Pilion door de eeuwen heen

Ons schiereiland kent een lange geschiedenis. Zo kun je in het Archeologisch Museum in Volos opgegraven potten en pannen bekijken die uit het Neolithische tijdperk stammen. Dan praten we over zo’n 12.000 jaar voor Christus! Toen liepen er hier dus al mensen rond! In de 7e eeuw voor Christus kregen die eerste bewoners volgens de overleveringen gezelschap van de Olympische goden, die hier hun vakantie doorbrachten. En de wijze centaur Chiron, een beroemde figuur uit de Griekse mythologie, had hier zijn perfecte woonstek gevonden: een grot die zich in de nabijheid van het kalderimi-pad van Kala Nera naar Milies bevindt en nog steeds te bezoeken is.

In de Byzantijnse tijd, vanaf ca. 330 na Christus tot het jaar 1453, werd het pas echt ‘druk’ in Pilion. Dat kwam door de vele kloosters die in de bergen werden gesticht en als centra voor religie en cultuur fungeerden. Rondom die kloosters ontstonden al snel nederzettingen, die ook tijdens het erop volgende Ottomaanse tijdperk (1453–1832) hun florerend bestaan door handel en landbouw konden voortzetten. Dankzij de afgelegen en vaak moeilijk bereikbare ligging van de dorpen hadden de inwoners van Pilion ondanks de Turkse bezetting namelijk toch een zekere mate van vrijheid en rijkdom. En dat leidde weer tot bijvoorbeeld de bouw van de karakteristieke 17e- en 18e-eeuwse herenhuizen en klinkerstraatjes die tot op de dag van vandaag in bergdorpen als Makrinitsa en Visitza te bewonderen zijn.

In de jaren na de Ottomaanse bezetting breidde de handel zich nog verder uit, maar nu kwam ook de industrie op. Volos ontwikkelde zich snel tot een van de belangrijkste industriële centra van Griekenland, dankzij de strategische havenligging en de komst van vluchtelingen uit het noorden. De stad kende een bloeiende textiel-, tabak- en baksteenindustrie, met iconische locaties als de Tsalapata-fabriek (nu een museum) en de Papastratos-tabakopslagplaatsen aan de haven (nu deel van het beroemde Universiteitsgebouw). De instroom van vluchtelingen uit Klein-Azië in de jaren 1920, met name in Nea Ionia, zorgde voor een enorme bevolkingsgroei en goedkope arbeidskrachten, wat de industrie verder stimuleerde. Maar naarmate de oude ambachtelijke industrieën verdrongen werden door nieuwe technologische uitvindingen verschoof de economie vanaf de jaren tachtig steeds meer naar diensten, toerisme en handel.

Het dagelijks leven op het schiereiland Pilion veranderde snel. Jongeren trokken weg uit de dorpen omdat er geen werk meer was, en wie achterbleef probeerde een bestaan op te bouwen in het toerisme. En hoewel Pilion een uitzonderlijk mooie natuur heeft, brengt diezelfde natuur ook veel problemen met zich mee. Bosbranden, aardbevingen en overstromingen zijn geen uitzonderingen, iets waar wij in de twintig jaar dat wij hier wonen over mee kunnen praten. Niet dat alles hier kommer en kwel is, hoor! In die twintig jaar hebben we immers ook heel veel leuke, gezellige en bijzondere dingen meegemaakt. Maar als wij in zo’n relatief korte tijd al zoveel verhalen te vertellen hebben, wat zouden dan bijvoorbeeld de kasseien van de kalderimi’s, de eeuwenoude ezelspaden die overal in Pilion te vinden zijn, ons wel niet te vertellen hebben als ze konden praten?

Helaas kunnen kasseien niet praten, dus we moeten het doen met de verhalen die door de jaren heen bewaard zijn gebleven. Zoals het verhaal over het treinstationnetje in Lafkos dat noodgedwongen tot bakkerij werd, omdat de bouw van de spoorweg die oorspronkelijk tot Lafkos door zou lopen voortijdig in Milies eindigde. Of het verhaal van het Huis met de Vloek in Ano Lechonia, waar de drie jonge kinderen van de rijke familie die het liet bouwen stierven door het drinken van melk uit een kan waarin een gekko was gevallen. Het huis ook waar in de oorlogsjaren een hoge Gestapo-commandant vermoord werd door een partizaan uit het bergdorp Dakria, waarop een massa-executie volgde omdat de inwoners niet wilden verraden wie van hen de moord had gepleegd.

