Terrasjes aan zee

De Griekse herfst is nogal onstuimig van start gegaan met een heuse Medicane, die een verwoestend spoor trok over het hele land. In de dagen erna kelderde de temperatuur van tegen de dertig naar zo’n achttien graden, zodat ik de dikke sokken en de warme joggingbroek maar uit de winterkast heb gehaald. Inmiddels liggen ze er ook weer in, want na dat koude herfstweer klaarde de boel snel op, en ze zeggen zelfs dat we komend weekend een ‘kleine hittegolf’ tegemoet kunnen zien. Zeer wisselvallig weer dus, net zo wisselvallig als dat stomme virus dat momenteel ons leven beheerst. Gelukkig gebeuren er ook nog veel positieve en gezellige dingen, en de kunst is natuurlijk om die tussen alle verwarring en angsten door te blijven zien. Mij lukt dat altijd beter als het zonnetje schijnt en de temperatuur op een aangename hoogte blijft hangen, en in dat opzicht valt er de laatste dagen dus weinig te klagen. De uitnodiging om een keertje koffie te gaan drinken met een Duitse Facebook-bekende die een paar dagen op de nabijgelegen camping stond nam ik dan ook graag aan, al ken ik haar niet echt goed. We hebben elkaar in de afgelopen jaren misschien twee of drie keer gezien, dus dat ik de vrouw die mij op de boulevard samen met een man stond op te wachten niet meteen herkende vond ik wel logisch. Op onze leeftijd komt het immers regelmatig voor dat vriendinnen als blonde blommen vertrekken om het jaar daarop als grijze dames weer terug te keren. En die man… Ach, die had ze vast op de camping opgeduikeld, want ik wist heel zeker dat ze single was, omdat ze vanwege een vervelend ex-vriendje haar Facebook-naam een paar keer had veranderd.

‘Goh, ik had je gewoon niet meer herkend als ik je op straat was tegengekomen,’ flapte ik er dan ook meteen uit na de eerste wat voorzichtige begroeting. ‘Staat je goed.’ Ze keek me een beetje raar aan, dus ik voegde er aarzelend aan toe: ‘Jij bent toch Karin? Wij hadden toch afgesproken?’ Ik begon ineens te twijfelen of ik wel de juiste persoon had aangesproken, maar ze stelde me meteen gerust. Ja, zij was Karin en wij hadden afgesproken, we kenden elkaar van FB. ‘Ja, en van mijn vriendin uit Agios Georgios,’ riep ik, opgelucht dat ik het toch goed had gehad. Opnieuw dat fronsen. ‘Nee, die ken ik niet, wel Alex, van de fietsenwinkel,’ zei ze. Dat klopte, want daar huurde ze in het verleden altijd een mountainbike,  maar dat ze die vriendin van mij niet meer kende was wel raar. Juist door haar hadden we elkaar toch leren kennen? Dat leverde alweer zo’n verwarde blik op. ‘Eh… volgens mij hebben wij elkaar nog nooit ontmoet,’ mompelde Karin, die steeds benauwder begon te kijken. ‘We kennen elkaar alleen van FB. Maar na al die jaren leek het me leuk om je ook persoonlijk te leren kennen, dus daarom heb ik je dat berichtje gestuurd…’ Tergend langzaam drong het tot me door dat ik daar dus met een voor mij totaal onbekend echtpaar op de boulevard stond, omdat ik van het begin af aan blijkbaar de verkeerde Karin voor ogen had gehad. Wat een blamage! Maar het volgende moment kon je mij dus tot boven in Agios Georgios horen schateren. Zoiets kan alleen mij maar overkomen, ik zweer het je. Het waren ook helemaal geen Duitsers, maar Zwitsers, en zij heette niet eens Karin maar Karen… Gelukkig is het allemaal goed gekomen, en werd het bij de koffie zo gezellig dat we erna ook nog maar een hapje zijn gaan eten. Zo’n zwoele nazomeravond aan zee wil ik natuurlijk wel goed benutten, of het nou met bekende of ónbekende FB-vriendinnen is.

