Sneeuw in Pilion

Ze hadden het voorspeld, de weermannen, maar toch was het even flink schrikken, afgelopen maandag bij het wakker worden. Bijna dertig centimeter sneeuw lag er in onze tuin aan de kust, wat niet vaak voorkomt. Boven in de bergen is het normaal, daar ligt rustig een meter of twee, drie in de winter, maar hier… Ik denk dat we het in de afgelopen zestien jaar hooguit zo’n drie of vier keer hebben meegemaakt. Het grootste probleem van zo’n heftige sneeuwval en ijzige kou is natuurlijk dat alles hier ingesteld is op mooi weer. Huizen zijn niet of nauwelijks geïsoleerd, preventief zout strooien zit niet in het systeem van de doorsnee Griek, en hun oplossing om het bevriezen van de waterleiding te voorkomen is meestal een kwestie van ’s nachts de kraan openzetten zodat het blijft stromen. Tel daarbij dat de stroomvoorziening het op cruciale momenten vaak laat afweten, dat mensen in huizen met centrale verwarming en elektrische fornuizen daardoor koud en hongerig worden, en het drama ontvouwt zich. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de infrastructuur in het land. Zo was de belangrijke snelweg van Lamia naar Athene vanaf zondag al niet meer begaanbaar vanwege de sneeuwval, een afsluiting die meerdere dagen heeft geduurd. De gure en stormachtige wind gooide er nog een schepje bovenop met omvallende bomen en afgebroken takken en heeft – om het even dichter bij huis te houden – in het zuiden van Pilion voor veel schade gezorgd aan onder andere de olijfgaarden.

Kortom, behoorlijk schrikken allemaal. Met onze Nederlandse roots nog steeds sterk in ons aanwezig had manlief een aantal winters geleden gelukkig al een grote zak strooizout ingeslagen. Daar is trouwens het hele jaar door gemakkelijk aan te komen, want dat zout wordt hier volop gebruikt om de olijven in te maken. Zijn vooruitziende blik kwam nu goed van pas, want in no-time hadden we prima looppaadjes over het terras en naar het tuinhek gecreëerd. Bomen en planten waren naar aanleiding van het weerbericht een paar dagen eerder al ingepakt, net als de waterleidingen buitenshuis. Een uitkomst, dat bubbeltjesplastic! Zondagavond al lag er een flinke laag sneeuw op onze bomen, dus die hebben we er rond middernacht nog met een bezem af geschud om brekende takken te voorkomen. In het zonnezeil boven de patio hadden we echter geen erg gehad, dus dat hebben we toen ook maar meteen weggehaald. Helaas stond ik er net onder toen het touwtje in manliefs handen afbrak en kreeg ik een groot deel van de in het zeil verzamelde sneeuw over me heen. Na de eerste schrik veroorzaakte dat een flinke schaterbui, want ondanks de nattigheid die via mijn kraag naar binnen gleed, zag ik de humor van een middernachtelijke sneeuwdouche in Greece toch nog wel in.

De volgende morgen werden we dus wakker in een witte, maar zeer koude en stormachtige wereld. Al vóór mijn ontbijtkoffie stond ik sneeuw te schuiven en zitkussens af te slaan, want door de wind was dat witte spul zelfs tot onder onze overkapping terechtgekomen. Het was een raar begin van wat voor mij toch al een moeilijke dag zou worden. Mijn zus Annemarie was namelijk de week ervoor overleden en werd op diezelfde maandagochtend in Vlaardingen begraven. Haar overlijden kwam niet onverwacht, ze was al tweeënhalf jaar ziek, maar door alle Covid-perikelen heb ik haar sinds mei 2019 niet meer kunnen bezoeken. Ook in die laatste dagen kon ik er niet fysiek voor haar zijn, en dat betekende dat alles neerkwam op mijn jongste zus, iets wat mede vanwege de extreme weersomstandigheden die datzelfde weekend Nederland teisterden niet meeviel. Dankzij beeldbellen kon ik in die laatste dagen toch nog een paar keer aan het bed van mijn zus zitten, iets waar ik heel dankbaar voor ben. Ook de begrafenisplechtigheid, op die bewuste sneeuwmaandag, heb ik via streaming mee kunnen beleven en dat alles helpt om het verlies een plekje te kunnen geven. Net als de vele en lieve steunbetuigingen die ik via Facebook en privéberichten letterlijk uit de hele wereld heb mogen ontvangen. Ze gaven warmte en zeer zeker ook een gouden randje aan een koude, moeilijke dag in het op zo’n moment toch wel heel verre Griekenland.