Als je goed om je heen kijkt, zie je in heel Pilion herinneringen aan het verleden. Een groot gedenkteken zoals in Dakria, of een echte byzantijnse steen in de muur van een huis in Argalasti, een eeuwenoude waterbron in het bos of ‘gewoon’ een eikonostasio, de kleine, op kerkjes lijkende kapelletjes die je overal in de bermen van Griekse wegen ziet. Al die vele, soms opvallende maar even zo vaak onopvallende tastbare herinneringen vertellen allemaal een uniek verhaal, over vroeger, over vergeten gebeurtenissen, over mensen die hier ooit geleefd hebben… of hier omgekomen zijn. Zoals de vier jonge straaljagerpiloten die op 14 oktober 2004 in Pilion om het leven kwamen.

Naast het civiele vliegveld van Neo Anchialos bij Volos ligt namelijk een militair vliegveld. Het is de thuisbasis van een groot deel van de Griekse F-16-vloot, en vanaf Neo Anchialos vinden dan ook het hele jaar door veel oefenvluchten plaats, waarbij er regelmatig een straaljager door de geluidsbarrière gaat. Op die bewuste oktoberdag in 2004 was de knal die in heel Pilion werd gehoord echter niet te wijten aan de geluidsbarrière. Twee F-16’s vlogen in formatie na een oefening op de Egeïsche zee terug naar het vliegveld van Neo Anchialos, iets wat ze ongetwijfeld al vele malen eerder hadden gedaan. Het weer die dag was erg slecht, er was veel bewolking en de hoger gelegen gebieden van Pilion waren in dikke mist gehuld. Hoe het mogelijk was, is nooit duidelijk geworden, maar op de een of andere manier zijn beide vliegtuigen negenentwintig graden van hun aanvliegroute afgeweken, en daardoor recht op de 1624 m hoge Pilionberg, vlak bij Chania, af gevlogen.

Waarschijnlijk hebben de piloten op het laatste moment geprobeerd om de berg te ontwijken, waardoor ze met elkaar in botsing kwamen en zijn neergestort. De lichamen van de bij het ongeluk omgekomen piloten en de wrakstukken van de straaljagers kwamen terecht in moeilijk toegankelijke berggebied, maar konden na een uitgebreide zoektocht uiteindelijk wel geborgen worden. Niet ver van Chania staat nu een kapelletje met de namen van de piloten erop. Het is de plek waar het ongeluk officieel herdacht wordt, maar niet de plek waar de vliegtuigen zijn neergestort. Daar is ook wel een klein gedenkteken opgericht, maar omdat het gebied zo ontoegankelijk is, is het bijna niet te vinden en komt er zelden iemand.

Daarom vond ik de onderstaande video over het ongeluk best bijzonder. Hij is gemaakt door drie jonge mannen uit Kala Nera, die op zoek zijn gegaan naar de echte plek van het ongeluk. De video is weliswaar in het Grieks, maar via de instellingen kun je ondertiteling inschakelen en automatisch naar het Nederlands laten vertalen. En hoewel niet alles even correct en duidelijk wordt vertaald, vond ik het zelf wel goed te volgen, dus vandaar dat ik de video hier met jullie deel.

Het verhaal van het straaljagersongeluk is slechts een van de vele verhalen die de Pilion te vertellen heeft. Bijzondere, mooie, leuke, en tragische verhalen door de eeuwen heen. En zolang die verhalen verteld worden – door de dorpelingen, door mij in mijn columns, door een video op het internet – blijft de herinnering aan het lange en woelige verleden van ons mooie schiereiland voor altijd en voor iedereen springlevend…😉

♥♥♥

Een rustige maand

Oké, geen AI-geschreven-column meer in de toekomst, ik beloof het! Vreselijk, hè, dat levenloze gewauwel? Gelukkig ben ik inmiddels weer aardig opgeknapt van mijn bijna-longontsteking, al heb ik er wel een flinke klap van gehad. Zowel de pilateslessen als de koorrepetities moest ik noodgedwongen wekenlang afzeggen en hoewel ik met de eerste snel weer hoop te starten, heb ik besloten om voorlopig met het koor te stoppen. In ieder geval tot het voorjaar. Mijn longen zijn nu eenmaal erg vatbaar voor rondzwervende bacillen en als je in de winter met zo’n dertig tot veertig mensen in een afgesloten ruimte uit volle borst aan het zingen bent, is de kans op een nieuwe besmetting best groot. En hoe leuk ik die wekelijkse repetitie ook vind, ik wil toch liever gezond blijven.

