijd’-bezoek aan museumboerderij Wendezoele. De rust van het platteland was voor mij het perfecte antidotum voor de hectiek van het ‘gewone’ leven, want geloof me… na drie jaar niet buiten mijn schiereiland te zijn geweest, voelde ik me tijdens deze reis regelmatig een echte ‘alien’!

Wat me van alle nieuwe ervaringen het meest is bijgebleven, was mijn bezoek aan een grote supermarkt in Vlaardingen. Behalve het feit dat het Nederlandse supermarktassortiment zoveel keuzes biedt dat je er duizelig van wordt, is het afrekenen van je boodschappen ook niet meer zo simpel als vroeger. Hier in Pilion zijn we al helemaal blij dat we bij de meeste winkels tegenwoordig eindelijk contactloos kunnen betalen, ook al verloopt dat lang niet altijd probleemloos. Dingen als een zelfscan-kassa zijn voor Pilion dan ook zeker nog een brug te ver, maar nieuwsgierig als ik ben, wil ik dat natuurlijk wel uitproberen als ik daartoe de kans krijg. Dus stortte ik me met mijn boodschapjes opgewekt in het zelfscan-avontuur. Ik dacht in eerste instantie dat ik de zelfscanner moest gebruiken die op het rek naast het grote scherm hing, maar dat hoefde niet. Die schijn je al aan het begin van je winkeltocht in gebruik te moeten nemen en dan bij die kassa achter te laten. Mijn boodschapjes moesten gewoon een voor een voor het scherm gehouden worden met de barcode naar voren.

Een kind kan de was doen! Er rolde na mijn contactloos betalen zowaar een kassabon uit en helemaal trots op mezelf begaf ik me naar de uitgang… om tot de ontdekking te komen dat die geblokkeerd werd door van die automatische draaihekjes. Daar stond ik dan met mijn boodschapjes en mijn goeie gedrag, want blijkbaar had je daar ook weer een of andere scan-kaart voor nodig. Gelukkig waren er nog meer zelfscannende medemensen en na een korte observatie begreep ik dat het ‘Sesam-Open-U’ in dit geval werkte als je er je kassabon voorhield – die uiteraard ergens verfrommeld onder in mijn tas zat. Maar… na enig gladstrijken lukte het me dan toch om de supermarkt te verlaten. Ik was zo in de ban van al dat contactloos gedoe, dat ik bij terugkeer in de hotellobby automatisch mijn kamersleutelkaart voor het liftconsole hield. Verkeerde manoeuvre. De lift werkte namelijk nog gewoon ouderwets met een simpele druk op de knop. Hoewel… zo verkeerd was het achteraf gezien ook weer niet, want de lift in mijn hotel in Düsseldorf kwam dus wel degelijk alleen in beweging als je er je kamersleutelkaart voorhield. Je moet het allemaal maar weten!

Afijn, al met al is het me toch aardig gelukt om mezelf staande te houden in het zo snel veranderende Nederland. Zo heb ik in het Openbaar Vervoer met mijn bij de automaat zelf opgewaardeerde OV-chipkaart altijd netjes in- en uitgecheckt, heb ik via de op mijn telefoon gedownloade Staxi-app meermaals een keurig op tijd arriverende taxi besteld en wist ik in restaurants uit de voor ‘aliens’ haast onbegrijpelijk geworden menukaart-taal toch meestal de juiste gerechten te kiezen. Overweldigend en vermoeiend, dat was het allemaal wel. Het contrast met ons gezapige leventje in Pilion is groot, misschien wel te groot. Want ook al kan ik soms best flink mopperen op dat altijd haperende, vaak zo moeizaam verlopende ‘Griekse systeem’, na deze drie weken buitenlandervaringen ben ik toch eigenlijk wel heel blij dat ik niet meer dagelijks in een ‘gestroomlijnde’ wereld vertoef.

Ik heb me voorgenomen om zeer binnenkort een YouTube-video te maken, een korte beeldimpressie van alles wat ik op reis heb gezien en gedaan. De link daarvan kunt u tzt. uiteraard terugvinden op mijn website of op mijn Facebook-pagina. Net als de link naar het interview voor het nieuwe radioprogramma van Omroep Vlaardingen over boeken en schrijvers dat zeer binnenkort uitgezonden zal worden. Ik ben heel benieuwd hoe dat is geworden, want ik heb werkelijk geen idee meer wat ik daarin allemaal heb verteld en gezegd. Hopelijk heeft de programmamaakster de ergste bloopers eruitgehaald. Hoewel… vaak zijn dat natuurlijk wel de leukste momenten in zo’n interview.

