Hallo zon!

Hoera, de zon is terug! Mijn dag begon vandaag dus in het stralende zonnetje met ontbijtkoffie op het terras. Iets wat ik ‘s ochtends altijd wel doe, weer of geen weer, maar voor het eerst in lange tijd kon het winterjack aan de kapstok blijven hangen en had ik meer dan voldoende aan mijn dikke vest. Sterker nog, na een uurtje had ik zelfs genoeg aan mijn T-shirt. Met korte mouwtjes! Nee, ik overdrijf niet, al vind ik het stiekem natuurlijk wel heel erg leuk om dit even uitgebreid aan jullie te vertellen. Ik weet uiteraard dat er in Nederland op dit moment een aardig laagje sneeuw ligt en dat het behoorlijk koud is. Dus ja, dan zit ik me daar best een beetje om te verkneukelen hier op mijn terras, in mijn T-shirtje met korte mouwtjes.

De wereld ziet er nu eenmaal altijd meteen een stuk vrolijker uit als je met je giechel in de zon kunt zitten, zo simpel is het. En dat hebben we dus heel hard nodig, want we weten allemaal dat het met diezelfde wereld helemaal niet zo best gaat. Wat een zooitje hebben we er met zijn allen toch van gemaakt! En dus moeten we nu ook met zijn allen de schouders eronder zetten om het weer een beetje leefbaar te maken. Ik ben voor, absoluut! Te beginnen met al dat plastic. Ik erger me al jaren aan de hoeveelheid die er in verpakkingen gestopt wordt. Niet alleen vanwege de schade aan het milieu, maar ook omdat ik met de meeste verpakkingen onmiddellijk in een strijd verwikkel raak. Ik kan me niet voorstellen dat ik de enige ben die het zelden lukt om zo’n vacuüm verpakt broodbeleg aan dat kleine puntje in de hoek open te trekken. Bij mij moet er negen van de tien keer een schaar aan te pas komen, en dan nóg! Knip ik er net te weinig af, krijg ik dat plastic velletje er nog steeds niet vanaf. Of ik knip te ver, en dan onthoofd ik meteen alle mooi geschikte plakjes worst! Vreselijk. En dat is nog maar één irritant voorbeeld van de lange lijst.

Ik koop mijn worst dan ook veel liever bij Jorgio van de supermarkt hier in het dorp. Die heeft nog zo’n snijmachine staan, waarmee hij de door mij gewenste tien of twaalf of vijftien plakjes worst netjes afsnijdt waar ik bij sta. Vervolgens wikkelt hij ze in een vetvrij papiertje, doet er een elastiekje omheen en klaar is kees. Ik heb wel erg moeten wennen aan het feit dat hij altijd wil weten hoeveel plakjes ik van iets wil. Ik bestelde gewoon in onsjes. Weet ik veel hoeveel plakjes er in een ons gaan! Dat ligt er toch helemaal aan hoe dik ze gesneden worden? Natuurlijk ben ik er na al die jaren wel aan gewend geraakt, en tegenwoordig denk ik gezellig in plakjes als ik worst wil hebben. Maar ik moet wel altijd aan die eerste tijd terug denken als ik in de zomer een verdwaalde toerist bij de vleeswarentoonbank zie staan, gewikkeld in een heerlijke spraakverwarring met onze Jorgio over onsjes en plakjes. En ja, ook dan heb ik soms dat stiekeme verkneukel-gevoel van vanmorgen…

Trouwens, over ‘verkneukelen’ gesproken… Onlangs las ik in een berichtje van een collega dat ouderwetse woorden – zoals ‘verkneukelen’ – door haar redactrice stelselmatig uit haar manuscript waren verwijderd. Nu kon ik me dat van die redactrice in dit geval wel een beetje begrijpen, omdat het hier om een Young Adult-boek ging, en ikzelf een zestienjarige ook niet zo snel zou laten zeggen dat hij of zij zich stiekem had lopen te verkneukelen. Net zomin als ik een zestigjarige ‘vet cool!’ laat roepen in mijn boeken. Hoewel… dat ligt ook weer aan de bewuste zestigjarige natuurlijk. Ik ken er genoeg die het helemaal niet vreemd zouden vinden om zich op die manier uit te drukken. Maar als mijn redactrice álle ouderwetse woorden uit mijn manuscript zou schrappen omdat ‘de jonge lezers de betekenis van die woorden toch niet meer kennen’…Hm, dat zou mij persoonlijk toch in het verkeerde keelgat schieten.

