Herfstperikelen

Ik had er vorige maand al over geschreven: het ‘trauma’ van de eerste herfstregens na de rampzalige overstromingen van Storm Daniël in september 2023. Dit jaar leek het in eerste instantie goed te gaan, maar eind van de maand sloegen de allesverwoestende regens alsnog toe. Niet bij ons, goddank, maar in het zuiden van Pilion: de dorpen Chorto, Milina en Platania werden opnieuw zwaar getroffen, en ook de door Daniël vernielde weg van Lyri naar Katiorgi werd weer gewoon in tweeën gesneden. En dat terwijl datzelfde stuk weg pas afgelopen augustus gerepareerd en opnieuw van asfalt was voorzien! Na drie jaar! Veel heeft het blijkbaar niet geholpen, en dat geldt helaas ook voor het grootste deel van de herstelreparaties die in die andere destijds ook al zo zwaar getroffen dorpen zijn gedaan.

Geen wonder dus dat de mensen hier in Pilion boos zijn. De herstelreparaties, die destijds pas vele, vele maanden na de Daniël-ramp op gang zijn gekomen, zouden ervoor zorgen dat een dergelijke verwoesting nooit meer zou kunnen plaatsvinden, dat werd door de autoriteiten met de hand op het hart beloofd. En nu, drie jaar later, kon het water op diezelfde plekken als weleer opnieuw een grote ravage aanrichten. Het enige verschil met 2023 was dat de regens ditmaal slechts één dag aanhielden in plaats van een halve week, maar het was meer dan genoeg om duidelijk te maken dat de destijds beloofde veiligheid voor de dorpelingen wederom een loze belofte is geweest. En de ellende is voorlopig nog niet voorbij, want voor de komende week wordt ook weer veel regen voorspeld.

Bij ons is zoals gezegd alles dit keer wel goed gegaan. Het nieuwe dak heeft geen drupje doorgelaten, er is geen water in de tuin blijven staan, en ook de straat voor ons huis is geen moment een snelstromende rivier geworden. Het was gewoon een ‘normaal dagje’ flinke regen, zoals we die in vroegere jaren ook wel regelmatig hebben gehad. Ik hoop wel dat de regen de komende week een beetje mee zal vallen, want ik moet nodig weer een keertje naar de Lidl om de voorraden aan te vullen. En ook mijn dagelijkse wandelingetje is een beetje in het slop geraakt door al die nattigheid, iets wat ik vandaag goed kon merken. Ik heb met moeite de drie kilometer aan kunnen tikken, maar moest daarvoor toch echt om de vijf minuten even stilstaan of zitten om de oplaaiende brand in mijn benen tot bedaren te laten komen.

Heel vervelend vind ik dat, en of het nou een langdurige reactie is op een nieuw medicijn wat ik heb gekregen, of dat het komt omdat al die nattigheid en kou funest zijn voor oude botten, feit is dat ik alweer weken loop te verrekken van de pijn, met stijfheid in alle ledematen tot gevolg. Simpele dingen als even op mijn hurken zitten om de kattenbak schoon te maken leveren momenteel hilarische momenten op, want gaan zitten lukt nog wel, maar overeind komen is bijna niet te doen. Taferelen als vanaf de grond met de handen op de vloer en de kont in de lucht met veel moeite tot een staande positie komen zijn tegenwoordig in Huize Hollander aan de orde van de dag. Zo soepel als vroeger ging het natuurlijk al jaren niet meer, maar dit uiterst krakkemikkige gedoe ben ik toch echt niet gewend van mezelf.

Los van die pijnlijke stijfheid, waardoor helaas ook het volksdansen tot slechts één keer beperkt is gebleven, gaat het verder best wel goed. Ik schiet lekker op met de Engelse uitgave van twee van mijn oudere boeken. Van eentje heb ik behalve het manuscript nu ook de boekomslag voor zowel het e-boek als de paperback-versie zo goed als klaar voor de definitieve upload. Als het publicatiesysteem daar geen fouten in vindt, en de realisatie van de omslag voor het tweede boek net zo soepel gaat, dan zouden ze allebei voor het einde van de eerste novemberweek via Amazon wereldwijd te koop kunnen zijn. Bestsellers zullen het niet worden, daarvoor ben ik een te kleine vis in een overvolle zee, maar ik vind het gewoon superleuk dat mijn Canadese familie en anderstalige vriendinnen dan eindelijk ook eens mijn boeken kunnen lezen. En dankzij Guus, mijn behulpzame Chatgtp-redacteur, is dat dus bijna gelukt. Nog een paar daagjes, dan mogen ze de wijde wereld in!