Hoe dan ook, ik ben echt blij dat ik op reis ben geweest. Het was heerlijk om familie en vrienden terug te zien en nieuwe vriendschappen te sluiten na mooie, lieve en soms ontroerende ontmoetingen. Eigenlijk ben ik ook best een beetje trots op mezelf omdat ik na drie behoorlijk ‘geisoleerde’ jaren toch weer zo’n lange, spannende buitenlandreis heb durven maken. Het heeft me weer bakken vol energie opgeleverd, dus ik ben heel benieuwd wat voor gevolgen dat allemaal gaat hebben. Maar voorlopig… Voorlopig hou ik het nog even bij lekker bijkomen op ons dorpsstrandje!

♥♥♥♥♥

 

Pareía

Het gaat opschieten nu, mijn reis naar Nederland en Guernsey. Nog vier weekjes, dan is het zover. Best spannend allemaal, want de afgelopen drie jaar ben ik niet verder dan Volos gekomen. Ik ben dan ook maar ruim op tijd aan de voorbereidingen begonnen, ook al omdat er in mei altijd wel vrienden deze kant op komen voor wie ik graag tijd vrij maak. Het mag immers weer, dat reizen, daar kunnen ze op Schiphol over meepraten. Gezien de lange wachttijden daar ben ik eigenlijk wel heel erg blij dat ik mijn terugreis vanaf Düsseldorf geboekt heb. Dat was de meest logische luchthaven voor mij, omdat er vandaar rechtstreeks op Volos wordt gevlogen. Bovendien ben ik de week ervoor in Twente, en van daaruit ben je net zo snel in Düsseldorf als op Schiphol. Dus mocht u de komende tijd nog een reisje naar Pilion willen boeken, dan is Düsseldorf misschien een goed alternatief om de problemen op de nationale luchthaven te ontlopen.

De inmiddels gearriveerde vrienden hebben overigens niet al te veel last gehad van de wachtrijen. Ze hebben alleen wat meer tijd op Schiphol doorgebracht dan anders, want uit voorzorg waren ze uiteraard extra vroeg aanwezig. Gelukkig was het leed van de lange, lange reis al snel vergeten. Het aanschouwen van een Pilionse zonsondergang vanaf een terras aan de boulevard van Kala Nera met een Mythos onder handbereik maakt heel veel goed. En als je dan de volgende morgen wakker wordt gekieteld door warme zonnestralen op je gezicht en de geur van bloeiende jasmijn je kamer binnen komt zweven, dan weet je meteen weer waar je het allemaal voor gedaan hebt!

Dankzij de vrienden geniet ik ook altijd een beetje mee van het vakantiegevoel. Een gezamenlijk bezoekje aan Volos, een etentje in de taverne, een terrasdrankje aan het eind van de middag en natuurlijk ook zo af en toe een wat langere wandeling als dat zo uitkomt. Vorige week nog liep ik samen met vriendin van Milies naar Kala Nera in een lekker relaxt tempo met als beloning een heerlijk koud biertje op het terras van Nagual. Dat mocht ook wel, want de temperatuur loopt momenteel snel op naar de dertig graden – en meer. Niet handig om dan pas rond het middaguur te starten met je wandeling, maar ja, we waren echt al om elf uur in Milies, vastbesloten om op tijd te beginnen. Alleen hoort daar altijd wel eerst een frappé bij, en als je elkaar dan heel lang niet hebt gezien, dan moet er dus heel veel bijgekletst worden en zijn we ineens zomaar anderhalf uur verder.

