Hallo september!

We hebben het weer overleefd, die bloedhete maanden van de Griekse zomer. Het is vandaag de eerste september en dat betekent dat we opgelucht ademhalen. Ten eerste omdat de temperatuur heel wat aangenamer is dan een week geleden en ten tweede omdat de rust in ons kleine dorpje sinds gisteravond is teruggekeerd. Het hoogseizoen is voorbij, de vakantiegangers moeten aan het werk en de kinderen gaan weer naar school. De files op de grote kustweg naar en van Volos zijn opgelost, de stranden zijn niet meer bezet door toeristen en in de tavernes zitten ’s avonds alleen nog de lokale stamgasten. Het leven in Pilion begint gelukkig weer op ‘normaal’ te lijken!

En ja, natuurlijk ben ik blij voor iedereen die van het toerisme afhankelijk is dat het lekker druk was. Zo hoort het nu eenmaal in die paar maanden dat er verdiend kan worden. Maar geef mij die andere tien maanden maar! Ik hou nu eenmaal van iets koelere temperaturen, van lege stranden en rustige dorpjes. Daarom woon ik in het relatief onbekende Pilion, ver weg van de massatoerisme-plekken. September wordt door mij dan ook zeer hartelijk verwelkomd, zelfs al kan het in die maand ook nog behoorlijk fout gaan. Denk maar aan de stormen en overstromingen van twee jaar geleden. Maar angst is geen goede raadgever om vrolijk en vrij door het leven te gaan. Bosbranden, aardbevingen, overstromingen, hitte, muggen en enge beestjes horen nu eenmaal bij het leven hier. Als je daar niet tegen kunt, is het niet zo’n goed idee om hier te gaan wonen.

Ondanks alle ‘ontberingen’ vind ik het nog steeds heerlijk om hier te mogen en kunnen leven. Hoewel dat laatste vanwege de hitte in de afgelopen weken toch wel een beetje heeft stilgestaan. Dat kwam natuurlijk ook omdat mijn rug nog heel kwetsbaar is. Een klein heuveltje op lopen leverde twee dagen extra pijn op, en als het dan buiten ook nog eens zo bloedheet is dat je doornat van het zweet thuiskomt, dan is de lol van ‘bewegen’ er gauw af. Bij mij in ieder geval wel. Ook daarom ben ik blij dat het september is. De pilates-studio in Volos waar ik in juli een proefles deed, gaat deze week weer open, dus zodra ik groen licht krijg van mijn manueel therapeut Ioannis hoop ik te kunnen starten met een wekelijkse les. Daar kijk ik echt naar uit, want ik ben die stomme rugproblemen zo langzamerhand flink zat.

Om mezelf een beetje op te peppen – letterlijk en figuurlijk – heb ik in de afgelopen weken al twee keer zeer relaxed op de behandeltafel van een heuse Beauty Clinic gelegen. Dat is iets wat ik eigenlijk heel zelden doe. Ten eerste omdat ik van nature al geen tutteltype ben. Bovendien word ik nogal snel ongedurig, en zo’n uitgebreide reinigende gezichtsbehandeling duurt toch al gauw twee of drie uur. Ik vind het noodzakelijke, bij mij bijna maandelijks terugkerende halfuurtje ‘gezichtsonderhoud’ al een gedoe, een afspraak die ik meestal ergens tussen andere noodzakelijke dokters- of winkelbezoeken aan Volos in frommel. Dan gaat het immers in één moeite door en hoef ik er geen extra tijd voor vrij te maken. Maar in augustus ligt alles stil, veel dokterspraktijken en winkels zijn gesloten vanwege de vakantie, en ook mijn reguliere schoonheidsspecialiste was dicht. In de zomer groeit alles dubbel zo snel, echt waar. Je nagels, je haren en ja, ook die op je kin. Er viel niet meer tegenop te epileren, dus ik moest uiteindelijk echt naar een andere salon voor een wax-behandeling, wat best een dingetje is omdat mijn gezichtshuid erg gevoelig is en snel irriteert. Dan verander je niet zo snel van schoonheidsspecialiste, maar ja, nood breekt wetten!

