Even serieus

Ik vrees dat het een wat andere column wordt vandaag. Beter gezegd, het zijn er twee, een nieuwe en eentje die vorige week al gepubliceerd is in de Vlaardingen24-krant. Dat komt omdat ik het altijd zo veel mogelijk probeer te vermijden om het in mijn maandschrijfsels te hebben over de ‘grote wereldproblemen’. Veel liever neuzel ik een beetje over de koetjes en kalfjes van mijn dagelijks leven op dit mooie Griekse schiereiland. Maar hoe reëel is het om te neuzelen als de wereld om je heen op haar grondvesten staat te trillen?  En daarom laat ik de keuze aan uzelf: een wat ‘serieuzere’ column of een hilarisch verslag over een middag aan zee. En wilt u ze allebei lezen… dat mag natuurlijk ook!

EVEN SERIEUS

De uitbraak van het coronavirus houdt de gemoederen flink bezig, mij ook, maar al is het natuurlijk flink lullig als je ermee besmet raakt, zo dodelijk als bijvoorbeeld de zwarte builenpest in de middeleeuwen lijkt het – in ieder geval op dit moment – nog lang niet te zijn. Een paar honderd dodelijke gevallen, oké, laten het er een paar duizend zijn, op een totale wereldbevolking van 7,7 miljard en onze hele wereldeconomie komt krijsend tot stilstand. Allerlei maatregelen worden door alle regeringen ter wereld uit de kast gerukt, ja, ook hier in Griekenland. Er mag nu op gezondheidsproblemen worden gecontroleerd bij o.a. de grenzen, de havens en de treinstations. Carnavalsoptochten en feestelijkheden voor Katherea Deftera (Rosen Montag), die dit weekend zouden plaatsvinden zijn op straffe van flinke boetes en zelfs gevangenisstraf uit voorzorg afgelast, en ook hier zijn de maskers en de handgel totaal uitverkocht. Iedereen is echter zo op dat griepvirus gefocust dat ondertussen een aantal andere, eveneens zeer verontrustende gebeurtenissen, vrijwel ‘onzichtbaar’ hebben kunnen plaatsvinden. Nou ja, behalve dus voor de mensen die er mee te maken hadden en hebben.

Zo zijn er afgelopen week heftige gevechten geweest op de ‘vluchtelingen’-eilanden Lesbos en Chios. Niet met de vluchtelingen zelf. Nee, dit waren gevechten tussen lokale bewoners en bouwploegen gesteund door het leger van de nieuwe regering, die het ondanks de felle protesten vooraf toch nodig vond om de bouw van gesloten detentiecentra door te laten gaan. En dat terwijl ieder normaal denkend mens weet dat vluchtelingen opsluiten in zo’n gesloten kamp de niet aflatende stroom nieuwe vluchtelingen die in het ‘oude’ kamp opgevangen moet worden zeker niet zal indammen. Maar goed, de tijd dat normaal denkende mensen in welke regering dan ook zaten, ligt ergens in de prehistorie volgens mij. En terwijl de Griekse regering dus druk doende was om die lokale vuurhaarden in bedwang te houden, bedacht meneer Erdogan ineens dat het nu de juiste tijd was om de paar miljoen vluchtelingen die in Turkije opgevangen worden te vertellen dat ze niet langer gedwongen worden om daar te blijven omdat de Turks/Griekse grens door hem is opengezet. Hij vergat er alleen bij te vertellen dat de Grieks/Turkse grens niet open is en ook niet zal opengaan. Dus nu staan er sinds gisteren al een paar duizend vluchtelingen – en dat kunnen er vanavond zomaar 18.000 zijn heb ik ergens gelezen – aan de hekken en afrasteringen van Griekenland (de toegangspoort naar Europa) te rukken en te trekken, al vloekend en tierend omdat ze de zoveelste teleurstelling te verwerken krijgen.