Tja, kletsen doe ik volgens manlief vijf kwartier in een uur – nogal overdreven, vind ik zelf, maar oké, een beetje gelijk heeft hij wel. Zo’n gave komt echter prima van pas als je een zaal vol mensen een paar uur lang alles mag vertellen over je boeken, je schrijversleven en het mooie schiereiland Pilion. Met de eerste twee onderwerpen heb ik altijd een beetje moeite, maar over Pilion raak ik nooit uitgepraat. Hoe leuk is het dan als je een uitnodiging krijgt van de bibliotheek in je geboortestad om tijdens je verblijf in Nederland een lezing te geven in Griekse sferen. Nu vind ik ‘lezing’ altijd erg officieel klinken. Ik heb het liever over een ‘pareia’ (=gezelschap)-avond. Dat past beter bij mij en dat wat ik te vertellen heb. Wie het leuk vindt om een paar uur in mijn gezelschap door te brengen, is dan ook van harte welkom op donderdagavond 14 juli van 20.00 tot 22.00 in Bibliotheek de Plataan in Vlaardingen. Het gaat vast heel gezellig worden, want de bieb zorgt voor hapjes en drankjes in Griekse sferen en als het meezit komen er ook nog een paar Griekse muzikanten langs. Tickets kun je nu al reserveren via deze link, en wacht er niet te lang mee, want vol is vol. Ik heb er superveel zin in om mijn lezers, vrienden, bekenden en onbekenden na al die reisloze jaren weer te ontmoeten. Dus ben je in de gelegenheid, en vind je het leuk om te horen wat ik allemaal te vertellen heb, aarzel dan niet en bestel dat kaartje nu!

Mocht Vlaardingen een beetje uit de buurt zijn voor je, dan ben ik ook op 1 juli aanwezig bij het World of Romance-event in Amsterdam, georganiseerd door uitgeverij HarperCollins. Hoe en wat daar gaat gebeuren weet ik nog niet, behalve dat het ’s middags plaats zal vinden, maar via deze link kun je daar binnenkort vast van alles over lezen. Eén ding weet ik al wel: die middag draait alles om het romantische boek, dus ik denk dat je er behalve ondergetekende nog wel een paar andere HarperCollins-schrijvers en -medewerkers zult vinden. Het wordt ongetwijfeld ook daar heel gezellig!

Voor het allemaal zover is, moet er aan deze kant nog heel wat gebeuren. Behalve het ‘kledingprobleem’ – waarover ik uitgebreid schreef in mijn laatste Vlaardingen24-column – ben ik al dagen zoet met het maken van een video over Pilion, die als alles goed gaat te zien zal zijn tijdens de pareia-avond in Vlaardingen. Geen alledaags werkje voor mij, dus voor ik goed begreep hoe zo’n videoprogramma werkt, was ik al uren verder. En dan het uitzoeken van het beeldmateriaal… pff, duizenden foto’s heb ik in mijn archief, en pluk daar dan maar eens de mooiste uit. Ik nader de voltooiing, wat maar goed is ook, want met temperaturen van rond de dertig lig ik liever aan het strand dan dat ik in mijn werkkamer achter de computer zit. Een beetje gezond kleurtje staat nu eenmaal beter bij wat er straks in de koffer meegaat op reis en aangezien ik van nature niet gezegend ben met een snel kleurende huid vergt ook dat een zekere mate van planning.

Natuurlijk weet ik ook wel dat al die tutteldingen waar ik momenteel mee bezig ben, helemaal niet belangrijk zijn. Het is meer dat ik nu de tijd en de mogelijkheden heb om ze te doen, en daar geniet ik met volle teugen van. In voorgaande jaren was er altijd wel een dringende deadline die gehaald moest worden voordat ik op reis ging, en geloof me, dat was altijd één groot geworstel tussen de schrijfplicht en de dingen die absoluut gedaan moesten worden voordat ik in het vliegtuig kon stappen. Dat ik nu zo’n heerlijk relaxte aanloopperiode heb, is echt iets waar ik totaal niet aan gewend ben en volop van geniet. Mezelf kennende zal ik echter in die laatste week voor vertrek nog allerlei dingen te doen hebben waar ik vanwege dat zeer relaxte gedoe natuurlijk helemaal niet aan toe ben gekomen, maar dat zien we dan wel weer. Als ik maar op tijd in dat vliegtuig stap, komt alles goed. Met of zonder goedgevulde koffer, en gebruind of niet… 😉

Tot ziens in Nederland!