Mijn keus viel uiteindelijk op een beauty clinic die volgens de website gespecialiseerd was in huidproblemen- en verzorging, dat leek me gezien die gevoeligheid wel belangrijk. En ik heb er geen spijt van gekregen. Integendeel. Toen ik er wat aarzelend binnenstapte om een afspraak te maken, werd ik dusdanig professioneel van advies voorzien, dat ik mij een paar dagen later vol vertrouwen aan de deskundige handen van Evangelina toevertrouwde. Ik kreeg van haar een uitgebreide gezichtsbehandeling inclusief ’threading’, een superfijn alternatief voor het meer algemene waxen dat bij mij zo vaak huiduitslag oplevert. We waren allebei zo enthousiast over die eerste behandeling, dat zij zich inmiddels tot taak heeft gesteld mijn droge, doffe en rimpelige huid weer te laten ‘shinen’ en zo glad mogelijk te krijgen – en dat zonder laser, botox of andere kunstmatige ingrepen.

Ze hoefde niet lang te praten om mij over te halen. Twee keer ben ik nu geweest, en het voelt heel luxe aan om zo verwend te worden met diverse massages, maskertjes en allerlei heerlijk ruikende crèmes op mijn gezicht en hals. De eerste resultaten beginnen zelfs al een klein beetje zichtbaar te worden, dus over drie weken heb ik weer een afspraak. Het klinkt misschien raar, maar ik voel me een beetje alsof ik van de lokale supermarkt in een delicatessenwinkel terecht ben gekomen. Dat de prijzen desondanks eerder die van een ‘supermarkt’ zijn dan van een speciaalzaak is natuurlijk ook mooi meegenomen! En die rimpels… ach, helemaal verdwijnen zullen ze niet, maar dat hoeft van mij ook niet. Een wat minder vermoeide uitstraling na een jaar vol pijn vind ik al een heel mooi resultaat. Volgens Evangelina behoort dat absoluut tot de mogelijkheden, dus daar gaan we voor. Als de pilates-lessen en Ioannis’ behandelingen nu ook die laatste rug- en bekkenpijntjes nog laten verdwijnen, dan ben ik over een paar maanden weer zo goed als nieuw. En dat zou toch wel heel fijn zijn.

Al met al zijn juli en augustus toch nog wel snel voorbijgegaan, gelukkig zonder branden en zonder al te veel drama. Het was voor ons gewoon een doorsnee hete Griekse zomer, waarin weinig gebeurde. Deze column is dan ook niet echt spectaculair te noemen, maar ach, dat zomergeneuzel over ditjes en datjes bent u na al die jaren vast wel gewend van mij. En eerlijk is eerlijk, ons leven hier heeft mij blijkbaar zoveel rimpels opgeleverd, dat het ook weleens fijn is om die in alle rust door deskundige handen glad te kunnen laten strijken…

♥♥♥

Hittestress

Zoals elk jaar rond deze tijd begint de langdurige extreme hitte van de Griekse zomer ons danig de keel uit te hangen. Ik heb het over die beruchte bloedwarme dagen waarin je maar tot een uur of halftwaalf ’s ochtends nog enigszins buitenshuis ‘actief’ kunt zijn, om daarna snel naar de airco binnen te vluchten. Alleen vroegopstaanders (en daar behoor ik helaas niet toe) genieten van de zee, want naarmate de zon hoger komt, stijgt ook de temperatuur van het water. En een lauwwarme zee voelt niet echt lekker aan, dat kan ik u verzekeren.

De vakantiegangers, veelal komende uit landen waar regen vaker voorkomt dan zonneschijn, vinden het allemaal heerlijk. Begrijpelijk en ik gun het ze van harte. Ook al omdat dit de maanden zijn waarin de in het toerisme werkende bevolking het geld moet verdienen. Maar als je hier het hele jaar woont en niet afhankelijk bent van dat toerisme, dan is zo’n zomer met temperaturen van boven de 35° ieder jaar weer een reden om je af te vragen waarom je in vredesnaam naar Griekenland wilde verkassen. Gelukkig weten we dat het tijdelijk is. Die andere tien maanden van het jaar maken dit jaarlijks terugkerende zomerse ‘afzien’ helemaal goed, dat moge duidelijk zijn. En is het eenmaal augustus geworden, dan is het slechts een kwestie van nog even volhouden. September met heel wat aangenamere temperaturen is in aantocht!

