Het Griekse Systeem

In navolging van de meeste andere EU-landen besloot de regering begin dit jaar iedereen een huisarts toe te wijzen. Tot nu toe sleepte je als patiënt je eigen medische dossier met bloeduitslagen, onderzoeken, röntgenfoto’s en dergelijke in een plastic tasje of zelfgekochte dossiermap van dokter tot dokter mee, wat zowel voor dokter als patiënt een heel gedoe is. Dat zou dus binnenkort verleden tijd moeten zijn. De huisarts zal gaan fungeren als spin in het medische web, je eerste aanspreekpunt worden bij ziekte en je medische dossier in het systeem bijhouden. Een zeer lovenswaardig streven, ware het niet dat er zoals bij zovele regeringsbesluiten niet echt over nagedacht is.

Eenieder werd gesommeerd zich vóór 1 september in te schrijven bij hun nieuwe huisarts via een online gezondheidsplatform, op straffe van een flinke boete. Aangezien wij boetes die je kunt voorkomen zondegeld vinden, probeerde ik al voor mijn vakantie naar Nederland onze inschrijving in orde te maken. Drie maanden later was het me echter nog steeds niet gelukt om überhaupt dat platform in te komen, ondanks het feit dat ik over de noodzakelijke inlogcodes beschik. Tijd dus voor hardere maatregelen, oftewel hulp van de KEP, een ‘regeringskantoor’ waar je ook moet zijn als je bijvoorbeeld belangrijke officiële formulieren met heel veel stempels nodig hebt. Daar weten ze alles over regeringsbesluiten en de uitvoering daarvan.

Niet dus. ‘De doktersinschrijving moet je zelf doen,’ zei de mevrouw van de KEP in Kala Nera. ‘Via het onlineplatform.’ Toen ik haar uitlegde dat ik daar niet inkwam, checkte ze heel bereidwillig mijn inlogcodes, maar daar lag het niet aan. ‘Vraag het maar in de apotheek. Dit gaat over gezondheidszorg, wij gaan daar niet over,’ aldus de KEP mevrouw. Dus op naar de apotheek in Kala Nera. ‘Klopt, wij kunnen ook niet in dat platform komen,’ zei de apotheker. ‘Geen idee waar het aan ligt. Ga maar naar de KEP, daar helpen ze je wel.’ Een duidelijk voorbeeld dus van hoe je van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Maar na enig aandringen kon ik volgens de apotheker misschien ook wel ingeschreven worden door een dokter van de dokterspost in Kato Gatzea.

Ik had geluk. In de niet iedere dag bemande dokterspost was zowaar een kantoormedewerkster aanwezig, die me opgewekt vertelde dat ik daarvoor inderdaad bij een dokter moest zijn. ‘Maar we hebben hier al maanden geen doktersspreekuur gehad, er is geen dokter beschikbaar. Misschien ergens in oktober. Vraag het maar even bij de apotheek, en anders moet je naar Argalasti. Bij de KEP, daar kunnen ze je zeker verder helpen,’ voegde ze er behulpzaam aan toe. Tja, de apotheek had ik al gehad, en bij de KEP was ik ook al geweest, maar misschien wisten ze in het iets grotere Argalasti wel meer. Ditmaal waagde ik er eerst maar een telefoontje aan. Wat een goede keuze was, want ook deze dame riep opgewekt dat ik niet bij hen, maar bij de apotheek moest zijn. Afijn, inmiddels had ik dus al ruim twee uur in een kringetje rondgedraaid en was ik nog geen stap verder gekomen. Ik besloot het voor gezien te houden, en het een andere keer nog maar eens te proberen. Ervaring heeft ons geleerd dat dat in een dergelijk geval de beste oplossing is.

