Over katjes en klikduimen

En toen was het alweer 1 juni. Als alles ‘gewoon’ was geweest, zouden we de komende veertien dagen onze zoon en zijn vriendin over de vloer hebben gehad. Maar niets is momenteel ‘gewoon’. Vliegen vanuit Nederland mag nog niet, dus die logeerpartij hebben we helaas voor onbepaalde tijd moeten uitstellen. Even slikken, logisch, voor allemaal, maar gezond zijn en blijven is in deze rare maanden het allerbelangrijkste. Dus doen we het nog maar wat langer met Skype en Whatsapp, en hopen we op betere tijden. Met kniezen over wat had kunnen zijn, maak je het leven niet vrolijker, zo simpel is het nu eenmaal. Gelukkig is er altijd genoeg vrolijkheid in mijn leven, en veel tijd om te kniezen heb ik ook niet met twee speelse kittens van inmiddels zeven weken om me heen. Ze groeien als kool en worden steeds nieuwsgieriger naar de wereld om hen heen. En aangezien ‘mama’ een rechtstreekse lijn naar ‘eten’ betekent, ben ik voor hen ook in die grote nieuwe wereld nog steeds een Zeer Belangrijk Persoon die je goed in de gaten moet houden. Ik heb het er voorlopig dus nog wel druk mee, maar dat geeft niet. Twee van die hummeltjes zo te zien genieten van een leven dat hun niet was gegund, is meer dan genoeg ‘beloning’ voor alle tijd en energie die ik aan hen besteed.

Het enige probleem is dat ons niet al te grote huisje inmiddels echt helemaal vol zit met dieren en mensen. En hoewel we nog even tijd hebben, zijn we dus dringend op zoek naar een permanent onderkomen voor deze twee bengels. Hier in Griekenland wordt dat helaas erg lastig. Door hun vreemde start zijn dit echte ‘mensenkatten’, en ze zullen nooit de buitenkatten worden die de Grieken willen. Het idee dat ze niet eens binnenshuis zouden mogen komen, bezorgt me nu al rillingen. En al zijn we er geen voorstander van, in dit geval hebben we besloten dat het toch beter is om te proberen hen onder te brengen in het buitenland. Ik krijg daarvoor alle hulp van de Stichting Dierenhulp over de Grenzen, die onze Norbert en Corwyn via hun netwerk ter adoptie zullen aanbieden, zodat ze in afwachting van de reis ‘gereserveerd’ kunnen worden. Als de virus-beperkingen een beetje meewerken, mogen ze in augustus op reis, en het goede nieuws is dat ik al mensen bereid heb gevonden om hen in die periode naar Nederland te begeleiden. Hun ticket wordt door de Stichting betaald, en wij zorgen aan deze kant ervoor dat alle papieren en inentingen in orde zijn. Kortom, mocht jij onze twee kanjertjes een warm en liefdevol huisje willen geven, het liefst met zijn tweetjes, neem dan even contact met me op via het contactformulier hier op de website, dan vertel ik je graag meer over hoe zo’n adoptie in zijn werk gaat.

Zo, en nu heb ik wel weer genoeg geschreven over mijn katjes. Er valt immers wel meer te beleven in Pilion nu de opheffing van de lockdown bijna voltooid is en de terrasjes en taverna’s alweer een week open zijn. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er zelf nog geen gebruik van heb gemaakt. Ik kijk de kat (oeps) liever nog even uit de boom, en bewaar ons eerste terrasbezoek voor later deze week, als het wat minder druk is. Ik ben nog steeds behoorlijk huiverig voor dat virus, dus ook een bezoek aan Volos is niet iets waar ik naar uitkijk, ook al is het maanden geleden dat ik daar was. Maar… afgelopen vrijdag moest ik wel. Mijn ‘klikduim’ is nog steeds niet over, en volgens dokter Yiannis uit Kala Nera rest mij niets anders dan een operatie. ‘Stelt niets voor,’ verzekerde hij me, maar ik ben niet zo op operaties. En dus heb ik na een tip van een goede vriendin mijn chiropractor Despina gebeld, die goede hoop heeft dat ze mij ervan af kan helpen. Dat hoop ik ook, alleen moest ik dan wel naar Volos toe om mijn duim te laten behandelen. Nu is dat normaal een kwestie van in de bus stappen, of – als het echt, echt, echt niet anders kan, want zo’n held in het drukke stadsverkeer ben ik niet – op de scooter. Maar net na de versoepeling van de lockdown ruim een halfuur in een bus zitten, al is het dan met een verplicht masker op… Nee, dank u, liever niet, nog afgezien van het feit dat de toch al moeizame dienstregeling op dit moment helemaal een puinhoop is. En op de scooter, het andere alternatief, is nogal lastig als je een klikduim hebt, want de gashendel opendraaien of de rem vastpakken gaat met zo’n stijf kootje niet echt soepeltjes. Te gevaarlijk dus, ook al omdat ik toch al niet zo ‘eigen’ ben met dat ding. En dus bleef er nog maar één optie over: achter op de brommer bij manlief.