Een van de voordelen van lezen is namelijk dat het je woordenschat vergroot, of je nu tien, twintig, veertig of zestig jaar oud bent. Zou een van mijn jongere lezers nog nooit van dat woord ‘verkneukelen’ hebben gehoord, dan hoop ik dat hij of zij door het verhaal eromheen de betekenis ervan zal begrijpen. En anders is er toch altijd een woordenboek… of Google. Ik hoor het mijn vader nog zeggen: ‘Het is helemaal niet erg als je iets niet weet, als je maar weet waar je het kunt vinden.’ Nou, dat laatste is nog nooit zo gemakkelijk geweest als tegenwoordig. Even googelen en binnen een paar seconden weet je precies wat je wilt weten. Of… Nee, niet altijd. Als je aan Mr. Google vraagt hoeveel plakjes Mortadella er in een ons zitten, dan geeft hij daar niet echt een duidelijk antwoord op. Dus dat vraag ik dan maar aan Jorgio, die weet namelijk wel wat één plakje weegt. Hij legt dat ene plakje gewoon op de weegschaal en dan zie ik zelf wel hoeveel er nog bij moeten om er een ons van te maken. Zo simpel is het.

Ach ja, iedere schrijfster heeft zo haar eigen taalgebruik en stijl van vertellen, en dat is maar goed ook, want zo is er voor iedereen iets te vinden op de planken van de boekwinkels. Ook in mijn genre. Op negen februari wordt de jaarlijkse Valentijnprijs uitgereikt aan de schrijfster van het door de vakjury uitgeroepen beste romantische boek van 2018. Mijn roman Smaak van Liefde heeft de shortlist daarvoor helaas niet gehaald, maar komt nog wel in aanmerking voor de Valentijn Publieksprijs, die door de lezers bepaald wordt. Iedereen mag online één stem uitbrengen op hun favoriete roman, en jullie voelen hem al aankomen natuurlijk. Mocht je nog niet gestemd hebben op jouw favoriete roman, en geniet je van mijn boeken, dan zou je mij een groot plezier doen als je via deze link een stem zou willen uitbrengen op mijn Smaak van Liefde. Stemmen gaat heel eenvoudig door het invullen van je naam en e-mailadres en het aankruisen van je favoriete boek naar keuze. Let op: de titels staan op alfabetische volgorde, dus je moet wel even doorscrollen naar de S van Smaak van Liefde. Superbedankt alvast voor je moeite, en dat geldt natuurlijk ook voor degenen die al op mij hebben gestemd! Zodra de uitslag bekend is, laat ik het jullie weten.

Al met al is het wel weer een beetje kneuterige column geworden, als ik het zo terug lees. Zo eentje die nergens over gaat en van de hak op de tak springt, maar dat komt natuurlijk door dat vrolijke zonnetje. Daar word ik altijd een beetje springerig van. Vanwege dat gespring en het schrijven van deze column heb ik Emma – de Beekbrugse roos uit deel 3 – vandaag ook noodgedwongen even in de wacht moeten zetten. Niet leuk voor haar, want ze zit net in een spannende scène. Iets met een uitslaande brand en een knappe Italiaan die zo stom is om zich daarmee te bemoeien. De inwoners van Beekbrugge worden ongetwijfeld helemaal gek van de gillende brandweersirenes die nu al 24 uur achter elkaar aan het loeien zijn omdat ik zo nodig eerst deze column voor jullie moest schrijven. Wat betekent dat ik morgen, ondanks het weekend, heel snel terug moet naar Emma en mijn geliefde dorpje om die sirenes tot bedaren te brengen. Geen weekend dus voor mij, maar hé, ik ben de laatste die daarover zal klagen. Ik wil natuurlijk wel zo snel mogelijk weten hoe het verdergaat met Emma. Net als jullie… 😉

♥♥♥♥♥

Huisje, boompje, beestje

Vandaag precies acht jaar geleden trokken wij in ons heerlijke huisje in Kato Gatzea. Het was gelukkig net zo zonnig als nu, wat goed uitkwam, want niets is erger dan verhuizen in de regen. Bovendien moest een deel van onze huisraad – waaronder een aantal uit elkaar gehaalde kasten – nog een paar nachten noodgedwongen buiten blijven staan omdat we natuurlijk niet alles op één dag weer in elkaar konden zetten.

Het was bij lange na niet onze eerste verhuizing – samen hadden we er al zes achter de rug inclusief de grote emigratie, apart van elkaar nog een aantal meer – dus we hadden er inmiddels wel een aardige routine in ontwikkeld. Wel moest het allemaal nogal snel, want geld voor meer dan één maand dubbele woonlasten hadden we niet. Halverwege oktober kregen we de sleutel van onze nieuwe stek, en nog geen drie weken later leverden we de andere sleutel al bij onze ex-huisbaas in. Best wel een record als je bedenkt dat manlief in die tijd naast allerlei kleinere reparaties het nieuwe huis ook al voorzien had van uitgebreide elektrische bedrading (de stoppenkast bleek maar één groep te hebben waardoor meerdere apparaten tegelijk aanzetten onmiddellijk een stroomstoring ten gevolge had). Een andere grote klus was het verhangen van de 60 liter boiler, die op een hoogte van een meter zeventig precies boven de douchebak hing. Rechtopstaand douchen was onmogelijk, en bovendien levensgevaarlijk gezien de erbarmelijke staat van de elektrische bedrading.