Inmiddels zijn we alweer bijna een week verder. De sneeuw is gesmolten, hier en in Nederland. De voorjaarsbloemen doen hun uiterste best om ons te laten weten dat het voorjaar er toch echt aankomt. Wat het ons gaat brengen weten we niet. De wereld is nog steeds in de ban van Covid, de aversie tegen lockdowns en avondklokken wordt met de dag groter, en de onrust is overal om ons heen aanwezig. Even heb ik hoop gehad dat mijn 1e vaccinatie eerder zou plaatsvinden dan verwacht, want dankzij AstraZeneca wordt de leeftijdsgroep 60-64 jaar nu al gevaccineerd. En laat ik daar nou nog net in vallen met mijn 64 jaar en tien maanden. Ik ben immers pas in april jarig! Maar die vlieger ging dus niet op, want wat blijkt? Hier in Griekenland ben ik al vanaf 1 januari van dit jaar 65, ongeacht in welke maand ik geboren ben. Dat was dus even een tegenvaller. Een troostrijke gedachte is wel dat ik gelukkig niet op 31 december 1956 ben geboren. Dat zou pas echt sneu zijn geweest, want dan ben je volgens je eigen kalender het hele jaar 2021 nog 64, maar krijg je je prik niet omdat de Grieken vinden dat je al een jaar lang 65 bent! Rare jongens zijn het, ik heb het al vaker gezegd.

Mijn lockdown leven gaat voorlopig dus nog gewoon door. Naar Volos gaan – lees: kappersbezoek! – zit er nog steeds niet in, maar ik bevind me nu al zo lang achter de geraniums dat ik mijn inmiddels tot over mijn schouders vallende corona-haar maar gewoon laat doen wat het zelf wil. Er zijn ergere dingen in het leven dan een uitgezakt kapsel, nietwaar? Bovendien heb ik op dit moment alle uren van de week nodig om mijn nieuwe roman af te schrijven. Daar heb ik in de afgelopen woelige weken niet altijd de juiste concentratie voor kunnen opbrengen, wat gezien alle privégebeurtenissen natuurlijk heel logisch is. Over zes weken moet ik het manuscript inleveren, en ik weet nu al dat dat nog een flinke klus gaat worden. Maar ondanks die tijdsdruk ben ik toch ook wel blij dat ik me de komende weken legaal kan onderdompelen in een fictieve realiteit. Even mentaal weg uit de werkelijkheid geeft ongetwijfeld eenzelfde energieboost als die al zo lang ontbeerde vakantie. Anderhalve maand lang heb ik namelijk een goed excuus om alle dagelijkse ellende gewoon opzij te schuiven door samen met mijn hoofdpersonen heerlijk ontspannen door Cornwall te zwerven. En daarna… Ach, daarna is ongetwijfeld de groep – tegen die tijd zeer langharige – 65-70-jarigen aan de beurt om eindelijk hun welverdiende dosis ‘einde geraniumtijdperk’ te ontvangen. Een heerlijk vooruitzicht… 😉

♥♥♥♥♥

Kerstcolumn 2020

Vrede op aarde, en in de mensen een welbehagen. Dat zongen we vroeger als kind uit volle borst tijdens de middernachtelijke kerstdienst op 24 december, waarna we ons door de kou – o, wat waren die ‘zondagse’ nylonkousen dun! – naar huis repten om bij de mooi opgetuigde kerstboom een stukje kerststol en een kop hete chocolademelk – ugh, dat vieze vel! – te nuttigen, om vervolgens moe maar tevreden in ons warme bed te kruipen. ‘Wat waren ze mooi, die kerstmissen uit onze jeugd,’ zeggen we dromerig, zelfs al weten we diep vanbinnen ook wel dat ze bij lange na niet zo leuk en gezellig waren als we nu zo graag beweren. Dat is namelijk wat tijd voor je doet: scherpe randjes weghalen en terugkijken door een roze gekleurde bril. Ook in mijn jeugd woedden er oorlogen in de wereld, was het grootste deel van de bevolking in het naoorlogse Nederland straatarm, en leefden velen in angst voor de Bom die geheid zou vallen ­– maar of dat voor of na de komst van de Russen en de communisten zou zijn, dat was natuurlijk de grote vraag.