Manlief is een zeer ervaren brommerrijder, laat ik dat vooropstellen. Hij is volgens mij op zo’n ding geboren, en weet precies wat hij wel en niet kan doen. Het probleem ligt dan ook helemaal bij mij, want ik vind achterop zitten dus echt vre-se-lijk. Totaal onnodig, ik weet het, maar ik heb die tik nou eenmaal. Ooit, tijdens een vakantie op Chios, hebben we de voor een week gehuurde scooter al na één dag teruggebracht, omdat ik het gezellig ‘toeren’ met angst en beven en met grotendeels gesloten ogen al piepend en jammerend onderging. Het heeft ongetwijfeld te maken met het niet zelf de controle hebben, iets waarvan ik me heel goed bewust ben. Het probleem ligt dus bij mij, en niet bij manlief, dat dát wel even duidelijk is. En er gloort hoop, want in de loop der jaren heb ik mijn angst voor het achterop zitten best al wel een béétje overwonnen. Als we uit eten gaan in Kala Nera, stap ik zonder problemen bij manlief achterop. Het is maar vijf minuten en dan kan ik gewoon een tsipourootje drinken, iets wat ik minder snel doe als ik op mijn eigen scooter ga. En soms is mijn hoofd ook gewoon te vol om zelf te rijden, zeker als ik ‘in mijn boek’ zit. Maar langer dan tien minuten achterop, dat vind ik dus nog steeds een beangstigend idee.

Nood breekt wetten, en ik wil toch wel heel graag zonder operatie van die stomme klikduim af. Dus ben ik afgelopen vrijdag toch maar bij manlief achter op dat vreselijke ding gestapt voor mijn afspraak bij de chiropractor. Het ging aardig goed, al zeg ik het zelf, al heb ik nog steeds een beetje spierpijn van het krampachtig zitten, dat wel. Je kunt je zo achterop nergens aan vasthouden, behalve aan manlief. Ik moet mijn armen om zijn middel slaan en goed meebewegen als we de bocht omgaan. Geen probleem uiteraard, behalve als hij moet remmen, want dan knalt mijn helm tegen de zijne. En anticiperen is lastig, omdat hij groter is dan ik, en ik dus niet of nauwelijks om zijn schouders heen kan kijken. Kortom, het was best een heel avontuur voor me, zeker in het drukke stadsverkeer van Volos. Maar gelukkig is het allemaal goed gegaan, en ik heb alleen in de haarspeldbochten naar rechts, als we zo vreselijk schuin lagen,  mijn ogen dichtgedaan. Het ‘mimimimimi’-geluid dat ik op Chios regelmatig produceerde, is dit keer helemaal achterwege gebleven. Dus eigenlijk… ben ik best wel een beetje trots op mezelf.

De duim is na de eerste chiro-sessie al met zeker 40% verbeterd. Volgende week ga ik voor de vervolgbehandeling, en ik hoop dat manlief me dan weer wil brengen. Voor hem valt zo’n angstig vrouwmens achterop natuurlijk ook niet mee, dat begrijp ik best. Gelukkig houdt hij heel veel van me, dat weet ik, al meer dan veertig jaar. Ons huwelijk zal ook dit wel weer te boven komen, daar gaan we gewoon van uit. En die duim… Ach, die duim komt ook vast goed. En als het even kan zonder operatie… 😉

♥♥♥♥♥

 

 

Wonderen bestaan echt

De eerste mei is hier een vrolijke feestdag. Bloemetjesplukdag noem ik het, want dan gaat iedereen naar buiten het veld in om terug te komen met armen vol bloemen. Daarvan worden kransen gevlochten die tot 23 juni de voordeuren van de huizen zullen sieren. Een traditioneel gebruik dat bedoeld is om de goden gunstig te stemmen zodat de zomer een overvloedige oogst zal opleveren. Het is een dag die gepaard gaat met veel zang, dans en barbecueën in de olijfgaarden of aan het strand, uiteraard in het gezelschap van vrienden en familie. Het is dan ook geen wonder dat de versoepeling van onze lockdown-maatregelen pas ingaan ná die eerste mei. Op die manier hoopt de regering ongetwijfeld te voorkomen dat er meteen alweer grote gezelschappen en ongecontroleerde verplaatsingen zullen ontstaan.