Op de eerste november was alles zo ver aangepast dat we er in ieder geval in konden wonen. Een goede vriend had zijn hulp en grote auto aangeboden, net als mijn lieve en inmiddels overleden vriendin ‘Tinus’. Terwijl de twee mannen zich het leplazerus sjouwden – ooit een wasmachine of een driezitsbank een steile smalle marmeren trap af gedragen? – namen Tineke en ik de kleinere dozen en losse rommeltjes voor ons rekening. Ik heb geen idee meer hoe vaak we met ons vierkoppig team op en neer zijn gereden, maar tegen het eind van de middag hadden we zo goed als alles op de nieuwe woonstek staan, inclusief een van de door ons gevoederde zwerfkatten. Dat we de zachtaardige Leopold mee zouden nemen stond voor ons buiten kijf. Die was al van kleins af aan door ons verzorgd en vertroeteld, en zou het niet overleven in de roedel halfwilde strays. Jurgen, onze andere lieveling, hadden we na heel lang dubben achtergelaten. Hij was een maand of vijf, zes geweest toen hij voor het eerst bij ons opdook, een echt ‘haantje de voorste’ die brutaalweg midden in de grote voerbak sprong als er gegeten werd. Tot onze verbazing stonden de grotere katers dat gewoon toe, en het was al snel duidelijk dat Jurgen zich heel goed binnen de groep wist te handhaven. Ondanks zijn binnenbezoekjes was hij een echte buitenkat, en met pijn in ons hart besloten we dat het voor hem beter was om hem in zijn eigen vertrouwde omgeving achter te laten. Het nieuwe huis lag immers midden in het dorp en had een grote tuin, waaruit hij zo de weg op kon lopen, een situatie waar hij niet aan gewend was. Nog zie ik dat verbaasde koppie van hem boven aan de trap toen we op de verhuisdag voor het laatst de deur achter ons dichtdeden. Het brak ons hart, maar toch, we wisten dat het voor hem de beste oplossing was.

De eerste dagen in het nieuwe huis waren behoorlijk hectisch. Alles moest een plekje krijgen, en dat viel niet mee. Bovendien moest ik tussendoor gewoon mijn schrijf- en vertaalwerk doen, want tijdens de inpakweken was daar niet veel van terechtgekomen. Gelukkig hield het zonnige weer nog een poosje aan, en kon ik aan een wankel tuintafeltje op het terras regelmatig een paar uur achter mijn computer kruipen, terwijl manlief ondertussen binnen de boel op orde bracht. ’s Avonds vielen we doodmoe en uitgeteld op de bank neer, met een opstandige Leopold op de andere bank. Hij begreep er niets van dat hij alsmaar binnen moest blijven en wilde naar buiten, maar wij hadden ergens gelezen dat je katten na een verhuizing minstens drie weken binnen moest houden om te laten wennen aan de nieuwe omgeving. Iets waar hij het duidelijk niet mee eens was.

Op de derde dag in ons nieuwe huis ‘moest’ manlief tegen het eind van de middag ineens heel nodig voor een boodschap naar Kala Nera. Het was al donker toen ik zijn brommer weer hoorde – en nog iets anders: een zeer bekend gemiauw dat uit de boodschappentas in het kratje kwam. ‘Ik kon hem niet weer achterlaten,’ bekende manlief een beetje schaapachtig toen het vrolijke koppie van Jurgen tevoorschijn kwam. ‘Ik ging even langs om te kijken hoe het met hem was. Hij kwam meteen aanrennen toen hij de brommer hoorde, en hij kroop zowat in me, zo blij was hij om me weer te zien.’ De uren en dagen erna was Jurgen niet bij ons weg te slaan. Hij wilde maar gekroeld en aangehaald worden, sprong op mijn verzoek ogenblikkelijk op de kattenbak om zijn behoefte te doen – wat hem een uitbundig prijzen van ons opleverde – en was met geen stok de deur uit te krijgen al stond die wagenwijd open. Het was werkelijk hartverwarmend om te zien hoe hij zijn best deed om het ons naar de zin te maken, bang als hij blijkbaar was om weer weggestuurd te worden. Weken later, toen hij allang overdag samen met Leopold buiten rondstruinde, kwam hij nog steeds naar binnen rennen om zijn behoefte op de kattenbak te doen. Dat was immers waar hij ons in die eerste dagen zo’n plezier mee had gedaan, nietwaar? En Jurgen wilde ons dat plezier niet ontnemen. Stel je voor dat we hem weer weg zouden doen…

