Blij eitje

Ik ben met hart en ziel een voorjaarskind. Als baby werd ik al op slag een blij eitje als ik tussen de bloemetjes werd gezet. En ook nu nog doen de heldere kleuren van de bloemenpracht die na de wintermaanden uit de aarde schiet, me op slag alle narigheid van die donkere maanden vergeten. Op de een of andere manier voelt pijn nu eenmaal altijd erger als het zonnetje niet schijnt en de regen met bakken uit de hemel valt. Van dat laatste hebben we hier in Pilion de afgelopen weken aardig wat gekregen. Niet leuk, maar wel noodzakelijk, want het is een van de redenen dat ons schiereiland ook in de hete zomermaanden nog heerlijk groen is. Alleen mag die regenval van mij nu wel weer ophouden, of wat meer in de nachtelijke uren vallen, want ik heb echt dringend behoefte aan veel zon en warmte op mijn botten.

Behalve dat gebrek aan zon gaat het trouwens best goed met die botten van mij. De intensieve behandeling met acupunctuur en elektrotherapie door de neuroloog die mij op het laatste nippertje voor een ‘noodzakelijke’ rugoperatie wist te behoeden heeft prima geholpen. Van niet meer kunnen lopen, zitten, staan ben ik in nog geen maand tijd naar vrijwel pijnloos bewegen gegaan, een fantastisch resultaat voor iemand die al vijftien jaar loopt te tobben met kleine en grote rugklachten. Die onderrug van mij zal altijd een zwakke plek blijven, dat verandert niet. Ook niet door een operatie, want als daardoor de ene klacht verdwijnt, komt er heel snel een andere klacht voor in de plaats, zegt deze neuroloog. Zo werkt dat blijkbaar met de stenose, artrose en andere -oses die ik in mijn leven heb opgebouwd. Maar hij heeft wel zoveel vertrouwen in het blijvende resultaat van zijn behandeling dat ik, als het zo blijft, zeker tot half augustus mag wegblijven. Verheugend nieuws dus, en reden genoeg om alsnog onze uitgestelde ‘knuffelreis’ naar Nederland te gaan maken. Kleine Saar is inmiddels twee maanden oud, en hoe leuk het ook is om haar op foto’s en video’s te zien, er gaat natuurlijk niets boven het ‘live’ knuffelen.

Het schiet al flink op, want we hopen op 7 april in Nederland arriveren, net na de Pasen die bij jullie op 5 april valt. In Griekenland valt het dit jaar op 12 april, maar dat missen we dus ook, omdat we dan in Nederland zijn. Wat betekent dat wij dit jaar geen Pasen zullen vieren. Nu hebben wij niet zo heel veel met Pasen, maar het feit dat je zo’n wereldwijd gevierd feest kunt ‘missen’ omdat je toevallig net niet in het goede land bent op de juiste datum, vind ik toch wel een beetje bijzonder. Het is eigenlijk net zoiets als met oud en nieuw, wanneer wij ons al een uur in het nieuwe jaar bevinden terwijl onze zoon nog steeds in het oude rondloopt. En wij hebben slechts één uur tijdsverschil, maar stel nou eens dat je bijvoorbeeld een kind hebt dat in Australië woont en een ander kind in Amerika, terwijl je bejaarde ouders in Nederland nog leven en jijzelf in Griekenland woont, dan wordt het op die laatste dag van het jaar allemaal wel heel verwarrend, als je ze allemaal op het juiste tijdstip wilt bellen om Gelukkig Nieuwjaar te wensen, toch?

Ik moet hieraan denken omdat we afgelopen weekend de klok weer een uur vooruit hebben gezet. Vijf dagen heeft je lijf nodig voordat het helemaal gewend is aan de nieuwe tijd, las ik zojuist. Dat zou betekenen dat wij dus net ‘op ritme’ zijn wanneer we in Nederland aankomen. Maar eenmaal geland op Schiphol, moeten wij ons horloge een uur terugzetten omdat er een uur tijdsverschil zit tussen Griekenland en Nederland. En hopla, dan zitten wij dus gewoon weer op Griekse wintertijd en hebben we die vijf dagen wennen aan de zomertijd eigenlijk voor niks gedaan. Kortom, het begrip ‘tijd’ is behoorlijk relatief en zeer afhankelijk van waar je je op een bepaald moment bevindt. Iets waarvan ik me in mijn jonge jaren als KLM-stewardess al heel erg bewust was, want vier jaar lang was het ‘klok vooruit of klok terug’ voor mij een bijna dagelijks onderdeel van mijn leven.