Tot die vierde mei blijven alle huidige maatregelen dus van kracht, maar daarna begint het licht aan het einde van de Corona-tunnel dan toch te gloren. We mogen straks weer naar de kapper en de beautysalon, naar de bouwmarkten en de Chinese winkeltjes, al is het dan onder bepaalde voorwaarden. De anderhalve meter moet in acht worden genomen, het dragen van maskers in gesloten ruimtes en het openbaar vervoer wordt verplicht, maar… we hoeven geen toestemming meer te vragen om ergens naartoe te gaan. En dat alleen is al een hele voortuitgang. Of het zo zal blijven, weet niemand. De grote vraag blijft natuurlijk of het virus dusdanig is afgezwakt dat we niet meer met bosjes tegelijk in het ziekenhuis terecht zullen komen wanneer er weer meer onderling contact zal zijn. Zou dat gebeuren, dan worden de maatregelen onmiddellijk teruggedraaid en moeten we weer terug ons hok in. De komende weken gaan dus best spannend worden, en we kunnen weinig anders doen dan afwachten.

Voor ons persoonlijk verandert er op die formulieren na niet zo heel veel. Het grootste leed van onze eigen lockdown-periode was het feit dat onze huishoudelijke hulp al die tijd niet over de vloer kon komen. Vanaf eind februari moesten we zelf weer in huis aan de slag, en al dat wringen en zwabberen heeft mijn handen geen goed gedaan. Ik heb er helaas een zogenoemde ‘klik- of triggerduim’ door opgelopen, en loop nu al een week met een gespalkte en omzwachtelde rechterduim rond. En dat is knap lastig, want ik moet zo’n zes keer per dag flesjes geven aan twee piepkleine kittens. Een aantal van jullie hebben het verhaal ongetwijfeld via Facebook al meegekregen, maar voor degenen die alleen op mijn website mijn columns lezen vertel ik hier nog even het verhaal in het kort.

Op zaterdag 11 april hoorde ik op de terugweg van de supermarkt een flink gepiep in het veld verderop aan onze straat. Toen ik op onderzoek uitging, vond ik onder een struik een plastic tasje, gevuld met afval en drie – letterlijk – pasgeboren kittens erin! En ja, wat doe je dan? Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen ze daar in dat zakje te laten sterven, en besloot ze mee naar huis te nemen, zodat ze in de luttele uren die ze in dit leven waren toch in ieder geval een beetje liefde zouden ondervinden. Tot mijn stomme verbazing echter overleefden ze de nacht, en de volgende en de volgende. We doopten ze De Corona’s – Cora, Ron en Nora – en ook al groeiden ze nauwelijks, ze klemden zich met alle kracht die in die piepkleine lijfjes zat wanhopig aan het leven vast. Helaas was het gevecht voor onze dappere ‘Rooie Ron’ toch te zwaar en precies een week nadat ik hem had gevonden, heb ik hem achter in onze tuin op een mooi plekje moeten begraven.

Het heeft heel wat inspanning gekost, maar nu, drie weken later, begin ik langzaam te geloven dat de man met de zeis zich definitief aan het terugtrekken is. Nora bleek al vrij snel een Norbert te zijn en hij begint nu eindelijk op een gewicht te komen dat beter past bij zijn leeftijd. Cora – die we misschien toch ook moeten gaan omdopen als ik de steeds duidelijker wordende achterkant bestudeer – is een stuk kleiner en lichter gebleven, maar ook bij haar/hem zie ik de laatste dagen gelukkig een hoopvolle toename van het aantal grammen. Ze zijn heerlijk actief aan het worden, kleine waggelende bolletjes wol die duidelijk en vooral luidkeels laten merken dat ze er zijn. Maar hoewel ze het fantastisch doen, zijn de zorgen nog lang niet voorbij. Ze kampen duidelijk allebei met darmproblemen, ondanks alles wat ik al geprobeerd heb om dat te verhelpen. Ik hoop nu maar dat het beter zal gaan als ze straks vaster voedsel mogen. Feit is dat ze beslist geen zieke en lamlendige indruk maken, en dat is in ieder geval een goed teken.