Ondanks de hitte ben ik toch nog redelijk actief geweest in de afgelopen maand. Het geplande Nikos Kypourgos-concert van 12 juli in Chorto bracht uiteraard de nodige voorbereidingen en koorrepetities met zich mee. De grote generale repetitie met alle deelnemers aan het concert vond plaats in de Muziekschool van Volos, en dat op zich was al een mooie ervaring. Ik was nog nooit in de school geweest, dus de mooie levensgrote muurschilderingen in de gangen waren echt een verrassing. In de grote theaterzaal was alles voorhanden om het hele concert van begin tot eind door te nemen en omdat ons koor maar een klein aandeel daarin had, konden we als toeschouwers in alle rust – en koelte dankzij de airco – genieten van wat het koor en orkest van de Muziekschool (de hoofduitvoerenden van het concert) ten gehore brachten.

Het concert zelf vond de volgende avond plaats in het kleine, intieme openluchttheater van Chorto. Dat ligt midden in het groen, en alleen dat maakt het al ‘magisch’ wanneer de zon langzaam ondergaat, de krekels langzaam verstommen en de schijnwerpers zich richten op het toneel. Voor ons, de deelnemers, bestond de avond voornamelijk uit wachten tot we op moesten. Dat kon op een overkapte plek in de tuin, een tiental meters achter het theater, waar plastic stoeltjes, water en broodjes voor ons klaar waren gezet. Keurig geregeld dus.

Tegen de tijd dat wij het toneel op moesten, was het donker, wat het nogal lastig maakte om met zijn allen zo zachtjes mogelijk over gras en hobbelige stenen paadjes richting het toneel te schuifelen. Eenmaal daar moesten we ons op de een of andere manier achter het orkest en het kinderkoor op de drie etages hoge loopplanken frommelen, maar gelukkig viel niemand eraf. En toen we eenmaal stonden, hebben we natuurlijk heel erg ons best gedaan op ons aandeel in wat voor de toeschouwers een hele mooie muzikale avond is geweest. En daar doe je het allemaal voor, toch?

Vermoeiend was het wel, dus ik was blij toen ik om twaalf uur onze tuin weer binnenstapte. Die blijdschap verdween echter al snel, want kleine Katinka bleek zich nog buiten te bevinden. Normaal gesproken houden we de katten ’s avonds en ’s nachts binnen, maar ons rode monstertje had er blijkbaar de pest in dat ik weg was en weigerde gehoor te geven aan manliefs eerdere verwoede pogingen om haar naar binnen te krijgen. Meestal reageert ze wel als ik haar roep, en hoewel ze meteen aan kwam rennen, vertikte ze het om mee naar binnen te komen. De frustratie werd nog erger toen ik de voordeur opendeed en Krumpie langs mijn been van binnen naar buiten schoot.

Ik zal u de details besparen,  laten we het er maar op houden dat die twee de tijd van hun leven hadden, daar om middernacht in de tuin. Deze steeds bozer en wanhopiger wordende kattenmama dus niet, hoewel Krumpie na zo’n drie kwartier gelukkig uitgespeeld was en naar binnen wilde. Maar wat ik ook probeerde, Katinka was en bleef buiten rondrennen.

Om halftwee was ik het zat en heb ik de deur op slot gedraaid. Wat ze allemaal uitgespookt heeft die nacht weet ik niet, maar toen ik de volgende morgen om tien uur de deur weer opendeed, kwam ze in sukkeldraf naar binnen, schrokte het bakje brokjes half leeg en kroop vervolgens op de bank, waar ze zich in de vierentwintig uur erna nauwelijks bewogen heeft. Hopelijk heeft ze ervan geleerd en reageert ze in het vervolg wel op onze pogingen haar naar binnen te krijgen. Hoewel… ik denk het niet, het is en blijft een rood kattenmonstertje, maar je kunt altijd hopen, nietwaar?