In de jaren erop kwam de welvaart, met als gevolg dat dingen die in mijn jeugd afgedaan werden als Science fiction, nu tot de dagelijkse werkelijkheid behoren. Nooit had ik kunnen denken dat ik, net als mijn helden uit The Thunderbirds en Star Trek, het nog eens heel gewoon zou vinden om een telefoongesprek te voeren waarbij ik de ander op een klein beeldschermpje kan zien. De technologie heeft in mijn ruim zestig levensjaren een spurt gemaakt die werkelijk ongelooflijk is, iets waarover ik me, iedere dag weer, gigantisch kan verbazen. Helaas heeft die vooruitgang ons ook heel veel afgenomen, want anno 2020 verspreiden onvrede en onbehagen zich bijna nog sneller dan het virus. Het is zelfs zo erg dat ik zo langzamerhand bijna terugverlang naar de tijd waarin het ‘kop dicht en doen wat er gezegd wordt!’ heel normaal was. En dat terwijl ik me daar in mijn jeugd heel erg tegen heb afgezet.

Complottheorieën en angstzaaierij zijn van alle tijden. Pandemieën en dodelijke ziektes ook. Zo bezweek mijn opa van moederskant aan de Spaanse griep, mijn oudtante kreeg polio en moest haar leven lang een beenbeugel dragen om zich te kunnen voortbewegen, en zelf overleefde ik als baby ternauwernood kinkhoest. Gelukkig boekte de wetenschap ook op dit gebied vooruitgang en ik weet zeker dat een volgende generatie op ‘corona’ terug zal kijken zoals wij dat nu doen op de pest en de pokken en de cholera, allemaal ziektes die voor ‘donkere tijden’ hebben gezorgd. En juist in die donkere tijden was er altijd dat ene feest dat hoop en licht bracht; het feest van Kerstmis.

Ik vind het heel erg om te horen dat er mensen zijn die vinden dat er dit jaar met Kerstmis niets te vieren valt, alleen omdat ze die kerstdagen op een andere manier moeten doorbrengen dan ze hadden verwacht. Nee, je kunt niet uit eten, en het is beter om nu even niet op ski-vakantie te gaan. En dat feestje met collega’s en vrienden moet minstens een paar maanden uitgesteld worden, en ja, de toekomst van je onderneming is onzeker, en dat ontslag hakt er gigantisch in. Ik snap dat allemaal best, maar tegelijkertijd denk ik: wat zeur je nou? Je hebt een dak boven je hoofd, een kachel die brandt, een douche met warm water. Er is zowaar een financieel vangnet, zelfs als dat minder is dan je zou willen. Je kunt boodschappen doen bij de super, met je gezin spelletjes doen rond de kerstboom, een boek lezen of een Zoom-diner organiseren. Je hoeft niet in de kou naar het front om anderen dood te schieten, je hoeft niet in angst te zitten dat je wordt platgebombardeerd. Je moet alleen thuis blijven en gewoon een paar maanden doen wat je gezegd wordt. Hoe erg is dat nou helemaal?

Kerstmis betekent voor mij nog steeds een feest van hoop en licht. Vrede en welbehagen vind je niet in warenhuizen en verre oorden. Je vindt het in jezelf, wanneer je beseft dat de mens nooit en te nimmer de baas is over het leven. De teugels in handen hebben, controle uitoefenen… Het zijn loze kreten, want in het universum is de mens maar een piepklein stipje, dat uitgeroeid kan worden door een op hol geslagen virus, veroorzaakt door de arrogantie van diezelfde mens. Aan het begin van dit jaar had ik nog hoop dat er een ommekeer zou komen, dat we als mensheid zouden gaan beseffen dat het tijd is om meer respect te hebben voor de aarde waarop we leven omdat we zijn doorgeslagen in onze welvaart en meer kapot maken dan goed voor ons is. Nu, aan het eind van een jaar dat voor velen heel veel verdriet heeft gebracht, weet ik dat die hoop tevergeefs is. Dat ‘men’ ieder ander de schuld geeft, behalve zichzelf. Dat op vakantie gaan belangrijker is dan de verspreiding van het virus tegen te gaan en vooral dat de wereldwijd genomen maatregelen blijkbaar alleen gelden voor anderen.

