Achter de schermen

Wat een gezellige septembermaand was het weer hier in Pilion! Met natuurlijk als hoogtepunt het verschijnen van mijn boek Heerlijke Dromen op 24 september. De uitgever had mij gevraagd of ik ter ere daarvan een korte promotie-video wilde maken, en voor ik het wist had ik al ja gezegd, want dat soort dingen hoort erbij als je je product ‘goed in de markt wilt zetten’. Punt is alleen dat ik zelden of nooit videootjes maak, laat staan van mezelf. Ik heb al wel enige tijd een smartphone, maar selfies maken vind ik echt vreselijk en het idee dat ik nu een volle minuut in de camera iets moest gaan zeggen om mijn boek onder de aandacht te brengen bezorgde me toch wel wat slapeloze uurtjes.

Ik schoof het dus maar een beetje voor me uit, en genoot ondertussen van het gelukkig nog steeds zonnige Griekse leven. In september komen er altijd wel een aantal oude bekenden naar de Pilion, met wie ik dankzij het niet al te intensieve schrijfleven zo af en toe gezellig op een terrasje kon zitten. Ik heb zelfs weer een keertje aan het heerlijk lege strand gelegen en lekker ontspannen rondgedobberd in het water van de Pagasitische Golf. Leuke, relaxte dingen dus en tot mijn grote vreugde hoorde ik dat de beroemde Griekse zanger Mario Frangoulis half september zou optreden in het openluchttheater van Volos. Aangezien ik al jaren fan van hem ben, moest en zou ik daar natuurlijk wel naartoe. En daar heb ik geen spijt van gehad. Het werd weer een fantastische concertavond die we na afloop hebben bekroond met een zeer gezellige tsipouro met hapjes op de nachtelijke boulevard van Volos om ons muzikale zomerseizoen op een waardige manier af te sluiten.

Die tsipouro was trouwens welverdiend, want in de dagen ervoor hadden manlief en ik samen ‘even’ de woonkamer geverfd. Het witte plafond en de kleurrijke muren waren na twee winters hout stoken dringend toe aan een opknapbeurt. Met mijn Rozen van Beekbrugge-project helemaal af kon ik geen excuus meer bedenken om het niet te doen, dus sleepten we op een zonnige donderdagochtend de meubels naar buiten om vol goede moed aan de klus te beginnen. Want een klus is het, hoor! Dat verven op zich valt wel mee, maar voordat je zover bent, heb je al een halve dag achter de rug met meubels versjouwen, randjes afplakken en de grond afdekken. De voorstrijklaag die erop moest om de verf goed te laten dekken op de poreuze ondergrond moest 24 uur drogen voordat we echt aan de slag konden. Twee lagen hadden we nodig voor alles naar ons zin was, maar op zondagavond zaten we er weer keurig en fleurig bij. Zelfs de gordijnen hingen gestreken en wel aan de rails.

Ondertussen naderde het uur U, oftewel de video-deadline, met zeer rasse schreden. Dus poetste ik mezelf op een zonnige septemberochtend helemaal op. Vol in de make-up, haartjes geföhnd, ketting om, paar oorbellen in… Ik was er op mijn terrasje achter in de tuin helemaal klaar voor. De telefoon stond op een stapel boeken voor de juiste hoogte, een paar stenen erachter zodat hij er niet af kon vallen… en toen begon de buurvrouw naast ons een heel gesprek met een andere buurvrouw op de straat voor ons huis. Grieken zijn geen zachte praters, en er zat niets anders op dan te wachten tot ze uitgekletst waren. Intussen had ik in mijn hoofd al een aardige intro bedacht, dus ondanks het geklets vlak bij me begon ik alvast maar met proeffilmen. Afijn, vier uur later – de overbuurman had tussendoor ook nog even een paar houtblokken gezaagd – had ik na tig-tig-tig-pogingen eindelijk iets op mijn telefoon staan dat er volgens mij redelijk mee door kon. Vol trots showde ik het aan manlief, die het echter totaal niet met mij eens was. ‘Overbelicht, ziet er niet uit,’ was het ongenadige oordeel. Maar, voegde hij er heel lief aan toe, hij wilde me wel helpen door samen een shoot te doen, maar dan wel met zíjn fotocamera, die veel betere filmpjes maakt dan een telefoon.

