Daar gaan ze…

Ik heb zo toegeleefd naar de datum van 31 juli, de dag dat Corwyn en Norbert naar Nederland vertrokken, dat ik totaal vergeten was dat het daarna 1 augustus zou zijn… en dus websitecolumndag. Nu kan ik de dag van gisteren natuurlijk hier uitgebreid gaan beschrijven, maar velen van jullie hebben die dag al van uur tot uur op Facebook meegeleefd. De ontroerende reacties die ik een uurtje na het afscheid van de kittens las op de luchthaven van Thessaloniki, waren zo lief dat ik daar op mijn bankje opnieuw met tranen in mijn ogen zat. Dank voor jullie lieve woorden, het is ongelooflijk hoe zovelen vanaf het allereerste begin hebben meegeleefd met onze bengels.

Het is een paar weken terug nog even heel spannend geweest of alles wel door zou kunnen gaan, want vriendin Liesbeth, onze vluchtbegeleider, kwam door een ongelukkige struikeling tijdens een wandelingetje door Skiathos Stad al in het begin van haar vakantie met ernstig gescheurde enkelbanden op krukken terecht. Ik had het me dan ook heel goed kunnen voorstellen als ze meteen terug naar Nederland had gewild – zij het zonder de katten, want die mochten pas vanaf de 25ste vliegen. Maar al na een paar dagen stuurde Liesbeth mij het verlossende berichtje dat ze de vakantie niet ging afbreken en dat alles gewoon bij het oude bleef – behalve dan dat zij nu dus met de kittenbench op schoot in een rolstoel in de aankomsthal van Schiphol zou arriveren om ze aldaar te overhandigen aan Esther en Martin, de twee lieverds uit Den Haag, die de kittens hebben geadopteerd.

Afijn, zo kwam het dan allemaal toch nog goed, en dus vertrok ik gisterochtend om vijf uur met de kittens op de achterbank per taxi naar de luchthaven van  Thessaloniki, waar ik de kittens samen met Liesbeth en haar man Christos op het vliegtuig heb gezet. Uitgebreid beschrijven doe ik de dag dus verder niet, maar hieronder volgt wel de mail die ik vanmorgen naar Esther heb gestuurd. Gewoon omdat daarin alles staat wat ik eigenlijk ook in mijn column wil zeggen… 🙂

Lieve Esther,

Wat een zenuwendag was het gisteren. En wat hebben de jongens alles ongelooflijk goed doorstaan! Dat had ik niet verwacht. Ook hier in de auto waren ze muisstil, ze lagen heerlijk te slapen. Op de luchthaven waren ze heel timide, ze wilden zelfs geen flesje. Het leek echt of ze half in shock waren, en toen moest het ergste, de vliegreis, nog komen. Ik zag ze in gedachten al bij aankomst met gestrekte oortjes door een hartaanval in de bench liggen… Hoe anders is het verlopen!!!

De incheck verliep goed, al duurde dat best lang. Eerst het controleren van de papieren, waarmee de incheckdame naar een apart kantoortje verdween. Toen ze eindelijk terugkwam moest de bench even op de bagageband om een bagagelabel te krijgen en toen moesten we weer wachten op een medewerker die ons naar de speciale goederenafgifte ging brengen. Het was zo fijn dat Christos erbij was, want die spreekt vloeiend Grieks. Ik had al die moeilijke woorden vast niet zo goed begrepen. Wij zijn dus samen met de katjes en de medewerker naar beneden gegaan voor de afgifte aldaar. We mochten kiezen om de kittens eruit te halen en ermee door het poortje te lopen of ze in de bench te laten en net als de handbagage op de band door de scan te laten gaan. We hebben voor dat laatste gekozen, stel je voor dat ze zouden ontsnappen. En dat wegglijden in de scantunnel… was dus het laatste wat ik van ze heb gezien.

We hebben eigenlijk een soort van ‘mazzel’ gehad dat Liesbeth zowel hier als bij aankomst assistentie kreeg, want nu ging het wel makkelijker dan normaal. Ze werd meteen vooraan naar de incheckbalie gereden, hoefde niet in de rij! En als ik het zo las dan ging het op Schiphol ook supersnel! Die foto van jou bij aankomst, die nieuwsgierige koppies in de bench…. pfff, wie had dat kunnen denken? Ik niet. Iemand schreef ergens in de reacties dat ze zo zelfverzekerd bij jou thuis uit de bench stapten en dat raakte me echt. Dat ik ze zo ‘sterk’ heb gemaakt kan ik nauwelijks geloven. Het zijn beslist geen angstige zielepietjes geworden, integendeel. En dat is gezien alles wat ze hebben meegemaakt toch eigenlijk inderdaad wel een beetje een ongelooflijke prestatie, zoals iedereen steeds zegt… 😉