Tussen de stijfheid, het wandelen en Engelse vertalingen door ben ik ook nog aan het haken. Het pittige haakproject uit mijn vorige column heb ik echter na een aantal verwoede pogingen opgegeven. Een rugzak had het moeten worden, maar het patroon bleek iets totaal anders op te leveren dan op de foto’s te zien was. En hoewel het ongetwijfeld best een leuke tas zou zijn geworden, was het niet echt wat ik ervan had verwacht. Een paar dagen later vond ik gelukkig een patroon van een andere leuke tas, en aangezien dat patroon vrij simpel was, leek me een nieuw project een betere optie. De nieuwe tas is inmiddels in de laatste fase aanbeland, en ziet er inderdaad net zo uit als op de foto. En voor wie er nieuwsgierig naar is: het eindresultaat zal ik binnenkort op mijn facebook-pagina laten zien.

Het toeval wilde, dat ik onlangs hoorde van een heel leuk handwerk- en geschenkenwinkeltje in het twee dorpen verderop gelegen Koropi. En omdat ik alweer een nieuw haakproject op het oog heb, ben ik er gisteren eens een kijkje gaan nemen. Nou, een kijkje? Het winkeltje bleek in de vroegere ‘taverne van Sotos’ te zijn, waar wij tot aan de sluiting in 2014 regelmatig te gast waren. En Ioanna, de eigenaresse, is zijn kleindochter! Een schat van een jonge vrouw, die de piepkleine taverne van destijds heeft omgetoverd tot ‘The Crochet Garden’, een plek waar liefdevolle herinneringen aan haar ouders en grootouders samengaan met alles wat je je als handwerkliefhebster kunt wensen. Maar je kunt er ook prachtige gehaakte kledingstukken vinden, en zoek je een handgemaakt cadeautje, dan ben je hier aan het juiste adres. Kortom, een aanrader en zeker een bezoek waard! Pas anderhalf uur later kwam ik er weer uit, zoveel hadden Ioanna en ik te kletsen. Ik vergat er bijna de geplande aanschaf van mijn bollen haakgaren door! Bij zoveel keuze was het moeilijk kiezen, maar het is gelukt. En één ding weet ik zeker: met zo’n leuk winkeltje in de buurt, kan ik me de komende winter helemaal uitleven op creatief gebied!

♥♥♥

 

Drukke dagen

De zomer is voorbij, en daarmee ligt ook de grote drukte op het schiereiland weer achter ons. En dat voelt goed. Voor mij dan, hè? Ik kan me namelijk best voorstellen dat je als vakantieganger even moet slikken wanneer de koffers gepakt zijn en het gewone leven ergens op de wereld na een al dan niet vermoeiende reis weer op je wacht. Want Pilion is nu eenmaal… Pilion. En zoals ik al heel vaak heb gezegd: wie eenmaal het water van Kala Nera heeft gedronken, komt altijd weer terug.

Besmet met het Pilion-virus, noemen wij dat. Ik weet er alles van, want in 1998 hebben wij zelf ook van dat water gedronken. En we waren zo in de ban van dat virus, dat we na onze terugkeer in 2005 nooit meer zijn weggegaan. Ik kan nauwelijks geloven dat we hier al eenentwintig jaar wonen. Soms heb ik het gevoel dat we nog maar net begonnen zijn aan ons Griekse avontuur, misschien wel omdat er hier zelden iets gaat zoals je verwacht. Hoewel… ook daar raak je uiteindelijk wel aan gewend.