Nu ze steeds beweeglijker worden, en hopelijk de komende weken zullen overleven, moeten ze zeer binnenkort toch gaan verhuizen naar een nieuw onderkomen. Dankzij Anita en Pierre Verkerk, de eigenaars van mijn uitgeverij Cupido, mocht ik deze week een prachtig mooi hok uitzoeken. Ik ben er superblij mee, want met een grote hond en drie volwassen katten in huis kan ik er gewoon geen twee drukke kleutertjes bij hebben. Als ze de slechte start van hun leven te boven komen en uitgroeien tot gezonde jonge katjes, dan zullen we tzt. op zoek gaan naar een goed adoptieadres, waar ze de mooie toekomst zullen krijgen die hun door de een of andere ongelooflijke lamzak dus niet was gegund. Maar voorlopig is het nog niet zo ver, en mag ik eerst zelf nog een poosje heerlijk genieten van deze twee dappere kleine kittens. Mocht je Faceboek hebben, dan kun je hun avonturen vanaf het allereerste begin volgen op mijn pagina Huize Hollander Beestenblog, waar ik regelmatig videootjes, foto’s en kleine anecdotes plaats over alle vaste en tijdelijke dieren die op ons pad verschijnen.

Ondertussen gaat niet alleen mijn eigen leven maar ook mijn schrijversleven natuurlijk wel gewoon door. De Cupido-ontwerpster is druk bezig met de cover voor De Zomer van 1970 dat in de herfst zal verschijnen, en ik heb al een heel mooi voorproefje daarvan gezien. Ook heel leuk is dat mijn dubbelroman Griekse Zomers momenteel gratis te lezen is via de leesapp van de Thuisbibliotheek. Die is speciaal in het leven geroepen om de lange eenzame uren tijdens de lockdown-periode iets aangenamer te maken. Je hoeft geen lid te zijn van de bibliotheek om de e-books te kunnen lenen, dus download die app en ga lekker op je balkonnetje of in je tuin genieten van heel veel uurtjes leesplezier. Een echte zomer in Griekenland zal er dit jaar voor velen niet meer inzitten, maar met mijn zonnige verhalen over ons mooie woonland kan ik jullie misschien toch een heel klein beetje dat echte Griekse zomergevoel geven.

Nu de lockdown overal langzaam versoepeld wordt, hopen we natuurlijk dat al onze gezamenlijke inspanningen in de afgelopen maanden om het virus tot een halt te brengen niet voor niets zijn geweest. Wat zal het heerlijk zijn als we over niet al te lange tijd allemaal weer zonder angst naar buiten kunnen en vooral elkaar eindelijk weer kunnen omarmen. Het blijft een risico. Net als mijn kittens zijn ook wij nog lang niet uit de gevarenzone, dat is wel duidelijk, maar de kans dat we er gezond en wel uit zullen komen wordt gelukkig met de dag groter. Wat de kittens betreft, blijf ik de komende tijd gewoon doorgaan met veel liefde geven en mijn gezond verstand gebruiken. Als jullie dat nou ook blijven doen, voor jezelf en voor anderen, dan gaan we ongetwijfeld allemaal snel een zonnige toekomst tegemoet… 😉

 

Even serieus

Ik vrees dat het een wat andere column wordt vandaag. Beter gezegd, het zijn er twee, een nieuwe en eentje die vorige week al gepubliceerd is in de Vlaardingen24-krant. Dat komt omdat ik het altijd zo veel mogelijk probeer te vermijden om het in mijn maandschrijfsels te hebben over de ‘grote wereldproblemen’. Veel liever neuzel ik een beetje over de koetjes en kalfjes van mijn dagelijks leven op dit mooie Griekse schiereiland. Maar hoe reëel is het om te neuzelen als de wereld om je heen op haar grondvesten staat te trillen?  En daarom laat ik de keuze aan uzelf: een wat ‘serieuzere’ column of een hilarisch verslag over een middag aan zee. En wilt u ze allebei lezen… dat mag natuurlijk ook!