Wat ik nu voel, vraag je. Dat is makkelijk te beantwoorden. Ik voel dat ze bij jullie thuishoren! Helemaal en absoluut! Maar dat gevoel had ik al vanaf het moment dat ik jouw eerste mailtje kreeg. Die eerste foto-impressies van de kids bij jullie thuis zijn zo heerlijk om te zien. En ik ben zooooo  verschrikkelijk blij dat ze nu de hele dag mogen rondhuppen en alle dingen kunnen doen die een kat behoort te doen! Het ging me zo aan het hart dat ik ze steeds moest ‘opsluiten’. Dat Norbert meteen boven op de balk zat… niet te geloven. Corwyn is eigenlijk de klimmer, Norbert donderde hier overal van af, de schat 🤣 En die gejatte knoflookgarnaal… prachtig. Alles wat eetbaar is, is niet veilig voor hem. En  Corwyn… ja, die doet waar hij zin in heeft. Maar hij is wel veel slimmer en vooral sneller dan Norbert 😂

Het is raar dat ze er niet meer zijn. Ik loop nog steeds te kijken naar de ren om te checken wat ze daar uitspoken, of de zon er al in schijnt en of de parasols uit moeten… Het went snel hoor, en dat constante alert zijn ben ik vast heel snel kwijt, zeker weten. Mijn taak zit erop, nu mogen jullie en jullie andere katten het over gaan nemen! Jullie liefde straalt nu al van de foto’s af, wat kan ik me nog meer wensen voor mijn kanjertjes? Ik wens ze een heel lang, heel mooi leven toe bij jullie, en ik kijk  vanaf een afstandje breed glimlachend en supertrots mee! De Corona Kids was een project van velen, het is ongelooflijk hoe iedereen meegeleefd en meegeholpen heeft om ze een mooie toekomst te geven. Zonder al die lieve mensen, zonder Liesbeth en Christos, maar vooral zonder JULLIE was me dat nooit gelukt. Dat zoveel mensen zoveel liefde hebben getoond voor drie ter dood veroordeelde kittens vind ik nog steeds een wonder. En dat ik aan de wieg van dat wonder heb mogen staan… hm, ja, oké, dat is toch eigenlijk wel een klein beetje bijzonder 😜

Zo, en nu ga ik heerlijk bijkomen van alles, ik was doodmoe gisteren! Zulke dagen, nee, zulke maanden wil ik niet al te vaak meer meemaken! Ik kijk uit naar alle foto’s en berichtjes. Geniet maar lekker van mijn twee kleutertjes, ik ben jullie onwijs dankbaar dat jullie juist hén wilden hebben. Ze hadden echt, zeker weten, geen mooier plekje kunnen krijgen!!! 🥰❤😘

Dikke kus en knuffels,

Wilma

NB. De avonturen van Norbert en Corwyn in Nederland zijn te volgen via de Facebook-pagina:

De Corona’s, over twee gedumpte Griekse kittens.

Even serieus

Ik vrees dat het een wat andere column wordt vandaag. Beter gezegd, het zijn er twee, een nieuwe en eentje die vorige week al gepubliceerd is in de Vlaardingen24-krant. Dat komt omdat ik het altijd zo veel mogelijk probeer te vermijden om het in mijn maandschrijfsels te hebben over de ‘grote wereldproblemen’. Veel liever neuzel ik een beetje over de koetjes en kalfjes van mijn dagelijks leven op dit mooie Griekse schiereiland. Maar hoe reëel is het om te neuzelen als de wereld om je heen op haar grondvesten staat te trillen?  En daarom laat ik de keuze aan uzelf: een wat ‘serieuzere’ column of een hilarisch verslag over een middag aan zee. En wilt u ze allebei lezen… dat mag natuurlijk ook!

EVEN SERIEUS

De uitbraak van het coronavirus houdt de gemoederen flink bezig, mij ook, maar al is het natuurlijk flink lullig als je ermee besmet raakt, zo dodelijk als bijvoorbeeld de zwarte builenpest in de middeleeuwen lijkt het – in ieder geval op dit moment – nog lang niet te zijn. Een paar honderd dodelijke gevallen, oké, laten het er een paar duizend zijn, op een totale wereldbevolking van 7,7 miljard en onze hele wereldeconomie komt krijsend tot stilstand. Allerlei maatregelen worden door alle regeringen ter wereld uit de kast gerukt, ja, ook hier in Griekenland. Er mag nu op gezondheidsproblemen worden gecontroleerd bij o.a. de grenzen, de havens en de treinstations. Carnavalsoptochten en feestelijkheden voor Katherea Deftera (Rosen Montag), die dit weekend zouden plaatsvinden zijn op straffe van flinke boetes en zelfs gevangenisstraf uit voorzorg afgelast, en ook hier zijn de maskers en de handgel totaal uitverkocht. Iedereen is echter zo op dat griepvirus gefocust dat ondertussen een aantal andere, eveneens zeer verontrustende gebeurtenissen, vrijwel ‘onzichtbaar’ hebben kunnen plaatsvinden. Nou ja, behalve dus voor de mensen die er mee te maken hadden en hebben.