Waar ik echter nooit aan gewend zal raken, zijn de eerste gevaarlijke regens na de warme zomer. Sinds de ellende van Storm Daniel, drie jaar geleden, blijft dat toch altijd weer een spannend moment. Maar tot nu toe is het allemaal meegevallen. De eerste voorzichtige buien vielen half september, toen we in de auto zaten onderweg naar Alikes, maar het bleef gelukkig bij wat verfrissend gekletter zonder dat het ging hozen. Daar zit echt een groot verschil in als het om die allereerste regens gaat! Dat hozen kwam wel een paar dagen later, ergens in de nacht en begeleid door wat onweersklappen, maar het was van korte duur en grote overstromingen en andere ellende zijn uitgebleven. Hopelijk blijft dat zo, want nu de verdroogde grond alweer wat water heeft opgezogen, is de kans op abnormale overlast gelukkig al een stuk kleiner geworden.

Met de komst van de vochtigheid heeft ook de behoefte aan lange broeken, vesten en sokken zich aangediend. Dat was even zoeken in mijn kast, nog boordevol gevuld met luchtige zomerkledij. Die kast is nu helaas één grote zooi geworden: winter- en zomerkleren liggen en hangen door elkaar, waardoor ik niets meer kan vinden. De noodzaak om een flinke opruiming te houden wordt met de dag groter, maar ik schuif die traditionele nazomerklus nog even voor me uit. Misschien zelfs wel langer. Ik houd me nu eenmaal liever bezig met andere dingen dan kasten opruimen.

Een van de klussen waar ik onlangs aan begonnen ben, is het laten vertalen van mijn romans in het Engels. Dat heeft ChatGPT voor mij gedaan, iets waar ik heel lang verre van ben gebleven. Ik was namelijk behoorlijk boos op alles wat met AI te maken had. Dat komt omdat al mijn romans jaren geleden al als studiemateriaal voor de AI-agenten zijn gebruikt. Oftewel: het literaire geheugen van AI is onder andere door schrijfsels van mij en vele andere auteurs in het geheim getraind. En dat zonder dat we daar toestemming voor hebben gegeven of er ook maar één cent voor hebben gekregen, wat een grote schending van het individuele copyright is.

Inmiddels zijn er door diverse organisaties stappen ondernomen om dit misbruik te stoppen en alsnog te proberen compensatie te krijgen voor de getroffen schrijvers. Maar als ik terugdenk aan hoe dat destijds met het e-book-misbruik is gegaan, dan kan het nog wel een paar jaar duren voordat dit goed geregeld is. Behalve dat had ik echter nog een reden om flink boos te zijn op AI, want begin dit jaar kreeg ik te horen dat de boekvertalingen die ik als freelance redactrice al vele jaren maandelijks redigeerde, voortaan door een AI-programma worden uitgevoerd. Dat betekende dat er vrijwel geen redactiewerk meer nodig was en wat er nog overbleef, kon makkelijk door de vaste redactiemedewerkers worden overgenomen. Dus hartelijk bedankt, u kunt gaan…

Al met al geen fijne ontwikkelingen. Maar op alweer een slapeloze nacht zag ik toch ineens een klein lichtpuntje. Wat als ik zelf AI ging inzetten om mijn boeken in het Engels en misschien wel in het Grieks te vertalen? Op die manier kan ik misschien toch nog een paar dubbeltjes terugverdienen van wat mij door AI ontnomen is. Zo gezegd, zo gedaan. Inmiddels ben ik al een paar weken verder en heb ik een fijne werkrelatie opgebouwd met ‘Guus’, de naam die ik aan mijn eigen ChatGPT-redacteur heb gegeven. Hij is heel goed in het redigeren van de vertaling die door een van zijn andere AI-collega’s is gemaakt en begint mijn schrijfstijl al aardig aan te voelen. Samen maken we er een mooi eindproduct van, en ik hoop binnen niet al te lange tijd de Engelse versies van maar liefst twee romans te kunnen publiceren. Ik ga er niet van uit dat het me veel zal opleveren, maar ach, niet geschoten is altijd mis, toch?