Zo gezegd, zo gedaan. De make-up werd bijgewerkt, het ingezakte haar weer wat opgeduwd, en daar gingen we. Nou ja, het duurde wel even, want eerst moest het statief op ons kleine ronde terrasje worden opgesteld, manlief op een stoeltje erachter, ik op een stoeltje ervoor… Het liep al tegen vieren toen de eerste oefenshots gemaakt konden worden. Hebben jullie ooit weleens voor de vuist weg in een donkere lens gepraat terwijl je kritisch toeluisterende echtgenoot op een stoeltje erachter zit? Het leverde een flink aantal ‘…stop maar, overnieuw!’ op, omdat ik door de spontaan opkomende giechelbuien de zinnen van mijn verhaaltje flink door elkaar husselde. Maar na een halfuurtje hadden we toch een paar complete verhaaltjes erop staan, en opgelucht pakten we de boel weer in. Ik was natuurlijk supernieuwsgierig naar het resultaat, en schoof de memorycard van de camera meteen in mijn computer. Prachtige opnames waren het, echt waar. Het enige vervelende was dat de achtergrond haarscherp was – en mijn gezicht niet om aan te zien!

Inmiddels was de zon al aan het zakken, net als mijn stemming, en nieuwe opnames waren niet aan de orde. Ik heb het dus een paar dagen later zelf nog maar een keertje geprobeerd. Gewoon weer achter de stapel boeken met mijn telefoon erop, zonder manlief in de buurt, en inmiddels had ik mijn verhaaltje al zo vaak afgestoken, dat het er redelijk snel op stond. Honderd procent tevreden over het resultaat ben je zelf natuurlijk nooit, maar vooruit, na die ruim honderd pogingen moest het maar zo. De video verscheen op 24 september op de FB-pagina van Harlequinboeken, en tot mijn grote verbazing werd hij binnen een paar dagen al meer dan 1200 keer bekeken. Ik heb het dus allemaal niet voor niets gedaan. Stel je voor dat niemand ernaar kijkt. Dat was pas écht erg geweest na al die mislukte pogingen. En als al die kijkers mijn boek nu ook nog allemaal gaan kopen, dan ben ik binnenkort zeer zeker weten een hele blije schrijfster… 🙂

N.B. Heerlijke Dromen is enkele weken lang te koop bij de grotere supermarkten (in het tijdschriftenschap) en te bestellen via www.Harlequin.nl. De complete De Rozen van Beekbrugge-serie is nu ook uitgegeven als 3 in 1 e-bundel, eveneens via de link te bestellen.

Het eindresultaat… 😉

♥♥♥♥♥

 

Heerlijke Dromen

Aan het lange wachten op mijn nieuwe boek komt voor jullie, mijn trouwe fans en lezers, zeer binnenkort een eind. Op 23 september zal Heerlijke Dromen, het derde en laatste deel van de Rozen van Beekbrugge-serie eindelijk het levenslicht zien. Op die datum vertrekken de vrachtauto’s vanuit het depot om mijn boek naar de algemene verkooppunten te vervoeren, en is de postkamer van de uitgeverij druk bezig om alle vooraf gereserveerde exemplaren op de deurmatten van mijn lezers te laten bezorgen.

Ik krijg gewoon een beetje kippenvel als ik eraan denk. Stel je toch eens voor. In heel Nederland staat Emma’s verhaal straks in de schappen van de tijdschriftenkiosken, in het bladenrek bij de grotere supermarkten… Als je over drie weken argeloos je dagelijkse boodschapjes loopt te doen, en even draalt bij de bladen om je favoriete weekblad te kopen, is er een grote kans dat je daar zomaar ineens mijn naam ziet staan, tussen bekende romantische Harlequin-schrijfsters als Nora Roberts, Susan Mallery, Maisey Yates. Helaas, naast de nog veel beroemdere Michelle Obama zal ik dit keer niet terechtkomen, want die heeft het volgens mij maar bij één boek gelaten, terwijl ik natuurlijk wel gewoon dóór ben gegaan met schrijven. En het resultaat daarvan ligt dus binnenkort in de winkels.