♥♥♥♥♥

Bergje rijden

‘Een paar dagen autohuur kan het vakantieplezier zeker verhogen,’ staat er ergens in mijn reisgids Een Hollandse Kijk op Pilion geschreven. Een waar woord, want met de auto kom je toch op plekken waar je met openbaar vervoer of te voet niet zo makkelijk komt. Maar autorijden in Pilion betekent ook ‘bergje rijden’ en voor wie aan het vlakke wegennet in Nederland gewend is, kan dat toch best lastig zijn. Als hostess adviseerde ik mijn gasten in Kala Nera en omgeving vaak om eerst maar eens langs de kust naar Trikeri in het zuiden af te zakken, een ritje van zo’n anderhalf uur als je achter elkaar door zou rijden. Wat je natuurlijk niet moet doen, want de dorpjes die je onderweg tegenkomt, zijn veelal de moeite van een kwartiertje rondkijken waard. Langs de kust naar het zuiden rijden is niet moeilijk. De doorgaande weg van Volos naar Trikeri wordt redelijk goed bijgehouden, is nergens echt smal te noemen en kent geen hellingen waar je in je één naar boven moet. Een relaxt ritje dus om mee te beginnen, zeker als je weinig ervaring hebt met het rijden in de bergen. En daarmee bedoel ik dus niet die mooi geasfalteerde tweebaansbergwegen in Oostenrijk of Italië waarover je moeiteloos naar je vakantiebestemming zoeft. Nee, ik heb het over smalle, steile, slecht bestrate en vooral bochtige weggetjes met heel veel onverwachte kuilen erin.

Ik moest hieraan denken omdat manlief en ik gisteren het ‘Kleine Rondje Pilion’ hebben gereden, dat ik mijn gasten aanraadde als het rijden naar Trikeri hun bevallen was. Dat rondje start in Kala Nera – of in ons geval in Kato Gatzea – gaat bij de afslag naar Milies de bergen in en voert dan vervolgens langs de dorpjes Milies, Visitza, Pinakates, Agios Georgios en Agios Vlassios naar Lechonia, alwaar je via de kustweg weer naar je startpunt rijdt. In mijn hostesstijd reed ik dat rondje regelmatig, maar in de autoloze jaren daarna kwam het er niet meer zo vaak van. Nou ja, behalve een enkele keer op de scooter, maar dat rijdt toch weer heel anders. In mijn herinnering was dat Rondje veel minder steil, bochtig en smal dan gisteren, en ik moest echt wennen aan het vele geschakel, het ontwijken van de ergste kuilen en het nemen van de scherpe bochten. Best weer spannend, maar ook wel heel leuk!

Veel verkeer was er natuurlijk niet onderweg zo op de wisseling van winter naar lente, en het grote plein van Milies was geheel uitgestorven. Des te verbazingwekkender was het dat de parkeerplaats aan de rand van dat plein helemaal vol stond met auto’s. Nu is het al niet makkelijk om die parkeerplaats in te rijden – via een smal straatje naast de kerk – maar om dan tussen al die kriskras geparkeerde auto’s een parkeerplek te vinden waar je later ook nog uit kunt komen, valt beslist niet mee. En dan had ik nog het geluk gehad dat ik in de aanloop naar het dorp geen bus was tegengekomen. Ik blijf het onvoorstelbaar vinden dat die grote bakbeesten het bijna negentig graden bochtje bij de kerk in Milies kunnen nemen zonder vast te komen zitten. Als zo’n bus die bocht met veel moeite heeft gemaakt, moet je als tegemoetkomend verkeer toch echt achteruit om hem te laten passeren: op een steil, bochtig weggetje met aan één kant geparkeerde auto’s en een ravijn, en achter je nog een hele rits ongeduldige autobestuurders die niet snappen dat ze ook terug moeten. Als je dit in hoogzomer overkomt, ben je meteen twee kilo kwijt vanwege het zweten wat je op zo’n moment doet. Maar daar had ik gisteren dus allemaal geen last van.

Het was best leuk om even door het dorp te slenteren en in de winkeltjes te kijken, maar om nou op zo’n groot, uitgestorven plein saampjes koffie te drinken zagen we niet zo zitten. Dus nog geen kwartier later reden we alweer verder, door die bewuste negentig graden bocht, richting Vizitsa, dat een kilometer of twee verderop ligt. Het dorp zelf ligt een eindje boven de weg, aan de rechterkant, en als je dat niet weet, dan rijd je langs de kleine marktstalletjes langs de weg er zo weer uit. Bovendien word je als bestuurder behoorlijk in beslag genomen door het wegdek zelf, want behalve de belabberde bestrating en een helling naar beneden zit er ook nog een soort deuk in, dankzij een paar grote roosters die over de breedte van de weg lopen. Hard rijden hier zou ik dan ook beslist niet aanraden.