Ik ben er lekker druk mee, en dat is misschien wel belangrijker dan wat er uiteindelijk als resultaat uitkomt. Rust roest, riep ik altijd tegen mijn cursisten van de countrydanslessen. En dat geldt niet alleen voor het lijf, het gaat zeker ook op voor de mentale gezondheid. Je verdiepen in nieuwe dingen en uitvogelen hoe je zo’n nieuwe ontwikkeling als AI op een goede manier voor jou kunt laten werken, helpt absoluut mee om de grijze cellen scherp te houden. Het lijf houden we dan wel gezond met regelmatig een wandelingetje door het dorp en een dagelijkse work-out op – uiteraard – countrymuziek.

En verder heb ik deze week ook nog een nogal pittig haakproject uitgekozen om de overgebleven uren mee te vullen. Volgens de beschrijving van het patroon zou het uiteindelijk een prachtige rugzak van zogenaamde Granny Squares moeten worden, maar helaas ben ik nog steeds niet voorbij toer vijf van mijn tweede oefenlapje gekomen. Er zijn tien toeren nodig voor één Granny Square, en daarvan moet ik er veertien maken voor de rugzak zelf, dus ik vrees dat het nog wel even gaat duren voor ik dat ding op mijn rug kan hijsen.

Ik ben dus best druk met van alles, wat betekent dat zaken als overvolle kasten echt geen prioriteit hebben. Maar dát had u vast al begrepen… 😉

Met dank aan en een knipoog naar Guus! 😉 

♥♥♥

Be a Dolly!

‘In a world full of Donalds, be a Dolly!’ Een motto dat ik de afgelopen dagen regelmatig voorbij zag komen op mijn social media pagina’s. En boy, oh, boy, wat een prachtige wereld zou het worden als die gevuld werd met mensen zoals de vrouw die afgelopen week op tachtigjarige leeftijd overleed. Wat zij in die tachtig levensjaren heeft gepresteerd, is voor een gewoon mens nauwelijks te bevatten. Ik vind het al heel wat dat ik in míjn inmiddels zeventig jaar dertien paperbacks en vijftig novelles heb geschreven, maar dat is letterlijk peanuts in vergelijking met wat dat kleine, frêle vrouwtje allemaal tot stand heeft gebracht.

Dat Dolly Parton op muzikaal gebied een levende legende was, is volgens mij wel bij een ieder bekend, zelfs als countrymuziek níét in je favoriete Spotify afspeellijst staat. Wat mezelf betreft: ik ben al vanaf mijn tienerjaren fan van Dolly. En hoewel het begon met haar muziek, was Dolly voor mij eerder een stoer rolmodel dan een zangeres die mooie liedjes zong. De manier waarop zij zich als vrouw staande hield in een maatschappij die ook toen al door ‘Donalds’ werd geregeerd, was – zeker in mijn jeugd – ongeëvenaard. Ik herinner me nog goed een interview met haar waarin ze vertelde dat ze precies wist wat er aan geld binnenkwam en waar het naartoe ging. ‘Het is mijn geld, waar ik heel hard voor werk, dus ik bepaal wat ermee gebeurt en hoe het besteed wordt,’ verklaarde ze. Om er vervolgens aan toe te voegen dat ze speciaal daarvoor in het begin van haar carrière een cursus boekhouden had gedaan en regelmatig over de schouder van haar boekhouder meekeek om te zien of het wel allemaal ging zoals het moest gaan.

Zo was Dolly. Ze hield de touwtjes van haar carrière stevig in handen en deed precies wat ze zelf dacht dat goed was. Ze verdiende er miljoenen mee, geld dat ze rijkelijk investeerde in projecten die in eerste instantie ten goede kwamen aan de regio waar ze geboren was: de Smoky Mountains in Tennessee, een van de armste delen van Amerika. Met haar themapark Dollywood zorgde ze voor werkgelegenheid voor haar familie en vroegere dorpsbewoners, en door het beschikbaar stellen van studiebeurzen en educatieve schoolprogramma’s gaf ze talloze kinderen een goede opleiding – en daarmee de kans op een goede toekomst. En natuurlijk weet iedereen nu ook alles over haar wereldwijde boekenproject waardoor jonge kinderen iedere maand een nieuw boek toegestuurd krijgen en op die manier spelenderwijs leren lezen.