Het ‘toppunt’ van tijdsverwarring was destijds toch wel de vliegreis van Amsterdam naar Tokyo die via Anchorage in Alaska ging en vice versa. Als we vanuit Amsterdam in Anchorage aankwamen, was het daar tien uur vroeger dan in Nederland. Het vliegtuig vloog na een kort oponthoud door, maar wij als bemanning mochten een paar dagen in Anchorage blijven. Na een paar dagen vlogen we dan met het volgende vliegtuig het traject Anchorage – Tokyo, en daar was het maar liefst zeventien uur later dan in Anchorage. In Tokyo verbleven we twee nachtjes, waarna we terugvlogen naar Anchorage en daarmee weer zeventien uur teruggingen in de tijd, om vervolgens na een paar dagen vanuit Anchorage naar Amsterdam te vliegen, wat weer een tijdsverschil opleverde van tien uur later. Door die absurd grote tijdsverschillen en het binnen één week heen- en terugvliegen beleefde je dezelfde dag soms twee keer of sloeg je er eentje helemaal over. Ja, echt, zo grillig is dus het begrip ‘tijd’.

En als we het dan toch over ‘tijd’ hebben… Deze maand hoop ik zeventig te worden, en jeetje, dat vind ik toch echt wel een dingetje, hoor! Natuurlijk ken ik alle clichés, dus ja, ik weet dat je zo oud bent als je je voelt, dat zeventig nog hartstikke jong is en dat ik hopelijk nog heel veel mooie jaren voor de boeg heb. Maar hoe jong je je ook voelt, feit is dat zeventig jaar op deze wereld rondlopen best lang is. De jaren zestig waarin ik een jong meisje was, zijn voor de jongeren van nu gewoon net zo ver verwijderd als de jaren van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) voor mij destijds als veertienjarige waren! Dat is toch onvoorstelbaar?

Zeventig jaar is dus niet niks. En dat ik die kroonverjaardag eigenlijk geheel onverwachts ook nog eens ga vieren in Nederland, samen met man, zoon, schoondochter en de twee kleinkinderen… Ja, dat is toch wel een heel leuk vooruitzicht! Kortom, ik ben een en blijf een ‘blij ei’, ook op mijn zeventigste… 😉

♥♥♥

Pilion door de eeuwen heen

Ons schiereiland kent een lange geschiedenis. Zo kun je in het Archeologisch Museum in Volos opgegraven potten en pannen bekijken die uit het Neolithische tijdperk stammen. Dan praten we over zo’n 12.000 jaar voor Christus! Toen liepen er hier dus al mensen rond! In de 7e eeuw voor Christus kregen die eerste bewoners volgens de overleveringen gezelschap van de Olympische goden, die hier hun vakantie doorbrachten. En de wijze centaur Chiron, een beroemde figuur uit de Griekse mythologie, had hier zijn perfecte woonstek gevonden: een grot die zich in de nabijheid van het kalderimi-pad van Kala Nera naar Milies bevindt en nog steeds te bezoeken is.

In de Byzantijnse tijd, vanaf ca. 330 na Christus tot het jaar 1453, werd het pas echt ‘druk’ in Pilion. Dat kwam door de vele kloosters die in de bergen werden gesticht en als centra voor religie en cultuur fungeerden. Rondom die kloosters ontstonden al snel nederzettingen, die ook tijdens het erop volgende Ottomaanse tijdperk (1453–1832) hun florerend bestaan door handel en landbouw konden voortzetten. Dankzij de afgelegen en vaak moeilijk bereikbare ligging van de dorpen hadden de inwoners van Pilion ondanks de Turkse bezetting namelijk toch een zekere mate van vrijheid en rijkdom. En dat leidde weer tot bijvoorbeeld de bouw van de karakteristieke 17e- en 18e-eeuwse herenhuizen en klinkerstraatjes die tot op de dag van vandaag in bergdorpen als Makrinitsa en Visitza te bewonderen zijn.

In de jaren na de Ottomaanse bezetting breidde de handel zich nog verder uit, maar nu kwam ook de industrie op. Volos ontwikkelde zich snel tot een van de belangrijkste industriële centra van Griekenland, dankzij de strategische havenligging en de komst van vluchtelingen uit het noorden. De stad kende een bloeiende textiel-, tabak- en baksteenindustrie, met iconische locaties als de Tsalapata-fabriek (nu een museum) en de Papastratos-tabakopslagplaatsen aan de haven (nu deel van het beroemde Universiteitsgebouw). De instroom van vluchtelingen uit Klein-Azië in de jaren 1920, met name in Nea Ionia, zorgde voor een enorme bevolkingsgroei en goedkope arbeidskrachten, wat de industrie verder stimuleerde. Maar naarmate de oude ambachtelijke industrieën verdrongen werden door nieuwe technologische uitvindingen verschoof de economie vanaf de jaren tachtig steeds meer naar diensten, toerisme en handel.

