Daar gaan ze…

Ik heb zo toegeleefd naar de datum van 31 juli, de dag dat Corwyn en Norbert naar Nederland vertrokken, dat ik totaal vergeten was dat het daarna 1 augustus zou zijn… en dus websitecolumndag. Nu kan ik de dag van gisteren natuurlijk hier uitgebreid gaan beschrijven, maar velen van jullie hebben die dag al van uur tot uur op Facebook meegeleefd. De ontroerende reacties die ik een uurtje na het afscheid van de kittens las op de luchthaven van Thessaloniki, waren zo lief dat ik daar op mijn bankje opnieuw met tranen in mijn ogen zat. Dank voor jullie lieve woorden, het is ongelooflijk hoe zovelen vanaf het allereerste begin hebben meegeleefd met onze bengels.

Het is een paar weken terug nog even heel spannend geweest of alles wel door zou kunnen gaan, want vriendin Liesbeth, onze vluchtbegeleider, kwam door een ongelukkige struikeling tijdens een wandelingetje door Skiathos Stad al in het begin van haar vakantie met ernstig gescheurde enkelbanden op krukken terecht. Ik had het me dan ook heel goed kunnen voorstellen als ze meteen terug naar Nederland had gewild – zij het zonder de katten, want die mochten pas vanaf de 25ste vliegen. Maar al na een paar dagen stuurde Liesbeth mij het verlossende berichtje dat ze de vakantie niet ging afbreken en dat alles gewoon bij het oude bleef – behalve dan dat zij nu dus met de kittenbench op schoot in een rolstoel in de aankomsthal van Schiphol zou arriveren om ze aldaar te overhandigen aan Esther en Martin, de twee lieverds uit Den Haag, die de kittens hebben geadopteerd.

Afijn, zo kwam het dan allemaal toch nog goed, en dus vertrok ik gisterochtend om vijf uur met de kittens op de achterbank per taxi naar de luchthaven van  Thessaloniki, waar ik de kittens samen met Liesbeth en haar man Christos op het vliegtuig heb gezet. Uitgebreid beschrijven doe ik de dag dus verder niet, maar hieronder volgt wel de mail die ik vanmorgen naar Esther heb gestuurd. Gewoon omdat daarin alles staat wat ik eigenlijk ook in mijn column wil zeggen… 🙂

Lieve Esther,

Wat een zenuwendag was het gisteren. En wat hebben de jongens alles ongelooflijk goed doorstaan! Dat had ik niet verwacht. Ook hier in de auto waren ze muisstil, ze lagen heerlijk te slapen. Op de luchthaven waren ze heel timide, ze wilden zelfs geen flesje. Het leek echt of ze half in shock waren, en toen moest het ergste, de vliegreis, nog komen. Ik zag ze in gedachten al bij aankomst met gestrekte oortjes door een hartaanval in de bench liggen… Hoe anders is het verlopen!!!

De incheck verliep goed, al duurde dat best lang. Eerst het controleren van de papieren, waarmee de incheckdame naar een apart kantoortje verdween. Toen ze eindelijk terugkwam moest de bench even op de bagageband om een bagagelabel te krijgen en toen moesten we weer wachten op een medewerker die ons naar de speciale goederenafgifte ging brengen. Het was zo fijn dat Christos erbij was, want die spreekt vloeiend Grieks. Ik had al die moeilijke woorden vast niet zo goed begrepen. Wij zijn dus samen met de katjes en de medewerker naar beneden gegaan voor de afgifte aldaar. We mochten kiezen om de kittens eruit te halen en ermee door het poortje te lopen of ze in de bench te laten en net als de handbagage op de band door de scan te laten gaan. We hebben voor dat laatste gekozen, stel je voor dat ze zouden ontsnappen. En dat wegglijden in de scantunnel… was dus het laatste wat ik van ze heb gezien.

We hebben eigenlijk een soort van ‘mazzel’ gehad dat Liesbeth zowel hier als bij aankomst assistentie kreeg, want nu ging het wel makkelijker dan normaal. Ze werd meteen vooraan naar de incheckbalie gereden, hoefde niet in de rij! En als ik het zo las dan ging het op Schiphol ook supersnel! Die foto van jou bij aankomst, die nieuwsgierige koppies in de bench…. pfff, wie had dat kunnen denken? Ik niet. Iemand schreef ergens in de reacties dat ze zo zelfverzekerd bij jou thuis uit de bench stapten en dat raakte me echt. Dat ik ze zo ‘sterk’ heb gemaakt kan ik nauwelijks geloven. Het zijn beslist geen angstige zielepietjes geworden, integendeel. En dat is gezien alles wat ze hebben meegemaakt toch eigenlijk inderdaad wel een beetje een ongelooflijke prestatie, zoals iedereen steeds zegt… 😉