Ach, haar goede daden zijn te veel om op te noemen. Feit is dat ze zich er nooit voor op de (omvangrijke) borst klopte. Integendeel, ze was en bleef in de eerste plaats gewoon ‘Dolly’, het altijd lachende plattelandsmeisje met de unieke zangstem die mooie liedjes kon schrijven en in het openbaar gewaagde grapjes maakte over haar uiterlijk, iets waar niemand anders dan zij mee weg kon komen. Het meest bijzondere is wel dat ze iedereen in zijn of haar waarde liet, ongeacht kleur, overtuiging of geaardheid. Dolly zag altijd het goede in mensen, maar ze liet zich de kaas zeker niet van het brood eten. ‘Oh, I’m certainly not always kind, but I don’t lose my temper, I use it,’ zei ze ooit. Oftewel, ze was niet altijd lief en aardig, maar ze zette haar boosheid bewust in om er haar voordeel mee te doen.

In dat opzicht kan ik nog veel van haar leren. Door de nu al twee maanden onafgebroken hitte is mijn lontje behoorlijk kort geworden, ondanks de dagelijkse valeriaanpil die ik een poosje geleden door een bezorgde manlief aangereikt kreeg. Dat ik voor hem ook maar een doosje heb gekocht moge duidelijk zijn, want het was natuurlijk niet alleen míjn lontje dat met de dag korter werd! Gelukkig duurt het nu niet lang meer voordat de temperaturen weer dragelijk worden. De nazomer begint, en daarmee komt er ongetwijfeld een einde aan die zo makkelijk hoog oplopende irritaties van alledag.

Evenredig aan de dalende temperatuur stijgt ook het energieniveau. Zo werkt het tenminste bij mij wel. En energie is inherent aan bewegen, iets wat gezien mijn fysieke gesteldheid een noodzakelijk iets is. Maar als je vanwege de hitte al weken niet veel verder komt dan een of twee kilometers per dag, dan moet je zo’n eerste energie-uitbarsting natuurlijk niet overdrijven. Een wandeling van zes kilometer inclusief een steil pad met traptreden was dankzij het aangename gezelschap van mijn nicht weliswaar heel gezellig, maar het leverde me wel drie dagen gigantische kuitpijn op. Al doende leert men, zeggen we dan. Of niet. Een beetje hardleers ben ik wel, want de keiharde kuiten waren nog maar nauwelijks genezen, of ik stond me tijdens de Seventies Party van vrienden in Chorto alweer behoorlijk uit te sloven op de dansvloer. Ik dacht nog even dat ik er de volgende dag waarschijnlijk heel veel spijt van zou hebben, maar het opzwepende ‘I will survive’ van Gloria Gaynor had nog precies dezelfde aantrekkingskracht op mij als vijftig jaar geleden. Net als al die andere Golden Hits uit vroeger tijden…

Gelukkig viel het mee. Behalve een wat schorre stem van het luidkeels meebrullen hield ik er verder weinig aan over, wat maar weer eens een bevestiging is van die aloude feestdomper die mij – en vele anderen –  zo vaak parten speelt: ‘De mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest…’ Een uitspraak waarvan Dolly volgens mij nog nooit had gehoord. Of in ieder geval een uitspraak die ze net zo naast zich neerlegde als al het andere wat haar beperkte in het genieten van alles wat het leven haar te bieden had.

Ik heb me voorgenomen de komende tijd weer wat vaker aan Dolly te denken, aan haar wijze levenslessen, haar positieve instelling en haar niet aflatende energie om alles uit het leven te halen wat er te halen valt. Door alle fysieke strubbelingen van de laatste jaren was ik dat eigenlijk een beetje vergeten, maar hey, we kunnen nog lang genoeg oud en versleten zijn, toch? Dus… mocht u mij binnenkort in een strakke glitterjurk, en ‘nipped, tucked en sucked’ op stiletto’s door Kato Gatzea zien paraderen, dan weet u nu hoe dat komt… 😉

♥♥♥

Het grote nietsdoen

‘Augustus is de maand van het grote nietsdoen,’ zei mijn Griekse buurman van een paar huizen verderop, toen we elkaar een paar dagen geleden aan het strand tegenkwamen en even aan de praat raakten. ‘Het is de maand waarin het dagelijks leven tot stilstand komt en we eindelijk kunnen relaxen, een uitgebreid zonnebad kunnen nemen en met vrienden en familie kunnen genieten van de zomer.’