Zo zijn er afgelopen week heftige gevechten geweest op de ‘vluchtelingen’-eilanden Lesbos en Chios. Niet met de vluchtelingen zelf. Nee, dit waren gevechten tussen lokale bewoners en bouwploegen gesteund door het leger van de nieuwe regering, die het ondanks de felle protesten vooraf toch nodig vond om de bouw van gesloten detentiecentra door te laten gaan. En dat terwijl ieder normaal denkend mens weet dat vluchtelingen opsluiten in zo’n gesloten kamp de niet aflatende stroom nieuwe vluchtelingen die in het ‘oude’ kamp opgevangen moet worden zeker niet zal indammen. Maar goed, de tijd dat normaal denkende mensen in welke regering dan ook zaten, ligt ergens in de prehistorie volgens mij. En terwijl de Griekse regering dus druk doende was om die lokale vuurhaarden in bedwang te houden, bedacht meneer Erdogan ineens dat het nu de juiste tijd was om de paar miljoen vluchtelingen die in Turkije opgevangen worden te vertellen dat ze niet langer gedwongen worden om daar te blijven omdat de Turks/Griekse grens door hem is opengezet. Hij vergat er alleen bij te vertellen dat de Grieks/Turkse grens niet open is en ook niet zal opengaan. Dus nu staan er sinds gisteren al een paar duizend vluchtelingen – en dat kunnen er vanavond zomaar 18.000 zijn heb ik ergens gelezen – aan de hekken en afrasteringen van Griekenland (de toegangspoort naar Europa) te rukken en te trekken, al vloekend en tierend omdat ze de zoveelste teleurstelling te verwerken krijgen.

Nu staan de betrekkingen tussen Turkije en Griekenland de laatste maanden toch al op scherp vanwege de ongeoorloofde schendingen van het internationale lucht- en zeeruim door Turkije die alles te maken hebben met olie en landbezit. Als belangrijkste geografische toegangspoort wordt Griekenland geacht Turkije buiten Europa te houden, wat tot nu toe bijna 200 jaar is gelukt. Maar nu de hele wereld genoodzaakt is zich bezig te houden met dat geniepige coronavirus, heeft Europa wel andere dingen aan hun hoofd dan de aloude vete tussen de twee landen. En hoe Europa over het vluchtelingenprobleem denkt, weten we inmiddels wel. Mij persoonlijk zou het niets verbazen als er binnenkort een niet te stuiten corona-uitbraak plaatsvindt onder de vluchtelingen in de diverse kampen. Verspreid het virus onder een groep mensen die weinig of geen weerstand hebben door ze en masse naar je buurland te sturen, help ze de grens – te land of ter zee – over te glippen, en je hebt helemaal geen tanks en soldaten nodig om een slachting aan te richten. En, ook niet onverdeeld ongunstig, je bent meteen van het vluchtelingenprobleem af. Een belachelijk en onrealistisch doemscenario? In ieder geval eentje die vooralsnog enkel en alleen uit mijn eigen lugubere schrijversfantasie komt. Het enge is echter dat ik Erdogan er zeker voor aanzie om zoiets waanzinnigs uit te voeren. Een paar mensenlevens meer of minder zal hem worst wezen, dat hebben we al eerder gezien bij de coup van een paar jaar geleden. En dat hij hongert naar macht weten we ook al een tijdje. Gebruikmaken van een dodelijk virus dat de wereld al voor een groot deel heeft lamgelegd, zou hem geen minuut van zijn nachtrust kosten als hij daardoor meer macht kan krijgen, dat weet ik zeker.