Acht jaar verder zijn we inmiddels. Leopold en Jurgen zijn er beiden niet meer. Leopold, een prachtige grijze langhaar, is waarschijnlijk door iemand meegenomen. Hij verdween plotseling, zo’n zes jaar geleden tijdens de drukke paasperiode, wanneer er veel ‘vreemde’ mensen in ons dorp zijn. Grijze langharen zijn blijkbaar in trek, want twee jaar later raakten we op dezelfde manier in precies dezelfde periode ook mijn geliefde Jason kwijt. Jurgen hebben we gelukkig nog wat jaren langer bij ons mogen hebben. Hij heeft Ira, Felix, Miesje, Jason, Kees en Dimple zien komen, en vond het allemaal prima, zolang hij maar bij ons mocht blijven. Vorig jaar hebben we noodgedwongen afscheid van hem moeten nemen omdat hij op een onbekend moment ergens in zijn leven besmet was geraakt met een dodelijk kattenvirus. We missen hem nog steeds, maar de vele mooie herinneringen aan die leuke, gekke, eigenwijze ADHD-kater van ons houden hem voor altijd in onze gedachten. Net als de grote steen achter in onze tuin, waaronder hij zijn laatste rustplaats heeft gekregen. Dicht bij ons – voor altijd. Omdat dat was wat hij zo heel erg graag wilde.

♥♥♥♥♥

 

 

Lummelen

Na de maandenlange schrijfmarathon voor de Rozen van Beekbrugge deel 1 en 2 was en is het hoog tijd voor een beetje lummelen, iets waar ik niet zo heel vaak aan toe kom, simpelweg omdat ik altijd wel iets te doen heb – en zo niet ogenblikkelijk iets verzin om te doen. Een beetje onwennig voelt het wel, dat ‘gewoon niets doen’, dus stiekem ben ik best blij dat het alweer 1 september is. Er ‘moet’ een column geschreven worden, want daar kijken een heleboel mensen naar uit, op die eerste van de nieuwe maand. En dus zit ik nu met een tsipourootje naast me en mijn laptop op schoot gezellig op mijn terras, heerlijk gekoeld door de krachtige ventilator voor me, want het is hier nog steeds zo’n dertig graden in de schaduw. Lekker zomers weer dus, en ik geniet er met volle teugen van.

Waar ik ook van heb genoten, is mijn weekje ‘undercover in NL’. Jawel, u leest het goed, ik was even terug in mijn vaderland. Ik heb lekker toeristje gespeeld in het mooie Groningse Ter Apel, waar het goed toeven is. Ik logeerde in de studio van B&B ’t Ossenschot, een adresje om te zoenen, zo fijn was het daar. Niet alleen ik vond dat, hoor. Ook de paar gezinnen met kinderen die tijdens mijn verblijf in o.a. de trekhut en het appartement verbleven, waren vol lof over hun overnachtingsplek op de boerderij van Thea en Willem. Het weer werkte ook nog eens helemaal mee, waardoor ik alle dagen op mijn terras kon ontbijten. Een superontbijt, door Thea persoonlijk klaargemaakt en op een dienblad gebracht, bestaande uit diverse warme broodjes, een krentenbolletje, een belegdoos vol met kaas en worst, Griekse yoghurt met verse vruchten, een gekookt eitje, een glaasje biologisch vruchtensap, hagelslag, muisjes, een schaaltje eigengemaakte jam… wat een fantastisch begin van de dag!

De boerderij, met paarden, hond Raisha, Brammetje de kat en een nieuwe Piet de Pauw – de oude liftte ooit op het dak van Thea’s auto mee naar het dorp en heeft na zijn wonderlijke terugkeer nog jaren vrolijk op het terrein rond ‘getoeterd’ – ligt aan de rand van het bos. Je loopt zo de mooie natuur in, met prachtige wandelpaden, mooie Nederlandse velden en sloten… Kortom, een plek om tot rust te komen. En dat had ik wel nodig na mijn lange schrijfperiode. In korte tijd twee delen schrijven van de Rozen van Beekbrugge was niet makkelijk, ook al deed ik het met heel veel liefde. En wat is er dan mooier om bij thuiskomst (de uitstapjes die ik in Groningen maakte zien jullie terug in de foto’s hieronder) een enthousiast mailtje te krijgen van de uitgeverij, waarin me werd verteld dat de eerste verkoopcijfers van Smaak van Liefde héél positief zijn! Dank, lieve lezers, voor jullie enthousiaste aanschaf van mijn HQN-roman. Een boek kan met nog zoveel liefde geschreven zijn, als het niet verkocht wordt, is de schrijversdroom helaas snel over.