Het dagelijks leven op het schiereiland Pilion veranderde snel. Jongeren trokken weg uit de dorpen omdat er geen werk meer was, en wie achterbleef probeerde een bestaan op te bouwen in het toerisme. En hoewel Pilion een uitzonderlijk mooie natuur heeft, brengt diezelfde natuur ook veel problemen met zich mee. Bosbranden, aardbevingen en overstromingen zijn geen uitzonderingen, iets waar wij in de twintig jaar dat wij hier wonen over mee kunnen praten. Niet dat alles hier kommer en kwel is, hoor! In die twintig jaar hebben we immers ook heel veel leuke, gezellige en bijzondere dingen meegemaakt. Maar als wij in zo’n relatief korte tijd al zoveel verhalen te vertellen hebben, wat zouden dan bijvoorbeeld de kasseien van de kalderimi’s, de eeuwenoude ezelspaden die overal in Pilion te vinden zijn, ons wel niet te vertellen hebben als ze konden praten?

Helaas kunnen kasseien niet praten, dus we moeten het doen met de verhalen die door de jaren heen bewaard zijn gebleven. Zoals het verhaal over het treinstationnetje in Lafkos dat noodgedwongen tot bakkerij werd, omdat de bouw van de spoorweg die oorspronkelijk tot Lafkos door zou lopen voortijdig in Milies eindigde. Of het verhaal van het Huis met de Vloek in Ano Lechonia, waar de drie jonge kinderen van de rijke familie die het liet bouwen stierven door het drinken van melk uit een kan waarin een gekko was gevallen. Het huis ook waar in de oorlogsjaren een hoge Gestapo-commandant vermoord werd door een partizaan uit het bergdorp Dakria, waarop een massa-executie volgde omdat de inwoners niet wilden verraden wie van hen de moord had gepleegd.

Als je goed om je heen kijkt, zie je in heel Pilion herinneringen aan het verleden. Een groot gedenkteken zoals in Dakria, of een echte byzantijnse steen in de muur van een huis in Argalasti, een eeuwenoude waterbron in het bos of ‘gewoon’ een eikonostasio, de kleine, op kerkjes lijkende kapelletjes die je overal in de bermen van Griekse wegen ziet. Al die vele, soms opvallende maar even zo vaak onopvallende tastbare herinneringen vertellen allemaal een uniek verhaal, over vroeger, over vergeten gebeurtenissen, over mensen die hier ooit geleefd hebben… of hier omgekomen zijn. Zoals de vier jonge straaljagerpiloten die op 14 oktober 2004 in Pilion om het leven kwamen.

Naast het civiele vliegveld van Neo Anchialos bij Volos ligt namelijk een militair vliegveld. Het is de thuisbasis van een groot deel van de Griekse F-16-vloot, en vanaf Neo Anchialos vinden dan ook het hele jaar door veel oefenvluchten plaats, waarbij er regelmatig een straaljager door de geluidsbarrière gaat. Op die bewuste oktoberdag in 2004 was de knal die in heel Pilion werd gehoord echter niet te wijten aan de geluidsbarrière. Twee F-16’s vlogen in formatie na een oefening op de Egeïsche zee terug naar het vliegveld van Neo Anchialos, iets wat ze ongetwijfeld al vele malen eerder hadden gedaan. Het weer die dag was erg slecht, er was veel bewolking en de hoger gelegen gebieden van Pilion waren in dikke mist gehuld. Hoe het mogelijk was, is nooit duidelijk geworden, maar op de een of andere manier zijn beide vliegtuigen negenentwintig graden van hun aanvliegroute afgeweken, en daardoor recht op de 1624 m hoge Pilionberg, vlak bij Chania, af gevlogen.