In de dagen erna ontdekte ik dat ik mijn muziekmap kwijt was, hoewel ik zeker wist dat ik hem in mijn tas had gestopt na het concert. Ik herinnerde me ook precies waar ik hem na thuiskomst had neergelegd: op de eettafel in de hal. Alles hebben we afgezocht, zelfs de boekenkast achter de tafel leeggehaald, maar de map was en bleef weg. Natuurlijk gaf ik manlief er de schuld van, die wil nog weleens in de weg liggende spullen wegbergen op plekken waar ze normaal niet liggen, maar in dit geval heb ik mijn excuses moeten aanbieden. Op de eerstvolgende koorrepetitie, toevallig weer op onze openlucht ‘backstage’-plek achter het theater, lag mijn fuchsiaroze muziekmap keurig op de tafel bij de ingang.

Wat een opluchting was dat, maar ook wel even een ‘o jee’-moment. Want hoe kon ik er zo van overtuigd zijn geweest dat ik de map bij me had gehad, terwijl dat dus niet het geval was? Nou ja, ik hou het maar op de wekenlange hitte, die doet nu eenmaal rare dingen met je lijf en geest. Want zo’n ‘senior moment’ waar je op een bepaalde leeftijd last van schijnt te krijgen… Nee, zó oud ben ik nog lang niet. Echt niet. Toch?

♥♥♥

 

 

Koorzanger

En daar is de column dan toch, een paar dagen te laat weliswaar, maar dat kwam omdat mijn hoofd gevuld was met watten vanwege een verkoudheidje. En toen de watten verdwenen waren, moest ik eerst nog een redactieopdracht met deadline afmaken. Vervolgens stond er ook nog een tandartsafspraak in de agenda, dus vandaar de vertraging. Ik mag dan een soort van gepensioneerd zijn, mijn dagen zijn en blijven gevuld. En die agenda wordt ook nog eens steeds voller, want over drie weken staat er een lang weekend naar Florina op het programma, een stad in het noordwesten van Griekenland. Ik zeg er maar meteen bij dat de 1 juni-column daardoor hoogstwaarschijnlijk ook een paar dagen later zal verschijnen, want ik zal die eerste juni pas laat in de avond weer in Pilion arriveren.

Het gaat namelijk om een gezellig driedaags groepsreisje met vele interessante uitstapjes. Hoofddoel echter is een zangoptreden tijdens een groot koorfestival dat in het teken staat van de liederen van Mikis Theodorakis. Nu moet u weten dat ik van mijn leven nog nooit in een koor heb gezongen. Met uitzondering van toen ik vier jaar was, en ik een zeer korte periode in het Vlaardingse kinderkoor van Jo Mulder zat, waar we Vogeltje Wiedewiet zongen en ik tijdens de generale repetitie van het toneel in de orkestbak donderde. Mijn vader daarentegen zong al zo lang ik me kan herinneren met veel plezier in een klassiek mannenkoor, maar zelf heb ik in mijn volwassen leven echt nooit, maar dan ook werkelijk nooit die behoefte gevoeld om samen met anderen luidkeels liederen ten gehore te brengen. Integendeel. Als ik weleens luidkeels zing, dan is dat tussen de schuifdeuren, alleen ik en mijn gitaar.

Dus toen onze vrienden uit Kala Nera mij eind maart uitnodigden om nou toch eindelijk eens een keer met hen mee te gaan en lid te worden van Xortodia, het Zuid-Pilionse koor waar zij en nog meer bekenden van mij al enkele jaren toe behoren, had ik in eerste instantie zoiets van: o nee, dat is helemaal niets voor mij, dank je wel! Ten eerste dus omdat ik geen koormens ben, en ten tweede omdat het koor plaatselijk niet echt bekend staat om de perfecte zangkunst. Iets wat mij ook al eens was opgevallen toen ik een paar jaar geleden aanwezig was bij een kerstoptreden in Volos. Nu ben ik zelf ook niet zo stemvast, maar tussen de schuifdeuren valt dat niet op. Als je op een toneel staat, is het anders. Toch?