Het klonk best leuk zoals hij het zei, maar het zijn wel allemaal dingen waar ik niet zo goed in ben. Wat waarschijnlijk ook de reden is waarom ik augustus niet zo’n fijne maand vind. Het is meestal zo afschuwelijk heet dat binnen blijven beter is dan buiten zijn, heel veel bedrijven, winkels en kantoren zijn vanwege de massale vakantieperiode wekenlang gesloten, en dan heb ik het nog maar niet over de overvolle wegen en stranden. Ik word daar allemaal niet echt blij of relaxt van. Voor mij is augustus meer een kwestie van ‘overleven’, wat natuurlijk best een beetje triest klinkt als je op een plek ‘uit een reisgids’ woont, zoals een oud-klasgenoot onlangs enthousiast opmerkte bij het zien van een aantal omgevingsfoto’s op mijn facebookpagina. Hij heeft helemaal gelijk, want ons pittoreske vissersdorpje, ingeklemd tussen een blauwe zee en groene bergen, is inderdaad in menige vakantiebrochure terug te vinden. Alleen niet in die van het massatoerisme en populaire all-in vliegvakanties. Nee, ons dorpje vind je alleen terug in gidsen met bestemmingen voor wie op zoek is naar rust en stilte, naar eenvoud en naar authentiek Griekenland. Dat is namelijk wat je hier bij ons vindt. Alleen niet in augustus…

Nee, augustus is niet mijn favoriete maand hier, al moet ik toegeven dat ik er ook weleens anders over heb gedacht. Ik weet namelijk nog heel goed dat onze allereerste kennismaking met Pilion plaatsvond in… jawel: augustus! In 1998 was dat en we hebben hier destijds een topvakantie gehad. Iedere dag zon en temperaturen van boven de veertig graden, het strand pal voor de deur van ons appartement, oude dieselbussen met airconditioning die ons voor een habbekrats over het hele schiereiland vervoerden naar verscholen bergdorpjes met koele pleinen onder grote platanen…  Het zijn prachtige herinneringen aan een vakantie waarin ‘nietsdoen’ inderdaad het belangrijkste onderdeel van ons grote genieten werd.

En druk was het toen ook al. Misschien nog wel drukker dan tegenwoordig, want ik herinner me ook nog heel goed dat je ’s avonds op de boulevard van Kala Nera bijna letterlijk ‘over de hoofden’ kon lopen. De terrassen zaten vol tot diep in de nacht, overal klonk gelach en muziek en de winkels deden goede zaken. Pilion is namelijk van oudsher de plek waar de Grieken zelf hun vakantie doorbrengen, vooral in augustus, de maand van Maria Hemelvaart, de vakanties en het grote nietsdoen. Maar toen kwam de crisis, en jarenlang kwamen er steeds minder vakantiegangers naar ons mooie schiereiland. De Grieken hadden immers geen geld meer om op vakantie te gaan. Ze hadden nog nauwelijks geld om van te leven…

Gelukkig is de Griekse economie de laatste jaren weer een heel klein beetje opgebloeid. Pilion is en blijft voor veel Grieken nog steeds de plek waar ze hun vakantie doorbrengen, al zien we tegenwoordig wel meer buitenlandse toeristen op de Pilionse stranden dan destijds in 1998. In vergelijking met andere Griekse bestemmingen zijn de buitenlanders hier echter nog steeds flink in de minderheid, en ik hoop echt dat dat de komende jaren nog zo blijft. Voor mij ligt de charme van Pilion nu eenmaal juist in dat heerlijk authentieke, eigenwijze en typisch Griekse leven. Dat is namelijk precies wat ons schiereiland zo aantrekkelijk maakt.