Wat ik nu voel, vraag je. Dat is makkelijk te beantwoorden. Ik voel dat ze bij jullie thuishoren! Helemaal en absoluut! Maar dat gevoel had ik al vanaf het moment dat ik jouw eerste mailtje kreeg. Die eerste foto-impressies van de kids bij jullie thuis zijn zo heerlijk om te zien. En ik ben zooooo  verschrikkelijk blij dat ze nu de hele dag mogen rondhuppen en alle dingen kunnen doen die een kat behoort te doen! Het ging me zo aan het hart dat ik ze steeds moest ‘opsluiten’. Dat Norbert meteen boven op de balk zat… niet te geloven. Corwyn is eigenlijk de klimmer, Norbert donderde hier overal van af, de schat 🤣 En die gejatte knoflookgarnaal… prachtig. Alles wat eetbaar is, is niet veilig voor hem. En  Corwyn… ja, die doet waar hij zin in heeft. Maar hij is wel veel slimmer en vooral sneller dan Norbert 😂

Het is raar dat ze er niet meer zijn. Ik loop nog steeds te kijken naar de ren om te checken wat ze daar uitspoken, of de zon er al in schijnt en of de parasols uit moeten… Het went snel hoor, en dat constante alert zijn ben ik vast heel snel kwijt, zeker weten. Mijn taak zit erop, nu mogen jullie en jullie andere katten het over gaan nemen! Jullie liefde straalt nu al van de foto’s af, wat kan ik me nog meer wensen voor mijn kanjertjes? Ik wens ze een heel lang, heel mooi leven toe bij jullie, en ik kijk  vanaf een afstandje breed glimlachend en supertrots mee! De Corona Kids was een project van velen, het is ongelooflijk hoe iedereen meegeleefd en meegeholpen heeft om ze een mooie toekomst te geven. Zonder al die lieve mensen, zonder Liesbeth en Christos, maar vooral zonder JULLIE was me dat nooit gelukt. Dat zoveel mensen zoveel liefde hebben getoond voor drie ter dood veroordeelde kittens vind ik nog steeds een wonder. En dat ik aan de wieg van dat wonder heb mogen staan… hm, ja, oké, dat is toch eigenlijk wel een klein beetje bijzonder 😜

Zo, en nu ga ik heerlijk bijkomen van alles, ik was doodmoe gisteren! Zulke dagen, nee, zulke maanden wil ik niet al te vaak meer meemaken! Ik kijk uit naar alle foto’s en berichtjes. Geniet maar lekker van mijn twee kleutertjes, ik ben jullie onwijs dankbaar dat jullie juist hén wilden hebben. Ze hadden echt, zeker weten, geen mooier plekje kunnen krijgen!!! 🥰❤😘

Dikke kus en knuffels,

Wilma

NB. De avonturen van Norbert en Corwyn in Nederland zijn te volgen via de Facebook-pagina:

De Corona’s, over twee gedumpte Griekse kittens.

Over katjes en klikduimen

En toen was het alweer 1 juni. Als alles ‘gewoon’ was geweest, zouden we de komende veertien dagen onze zoon en zijn vriendin over de vloer hebben gehad. Maar niets is momenteel ‘gewoon’. Vliegen vanuit Nederland mag nog niet, dus die logeerpartij hebben we helaas voor onbepaalde tijd moeten uitstellen. Even slikken, logisch, voor allemaal, maar gezond zijn en blijven is in deze rare maanden het allerbelangrijkste. Dus doen we het nog maar wat langer met Skype en Whatsapp, en hopen we op betere tijden. Met kniezen over wat had kunnen zijn, maak je het leven niet vrolijker, zo simpel is het nu eenmaal. Gelukkig is er altijd genoeg vrolijkheid in mijn leven, en veel tijd om te kniezen heb ik ook niet met twee speelse kittens van inmiddels zeven weken om me heen. Ze groeien als kool en worden steeds nieuwsgieriger naar de wereld om hen heen. En aangezien ‘mama’ een rechtstreekse lijn naar ‘eten’ betekent, ben ik voor hen ook in die grote nieuwe wereld nog steeds een Zeer Belangrijk Persoon die je goed in de gaten moet houden. Ik heb het er voorlopig dus nog wel druk mee, maar dat geeft niet. Twee van die hummeltjes zo te zien genieten van een leven dat hun niet was gegund, is meer dan genoeg ‘beloning’ voor alle tijd en energie die ik aan hen besteed.