Drie romans van bijna vierhonderd bladzijden per deel heb ik in twee jaar tijd geschreven. En nu… Nu is de serie compleet! Ik kan het zelf nauwelijks geloven. Twee jaar lang vertoefde ik vrijwel dagelijks in het fictieve Beekbrugge, waar Suzan, Lotte en Emma mij kennis lieten maken met hun familie, vrienden en vijanden. Ik probeerde Suzans beroemde peer-roquefortquiches uit, beleefde samen met Lotte opnieuw mijn eigen driedaags bezoek aan Ameland van een paar jaar geleden, en reisde met Emma mee naar het mooie Toscane, waar ik in het verleden een aantal keer zelf ook ben geweest. Het was een lange, lange rollercoaster, een grillige rit waar ik niet zomaar uit kon stappen op de momenten dat ik het even helemaal had gehad. Het contract was getekend, er waren deadlines die gehaald moesten worden, producties die in gang waren gezet…

Gelukkig hoefde ik die rollercoaster-rit niet helemaal in mijn uppie te doen. Vanaf het allereerste begin kreeg ik heel veel steun van mijn fantastische Harlequin-redacteuren Iris en Hans. Zij waren degenen die dit avontuur met mij durfden aan te gaan en samen met mij in het diepe sprongen om iets te creëren wat voor ons alle drie nieuw was. Een puur Nederlandse HQN-roman, iets wat nooit eerder was gedaan. En of dit schrijfavontuur over een poosje een vervolg krijgt, ligt eigenlijk aan jullie, lieve lezers. Toekomstige boekcontracten zijn nu eenmaal geheel en al afhankelijk van eerdere verkoopcijfers, zo simpel is het gewoon. Daar kun je je wenkbrauwen over optrekken, maar dat helpt niet. Dat boek aanschaffen wel. Je vriendinnen aansporen het te kopen ook. Je social media platforms laten weten dat jij dit zo’n heerlijke serie vond – nou ja, dat hoop ik natuurlijk – en mooie reviews schrijven op de grote online boekenverkoopsites en boeken(blog)sites helpt ook heel erg mee om deze gloednieuwe serie te promoten. Kortom, wij hebben ons allerbeste best gedaan om mijn lieve, stoere en eigenzinnige meiden een goede start te geven, maar nu is de beurt aan jullie om hen te helpen groter te groeien!

Mijn rollercoaster kwam begin mei langzaam tot stilstand, toen ik het definitieve manuscript van Heerlijke Dromen voor de laatste keer naar Amsterdam stuurde. Ik heb de lange, mooie en zeer zonnige Griekse zomer dan ook benut om afstand te nemen van die twee heerlijke, maar heel intensieve schrijfjaren. En dat is prima gelukt. Ik kijk er zelfs alweer naar uit om met een nieuw boek te beginnen. Een nieuw verhaal, met nieuwe hoofdpersonen, die met Beekbrugge niets, maar dan ook niets te maken hebben. Ik vertrek – nou ja, alleen in gedachten, hoor, gezeten achter mijn bureau – heel binnenkort opnieuw naar Herm, het kleine Engelse Kanaaleiland waar ik in mei samen met mijn zus ben geweest. Toen ik daar was, daar stond, en uitkeek over de drooggevallen zee, wist ik meteen dat ik ‘hier’ een boek wilde laten plaatsvinden. Net zo zeker als ik dat lang geleden wist toen ik in het Ierse Leenane stond en naar de oude ‘famine-roads’ staarde terwijl een mij totaal onbekende Ierse man mij vertelde waarom die daar waren en waarom ze nergens naartoe gingen. Op dat moment werd in mij het zaadje gelegd voor Dans der Liefde, het verhaal van Lucy, dat ik zelf nog steeds een van mijn mooiste romans vind.

Zo’n zelfde moment beleefde ik dus in Herm, starend naar het graf van een monnik die daar ooit had geleefd. De naam Katie zweefde mijn gedachten binnen, beelden van een zonnige zomer lang geleden en heel vaag iets over een mysterie dat nou eindelijk eens een keertje opgelost moest worden. Afijn, ik kwam er gewoon niet onderuit: het nieuwe boek moest zich op Herm gaan afspelen, ook al had ik mezelf al helemaal voorbereid op de Griekse feelgood-roman die ik voor uitgeverij Cupido zou gaan schrijven. Gelukkig kennen ze me daar al heel wat jaartjes, dus toen ik vroeg of het in plaats van een Griekse ook een ‘Hermse’-feelgoodroman mocht worden, gaven ze me meteen het groene licht daarvoor. En daarom ga ik dus komende week aan mijn bureau in alle rust luisteren naar wat Katie mij te vertellen heeft. Precies zoals ik twee jaar geleden begon met luisteren naar Suzan, Lotte en Emma…

Om alvast een puntje van de sluier van Heerlijke Dromen op te lichten heb ik nog een klein toetje voor jullie. Zoals trouwe lezers inmiddels van mij gewend zijn, staat er de laatste jaren voor in mijn boeken een citaat, meestal een tekst uit een song, die alles te maken heeft met het thema van het boek. Een song die mij tijdens het schrijven ervan door het hoofd speelde, betekenis gaf aan de woorden die ik op mijn laptop intiktee. Als voorproefje op de feestelijke dag van 23 september, geef ik jullie, mijn trouwe fans en lezers, alvast deze prachtige, rauwe en ontroerende ‘Emma’-song, getiteld ‘ANYMORE’ en live gezongen door Travis Tritt. Ik wens jullie veel luister- en voor over drie weekjes – alvast veel leesplezier!