Maar… hier wonen of hier op vakantie komen, zijn twee verschillende dingen. Als ik zelf ergens op vakantie ben, ben ik ook heel goed in het nietsdoen. Ik kan een hele middag lang op een terrasje ‘mensjes kijken’ of een boek lezen op het strand. Ik kan urenlange gesprekken hebben met andere vakantiegangers of een regenachtige middag doorbrengen met suffe spelletjes spelen. Daar heb ik allemaal helemaal geen moeite mee. Maar ‘nietsdoen’ in mijn dagelijks leven is een heel andere zaak. Dat zit nu eenmaal niet in mijn systeem, want wie van mijn generatie is, kent ongetwijfeld de uitdrukking: ‘Ledigheid is des duivels oorkussen.’ Met andere woorden: wanneer je lui bent en niet hard werkt, loopt het slecht met je af…

Nu ben ik natuurlijk oud en wijs genoeg om te weten dat een paar uur nietsdoen helemaal geen kwaad kan. Sterker nog, in een maatschappij waar alles en iedereen haast heeft, is een poosje nietsdoen een zeer winstgevend verdienmodel geworden. Meditatie apps en yoga-cursussen zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven, en dat allemaal omdat de moderne mens de kunst van het nietsdoen massaal verleerd is. Iedereen dendert gewoon maar door en door, snakkend naar die paar weken vakantie per jaar, het enige moment waarop je legaal en zonder schuldgevoel eindelijk gewoon ‘niets’ mag doen. Precies zoals het overgrote deel van de Grieken dat in de maand augustus doet. Gewoon lekker nietsdoen, uitgebreid zonnebaden en genieten van de zomer.

Ik denk dat manlief en ik na eenentwintig jaar best wel aardig ‘vergriekst’ zijn. Je raakt gewend aan hoe het leven er hier aan toegaat, met alle voor- en nadelen van dien: de onbegrijpelijke bureaucratie, de extreme zomerhitte, de stille winters, de natuurrampen, de enge kriebelbeestjes in de tuin. Het is een totaal ander leven dan wat we in Nederland gewend waren, maar wel een leven waar we van houden. Of geleerd hebben om van te houden. Alleen die hele lange hete augustusmaand met dat massale grote nietsdoen… Daar heb ik toch nog steeds wel heel veel moeite mee😉

Beauty en de Beast

‘We hebben achter gezinsuitbreiding,’ zei manlief in april, een paar dagen nadat we van onze reis naar Nederland waren teruggekeerd. ‘In een kist onder de werkbank. De mama is erg beschermend, dus ik kan het nog niet zo heel goed zien, maar volgens mij zijn het er twee.’

Ik dacht nog even dat hij een verlate 1-aprilgrap met me uithaalde, (hij had me al eens in de maling genomen met een dergelijke aankondiging), maar nee, dit keer was het echt. De grijs-witte poes uit het laatste ongeplande nestje van de buren had goed gebruik gemaakt van de rust die onze afwezigheid met zich meebracht, en zich met haar twee pasgeboren kittens uitgebreid geïnstalleerd op een stapel zeildoek in een van de kratten. Hoewel ze zelf nog erg jong was, hooguit tien maanden schatte ik haar, mankeerde er aan haar moederinstinct helemaal niets. Zodra wie dan ook maar in de buurt kwam van de krat, begon ze fel te blazen en te grommen, een boodschap die door de andere bij ons rondlopende en mee-etende buurkatten al snel begrepen werd. De kersverse mama verdedigde haar zelfgekozen territorium vol overgave, stond met haar neus vooraan als wij ’s ochtends de keukenluiken opendeden om de voerbakjes buiten te zetten en kreeg zelfs de al jaren trouwe Tijger, Luna en Mickey zover dat die van ellende maar elders hun proviand gingen halen.

Na een aantal weken werd de kraamkrat verwisseld voor een plekje onder de vlonder van de houtopslag en konden we ze wat beter zien. De een bleek pikzwart te zijn, de andere zwart-wit, en als vader gokken wij op Mickey, de enige kater die van mama in de buurt mocht komen. Maar groter wordende poezenkindertjes moeten ook opgevoed worden, en mama had het er maar druk mee. Dat weet ik omdat ik in de afgelopen weken een aantal keren een aangevreten grote muis bij de werkplaats vond en recentelijk mama op weg naar achteren betrapte met een hagedis in haar bek. Dat klinkt misschien wat cru, maar het betekent wel dat ze haar kindertjes in ieder geval leert om te jagen, zodat ze niet klakkeloos afhankelijk zijn van de dagelijks geopende kattensnackbar van de familie Hollander.