Het enige probleem is dat ons niet al te grote huisje inmiddels echt helemaal vol zit met dieren en mensen. En hoewel we nog even tijd hebben, zijn we dus dringend op zoek naar een permanent onderkomen voor deze twee bengels. Hier in Griekenland wordt dat helaas erg lastig. Door hun vreemde start zijn dit echte ‘mensenkatten’, en ze zullen nooit de buitenkatten worden die de Grieken willen. Het idee dat ze niet eens binnenshuis zouden mogen komen, bezorgt me nu al rillingen. En al zijn we er geen voorstander van, in dit geval hebben we besloten dat het toch beter is om te proberen hen onder te brengen in het buitenland. Ik krijg daarvoor alle hulp van de Stichting Dierenhulp over de Grenzen, die onze Norbert en Corwyn via hun netwerk ter adoptie zullen aanbieden, zodat ze in afwachting van de reis ‘gereserveerd’ kunnen worden. Als de virus-beperkingen een beetje meewerken, mogen ze in augustus op reis, en het goede nieuws is dat ik al mensen bereid heb gevonden om hen in die periode naar Nederland te begeleiden. Hun ticket wordt door de Stichting betaald, en wij zorgen aan deze kant ervoor dat alle papieren en inentingen in orde zijn. Kortom, mocht jij onze twee kanjertjes een warm en liefdevol huisje willen geven, het liefst met zijn tweetjes, neem dan even contact met me op via het contactformulier hier op de website, dan vertel ik je graag meer over hoe zo’n adoptie in zijn werk gaat.

Zo, en nu heb ik wel weer genoeg geschreven over mijn katjes. Er valt immers wel meer te beleven in Pilion nu de opheffing van de lockdown bijna voltooid is en de terrasjes en taverna’s alweer een week open zijn. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er zelf nog geen gebruik van heb gemaakt. Ik kijk de kat (oeps) liever nog even uit de boom, en bewaar ons eerste terrasbezoek voor later deze week, als het wat minder druk is. Ik ben nog steeds behoorlijk huiverig voor dat virus, dus ook een bezoek aan Volos is niet iets waar ik naar uitkijk, ook al is het maanden geleden dat ik daar was. Maar… afgelopen vrijdag moest ik wel. Mijn ‘klikduim’ is nog steeds niet over, en volgens dokter Yiannis uit Kala Nera rest mij niets anders dan een operatie. ‘Stelt niets voor,’ verzekerde hij me, maar ik ben niet zo op operaties. En dus heb ik na een tip van een goede vriendin mijn chiropractor Despina gebeld, die goede hoop heeft dat ze mij ervan af kan helpen. Dat hoop ik ook, alleen moest ik dan wel naar Volos toe om mijn duim te laten behandelen. Nu is dat normaal een kwestie van in de bus stappen, of – als het echt, echt, echt niet anders kan, want zo’n held in het drukke stadsverkeer ben ik niet – op de scooter. Maar net na de versoepeling van de lockdown ruim een halfuur in een bus zitten, al is het dan met een verplicht masker op… Nee, dank u, liever niet, nog afgezien van het feit dat de toch al moeizame dienstregeling op dit moment helemaal een puinhoop is. En op de scooter, het andere alternatief, is nogal lastig als je een klikduim hebt, want de gashendel opendraaien of de rem vastpakken gaat met zo’n stijf kootje niet echt soepeltjes. Te gevaarlijk dus, ook al omdat ik toch al niet zo ‘eigen’ ben met dat ding. En dus bleef er nog maar één optie over: achter op de brommer bij manlief.

Manlief is een zeer ervaren brommerrijder, laat ik dat vooropstellen. Hij is volgens mij op zo’n ding geboren, en weet precies wat hij wel en niet kan doen. Het probleem ligt dan ook helemaal bij mij, want ik vind achterop zitten dus echt vre-se-lijk. Totaal onnodig, ik weet het, maar ik heb die tik nou eenmaal. Ooit, tijdens een vakantie op Chios, hebben we de voor een week gehuurde scooter al na één dag teruggebracht, omdat ik het gezellig ‘toeren’ met angst en beven en met grotendeels gesloten ogen al piepend en jammerend onderging. Het heeft ongetwijfeld te maken met het niet zelf de controle hebben, iets waarvan ik me heel goed bewust ben. Het probleem ligt dus bij mij, en niet bij manlief, dat dát wel even duidelijk is. En er gloort hoop, want in de loop der jaren heb ik mijn angst voor het achterop zitten best al wel een béétje overwonnen. Als we uit eten gaan in Kala Nera, stap ik zonder problemen bij manlief achterop. Het is maar vijf minuten en dan kan ik gewoon een tsipourootje drinken, iets wat ik minder snel doe als ik op mijn eigen scooter ga. En soms is mijn hoofd ook gewoon te vol om zelf te rijden, zeker als ik ‘in mijn boek’ zit. Maar langer dan tien minuten achterop, dat vind ik dus nog steeds een beangstigend idee.