Waarschijnlijk hebben de piloten op het laatste moment geprobeerd om de berg te ontwijken, waardoor ze met elkaar in botsing kwamen en zijn neergestort. De lichamen van de bij het ongeluk omgekomen piloten en de wrakstukken van de straaljagers kwamen terecht in moeilijk toegankelijke berggebied, maar konden na een uitgebreide zoektocht uiteindelijk wel geborgen worden. Niet ver van Chania staat nu een kapelletje met de namen van de piloten erop. Het is de plek waar het ongeluk officieel herdacht wordt, maar niet de plek waar de vliegtuigen zijn neergestort. Daar is ook wel een klein gedenkteken opgericht, maar omdat het gebied zo ontoegankelijk is, is het bijna niet te vinden en komt er zelden iemand.

Daarom vond ik de onderstaande video over het ongeluk best bijzonder. Hij is gemaakt door drie jonge mannen uit Kala Nera, die op zoek zijn gegaan naar de echte plek van het ongeluk. De video is weliswaar in het Grieks, maar via de instellingen kun je ondertiteling inschakelen en automatisch naar het Nederlands laten vertalen. En hoewel niet alles even correct en duidelijk wordt vertaald, vond ik het zelf wel goed te volgen, dus vandaar dat ik de video hier met jullie deel.

Het verhaal van het straaljagersongeluk is slechts een van de vele verhalen die de Pilion te vertellen heeft. Bijzondere, mooie, leuke, en tragische verhalen door de eeuwen heen. En zolang die verhalen verteld worden – door de dorpelingen, door mij in mijn columns, door een video op het internet – blijft de herinnering aan het lange en woelige verleden van ons mooie schiereiland voor altijd en voor iedereen springlevend…😉

♥♥♥

Een rustige maand

Oké, geen AI-geschreven-column meer in de toekomst, ik beloof het! Vreselijk, hè, dat levenloze gewauwel? Gelukkig ben ik inmiddels weer aardig opgeknapt van mijn bijna-longontsteking, al heb ik er wel een flinke klap van gehad. Zowel de pilateslessen als de koorrepetities moest ik noodgedwongen wekenlang afzeggen en hoewel ik met de eerste snel weer hoop te starten, heb ik besloten om voorlopig met het koor te stoppen. In ieder geval tot het voorjaar. Mijn longen zijn nu eenmaal erg vatbaar voor rondzwervende bacillen en als je in de winter met zo’n dertig tot veertig mensen in een afgesloten ruimte uit volle borst aan het zingen bent, is de kans op een nieuwe besmetting best groot. En hoe leuk ik die wekelijkse repetitie ook vind, ik wil toch liever gezond blijven.

Een goede gezondheid is momenteel namelijk extra belangrijk voor me, omdat manlief en ik in februari opnieuw een reis naar Nederland hopen te maken. Uiteraard om onze inmiddels bijna tweejarige kleinzoon Kai uitgebreid te kunnen knuffelen, maar ook om onze toekomstige kleindochter te gaan bewonderen. Ja, u leest het goed. Ons tweede kleinkind is in aantocht! Wie had dat gedacht? Half januari wordt ze verwacht, en niet alleen wij kijken er vol spanning naar uit. Ook grote broer Kai kan niet wachten om zijn zusje te knuffelen. ‘Baby in mama’s buik’ krijgt regelmatig kusjes en aaitjes van hem, en ook de schattige nieuwe kinderkamer heeft hij ons via facetime al uitgebreid laten zien. U begrijpt nu dus nog beter waarom ik de komende maanden liever geen verkoudheidjes of erger op wil lopen, want als het even kan wil ik straks wel als een topfitte, gezonde oma naar Nederland afreizen.

In het kader van ‘vlotte, moderne oma op reis’ leek mij een drastische kapselmetamorfose dan ook een prima idee. Ik zie tegenwoordig zoveel leuke, witgrijze 60-plus kapsels voorbijkomen, en eerlijk is eerlijk, die saaie halflange blonde haardos van mij was echt wel heel erg aan een flinke opknapbeurt toe. Dus begaf ik mij, gewapend met een paar voorbeeldjes van ‘moderne-oudere-dameskapsels’ naar mijn kapper in Volos. Ik kom daar al ruim vijf jaar, en hoewel eerlijkheid me gebiedt te zeggen dat ik er niet altijd even tevreden ben weggegaan, is het wel een van de betere kappers die ik tot nu toe hier heb gevonden. Ik had er dus echt zin in. Net als de kapper, die mij verzekerde dat de metamorfose me fantastisch zou staan.