EVEN SERIEUS

De uitbraak van het coronavirus houdt de gemoederen flink bezig, mij ook, maar al is het natuurlijk flink lullig als je ermee besmet raakt, zo dodelijk als bijvoorbeeld de zwarte builenpest in de middeleeuwen lijkt het – in ieder geval op dit moment – nog lang niet te zijn. Een paar honderd dodelijke gevallen, oké, laten het er een paar duizend zijn, op een totale wereldbevolking van 7,7 miljard en onze hele wereldeconomie komt krijsend tot stilstand. Allerlei maatregelen worden door alle regeringen ter wereld uit de kast gerukt, ja, ook hier in Griekenland. Er mag nu op gezondheidsproblemen worden gecontroleerd bij o.a. de grenzen, de havens en de treinstations. Carnavalsoptochten en feestelijkheden voor Katherea Deftera (Rosen Montag), die dit weekend zouden plaatsvinden zijn op straffe van flinke boetes en zelfs gevangenisstraf uit voorzorg afgelast, en ook hier zijn de maskers en de handgel totaal uitverkocht. Iedereen is echter zo op dat griepvirus gefocust dat ondertussen een aantal andere, eveneens zeer verontrustende gebeurtenissen, vrijwel ‘onzichtbaar’ hebben kunnen plaatsvinden. Nou ja, behalve dus voor de mensen die er mee te maken hadden en hebben.

Zo zijn er afgelopen week heftige gevechten geweest op de ‘vluchtelingen’-eilanden Lesbos en Chios. Niet met de vluchtelingen zelf. Nee, dit waren gevechten tussen lokale bewoners en bouwploegen gesteund door het leger van de nieuwe regering, die het ondanks de felle protesten vooraf toch nodig vond om de bouw van gesloten detentiecentra door te laten gaan. En dat terwijl ieder normaal denkend mens weet dat vluchtelingen opsluiten in zo’n gesloten kamp de niet aflatende stroom nieuwe vluchtelingen die in het ‘oude’ kamp opgevangen moet worden zeker niet zal indammen. Maar goed, de tijd dat normaal denkende mensen in welke regering dan ook zaten, ligt ergens in de prehistorie volgens mij. En terwijl de Griekse regering dus druk doende was om die lokale vuurhaarden in bedwang te houden, bedacht meneer Erdogan ineens dat het nu de juiste tijd was om de paar miljoen vluchtelingen die in Turkije opgevangen worden te vertellen dat ze niet langer gedwongen worden om daar te blijven omdat de Turks/Griekse grens door hem is opengezet. Hij vergat er alleen bij te vertellen dat de Grieks/Turkse grens niet open is en ook niet zal opengaan. Dus nu staan er sinds gisteren al een paar duizend vluchtelingen – en dat kunnen er vanavond zomaar 18.000 zijn heb ik ergens gelezen – aan de hekken en afrasteringen van Griekenland (de toegangspoort naar Europa) te rukken en te trekken, al vloekend en tierend omdat ze de zoveelste teleurstelling te verwerken krijgen.

Nu staan de betrekkingen tussen Turkije en Griekenland de laatste maanden toch al op scherp vanwege de ongeoorloofde schendingen van het internationale lucht- en zeeruim door Turkije die alles te maken hebben met olie en landbezit. Als belangrijkste geografische toegangspoort wordt Griekenland geacht Turkije buiten Europa te houden, wat tot nu toe bijna 200 jaar is gelukt. Maar nu de hele wereld genoodzaakt is zich bezig te houden met dat geniepige coronavirus, heeft Europa wel andere dingen aan hun hoofd dan de aloude vete tussen de twee landen. En hoe Europa over het vluchtelingenprobleem denkt, weten we inmiddels wel. Mij persoonlijk zou het niets verbazen als er binnenkort een niet te stuiten corona-uitbraak plaatsvindt onder de vluchtelingen in de diverse kampen. Verspreid het virus onder een groep mensen die weinig of geen weerstand hebben door ze en masse naar je buurland te sturen, help ze de grens – te land of ter zee – over te glippen, en je hebt helemaal geen tanks en soldaten nodig om een slachting aan te richten. En, ook niet onverdeeld ongunstig, je bent meteen van het vluchtelingenprobleem af. Een belachelijk en onrealistisch doemscenario? In ieder geval eentje die vooralsnog enkel en alleen uit mijn eigen lugubere schrijversfantasie komt. Het enge is echter dat ik Erdogan er zeker voor aanzie om zoiets waanzinnigs uit te voeren. Een paar mensenlevens meer of minder zal hem worst wezen, dat hebben we al eerder gezien bij de coup van een paar jaar geleden. En dat hij hongert naar macht weten we ook al een tijdje. Gebruikmaken van een dodelijk virus dat de wereld al voor een groot deel heeft lamgelegd, zou hem geen minuut van zijn nachtrust kosten als hij daardoor meer macht kan krijgen, dat weet ik zeker.