Een goede gezondheid is momenteel namelijk extra belangrijk voor me, omdat manlief en ik in februari opnieuw een reis naar Nederland hopen te maken. Uiteraard om onze inmiddels bijna tweejarige kleinzoon Kai uitgebreid te kunnen knuffelen, maar ook om onze toekomstige kleindochter te gaan bewonderen. Ja, u leest het goed. Ons tweede kleinkind is in aantocht! Wie had dat gedacht? Half januari wordt ze verwacht, en niet alleen wij kijken er vol spanning naar uit. Ook grote broer Kai kan niet wachten om zijn zusje te knuffelen. ‘Baby in mama’s buik’ krijgt regelmatig kusjes en aaitjes van hem, en ook de schattige nieuwe kinderkamer heeft hij ons via facetime al uitgebreid laten zien. U begrijpt nu dus nog beter waarom ik de komende maanden liever geen verkoudheidjes of erger op wil lopen, want als het even kan wil ik straks wel als een topfitte, gezonde oma naar Nederland afreizen.

In het kader van ‘vlotte, moderne oma op reis’ leek mij een drastische kapselmetamorfose dan ook een prima idee. Ik zie tegenwoordig zoveel leuke, witgrijze 60-plus kapsels voorbijkomen, en eerlijk is eerlijk, die saaie halflange blonde haardos van mij was echt wel heel erg aan een flinke opknapbeurt toe. Dus begaf ik mij, gewapend met een paar voorbeeldjes van ‘moderne-oudere-dameskapsels’ naar mijn kapper in Volos. Ik kom daar al ruim vijf jaar, en hoewel eerlijkheid me gebiedt te zeggen dat ik er niet altijd even tevreden ben weggegaan, is het wel een van de betere kappers die ik tot nu toe hier heb gevonden. Ik had er dus echt zin in. Net als de kapper, die mij verzekerde dat de metamorfose me fantastisch zou staan.

‘Oeps. Ik, eh… Ik dacht dat de kleur veel witter zou zijn,’ mompelde ik een beetje verbouwereerd toen ik mezelf aan het eind van de behandeling in de spiegel bekeek. In plaats van het prachtige wit dat ik verwachtte, had mijn haar een onbestemde grauwgrijze kleur met zwarte vlekken gekregen! Over de vreemde lange lok die aan één kant over mijn hoofd lag geplakt, wilde ik het nog niet meteen hebben, en ook de korte plukjes aan de andere kant waren voor mijn gevoel een beetje ‘happerig’ geknipt in plaats van vloeiend. Maar oké, dat zou wel modern zijn en kappers stijlen mijn haar nu eenmaal altijd anders dan ik zelf zou doen. Dat kwam vast wel weer in orde als ik thuis was, maar dat vieze grijs… ‘Geen zorgen,’ zei de kapper opgewekt, ‘met twee of drie wasbeurten is dat zwart eruit en heeft het de perfecte kleur grijs. Geloof me maar! Je moet gewoon even wennen, dat is logisch, maar het staat je echt fantastisch!’

Of hij glashard loog of het eenvoudigweg zelf geloofde omdat hij nu eenmaal van een heel andere generatie is dan ik, weet ik niet. Voor mij voelde het in ieder geval niet goed, en dat gevoel werd in de dagen erna ook na het veelvuldig wassen helaas steeds groter. De kleur bleef namelijk een viezig grijs en stond me absoluut niet, en het rare model bleef raar, ook als ik het zelf föhnde. Dus na drie dagen met afschuw in de spiegel te hebben gekeken ben ik op een holletje naar de kapster in ons eigen dorpje gerend in de hoop dat zij er nog iets aan kon doen. Die trok letterlijk wit weg bij het zien van mijn ‘moderne 60-plus’-kapsel, zeker toen de twee aanwezige klanten geschokt uitriepen: ‘O jee, heb jij dat zo gedaan?’ Ja, echt, zo erg was het!