‘Oeps. Ik, eh… Ik dacht dat de kleur veel witter zou zijn,’ mompelde ik een beetje verbouwereerd toen ik mezelf aan het eind van de behandeling in de spiegel bekeek. In plaats van het prachtige wit dat ik verwachtte, had mijn haar een onbestemde grauwgrijze kleur met zwarte vlekken gekregen! Over de vreemde lange lok die aan één kant over mijn hoofd lag geplakt, wilde ik het nog niet meteen hebben, en ook de korte plukjes aan de andere kant waren voor mijn gevoel een beetje ‘happerig’ geknipt in plaats van vloeiend. Maar oké, dat zou wel modern zijn en kappers stijlen mijn haar nu eenmaal altijd anders dan ik zelf zou doen. Dat kwam vast wel weer in orde als ik thuis was, maar dat vieze grijs… ‘Geen zorgen,’ zei de kapper opgewekt, ‘met twee of drie wasbeurten is dat zwart eruit en heeft het de perfecte kleur grijs. Geloof me maar! Je moet gewoon even wennen, dat is logisch, maar het staat je echt fantastisch!’

Of hij glashard loog of het eenvoudigweg zelf geloofde omdat hij nu eenmaal van een heel andere generatie is dan ik, weet ik niet. Voor mij voelde het in ieder geval niet goed, en dat gevoel werd in de dagen erna ook na het veelvuldig wassen helaas steeds groter. De kleur bleef namelijk een viezig grijs en stond me absoluut niet, en het rare model bleef raar, ook als ik het zelf föhnde. Dus na drie dagen met afschuw in de spiegel te hebben gekeken ben ik op een holletje naar de kapster in ons eigen dorpje gerend in de hoop dat zij er nog iets aan kon doen. Die trok letterlijk wit weg bij het zien van mijn ‘moderne 60-plus’-kapsel, zeker toen de twee aanwezige klanten geschokt uitriepen: ‘O jee, heb jij dat zo gedaan?’ Ja, echt, zo erg was het!

Gelukkig wist zij er toch nog wat leuks van te maken. Naar het gewenste wit kleuren bleek echter onmogelijk te zijn en ik ben dus weer gewoon blond. Uiteraard heb ik nog steeds een kort koppie, zij het in een heel wat beter geknipt model. Al met al best een verandering en het zal ook nog wel even duren voor ik er zelf aan gewend ben, maar aan de – nu gelukkig  positieve – reacties te horen staat dit me wél heel leuk. Eind goed al goed dus, en al doende leert men. Want één ding weet ik zeker: hoe mooi ik dat witgrijze haar bij anderen ook vind staan, ik houd het zelf de eerstkomende tien jaar maar gewoon bij blond. En de dorpskapster… ja, die heeft er vanaf nu een nieuwe klant bij!

Afijn, verder verliep de afgelopen novembermaand eigenlijk wel rustig. Nou ja, op de geknapte waterleiding na dan. Dat was wel even schrikken toen we ’s ochtends na het opstaan ontdekten dat de badkamer en de keuken blank stonden. Het water klotste letterlijk om onze enkels, en we hebben echt geluk gehad dat de vloer in ons huis behoorlijk scheef loopt, anders waren de hal en de woonkamer ook ondergelopen. Nu was de wateroverlast nog enigszins beperkt gebleven, en hoewel het meteen visioenen opriep aan de grote overstromingsellende van twee jaar geleden, ontbrak dit keer goddank die vreselijke, stinkende modderlaag van destijds. Koel, helder water was het, en na een paar uur flink scheppen, dweilen en droogblazen was alles weer verholpen. Ook de kapotte leiding, die door manlief vakkundig vervangen werd. Dit keer hoefden we dus niet halsoverkop te evacueren.

Ach ja, een écht rustig leven zal het voor ons wel nooit worden. Maar een afwisselend leven… ja, hoor, absoluut! 🙂

 

Herfst in Pilion

Ik had u vandaag graag weer een mooie column over mijn herfstbelevenissen hier in Pilion voorgeschoteld, maar helaas. Ik heb de afgelopen weken vrijwel niets meegemaakt, omdat ik al enige tijd uit de roulatie ben door een fikse verkoudheid. Op zich niet zo heel erg, maar toen ik na tien dagen hoesten en proesten naar adem happend wakker werd en een grote gelijkenis vertoonde met een vis op het droge, leek het me verstandig om toch maar een arts te bezoeken. Antibiotica, inhalers en hoestsiroop met codeïne heb ik gekregen om een en ander niet tot een longontsteking te laten komen. Twee dagen verder ben ik nu en ja, er zit al wel een beetje vooruitgang in, maar diep ademhalen zonder in een ratelende hoestbui uit te barsten is er nog niet bij. Ik moet dus nog even geduld hebben, gewoon rustig aan doen, netjes op tijd mijn pilletjes innemen en het kuurtje helemaal afmaken. Alleen… er ‘moet’ vandaag wel een column geschreven worden! En dat is nogal lastig als je niets anders hebt meegemaakt dan snotteren en bankhangen.