Nu staan de betrekkingen tussen Turkije en Griekenland de laatste maanden toch al op scherp vanwege de ongeoorloofde schendingen van het internationale lucht- en zeeruim door Turkije die alles te maken hebben met olie en landbezit. Als belangrijkste geografische toegangspoort wordt Griekenland geacht Turkije buiten Europa te houden, wat tot nu toe bijna 200 jaar is gelukt. Maar nu de hele wereld genoodzaakt is zich bezig te houden met dat geniepige coronavirus, heeft Europa wel andere dingen aan hun hoofd dan de aloude vete tussen de twee landen. En hoe Europa over het vluchtelingenprobleem denkt, weten we inmiddels wel. Mij persoonlijk zou het niets verbazen als er binnenkort een niet te stuiten corona-uitbraak plaatsvindt onder de vluchtelingen in de diverse kampen. Verspreid het virus onder een groep mensen die weinig of geen weerstand hebben door ze en masse naar je buurland te sturen, help ze de grens – te land of ter zee – over te glippen, en je hebt helemaal geen tanks en soldaten nodig om een slachting aan te richten. En, ook niet onverdeeld ongunstig, je bent meteen van het vluchtelingenprobleem af. Een belachelijk en onrealistisch doemscenario? In ieder geval eentje die vooralsnog enkel en alleen uit mijn eigen lugubere schrijversfantasie komt. Het enge is echter dat ik Erdogan er zeker voor aanzie om zoiets waanzinnigs uit te voeren. Een paar mensenlevens meer of minder zal hem worst wezen, dat hebben we al eerder gezien bij de coup van een paar jaar geleden. En dat hij hongert naar macht weten we ook al een tijdje. Gebruikmaken van een dodelijk virus dat de wereld al voor een groot deel heeft lamgelegd, zou hem geen minuut van zijn nachtrust kosten als hij daardoor meer macht kan krijgen, dat weet ik zeker.

Afijn, u begrijpt, het zijn allemaal geen vrolijke gedachten die momenteel in mijn hoofd rondwaren. Een levendige fantasie komt goed van pas als je een boek wilt schrijven, maar in het dagelijks leven kan het een behoorlijke stoorzender zijn. Een beetje neuzelen over minder serieuze dingen vind ik dan een beetje lastig, zoals u merkt. Maar omdat ik ook begrijp dat het juist in sombere tijden heel fijn kan zijn om even iets anders te lezen dan doemscenario’s, zet ik op de home-pagina onder deze column nog een andere. Een verhaal dat ongetwijfeld wel een glimlach teweeg zal brengen. Dat deed het tenminste wel bij de lezers van de Vlaardingen24-krant, en ik vind hem eigenlijk te leuk om hem niet ook hier te plaatsen. Dus krijgt u deze maand zomaar twee columns van mij cadeau!

Ik hoop echt dat de huidige ietwat grimmige toestand in de wereld volgende maand grotendeels achter ons zal liggen. Daar moeten we ook maar gewoon in blijven geloven, anders wordt het leven helemaal zo’n sombere toestand, en dat is niet wat we willen, toch? Daarom beloof ik u nu alvast dat ik op 1 april weer ‘gewoon’ alleen een gezellige neuzelcolumn voor u zal schrijven. Tenzij de toestand in de wereld mij ook dan weer genoodzaakt iets serieuzer te zijn… 😉

♥♥♥♥♥

 

Zomaar een middag aan zee

Ons dorpje telt een handvol horecagelegenheden die zich allemaal aan de ‘boulevard’ bevinden. Eén daarvan is ouzeri To Balkoni, waar je – de naam zegt het al – op het balkon (of binnen) kunt genieten van tsipouro met hapjes, een simpele Griekse maaltijd of een eenvoudige snack. De zaak behoort toe aan Apostolis, die samen met zijn moeder Elefteria in de keuken staat. Nou ja, hij doet de hapjes, zijn moeder kookt de maaltijden; gewoon thuis in haar huisje met tuin, waarna ze het eten dan in grote pannen met haar rammelende ‘agrotiko’ – een klein vrachtautootje – naar de zaak brengt. Dezelfde agrotiko waarmee Apostolis in de zomer soms zijn vakantievierende klanten na een avondje met wat al te veel tsipouro terugbrengt naar Kala Nera – in de laadbak uiteraard.