En zie, de oplossing kwam vanzelf naar ons toe: in de persoon van onze huishoudelijke hulp, die met dezelfde problemen kampte. Een paar dagen na mijn eigen mislukte pogingen belde ze me enthousiast op. ‘Hoi, ik sta in een apotheek in Volos, voor die inschrijving. Ze zeggen hier dat het platform inderdaad gesloten is voor particulieren – omdat er niet voldoende dokters zijn voor iedereen. Het goede nieuws is dat zij nog wel in het systeem kunnen en er is nog een dokter vrij in Agria. Als je mij jouw gegevens geeft, dan schrijft zij ons allemaal in bij die dokter, zodat we in ieder geval in het systeem staan en geen boete krijgen.’ En zo geschiedde het. Binnen een paar minuten was alles in kannen en kruiken, zodat wij nu een huisarts hebben in Agria. Nou ja, op papier. De toegewezen ‘huisarts’ blijkt gewoon een bij het algemeen ziekenfonds ingeschreven dokter te zijn, die net als de IKA-dokters van de dokterspost in Kato Gatzea volgens een niet betrouwbaar roulatieschema verplicht van dorp naar dorp trekken om daar één keer in de week spreekuur te houden. Niet handig als je op een andere dag ziek wordt en dringend je huisarts nodig hebt.

In ieder geval hebben wij inmiddels dus netjes voldaan aan de regels, die – zoals ik een paar dagen geleden las – alweer zijn aangepast op boete-gebied. Gezien het tekort aan dokters is de al eerder naar 1 oktober uitgestelde datum nog een keer uitgesteld naar 31 december. In de tussentijd wordt er van hogerhand naarstig gezocht naar dokters in de private sector, waaronder ook specialisten, die zich als ‘huisarts’ beschikbaar willen stellen. Ik zei het al in het begin: typisch weer zo’n besluit waarover niet is nagedacht. En grote kans dat het hele besluit na de volgende verkiezingen door een nieuwe regering weer teruggedraaid wordt. Ook dat zal niet de eerste keer zijn.

Hoe het nu allemaal verdergaat met die nieuwe huisarts van ons? We hebben geen idee. Volgens de instructies moeten we allereerst een kennismakingsafspraak maken – via het online platform, waar ik nog steeds niet inkom. Nou ja, we blijven het proberen, dat wel. Volgend jaar of zo… 😉

♥♥♥

 

Onder de druivenranken

Het staat zo jaloersmakend exotisch in mijn biografie: ‘Auteur Wilma Hollander schrijft haar boeken en verhalen onder de druivenranken op haar zonnige terras in het mooie Griekenland…’ Het is de droom van menig schrijver, maar zoals heel veel dromen is de werkelijkheid toch net even anders. Ja, ik schrijf inderdaad regelmatig op mijn terras onder die druivenranken – maar wel met de vliegenmepper en de anti-muggenspray onder handbereik. Over de krijsende zaag van de buurman, de blaffende honden, de krolse katten en de jengelende buurkinderen – en de fluitende buurman niet te vergeten – praten we natuurlijk niet. Dat zou het romantische imago van ‘de Hollandse schrijfster in Pilion’ heel wat minder romantisch maken, nietwaar?

Waar je ook nooit iemand over hoort, is de rotzooi die je van die druivenranken hebt. Zo zijn de tegels eronder in het voorjaar dagelijks bedekt met een groene waas van de neerdalende druivenbloesem. Als je die troep niet onmiddellijk wegveegt en het gaat toevallig waaien, dan is je zithoek meteen toe aan een flinke schoonmaakbeurt. Het is ook aan te raden om in die periode de jonge druiven om de paar weken preventief te sprayen – al dan niet biologisch – om het aanvreten door insecten te voorkomen. Vervolgens komt de zomer eraan, en wordt het bladerdak alsmaar dikker en dikker; heerlijk voor de schaduw, maar niet voor de druiven, want dan krijgen ze geen licht genoeg.