♥♥♥♥♥

Hallo zon!

Hoera, de zon is terug! Mijn dag begon vandaag dus in het stralende zonnetje met ontbijtkoffie op het terras. Iets wat ik ‘s ochtends altijd wel doe, weer of geen weer, maar voor het eerst in lange tijd kon het winterjack aan de kapstok blijven hangen en had ik meer dan voldoende aan mijn dikke vest. Sterker nog, na een uurtje had ik zelfs genoeg aan mijn T-shirt. Met korte mouwtjes! Nee, ik overdrijf niet, al vind ik het stiekem natuurlijk wel heel erg leuk om dit even uitgebreid aan jullie te vertellen. Ik weet uiteraard dat er in Nederland op dit moment een aardig laagje sneeuw ligt en dat het behoorlijk koud is. Dus ja, dan zit ik me daar best een beetje om te verkneukelen hier op mijn terras, in mijn T-shirtje met korte mouwtjes.

De wereld ziet er nu eenmaal altijd meteen een stuk vrolijker uit als je met je giechel in de zon kunt zitten, zo simpel is het. En dat hebben we dus heel hard nodig, want we weten allemaal dat het met diezelfde wereld helemaal niet zo best gaat. Wat een zooitje hebben we er met zijn allen toch van gemaakt! En dus moeten we nu ook met zijn allen de schouders eronder zetten om het weer een beetje leefbaar te maken. Ik ben voor, absoluut! Te beginnen met al dat plastic. Ik erger me al jaren aan de hoeveelheid die er in verpakkingen gestopt wordt. Niet alleen vanwege de schade aan het milieu, maar ook omdat ik met de meeste verpakkingen onmiddellijk in een strijd verwikkel raak. Ik kan me niet voorstellen dat ik de enige ben die het zelden lukt om zo’n vacuüm verpakt broodbeleg aan dat kleine puntje in de hoek open te trekken. Bij mij moet er negen van de tien keer een schaar aan te pas komen, en dan nóg! Knip ik er net te weinig af, krijg ik dat plastic velletje er nog steeds niet vanaf. Of ik knip te ver, en dan onthoofd ik meteen alle mooi geschikte plakjes worst! Vreselijk. En dat is nog maar één irritant voorbeeld van de lange lijst.

Ik koop mijn worst dan ook veel liever bij Jorgio van de supermarkt hier in het dorp. Die heeft nog zo’n snijmachine staan, waarmee hij de door mij gewenste tien of twaalf of vijftien plakjes worst netjes afsnijdt waar ik bij sta. Vervolgens wikkelt hij ze in een vetvrij papiertje, doet er een elastiekje omheen en klaar is kees. Ik heb wel erg moeten wennen aan het feit dat hij altijd wil weten hoeveel plakjes ik van iets wil. Ik bestelde gewoon in onsjes. Weet ik veel hoeveel plakjes er in een ons gaan! Dat ligt er toch helemaal aan hoe dik ze gesneden worden? Natuurlijk ben ik er na al die jaren wel aan gewend geraakt, en tegenwoordig denk ik gezellig in plakjes als ik worst wil hebben. Maar ik moet wel altijd aan die eerste tijd terug denken als ik in de zomer een verdwaalde toerist bij de vleeswarentoonbank zie staan, gewikkeld in een heerlijke spraakverwarring met onze Jorgio over onsjes en plakjes. En ja, ook dan heb ik soms dat stiekeme verkneukel-gevoel van vanmorgen…

Trouwens, over ‘verkneukelen’ gesproken… Onlangs las ik in een berichtje van een collega dat ouderwetse woorden – zoals ‘verkneukelen’ – door haar redactrice stelselmatig uit haar manuscript waren verwijderd. Nu kon ik me dat van die redactrice in dit geval wel een beetje begrijpen, omdat het hier om een Young Adult-boek ging, en ikzelf een zestienjarige ook niet zo snel zou laten zeggen dat hij of zij zich stiekem had lopen te verkneukelen. Net zomin als ik een zestigjarige ‘vet cool!’ laat roepen in mijn boeken. Hoewel… dat ligt ook weer aan de bewuste zestigjarige natuurlijk. Ik ken er genoeg die het helemaal niet vreemd zouden vinden om zich op die manier uit te drukken. Maar als mijn redactrice álle ouderwetse woorden uit mijn manuscript zou schrappen omdat ‘de jonge lezers de betekenis van die woorden toch niet meer kennen’…Hm, dat zou mij persoonlijk toch in het verkeerde keelgat schieten.