Afijn, u begrijpt, het zijn allemaal geen vrolijke gedachten die momenteel in mijn hoofd rondwaren. Een levendige fantasie komt goed van pas als je een boek wilt schrijven, maar in het dagelijks leven kan het een behoorlijke stoorzender zijn. Een beetje neuzelen over minder serieuze dingen vind ik dan een beetje lastig, zoals u merkt. Maar omdat ik ook begrijp dat het juist in sombere tijden heel fijn kan zijn om even iets anders te lezen dan doemscenario’s, zet ik op de home-pagina onder deze column nog een andere. Een verhaal dat ongetwijfeld wel een glimlach teweeg zal brengen. Dat deed het tenminste wel bij de lezers van de Vlaardingen24-krant, en ik vind hem eigenlijk te leuk om hem niet ook hier te plaatsen. Dus krijgt u deze maand zomaar twee columns van mij cadeau!

Ik hoop echt dat de huidige ietwat grimmige toestand in de wereld volgende maand grotendeels achter ons zal liggen. Daar moeten we ook maar gewoon in blijven geloven, anders wordt het leven helemaal zo’n sombere toestand, en dat is niet wat we willen, toch? Daarom beloof ik u nu alvast dat ik op 1 april weer ‘gewoon’ alleen een gezellige neuzelcolumn voor u zal schrijven. Tenzij de toestand in de wereld mij ook dan weer genoodzaakt iets serieuzer te zijn… 😉

♥♥♥♥♥

 

Zomaar een middag aan zee

Ons dorpje telt een handvol horecagelegenheden die zich allemaal aan de ‘boulevard’ bevinden. Eén daarvan is ouzeri To Balkoni, waar je – de naam zegt het al – op het balkon (of binnen) kunt genieten van tsipouro met hapjes, een simpele Griekse maaltijd of een eenvoudige snack. De zaak behoort toe aan Apostolis, die samen met zijn moeder Elefteria in de keuken staat. Nou ja, hij doet de hapjes, zijn moeder kookt de maaltijden; gewoon thuis in haar huisje met tuin, waarna ze het eten dan in grote pannen met haar rammelende ‘agrotiko’ – een klein vrachtautootje – naar de zaak brengt. Dezelfde agrotiko waarmee Apostolis in de zomer soms zijn vakantievierende klanten na een avondje met wat al te veel tsipouro terugbrengt naar Kala Nera – in de laadbak uiteraard.

Apostolis is wat de Engelsen ‘a character’ noemen. Zijn mekkerende schaterlach werkt zo aanstekelijk dat je binnen no-time mee zit te schateren, al heb je meestal geen enkel idee waarom. Hij heeft een zeer eigen mening, die hij graag mag verkondigen, een hekel aan welke Griekse regering dan ook en de manier waarop hij zijn zaak bestiert is nogal onconventioneel. Het kan zomaar voorkomen dat hij halverwege de avond, terwijl het hele balkon bezet is met klanten, ineens op zijn brommertje stapt en wegrijdt. En dan kan het echt weleens een halfuurtje duren voordat hij terugkeert – meestal met een tas vol brood of een pak suiker of gewoon met helemaal niks. Wilde je toevallig net afrekenen, dan zit er weinig anders op dan geduldig te wachten tot hij terug is, want betalen doe je bij hem. Bij To Balkoni is de klant koning, maar Apostolis is de baas, daar komt het eigenlijk op neer.

Afhankelijk van zijn bui vind je het er beregezellig of bar slecht. De hapjes die hij bij de tsipouro serveert behoren echter tot de betere in onze omgeving, en aangezien een ‘tsipouradiko’ onze favoriete maaltijd is, zijn wij er regelmatig te vinden. In de wintermaanden is de zaak gesloten, omdat Apostolis dan in het buitenland zit. Zo ook deze winter, maar vorige week zag ik tot mijn verrassing dat hij al terug was. Dat kwam goed uit, want ik zou die dag gaan lunchen met een Amerikaanse vriendin. Het was prachtig zonnig weer, warm genoeg om niet op het balkon, maar aan een van de twee blauwe tafeltjes aan zee te zitten. We namen het tafeltje waarvan de vier stoelen wel voorzien waren van zittingen en nipten al snel zeer tevreden aan ons tsipourootje. Een paar minuten later zagen we Apostolis’ moeder aan komen schuifelen, een grote tas met een pan eten erin aan haar arm. De pan werd naar de keuken gebracht, en even daarna kwam Elefteria met een kommetje rijstsoep met lam en wat brood weer naar buiten. Ze wilde aan het tafeltje naast ons gaan zitten, maar omdat daar de stoelzittingen ontbraken, schoof ze maar gezellig bij ons aan.