Er moet dus regelmatig een beetje gesnoeid worden, en dat boven je hoofd knippen is best een hele klus. Net als het afval afvoeren, daar ben je ook nog wel even zoet mee. Maar als die druiventrossen dan eenmaal tot volle wasdom zijn gekomen, heb je wel eer van je werk, want zo eind augustus is het romantische effect ervan inderdaad volop aanwezig, dat is waar. Alleen is het tegen die tijd meestal zo heet op dat terras, dat we liever bij de airco zitten dan onder die druivenpracht. Het genieten waar iedereen zo jaloers op is, duurt echt maar even. De ‘troep’ gaat verder, want in de nazomer vallen de niet tot volle wasdom gekomen druifjes – krentjes inmiddels – en masse naar beneden, geholpen door gretige vogels en irritant zoemende wespen, die zich graag tussen de trossen begeven om aan de rijpe druiven te lurken. En ja, natuurlijk happen ook wij in die periode heel wat trossen weg, maar er hangen er altijd zo verschrikkelijk veel, dat krijg je met zijn tweetjes echt niet weggeslikt. Kortom, die romantische druivenranken zijn helemaal niet zo romantisch als iedereen altijd denkt.

Meestal halen we alles wat er zo tegen eind oktober nog hangt in één grote opruimactie weg zonder er iets mee te doen, zo zat zijn we ze tegen die tijd. Maar dit jaar hingen er nog zoveel trossen, en de druiven smaakten zo heerlijk, dat we dat toch wel erg zonde vonden. Dus stroopte manlief de mouwen op, klom met de snoeischaar op de ladder en verzamelde alle nog goed-ogende trossen in een flinke kuip. Snel gezegd, maar geloof me, daar gingen een heleboel uurtjes werk in zitten. Het resultaat was een grote hoop afval, een heleboel zoemende wespen om ons heen en een nieuwsgierige Krumpie die vanaf de dwarsbalken van de druivenpergola nieuwsgierig toekeek. En toen mocht ik aan de slag…

Nooit eerder in mijn toch best avontuurlijke leven kreeg ik de kans om à la Lucille Ball met opgetrokken rokken en op blote voeten in zo’n grote houten kuip ‘druiven te trappelen’. Oké, onze kuip was iets minder groot en niet van hout, maar dat maakte het plezier er niet minder om. Wat een vreemd gevoel is dat wanneer je op die grote berg druiven stapt en je jezelf heel langzaam naar beneden voelt zakken. En dan dat zompige geluid als je je voeten weer omhoog trekt… Een bijzondere, zeer zintuigelijke ervaring, die ik voor geen goud had willen missen, al is een halfuur druiven trappelen best inspannend. En koude voeten krijg je er ook van; die druiven mogen dan zongerijpt zijn, in oktober voel je daar helemaal niks meer van.

Toen ik uitgetrappeld was, heeft manlief met veel geduld de overgebleven prut met de hand gekneed en gezeefd. Er bleef een bruinige soep over, die hij na nog een keer zeven in een grote pan flink door liet koken. Ondertussen werden in een andere pan de weckpotten uitgekookt en na al die werkzaamheden stonden er aan het eind van de dag zo’n tien gevulde weckpotten op het aanrecht om af te koelen.

We hebben ons eerste glaasje sap inmiddels genuttigd en ik begrijp nu helemaal wat er bedoeld wordt als iemand het over een ‘godendrank’ heeft. ‘Alsof er een engeltje over je tong pie… fietst!’ zei mijn vader altijd als hij iets heel erg lekker vond, en ons druivensap ontlokte mij spontaan dezelfde woorden. Je hebt lekker en lekker, maar ons druivensap is nog véél lekkerder! En voor u nu denkt: ‘Hop, even naar Kato Gatzea om te proeven…’ dan kunt u dat vergeten. Na al dat werk en al dat getrappel houden we die godendrank mooi voor onszelf… 😉