En zie, gistermiddag zat ik alweer gezellig op een terras aan zee, samen met manlief, ditmaal voor een lunch van tsipouro met hapjes. Een ‘galgenmaal’ eigenlijk, want vanaf vandaag is onze geliefde tsipouro-stek To Balconi gesloten. De zaak gaat wel weer open, ergens in het voorjaar, maar dan in een nieuw jasje en zonder de bij vele Piliongangers bekende Apostolis, aan wie ik in het verleden al eens een hele column heb gewijd. Zestien jaar bestierde hij zijn ouzeri aan het einde van het dorp, zestien jaar waarin er heel wat tsipourootjes doorheen zijn gegaan. Wij kwamen er graag, ook al wist je van tevoren nooit of het eten wel of niet te pruimen zou zijn, en of de borden met een glimlach dan wel met een grauw op tafel werden gezet. Of ze überháúpt wel op tafel zouden komen, want naar oud-Griekse gewoonte kun je ook gewoon met zijn allen uit één schaaltje prikken. Ieder zijn eigen vorkje, een schaal met gebakken visjes in het midden, een mandje met brood, wat schoteltjes met feta en taramosalade, een groene salade erbij, een paar flesjes tsipouro en klaar ben je. Niet aan iedere toerist besteed, zoiets, maar dat maakte Apostolis niets uit. Wie erover klaagde, zette hij gewoon van het balkon af met de boodschap dat-ie dan maar ergens anders heen moest gaan. Hilarische, mooie en gezellige momenten hebben we er beleefd, en ik zal beslist niet de enige zijn die ‘onze Apostolis’ zal missen.

Het is toch wel een beetje het einde van een tijdperk, zeiden we tegen elkaar, toen we thuis waren. En dat is het, al geldt dat niet alleen voor het sluiten van een legendarische ouzeri in ons kleine dorpje. De wereld die wij begin 2020 zo normaal vonden, bestaat niet meer, ook dat tijdperk is helaas voorgoed ten einde. Het enige wat we kunnen doen is positief blijven en hopen dat het leven ooit weer een beetje gezelliger zal worden. En tot die tijd… Tot die tijd maken we er maar gewoon het beste van – met of zonder een tsipourootje van Apostolis… 😉

♥♥♥♥♥

 

 

 

Zomaar een middag aan zee

Ons dorpje telt een handvol horecagelegenheden die zich allemaal aan de ‘boulevard’ bevinden. Eén daarvan is ouzeri To Balkoni, waar je – de naam zegt het al – op het balkon (of binnen) kunt genieten van tsipouro met hapjes, een simpele Griekse maaltijd of een eenvoudige snack. De zaak behoort toe aan Apostolis, die samen met zijn moeder Elefteria in de keuken staat. Nou ja, hij doet de hapjes, zijn moeder kookt de maaltijden; gewoon thuis in haar huisje met tuin, waarna ze het eten dan in grote pannen met haar rammelende ‘agrotiko’ – een klein vrachtautootje – naar de zaak brengt. Dezelfde agrotiko waarmee Apostolis in de zomer soms zijn vakantievierende klanten na een avondje met wat al te veel tsipouro terugbrengt naar Kala Nera – in de laadbak uiteraard.

Apostolis is wat de Engelsen ‘a character’ noemen. Zijn mekkerende schaterlach werkt zo aanstekelijk dat je binnen no-time mee zit te schateren, al heb je meestal geen enkel idee waarom. Hij heeft een zeer eigen mening, die hij graag mag verkondigen, een hekel aan welke Griekse regering dan ook en de manier waarop hij zijn zaak bestiert is nogal onconventioneel. Het kan zomaar voorkomen dat hij halverwege de avond, terwijl het hele balkon bezet is met klanten, ineens op zijn brommertje stapt en wegrijdt. En dan kan het echt weleens een halfuurtje duren voordat hij terugkeert – meestal met een tas vol brood of een pak suiker of gewoon met helemaal niks. Wilde je toevallig net afrekenen, dan zit er weinig anders op dan geduldig te wachten tot hij terug is, want betalen doe je bij hem. Bij To Balkoni is de klant koning, maar Apostolis is de baas, daar komt het eigenlijk op neer.

Afhankelijk van zijn bui vind je het er beregezellig of bar slecht. De hapjes die hij bij de tsipouro serveert behoren echter tot de betere in onze omgeving, en aangezien een ‘tsipouradiko’ onze favoriete maaltijd is, zijn wij er regelmatig te vinden. In de wintermaanden is de zaak gesloten, omdat Apostolis dan in het buitenland zit. Zo ook deze winter, maar vorige week zag ik tot mijn verrassing dat hij al terug was. Dat kwam goed uit, want ik zou die dag gaan lunchen met een Amerikaanse vriendin. Het was prachtig zonnig weer, warm genoeg om niet op het balkon, maar aan een van de twee blauwe tafeltjes aan zee te zitten. We namen het tafeltje waarvan de vier stoelen wel voorzien waren van zittingen en nipten al snel zeer tevreden aan ons tsipourootje. Een paar minuten later zagen we Apostolis’ moeder aan komen schuifelen, een grote tas met een pan eten erin aan haar arm. De pan werd naar de keuken gebracht, en even daarna kwam Elefteria met een kommetje rijstsoep met lam en wat brood weer naar buiten. Ze wilde aan het tafeltje naast ons gaan zitten, maar omdat daar de stoelzittingen ontbraken, schoof ze maar gezellig bij ons aan.