Voor mij blijft die droom dus nog een poosje voortduren. Ik mag in ieder geval verder met deel drie, waarin de bakkerij van Emma centraal zal staan. Het wordt ongetwijfeld weer een heerlijke rollercoaster om Emma’s avonturen op papier te krijgen, en tijdens het lummelen begint er zowaar alweer het een en ander te kriebelen. Dat is ook goed. Een verhaal moet eerst in mijn hoofd vorm krijgen, ik moet mijn hoofdpersonen leren kennen, hen begrijpen en aanvoelen voordat ik ook maar een letter op papier zet. En hoe leger mijn hoofd, des te meer ik opvang van het gefluister, van de flarden verhaal die voorbij zweven. Een beetje langer doorlummelen is dus geheel en al gerechtvaardigd. Daarom ook ben ik gisteren weer gezellig met manlief in onze kano de zee op gegaan. Dat kan als ik in en rond het huis lummel. Ditmaal verliep het echter niet zo soepeltjes als de eerste keer. Net voordat we vanuit huis zouden vertrekken, ontdekten we namelijk dat ‘de scheg’ ontbrak. Voor wie het niet weet: de scheg is het haaievinnetje aan de onderkant van de boot dat ervoor zorgt dat je recht door het water klieft. Zonder dat ding wordt het wat lastig om vooruit te komen en ja, dat gebeurde dus ook…

We hadden echt de hele tuin afgezocht naar dat kreng, omdat we dachten dat-ie uit de boot was gewaaid bij de storm van een dag ervoor. Zelfs de buurman zocht mee, en ik zweer het, we hebben zelfs de boot meerdere malen doorzocht voor het geval dat ding nog gewoon ‘aan boord’ was. Niet dus. Uiteindelijk besloten we om het dan toch maar zonder scheg te proberen. We rolden de kano naar de boulevard, lieten hem te water en namen zowaar zonder om te kieperen onze plaatsen in. De rest zal ik u besparen. Zonder scheg kom je namelijk niet zo ver, want je draait alsmaar rondjes, hoe fanatiek je ook peddelt. Wie manlief en mij een beetje kent, kan zich wel voorstellen hoe wij daar in die kano zaten. Afijn, na een kwartier vruchteloos rondjes draaien hebben we het ding weer op de kant gehesen en om niet helemaal gefrustreerd thuis te komen, zijn we toch nog maar even het water in gedoken om op te frissen. Eenmaal weer thuis haalden we de stoeltjes los zodat we het water uit de boot konden kieperen – en wat denk je? Jawel, zat die scheg dus gewoon aan de onderkant van een van de stoeltjes geplakt! Grrr…

Het is maar goed dat ik zo relaxt ben door al het lummelen. We hebben er hartelijk om gelachen, het ding wederom in de boot opgeborgen tot de volgende keer, en als het een beetje meezit, gaan we binnenkort gewoon weer samen de zee op. Dat kan als je in lummeltijd verkeert. En ja, dan is er morgen ook zomaar ineens tijd voor een tsipouradiko met een FB-vriendin die ik nog nooit in levenden lijve heb ontmoet, maar wel zo lief is om in haar koffer Vlaardingse ijzerkoekjes en Schelvispekel voor me mee te brengen. En heb ik ook tijd om mijn oprecht gemeend excuus aan te bieden aan de in Pilion verkerende FB-vrienden voor wie ik afgelopen maanden geen tijd kon vrijmaken. Ik hoop echt dat het me vergeven wordt, schrijven is nu eenmaal een raar proces, waarin mijn buitenwereld vervaagt en mijn fantasiewereld steeds reëler wordt. Ik weet ook zeker dat ik vergeten ben om een aantal jarigen te feliciteren, wat ik, enigszins aan de late kant maar met een oprecht hart, bij dezen alsnog graag wil doen: XRONIA POLLA, lieve ‘vergeten’ jarige vrienden en vriendinnen. Als jullie dit lezen, weet dan dat ik jullie echt nog heel veel mooie verjaardagen toewens!

Het lummelen gaat gelukkig nog even door. De allerlaatste puntjes worden nu op deel twee gezet, daar moet ik in de komende week nog even naar kijken. Er moet ook nog een andere column geschreven worden, voor de Vlaardingen24 krant, en er is zojuist een correctieopdracht binnengekomen. Allemaal peanuts vergeleken bij de heftige werkzaamheden van de afgelopen maanden. Ik mag gewoon nog even genieten van de Griekse zomer, en dat ga ik ook zeker doen. Over twee weekjes komt mijn schoonzus, dan hebben we drie weken waarin we ongetwijfeld leuke dingen gaan doen nu de temperatuur hier weer enige activiteit toestaat. En daarna… Daarna duik ik weer dagelijks mijn werkkamer in en mag Emma haar verhaal aan mij komen vertellen. Een verhaal waarin ik heerlijk ga genieten van haar avonturen in het lieflijke dorp Beekbrugge, van haar zelfgemaakte chocoladebonbons, van de geur van versgebakken brood en natuurlijk van een fikse portie romantiek. Ik verheug me er nu al op… 😉