♥♥♥

Licht in de duisternis

Hoewel mijn roman De Zomer van 1970 nog maar net het levenslicht heeft gezien – nu ook te lezen als e-book via je Kobo-abonnement! – ben ikzelf alweer een aantal weken aan het kennismaken met mijn nieuwe hoofdpersonen. Dat is nogal een lastig proces, want ik loop daarbij altijd tegen een hoop problemen op, vanwege hun eigenzinnigheid. Natuurlijk heb ik van tevoren best een aardig idee over hoe ze zouden moeten zijn en wat ze zouden moeten doen. Het vervelende is echter dat het zo niet werkt. In ieder geval niet bij mij. Zo had ik keurig bedacht dat ik met Evelien zou beginnen. Over haar zou het eerste deel van de door mij geplande nieuwe trilogie gaan. Maar terwijl ik met Evelien de eerste woorden op papier aan het zetten was, bleef haar vriendin Adèle steeds weer in mijn oor toeteren dat zíj als eerste wilde. En hoe ik haar ook negeerde en iedere dag braaf samen met Evelien aan mijn werktafel plaatsnam, ze hield niet op met toeteren. Na vier vruchteloze weken – Eveliens verhaal schoot maar niet op – heb ik de handdoek in de ring gegooid en besloten om dan in vredesnaam toch maar met Adèle in zee te gaan.

Een goed besluit, want de woorden rollen nu achter elkaar mijn computer uit, in tegenstelling tot die eerste paar weken. ‘Luisteren naar je innerlijke stem’ noem ik dat, iets waar ik dus blijkbaar nog steeds moeite mee heb. In mijn schrijversleven gaat dat gelukkig steeds beter, maar in mijn gewone dagelijkse leven ben ik toch eerder geneigd om naar de stem van mijn verstand te luisteren. En dat is maar goed ook, want het zou echt een flink zooitje worden als we allemaal altijd alleen maar naar onze ‘innerlijke stem’ zouden luisteren. Stel je voor dat je innerlijke stem je influistert dat je nog steeds president van Amerika bent, ook al zegt de verkiezingsuitslag dat je dat niet meer bent. Grote kans dat je dan op een bepaald moment toch in een dwangbuis je Witte Huis uit wordt gedragen, en dat allemaal terwijl medelandgenoten bij bosjes sterven omdat jij te druk bent met het luisteren naar je innerlijke stem en geen tijd hebt om hen te beschermen tegen een levensbedreigend virus dat ondertussen vrolijk doorgaat met wat virussen nu eenmaal graag doen: zich vermeerderen.

Tja, we maken er maar een grapje over, maar dieptriest is het allemaal wel. Zo langzamerhand zitten we al bijna een jaar met dat virus opgescheept, en de enige die er vrolijk van wordt is dus dat virus zelf. ‘Corona-moe’ is de term die ik regelmatig hoor bezigen, en ik kan me daar zeker iets bij voorstellen. Als schrijfster ben ik het wel gewend om weken- en soms zelf maandenlang nauwelijks een voet buiten de deur te zetten. Maar dat doe ik vrijwillig, en dat is toch heel anders dan wanneer je die deur niet uit mág – tenzij je er een door anderen bepaalde goede reden voor hebt. Dus ja, corona-moe ben ik zo langzamerhand ook wel. Het nieuws dat er een vaccin in aantocht is, doet me dan ook zeer veel deugd. Geloof me, ik sta als een van de eersten in de rij om zo’n prik te halen. En die eventuele bijwerkingen op lange termijn waar iedereen het over heeft? Nou, daar maak ik me echt geen zorgen over. Natuurlijk hoop ik net als iedereen nog tig jaar mee te gaan, daar doe ik ook heel erg mijn best voor, maar nuchter nadenken kan ik wel. Ik heb inmiddels de leeftijd bereikt waarop ik als het tegenzit misschien nog maar een jaar of vijf – of tien of twintig? – voor de boeg heb. Dat weet je immers nooit, hoelang en op welke manier je nog hebt te gaan, nee, ook niet als je jong bent. Die o zo kostbare levensjaren wil ik toch echt op een leuke manier doorbrengen, en niet angstig verscholen achter mijn huisdeur opdat het dan misschien wel zes – of elf of eenentwintig – jaren zullen worden. Dus dat vaccin mag van mij heel snel op de markt gezet worden, zeker weten!