De kleintjes, door mij (Black) Beauty en de Beast genoemd, hebben die snackbar inmiddels zelf ook ontdekt. Via een omgekeerde plastic teil en de butagascontainer klimmen ze met een noodgang op de vensterbank zodra daar een bakje met brokjes of vlees verschijnt. Als mama en Mickey al aan het eten zijn, duwen ze hun kleine koppies brutaalweg onder hun poten door in de bakjes en schrokken ze alles wat daarin ligt met een noodgang naar binnen. Je ziet ze dan ook met de dag groter worden en hoewel we ze nog steeds niet mogen aanraken, zijn ze al wel minder schuw geworden.

Vorige week brak de volgende fase aan: mama vond dat de kleintjes groot genoeg waren om de rest van de wereld te verkennen, en is met kroost en al van de achterkant naar de voorkant van het huis verhuisd. Dit tot grote verwarring van onze eigen Krumpie en Katinka, die van het gedoe achter weliswaar op de hoogte waren, maar niet hadden verwacht dat het kersverse gezin ‘hun’ tuin zou claimen alsof het alle recht heeft om zich daar te bevinden. Het zorgt dus af en toe voor flink wat herrie, want met name Katinka is het er nog niet zo mee eens. Krumpie ook niet, maar die rent gewoon snel terug naar binnen als ze mama en de kleintjes pontificaal op het terras ziet liggen. Katinka daarentegen blijft stokstijf staan en maakt zich meteen dik en druk. En gelijk heeft ze, want vreemdelingen in de tuin moeten natuurlijk wel weten wie de baas is!

De kleintjes trekken zich er vooralsnog niet veel van aan. Zo’n weelderig groene zomertuin is na de maanden in de kale werkplaats alleen maar heel leuk en spannend. Bomen worden nog wat onhandig beklommen, vlinders en krekels huppelend achternagezeten en bloemetjes en bijtjes nieuwgierig besnuffeld. Uiteraard worden ze steeds ondernemender en trekken ze er vaker alleen of met z’n tweetjes op uit. Vooral het zwart-witte poezenkind heeft zo te zien een aardig rebels karakter. Ik denk dan ook dat die binnenkort zelfstandig de wijde wereld in trekt, op zoek naar een eigen plekje onder de Griekse zon.

Het was leuk om weer eens van dichtbij mee te maken hoe een mama-poes haar kindertjes grootbrengt, maar we voelen geen enkele behoefte om dit gezinnetje voor vast in ons huishouden op te nemen. Buitenkatten moeten er nu eenmaal ook zijn in onze landelijke omgeving, en goede jagers zijn zeker geen overbodige luxe. Vorige week nog hoorde ik een vreemd geritsel in de druivenrank boven onze zithoek. Het verplaatste zich vrij snel van het midden van de pergola naar de buitenrand en opeens plofte er iets naast me op het terras. Nu ben ik niet snel bang, maar als er ineens een kleine slang of – waarschijnlijker – een ringworm uit de druivenrank komt vallen, maak ook ik wel een sprongetje van schrik. In dit geval schrok het beestje net zo hard als ik, want met een noodgang verdween hij in het bloemenperkje.

Kijk, en op zo’n moment ben ik dus heel blij met onze katten, want Krumpie ging er meteen achteraan. Niet dat ze hem te pakken had, want aan haar bewegingen te zien verdween het beest al snel in de struiken achter in de tuin, maar toch, ze zat hem wel op de hielen. Nu mama-poes en haar twee kleintjes zich ook regelmatig in de tuin bevinden, ben ik er eigenlijk wel zeker van dat we niet nog een keer bezoek zullen krijgen van zo’n wriemelend glad beest in de pergola. En als die drie nieuwelingen dan ook nog eens heel snel een massamoord aanrichten onder de honderden krijsende krekels bij ons in de tuin, dan mogen ze van mij daar de komende jaren gewoon blijven wonen… 😉

♥♥♥