♥♥♥♥♥

Vakantietijd

Zojuist hebben wij hier onze eerste (gezouten) haring op Griekse bodem genuttigd. Een mijlpaal, want tot op heden was deze typisch Hollandse lekkernij alleen aan mij voorbehouden – tijdens mijn reisjes naar Nederland. Manlief moest het dertien jaar zonder doen, en als rasechte Rotterdamse zeeman, getrouwd met een volbloed Haringkop (zoals wij Vlaardingers genoemd worden) valt dat natuurlijk niet mee. De verrassing om in de schappen bij de Lidl zomaar ineens schoongemaakte rauwe haring te zien liggen, was dan ook groot. Oké, het was geen boterzachte Hollandse nieuwe, maar volwassen exemplaren en ze waren wel heel erg sterk gepekeld, maar toch… Als je het dertien jaar zonder hebt moeten doen, dan smaakt zoiets alsof er een engeltje over je tong fietst.

Het was sowieso een week vol ‘verrassingen’, want na een heel jaar lang gestaard te hebben naar de opgevouwen opblaasbare tweepersoonskano – vorige zomer in een opwelling gekocht – zijn manlief en ik gisteren toch maar eens een keertje samen de zee opgegaan. In die kano dus. Wonder boven wonder zijn we niet omgeslagen bij het instappen, hebben we elkaar niet halverwege een klap verkocht met de peddel, en gleden we zonder al te veel gekibbel in bijna perfecte harmonie over het blauwe water van de Pagasitische Golf. Nou ja, dat vond ik. Manlief had wat problemen met mijn afwijkende ritmegevoel wat betreft het peddelen, maar dat was zijn probleem. Toch?

We zijn ‘helemaal’ naar de verderop gelegen camping Hellas gepeddeld, tussen de aangemeerde boten, de rotsen bij de bocht en de zwemmers bij de camping door. Lekker dicht bij de kust dus, want voor iemand die niet in zee gaat zwemmen zonder luchtbed is een kanotocht op volle zee iets te veel gevraagd. Dit eerste tripje was precies goed voor mij en het kopje koffie op de camping smaakte me dan ook uitstekend. Gezellig was het er ook. We zaten nog maar net toen aan het tafeltje naast ons twee dames, vier kinderen en één man neerstreken. Ze kwamen nog net niet bij ons op schoot zitten, maar het scheelde niet veel. Nu is dat hier vrij gewoon, hoor. Neem een bijna leeg strand, leg er je handdoekje neer, en geheid dat de Griekse familie die na jou arriveert zich installeert op nog geen meter afstand van jouw handdoekje. Ondanks dat bijna lege strand.

Het maakt het sociale contact er wel makkelijker op. Nog geen vijf minuten later zaten we gezellig te kletsen met de dames. De man had zich met de kids en luchtbed naar zee begeven – maar wel pas nadat hij en de kinderen liefdevol van top tot teen waren ingesmeerd door zijn vrouw en, zoals later bleek, de moeder van drie van de kinderen. Ze kwamen allemaal uit Thessaloniki, waren een paar dagen eerder gearriveerd voor een vakantie van drie weken en keken uit naar het hoogtepunt van de Griekse grote vakantie: Maria Hemelvaart op 15 augustus. In de loop van het gesprek hoorden we dat de moeder van drie kinderen mondhygiëniste was, haar man tandarts en dat de andere dame één kind had en een fulltime baan als advocaat. Of ze ook een man had, weten we (nog) niet, maar mochten we hen nog een keer tegenkomen dan zal ons dat ongetwijfeld ook uitgebreid verteld worden. Het tekent de openheid van de Grieken, zulke gesprekjes. We hebben er al vele gevoerd in de afgelopen jaren, steeds vaker geheel in het Grieks, iets waar we best wel trots op zijn. Dat je zowaar eindelijk écht gaat verstaan waar ze het over hebben… dat geeft de burger moed, zeker weten.