Apostolis is wat de Engelsen ‘a character’ noemen. Zijn mekkerende schaterlach werkt zo aanstekelijk dat je binnen no-time mee zit te schateren, al heb je meestal geen enkel idee waarom. Hij heeft een zeer eigen mening, die hij graag mag verkondigen, een hekel aan welke Griekse regering dan ook en de manier waarop hij zijn zaak bestiert is nogal onconventioneel. Het kan zomaar voorkomen dat hij halverwege de avond, terwijl het hele balkon bezet is met klanten, ineens op zijn brommertje stapt en wegrijdt. En dan kan het echt weleens een halfuurtje duren voordat hij terugkeert – meestal met een tas vol brood of een pak suiker of gewoon met helemaal niks. Wilde je toevallig net afrekenen, dan zit er weinig anders op dan geduldig te wachten tot hij terug is, want betalen doe je bij hem. Bij To Balkoni is de klant koning, maar Apostolis is de baas, daar komt het eigenlijk op neer.

Afhankelijk van zijn bui vind je het er beregezellig of bar slecht. De hapjes die hij bij de tsipouro serveert behoren echter tot de betere in onze omgeving, en aangezien een ‘tsipouradiko’ onze favoriete maaltijd is, zijn wij er regelmatig te vinden. In de wintermaanden is de zaak gesloten, omdat Apostolis dan in het buitenland zit. Zo ook deze winter, maar vorige week zag ik tot mijn verrassing dat hij al terug was. Dat kwam goed uit, want ik zou die dag gaan lunchen met een Amerikaanse vriendin. Het was prachtig zonnig weer, warm genoeg om niet op het balkon, maar aan een van de twee blauwe tafeltjes aan zee te zitten. We namen het tafeltje waarvan de vier stoelen wel voorzien waren van zittingen en nipten al snel zeer tevreden aan ons tsipourootje. Een paar minuten later zagen we Apostolis’ moeder aan komen schuifelen, een grote tas met een pan eten erin aan haar arm. De pan werd naar de keuken gebracht, en even daarna kwam Elefteria met een kommetje rijstsoep met lam en wat brood weer naar buiten. Ze wilde aan het tafeltje naast ons gaan zitten, maar omdat daar de stoelzittingen ontbraken, schoof ze maar gezellig bij ons aan.

Weer een paar minuten later kwamen er twee Duitse dames aangewandeld, die wat aarzelend bij het tweede tafeltje bleven staan. Nu heeft Apostolis een zwak voor vrouwen, dus die kwam al met de rieten zittingen aangerend. De dames wilden koffie, en als het kon graag cappuccino. Dat kon, maar het zou even duren voordat het klaar was, zei Apostolis, zeker wel een minuut of tien. Dat vonden de dames helemaal niet erg, daar aan hun tafeltje in het zonnetje, maar ze keken toch wel heel verbaasd toen Apostolis meteen daarna in zijn auto stapte en wegreed. ‘Hij gaat melk halen bij de supermarkt,’ vertrouwde Elefteria ons toe. ‘Voor de cappuccino.’ Het leverde een giechelbui op bij de dames, al werden we allemaal nogal afgeleid door de komst van een viertal stoere Griekse mannen op grote motoren die ze aan de kade naast ons parkeerden. Al kletsend liepen ze het Balkon op – waar nog een paar Engelsen aan de tsipouro zaten – en hoorden daar dat de baas even weg was, maar zo terug zou komen.

De heren waren echter niet voor een kleintje vervaard. Blijkbaar hadden ze hun zinnen gezet op een plekje aan zee, want even later zagen we ze met een tafel en vier stoelen van het balkon af komen en die naast de Duitse dames neerzetten. Vervolgens doken ze de zaak weer in, en tot ieders hilariteit kwamen ze een paar minuten later met een tafelkleedje onder hun arm en een dienblad met water, glazen en een mandje brood weer tevoorschijn. Tegen de tijd dat iedereen zat, kwam Apostolis aanrijden, de achterklep van zijn auto wijd open. Hij sprong eruit, stak zijn duim op naar de Griekse motorrijders en verdween in de keuken om eindelijk de beloofde cappuccino te gaan maken.