Gelukkig wist zij er toch nog wat leuks van te maken. Naar het gewenste wit kleuren bleek echter onmogelijk te zijn en ik ben dus weer gewoon blond. Uiteraard heb ik nog steeds een kort koppie, zij het in een heel wat beter geknipt model. Al met al best een verandering en het zal ook nog wel even duren voor ik er zelf aan gewend ben, maar aan de – nu gelukkig  positieve – reacties te horen staat dit me wél heel leuk. Eind goed al goed dus, en al doende leert men. Want één ding weet ik zeker: hoe mooi ik dat witgrijze haar bij anderen ook vind staan, ik houd het zelf de eerstkomende tien jaar maar gewoon bij blond. En de dorpskapster… ja, die heeft er vanaf nu een nieuwe klant bij!

Afijn, verder verliep de afgelopen novembermaand eigenlijk wel rustig. Nou ja, op de geknapte waterleiding na dan. Dat was wel even schrikken toen we ’s ochtends na het opstaan ontdekten dat de badkamer en de keuken blank stonden. Het water klotste letterlijk om onze enkels, en we hebben echt geluk gehad dat de vloer in ons huis behoorlijk scheef loopt, anders waren de hal en de woonkamer ook ondergelopen. Nu was de wateroverlast nog enigszins beperkt gebleven, en hoewel het meteen visioenen opriep aan de grote overstromingsellende van twee jaar geleden, ontbrak dit keer goddank die vreselijke, stinkende modderlaag van destijds. Koel, helder water was het, en na een paar uur flink scheppen, dweilen en droogblazen was alles weer verholpen. Ook de kapotte leiding, die door manlief vakkundig vervangen werd. Dit keer hoefden we dus niet halsoverkop te evacueren.

Ach ja, een écht rustig leven zal het voor ons wel nooit worden. Maar een afwisselend leven… ja, hoor, absoluut! 🙂

 

Yiamas op het leven!

De eerste maand van het nieuwe jaar ligt alweer achter ons. Zo heel erg hoopvol is het niet begonnen voor de mensheid, daar zorgt die idioot in Amerika wel voor. Er gebeuren daar momenteel dingen die toch wel heel veel gelijkenis vertonen met de periode in Europa voor en tijdens WOII, en dat is beslist niet iets om toe te juichen. Deze maand was het tachtig jaar geleden dat het concentratiekamp in Auschwitz werd bevrijd en ik ben een van de mensen die is opgegroeid in de stellige overtuiging dat zoiets nooit meer mag, zal en kan gebeuren.

En wat lees ik deze week? De president van Amerika wil de beruchte Guantanamo Bay gevangenis op Cuba gaan gebruiken om illegaal verblijvende immigranten naartoe te deporteren. Als u dat akelig bekend in de oren klinkt, dan bent u ongetwijfeld een kind van mijn generatie, al hoop ik dat er ook bij degenen die nu jong zijn een belletje gaat rinkelen. En zo niet, vraag dan maar aan AI waar ik op doel. Hoewel ik niet weet of de waarheid die je daar vandaan haalt ook werkelijk de waarheid is. Hoe je het ook wendt of keert, het jaar 2025 begint verdacht veel te lijken op wat George Orwell al in zijn boek 1984 beschreef. En mocht u dat boek nooit hebben gelezen, dan raad ik u aan om dat zo spoedig mogelijk te doen – voordat het boek en de inhoud ervan verboden of door AI gewist wordt uit de informatiebronnen.

Juist vanwege de diversiteit van en vrije toegang tot informatiebronnen is het mogelijk om erachter te komen of wat ons verteld wordt ook werkelijk de waarheid is. En dat hebben we hard nodig, want hoe vaak komt het niet voor dat belangrijke feiten over de waarheid worden verzwegen of verdraaid? Dat overheden graag het een en ander verzwijgen en in de doofpot laten verdwijnen is voor niemand iets nieuws, en dat gebeurt zeker ook in Griekenland. Een voorbeeld daarvan is het grote treinongeluk in de Tempi-vallei, deze maand precies twee jaar geleden. Daarbij kwamen 57 veelal jonge mensen om het leven. Ondanks de geijkte beloftes van de overheid om ‘de onderste steen boven te halen’ in het onderzoek naar hoe dit had kunnen gebeuren, zodat de schuldigen gestraft zouden worden, bleven er vanaf het begin veel vragen over de oorzaak en de omvang van de ramp onbeantwoord of op zijn minst ‘vaag’.