Toen ik zojuist mijn lege Worddocument opende, kreeg ik echter zoals altijd de vraag: ‘Wat wilt u samenstellen in Copilot?’ Een vraag van iets in mijn Word-programma waar ik nooit om gevraagd heb en er derhalve ook nooit iets mee doe. Dat hele AI-gebeuren vind ik namelijk maar niks. Ik weet maar al te goed dat mijn boeken – en die van heel veel medeauteurs – zonder toestemming en copyright compensatie zijn gebruikt om het AI-geheugen te ‘voeden’. Met hulp van AI en een beetje moeite kan iedereen in no-time een leuke feelgood roman schrijven, bijvoorbeeld ‘in de stijl van Wilma Hollander’. Als je dan weet dat ik bijna een jaar over één roman heb gedaan, er vrijwel dagelijks mee bezig ben geweest en er heel veel werk en liefde in heb gestoken, dan is het natuurlijk wel heel wrang dat een ander daar via AI de vruchten van plukt en er centjes voor opstrijkt zonder dat de oorspronkelijke auteur – ik dus in dit voorbeeld – daarvoor gecompenseerd wordt. Daarom heb ik die Copilot tot nu toe compleet genegeerd en altijd netjes zelf mijn schrijfsels bedacht en geschreven. Omdat ik het zelf gewoon beter kan, anders zou er niet van mij gestolen zijn, nietwaar?

Maar goed, omdat ik vandaag dus echt geen idee had waarover ik moest schrijven, dacht ik in een opwelling: ‘Ach, waarom ook niet? Ik kan wel wat hulp gebruiken nu.’ En ik tikte het volgende in: schrijf een column over leven en verkouden zijn in Pilion in oktober. En wow, binnen drie seconden stond het volgende op mijn scherm:

‘Oktober in Pilion heeft iets magisch. Het is alsof de tijd er even vertraagt, net als de zon die met lange, gouden stralen de glooiende bossen en verlaten stranden kust. Je voelt het aan alles: de zomerdrukte is verdwenen, de natuur ademt opgelucht uit, en er hangt een aangename rust over de dorpen die zich als witte stipjes tegen de groene heuvels nestelen. De dagen beginnen fris. Een trui is wel nodig, want in de vroege ochtend hangt er vaak een nevel boven de olijfgaarden. Maar zodra de eerste zonnestralen doorbreken, kun je alweer zonder jas naar buiten. Je hoort het zachte geritsel van bladeren onder je voeten tijdens een wandeling naar het dorp. De kastanjebomen laten hun vruchten vallen, en op de markt verkoopt de buurman zijn eerste pompoenen van het seizoen. Iedereen groet elkaar, want haast bestaat niet meer zodra september voorbij is.

Leven in Pilion in oktober betekent ook: genieten van de stilte. Op het verlaten strand kun je uren zitten zonder een mens te zien. Alleen het ritmische geluid van de golven, een vissersbootje in de verte, en misschien een brutale kat die op zoek is naar een restje lunch. De zee is nog warm genoeg voor een frisse duik, maar het zijn vooral de lokale bewoners die nu het water trotseren. De toeristen zijn vertrokken, de terrassen zijn half vol, en de gesprekken gaan weer gewoon over het oogsten van olijven, de toestand van de weg naar Volos, en natuurlijk het weer.

Maar oktober in Pilion kent ook zijn eigen plagen. Neem nou die typische verkoudheid die je ineens te pakken kan krijgen. Je denkt dat je veilig bent, zo tussen de glooiende heuvels, met de geur van natte aarde en het zachte ruisen van de zee op de achtergrond. Maar op een ochtend word je wakker met een kriebel in je keel. De zon schijnt wel, hoor, maar je hoofd voelt zwaarder dan een mand vol kastanjes en je neus loopt als de beekjes na de eerste herfstregen. Verkouden zijn in Pilion heeft iets paradoxaals. Aan de ene kant ben je omringd door frisse lucht en rustgevende natuur, aan de andere kant snak je naar een droge zakdoek en een warme kop thee met honing van de buurman. Lokale remedies worden je meteen aangeboden: een stoombad met wilde kruiden, wat extra citroen in je glas water, en als het meezit zelfs een glaasje tsipouro ‘voor de keel’. Je merkt al snel dat klagen hier geen enkele zin heeft – de mensen halen hun schouders op en zeggen: ‘Ach, het hoort erbij in oktober.’ Dus trek je een extra trui aan, nestel je bij het haardvuur met een goed boek, en laat Pilion je langzaam beter maken, op z’n eigen, kalme manier.’