Of die smaakte, heb ik niet meegekregen. Zo terugblikkend waren de Duitse dames eigenlijk al vrij snel verdwenen. De Griekse mannen niet. Die bleven heerlijk relaxt met een biertje aan hun tafel in de zon zitten, net als vriendin en ik. We hebben heerlijk gegeten van onze hapjes, en de rijstsoep met lamsvlees van Elefteria smaakte ook prima. Bordjes kwamen er dit keer bij onze lunch in het geheel niet aan te pas. De kom met soep had twee lepels en het broodmandje bevatte genoeg vorkjes om de verschillende hapjes te kunnen prikken. Daar kom je echt een heel eind mee aan zo’n tafeltje in de Griekse zon, al weet ik best dat niet iedereen een op die manier geserveerde maaltijd zal kunnen waarderen. Dat mag, er zijn genoeg andere gelegenheden waar het er heel anders aan toe gaat. Maar of je daar dan net zoveel plezier hebt als bij To Balkoni… Dat betwijfel ik 😉

Yiasou uit Pilion!

Wilma Hollander

De Vloek van Drake’s Drum

In een van mijn eerdere columns vertelde ik al eens over een bezoek aan de oude begraafplaats van Volos, in de buitenwijk Neo Ionia. Tussen alle oude graven ontdekte ik daar in een afgelegen hoekje een omheind gedeelte waar volgens een marmeren plaquette achttien Engelse zeelieden liggen begraven. Allen behorend tot de bemanning van het Britse marinefregat de HMS Devonshire, en omgekomen op 26 juli 1929.  Bij thuiskomst ontdekte ik dat het bewuste fregat destijds deel uitmaakte van een grootscheepse Vlootoefening in het Middellandse Zeegebied. Tijdens een schiettraining voor de kust van Skiathos blokkeerde echter een van de twee kanonlopen, en toen degene die het betreffende kanon bemande het stuitliggingsblok opende, ontplofte de stuwlading in de loop. Bij de daaropvolgende explosie verloren achttien bemanningsleden het leven, en nog eens vijf mannen overleden later op het hospitaalschip HMS Maine aan hun verwondingen. Zij liggen begraven op Malta.

In de afgelopen maanden bracht ik het onderwerp een aantal keren ter sprake als ik mijn in Pilion wonende Engelse vrienden ontmoette, omdat ik het toch wel een intrigerend verhaal vond. De een voor de ander bekende nog nooit iets gehoord te hebben over het feit dat er in Volos een Brits marinegraf is, maar een van hen, door mij nieuwsgierig geworden, stuurde mij onlangs een link naar de site royalnavymemories.co.uk. En daar vond ik niet alleen feiten en namen, maar ook een aantal foto’s van de begrafenis die al een dag na de explosie plaatsvond in Volos. Een indrukwekkende gebeurtenis moet dat zijn geweest, want ook de bemanningen van de andere schepen die deel uitmaakten van de Britse vloot waren erbij aanwezig. Naar aanleiding van dit ongeluk werd er op alle Britse marineschepen onmiddellijk een veiligheidsklep op het stuitsliggingsbok aangebracht, en ene Mr. Terence Warner, oud-marineman, schreef in een reactie op het artikel over de gebeurtenissen op de HMS Devonshire: “Ik diende later op dezelfde plek als de marinier die in 1929 per ongeluk het stuitliggingsblok opende. Ik dacht aan hem iedere keer als we begonnen met schieten, want door zijn dodelijke fout zijn wij nu beschermd. God hebbe zijn ziel…” Vergeten werden ze zeker niet, want diezelfde oud-marinier herinnert zich nog heel goed dat hij en zijn collega’s in 1958/59 vanaf hun schip in een officiële parade naar de begraafplaats liepen om de omgekomen mariniers eer te bewijzen. “We werden begeleid door de Black Watch Band, en het was daar, op die Griekse begraafplaats, dat ik voor het eerst de indringende melodie van The Flowers Of The Forest hoorde…”