“Mam, als het kan, hopen we in februari naar jullie toe te komen,” zei zoonlief onlangs in een videochat. En hoe heerlijk zou dat zijn! Chatten en skypen en appen is allemaal leuk en aardig, maar wij zijn niet zo’n gezin dat elkaar spontaan alle lief en leed laat meebeleven via dat soort kanalen. Ditjes en datjes, dat zeker, die andere, wat diepgaandere gesprekken komen bij ons echter pas als we wat langer bij elkaar zijn. Maar dat laatste is nu dus al bijna twee jaar geleden. We verlangen er dan ook heel erg naar om zoonlief en de vrouw met wie hij nu al bijna een jaar lang samen is eindelijk in onze armen te kunnen sluiten, niet digitaal, maar in het echt. En ja, dat is zo belangrijk voor ons, dat we dat vaccin liever vandaag dan morgen in ons lijf laten spuiten. Want ‘morgen’ kan het te laat zijn…

Of het leven in februari weer enigszins normaal zal zijn, betwijfel ik, maar hopen kan altijd. Daarom ook hou ik zo van Kerstmis, het feest van het licht dat hoop en liefde brengt. Twee dingen die we in 2020 zo heel hard nodig hadden, maar waar weinig van te merken viel. Grimmig en grauw was het dit jaar, ook als de zon volop scheen. Of misschien overdrijf ik nu, dat kan best. Dat doe ik namelijk wel vaker in de periode dat de blaadjes aan het vallen zijn. Ook daarom ben ik blij met december, blij met het vooruitzicht dat we ondanks alle donkere winterdagen toch op weg zijn naar het heerlijke voorjaar, naar het nieuwe leven dat altijd weer ontspruit uit de veel te koud geworden grond.

Daarom ook, lieve lezers, wil ik u, al is het nog een beetje vroeg , nu al hele fijne kerstdagen toewensen. Zelfs als het een andere, soberder en eenzamere Kerst is dan we eigenlijk zouden willen. Laten we hier en nu gewoon met elkaar afspreken dat we van Kerst 2020 één groot feest van hoop en liefde zullen maken, en ondanks alles met licht in ons hart op weg gaan naar 2021. Corona-moe of niet, één ding weet ik namelijk heel zeker: pandemieën zijn er altijd geweest en zullen er altijd weer komen. Het goede nieuws is echter dat ze ook weer voorbij gaan… 😉

KALA XRISTOUYENNA! PRETTIGE KERST!

Yiasou uit Pilion!

♥♥♥♥♥

Even serieus

Ik vrees dat het een wat andere column wordt vandaag. Beter gezegd, het zijn er twee, een nieuwe en eentje die vorige week al gepubliceerd is in de Vlaardingen24-krant. Dat komt omdat ik het altijd zo veel mogelijk probeer te vermijden om het in mijn maandschrijfsels te hebben over de ‘grote wereldproblemen’. Veel liever neuzel ik een beetje over de koetjes en kalfjes van mijn dagelijks leven op dit mooie Griekse schiereiland. Maar hoe reëel is het om te neuzelen als de wereld om je heen op haar grondvesten staat te trillen?  En daarom laat ik de keuze aan uzelf: een wat ‘serieuzere’ column of een hilarisch verslag over een middag aan zee. En wilt u ze allebei lezen… dat mag natuurlijk ook!