Weer een paar minuten later kwamen er twee Duitse dames aangewandeld, die wat aarzelend bij het tweede tafeltje bleven staan. Nu heeft Apostolis een zwak voor vrouwen, dus die kwam al met de rieten zittingen aangerend. De dames wilden koffie, en als het kon graag cappuccino. Dat kon, maar het zou even duren voordat het klaar was, zei Apostolis, zeker wel een minuut of tien. Dat vonden de dames helemaal niet erg, daar aan hun tafeltje in het zonnetje, maar ze keken toch wel heel verbaasd toen Apostolis meteen daarna in zijn auto stapte en wegreed. ‘Hij gaat melk halen bij de supermarkt,’ vertrouwde Elefteria ons toe. ‘Voor de cappuccino.’ Het leverde een giechelbui op bij de dames, al werden we allemaal nogal afgeleid door de komst van een viertal stoere Griekse mannen op grote motoren die ze aan de kade naast ons parkeerden. Al kletsend liepen ze het Balkon op – waar nog een paar Engelsen aan de tsipouro zaten – en hoorden daar dat de baas even weg was, maar zo terug zou komen.

De heren waren echter niet voor een kleintje vervaard. Blijkbaar hadden ze hun zinnen gezet op een plekje aan zee, want even later zagen we ze met een tafel en vier stoelen van het balkon af komen en die naast de Duitse dames neerzetten. Vervolgens doken ze de zaak weer in, en tot ieders hilariteit kwamen ze een paar minuten later met een tafelkleedje onder hun arm en een dienblad met water, glazen en een mandje brood weer tevoorschijn. Tegen de tijd dat iedereen zat, kwam Apostolis aanrijden, de achterklep van zijn auto wijd open. Hij sprong eruit, stak zijn duim op naar de Griekse motorrijders en verdween in de keuken om eindelijk de beloofde cappuccino te gaan maken.

Of die smaakte, heb ik niet meegekregen. Zo terugblikkend waren de Duitse dames eigenlijk al vrij snel verdwenen. De Griekse mannen niet. Die bleven heerlijk relaxt met een biertje aan hun tafel in de zon zitten, net als vriendin en ik. We hebben heerlijk gegeten van onze hapjes, en de rijstsoep met lamsvlees van Elefteria smaakte ook prima. Bordjes kwamen er dit keer bij onze lunch in het geheel niet aan te pas. De kom met soep had twee lepels en het broodmandje bevatte genoeg vorkjes om de verschillende hapjes te kunnen prikken. Daar kom je echt een heel eind mee aan zo’n tafeltje in de Griekse zon, al weet ik best dat niet iedereen een op die manier geserveerde maaltijd zal kunnen waarderen. Dat mag, er zijn genoeg andere gelegenheden waar het er heel anders aan toe gaat. Maar of je daar dan net zoveel plezier hebt als bij To Balkoni… Dat betwijfel ik 😉

Yiasou uit Pilion!

Wilma Hollander

Het einde van de lummeltijd

Alhoewel de mussen – nou ja, eerder de tortelduifjes – nog steeds van het dak vallen van de hitte, wordt het zo langzamerhand toch wel weer tijd voor mij om serieus aan het werk te gaan. In mijn werkkamer is het in deze bloedhete zomermaanden echter niet te harden, en ook op het terras is het ondanks de ventilator niet prettig werken meer. Gelukkig hebben we onlangs toch maar besloten ook in de woonkamer een airco te laten installeren, en gecombineerd met de slaapkamerairco zorgt dat voor een heerlijk koel huisje. De afgelopen dagen heb ik dus met mijn computer aan de eetkamertafel in de hal doorgebracht om enigszins comfortabel aan een aantal tekst- en redactieopdrachten te kunnen werken. Een tijdelijke oplossing, en pure noodzaak bij temperaturen boven de dertig graden, maar om nou te zeggen dat het zo ideaal is… Nee, daarvoor is de hal te donker, de eettafel te klein, en de locatie – midden in het huis – te onrustig.

Een daadwerkelijk schrijfbegin maken met een nieuw boek moet daarom nog even wachten tot de ergste hitte voorbij is, maar dat is niet zo heel erg. Mijn romans beginnen immers altijd in mijn hoofd, waar ze eerst weken- en soms wel maandenlang lekker doorsudderen. Dat geeft niet, want die suddertijd benut ik goed door de locatie en achtergronden van het verhaal op mijn gemak te researchen. Als ik jullie dan vertel dat mijn volgende roman zich gaat afspelen op het piepkleine Kanaaleiland Herm, waar ik afgelopen mei zelf heb rondgelopen, dan kun je je misschien wel voorstellen dat al die research niet bepaald een straf voor me is. Het gevaar van zo’n relaxte en altijd interessante researchperiode is wel, dat ik meestal langer door blijf sudderen dan eigenlijk wenselijk is. Wat minder hoge temperaturen zouden mij zo langzamerhand wel heel goed uitkomen, maar zoals we allemaal weten, dat hebben we helaas niet zelf in de hand. Daarom probeer ik nog maar even niet al te veel aan die naderende deadline te denken, en gewoon te genieten van wat de zomer hier in Pilion ons behalve de hitte nog meer biedt.