De vrienden wuifden mijn bezwaren luchtigjes weg en kwamen met allerlei redenen waarom ik het gewoon wél moest doen. Eén daarvan was dat ik broodnodig weer eens onder de mensen moest komen, iets wat na de toch wat eenzame winter een hele goede was. Maar de reden die mij uiteindelijk over de streep trok was toch wel het eerder genoemde uitstapje naar Florina. ‘Joh, dat zingen is helemaal niet belangrijk,’ zeiden de vrienden. ‘Dat reisje, dat is pas leuk! Alles georganiseerd, hotel, eten, stadswandelingen met gids en een hoop gezelligheid. Drie dagen weg voor een halfuurtje op een toneel zingen, dat is toch prachtig? Doe het nou maar. Wat heb je te verliezen?’ Ik pruttelde nog wat over mijn rugproblemen, maar ook dat werd van tafel geveegd. ‘De helft van het koor is op respectabele leeftijd en loopt moeilijk, dus dat komt helemaal goed, geen zorgen!’ En toeval of niet, juist in die tijd zei Ioannis (mijn manueel therapeut) dat het goed voor me zou zijn om de komende maanden meer dingen te doen die buiten mijn comfortzone vielen. ‘Je moet de sleur doorbreken, en nieuwe doelen vinden. Kleine, te overziene doelen. Dat is goed voor je genezingsproces.’

Nu valt zingen in een koor heel, héél erg buiten mijn comfortzone. Een groepsreisje naar Florina is nieuw voor mij, en drie dagen op stap is natuurlijk een best te overzien en ook niet al te groot doel. Allemaal dingen die volgens Ioannis goed voor mij zijn. De vrienden verzekerden me dat als het koorzingen me echt, echt, echt  niet beviel, ik er na het uitstapje gewoon weer mee kon ophouden. ‘Maar dan heb je wel een leuk reisje gemaakt!’ voegden ze er nog aan toe. En toen ze me ook nog eens aanboden om iedere week bij hen in de auto mee te rijden naar de repetities, kwam ik er eigenlijk niet meer onderuit. Ik heb het nog uit kunnen stellen tot na de Pasen, vanwege het bezoek van onze zoon met gezin, maar… sinds vorige week woensdag ben ik dus inderdaad lid van een zangkoor!

Het voelt nog heel onwennig. En om eerlijk te zijn word ik er ook een beetje giechelig van. Twee keer ben ik nu geweest en het is de bedoeling dat ik over drie weken de altpartij van maar liefst vijf liederen onder de knie heb. Inclusief de Griekse tekst, met daarin woorden waarvan je tong meteen in de knoop raakt. In een van de liederen zingen sopraan, alt, tenor en bas ook nog eens allemaal een andere – Franse dit keer! – tekst door elkaar heen. Een mens raakt van minder de kluts kwijt. Gelukkig heb ik een plaats gekregen naast een hele lieve Griekse dame, die heel goed kan zingen en precies weet hoe je zo’n blad vol noten moet interpreteren, iets wat ik heel, heel lang geleden weleens heb geleerd, maar nooit echt geoefend hebt. Kortom, een hele uitdaging dus, maar toch wel een leuke. En is dat niet wat een mens nodig heeft?

‘Het hoeft niet allemaal perfect te zijn, als je maar lol hebt,’ verzekeren zowel de vrienden als de andere koorleden mij keer op keer. Alleen is dat best lastig voor iemand als ik die perfectionisme hoog in het vaandel heeft staan. Die hoge lat loslaten en gewoon met ‘the flow’ meegaan is niet iets waar ik in uitblink, maar ik denk dat het na de moeilijke afgelopen maanden wel heel erg goed voor me kan zijn. En daarom… Daarom ga ik dus over een paar weekjes lekker een paar dagen naar Florina. Als koorzanger. En wie had dat nu ooit van mij gedacht? Nou, ik zeer zeker niet…

 

Over humor en schaterlachen

In het Griekse restaurant Palladion in mijn geboortestad Vlaardingen, waar ik een aantal jaren geleden een zeer gezellige schrijvers-ontmoetingsavond met mijn lezers organiseerde – inclusief muziek, hapjes, drankjes én voorlezen uit eigen werk – wordt vanaf 1 april alleen nog maar Grieks gesproken. ‘Omdat wij voor dé ultieme Griekenland-ervaring gaan…’ schrijft Dimitri op hun Facebook-pagina. De Nederlandse bediening heeft een stoomcursus Grieks gedaan en voor de gasten liggen er taalgidsen Nederlands-Grieks en andersom klaar. Een aanvullende taalcursus bij Dimitri behoort ook nog tot de mogelijkheden voor wie er serieus werk van wil maken. Ik vind het een supergoed idee. Het is een goede voorbereiding op het uit eten gaan tijdens je vakantie in Griekenland, toch? Met zinnetjes als: Zoiets lekkers heb ik nog nooit geproefd – Den écho dokimásei poté káti tóso nóstimo… of Meer wijn alsjeblieft – Parissótero krasí parakoló … en Groetjes aan de chefChairetísmata ston sef verover je ongetwijfeld de harten van het taverne-personeel en ben je vrienden voor het leven!