Een van de voordelen van lezen is namelijk dat het je woordenschat vergroot, of je nu tien, twintig, veertig of zestig jaar oud bent. Zou een van mijn jongere lezers nog nooit van dat woord ‘verkneukelen’ hebben gehoord, dan hoop ik dat hij of zij door het verhaal eromheen de betekenis ervan zal begrijpen. En anders is er toch altijd een woordenboek… of Google. Ik hoor het mijn vader nog zeggen: ‘Het is helemaal niet erg als je iets niet weet, als je maar weet waar je het kunt vinden.’ Nou, dat laatste is nog nooit zo gemakkelijk geweest als tegenwoordig. Even googelen en binnen een paar seconden weet je precies wat je wilt weten. Of… Nee, niet altijd. Als je aan Mr. Google vraagt hoeveel plakjes Mortadella er in een ons zitten, dan geeft hij daar niet echt een duidelijk antwoord op. Dus dat vraag ik dan maar aan Jorgio, die weet namelijk wel wat één plakje weegt. Hij legt dat ene plakje gewoon op de weegschaal en dan zie ik zelf wel hoeveel er nog bij moeten om er een ons van te maken. Zo simpel is het.

Ach ja, iedere schrijfster heeft zo haar eigen taalgebruik en stijl van vertellen, en dat is maar goed ook, want zo is er voor iedereen iets te vinden op de planken van de boekwinkels. Ook in mijn genre. Op negen februari wordt de jaarlijkse Valentijnprijs uitgereikt aan de schrijfster van het door de vakjury uitgeroepen beste romantische boek van 2018. Mijn roman Smaak van Liefde heeft de shortlist daarvoor helaas niet gehaald, maar komt nog wel in aanmerking voor de Valentijn Publieksprijs, die door de lezers bepaald wordt. Iedereen mag online één stem uitbrengen op hun favoriete roman, en jullie voelen hem al aankomen natuurlijk. Mocht je nog niet gestemd hebben op jouw favoriete roman, en geniet je van mijn boeken, dan zou je mij een groot plezier doen als je via deze link een stem zou willen uitbrengen op mijn Smaak van Liefde. Stemmen gaat heel eenvoudig door het invullen van je naam en e-mailadres en het aankruisen van je favoriete boek naar keuze. Let op: de titels staan op alfabetische volgorde, dus je moet wel even doorscrollen naar de S van Smaak van Liefde. Superbedankt alvast voor je moeite, en dat geldt natuurlijk ook voor degenen die al op mij hebben gestemd! Zodra de uitslag bekend is, laat ik het jullie weten.

Al met al is het wel weer een beetje kneuterige column geworden, als ik het zo terug lees. Zo eentje die nergens over gaat en van de hak op de tak springt, maar dat komt natuurlijk door dat vrolijke zonnetje. Daar word ik altijd een beetje springerig van. Vanwege dat gespring en het schrijven van deze column heb ik Emma – de Beekbrugse roos uit deel 3 – vandaag ook noodgedwongen even in de wacht moeten zetten. Niet leuk voor haar, want ze zit net in een spannende scène. Iets met een uitslaande brand en een knappe Italiaan die zo stom is om zich daarmee te bemoeien. De inwoners van Beekbrugge worden ongetwijfeld helemaal gek van de gillende brandweersirenes die nu al 24 uur achter elkaar aan het loeien zijn omdat ik zo nodig eerst deze column voor jullie moest schrijven. Wat betekent dat ik morgen, ondanks het weekend, heel snel terug moet naar Emma en mijn geliefde dorpje om die sirenes tot bedaren te brengen. Geen weekend dus voor mij, maar hé, ik ben de laatste die daarover zal klagen. Ik wil natuurlijk wel zo snel mogelijk weten hoe het verdergaat met Emma. Net als jullie… 😉

♥♥♥♥♥

Lummelen

Na de maandenlange schrijfmarathon voor de Rozen van Beekbrugge deel 1 en 2 was en is het hoog tijd voor een beetje lummelen, iets waar ik niet zo heel vaak aan toe kom, simpelweg omdat ik altijd wel iets te doen heb – en zo niet ogenblikkelijk iets verzin om te doen. Een beetje onwennig voelt het wel, dat ‘gewoon niets doen’, dus stiekem ben ik best blij dat het alweer 1 september is. Er ‘moet’ een column geschreven worden, want daar kijken een heleboel mensen naar uit, op die eerste van de nieuwe maand. En dus zit ik nu met een tsipourootje naast me en mijn laptop op schoot gezellig op mijn terras, heerlijk gekoeld door de krachtige ventilator voor me, want het is hier nog steeds zo’n dertig graden in de schaduw. Lekker zomers weer dus, en ik geniet er met volle teugen van.