De ouders van de omgekomen kinderen stelden daarom een eigen onderzoekscommissie aan, waardoor nu duidelijk is geworden dat de goederentrein waarop de passagierstrein met grote snelheid inreed ruim 10 ton brandbare vloeistoffen vervoerde. Een feit dat in de officiële overheidsrapporten nooit naar buiten is gekomen. Daarin werd namelijk gezegd dat de ongewoon felle brand veroorzaakt werd door siliconenolie die uit de transformatoren van de treinen lekten.

Een en ander kwam deze maand eindelijk naar buiten door een audio-opname van telefoongesprekken met slachtoffers die na de crash naar het noodnummer 112 hadden gebeld. Deze audio werd nooit eerder vrijgegeven in de officiële rapporten, hoewel sommige tv-zenders nu beweren dat ze de audio al lang in hun bezit hadden, maar hem niet durfden te publiceren. Uit de opname kon worden opgemaakt dat zo’n 30 van de 57 slachtoffers waren gestikt of levend verbrand nadat er een explosie had plaatsgevonden in de goederentrein die in botsing was gekomen met de passagierstrein. Te horen is hoe er om hulp wordt geroepen, maar ook hoe ze naar adem snakken omdat er geen zuurstof is.

Vorige week gingen in meer dan 150 plaatsen in Griekenland (waaronder Volos) en 13 buitenlandse steden vele tienduizenden mensen de straat op, verenigd onder de slogan ‘Ik krijg geen zuurstof…’. De vereniging van de families van de slachtoffers had opgeroepen tot deze protestacties, iets waaraan door de grote media nauwelijks aandacht is gegeven. Ook de berichtgeving over de audio en de talrijke protesten was gezien het belang en de grootte van het protest zeker ‘summier’ te noemen. Maar dat heeft zeer waarschijnlijk weer te maken met het feit dat tv-licenties verleend worden door – precies, de Griekse overheid! Hopelijk komen er door deze massale burgerprotesten nu eindelijk antwoorden voor de ouders, familie en vrienden van de omgekomen kinderen. Het verdriet wordt er niet minder door, maar het zal ongetwijfeld meehelpen om het verlies van hun dierbaren te kunnen verwerken.

Nee, een echt vrolijk begin van het jaar was het niet, al weet ik zeker dat er ondanks alle ellende overal toch ook heel veel leuke, lieve en mooie gebeurtenissen om ons heen plaatsvinden. Ikzelf merk er helaas weinig van, omdat ik nog steeds aan huis gekluisterd ben door de ernstige rugproblemen waar ik nu al maanden last van heb. Na een aantal onderzoeken en consulten met de specialist zal een en ander de komende maanden flink aangepakt gaan worden en hopelijk snel verbeteren door manuele therapie, Pilatus en oefeningen doen. Hard nodig, want die stok waarmee ik nu regelmatig door het huis schuifel begin ik goed zat te worden. Om het over de pijn maar niet te hebben…

Gelukkig schijnt het zonnetje vandaag, daar word ik dan wel weer een beetje vrolijker van. En zojuist was ik dankzij videobellen getuige van de eerste zelfstandige stapjes van onze kleinzoon, die op eigen kracht naar oma in de telefoon bij papa kwam hobbelen om mij een kusje te geven! Nou, daar vergeet je op slag alle sombere toekomstgedachten door, dus ik ga na het publiceren van deze column lekker een tsipourootje voor mezelf inschenken om deze mijlpaal te vieren. En aangezien tsipouro ook nog eens geneeskundige krachten schijnt te bezitten volgens hen die het kunnen weten, zal het met die pijnlijke rug van mij dan zeer binnenkort ook veel beter gaan… Geniet en blijf gezond! Yiamas!

♥♥♥

De dode vissen uit Lake Karla

Met het nieuwe schooljaar in zicht keren de meeste vakantiegangers langzaam maar zeker huiswaarts, waardoor het al een stuk rustiger is in ons dorpje. Niet dat het dit jaar nu zo druk is geweest, integendeel eigenlijk. Alleen tijdens het hoogtepunt van de Griekse bouwvak, in de weken voor en na Maria Hemelvaart, was het echt druk; daarvóór was het gewoon ‘lekker levendig’ te noemen. Opvallend was wel dat er heel weinig in zee werd en wordt gezwommen en dat heeft alles te maken met de overstromingen van vorig jaar september.