Het is natuurlijk een (wat mij betreft goed geslaagde) 1-april-grap, en heel wat beter dan wat de Gemeente Vlaardingen bedacht had: een officieel schrijven aan het plaatselijk zeer bekende Café Mes om de naam te wijzigen aangezien de gemeente een zero-wapenbeleid voert en de huidige naam op de gevel vooral bij jongeren agressie zou kunnen opwekken. Was deze ‘grap’ op 31 maart naar buiten gebracht, dan was het misschien nog goed gegaan, maar dit gebeurde ruim een week eerder. Slechte timing, en een slechte, ongepaste ‘grap’, want nog geen paar weken ervoor hadden er maar liefst twee dodelijke mes-incidenten in de stad plaatsgevonden. Dat gecombineerd met een officiële gemeentewoordvoerder die glashard volhield dat het bloedserieus was, maakte dat niet alleen de lokale pers maar ook de lándelijke media er bovenop sprongen. Een typisch voorbeeld van mislukte humor dus.

Goeie humor maakt het leven wel leuker, dat is een feit. Het helpt ook om je huwelijk gezond te houden. Kunnen lachen om jezelf en met elkaar is absoluut een vereiste in iedere relatie, dat durf ik na vijfenveertig jaar huwelijk wel te stellen. Dat, en samen kunnen huilen. Ook heel belangrijk. Maar mooier is natuurlijk het ‘huilen van het lachen’. Dat deed ik vroeger vaker dan tegenwoordig, maar zo heel af en toe heb ik gelukkig nog weleens zo’n gierende en niet te stoppen lachbui, en hoe heerlijk bevrijdend is dat! Dan kun je er weer dagen tegenaan. De aanleiding is meestal iets heel meligs, zoiets waarbij de ander denkt van ‘huh? Wat is hier nu grappig aan?’ Een reactie die de lachbui alleen maar aanwakkert, en aangezien lachen zeer aanstekelijk is, is de kans groot dat je uiteindelijk toch sámen gezellig op de bank zit te schuddebuiken.

Ik ben blij dat ik het af en toe nog kan, dat huilen van het lachen. Zo heel veel valt er immers niet meer te lachen in het grimmige leven van de volwassen mens. Juist daarom is het zo belangrijk om je gevoel voor humor niet te verliezen en toch ook de absurde dingen in datzelfde leven te blijven zien. In dat opzicht kunnen we veel leren van baby’s en peuters, die hun vrolijke kijk op de wereld nog niet hebben verloren en kunnen schateren om een doodgewone niesbui van een volwassene, om een dwaas spelletje als kiekeboe of om een onverwachts omvallende blokkentoren… Om maar even wat te noemen. Van schaterende kinderen wordt een mens vrolijk, en een beetje vrolijkheid na de afgelopen lastige maanden kan ik persoonlijk heel goed gebruiken. Naar de komst van onze kleinzoon – en niet te vergeten onze lieve zoon en schoondochter – kijk ik dan ook al weken reikhalzend uit. Het wordt het eerste bezoek hier van onze hummel en behalve superleuk vinden we het ook best wel een beetje spannend. Misschien schrikt Kai zich wel helemaal te pletter als hij die malle gezichten uit de telefoon voor het eerst levensgroot in het echt ziet! En dan willen ze hem natuurlijk ook nog eens helemaal platknuffelen! Pff, je zou van minder de kluts kwijtraken…

Onze Griekse buurvrouw Machi kan trouwens ook niet wachten tot het zover is. In haar guesthouse aan de overkant van de straat brengen we meestal onze familie en goede vrienden onder, waardoor we haar in de afgelopen vijftien jaar eigenlijk wel een beetje als ‘familie’ zijn gaan beschouwen. Ze behoort al lang niet meer tot de jongsten en ik vind het dan ook best bijzonder dat zij niet alleen de bezoeken van mijn moeder nog van dichtbij heeft meegemaakt, maar ook onze zoon heeft zien opgroeien van lange vrijgezelle slungel tot ‘aanstaande vader met baard’. Ze was bijna net zo blij als wij toen we haar vertelden dat Kai gezond en wel was geboren. En natuurlijk laten we haar regelmatig foto’s en filmpjes van hem zien, die ze altijd onder het slaken van die heerlijke Griekse oma-kreetjes bekijkt. Ik weet dan ook wel zeker dat onze Kai niet alleen van ons maar ook van haar een innige knuffelpartij te wachten staat.