Afijn, u begrijpt, het zijn allemaal geen vrolijke gedachten die momenteel in mijn hoofd rondwaren. Een levendige fantasie komt goed van pas als je een boek wilt schrijven, maar in het dagelijks leven kan het een behoorlijke stoorzender zijn. Een beetje neuzelen over minder serieuze dingen vind ik dan een beetje lastig, zoals u merkt. Maar omdat ik ook begrijp dat het juist in sombere tijden heel fijn kan zijn om even iets anders te lezen dan doemscenario’s, zet ik op de home-pagina onder deze column nog een andere. Een verhaal dat ongetwijfeld wel een glimlach teweeg zal brengen. Dat deed het tenminste wel bij de lezers van de Vlaardingen24-krant, en ik vind hem eigenlijk te leuk om hem niet ook hier te plaatsen. Dus krijgt u deze maand zomaar twee columns van mij cadeau!

Ik hoop echt dat de huidige ietwat grimmige toestand in de wereld volgende maand grotendeels achter ons zal liggen. Daar moeten we ook maar gewoon in blijven geloven, anders wordt het leven helemaal zo’n sombere toestand, en dat is niet wat we willen, toch? Daarom beloof ik u nu alvast dat ik op 1 april weer ‘gewoon’ alleen een gezellige neuzelcolumn voor u zal schrijven. Tenzij de toestand in de wereld mij ook dan weer genoodzaakt iets serieuzer te zijn… 😉

♥♥♥♥♥

 

Zomaar een middag aan zee

Ons dorpje telt een handvol horecagelegenheden die zich allemaal aan de ‘boulevard’ bevinden. Eén daarvan is ouzeri To Balkoni, waar je – de naam zegt het al – op het balkon (of binnen) kunt genieten van tsipouro met hapjes, een simpele Griekse maaltijd of een eenvoudige snack. De zaak behoort toe aan Apostolis, die samen met zijn moeder Elefteria in de keuken staat. Nou ja, hij doet de hapjes, zijn moeder kookt de maaltijden; gewoon thuis in haar huisje met tuin, waarna ze het eten dan in grote pannen met haar rammelende ‘agrotiko’ – een klein vrachtautootje – naar de zaak brengt. Dezelfde agrotiko waarmee Apostolis in de zomer soms zijn vakantievierende klanten na een avondje met wat al te veel tsipouro terugbrengt naar Kala Nera – in de laadbak uiteraard.

Apostolis is wat de Engelsen ‘a character’ noemen. Zijn mekkerende schaterlach werkt zo aanstekelijk dat je binnen no-time mee zit te schateren, al heb je meestal geen enkel idee waarom. Hij heeft een zeer eigen mening, die hij graag mag verkondigen, een hekel aan welke Griekse regering dan ook en de manier waarop hij zijn zaak bestiert is nogal onconventioneel. Het kan zomaar voorkomen dat hij halverwege de avond, terwijl het hele balkon bezet is met klanten, ineens op zijn brommertje stapt en wegrijdt. En dan kan het echt weleens een halfuurtje duren voordat hij terugkeert – meestal met een tas vol brood of een pak suiker of gewoon met helemaal niks. Wilde je toevallig net afrekenen, dan zit er weinig anders op dan geduldig te wachten tot hij terug is, want betalen doe je bij hem. Bij To Balkoni is de klant koning, maar Apostolis is de baas, daar komt het eigenlijk op neer.

Afhankelijk van zijn bui vind je het er beregezellig of bar slecht. De hapjes die hij bij de tsipouro serveert behoren echter tot de betere in onze omgeving, en aangezien een ‘tsipouradiko’ onze favoriete maaltijd is, zijn wij er regelmatig te vinden. In de wintermaanden is de zaak gesloten, omdat Apostolis dan in het buitenland zit. Zo ook deze winter, maar vorige week zag ik tot mijn verrassing dat hij al terug was. Dat kwam goed uit, want ik zou die dag gaan lunchen met een Amerikaanse vriendin. Het was prachtig zonnig weer, warm genoeg om niet op het balkon, maar aan een van de twee blauwe tafeltjes aan zee te zitten. We namen het tafeltje waarvan de vier stoelen wel voorzien waren van zittingen en nipten al snel zeer tevreden aan ons tsipourootje. Een paar minuten later zagen we Apostolis’ moeder aan komen schuifelen, een grote tas met een pan eten erin aan haar arm. De pan werd naar de keuken gebracht, en even daarna kwam Elefteria met een kommetje rijstsoep met lam en wat brood weer naar buiten. Ze wilde aan het tafeltje naast ons gaan zitten, maar omdat daar de stoelzittingen ontbraken, schoof ze maar gezellig bij ons aan.