Ondanks talloze metingen en testen die aangeven dat het water in de Pagasitische Golf weer schoon is en volkomen veilig om te zwemmen, zijn er heel veel Grieken (en toeristen) die dat niet geloven. Op sociale media worden door de zogenaamde klik-sites constant fakeberichten verspreid die waarschuwen voor de meest enge ziektes die je kan oplopen door je in het water van de Golf te begeven. Zelf heb ik daar niets van gemerkt, behalve dan dat ik meer in zee heb gelegen dan andere jaren omdat het minder druk was dan normaal. Maar er enge ziektes aan overgehouden heb ik beslist niet!

Recentelijk gebeurde er helaas iets wat die ‘vervuilingshysterie’ nog een extra boost gaf. Binnen een paar dagen tijd spoelden er ineens duizenden dode vissen aan in de havens en stranden in en rond Volos en dat was natuurlijk koren op de molen van de social media. Dat vissen in zulke grote getalen stierven was het ultieme bewijs dat het met dat zeewater niet pluis is. Inmiddels is echter duidelijk geworden wat de werkelijke oorzaak is van die plotselinge vissensterfte en dat heeft niets te maken met vervuild zeewater, maar alles met wanbeleid, laksheid en onnadenkendheid.

Noordoostelijk van Volos, aan de voet van het hoge Mavrovouni-gebergte, ligt Lake Karla. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd besloten het toenmalige meer volledig droog te leggen vanwege de problemen die het opleverde voor de agrarische sector in dat gebied. Denk aan overstromingen, maar ook aan de overlast van insecten die zich in het moerasgebied snel vermeerderden.  Met het verstrijken van de tijd werd echter duidelijk dat die drooglegging toch niet zo’n goed idee was geweest en wat niemand voor mogelijk hield gebeurde: het besluit werd teruggedraaid en het drooggelegde land veranderde opnieuw in een meer. Weliswaar niet zo groot als vroeger, en ditmaal voorzien van een dam, zodat het overvloedige water dat bij het eerdere meer voor zoveel overstromingen in het gebied zorgde, via een sluis en kunstmatige kanalen kon worden afgevloeid naar de Pagasitische Golf. Het heeft heel wat jaren geduurd, maar in 2018 was het tot nieuw leven opgewekte Lake Karla officieel een feit, en in de jaren erna ontwikkelde het zich snel tot een bijzonder natuurgebied, met opnieuw veel unieke (water)vogels en zelfs een kudde waterbuffels.

In september vorig jaar werd de dam door de stormen Daniel en Elias en de daaruit voortvloeiende hevige overstromingen echter zwaar beschadigd, waardoor veel van de uit de wijde omgeving in Lake Karla terechtgekomen vervuiling (denk aan landbouwgif, dode karkassen etc.) via de beschadigde sluizen van de dam in de Pagasitikos is gestroomd. Die vervuiling van het zeewater is allang opgelost, en ook bij Lake Karla zijn destijds de nodige herstelmaatregelen getroffen om verdere vervuiling tegen te gaan. Een aantal grotere reparaties aan de dam kon echter niet definitief worden uitgevoerd omdat de beschadigingen zich te ver onder het waterpeil bevonden.

Afgelopen maand was de grote reparatie van de dam dan toch aan de beurt en om het waterpeil nog verder te laten zakken werd de sluis helemaal opengezet. En hoewel bepaalde instanties er in mei al op aangedrongen hadden de doorgang van de sluis af te sluiten met een rooster, zodat de in het meer aanwezige vissen niet met het wegvloeiende water meegesleurd zouden worden, heeft men die raad blijkbaar in de wind geslagen. De vissen uit Lake Karla kwamen dus via de sluis en de kanalen daadwerkelijk in de Pagasitikos terecht – waar ze binnen enkele dagen jammerlijk stierven vanwege de abrupte verandering in het zoutgehalte van het water. De vissen uit Lake Karla zijn namelijk… zoetwatervissen! Niet het vervuilde water, maar gebrek aan zuurstof is de doodsoorzaak van de massale sterfte die de gemoederen nu al dagenlang bezighoudt. Een zoetwatervis gedijt nu eenmaal niet in zout water, dat heb ik al op de lagere school geleerd, maar op de een of andere manier is dat dus niet helemaal doorgedrongen tot degenen die de sluisdeur open hebben gezet.