En dat betekent behalve strandbezoekjes ook veel openluchtconcerten, met optredens van meer en minder beroemde Griekse zangers en zangeressen, die de zomerperiode benutten om langs de wat kleinere concertpodia in het land te touren. En zo kwam het dat ik een paar weken geleden samen met twee vrienden naar het openluchttheater van Nea Ionia – een buitenwijk van Volos – reed voor een optreden van Eleonora Zouganeli. Eleonora wie? Ja, dat vroegen wij ons ook af, want geen van allen hadden we ooit van haar gehoord, al konden we uit de YouTube-filmpjes die we vooraf bekeken hadden wel opmaken dat ze een van de ‘grotere’ was, met name bij de wat jongere generaties. Dat was ook wel te zien aan de lange rij die zich om acht uur al voor de ingang van het theater bevond. Er huppelden behoorlijk wat kinderen rond, al is dat niet uitzonderlijk bij Griekse optredens. Aanvangstijd van het concert was negen uur, maar zoals dat hier altijd gaat, werd dat ‘iets’ later. Om kwart voor tien stoof onder luid applaus een kleine, energieke dame het podium op, en barstte er een zang- en vooral lichtshow los die ons totaal verbijsterde. Of beter gezegd, verblindde. We zaten precies tegenover het toneel, dus keken recht in de op het publiek gerichte grote witte schijnwerpers die flitsend aan- en uitknalden.

Nu zijn vrienden en ik niet meer een van de jongsten, en al dat licht- en geluidsgeweld kwam bij ons wel heel erg hard binnen.  Zozeer, dat we na de eerste drie nummer ieder voor zich al aan een voortijdige aftocht zaten te denken. Maar gelukkig is het daar niet van gekomen. De grote witte lichten gingen voor de rest van het optreden in retraite en veranderden in een werkelijk spectaculaire lichtshow. Het volume bleef voor ons wel aan de veel te harde kant, maar gelukkig had ik ergens onder in mijn tas nog een dot watten zitten. Die kwam perfect van pas, want daardoor werd het geluid net genoeg gedempt om de doordringende scherpte ervan weg te halen. Het kwam de kwaliteit van Eleonora’s songs zeer ten goede. Helaas was de dot niet groot genoeg om drie mensen te voorzien van geluiddempers, maar zie, in mijn tas – je wilt niet weten wat ik altijd met me mee sjouw in dat ding – zat uiteraard ook een pakje zakdoekjes. En met een beetje scheur- en vouwwerk bleken dat net als de watjes perfecte dempers te zijn.

Het werd een fantastische avond. Eleonora bleek te beschikken over een prachtige stem, waarmee ze ons een zeer gevarieerd muzikaal programma voorzette. Begeleid door een complete band met accordeon, bouzouki, gitaren, keyboard, piano en drumstel – en de spectaculaire lichtshow niet te vergeten – werd het met recht een boeiend optreden waarvan we alle drie ontzettend hebben genoten. En wij niet alleen. Tussen het toneel en de in halfronde vorm gebouwde publieksarena lag een leeg rond plein, waar de kinderen zich tijdens het optreden uitstekend vermaakten en de ouderen bij de laatste nummers huppelend met de beentjes van de vloer gingen. De échte fans stonden tegen die tijd rijen dik tegen het toneel aangeplakt, telefoontjes in de aanslag om toch maar niets te missen van hun grote idool. Kortom, het was een muzikaal spektakel dat ik niet graag had willen missen.

Niet zo spectaculair, maar daarom niet minder leuk,  was het optreden van Eleni Filini, ook al zo’n ‘grote’, gisteravond op de romantisch verlichte pier van Kato Gatzea, onderdeel van de drie ‘Zomerse Dorpsavondjes’ die ieder jaar voor de bewoners van ons dorp en overige belangstellenden worden georganiseerd. Ook dit optreden werd gekenmerkt door een wat ander repertoire dan we doorgaans te horen krijgen van Griekse muzikanten. Spaans, Grieks, Italiaans en zelfs wat Engelse nummers kwamen voorbij, waardoor het een gezellig feestje werd met veel meedeinende en -klappende mensen, waarvan een groot deel zich had neergezet aan de tafeltjes van de tavernes en café’s die zich rond de haven bevinden. Ook Eleni Filini heeft een mooie, krachtige stem, die aangenaam is om naar te luisteren, maar ik moet eerlijk bekennen dat voor mij het hoogtepunt van de avond toch het lied ‘Delilah’ was, dat gezongen werd door een van haar begeleiders. Hij deed dat met zoveel inzet, met zoveel ‘pathos’, maar ook met zoveel eigen interpretatie en in een eigen uitvoering, dat mijn lachspieren acuut in werking traden. Het was prachtig, daar lag het niet aan, maar zo totaal anders dan Tom Jones het ooit heeft bedoeld. Ik kon er echt niets aan doen, de tranen van het lachen liepen letterlijk over mijn wangen. En dat overkomt me niet zo heel vaak…