De naweeën van 2020 zullen heftig zijn en nog jaren doordreunen. Mijn hart gaat uit naar degenen die alles waar ze heel hard voor hebben gewerkt zien instorten, naar degenen die dierbaren te vroeg hebben moeten verliezen, naar degenen die het virus bevochten hebben en niet weten of ze ooit weer degenen zullen zijn die ze waren. Kerstmis 2020 is anders dan anders, dat zal ik niet ontkennen, maar ik hoop dat deze dagen van hoop en licht een ieder – ondanks de onzekere tijden waarin we ons bevinden – toch vrede en welbehagen zullen brengen. Al was het alleen maar in onszelf.

Ik wens jullie allen een mooie kerst en een gelukkig, maar vooral gezond 2021!

♥♥♥♥♥

Wandelen in Pilion

Anders dan in de behoorlijk roerige ‘buitenwereld’ kabbelt het leven hier in Pilion gewoon rustig door. De dagen worden alweer langer en zonniger. Het voorjaar geeft hoop, en de zon doet wonderen voor je gestel. Ook de natuur begint heel voorzichtig aan weer in bloei te komen. Onze tuin staat vol met vrolijke oranje goudsbloemen, en de gele klaver verspreidt zich razendsnel nu de zon iedere dag warmer wordt. De lust om erop uit te trekken begint weer op te spelen, en ik had me dan ook heel erg verheugd op een mooie wandeling, afgelopen zondag. Van Lafkos naar Milina, samen met de Vrienden van de Kalderimi’s. Nou ja, eigenlijk ging de wandeling van Milina omhoog tot een gehucht boven Lafkos, en vandaar weer terug naar beneden. Gezien mijn klimstrubbelingen van de afgelopen twee groepswandelingen, leek het me echter beter om de groep in Lafkos op te wachten en alleen die laatste afdaling te doen, met als afsluiting een gezellige lunch in Milina.

Het begon aardig goed. Een halfbewolkte dag, een graad of tien, twaalf en een – te vroege – bus die bijna maar gelukkig net niet aan mijn neus voorbijging. Rond twaalf uur arriveerde ik enigszins misselijk van alle bochtjes in Lafkos, waar het helaas niet half maar gehéél bewolkt was. Het dorp lag er totaal uitgestorven bij. Zelfs de taverne op het plein die altijd open is, was gesloten. De groep zou pas rond één uur arriveren, en gezien de wiebelige staat van mijn maag had ik voor die tijd toch wel behoefte aan een warme kop thee. Vlak bij de bushalte had ik weliswaar een café gezien dat open was, maar daar was ik niet gestopt omdat ik verwachtte dat er op het grote plein wel iets open zou zijn. Niet dus. Er zat niets anders op dan de tien minuten maar weer terug te lopen. Tot overmaat van ramp zat het café ook nog vol met mannelijke ‘locals’ waarvan eentje, een oudere man naast de houtkachel, mijn verschijning blijkbaar heel interessant vond. Hij bleef me tenminste de hele tijd aanstaren alsof ik een wezen van een andere planeet was. Gelukkig was de thee lekker warm en kon ik na een halfuurtje zonder wiebelige maag weer verkwikt teruglopen naar het plein.

De groep, zo’n dertig man, arriveerde netjes rond één uur, en het was leuk om een flink aantal bekenden te kunnen begroeten. Minder leuk was het dat het precies op dat moment begon te miezeren, wat al heel snel veranderde in flinke regen. Het gevolg was dat de normaal al niet makkelijk beloopbare stenen van het kalderimipad spek- en spekglad waren. Gecombineerd met natte bladeren, grote plukken mos en redelijk steile afdalingen leverde dat gevaarlijke situaties op. Ik heb het grootste deel van de wandeling dan ook afgelegd via de berm langs het pad. Helaas zijn die bermen begroeid, voornamelijk met braam- en andere stekelige struiken, wat mijn humeur er niet beter op maakte. Van de wandeling zelf heb ik letterlijk niets gezien. Ik had het veel te druk om niet onderuit te gaan. Natuurlijk gebeurde dat toch, ondanks dat bermlopen. Echt hard viel ik niet – door het schrijven aan mijn romans heb ik aardig wat zitvlees gekweekt – en ik kwam goed terecht, maar ja, daarna loop je uiteraard nog voorzichtiger dan ervoor. Het enige lichtpuntje in deze zeer natte, anderhalf durende wandeling was een aardige Schotse meneer, die zijn tempo vrijwillig aan dat van mij aanpaste en mij op de meest cruciale momenten met een helpende hand over extra steile en gladde meters hielp. Eenmaal in Milina gearriveerd, hield het op met regenen, wat een schrale troost was aangezien ik tegen die tijd behoorlijk doorweekt was. Maar hoera, in de taverne waar we aten was het warm, en ach, die natte haren en sokken droogden vanzelf wel een keertje.