Nood breekt wetten, en ik wil toch wel heel graag zonder operatie van die stomme klikduim af. Dus ben ik afgelopen vrijdag toch maar bij manlief achter op dat vreselijke ding gestapt voor mijn afspraak bij de chiropractor. Het ging aardig goed, al zeg ik het zelf, al heb ik nog steeds een beetje spierpijn van het krampachtig zitten, dat wel. Je kunt je zo achterop nergens aan vasthouden, behalve aan manlief. Ik moet mijn armen om zijn middel slaan en goed meebewegen als we de bocht omgaan. Geen probleem uiteraard, behalve als hij moet remmen, want dan knalt mijn helm tegen de zijne. En anticiperen is lastig, omdat hij groter is dan ik, en ik dus niet of nauwelijks om zijn schouders heen kan kijken. Kortom, het was best een heel avontuur voor me, zeker in het drukke stadsverkeer van Volos. Maar gelukkig is het allemaal goed gegaan, en ik heb alleen in de haarspeldbochten naar rechts, als we zo vreselijk schuin lagen,  mijn ogen dichtgedaan. Het ‘mimimimimi’-geluid dat ik op Chios regelmatig produceerde, is dit keer helemaal achterwege gebleven. Dus eigenlijk… ben ik best wel een beetje trots op mezelf.

De duim is na de eerste chiro-sessie al met zeker 40% verbeterd. Volgende week ga ik voor de vervolgbehandeling, en ik hoop dat manlief me dan weer wil brengen. Voor hem valt zo’n angstig vrouwmens achterop natuurlijk ook niet mee, dat begrijp ik best. Gelukkig houdt hij heel veel van me, dat weet ik, al meer dan veertig jaar. Ons huwelijk zal ook dit wel weer te boven komen, daar gaan we gewoon van uit. En die duim… Ach, die duim komt ook vast goed. En als het even kan zonder operatie… 😉

♥♥♥♥♥

 

 

Wonderen bestaan echt

De eerste mei is hier een vrolijke feestdag. Bloemetjesplukdag noem ik het, want dan gaat iedereen naar buiten het veld in om terug te komen met armen vol bloemen. Daarvan worden kransen gevlochten die tot 23 juni de voordeuren van de huizen zullen sieren. Een traditioneel gebruik dat bedoeld is om de goden gunstig te stemmen zodat de zomer een overvloedige oogst zal opleveren. Het is een dag die gepaard gaat met veel zang, dans en barbecueën in de olijfgaarden of aan het strand, uiteraard in het gezelschap van vrienden en familie. Het is dan ook geen wonder dat de versoepeling van onze lockdown-maatregelen pas ingaan ná die eerste mei. Op die manier hoopt de regering ongetwijfeld te voorkomen dat er meteen alweer grote gezelschappen en ongecontroleerde verplaatsingen zullen ontstaan.

Tot die vierde mei blijven alle huidige maatregelen dus van kracht, maar daarna begint het licht aan het einde van de Corona-tunnel dan toch te gloren. We mogen straks weer naar de kapper en de beautysalon, naar de bouwmarkten en de Chinese winkeltjes, al is het dan onder bepaalde voorwaarden. De anderhalve meter moet in acht worden genomen, het dragen van maskers in gesloten ruimtes en het openbaar vervoer wordt verplicht, maar… we hoeven geen toestemming meer te vragen om ergens naartoe te gaan. En dat alleen is al een hele voortuitgang. Of het zo zal blijven, weet niemand. De grote vraag blijft natuurlijk of het virus dusdanig is afgezwakt dat we niet meer met bosjes tegelijk in het ziekenhuis terecht zullen komen wanneer er weer meer onderling contact zal zijn. Zou dat gebeuren, dan worden de maatregelen onmiddellijk teruggedraaid en moeten we weer terug ons hok in. De komende weken gaan dus best spannend worden, en we kunnen weinig anders doen dan afwachten.

Voor ons persoonlijk verandert er op die formulieren na niet zo heel veel. Het grootste leed van onze eigen lockdown-periode was het feit dat onze huishoudelijke hulp al die tijd niet over de vloer kon komen. Vanaf eind februari moesten we zelf weer in huis aan de slag, en al dat wringen en zwabberen heeft mijn handen geen goed gedaan. Ik heb er helaas een zogenoemde ‘klik- of triggerduim’ door opgelopen, en loop nu al een week met een gespalkte en omzwachtelde rechterduim rond. En dat is knap lastig, want ik moet zo’n zes keer per dag flesjes geven aan twee piepkleine kittens. Een aantal van jullie hebben het verhaal ongetwijfeld via Facebook al meegekregen, maar voor degenen die alleen op mijn website mijn columns lezen vertel ik hier nog even het verhaal in het kort.