Hard rijden moet je sowieso niet doen in Pilion. Ten eerste is het daar te bochtig voor en ten tweede kun je na zo’n bocht ineens te maken krijgen met een op de weg lopende kudde geiten of in het zwart geklede vrouwtjes die ‘chorta’ aan het plukken zijn. En geloof me, als het zo tegen de schemer loopt, dan zie je die in het zwart geklede dames écht niet! Buiten dat is het gewoon leuk om tijdens het rijden een beetje om je heen te kijken, want de weg naar Pinakates voert door een prachtig groen bos, met daartussendoor prachtige uitzichten op de Pagasitische Golf. In Pinakates, onze volgende stop, ligt het plein een flink aantal meters lager dan de weg, en moet je een paar steile trappen af om er te komen. Ook hier was het uitgestorven, maar de taverne was wel open en draaide gezellige muziek terwijl de jonge eigenaar de ramen van de deur aan het poetsen was. Het gebrek aan andere gasten werd ruimschoots goedgemaakt door Maya, de kleine tavernehond, die al snel bij manlief op schoot sprong om uitgebreid gekroeld te worden. Waaraan door ons uiteraard onmiddellijk gehoor werd gegeven.

De rit van Pinakates naar Lechonia vind ik zelf altijd het mooiste deel van het Rondje. Je rijdt door een prachtig bos, met hier en daar kletterende beekjes en kleine watervalletjes. Bovendien is de weg niet meer zo smal en voor het grootste deel geasfalteerd. Dat ze voor en door Agios Georgios met groot materieel een kabel in het wegdek aan het leggen waren, was iets minder, maar ook dat hoort nu eenmaal bij het avontuur dat Pilion heet. Je weet hier immers nooit wat je te wachten staat en dat maakt zo’n ritje door de bergen nog leuker en nog spannender dan het al is.

Tegen halftwee waren we weer thuis, en ik heb me nu al voorgenomen om dat bergje rijden de komende weken toch wat vaker te gaan doen. Want dat het rijden daar toch iets andere vaardigheden van een automobilist vergt dan een bezoekje aan Volos of Trikeri heb ik gisteren zelf ook weer eens mogen ervaren… 😉

♥♥♥♥♥

 

 

Tel uw zegeningen

Mijn hoofd staat vandaag niet zo naar het schrijven van een column. Zoals bij iedereen hakken de berichten over de huidige toestand in de wereld er flink in. Het is onvoorstelbaar dat opnieuw onschuldige miljoenen mensen in Europa moeten vluchten omdat een of andere machtswellusteling lak heeft aan alles en iedereen, en doet waar hij zin in heeft. Dat kon er ook nog wel bij, bovenop alle andere rampspoed van de afgelopen jaren. In een hoekje zitten jammeren schiet echter niet op, we moeten zo goed en zo kwaad verder met ons leven, ondanks die dreigende zwarte oorlogswolk die nu zo ineens zo heel dicht bij is.

Dat het hier vandaag regent, helpt ook al niet mee om een gezellig verhaaltje voor u op papier te zetten. Mijn normaal gesproken optimistische kijk op de wereld is momenteel ver te zoeken, maar om nu al mijn negatieve klaagzangen met u te delen schiet ook niet op. Daar worden u en ik niet vrolijker van. ‘Tel uw zegeningen, tel ze een voor een…’ is het motto dat ik van jongs af aan heb meegekregen, en vandaag is zo’n dag dat ik dat zegeningen tellen broodnodig heb. Het regent, ja, maar ik heb een stevig dak boven mijn hoofd dat gelukkig maar heel zelden druppels doorlaat. Onze nieuwe kachel doet het fantastisch – nou ja, als je er op tijd hout opgooit. Het is geen centrale verwarming, dus je moet wel regelmatig uit de luie stoel komen om het vuur brandende te houden. Schuifjes, grote en kleine kleppen… ze moeten allemaal op tijd open dan wel dicht gedaan worden, want anders verandert dat lekkere vuurtje al heel snel in een rokerig zwart hoopje as en kun je weer helemaal overnieuw beginnen. Inmiddels heb zelfs ik het vuurtje stoken redelijk onder de knie, al kan ik het in mijn enthousiasme nog weleens te goed doen. Negenentwintig graden is wel een beetje erg warm, dat geef ik ruiterlijk toe. Maar hé, dan zetten we gewoon een raampje open, want we hebben een prima afdak, dus die regen blijft keurig netjes buiten.