EVEN SERIEUS

De uitbraak van het coronavirus houdt de gemoederen flink bezig, mij ook, maar al is het natuurlijk flink lullig als je ermee besmet raakt, zo dodelijk als bijvoorbeeld de zwarte builenpest in de middeleeuwen lijkt het – in ieder geval op dit moment – nog lang niet te zijn. Een paar honderd dodelijke gevallen, oké, laten het er een paar duizend zijn, op een totale wereldbevolking van 7,7 miljard en onze hele wereldeconomie komt krijsend tot stilstand. Allerlei maatregelen worden door alle regeringen ter wereld uit de kast gerukt, ja, ook hier in Griekenland. Er mag nu op gezondheidsproblemen worden gecontroleerd bij o.a. de grenzen, de havens en de treinstations. Carnavalsoptochten en feestelijkheden voor Katherea Deftera (Rosen Montag), die dit weekend zouden plaatsvinden zijn op straffe van flinke boetes en zelfs gevangenisstraf uit voorzorg afgelast, en ook hier zijn de maskers en de handgel totaal uitverkocht. Iedereen is echter zo op dat griepvirus gefocust dat ondertussen een aantal andere, eveneens zeer verontrustende gebeurtenissen, vrijwel ‘onzichtbaar’ hebben kunnen plaatsvinden. Nou ja, behalve dus voor de mensen die er mee te maken hadden en hebben.

Zo zijn er afgelopen week heftige gevechten geweest op de ‘vluchtelingen’-eilanden Lesbos en Chios. Niet met de vluchtelingen zelf. Nee, dit waren gevechten tussen lokale bewoners en bouwploegen gesteund door het leger van de nieuwe regering, die het ondanks de felle protesten vooraf toch nodig vond om de bouw van gesloten detentiecentra door te laten gaan. En dat terwijl ieder normaal denkend mens weet dat vluchtelingen opsluiten in zo’n gesloten kamp de niet aflatende stroom nieuwe vluchtelingen die in het ‘oude’ kamp opgevangen moet worden zeker niet zal indammen. Maar goed, de tijd dat normaal denkende mensen in welke regering dan ook zaten, ligt ergens in de prehistorie volgens mij. En terwijl de Griekse regering dus druk doende was om die lokale vuurhaarden in bedwang te houden, bedacht meneer Erdogan ineens dat het nu de juiste tijd was om de paar miljoen vluchtelingen die in Turkije opgevangen worden te vertellen dat ze niet langer gedwongen worden om daar te blijven omdat de Turks/Griekse grens door hem is opengezet. Hij vergat er alleen bij te vertellen dat de Grieks/Turkse grens niet open is en ook niet zal opengaan. Dus nu staan er sinds gisteren al een paar duizend vluchtelingen – en dat kunnen er vanavond zomaar 18.000 zijn heb ik ergens gelezen – aan de hekken en afrasteringen van Griekenland (de toegangspoort naar Europa) te rukken en te trekken, al vloekend en tierend omdat ze de zoveelste teleurstelling te verwerken krijgen.

Nu staan de betrekkingen tussen Turkije en Griekenland de laatste maanden toch al op scherp vanwege de ongeoorloofde schendingen van het internationale lucht- en zeeruim door Turkije die alles te maken hebben met olie en landbezit. Als belangrijkste geografische toegangspoort wordt Griekenland geacht Turkije buiten Europa te houden, wat tot nu toe bijna 200 jaar is gelukt. Maar nu de hele wereld genoodzaakt is zich bezig te houden met dat geniepige coronavirus, heeft Europa wel andere dingen aan hun hoofd dan de aloude vete tussen de twee landen. En hoe Europa over het vluchtelingenprobleem denkt, weten we inmiddels wel. Mij persoonlijk zou het niets verbazen als er binnenkort een niet te stuiten corona-uitbraak plaatsvindt onder de vluchtelingen in de diverse kampen. Verspreid het virus onder een groep mensen die weinig of geen weerstand hebben door ze en masse naar je buurland te sturen, help ze de grens – te land of ter zee – over te glippen, en je hebt helemaal geen tanks en soldaten nodig om een slachting aan te richten. En, ook niet onverdeeld ongunstig, je bent meteen van het vluchtelingenprobleem af. Een belachelijk en onrealistisch doemscenario? In ieder geval eentje die vooralsnog enkel en alleen uit mijn eigen lugubere schrijversfantasie komt. Het enge is echter dat ik Erdogan er zeker voor aanzie om zoiets waanzinnigs uit te voeren. Een paar mensenlevens meer of minder zal hem worst wezen, dat hebben we al eerder gezien bij de coup van een paar jaar geleden. En dat hij hongert naar macht weten we ook al een tijdje. Gebruikmaken van een dodelijk virus dat de wereld al voor een groot deel heeft lamgelegd, zou hem geen minuut van zijn nachtrust kosten als hij daardoor meer macht kan krijgen, dat weet ik zeker.