Op zaterdag 11 april hoorde ik op de terugweg van de supermarkt een flink gepiep in het veld verderop aan onze straat. Toen ik op onderzoek uitging, vond ik onder een struik een plastic tasje, gevuld met afval en drie – letterlijk – pasgeboren kittens erin! En ja, wat doe je dan? Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen ze daar in dat zakje te laten sterven, en besloot ze mee naar huis te nemen, zodat ze in de luttele uren die ze in dit leven waren toch in ieder geval een beetje liefde zouden ondervinden. Tot mijn stomme verbazing echter overleefden ze de nacht, en de volgende en de volgende. We doopten ze De Corona’s – Cora, Ron en Nora – en ook al groeiden ze nauwelijks, ze klemden zich met alle kracht die in die piepkleine lijfjes zat wanhopig aan het leven vast. Helaas was het gevecht voor onze dappere ‘Rooie Ron’ toch te zwaar en precies een week nadat ik hem had gevonden, heb ik hem achter in onze tuin op een mooi plekje moeten begraven.

Het heeft heel wat inspanning gekost, maar nu, drie weken later, begin ik langzaam te geloven dat de man met de zeis zich definitief aan het terugtrekken is. Nora bleek al vrij snel een Norbert te zijn en hij begint nu eindelijk op een gewicht te komen dat beter past bij zijn leeftijd. Cora – die we misschien toch ook moeten gaan omdopen als ik de steeds duidelijker wordende achterkant bestudeer – is een stuk kleiner en lichter gebleven, maar ook bij haar/hem zie ik de laatste dagen gelukkig een hoopvolle toename van het aantal grammen. Ze zijn heerlijk actief aan het worden, kleine waggelende bolletjes wol die duidelijk en vooral luidkeels laten merken dat ze er zijn. Maar hoewel ze het fantastisch doen, zijn de zorgen nog lang niet voorbij. Ze kampen duidelijk allebei met darmproblemen, ondanks alles wat ik al geprobeerd heb om dat te verhelpen. Ik hoop nu maar dat het beter zal gaan als ze straks vaster voedsel mogen. Feit is dat ze beslist geen zieke en lamlendige indruk maken, en dat is in ieder geval een goed teken.

Nu ze steeds beweeglijker worden, en hopelijk de komende weken zullen overleven, moeten ze zeer binnenkort toch gaan verhuizen naar een nieuw onderkomen. Dankzij Anita en Pierre Verkerk, de eigenaars van mijn uitgeverij Cupido, mocht ik deze week een prachtig mooi hok uitzoeken. Ik ben er superblij mee, want met een grote hond en drie volwassen katten in huis kan ik er gewoon geen twee drukke kleutertjes bij hebben. Als ze de slechte start van hun leven te boven komen en uitgroeien tot gezonde jonge katjes, dan zullen we tzt. op zoek gaan naar een goed adoptieadres, waar ze de mooie toekomst zullen krijgen die hun door de een of andere ongelooflijke lamzak dus niet was gegund. Maar voorlopig is het nog niet zo ver, en mag ik eerst zelf nog een poosje heerlijk genieten van deze twee dappere kleine kittens. Mocht je Faceboek hebben, dan kun je hun avonturen vanaf het allereerste begin volgen op mijn pagina Huize Hollander Beestenblog, waar ik regelmatig videootjes, foto’s en kleine anecdotes plaats over alle vaste en tijdelijke dieren die op ons pad verschijnen.

Ondertussen gaat niet alleen mijn eigen leven maar ook mijn schrijversleven natuurlijk wel gewoon door. De Cupido-ontwerpster is druk bezig met de cover voor De Zomer van 1970 dat in de herfst zal verschijnen, en ik heb al een heel mooi voorproefje daarvan gezien. Ook heel leuk is dat mijn dubbelroman Griekse Zomers momenteel gratis te lezen is via de leesapp van de Thuisbibliotheek. Die is speciaal in het leven geroepen om de lange eenzame uren tijdens de lockdown-periode iets aangenamer te maken. Je hoeft geen lid te zijn van de bibliotheek om de e-books te kunnen lenen, dus download die app en ga lekker op je balkonnetje of in je tuin genieten van heel veel uurtjes leesplezier. Een echte zomer in Griekenland zal er dit jaar voor velen niet meer inzitten, maar met mijn zonnige verhalen over ons mooie woonland kan ik jullie misschien toch een heel klein beetje dat echte Griekse zomergevoel geven.