Waar ik ook van heb genoten, is mijn weekje ‘undercover in NL’. Jawel, u leest het goed, ik was even terug in mijn vaderland. Ik heb lekker toeristje gespeeld in het mooie Groningse Ter Apel, waar het goed toeven is. Ik logeerde in de studio van B&B ’t Ossenschot, een adresje om te zoenen, zo fijn was het daar. Niet alleen ik vond dat, hoor. Ook de paar gezinnen met kinderen die tijdens mijn verblijf in o.a. de trekhut en het appartement verbleven, waren vol lof over hun overnachtingsplek op de boerderij van Thea en Willem. Het weer werkte ook nog eens helemaal mee, waardoor ik alle dagen op mijn terras kon ontbijten. Een superontbijt, door Thea persoonlijk klaargemaakt en op een dienblad gebracht, bestaande uit diverse warme broodjes, een krentenbolletje, een belegdoos vol met kaas en worst, Griekse yoghurt met verse vruchten, een gekookt eitje, een glaasje biologisch vruchtensap, hagelslag, muisjes, een schaaltje eigengemaakte jam… wat een fantastisch begin van de dag!

De boerderij, met paarden, hond Raisha, Brammetje de kat en een nieuwe Piet de Pauw – de oude liftte ooit op het dak van Thea’s auto mee naar het dorp en heeft na zijn wonderlijke terugkeer nog jaren vrolijk op het terrein rond ‘getoeterd’ – ligt aan de rand van het bos. Je loopt zo de mooie natuur in, met prachtige wandelpaden, mooie Nederlandse velden en sloten… Kortom, een plek om tot rust te komen. En dat had ik wel nodig na mijn lange schrijfperiode. In korte tijd twee delen schrijven van de Rozen van Beekbrugge was niet makkelijk, ook al deed ik het met heel veel liefde. En wat is er dan mooier om bij thuiskomst (de uitstapjes die ik in Groningen maakte zien jullie terug in de foto’s hieronder) een enthousiast mailtje te krijgen van de uitgeverij, waarin me werd verteld dat de eerste verkoopcijfers van Smaak van Liefde héél positief zijn! Dank, lieve lezers, voor jullie enthousiaste aanschaf van mijn HQN-roman. Een boek kan met nog zoveel liefde geschreven zijn, als het niet verkocht wordt, is de schrijversdroom helaas snel over.

Voor mij blijft die droom dus nog een poosje voortduren. Ik mag in ieder geval verder met deel drie, waarin de bakkerij van Emma centraal zal staan. Het wordt ongetwijfeld weer een heerlijke rollercoaster om Emma’s avonturen op papier te krijgen, en tijdens het lummelen begint er zowaar alweer het een en ander te kriebelen. Dat is ook goed. Een verhaal moet eerst in mijn hoofd vorm krijgen, ik moet mijn hoofdpersonen leren kennen, hen begrijpen en aanvoelen voordat ik ook maar een letter op papier zet. En hoe leger mijn hoofd, des te meer ik opvang van het gefluister, van de flarden verhaal die voorbij zweven. Een beetje langer doorlummelen is dus geheel en al gerechtvaardigd. Daarom ook ben ik gisteren weer gezellig met manlief in onze kano de zee op gegaan. Dat kan als ik in en rond het huis lummel. Ditmaal verliep het echter niet zo soepeltjes als de eerste keer. Net voordat we vanuit huis zouden vertrekken, ontdekten we namelijk dat ‘de scheg’ ontbrak. Voor wie het niet weet: de scheg is het haaievinnetje aan de onderkant van de boot dat ervoor zorgt dat je recht door het water klieft. Zonder dat ding wordt het wat lastig om vooruit te komen en ja, dat gebeurde dus ook…