De duizenden aangespoelde dode vissen hebben in en rond Volos voor een abrupt einde van het toeristenseizoen gezorgd. Wie wil er nu gezellig uit eten op een terrasje met uitzicht op een dikke laag rottende vis? Om over de stank maar niet te spreken, want over wie de troep moest opruimen kon men het ook niet zo snel eens worden. Net zomin als over het afsluiten van de dam. De berichten in de krant over het geharrewar zijn talrijk, maar als ik het goed begrepen heb, is de sluis gisteren dichtgedraaid, drie dagen eerder dan was gepland. Maar uiteraard te laat, veel te laat voor de vissen en zij die van de vangst en de verkoop ervan afhankelijk zijn.

Aan onze kant van Volos is er van de ramp niets te merken. Ik heb hand op mijn hart geen dode vis gezien aan het strand. En ook qua stank is er hier niets aan de hand. Maar in Volos en richting Alikes is de schade groot. De foto’s van de dikke laag aangespoelde dode vissen en de lege terrassen die rondgaan op mijn sociale media zijn dieptriest. September is doorgaans een goede maand voor het toerisme, en na het abrupte einde van het vorige seizoen vanwege de watersnood hoopte iedereen dit jaar op een extra lange verlenging van het zomerseizoen. Het mocht helaas niet zo zijn. Het visschandaal van Volos heeft inmiddels ook de landelijke en zelfs de internationale pers bereikt, en de lokale politici schreeuwen moord en brand – uiteraard om de verantwoording zo snel mogelijk bij iemand anders te leggen. Maar daar zijn degenen die leven van het toerisme niet mee geholpen. De schade voor Pilion was al groot vanwege al die fakeberichten, en deze ramp is voor velen de ultieme genadeklap.

Ik schreef het jaren geleden al eens, toen we midden in de crisis zaten: Ja, ze blijven altijd dansen en zingen, die Grieken. Maar de vele onzichtbare tranen die daarbij vergoten worden… die zien we niet.

♥♥♥

 

 

Toerist in Volos

Half mei arriveerden maar liefst vijf van onze goede vrienden tegelijk uit Nederland. Een gezellig weerzien zowel met ons als met elkaar, want inmiddels zijn ze via ons in voorgaande jaren ook met elkaar bevriend geraakt. En behalve zo af en toe lekker uit eten te gaan of uitgebreid bij te kletsen bij een frappeetje op een terrasje vind ik het ook leuk om dan wat uitstapjes te maken, vergezeld van één of meerdere vrienden/vriendinnen. Nu had ik gelezen dat er in Volos iedere vrijdag een gratis twee uur durende Stadswandeling onder leiding van een gids was (wel even aanmelden van tevoren!). Dat leek vriendin Joke ook wel wat en en zo stonden wij afgelopen vrijdag om halfelf bij het toeristenkantoor, in afwachting van wat er komen ging.

Behalve de gids Georgia en wij bestond de groep uit nog acht andere vrouwen, allemaal woonachtig in Volos, die de stadstour wel een leuk uitstapje vonden voor hun gezamenlijk dagje uit. Gezien het feit dat wij de enige twee buitenlanders waren besloten we in goed overleg dat Georgia de rondleiding in het Grieks zou doen, en waar nodig in het Engels een toelichting zou geven. Dat werkte perfect voor ons, want een Griekse gids heeft nog weleens de neiging om gigantisch uit te wijden over gedetailleerde data, namen, rangen en standen en nog meer van die lokale historische weetjes waarvan je als buitenlandse toerist al snel denkt: ‘gooi dat maar in mijn pet.’ Het Griekse vrouwenclubje echter was daarin zeer geïnteresseerd, waardoor de stops bij de highlights van Volos voor ons toch al snel wat langer duurden dan ons lief was.

Zo stonden we na een uur nog steeds bij de oude stadswal, slechts een paar honderd meter verwijderd van ons startpunt, want Georgia bleef maar vertellen over Jason en het Gulden Vlies en vooral over de Ottomanen, die achter die stadswallen een heel dorp uit de grond stampten. Dat alles niet aan de hand van een wandelingetje naar de hoger gelegen straatjes waar dat ooit had plaatsgevonden, maar beneden bij de ene echt goed zichtbare stadswal, aan de hand van oude foto’s en kaarten op haar tablet. Best interessant allemaal, echt waar, maar na een kwartiertje hadden we wat ons betrof wel verder mogen lopen.