Niet te geloven, hè? Dit had toch zomaar door mij geschreven kunnen zijn? En in heel wat minder tijd dan ik er zelf voor nodig zou hebben gehad. Als ik het gewoon op mijn website had gepubliceerd als ‘mijn oktobercolumn’ en niet had verteld dat dit door de Copilot is geschreven, denk ik niet dat er iemand een wenkbrauw opgetrokken had. Of wel? Zou de trouwe lezer gemerkt hebben dat ik dit niet zelf heb geschreven? Het wordt immers steeds lastiger om ‘nep’ van ‘echt’ te onderscheiden, en dat geldt niet alleen voor foto’s en video’s, maar dus ook voor iets simpels als zo’n ‘zelf geschreven’ Pilion-column van mij.

Ik blijf het een ‘eng’ iets vinden, dat AI, maar eerlijk is eerlijk, dat vond ik van het internet destijds ook. En dat e-books en luisterboeken heel gewoon zouden worden, kon ik me ook niet voorstellen toen mijn eerste gedrukte boek verscheen. Dus wie weet, misschien wen ik aan dat AI-gedoe ook wel eerder dan ik nu denk en schrijf ik mijn columns en mijn boeken in de toekomst gewoon met hulp van AI en die Copilot. Eén ding weet ik wel: het kost heel wat minder denkwerk en het gaat een stuk sneller! Vooral als je verkouden bent en niet weet waarover je moet schrijven… 🙂

 

Hoog in de Zwarte Bergen

Na de bloedhete zomer was de zonnige septembermaand met temperaturen van net onder de dertig een echte verademing, letterlijk! En dat betekende actie, weer in de benen en leuke dingen doen zonder het loodje te leggen van de warmte. Een drukke maand dus! Hoogste prioriteit voor mij was toch wel het starten met pilates, dus zodra de studio in Volos na de vakantie weer openging, stond ik al op de drempel. Iedere dinsdagochtend ben ik er te vinden en probeer ik mijn stijve rug-, bil- en beenspieren met oefeningen op zo’n speciale Reform Pilates-bank weer aan de praat te krijgen. Zo soepel als vroeger zal het allemaal wel niet meer worden, maar iets minder pijn en wat meer bewegingsvrijheid moet kunnen. Daar gaan we voor!

Wat na de vakantie ook weer begon, was de wekelijkse koorrepetitie in Chorto. Het was meteen raak, want de dag na de eerste repetitie ‘moest’ er alweer opgetreden worden. Ditmaal dichtbij gelukkig, in Kala Nera, waar de vroegere ‘oude’ lagere school na een gedegen verbouwing heropend werd. Het is nu een Lykeio, waar middelbare scholieren uit de regio de laatste drie studiejaren kunnen doorbrengen. Een hele vooruitgang, want voorheen was die mogelijkheid er alleen in Volos. En… er zullen ook gratis muzieklessen gegeven gaan worden, onder leiding van onze niet genoeg te prijzen koordirigent Nikos Adraskelas.

Afgelopen zondag hadden we alweer een tweede optreden, in Chorto, als afsluiting van een workshop van middeleeuwse en Renaissance muziek. Dat optreden verliep iets anders dan verwacht, want toen wij voor de tweede keer het toneel weer op moesten, bleek onze dirigent ineens verdwenen te zijn. Na de eerste schrik besloten we toch maar naar voren te marcheren om alvast onze plaats op het toneel in te nemen, in de hoop dat Nikos zich in de tussentijd bij ons zou voegen. Dat gebeurde echter niet, en wat doen je dan als koor? Nou, zingen! Een van de mannen zette al snel een ‘Niko, where are you?’ in, wat we zo’n vijf minuten vierstemmig en tot grote hilariteit van het publiek ten gehore hebben gebracht. En ja, gelukkig kwam hij even later heel hard aangestoven, enigszins buiten adem. Wat bleek? Er was veel meer publiek gekomen dan verwacht, en dus was hij tussen ons eerste en tweede nummer door even heel snel heen en weer naar zijn huis gerend om meer wijn te halen voor het informele samenzijn van deelnemers en publiek na het concert. Kijk, dat is dus ‘onze Nikos’, een man met niet alleen een groot hart voor muziek, maar ook een hart voor alles wat daaromheen speelt.