En als we het nu toch over moedige burgers hebben… Ruim een week na de bosbrandramp bij Matia is het nu en de eerste onvoorstelbare dagen van verbijstering, verdriet, woede, pijn en rouw liggen achter ons. Terwijl ik dit schrijf, houdt de militaire luchtbasis aan de andere kant van de Golf blijkbaar een oefening, want het zware gedreun van overvliegende helikopters overstemt zowaar het gekrijs van de krekels. Ik weet alleen (nog) niet zeker of het een oefening is. Het kan ook betekenen dat er achter ons in de bergen een vuurhaard is ontdekt. Wat bij Mati gebeurde, kan namelijk overal aan de Griekse kusten gebeuren, ook hier. De hevige bosbranden van 2007, waarbij hier in Pilion 10% van de bossen in de as werd gelegd, liggen nog vers in ons geheugen. Tot aan Afissos en Milies naderde het vuur, en wij in Kala Nera keken met angst in ons hart naar de vlammen die ’s nachts metershoog uitkwamen boven de bergtoppen achter ons. Wij hadden geluk. De harde wind ging liggen en na vijf spannende dagen waren de branden onder controle.

De mensen in Mati hadden dat geluk niet. Tijd om te evacueren kregen ze niet. Binnen een kwartier was het vuur ‘over de berg heen’, en moesten ze letterlijk rennen voor hun leven. Tweeënnegentig mensen verloren daarbij dat leven. Doodgewone mensen zoals u en ik: bewoners, vakantiegangers met en zonder kinderen… De ‘gelukkigen’ die het overleefden zijn alles kwijt: huis, haard, verleden, toekomst. Sommigen liggen nog in het ziekenhuis, vechtend voor hun leven. Anderen dwalen huilend over de zwartgeblakerde puinhopen, op zoek naar vermiste familieleden, naar hun achtergebleven huisdieren… Hulp in de vorm van goederen, geld en vrijwilligers stroomt gelukkig van alle kanten toe. Het kan dat wat verloren is gegaan niet goedmaken, maar het kan het leven na de ramp wel een heel klein beetje makkelijker maken voor iedereen die erbij betrokken is. En dat zijn er velen.

Mocht u willen helpen, dan kunt u dat het beste doen door een bijdrage, hoe klein ook, over te maken op de noodrekening die de gemeente Rafinas, waartoe ook Mati behoort, meteen na de ramp speciaal voor hulp aan de slachtoffers, mens en dier, heeft geopend. Daarnaast zijn er vele grote en kleine stichtingen actief, waaronder het Griekse Rode Kruis, waarvan ik hier ook het rekeningnummer vermeld.

Municipality of Rafina/Pikermi
Piraeus Bank
ΙΒΑΝ: GR20 0172 1860 0051 8609 2291 418
ΒΙC/SWIFT: PIRBGRAA

Hellenic Red Cross
Eurobank Greece
IBAN: GR6402602400000310201181388
BIC/SWIFT: ERBKGRAAXXX

De helikopters van de luchtmacht zijn inmiddels teruggekeerd naar hun basis. Het was dus toch een oefening, want ik hoor geen sirenes of andere ‘enge’ tekenen die zouden kunnen wijzen op brand of andere rampen. Gelukkig maar. We hopen immers allemaal dat zulke vreselijke rampen onze deur voorbij zal gaan. En meestal gebeurt dat ook.

Meestal, maar helaas niet altijd…

♥♥♥♥♥

 

 

Smaak van Liefde

Ik ben verliefd! Verliefd op de prachtige cover van mijn nieuwste roman. En eindelijk, eindelijk mag ik hem nu ook aan jullie laten zien. Is het geen beauty geworden? Jullie zullen deze prachtige omslag de komende weken regelmatig voorbij zien komen, o.a. in jullie Facebook newsfeed, want met deze feestelijke onthulling wordt tegelijkertijd ook het startsein gegeven voor de officiële promotie van… taraaa… Smaak van Liefde, het eerste deel uit de trilogie De rozen van Beekbrugge. Geschreven dus door ondergetekende.

Blij ben ik ook. Blij met jullie, mijn lezers. Jullie steun, jullie opbeurende woorden en vooral het onwrikbare geloof in mij hebben me meer goed gedaan dan ik hier kan vertellen. Schrijven is een eenzame bezigheid. Dag in dag uit in je eentje achter een computerscherm zitten, no matter what, is niet voor iedereen weggelegd. Leven in twee werelden, dat is het, en er zijn legio momenten geweest waarop ik dacht: ‘Waarom doe ik dit in hemelsnaam?’ Momenten waarop ik teruglas wat ik had geschreven en het helemaal niks vond. Momenten waarop ik in mijn eigen verhaal verdwaalde en meer dan twintig bladzijden noeste arbeid moest deleten omdat ze niets toevoegden aan het boek. Momenten waarop ik groot verdriet had omdat ik in mijn privéleven te maken kreeg met het overlijden van mijn moeder. En op al die momenten waren jullie, lieve lezers, er voor mij. Met een lief woord, met een lief gebaar, met jullie geduld. Dank je wel daarvoor!