We hadden echt de hele tuin afgezocht naar dat kreng, omdat we dachten dat-ie uit de boot was gewaaid bij de storm van een dag ervoor. Zelfs de buurman zocht mee, en ik zweer het, we hebben zelfs de boot meerdere malen doorzocht voor het geval dat ding nog gewoon ‘aan boord’ was. Niet dus. Uiteindelijk besloten we om het dan toch maar zonder scheg te proberen. We rolden de kano naar de boulevard, lieten hem te water en namen zowaar zonder om te kieperen onze plaatsen in. De rest zal ik u besparen. Zonder scheg kom je namelijk niet zo ver, want je draait alsmaar rondjes, hoe fanatiek je ook peddelt. Wie manlief en mij een beetje kent, kan zich wel voorstellen hoe wij daar in die kano zaten. Afijn, na een kwartier vruchteloos rondjes draaien hebben we het ding weer op de kant gehesen en om niet helemaal gefrustreerd thuis te komen, zijn we toch nog maar even het water in gedoken om op te frissen. Eenmaal weer thuis haalden we de stoeltjes los zodat we het water uit de boot konden kieperen – en wat denk je? Jawel, zat die scheg dus gewoon aan de onderkant van een van de stoeltjes geplakt! Grrr…

Het is maar goed dat ik zo relaxt ben door al het lummelen. We hebben er hartelijk om gelachen, het ding wederom in de boot opgeborgen tot de volgende keer, en als het een beetje meezit, gaan we binnenkort gewoon weer samen de zee op. Dat kan als je in lummeltijd verkeert. En ja, dan is er morgen ook zomaar ineens tijd voor een tsipouradiko met een FB-vriendin die ik nog nooit in levenden lijve heb ontmoet, maar wel zo lief is om in haar koffer Vlaardingse ijzerkoekjes en Schelvispekel voor me mee te brengen. En heb ik ook tijd om mijn oprecht gemeend excuus aan te bieden aan de in Pilion verkerende FB-vrienden voor wie ik afgelopen maanden geen tijd kon vrijmaken. Ik hoop echt dat het me vergeven wordt, schrijven is nu eenmaal een raar proces, waarin mijn buitenwereld vervaagt en mijn fantasiewereld steeds reëler wordt. Ik weet ook zeker dat ik vergeten ben om een aantal jarigen te feliciteren, wat ik, enigszins aan de late kant maar met een oprecht hart, bij dezen alsnog graag wil doen: XRONIA POLLA, lieve ‘vergeten’ jarige vrienden en vriendinnen. Als jullie dit lezen, weet dan dat ik jullie echt nog heel veel mooie verjaardagen toewens!

Het lummelen gaat gelukkig nog even door. De allerlaatste puntjes worden nu op deel twee gezet, daar moet ik in de komende week nog even naar kijken. Er moet ook nog een andere column geschreven worden, voor de Vlaardingen24 krant, en er is zojuist een correctieopdracht binnengekomen. Allemaal peanuts vergeleken bij de heftige werkzaamheden van de afgelopen maanden. Ik mag gewoon nog even genieten van de Griekse zomer, en dat ga ik ook zeker doen. Over twee weekjes komt mijn schoonzus, dan hebben we drie weken waarin we ongetwijfeld leuke dingen gaan doen nu de temperatuur hier weer enige activiteit toestaat. En daarna… Daarna duik ik weer dagelijks mijn werkkamer in en mag Emma haar verhaal aan mij komen vertellen. Een verhaal waarin ik heerlijk ga genieten van haar avonturen in het lieflijke dorp Beekbrugge, van haar zelfgemaakte chocoladebonbons, van de geur van versgebakken brood en natuurlijk van een fikse portie romantiek. Ik verheug me er nu al op… 😉

♥♥♥♥♥

Genieten…

Voor degenen onder u die het nog niet weten: Smaak van Liefde, het eerste deel van De Rozen van Beekbrugge, heeft op 18 juni 2018 het levenslicht gezien. Een feestelijke gebeurtenis die ik hier in Pilion samen met manlief heb gevierd met een extra tsipourootje en een heerlijk etentje bij de lokale taverne in Kato Gatzea. Het nadeel van in het buitenland wonen, is dat ik mijn eigen gedrukte boek nog niet zelf in handen heb gehad. De post is niet zo snel, wat betekent dat de doos met mijn auteursexemplaren nog ergens tussen NL en GR onderweg is. Dat hele bijzondere moment dat je als auteur die doos opendoet, dat de ‘nieuwe boekengeur’ je neusgaten in zweeft, en dat je met je vingers voor het eerst teder over die al zo bekende en toch onbekende kaft strijkt… dat bijzondere moment staat me dus nog te wachten, maar dat is niet erg. Niet wanneer je zo’n fantastische achterban hebt, die enthousiast foto’s toestuurt van mijn boek in een tent op Vlieland, mijn boek in de supermarkt, mijn boek wachtend op een ligbedje in de zon, mijn boek op het tafeltje naast de koffie, mijn boek in de boodschappentas…