Hoogtepunt van de maand was echter een tocht naar de Mavro Vouna, oftewel de Zwarte Bergen bij Lake Karla, samen met onze hier vakantie vierende Twentse vrienden, die we al heel lang kennen. We hadden bedacht om langs het meer naar Keramidi te rijden, een bergdorp aan de andere kant van de bergen, dus aan de Egeïsche Zee-kant. Onze eerste stop was echter het dorpje Kerasia, waar we koffie wilden drinken alvorens nog een stukje omhoog te rijden om het oorlogsmonument en kapelletje in Ano Kerasia te bekijken. Naarmate we hoger kwamen verdween de zon en verschenen dreigende regenwolken boven de bergen. In Kerasia was het nog droog, maar helaas was de enige taverne van het dorp dicht, dus koffie zat er niet in. Geen probleem, na het ritje omhoog naar Ano Kerasia, waar we de truien uit de tas trokken omdat het er een stuk kouder was dan beneden, reden we verder naar het dorp Kanalia, dat aan de oever van Lake Karla ligt. Gelukkig was de taverne daar wel open en scheen de zon weer toen we eindelijk op het grote plein neerstreken voor de broodnodige koffiestop.

Even na één uur vertrokken we voor de laatste etappe naar Keramidi, een prachtige tocht dwars door en over de hoge bergen. De weg ernaartoe is weliswaar bochtig, maar breed, goed geasfalteerd en met werkelijk fantastische uitzichten over Lake Karla en de daaromheen liggende weidse vlakte. Na een halfuurtje rijden arriveerden we al in Keramidi, waar volgens Google drie tavernes waren die ook nog eens open zouden zijn. Helaas bleek bij de ingang van het dorp de weg afgesloten vanwege werkzaamheden en konden we niet verder het dorp in rijden via de ‘bovenweg’, die ons net boven het plein met de tavernes zou brengen. In plaats daarvan moesten we de auto net buiten het dorp parkeren en via een slingerende wandelroute naar beneden afdalen om alsnog bij het plein te kunnen komen. Voor onze vrienden geen probleem, maar manlief en ik keken toch wel even heel bedenkelijk naar de smalle, steile kalderimi-straatjes. Gelukkig hadden we wel allebei onze wandelstok bij ons, en vraag me niet hoe, maar het is ons gelukt om heelhuids bij het plein te arriveren.

In tegenstelling tot wat Google beloofd had, bleken de drie tavernes daar echter alle drie gesloten te zijn. Dat was een flinke teleurstelling, vooral omdat we met een lege maag weer dezelfde weg terug omhoog moesten, terug naar de auto, om alsnog een andere lunchplek te vinden. De klim omhoog was nog veel moeilijker dan de afdaling, maar ook dat hebben manlief en ik volbracht, iets waar we met onze krakkemikkige botten en gewrichten stiekem best heel trots op zijn. Eenmaal bij de auto besloten we om niet rond Keramidi te gaan dwalen, op zoek naar al dan niet geopende tavernes in de omgeving, maar gewoon in één ruk terug te rijden naar Kanalia, want daar was de taverne immers wel open. Dat wisten we zeker.

Niet dus! Toen we rond drie uur weer bij het plein in Kanalia arriveerden, bleek ook daar nu alles dicht te zijn. Zelfs geen tosti of een glas limonade was er te krijgen! Het was maar goed dat we die ochtend van huis een aantal flessen water en wat koekjes voor onderweg hadden meegenomen, anders waren die gemiste koffie- en lunchstops echt veel vervelender geweest dan nu. Maar eerlijk is eerlijk, de prachtige route door de bergen met al die indrukwekkende rotsen, de blatende kudde geitjes op de weg en de hoge groene bomen had ik voor geen goud willen missen. Het is het gerammel van onze magen en het gebrek aan cafeïne dubbel en dwars waard geweest, zeker weten!

Uiteindelijk zijn we van Kanalia rechtstreeks teruggereden naar Pilion, waar we op een terras in Agria uitgebreid hebben genoten van een welverdiende maaltijd van superzachte ossobuco in een heerlijke saus. De warme zonnestralen toverden wel duizend diamantjes op de zachtjes kabbelende golfjes van de Pagasitische Golf, een uitzicht waar ik nooit genoeg van krijg. Daarvan mogen genieten na zo’n prachtige dag, in het gezelschap van goede vrienden, is genieten met een hoofdletter! En dat hoop ik echt nog heel vaak te kunnen doen… 😉