Maar april staat natuurlijk niet alleen in het teken van het (klein)zoon-bezoek. Voor de Grieken is de aanloop naar Pasen al in volle gang. Het is vergelijkbaar met ‘onze’ drukke decembermaand, want in Griekenland is niet Kerst maar Pasen het belangrijkste religieuze feest. Een feest dat in familiekring en het liefst in het geboortedorp wordt gevierd, ingeleid door indrukwekkende en traditionele kerkrituelen. Met op eerste paasdag lam aan het spit of uit de oven, gevolgd door vele uren van muziek en dans. In de week voor en na de Pasen ligt het halve land stil, want de meeste mensen plakken er ook nog eens hun vakantie aan vast. Om voor te bereiden of uit te rusten van al dat paasgedoe…

Al met al wordt het dus een drukke maand hier in ons Griekse huisje, en des te fijner is het dat het met mijn rug momenteel redelijk tot goed gaat. Ik zit op zo’n 85 tot 90% van mijn herstel, niet slecht als je bedenkt dat ik in het begin van dit jaar nauwelijks een stap kon zetten. We blijven voorzichtig, dat wel, en met mijn huidige wandeltempo ga ik de Nijmeegse vierdaagse zeer zeker niet in vier dagen redden, maar dat hoeft ook niet. Als ik volgende week schaterlachend met mijn kleinzoon over het strand kan lopen is het paaswonder wat mij betreft dit jaar al vroegtijdig geschied…

♥♥♥

 

Bijna voorjaar!

De lente hangt in de lucht. In ieder geval bij ons in Pilion! De voorjaarsbloemen komen ineens overal tevoorschijn en ik heb dat deze week met eigen ogen kunnen aanschouwen, want voor het eerst in lange tijd was ik in staat om iets verder te lopen dan de 200 meter van onze straat. Het zonnetje scheen, de vogeltjes floten er vrolijk op los, en mijn benen brachten mij zonder pijnscheuten helemaal naar het beroemde Huis met de Blauwe Deur dat aan het eind van het ‘grote’ strand in ons dorpje ligt. Dat huis is er zo eentje dat tot ieders verbeelding spreekt en ik heb dan ook al vaak de vraag gekregen of het te koop is, omdat het lijkt alsof het altijd leegstaat.

Het antwoord is nee. In ieder geval niet dat ik weet. Ik heb ook geen idee wie de eigenaar is, maar ik weet wel dat er in de zomermaanden regelmatig mensen verblijven. Een zomerhuis dus, zoals er zovelen hier in ons dorp zijn. Vroeger heb ik er weleens naar gevraagd bij mijn oudere dorpsgenoten, maar een duidelijk antwoord heb ik nooit gekregen. Het schijnt ooit gekocht te zijn door een Argentijnse miljonair die er een paar jaar heeft gewoond, maar of dat klopt kan ik nergens terugvinden. Ik heb ook geen idee of de huidige gebruikers van het pand nazaten zijn van die man, of dat het huis in de loop der jaren in andere handen is overgegaan. Hoe het ook zij, dit huis is zo ongeveer het meest gefotografeerde huis van Kato Gatzea dankzij de unieke bouwstijl en natuurlijk de ligging direct aan zee. Hoewel dat laatste misschien wel fotogeniek is, maar praktisch gezien een ellende. Koud, nat en vol schimmel, zo moet het er binnen aan toe zijn. Niet echt gezond om er te wonen dus, wat waarschijnlijk ook de reden is dat er alleen in de hete zomermaanden achter de hoge muur iets van leven is te zien.