De lunch was op zich best aardig, alleen aan de karige kant en met een hoog vegetarisch gehalte. Dat laatste vind ik als niet vegetariër beslist geen probleem. Courgetteschijfjes, auberginesalade, tomatenballetjes… daar kan ik flink van smullen, maar als het gaat om laffe bonenpuree, korrelige quinoa salade en zure witte koolsalade ben ik minder enthousiast. En die laatste gerechten kregen we dit keer dus voorgezet. Voor de vleesliefhebbers was er nog wel een schaaltje met kleine gehaktballen in tomatensaus, maar daar hield het mee op. Een beetje teleurstellend, zeker na een wandeling waar je ook al niet vrolijk van werd. Gelukkig was mijn tafelgezelschap wel gezellig. We hadden elkaar lang niet gezien en gesproken, en konden heerlijk bijkletsen. Ook fijn was dat ik na afloop niet weer met de bus hoefde, maar mee kon rijden met een Grieks echtpaar uit Volos.

Ik vrees echter dat dit de laatste keer is dat ik u verslag zal doen van mijn avonturen met de Vrienden van de Kalderimi. De groepswandelingen waren in het verleden altijd leuk en goed te doen voor recreatieve wandelaars zoals ik. In de afgelopen twee jaar is dat helaas sterk veranderd. De kern van de groep bestaat nu uit getrainde wandelaars die hun hand niet omdraaien voor lastige klimpartijen en glibberige afdalingen. Het tempo ligt hoog, wat het voor de minder getrainden onder ons moeilijk maakt om ontspannen te wandelen. Zeker, er wordt op bepaalde punten gewacht op de achterblijvers, maar zodra die er zijn gaat de groep weer verder, waardoor de achterblijvers min of meer ‘gedwongen’ worden om in één ruk van A naar B naar C te lopen. De laatste groepswandelingen waren voor mij dan ook behoorlijk teleurstellend, en eigenlijk alleen maar leuk door de lunch na afloop. Alleen… dat is niet waarvoor je aan zo’n wandeling begint, toch?

Gelukkig staan de beschrijvingen van de wandelingen online, en ik ga een aantal daarvan zeker ook in het komende jaar lopen. Maar dan wel zonder de Vrienden van de Kalderimi’s, in mijn eigen tempo, en samen met mensen die net als ik graag om zich heen kijken en regelmatig even stilstaan bij wat je onderweg allemaal tegenkomt. Dat lijkt me heel wat leuker dan de groepswandelingen die ik de afgelopen tijd heb gedaan. Wie weet, misschien richt ik in de toekomst nog weleens mijn eigen wandelclubje in Pilion op. Maar dan wel bestemd voor degenen onder ons die minder gericht zijn op prestatie en meer op recreatie. Aanmelden kan vanaf nu via mijn website… 😉

♥♥♥♥♥

Een nieuw seizoen

Het is bijna niet te geloven, maar wij zijn deze maand aan ons vijftiende jaar in Pilion begonnen. Leven in een ander land is niet altijd makkelijk. Het betekent uiteraard dat je je eigen plekje moet zien te vinden in een andere cultuur – wat niet per se betekent dat je daarbij je eigen roots maar gewoon moet vergeten. Integendeel, zou ik haast zeggen. Ik heb dankzij het internet afgelopen zaterdag gigantisch zitten smullen van de koninklijke Koningsdag-viering in Amersfoort, iets wat ik waarschijnlijk niet had gedaan als ik nog in Nederland had gewoond. Dan had ik hoogstwaarschijnlijk bij de Wannebiezz op het Veerplein in Vlaardingen gestaan met een koud biertje in mijn hand. Nu, ver van het ‘thuisland’, vond ik het heerlijk om languit voor de buis te hangen. Wat hebben wij toch een ontzettend leuk koningshuis als je dat vergelijkt met dat van andere landen. Zo spontaan, zo dicht bij het volk, dat is toch wel een unicum in deze wereld.