Nu de lockdown overal langzaam versoepeld wordt, hopen we natuurlijk dat al onze gezamenlijke inspanningen in de afgelopen maanden om het virus tot een halt te brengen niet voor niets zijn geweest. Wat zal het heerlijk zijn als we over niet al te lange tijd allemaal weer zonder angst naar buiten kunnen en vooral elkaar eindelijk weer kunnen omarmen. Het blijft een risico. Net als mijn kittens zijn ook wij nog lang niet uit de gevarenzone, dat is wel duidelijk, maar de kans dat we er gezond en wel uit zullen komen wordt gelukkig met de dag groter. Wat de kittens betreft, blijf ik de komende tijd gewoon doorgaan met veel liefde geven en mijn gezond verstand gebruiken. Als jullie dat nou ook blijven doen, voor jezelf en voor anderen, dan gaan we ongetwijfeld allemaal snel een zonnige toekomst tegemoet… 😉

 

Even serieus

Ik vrees dat het een wat andere column wordt vandaag. Beter gezegd, het zijn er twee, een nieuwe en eentje die vorige week al gepubliceerd is in de Vlaardingen24-krant. Dat komt omdat ik het altijd zo veel mogelijk probeer te vermijden om het in mijn maandschrijfsels te hebben over de ‘grote wereldproblemen’. Veel liever neuzel ik een beetje over de koetjes en kalfjes van mijn dagelijks leven op dit mooie Griekse schiereiland. Maar hoe reëel is het om te neuzelen als de wereld om je heen op haar grondvesten staat te trillen?  En daarom laat ik de keuze aan uzelf: een wat ‘serieuzere’ column of een hilarisch verslag over een middag aan zee. En wilt u ze allebei lezen… dat mag natuurlijk ook!

EVEN SERIEUS

De uitbraak van het coronavirus houdt de gemoederen flink bezig, mij ook, maar al is het natuurlijk flink lullig als je ermee besmet raakt, zo dodelijk als bijvoorbeeld de zwarte builenpest in de middeleeuwen lijkt het – in ieder geval op dit moment – nog lang niet te zijn. Een paar honderd dodelijke gevallen, oké, laten het er een paar duizend zijn, op een totale wereldbevolking van 7,7 miljard en onze hele wereldeconomie komt krijsend tot stilstand. Allerlei maatregelen worden door alle regeringen ter wereld uit de kast gerukt, ja, ook hier in Griekenland. Er mag nu op gezondheidsproblemen worden gecontroleerd bij o.a. de grenzen, de havens en de treinstations. Carnavalsoptochten en feestelijkheden voor Katherea Deftera (Rosen Montag), die dit weekend zouden plaatsvinden zijn op straffe van flinke boetes en zelfs gevangenisstraf uit voorzorg afgelast, en ook hier zijn de maskers en de handgel totaal uitverkocht. Iedereen is echter zo op dat griepvirus gefocust dat ondertussen een aantal andere, eveneens zeer verontrustende gebeurtenissen, vrijwel ‘onzichtbaar’ hebben kunnen plaatsvinden. Nou ja, behalve dus voor de mensen die er mee te maken hadden en hebben.

Zo zijn er afgelopen week heftige gevechten geweest op de ‘vluchtelingen’-eilanden Lesbos en Chios. Niet met de vluchtelingen zelf. Nee, dit waren gevechten tussen lokale bewoners en bouwploegen gesteund door het leger van de nieuwe regering, die het ondanks de felle protesten vooraf toch nodig vond om de bouw van gesloten detentiecentra door te laten gaan. En dat terwijl ieder normaal denkend mens weet dat vluchtelingen opsluiten in zo’n gesloten kamp de niet aflatende stroom nieuwe vluchtelingen die in het ‘oude’ kamp opgevangen moet worden zeker niet zal indammen. Maar goed, de tijd dat normaal denkende mensen in welke regering dan ook zaten, ligt ergens in de prehistorie volgens mij. En terwijl de Griekse regering dus druk doende was om die lokale vuurhaarden in bedwang te houden, bedacht meneer Erdogan ineens dat het nu de juiste tijd was om de paar miljoen vluchtelingen die in Turkije opgevangen worden te vertellen dat ze niet langer gedwongen worden om daar te blijven omdat de Turks/Griekse grens door hem is opengezet. Hij vergat er alleen bij te vertellen dat de Grieks/Turkse grens niet open is en ook niet zal opengaan. Dus nu staan er sinds gisteren al een paar duizend vluchtelingen – en dat kunnen er vanavond zomaar 18.000 zijn heb ik ergens gelezen – aan de hekken en afrasteringen van Griekenland (de toegangspoort naar Europa) te rukken en te trekken, al vloekend en tierend omdat ze de zoveelste teleurstelling te verwerken krijgen.