Niet iedereen was er echter van overtuigd dat het dodelijke ongeluk geheel en al te wijten viel aan een menselijke fout. Aan boord van de HMS Devonshire bevond zich namelijk een zilveren replica van “Drake’s Drum”. Het oorspronkelijke muziekinstrument behoorde toe aan de beroemde zeeheld Sir Francis Drake, die de trommel op al zijn reizen meesjouwde. Kort voor hij stierf beval hij dat zijn dierbare instrument naar Buckland Abbey moest worden gebracht om daar voor altijd te blijven. Als Engeland ooit in gevaar was, moest iemand op de drum slaan en dan zou hij vanuit de hemelen terugkeren om zijn land te verdedigen. Drake’s Drum mocht de Abbey nooit verlaten, maar dat gold niet voor de replica die door Lord Milmay of Flete in maart 1929 aan het gloednieuwe Britse fregat de Devonshire werd geschonken. Na het ongeluk met het stuitliggingsblok duurde het echter niet zo heel lang voordat er geruchten opdoken dat het schip vervloekt zou zijn vanwege de aanwezigheid van Drake’s Drum, die immers nooit de Abbey mocht verlaten. Tussen 1929 en 1935 vonden er op het schip nóg een aantal ongelukken plaats, waaronder een brand, een zeeman die uit de mast viel, het rammen van een kademuur, en in 1935 opnieuw een explosie waarbij drie mensen omkwamen. Door dit alles werd het geloof in de Vloek van Drake’s Drum steeds sterker, en na dat laatste ongeluk dienden de bemanningsleden dan ook een petitie in om de replica van het schip te laten verwijderen. Dit gebeurde, en de HMS Devonshire doorstond de verschrikkingen van WOII zonder verdere noemenswaardige incidenten. Aan de lange ‘loopbaan’ van het schip kwam uiteindelijk pas een einde in 1954, na haar allerlaatste reis… naar de sloperswerf.

Het verhaal zelf loopt echter nog een aantal decennia door, want in mei 2003 besloot het gemeentebestuur van Volos dat de begraafplaats in Neo Ionia weg moest om plaats te maken voor een groot park. Alle graven moesten geruimd worden, wat in Griekenland een vrij normale gang van zaken is. Juist daarom hadden de Britse mariniers al in 1929 een lage muur om de graven gebouwd, in de hoop hun kameraden daarmee te beschermen tegen ruiming. De plannen van het gemeentebestuur leken daar een einde aan te maken – tenzij de Britse regering bereid was een bedrag van ₤ 85.000 te betalen als compensatie voor tweeënzeventig jaar grafrechten. Zo niet, dan zouden de overblijfselen van de Britse zeelieden op de grote hoop in een greppel terechtkomen. Na enig touwtrekken tussen de Britse Ambassade en het gemeentebestuur werd het bedrag al snel verlaagd tot ₤ 28.000, maar gelukkig kreeg de Raad van Bestuur van de Stedelijke Begraafplaats Neo Ionia in november 2003 een nieuwe voorzitter. Deze man, ene Christos Stathopoulos, liet alle acties met betrekking tot de claim stopzetten, en bevestigde in een brief aan de ambassade dat alle bestaande afspraken uit 1929 over het behoud van de Britse zeegraven weer in ere werden hersteld. Eind goed, al goed dus.

Het park is er nooit gekomen, al is er rond het ‘Britse Hoekje’ ooit een begin gemaakt met het ruimen van de zich daar bevindende Griekse graven. Omgevallen stenen en verwaarloosde paden omringen de nog steeds keurig onderhouden laatste rustplaats van de Britse mariniers. Heel jammer dat niemand het nodig vindt om daar iets aan te doen, want de Taxiarches Begraafplaats van Neo Ionia is in mijn ogen een heel bijzonder monument. De veelal indrukwekkende graven vertellen ieder voor zich hun eigen verhaal, waardoor de geschiedenis echt tot leven komt – al is het maar in de columns van een Nederlandse schrijfster uit Kato Gatzea… 😉

Bronvermelding en copyright foto's HMS Devonshire
©Roll-Of-Honour.com

♥♥♥♥♥