Weer een paar minuten later kwamen er twee Duitse dames aangewandeld, die wat aarzelend bij het tweede tafeltje bleven staan. Nu heeft Apostolis een zwak voor vrouwen, dus die kwam al met de rieten zittingen aangerend. De dames wilden koffie, en als het kon graag cappuccino. Dat kon, maar het zou even duren voordat het klaar was, zei Apostolis, zeker wel een minuut of tien. Dat vonden de dames helemaal niet erg, daar aan hun tafeltje in het zonnetje, maar ze keken toch wel heel verbaasd toen Apostolis meteen daarna in zijn auto stapte en wegreed. ‘Hij gaat melk halen bij de supermarkt,’ vertrouwde Elefteria ons toe. ‘Voor de cappuccino.’ Het leverde een giechelbui op bij de dames, al werden we allemaal nogal afgeleid door de komst van een viertal stoere Griekse mannen op grote motoren die ze aan de kade naast ons parkeerden. Al kletsend liepen ze het Balkon op – waar nog een paar Engelsen aan de tsipouro zaten – en hoorden daar dat de baas even weg was, maar zo terug zou komen.

De heren waren echter niet voor een kleintje vervaard. Blijkbaar hadden ze hun zinnen gezet op een plekje aan zee, want even later zagen we ze met een tafel en vier stoelen van het balkon af komen en die naast de Duitse dames neerzetten. Vervolgens doken ze de zaak weer in, en tot ieders hilariteit kwamen ze een paar minuten later met een tafelkleedje onder hun arm en een dienblad met water, glazen en een mandje brood weer tevoorschijn. Tegen de tijd dat iedereen zat, kwam Apostolis aanrijden, de achterklep van zijn auto wijd open. Hij sprong eruit, stak zijn duim op naar de Griekse motorrijders en verdween in de keuken om eindelijk de beloofde cappuccino te gaan maken.

Of die smaakte, heb ik niet meegekregen. Zo terugblikkend waren de Duitse dames eigenlijk al vrij snel verdwenen. De Griekse mannen niet. Die bleven heerlijk relaxt met een biertje aan hun tafel in de zon zitten, net als vriendin en ik. We hebben heerlijk gegeten van onze hapjes, en de rijstsoep met lamsvlees van Elefteria smaakte ook prima. Bordjes kwamen er dit keer bij onze lunch in het geheel niet aan te pas. De kom met soep had twee lepels en het broodmandje bevatte genoeg vorkjes om de verschillende hapjes te kunnen prikken. Daar kom je echt een heel eind mee aan zo’n tafeltje in de Griekse zon, al weet ik best dat niet iedereen een op die manier geserveerde maaltijd zal kunnen waarderen. Dat mag, er zijn genoeg andere gelegenheden waar het er heel anders aan toe gaat. Maar of je daar dan net zoveel plezier hebt als bij To Balkoni… Dat betwijfel ik 😉

Yiasou uit Pilion!

Wilma Hollander

Eindejaarscolumn

De zonnewende van 2019 heeft op 21 december plaatsgevonden, wat betekent dat we de langste nacht er alweer op hebben zitten. De dagen gaan dus lengen, een paar minuutjes per dag slechts, maar net als die vele druppeltjes die een emmer vol maken, zet dat echt wel zoden aan de dijk. Over een paar weken begint de natuur te ontwaken, hoeven we steeds later het licht aan te doen en hebben we alle decemberfeesten weer achter de rug.

Op dit moment zitter we er echter nog middenin. Of je er nu wel of niet van houdt, er veel of weinig aan doet, het blijft altijd een enerverende tijd, die laatste weken van het jaar. Hoewel… als ik heel eerlijk ben, merken we er hier in Kato Gatzea verdraaid weinig van. We hadden heerlijk zonnige dagen, mooi weer, en aangezien zoonlief de kerstdagen dit jaar elders doorbrengt, hoefde ik ook niet echt veel vooruit te werken om een paar weken ‘vrij’ te hebben. We kachelen dus gewoon in een rustig tempo voort en zien wel wat de komende tijd op ons pad komt. Dat ‘kachelen’ ging zelfs zo rustig, dat ik me dit weekend pas over het kerstmenu heb gebogen, en daarna een beetje kerstversiering heb aangebracht. We houden het simpel dit jaar. Met een jong, energiek katje in huis kun je geen overdadige versiering hebben, in ieder geval niet in een woonkamer van vier bij vijf die al vol staat met meubels en andere aanverwante artikelen. Of misschien gebruik ik dat wel als goed excuus om niet alles uit de kerstkast te trekken, dat kan natuurlijk ook. Hoe het ook zij, de echte kerststemming zit er bij mij blijkbaar nog niet helemaal in, maar wat niet is, kan nog komen. En zo niet, dan vind ik dat ook prima. Een ieder moet gewoon doen waar hij of zij zich prettig bij voelt, en voor ons is dat dit jaar dus lekker vanaf de zijlijn kijken naar de gekte die er tegenwoordig rond de feestdagen heerst.