Nu staan de betrekkingen tussen Turkije en Griekenland de laatste maanden toch al op scherp vanwege de ongeoorloofde schendingen van het internationale lucht- en zeeruim door Turkije die alles te maken hebben met olie en landbezit. Als belangrijkste geografische toegangspoort wordt Griekenland geacht Turkije buiten Europa te houden, wat tot nu toe bijna 200 jaar is gelukt. Maar nu de hele wereld genoodzaakt is zich bezig te houden met dat geniepige coronavirus, heeft Europa wel andere dingen aan hun hoofd dan de aloude vete tussen de twee landen. En hoe Europa over het vluchtelingenprobleem denkt, weten we inmiddels wel. Mij persoonlijk zou het niets verbazen als er binnenkort een niet te stuiten corona-uitbraak plaatsvindt onder de vluchtelingen in de diverse kampen. Verspreid het virus onder een groep mensen die weinig of geen weerstand hebben door ze en masse naar je buurland te sturen, help ze de grens – te land of ter zee – over te glippen, en je hebt helemaal geen tanks en soldaten nodig om een slachting aan te richten. En, ook niet onverdeeld ongunstig, je bent meteen van het vluchtelingenprobleem af. Een belachelijk en onrealistisch doemscenario? In ieder geval eentje die vooralsnog enkel en alleen uit mijn eigen lugubere schrijversfantasie komt. Het enge is echter dat ik Erdogan er zeker voor aanzie om zoiets waanzinnigs uit te voeren. Een paar mensenlevens meer of minder zal hem worst wezen, dat hebben we al eerder gezien bij de coup van een paar jaar geleden. En dat hij hongert naar macht weten we ook al een tijdje. Gebruikmaken van een dodelijk virus dat de wereld al voor een groot deel heeft lamgelegd, zou hem geen minuut van zijn nachtrust kosten als hij daardoor meer macht kan krijgen, dat weet ik zeker.

Afijn, u begrijpt, het zijn allemaal geen vrolijke gedachten die momenteel in mijn hoofd rondwaren. Een levendige fantasie komt goed van pas als je een boek wilt schrijven, maar in het dagelijks leven kan het een behoorlijke stoorzender zijn. Een beetje neuzelen over minder serieuze dingen vind ik dan een beetje lastig, zoals u merkt. Maar omdat ik ook begrijp dat het juist in sombere tijden heel fijn kan zijn om even iets anders te lezen dan doemscenario’s, zet ik op de home-pagina onder deze column nog een andere. Een verhaal dat ongetwijfeld wel een glimlach teweeg zal brengen. Dat deed het tenminste wel bij de lezers van de Vlaardingen24-krant, en ik vind hem eigenlijk te leuk om hem niet ook hier te plaatsen. Dus krijgt u deze maand zomaar twee columns van mij cadeau!

Ik hoop echt dat de huidige ietwat grimmige toestand in de wereld volgende maand grotendeels achter ons zal liggen. Daar moeten we ook maar gewoon in blijven geloven, anders wordt het leven helemaal zo’n sombere toestand, en dat is niet wat we willen, toch? Daarom beloof ik u nu alvast dat ik op 1 april weer ‘gewoon’ alleen een gezellige neuzelcolumn voor u zal schrijven. Tenzij de toestand in de wereld mij ook dan weer genoodzaakt iets serieuzer te zijn… 😉

♥♥♥♥♥

 

Zomaar een middag aan zee

Ons dorpje telt een handvol horecagelegenheden die zich allemaal aan de ‘boulevard’ bevinden. Eén daarvan is ouzeri To Balkoni, waar je – de naam zegt het al – op het balkon (of binnen) kunt genieten van tsipouro met hapjes, een simpele Griekse maaltijd of een eenvoudige snack. De zaak behoort toe aan Apostolis, die samen met zijn moeder Elefteria in de keuken staat. Nou ja, hij doet de hapjes, zijn moeder kookt de maaltijden; gewoon thuis in haar huisje met tuin, waarna ze het eten dan in grote pannen met haar rammelende ‘agrotiko’ – een klein vrachtautootje – naar de zaak brengt. Dezelfde agrotiko waarmee Apostolis in de zomer soms zijn vakantievierende klanten na een avondje met wat al te veel tsipouro terugbrengt naar Kala Nera – in de laadbak uiteraard.

Apostolis is wat de Engelsen ‘a character’ noemen. Zijn mekkerende schaterlach werkt zo aanstekelijk dat je binnen no-time mee zit te schateren, al heb je meestal geen enkel idee waarom. Hij heeft een zeer eigen mening, die hij graag mag verkondigen, een hekel aan welke Griekse regering dan ook en de manier waarop hij zijn zaak bestiert is nogal onconventioneel. Het kan zomaar voorkomen dat hij halverwege de avond, terwijl het hele balkon bezet is met klanten, ineens op zijn brommertje stapt en wegrijdt. En dan kan het echt weleens een halfuurtje duren voordat hij terugkeert – meestal met een tas vol brood of een pak suiker of gewoon met helemaal niks. Wilde je toevallig net afrekenen, dan zit er weinig anders op dan geduldig te wachten tot hij terug is, want betalen doe je bij hem. Bij To Balkoni is de klant koning, maar Apostolis is de baas, daar komt het eigenlijk op neer.