Voorlopig is er nog geen sprake van leven in de brouwerij, niet in het huis en niet in het dorp. Het ligt er stil en vredig bij, met hier en daar een moeder achter de kinderwagen of een bestelauto die goederen aflevert bij de tavernes die in de winter – op twee na – eigenlijk alleen in het weekend open zijn. En dan ook alleen nog als het mooi weer is, want bij regen en kou zien de mensen uit Volos het ook niet zitten om de kustdorpjes van Pilion een bezoekje te brengen. En geef ze eens ongelijk. Dit weekend zijn ze echter wel allemaal open, want komende maandag is het Kathera Deftera (Schone Maandag, het begin van de vastenperiode), wat betekent dat de meeste Grieken vrij zijn. Behalve dat was het gisteren, vrijdag 28 februari, twee jaar geleden dat de grote treinramp bij Tempi plaats heeft gevonden. Er was opgeroepen tot een algehele staking en demonstraties als protest tegen de manier waarop de treinramp in de Tempi-vallei is afgehandeld. Bij deze ramp kwamen 57 mensen, voornamelijk jonge studenten, om het leven. De regering van Mitsotakis lijkt tijdens het onderzoek naar de schuldvraag het een en ander in de doofpot te hebben gestopt: bewijsmateriaal is vernietigd en belangrijke getuigen zijn dood of op zijn minst onder verdachte omstandigheden om het leven gekomen.

Dat heel Griekenland zich achter de nabestaanden schaart en openheid eist van de regering werd gisteren wel heel duidelijk. Letterlijk honderdduizenden Grieken gingen de straat op, ook in Volos, waar zich in het centrum zo’n 30.000 demonstranten verzamelden. Dat is 1 op de 6 inwoners van de stad, een ongekende opkomst. De demonstraties in het hele land verliepen vreedzaam, alleen in Athene waren er een aantal relschoppers die de boel verstoorden. En dat juist dat dan in de buitenlandse nieuwsuitzendingen wordt getoond, is jammer, want de vreedzame saamhorigheid die gisteren in heel Griekenland ervaren werd, ook in Athene, was duizendmaal groter dan de agressie die de media in beeld brachten. Of het protest iets zal opleveren blijft natuurlijk de vraag, maar het feit dat zoveel mensen bereid waren om het werk neer te leggen en de straat op te gaan zegt natuurlijk wel het een en ander over hoe men hier over de huidige regering denkt. Het is te hopen dat die er iets mee doet, en dat er in ieder geval op korte termijn duidelijkheid komt voor de nabestaanden.

Na de emotionele dag van gisteren gaat vandaag het dagelijks leven weer z’n normale gangetje. De carnavalstijd loopt maandag ten einde, wat betekent dat er dit weekend nog volop gefeest zal worden. Ons dorpje zal het ongetwijfeld druk krijgen, want het is prachtig weer. Kato Gatzea en Kala Nera liggen op nog geen halfuur van de grote stad en wat is er nu leuker dan een zonnig zondags uitje naar het strand met vrienden of familie? Toeristen zijn er nog niet veel op dit moment, die komen pas rond de Pasen, dat dit jaar gelijktijdig valt met Pasen in Nederland. Op twintig april dus, en dat betekent dat ik op tweede paasdag jarig ben.

Vieren doe ik het ongetwijfeld eerder: als alles goed gaat, komt onze kleinzoon namelijk met zijn papa en mama begin april een weekje hierheen! Dat wordt heerlijk knuffelen, genieten en nog eens genieten. Zeven maanden geleden is het dat we elkaar ‘live’ hebben gezien. Toen was Kai nog een echte baby, nu loopt hij als een kievit, trekt alle laden en kastjes open en weet precies hoe een telefoon werkt. Het zal best even wennen zijn, zo’n actieve dreumes in en rond ons oude vandagen huisje, maar gelukkig hebben we dankzij de kattenkwaadstreken van kleine Katinka al een aardig idee wat ons te wachten staat. Kittens en dreumesen verschillen vast niet zoveel van elkaar, dus dat komt wel goed. En die rug van mij is over vijf weken ook gewoon weer helemaal in orde, want deze oma wil natuurlijk wel samen met haar kleinzoon over het strand kunnen wandelen. En zoals het er nu in dat heerlijke lentezonnetje naar uitziet, gaat dat helemaal goed komen. We doen er in ieder geval ons uiterste best voor!

♥♥♥