Dit scenario herhaalde zich bij de prachtige Byzantijnse kerk in het oude stadsdeel (vanbinnen absoluut de moeite waard, ik ben er namelijk al eens binnen geweest, maar niet met de tour dus!) en ook bij het achter het station gelegen Stadsmuseum, waar we twintig minuten naar de ingang hebben gestaard terwijl Georgia enthousiast vertelde over de achtergrond van alle foto’s die daar hangen. Na een gelukkig iets kortere stop met uitleg over de architectuur van het nieuwe stadhuis, was het toch al ver over twaalven toen we eindelijk het begin van de boulevard bereikten. Inmiddels was het flink warm geworden en niet echt leuk meer om de lange verhalen over de oude, statige gebouwen aldaar aan te horen. Tegen de tijd dat we – ruim een halfuur later – aan het eind van de boulevard het gebouw van de Universiteit bereikten vonden Joke en ik het wel welletjes. Volgens het programma zouden we nog verder moeten lopen door het park naar de Byzantijnse kerk aan de haven voor de volgende stop en vervolgens nog verder langs het Archeologisch Museum naar het strand van Anavros dat vanaf de Pilion gezien aan het begin van Volos ligt.

We hadden echter net al met elkaar afgesproken dat wij in ieder geval niet verder zouden gaan dan de kerk, toen de Griekse dames aankondigden dat het voor hen zo wel genoeg was geweest. Ze bedankten onze lieve en zeer competente gids hartelijk, namen enthousiast van ons afscheid en vertrokken vervolgens snel naar een van de grote loungecafés aan de boulevard voor een welverdiende koffie. En hoewel Georgia heel lief aanbood om de tour met ons te vervolgen, hebben we dat aanbod netjes afgeslagen onder het mom dat het toch wel een beetje erg warm werd om nog verder te gaan. Wel nam ze ons nog even mee de Universiteit in, want ik was daar nog nooit binnen geweest.

Nu weet ik niet hoe een gemiddelde Griekse Universiteit eruitziet, maar wanneer u zich een groot, kaal, onafgewerkt, betonnen gebouw met een glazen koepel in het hoge plafond voorstelt dat gekraakt en bewoond lijkt te zijn door een kunstenaarscommune die met vieze spandoeken laat weten overal tegen te zijn, dan heeft u een aardig beeld van hoe dat mooie gele Universiteitsgebouw in Volos er vanbinnen uitziet. We zijn nog even de betonnen trappen in de grote entreehal opgelopen om een glimp op te vangen van de kantoren, de lokalen en  de leerlingenkantine, maar dat hadden we al snel bekeken. Wat een trieste, kale boel daarbinnen. Niet bepaald een motiverende omgeving voor de vele jonge studenten die in zo’n gebouw hun lesdagen moeten doorbrengen. We zijn maar snel weer naar buiten gegaan, waar we op een van de terrassen aan zee hebben genoten van een frappé met chocolade croissant. Die hadden we wel verdiend na onze stadswandeling-avonturen.

Na de koffie hebben we er vrijwillig nog een paar kilometer bovenop gedaan, want ik had nog een paar dingen in de stad te doen nu we er toch waren. Negen kilometer stond er aan het eind van de middag op de stappenteller toen we ons in een van de tavernes aan de haven moe maar voldaan neervlijden voor een uitgebreide tsipouro met mezedes, de Griekse verrassingshapjes die je bij je drankje krijgt. Het was weer een heerlijke, mooie, zonnige vriendinnendag geweest, al denk ik niet dat ik de stadswandeling snel nog een keer zal doen. Eén keer was meer dan voldoende, zeker nu we de warme zomermaanden tegemoet gaan, dan moet je zoiets niet ’s ochtends om halfelf doen. In zo’n geval kun je als toerist met culturele interesses beter kiezen voor een bezoek aan het Archeologisch Museum en/of het Stadsmuseum met de mooie oude foto’s. Daar heb je airconditioning en overal staan beschrijvingen bij wat je ziet, ook in het Engels. De stadswandeling met een echte gids bewaar je echt beter voor een bewolkte, iets koelere dag.

Met zoveel vakantievierende vrienden in de buurt zullen er vast en zeker nog wel wat meer gezellige uitstapjes en etentjes volgen. Voor de komende week staat er voor mij in ieder geval al een mooie natuurwandeling met onze Twentse vrienden op het program, dat hebben we vandaag bij een frappé in onze tuin afgesproken.  En ja, ook dan zal het flink warm zijn, voorspellen de weerapps ons, maar met vroeg vertrekken, een heleboel flesjes water in de rugzak en in rustig tempo de berg op wandelen, gaat dat zeker goed komen. Ik verheug me er nu al op…

♥♥♥