Afijn, u begrijpt, het zijn allemaal geen vrolijke gedachten die momenteel in mijn hoofd rondwaren. Een levendige fantasie komt goed van pas als je een boek wilt schrijven, maar in het dagelijks leven kan het een behoorlijke stoorzender zijn. Een beetje neuzelen over minder serieuze dingen vind ik dan een beetje lastig, zoals u merkt. Maar omdat ik ook begrijp dat het juist in sombere tijden heel fijn kan zijn om even iets anders te lezen dan doemscenario’s, zet ik op de home-pagina onder deze column nog een andere. Een verhaal dat ongetwijfeld wel een glimlach teweeg zal brengen. Dat deed het tenminste wel bij de lezers van de Vlaardingen24-krant, en ik vind hem eigenlijk te leuk om hem niet ook hier te plaatsen. Dus krijgt u deze maand zomaar twee columns van mij cadeau!

Ik hoop echt dat de huidige ietwat grimmige toestand in de wereld volgende maand grotendeels achter ons zal liggen. Daar moeten we ook maar gewoon in blijven geloven, anders wordt het leven helemaal zo’n sombere toestand, en dat is niet wat we willen, toch? Daarom beloof ik u nu alvast dat ik op 1 april weer ‘gewoon’ alleen een gezellige neuzelcolumn voor u zal schrijven. Tenzij de toestand in de wereld mij ook dan weer genoodzaakt iets serieuzer te zijn… 😉

♥♥♥♥♥

 

Zomaar een middag aan zee

Ons dorpje telt een handvol horecagelegenheden die zich allemaal aan de ‘boulevard’ bevinden. Eén daarvan is ouzeri To Balkoni, waar je – de naam zegt het al – op het balkon (of binnen) kunt genieten van tsipouro met hapjes, een simpele Griekse maaltijd of een eenvoudige snack. De zaak behoort toe aan Apostolis, die samen met zijn moeder Elefteria in de keuken staat. Nou ja, hij doet de hapjes, zijn moeder kookt de maaltijden; gewoon thuis in haar huisje met tuin, waarna ze het eten dan in grote pannen met haar rammelende ‘agrotiko’ – een klein vrachtautootje – naar de zaak brengt. Dezelfde agrotiko waarmee Apostolis in de zomer soms zijn vakantievierende klanten na een avondje met wat al te veel tsipouro terugbrengt naar Kala Nera – in de laadbak uiteraard.

Apostolis is wat de Engelsen ‘a character’ noemen. Zijn mekkerende schaterlach werkt zo aanstekelijk dat je binnen no-time mee zit te schateren, al heb je meestal geen enkel idee waarom. Hij heeft een zeer eigen mening, die hij graag mag verkondigen, een hekel aan welke Griekse regering dan ook en de manier waarop hij zijn zaak bestiert is nogal onconventioneel. Het kan zomaar voorkomen dat hij halverwege de avond, terwijl het hele balkon bezet is met klanten, ineens op zijn brommertje stapt en wegrijdt. En dan kan het echt weleens een halfuurtje duren voordat hij terugkeert – meestal met een tas vol brood of een pak suiker of gewoon met helemaal niks. Wilde je toevallig net afrekenen, dan zit er weinig anders op dan geduldig te wachten tot hij terug is, want betalen doe je bij hem. Bij To Balkoni is de klant koning, maar Apostolis is de baas, daar komt het eigenlijk op neer.