Een welbesteed avondje dus, en een waardige afsluiting van mijn juli-maand. Al met al kan ik met een tevreden glimlach terugkijken op een heerlijk lome, luie en vooral gezellige zomer, die gelukkig nog niet helemaal voorbij is. Tussen het werk door ga ik de komende weken zeker verder met genieten, maar de echte lummeltijd… tja, die zit er zo langzamerhand toch wel op voor mij.

Nu alleen die idioot hoge temperaturen nog even naar beneden… 😉

♥♥♥♥♥

Zomerse dagen

Het nadeel van de Griekse zomer is dat je er zo heerlijk lui van wordt. Als de temperatuur op je terras naar de vijfendertig en daarboven kruipt, schakelen je lichaam en geest automatisch over naar relax-stand. Niet zo verwonderlijk natuurlijk. Het is gewoon veel te heet om op welk gebied dan ook actief te zijn. Ik prijs mezelf echt heel gelukkig dat ik deze zomer eens een keer niet aan de slag hoef met belangrijke schrijfprojecten en die lekker luie relax-stand helemaal mag omarmen. Ik ben al een aantal keren gezellig met manlief wezen dompelen aan het strand, we drinken zo af en toe ’s avonds een tsiporootje of een wijntje op een van de terrasjes om de zon in zee te zien zakken, en maken ons verder niet al te druk om wat er in de wereld en om ons heen gebeurt.

Het enige waar ik momenteel niet blij mee ben, zijn de vliegen en muggen die lak hebben aan de sterke wind van de terrasventilator en zich regelmatig op de onbedekte delen van mijn lijf storten. En gezien de hoge temperaturen is er heel wat huid voor hen beschikbaar om te ontdekken. De vliegenmepper, het antimuggenspul en de anti-prikgel liggen dus standaard naast me. Helaas hebben die rotbeesten ook daar lak aan, zodat ik me – als het me echt te veel wordt – uit lijfbehoud regelmatig toch maar binnenshuis terugtrek. Wat niet echt een straf is, hoor, want eigenlijk is het daar nu veel fijner. Door de airco is het er heel wat koeler dan buiten, iets wat onze Ira al weken eerder heeft ontdekt.

We zouden haast vergeten dat we een hond hebben, en dat terwijl ze toch niet de kleinste der honden is. Ze ligt de hele dag op het koelste plekje in huis: naast mijn bed, onder de airco, languit op haar rug, en is er alleen voor haar middagmaal even vandaan te krijgen. Dat werkt ze dan op haar eigen slordige manier naar binnen – maar wel in de keuken in plaats van buiten a.u.b.! – om daarna onmiddellijk weer naar de slaapkamer te verdwijnen, de waterbak aldaar leeg te slobberen, en zich vervolgens met een diepe zucht weer op de plavuizen neer te vlijen. Want ja, eten is een zware bezigheid met deze temperaturen, daar moet je echt uren van bijkomen. Het is zelfs zo erg dat madam stelselmatig haar uitlaatronde weigert, zelfs als de zon al onder is. Sta je daar toch mooi voor paal met je riem bij het tuinhek!

Pas in de loop van de avond begint ze zich te roeren. Zo tussen negen en tien krijgt ze altijd haar avondsnack: dan mag ze eindelijk legaal de kattenbakjes leegmaken. Hoewel die tegen die tijd al regelmatig leeg zijn omdat we dus vergeten dat ze binnen is en de keukendeur per ongeluk open laten staan. En heel vreemd, maar hoe diep Sneaky Ira ook in ruste is, op de een af andere manier weet ze precies wanneer die keukendeur open blijft. Hetzelfde geldt voor onbewaakt eten op de tafel in de woonkamer. Even naar buiten of naar de keuken wippen om iets te pakken is er niet bij. Bij terugkomst zijn de bordjes leeg, en ligt madam zeer onschuldig en zeer tevreden weer op haar rug in de slaapkamer alsof ze er niet weg is geweest. Tot na de avondsnack. Dan verplaatst ze haar logge lijf welwillend naar buiten, alwaar ze dusdanig op het tuinpad gaat liggen dat ze alle vreemde voorbijgangers inclusief passerende buurkatten kan aanblaffen zonder ervoor te hoeven opstaan. Tja, waarom zou je het jezelf moeilijk maken bij deze temperaturen?