Nou ja, dat vind ik, maar misschien ben ik een beetje bevooroordeeld. Ik kom nu eenmaal uit een Oranje-gezind gezin, waar het traditionele Soestdijk-defilé op de zwart-wit televisie ieder jaar opnieuw bekeken werd onder het nuttigen van koffie met een oranjetompoes van de Hema. Daarna aten we witbrood met verse paling die mijn vader ondertussen bij vishandel ’t Hoogertje in het Vlaardingse centrum had gehaald. Pa was namelijk ook wel pro-Oranje, maar niet dusdanig dat hij urenlang naar ‘dat gedoe’ ging zitten staren. Achteraf verdenk ik hem ervan dat hij die palingtraditie zelf heeft bedacht om aan het ‘kastje kijken’ te ontsnappen, maar zolang hij maar op tijd met die paling terugkwam, vonden wij thuisblijvers dat geen enkel probleem. Paling en de oranjetompoes heb ik dit jaar moeten missen, maar twee jaar geleden was ik heel toevallig wel op Koningsdag in Nederland. Hoe leuk is dat, als je na al die jaren zo’n ouderwets feest in een nieuw jasje weer eens mee mag maken. De braderie, de kermis, de vrijmarkt, de terrasjes, de paling en de tompoes… Ik heb ervan genoten. Misschien wel dubbel, omdat ik het niet meer elk jaar meemaak. Het is nu eenmaal een unieke feestdag in het Nederlandse leven, zo’n dag waarop je je ook in het buitenland even heel erg ‘Nederlands’ wilt voelen, al is het dan maar vanachter je laptop op een zonnig terrasje onder de nog niet zo heel erg dik bebladerde druivenranken.

Dit jaar viel Koningsdag op de zaterdag voor het Griekse paasfeest. Terwijl ik digitaal in Amersfoort vertoefde, waren mijn buren druk bezig met het voorbereiden van de paasbarbecue en de andere feestelijkheden die ’s nachts om twaalf uur in de kerk beginnen met het verspreiden van ‘Het Licht’. De Papa – zo wordt de Griekse priester genoemd –  komt dan vanachter het altaar de donkere kerk in met een grote kaars, aangestoken door de heilige vlam die vanuit Jeruzalem ingevlogen wordt. Degenen die vooraan in de kerk staan, steken hun meegebrachte kaarsje aan die grote kaars aan, waarna het licht wordt doorgegeven aan iedereen die in de kerk en op het kerkplein aanwezig is. Dit alles gaat gepaard met het afsteken van vuurwerk, het knallen van rotjes en het elkaar ‘Xristos Anesti’ – Christus is opgestaan! – toe roepen. Totaal anders dus dan de paasdiensten die ik vroeger op zondagochtend in onze kerk meemaakte. Het enige wat me daarvan is bijgebleven is het ingetogen en vooral níét jubelend gezongen: ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem die galmt door gans’ Jeruzalem.’ Ach ja, ’s lands wijs, ’s lands eer…

Het Griekse paasfeest is een echte belevenis, en heb je de kans om het een keer mee te maken, dan kan ik dat zeker aanraden, of je nu wel of niet gelovig bent. Natuurlijk staat de kerk centraal in de viering, maar zodra dat ‘gebeurd’ is, en er door de kerkgangers na afloop van de dienst thuis de traditionele longsoep ter afsluiting van de vastenperiode is gegeten, begint op zondagochtend al vroeg het grote feest. Samen met familie en vrienden wordt er de hele dag door gegeten, gedronken, gedanst en gekletst, traditioneel met een lammetje of geit aan het spit in de tuin, op straat of op het balkon. Een belangrijke feestdag dus voor de Grieken, en voor hen echt vele malen belangrijker dan ‘onze’ Kerst. Behalve de drukte in de kerk en de keuken, begint ook de drukte op de wegen al in de dagen ervoor, want het mooiste paasfeest vier je natuurlijk met je familie in je geboortedorp, en aangezien Griekse families vaak honderden kilometers uit elkaar wonen, is het in de week voor Pasen altijd een heel gedoe van zich van hot naar her verplaatsende Grieken. Ook in ons dorpje was het in dit afgelopen weekend weer gezellig druk met al die feestende families om ons heen, maar ik moet eerlijk bekennen dat het een beetje langs ons heen is gegaan. Zo’n Grieks paasfeest is best heel leuk om een keer mee te maken, maar aangezien wij niet zo kerks zijn, en ook niet echt genieten van al die onschuldige lammetjes en geiten aan het spit, houden wij het meestal maar gewoon bij een paasbrunch met zijn tweetjes op ons eigen terras. En dat was ook deze keer weer helemaal geslaagd met een zeer uitgebreid Engels roerei-met-spek-en-worstjes-ontbijt, inclusief verse fruitsalade, een Franse kaas-plankje en een zelfgebakken Paastulband. Heerlijk vind ik dat, en we hadden de rest van de dag geen enkele behoefte aan nog een andere maaltijd.