Afhankelijk van zijn bui vind je het er beregezellig of bar slecht. De hapjes die hij bij de tsipouro serveert behoren echter tot de betere in onze omgeving, en aangezien een ‘tsipouradiko’ onze favoriete maaltijd is, zijn wij er regelmatig te vinden. In de wintermaanden is de zaak gesloten, omdat Apostolis dan in het buitenland zit. Zo ook deze winter, maar vorige week zag ik tot mijn verrassing dat hij al terug was. Dat kwam goed uit, want ik zou die dag gaan lunchen met een Amerikaanse vriendin. Het was prachtig zonnig weer, warm genoeg om niet op het balkon, maar aan een van de twee blauwe tafeltjes aan zee te zitten. We namen het tafeltje waarvan de vier stoelen wel voorzien waren van zittingen en nipten al snel zeer tevreden aan ons tsipourootje. Een paar minuten later zagen we Apostolis’ moeder aan komen schuifelen, een grote tas met een pan eten erin aan haar arm. De pan werd naar de keuken gebracht, en even daarna kwam Elefteria met een kommetje rijstsoep met lam en wat brood weer naar buiten. Ze wilde aan het tafeltje naast ons gaan zitten, maar omdat daar de stoelzittingen ontbraken, schoof ze maar gezellig bij ons aan.

Weer een paar minuten later kwamen er twee Duitse dames aangewandeld, die wat aarzelend bij het tweede tafeltje bleven staan. Nu heeft Apostolis een zwak voor vrouwen, dus die kwam al met de rieten zittingen aangerend. De dames wilden koffie, en als het kon graag cappuccino. Dat kon, maar het zou even duren voordat het klaar was, zei Apostolis, zeker wel een minuut of tien. Dat vonden de dames helemaal niet erg, daar aan hun tafeltje in het zonnetje, maar ze keken toch wel heel verbaasd toen Apostolis meteen daarna in zijn auto stapte en wegreed. ‘Hij gaat melk halen bij de supermarkt,’ vertrouwde Elefteria ons toe. ‘Voor de cappuccino.’ Het leverde een giechelbui op bij de dames, al werden we allemaal nogal afgeleid door de komst van een viertal stoere Griekse mannen op grote motoren die ze aan de kade naast ons parkeerden. Al kletsend liepen ze het Balkon op – waar nog een paar Engelsen aan de tsipouro zaten – en hoorden daar dat de baas even weg was, maar zo terug zou komen.

De heren waren echter niet voor een kleintje vervaard. Blijkbaar hadden ze hun zinnen gezet op een plekje aan zee, want even later zagen we ze met een tafel en vier stoelen van het balkon af komen en die naast de Duitse dames neerzetten. Vervolgens doken ze de zaak weer in, en tot ieders hilariteit kwamen ze een paar minuten later met een tafelkleedje onder hun arm en een dienblad met water, glazen en een mandje brood weer tevoorschijn. Tegen de tijd dat iedereen zat, kwam Apostolis aanrijden, de achterklep van zijn auto wijd open. Hij sprong eruit, stak zijn duim op naar de Griekse motorrijders en verdween in de keuken om eindelijk de beloofde cappuccino te gaan maken.

Of die smaakte, heb ik niet meegekregen. Zo terugblikkend waren de Duitse dames eigenlijk al vrij snel verdwenen. De Griekse mannen niet. Die bleven heerlijk relaxt met een biertje aan hun tafel in de zon zitten, net als vriendin en ik. We hebben heerlijk gegeten van onze hapjes, en de rijstsoep met lamsvlees van Elefteria smaakte ook prima. Bordjes kwamen er dit keer bij onze lunch in het geheel niet aan te pas. De kom met soep had twee lepels en het broodmandje bevatte genoeg vorkjes om de verschillende hapjes te kunnen prikken. Daar kom je echt een heel eind mee aan zo’n tafeltje in de Griekse zon, al weet ik best dat niet iedereen een op die manier geserveerde maaltijd zal kunnen waarderen. Dat mag, er zijn genoeg andere gelegenheden waar het er heel anders aan toe gaat. Maar of je daar dan net zoveel plezier hebt als bij To Balkoni… Dat betwijfel ik 😉

Yiasou uit Pilion!

Wilma Hollander