Het leven in Huize Hollander kabbelt dus aardig rustig voort, met zon, zee, strand en soms ook onverwacht leuke ontmoetingen. Zo ben ik een heel gezellig dagje lang op stap geweest met vriend Maarten G. Verhoef uit Pereia, een dorpje even voorbij Thessaloniki. Maarten bakt daar in zijn eigen bakkerij Damaris verse Hollandse stroopwafels, kokosmakronen, amandelspeculaas en andere lekkernijen. Hij levert zijn producten door heel Griekenland en ver daarbuiten, en is door zijn niet aflatende enthousiasme op zijn Facebook-pagina al aardig beroemd onder de echte Griekenland-liefhebbers. Nu is Maarten altijd op zoek naar nog meer goede klanten, en daarom gingen hij en ik onlangs samen in Kala Nera en omstreken op pad om te proberen hier in Pilion een paar leuke adresjes te vinden voor zijn Hollandse stroopwafels en andere lekkernijen.

Het werd een vermoeiende en doldwaze dag, waarop we heel wat stroopwafeltjes en speculaasjes hebben uitgedeeld. En niet alleen aan de eigenaars van de Griekse koffietenten, hoor. Ook soms zomaar spontaan aan Hollandse vakantiegangers, die verbaasd naar zijn stroopwafel-logo op de auto staarden en toch weleens wilden weten hoe een Nederlandse koekenbakker nou in vredesnaam in Griekenland terecht was gekomen. Tussen al die avonturen door hebben we ook nog kans gezien om even af te koelen in de zee, had manlief ondertussen al een zak gevuld met abrikozen uit onze boom om mee naar Pereia te nemen en hebben we Maarten bij het afscheid ook nog maar een paar plantenstekjes in de armen gedrukt voor zijn mooie tuin. En het leukste van alles is natuurlijk wel dat Ya Banaki, een van de gezelligste terrasjes in Kala Nera, inmiddels de eerste verse speculaasjes-bestelling heeft ontvangen. Ik hoop echt dat de nieuwe koekjes in de smaak zullen vallen bij de klanten van Ya Banaki, want ik wens de keihard werkende en altijd goedlachse Maarten echt alle geluk toe om van zijn onbesuisde Griekse avontuur een groot succes te maken.

Een ander leuk nieuwtje is dat mijn Pilion-reisgids deze zomer ook in Kala Nera te koop is, bij de voormalige taverne Paris. Christos en Paris hebben namelijk na dertig jaar het roer omgegooid, en hun beroemde taverne gesloten. Op dezelfde plek vindt u nu alleen nog hun souvenirwinkel To Trenaki, waar u ook terecht kunt om scooters, fietsen en e-bikes te huren. Dus mocht u tijdens uw vakantie spijt krijgen omdat u mijn reisgids niet al voor uw vertrek hebt aangeschaft, dan kunt u dat alsnog ter plekke doen. Net als mijn dubbelroman Griekse Zomers trouwens, al moet ik voor wat de romans betreft wel aantekenen dat op ook echt op is. Het kost te veel aan porto om exemplaren van mijn boeken vanuit Nederland naar Griekenland te laten komen, dus een nalevering is er helaas niet bij. Van een van de ‘lokale’ Griekse Zomers-exemplaren weet ik trouwens ook waar die terecht is gekomen, omdat ik er tijdens een ontmoeting op het hotelterras waar Maarten en ik even uitpuften voor een drankje heel trots mijn handtekening in heb mogen zetten. Het was een spontane, mooie en supergezellige ontmoeting met twee lieve mensen, en ik kreeg vanmorgen een berichtje dat het boek inmiddels al uit is. ‘Met heel veel plezier gelezen,’ schreef Loeki, en dat doet mijn schrijvershart natuurlijk heel veel goed.

O ja, dat zou ik bijna nog vergeten. Mocht u na het lezen van mijn column ook met een boek in relax-stand willen gaan, neem dan eens een kijkje in de VakantieBieb. Mijn tweede dubbelroman Verliefd in Griekenland – met daarin de eerder verschenen romans Harteloos en Verscheurd Verlangen – is daar gratis en voor niets te lezen. Even registreren, en u kunt meteen onderuit voor een paar uurtjes leesplezier op uw balkon, tuinterras en/of strandbedje – of gewoon bij de airco natuurlijk… 😉

Fijne zomer allemaal!

♥♥♥♥♥