Tweede Paasdag hebben we wel gezellig een tsipourootje gedaan bij To Balconi, de ouzeri van Apostoli aan het eind van de boulevard in Kato Gatzea. Het zonnetje scheen, het uitzicht over de Golf was weer prachtig mooi, en de mezes, de hapjes bij de tsipouro, waren heerlijk. Toen we daarna voldaan naar huis slenterden, zagen we op een van de andere terrasjes ineens twee Nederlandse vrienden, met wie we een heerlijke frappé hebben gedronken tijdens het uitgebreid bijkletsen. En later die middag stond er plotseling een in Volos wonende Nederlandse vriendin met haar zoon voor ons tuinhek. Zo leuk, het was al twee jaar geleden dat we elkaar hadden ontmoet, maar we gingen gewoon weer verder waar we toen waren gebleven. Kortom, een supergezellige dag met onverwachte, spontane ontmoetingen. En daar kan ik dus heel erg van genieten na het maandenlange gedisciplineerde schrijfwerk.

Vandaag keert de rust langzaam weer terug in het dorp, al blijft het de hele week wat drukker dan hiervoor. Familie en vrienden knopen vaak een aantal vakantiedagen aan hun Paasbezoek vast, zoals wij dat gewend zijn in de kerstvakantie. In de grote stad is het rustig, sommige kleinere winkels zijn ‘wegens vakantie’ gesloten, de openbare instanties draaien op halve kracht. En gezien het trage tempo waarin het hier normaal al draait, kun je nu beter even een weekje wachten als je iets officieels gedaan moet krijgen. Dat zijn zo van die dingen die je leert als je hier al zo’n vijftien jaar woont. De lange zomer is in aantocht, dat is overal te merken. Toeristen duiken alweer op met hun camper of tent op de nabijgelegen camping vanwege de Noord-Europese meivakantie en de vaste gepensioneerde Nederlandse zomergasten druppelen zachtjesaan de Pilion weer binnen voor hun maandenlange verblijf in het gastvrije Griekenland. Voor ons betekent dit het einde van een periode waarin we met onze Griekse dorpsgenoten heerlijk hebben genoten van een gelukkig rustige winter zonder al te veel sneeuw-ellende en andere rampspoeden. Onze lange winterslaap is voorbij, ook wij worden langzaam weer actief, en ik verheug me op het weerzien met vrienden en bekenden die hier hun vakantie komen doorbrengen. Ondanks dat vervult het afscheid van de winter me toch altijd ook met een klein beetje weemoed. Wij vinden die rustige Griekse winters in ons kleine kustdorpje heerlijk, en hebben ons geen moment verveeld, al kan ik me heel goed voorstellen dat anderen er gillend gek van worden. Gelukkig maar, denk ik dan stiekem, want zo blijven ónze winters tenminste lekker rustig… 😉

♥♥♥♥♥

Dubbelleven

Het wordt vandaag een korte column ben ik bang. Over twee weken moet ik namelijk mijn manuscript voor het derde deel van de Rozen van Beekbrugge inleveren. En zoals dat bij mij altijd gaat, moeten er nog wel een flink aantal woorden geschreven worden voordat ik de computer met een tevreden zucht kan dichtdoen. Eigenlijk heb ik dus helemaal geen tijd om tussendoor ‘even’ een gezellige maandcolumn in elkaar te draaien. Maar géén column is ook zo raar, dus vandaar dat ik toch maar even een paar woordjes op de website zet.