Weer een paar minuten later kwamen er twee Duitse dames aangewandeld, die wat aarzelend bij het tweede tafeltje bleven staan. Nu heeft Apostolis een zwak voor vrouwen, dus die kwam al met de rieten zittingen aangerend. De dames wilden koffie, en als het kon graag cappuccino. Dat kon, maar het zou even duren voordat het klaar was, zei Apostolis, zeker wel een minuut of tien. Dat vonden de dames helemaal niet erg, daar aan hun tafeltje in het zonnetje, maar ze keken toch wel heel verbaasd toen Apostolis meteen daarna in zijn auto stapte en wegreed. ‘Hij gaat melk halen bij de supermarkt,’ vertrouwde Elefteria ons toe. ‘Voor de cappuccino.’ Het leverde een giechelbui op bij de dames, al werden we allemaal nogal afgeleid door de komst van een viertal stoere Griekse mannen op grote motoren die ze aan de kade naast ons parkeerden. Al kletsend liepen ze het Balkon op – waar nog een paar Engelsen aan de tsipouro zaten – en hoorden daar dat de baas even weg was, maar zo terug zou komen.

De heren waren echter niet voor een kleintje vervaard. Blijkbaar hadden ze hun zinnen gezet op een plekje aan zee, want even later zagen we ze met een tafel en vier stoelen van het balkon af komen en die naast de Duitse dames neerzetten. Vervolgens doken ze de zaak weer in, en tot ieders hilariteit kwamen ze een paar minuten later met een tafelkleedje onder hun arm en een dienblad met water, glazen en een mandje brood weer tevoorschijn. Tegen de tijd dat iedereen zat, kwam Apostolis aanrijden, de achterklep van zijn auto wijd open. Hij sprong eruit, stak zijn duim op naar de Griekse motorrijders en verdween in de keuken om eindelijk de beloofde cappuccino te gaan maken.

Of die smaakte, heb ik niet meegekregen. Zo terugblikkend waren de Duitse dames eigenlijk al vrij snel verdwenen. De Griekse mannen niet. Die bleven heerlijk relaxt met een biertje aan hun tafel in de zon zitten, net als vriendin en ik. We hebben heerlijk gegeten van onze hapjes, en de rijstsoep met lamsvlees van Elefteria smaakte ook prima. Bordjes kwamen er dit keer bij onze lunch in het geheel niet aan te pas. De kom met soep had twee lepels en het broodmandje bevatte genoeg vorkjes om de verschillende hapjes te kunnen prikken. Daar kom je echt een heel eind mee aan zo’n tafeltje in de Griekse zon, al weet ik best dat niet iedereen een op die manier geserveerde maaltijd zal kunnen waarderen. Dat mag, er zijn genoeg andere gelegenheden waar het er heel anders aan toe gaat. Maar of je daar dan net zoveel plezier hebt als bij To Balkoni… Dat betwijfel ik 😉

Yiasou uit Pilion!

Wilma Hollander

Hoera, weer thuis!

Van de mooie Keukenhof-blommen naar de bloemenpracht op Pilion… een mens kan het slechter treffen! Ja, ik ben weer terug op mijn kleurrijke schiereiland, na een lange en vermoeiende reis. De koffer is uitgepakt – een nieuwe, want van de oude braken de wieltjes onderweg af, net op de dag dat ik vijf keer moest overstappen en vele stationstrappen op en af moest. Dat zul je altijd zien, maar gelukkig werd ik gered door mijn uitgever Cupido, oftewel Anita en Pierre Verkerk, die me na een heerlijke lunch in Baarn meenamen in de auto en een nieuwe koffer lieten uitzoeken, zodat ik de verdere reis naar H.I. Ambacht iets comfortabeler kon voortzetten. Gelukkig maar, want ik denk dat ik anders ergens onderweg de voor mijn verjaardag gekregen droge Twentse worsten, het Kuijernat en de Hellendoornse Babbelaar gedumpt had vanwege het gewicht. Dankzij Anita en Pierre hebben ook die het gered tot in Kato Gatzea, en manlief en ik hebben er al heerlijk van gegeten en gedronken.

Moe ben ik nog wel, en daarom krijgen jullie deze maand geen lange verhalen van me, maar moeten jullie het doen met de foto/video-impressie die ik dit weekend heb gemaakt om de herinneringen aan een koude, maar mooie reis te delen met mijn familie en vrienden. En dus ook met jullie 😉

Veel kijkplezier!

♥♥♥♥♥