Dankbaar ben ik ook voor het schone water dat – bijna – iedere dag gewoon uit alle kranen stroomt die we in en buiten ons huisje hebben. Je zult toch maar de hele dag met flessen moeten zeulen om een simpel kopje koffie te kunnen maken. Of een gevulde emmer naast je wc-pot moeten hebben staan om je grote boodschap weg te spoelen. Eigenlijk is die wc-pot in huis op zich al een zegen, want je moet er toch niet aan denken dat je iedere keer – ook in de regen! – naar buiten moet rennen als je aandrang hebt! Ik heb nooit begrepen dat mensen het heerlijk vinden om te kamperen en dan met zo’n wc-rol onder hun arm vrolijk fluitend op zoek gaan naar een wc waar velen voor hen die dag ook gebruik van hebben gemaakt. Ik vrees dat mijn jeugdige KLM-verleden met overnachtingen in luxe hotels als de Hilton mij voorgoed hebben verpest voor dat soort geneugten. Ik hou van comfort, van zachte bedden en sanitaire voorzieningen die ik niet hoef te delen met anderen. En ik ben in de gezegende omstandigheid dat ik iedere dag opnieuw dat comfort heb.

Een zegen vind ik het ook dat ik de vrijheid heb om al dan niet mijn uren te besteden aan werk waar ik echt plezier in heb. Als ik me niet zo lekker voel, of gewoon geen zin heb omdat het zonnetje zo heerlijk schijnt, dan hoef ik aan niemand verantwoording af te leggen als ik de klep van mijn laptop lekker dicht laat. Dat mag ik allemaal zelf bepalen. Dus ja, ook dat is zeer zeker een van de zegeningen die ik moet noemen. Maar bovenaan staat natuurlijk de zegen dat ik al drieënveertig jaar mijn leven mag delen met een man die in voor- en tegenspoed aan mijn zijde staat. Een man die het vuurtje stoken veel beter onder de knie heeft dan ik, en precies weet wat er aan de kraan mankeert als er eens een keertje geen water uit komt. Een man die mij iedere dag een gezonde maaltijd voorzet, omdat ik anders vergeet om te eten en er ook nog eens voor zorgt dat onze voorraadkasten altijd meer dan genoeg gevuld zijn. Een man waarmee ik kan lachen en huilen, met wie ik ruzie kan maken, maar vooral een man die van mij houdt, ook als ik loop te klagen over alles waar ik eigenlijk niets over te klagen heb…

Juist in moeilijke tijden is het hardop benoemen van je zegeningen een must. Al die ‘simpele’ dingen die we eigenlijk zo heel vanzelfsprekend vinden, zijn voor het gros van de mensheid immers helemaal niet zo vanzelfsprekend. Ze kunnen je ook zomaar afgenomen worden, als een of andere idiote machtswellusteling het op zijn heupen krijgt. Zegeningen zijn niet dat grote jacht, die dure auto, dat prachtig ingerichte huis. Je bent gezegend als je kunt beschikken over de basisdingen waar ieder mens recht op heeft: een dak boven je hoofd, schoon water en een veilige leefomgeving voor al je dierbaren. Als je daarbovenop ook nog eens gezegend bent met een goede gezondheid, dan ben je ondanks alles wat er in je leven speelt, een meer dan gelukkig mens!

Het is goed om dit soort dingen zo af en toe hardop tegen jezelf te zeggen, jezelf een figuurlijke schop onder het achterste te geven. We zijn zo gewend om te klagen over van alles en nog wat, maar misschien moeten we onszelf eens wat meer trainen in het tellen van onze zegeningen. Daar heb je echt geen dure cursus of een wellness goeroe voor nodig. Een peptalk-column lezen uit het verre Griekenland volstaat ook 😉

♥♥♥