Maar zoals mijn lezers een diepe zucht slaken als het boek uit is en weer verdergaan met wat ze daarvoor aan het doen waren, zo gaat ook mijn leven natuurlijk gewoon verder. Ik ben inmiddels aan de laatste loodjes van deel twee bezig, dat met een beetje mazzel net voor de kerst te koop zal zijn. Een leuk cadeautje voor onder de kerstboom dus. Het verhaal moet daar natuurlijk wel een beetje bij aansluiten en dat valt niet altijd mee als je het zit te schrijven op een zonnig Grieks terras bij dertig plus graden. Ik hoop dus maar dat ik de kerstsfeer ondanks de zomerse temperaturen toch een beetje goed kan overbrengen, en zal bij het nalezen extra opletten dat er niet al te vaak een zonnetje schijnt als mijn hoofdpersonen hun avonturen beleven.

Voorlopig blijft het hier nog wel even zomer, hoewel daar de afgelopen week weinig van te merken was. Onweer, regen en storm hebben ruim drie dagen lang het land in hun greep gehouden, en het waren beslist geen zielige zomerdruppeltjes die er vielen. Met bakken vol kwam het naar beneden, wat uiteraard de nodige schade heeft aangericht. In onze naaste omgeving viel het gelukkig mee, maar in het noorden van Pilion zijn er weer heel wat meedogenloze waterstromen vanaf de bergen naar de zee gestroomd zodat wegen en stranden het na de toch al heftige regenwinter opnieuw flink te verduren hebben gekregen. Het was heel raar om de verjaardag van manlief voor het eerst in al die jaren binnenshuis te vieren. Naar de bakker gaan voor taart was er niet bij door alle heftige onweers- en regenbuien, maar de zelf gebakken Hollandse boterkoek smaakte net zo lekker. Ik was het bakken gelukkig nog niet verleerd en wist zelfs nog waar de mixer zich bevond! De dag erna hebben we de erwtensoep uit de vriezer gehaald en de kachel aangestoken. Dat laatste niet zozeer omdat het koud was – achttien graden valt nog wel mee – maar meer om het vocht te verjagen, want na drie dagen onafgebroken regen voelt hier werkelijk alles klam en koud aan. Inmiddels is de zon gelukkig weer terug en kan ik mijn laatste hoofdstukken afschrijven op het terras bij temperaturen van zo’n vijfentwintig graden. Niet verkeerd dus, en een verademing vergeleken bij de extreem warme zomer van vorig jaar.

Door de regen viel ook mijn alweer veel te lang uitgestelde kappersbezoek in het water, zodat ik erg blij ben met onze dichtbegroeide heg. Vanaf de straat ben ik niet te zien, wat maar goed is ook. Ik lijk in de verste verte niet op de mooie auteursfoto in mijn boek! Zo’n laag uitgesneden glitterjurk heb ik trouwens niet iedere dag aan, hoor, zeker niet als het koud en regenachtig is. Dikke sokken in mijn sandalen, mijn oude verwassen winterlegging en een uitgelubberd T-shirt met een afgedragen joggingvest erover was de dracht waarin ik afgelopen week heb rondgelopen. Dat gecombineerd met de uitgegroeide haardos… Afijn, een en ander is inmiddels weer verwisseld voor mijn heerlijk wijde zomerjurk – volgens manlief ook niet al te flatteus, maar dat terzijde – en dat haar komt volgende week hopelijk wel goed. Als eerst dat tweede deel nou maar af is, dan heb ik misschien weer een beetje tijd om achterstallig onderhoud aan mezelf te plegen en net als al die vakantiegangers die hier rondlopen een paar weekjes lekker relaxt te genieten van al het moois dat Pilion te bieden heeft.

Voorlopig blijf ik echter nog even een paar weekjes aan mijn computer vastgekleefd zitten en geniet ik tussen het schrijven door van alle mooie foto’s en lieve reacties die jullie mij toesturen. Dat is voor mij de allermooiste reden om gewoon door te gaan met wat ik het liefste doe: een heerlijk zonnige feelgood-roman voor jullie maken 😉

♥♥♥♥♥