Aan dat geduld is nu gelukkig een einde gekomen. Vier jaar geleden is het dat een boek van mijn hand het levenslicht zag, en destijds was ik er heilig van overtuigd dat ik nooit meer een roman zou schrijven. Na vijftien jaar in het schrijversleven rondgehuppeld te hebben, had ik het wel gezien. Ik wilde genieten van mijn Griekse zomers en niet meer ‘gedwongen’ worden om die achter het beeldscherm door te brengen. Tja, mooie voornemens, maar er kwam weinig van terecht. Het bloed kruipt nu eenmaal waar het niet gaan kan, en toen HarperCollins mij voorstelde om als eerste Nederlandstalige auteur een trilogie te schrijven voor hun HQN Roman-serie was er maar één antwoord: ‘Ja, ik wil.’

Spijt heb ik er geen moment van gehad. Het was – en is – heerlijk om te werken met professionele mensen die snappen hoe een roman tot stand komt. Mensen die streng zijn op het juiste moment, maar een troostende schouder bieden als je stuk zit. Dat Smaak van Liefde zo’n mooi boek is geworden, heb ik dan ook voor een groot deel te danken aan mijn fantastische redacteuren Iris en Hans, die met hun nooit aflatende inzet over mijn schouder mee hebben gelezen en hun vinger precies op de zere plekjes wisten te leggen. En nee, dat is niet altijd fijn, maar het is er wel een nog mooier boek door geworden. Nou ja, dat vind ik zelf. Alleen… sinds ik van de marketingafdeling heb gehoord dat op 4 juni vijf lezeressen via de Facebookpagina van Harlequin Boeken de kans krijgen om vóór het verschijnen van Smaak van Liefde het boek al te lezen en er hun eerlijke mening over te geven, ben ik daar niet meer zo van overtuigd. Ik heb – om het maar gewoon hardop te zeggen – de zenuwen! Ik slaap niet meer en heb zelfs al wanhopig gevraagd of we het boek niet uit productie kunnen halen. Helaas, de raderen draaien en mijn kindje gaat de wijde wereld in, of ik dat nu leuk vind of niet.

Oké. Eerlijk is eerlijk… Natuurlijk vind ik het diep in mijn hart super, al die extra aandacht en promotie die uitgever HarperCollins voor mijn boek bedacht heeft. Er komt nóg een Facebook-winactie, op 14 juni, waarbij je als eerste mijn gedrukte roman kunt ontvangen. En vanaf 21 juni zul je mijn boek in de supermarkt aan het tijdschriftenschap zien hangen. Mijn roman komt in een speciale nieuwsbrief die 35.000 mensen gaat bereiken en… en… O help! Ik zou het liefst morgen onderduiken en pas weer over enkele maanden tevoorschijn komen. Het hoort erbij, ik weet het. Maar stel nou dat jullie het boek helemaal niet leuk vinden? Stel nou dat het verhaal waaraan ik zo lang zo intensief aan gewerkt heb, totaal niet ‘aanslaat’? Stel nou dat…

De mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest, en nimmer op komt dagen, zei mijn vader vroeger altijd ferm als ik weer eens stond te bibberen. Hij had gelijk. Stap voor stap, eerst het een, dan het ander… precies zoals een van mijn hoofdpersonen in Smaak van Liefde dat zegt. Ik en mijn hoofdpersonen hebben soms wel wat van elkaar weg, dat is beslist een feit. Het ergste wat me immers kan overkomen, is dat jullie het boek na een paar bladzijden ter zijde leggen. Gelukkig valt de prijs mee, zag ik. € 7,50 is de adviesprijs. Nou, daar kun je het wel voor in je (digitale) boodschappenwagentje leggen en uitproberen, toch? Bij de (online) boekhandel, of vanuit het tijdschriftenschap bij de supermarkten, de Bruna of de stationskiosk. Van Rotterdam naar Enschede bijvoorbeeld is een behoorlijk eind reizen, dat weet ik uit ervaring, en dan is het toch leuk om die tijd te ‘verdoen’ met mijn De rozen van Beekbrugge-roman in handzaam formaat. Je komt er gegarandeerd glimlachend mee aan op je eindbestemming, want een happy end hoort er in dit genre nu eenmaal bij – al moet er natuurlijk wel heel wat gebeuren voor het ook daadwerkelijk zover is.

Smaak van Liefde is geschreven voor jullie, met jullie en dankzij jullie. Op 18 juni kan hij al op je deurmat liggen en de link om hem te reserveren geef ik een week ervoor aan jullie door. Dankzij jullie steun ziet mijn eerste Nederlandse HQN Roman zeer binnenkort het levenslicht en kunnen we met zijn allen de kraamtijd in gaan. Op een grote roze wolk, uiteraard, want dat is waarop moeders lopen zodra ze hun kind eindelijk in hun armen kunnen sluiten. En geloof me. Ondanks alles wat ik hiervoor heb geschreven, ben ik daar echt geen uitzondering op… 😉

♥♥♥♥♥