Afhankelijk van zijn bui vind je het er beregezellig of bar slecht. De hapjes die hij bij de tsipouro serveert behoren echter tot de betere in onze omgeving, en aangezien een ‘tsipouradiko’ onze favoriete maaltijd is, zijn wij er regelmatig te vinden. In de wintermaanden is de zaak gesloten, omdat Apostolis dan in het buitenland zit. Zo ook deze winter, maar vorige week zag ik tot mijn verrassing dat hij al terug was. Dat kwam goed uit, want ik zou die dag gaan lunchen met een Amerikaanse vriendin. Het was prachtig zonnig weer, warm genoeg om niet op het balkon, maar aan een van de twee blauwe tafeltjes aan zee te zitten. We namen het tafeltje waarvan de vier stoelen wel voorzien waren van zittingen en nipten al snel zeer tevreden aan ons tsipourootje. Een paar minuten later zagen we Apostolis’ moeder aan komen schuifelen, een grote tas met een pan eten erin aan haar arm. De pan werd naar de keuken gebracht, en even daarna kwam Elefteria met een kommetje rijstsoep met lam en wat brood weer naar buiten. Ze wilde aan het tafeltje naast ons gaan zitten, maar omdat daar de stoelzittingen ontbraken, schoof ze maar gezellig bij ons aan.

Weer een paar minuten later kwamen er twee Duitse dames aangewandeld, die wat aarzelend bij het tweede tafeltje bleven staan. Nu heeft Apostolis een zwak voor vrouwen, dus die kwam al met de rieten zittingen aangerend. De dames wilden koffie, en als het kon graag cappuccino. Dat kon, maar het zou even duren voordat het klaar was, zei Apostolis, zeker wel een minuut of tien. Dat vonden de dames helemaal niet erg, daar aan hun tafeltje in het zonnetje, maar ze keken toch wel heel verbaasd toen Apostolis meteen daarna in zijn auto stapte en wegreed. ‘Hij gaat melk halen bij de supermarkt,’ vertrouwde Elefteria ons toe. ‘Voor de cappuccino.’ Het leverde een giechelbui op bij de dames, al werden we allemaal nogal afgeleid door de komst van een viertal stoere Griekse mannen op grote motoren die ze aan de kade naast ons parkeerden. Al kletsend liepen ze het Balkon op – waar nog een paar Engelsen aan de tsipouro zaten – en hoorden daar dat de baas even weg was, maar zo terug zou komen.

De heren waren echter niet voor een kleintje vervaard. Blijkbaar hadden ze hun zinnen gezet op een plekje aan zee, want even later zagen we ze met een tafel en vier stoelen van het balkon af komen en die naast de Duitse dames neerzetten. Vervolgens doken ze de zaak weer in, en tot ieders hilariteit kwamen ze een paar minuten later met een tafelkleedje onder hun arm en een dienblad met water, glazen en een mandje brood weer tevoorschijn. Tegen de tijd dat iedereen zat, kwam Apostolis aanrijden, de achterklep van zijn auto wijd open. Hij sprong eruit, stak zijn duim op naar de Griekse motorrijders en verdween in de keuken om eindelijk de beloofde cappuccino te gaan maken.

Of die smaakte, heb ik niet meegekregen. Zo terugblikkend waren de Duitse dames eigenlijk al vrij snel verdwenen. De Griekse mannen niet. Die bleven heerlijk relaxt met een biertje aan hun tafel in de zon zitten, net als vriendin en ik. We hebben heerlijk gegeten van onze hapjes, en de rijstsoep met lamsvlees van Elefteria smaakte ook prima. Bordjes kwamen er dit keer bij onze lunch in het geheel niet aan te pas. De kom met soep had twee lepels en het broodmandje bevatte genoeg vorkjes om de verschillende hapjes te kunnen prikken. Daar kom je echt een heel eind mee aan zo’n tafeltje in de Griekse zon, al weet ik best dat niet iedereen een op die manier geserveerde maaltijd zal kunnen waarderen. Dat mag, er zijn genoeg andere gelegenheden waar het er heel anders aan toe gaat. Maar of je daar dan net zoveel plezier hebt als bij To Balkoni… Dat betwijfel ik 😉

Yiasou uit Pilion!

Wilma Hollander