Ik denk dat ik niet de enige ben die zich in deze periode regelmatig afvraagt wat er is gebeurd met die simpele, eenvoudige kerstdagen van weleer. Dagen waarin het kerstmaal – zoals bij ons thuis – bestond uit een helder kippensoepje, kip als hoofdgerecht, en ijs met warme kersensaus toe. Jaar in jaar uit, daar hoefde niemand over na te denken. Een huzarenslaatje, wat doppertjes en peentjes en een schaal appelmoes op de met het papieren kersttafelkleed gedekte tafel als bijgerecht en dat was dat. Na het kerstdiner was het tijd om bij de kerstboom-zonder-cadeautjes-eronder te relaxen met een boek, een bordspel of – mijn moeder – de kerstpuzzel uit de krant. Voor de kerstmuziek zorgden we zelf, bij het orgel van pa, want radio en televisie gingen op die dagen alleen aan voor de kerstrede van de koningin. Het waren dagen voor het gezin, de rest van de familie zagen we pas op nieuwjaarsochtend, als we allemaal bij oma en opa koffie gingen drinken. Wij kinderen kregen natuurlijk geen koffie, maar één glaasje limonade, een piepklein glaasje ook nog eens, zoiets als waaruit ik nu mijn tsipourootje drink. Het opa en oma-huisje barstte dan bijna uit zijn voegen, want mijn pa had zes broers en één zus, maar met een beetje opschuiven paste het wel. En voor ons kinderen was het iets om naar uit te kijken, want het kerstrapport mocht mee, en met een beetje geluk kon je van iedere oom wel een dubbeltje of iets meer scoren omdat je zo goed je best had gedaan.

Ach ja, die tijd ligt al heel lang achter ons, en zo simpel hoeft het natuurlijk ook niet meer vandaag de dag. Dat kan ook niet meer, de tijden zijn veranderd en wij mensen zijn mee veranderd. Maar toch, al die overdaad in de winkels, al dat ‘moeten’, het een nog mooier en specialer dan het andere, dat opgeklopte kerstgevoel… ik kan er maar niet aan wennen. Gelukkig hoef ik dat ook niet, want ons leven in Pilion is normaal gesproken al een leven buiten de hedendaagse hectiek en dat geldt dus zeker ook voor de decemberperiode. Op welke wijze je deze kerst ook viert, rustig of uitbundig, alleen of met een groot gezelschap, ik hoop dat je ervan zult genieten. En vooral dat je toch ook even stil zult staan bij al die mensen die niet het geluk hebben om de kerstdagen door te brengen zoals ze dat zo graag zouden willen. Voor mij zijn dat de vluchtelingen op Lesbos, voor een ander misschien de dakloze op de hoek van je straat. Een beetje liefde en hoop geven aan andere mensen… het is zo’n kleine moeite, en als we dat nou allemaal gewoon doen, dan ziet de wereld er al heel snel een stuk beter uit. Dat is namelijk wat ik iedereen voor 2020 uit de grond van mijn hart toewens: een betere wereld – zonder al dat oervervelende gehakketak, dat ongelooflijk negatieve venijn en vooral die niet te bevatten afschuwelijke misdaden. Ik wil zo heel graag een wereld waarin we respect hebben voor elkaar, ongeacht huidskleur, geloof, sekse, eetgewoonten, uiterlijk of handicap. En verdorie, zo moeilijk is dat toch niet? Als we er allemaal ons best voor doen, dan moet het een keer lukken, want een betere wereld begint echt nog steeds bij jezelf!

Behalve die betere wereld wens ik jullie vanuit het rustige Kato Gatzea natuurlijk hele fijne kerstdagen en een mooi, liefdevol, avontuurlijk en vooral gezond 2020! Maak er iets moois van, geniet van iedere dag en wees een beetje lief voor elkaar, dan wordt het vast een fantastisch jaar!

ΚΑΛΑ ΧΡΙΣΤΟΥΓΕΝΝΑ, ΚΑΛΗ ΧΡΟΝΙΑ!

♥♥♥♥♥