Veel te vertellen valt er trouwens niet. Het is winter, dus dan gebeurt er hier weinig. Het behoorlijk grillige weer bepaalt onze dagen, wat betekent dat we de ene dag in het zonnetje in de tuin zitten, en de andere dag rillend bij de kachel kruipen omdat het hoost van de regen of zelfs sneeuwt. Het voordeel van onze leeftijd is dat we niet op tijd op ons werk hoeven te zijn, en dat we zelf onze dagindeling kunnen bepalen. Wat een luxe is dat toch, ik kan echt nog steeds zo genieten van die vrijheid! Nou ja, relatieve vrijheid, want dat boek moet wel geschreven worden, natuurlijk. Het fijne van de winter is dat er weinig gebeurt om me af te leiden en dat ik me helemaal kan terugtrekken in mijn fictieve wereld. Niet zo leuk voor manlief, maar die is er inmiddels wel aan gewend.

Gelukkig maar, want het zorgt soms voor wat rare situaties. Zoals afgelopen week, toen ik tegen de avond, aan het eind van mijn werkdag, verwikkeld was in een nogal vervelende scène tussen Emma, mijn hoofdpersoon, en Giovanna, de niet zo heel aardige moeder van de mannelijke hoofdpersoon. Emma voelde zich behoorlijk gekwetst door de kleinerende sneren van Giovanna en hield er een behoorlijk katterig gevoel aan over. Precies op dat moment piepte manlief mij via de telefoon naar het ‘grote huis’, het teken dat ik moet komen eten. Ik schoof dus regelrecht vanuit mijn werk aan tafel, en laten we nou net die avond spruitjes eten. Niet mijn favoriete maaltijd, zal ik maar zeggen. Maar oké, een gegeven paard kijk je niet in de bek, dus ik laadde keurig een paar – zeker wel een stuk of acht – van die groene ballen op mijn bord, tezamen met een half gekookt aardappeltje en de kleinste karbonade, al was die voor mij eigenlijk nog te groot.

In mijn hoofd was ik nog helemaal bezig met Emma en hoe dat nou verder moest nu ze zich zo rottig voelde. Ze zat ook nog eens in Toscane, in het huis van die moeder, wat het allemaal wel ingewikkeld maakte. Door al dat gepieker was ik niet zo spraakzaam als anders, waarop manlief zich na een paar minuten geroepen voelde om het woord te nemen: ‘Ik snap niet waarom ik nog moeite doe om voor jou te koken. Als ik zie hoe weinig jij eet…’ Dat was niet zo’n goeie gespreksopening van hem. Opmerkingen over mijn eetgewoonten zijn namelijk nogal een beetje een heet hangijzer tussen ons. Ik eet inderdaad niet veel, dat is gewoon zo. Ik voel me daar ook best schuldig over, en doe werkelijk altijd mijn best om iets meer te eten dan ik het liefst zou doen. Alleen moet je me dan geen spruiten voorzetten. Witlof trouwens ook niet, of nassi of havermout of… Afijn, ik ben inderdaad een lastige eter, laten we het daar maar op houden.

Normaal gesproken buig ik deemoedig mijn hoofd bij zo’n opmerking: ‘Ja, schat, je hebt helemaal gelijk. Ik ben zo blij dat je me ondanks dat elke avond een heerlijke maaltijd voorzet…’ Maar die avond dus niet. Ik was al aan tafel geschoven met Emma’s katterige gevoel nog in mijn lijf, en van manliefs opmerking werd ik ook niet vrolijk. Daar kwam nog bij dat de snerende opmerkingen van Giovanna aan Emma’s adres ook over eetgewoontes gingen. En aangezien ik nog helemaal in mijn boek zat, moest ik op dat moment dus een dubbele portie negatieve opmerkingen over eetgewoontes verwerken: die van Giovanna en die van manlief. Dat was helaas net even te veel voor me, waardoor manlief onmiddellijk de volle lading van me kreeg. Gelukkig hadden we allebei al snel in de gaten dat Emma nog levensgroot bij ons aan tafel aanwezig was, en dus ben ik na het eten maar even een luchtje gaan scheppen om haar kwijt te raken. Dat is gelukt, en zo werd het die avond toch nog gezellig bij ons thuis.

En hier moeten jullie het vandaag mee doen, want op dit moment staat Emma alweer in mijn nek te hijgen, dus ik ga snel verder met haar verhaal. Met een beetje geluk kunnen jullie dan in september lezen hoe dat nou zat met die eetgewoontes van haar, en of ze het ondanks die vervelende moeder toch nog leuk heeft gehad in Toscane… 😉

♥♥♥♥♥