Ons schiereiland kent een lange geschiedenis. Zo kun je in het Archeologisch Museum in Volos opgegraven potten en pannen bekijken die uit het Neolithische tijdperk stammen. Dan praten we over zo’n 12.000 jaar voor Christus! Toen liepen er hier dus al mensen rond! In de 7e eeuw voor Christus kregen die eerste bewoners volgens de overleveringen gezelschap van de Olympische goden, die hier hun vakantie doorbrachten. En de wijze centaur Chiron, een beroemde figuur uit de Griekse mythologie, had hier zijn perfecte woonstek gevonden: een grot die zich in de nabijheid van het kalderimi-pad van Kala Nera naar Milies bevindt en nog steeds te bezoeken is.
In de Byzantijnse tijd, vanaf ca. 330 na Christus tot het jaar 1453, werd het pas echt ‘druk’ in Pilion. Dat kwam door de vele kloosters die in de bergen werden gesticht en als centra voor religie en cultuur fungeerden. Rondom die kloosters ontstonden al snel nederzettingen, die ook tijdens het erop volgende Ottomaanse tijdperk (1453–1832) hun florerend bestaan door handel en landbouw konden voortzetten. Dankzij de afgelegen en vaak moeilijk bereikbare ligging van de dorpen hadden de inwoners van Pilion ondanks de Turkse bezetting namelijk toch een zekere mate van vrijheid en rijkdom. En dat leidde weer tot bijvoorbeeld de bouw van de karakteristieke 17e- en 18e-eeuwse herenhuizen en klinkerstraatjes die tot op de dag van vandaag in bergdorpen als Makrinitsa en Visitza te bewonderen zijn.
In de jaren na de Ottomaanse bezetting breidde de handel zich nog verder uit, maar nu kwam ook de industrie op. Volos ontwikkelde zich snel tot een van de belangrijkste industriële centra van Griekenland, dankzij de strategische havenligging en de komst van vluchtelingen uit het noorden. De stad kende een bloeiende textiel-, tabak- en baksteenindustrie, met iconische locaties als de Tsalapata-fabriek (nu een museum) en de Papastratos-tabakopslagplaatsen aan de haven (nu deel van het beroemde Universiteitsgebouw). De instroom van vluchtelingen uit Klein-Azië in de jaren 1920, met name in Nea Ionia, zorgde voor een enorme bevolkingsgroei en goedkope arbeidskrachten, wat de industrie verder stimuleerde. Maar naarmate de oude ambachtelijke industrieën verdrongen werden door nieuwe technologische uitvindingen verschoof de economie vanaf de jaren tachtig steeds meer naar diensten, toerisme en handel.
Het dagelijks leven op het schiereiland Pilion veranderde snel. Jongeren trokken weg uit de dorpen omdat er geen werk meer was, en wie achterbleef probeerde een bestaan op te bouwen in het toerisme. En hoewel Pilion een uitzonderlijk mooie natuur heeft, brengt diezelfde natuur ook veel problemen met zich mee. Bosbranden, aardbevingen en overstromingen zijn geen uitzonderingen, iets waar wij in de twintig jaar dat wij hier wonen over mee kunnen praten. Niet dat alles hier kommer en kwel is, hoor! In die twintig jaar hebben we immers ook heel veel leuke, gezellige en bijzondere dingen meegemaakt. Maar als wij in zo’n relatief korte tijd al zoveel verhalen te vertellen hebben, wat zouden dan bijvoorbeeld de kasseien van de kalderimi’s, de eeuwenoude ezelspaden die overal in Pilion te vinden zijn, ons wel niet te vertellen hebben als ze konden praten?
Helaas kunnen kasseien niet praten, dus we moeten het doen met de verhalen die door de jaren heen bewaard zijn gebleven. Zoals het verhaal over het treinstationnetje in Lafkos dat noodgedwongen tot bakkerij werd, omdat de bouw van de spoorweg die oorspronkelijk tot Lafkos door zou lopen voortijdig in Milies eindigde. Of het verhaal van het Huis met de Vloek in Ano Lechonia, waar de drie jonge kinderen van de rijke familie die het liet bouwen stierven door het drinken van melk uit een kan waarin een gekko was gevallen. Het huis ook waar in de oorlogsjaren een hoge Gestapo-commandant vermoord werd door een partizaan uit het bergdorp Dakria, waarop een massa-executie volgde omdat de inwoners niet wilden verraden wie van hen de moord had gepleegd.
Als je goed om je heen kijkt, zie je in heel Pilion herinneringen aan het verleden. Een groot gedenkteken zoals in Dakria, of een echte byzantijnse steen in de muur van een huis in Argalasti, een eeuwenoude waterbron in het bos of ‘gewoon’ een eikonostasio, de kleine, op kerkjes lijkende kapelletjes die je overal in de bermen van Griekse wegen ziet. Al die vele, soms opvallende maar even zo vaak onopvallende tastbare herinneringen vertellen allemaal een uniek verhaal, over vroeger, over vergeten gebeurtenissen, over mensen die hier ooit geleefd hebben… of hier omgekomen zijn. Zoals de vier jonge straaljagerpiloten die op 14 oktober 2004 in Pilion om het leven kwamen.
Naast het civiele vliegveld van Neo Anchialos bij Volos ligt namelijk een militair vliegveld. Het is de thuisbasis van een groot deel van de Griekse F-16-vloot, en vanaf Neo Anchialos vinden dan ook het hele jaar door veel oefenvluchten plaats, waarbij er regelmatig een straaljager door de geluidsbarrière gaat. Op die bewuste oktoberdag in 2004 was de knal die in heel Pilion werd gehoord echter niet te wijten aan de geluidsbarrière. Twee F-16’s vlogen in formatie na een oefening op de Egeïsche zee terug naar het vliegveld van Neo Anchialos, iets wat ze ongetwijfeld al vele malen eerder hadden gedaan. Het weer die dag was erg slecht, er was veel bewolking en de hoger gelegen gebieden van Pilion waren in dikke mist gehuld. Hoe het mogelijk was, is nooit duidelijk geworden, maar op de een of andere manier zijn beide vliegtuigen negenentwintig graden van hun aanvliegroute afgeweken, en daardoor recht op de 1624 m hoge Pilionberg, vlak bij Chania, af gevlogen.
Waarschijnlijk hebben de piloten op het laatste moment geprobeerd om de berg te ontwijken, waardoor ze met elkaar in botsing kwamen en zijn neergestort. De lichamen van de bij het ongeluk omgekomen piloten en de wrakstukken van de straaljagers kwamen terecht in moeilijk toegankelijke berggebied, maar konden na een uitgebreide zoektocht uiteindelijk wel geborgen worden. Niet ver van Chania staat nu een kapelletje met de namen van de piloten erop. Het is de plek waar het ongeluk officieel herdacht wordt, maar niet de plek waar de vliegtuigen zijn neergestort. Daar is ook wel een klein gedenkteken opgericht, maar omdat het gebied zo ontoegankelijk is, is het bijna niet te vinden en komt er zelden iemand.
Daarom vond ik de onderstaande video over het ongeluk best bijzonder. Hij is gemaakt door drie jonge mannen uit Kala Nera, die op zoek zijn gegaan naar de echte plek van het ongeluk. De video is weliswaar in het Grieks, maar via de instellingen kun je ondertiteling inschakelen en automatisch naar het Nederlands laten vertalen. En hoewel niet alles even correct en duidelijk wordt vertaald, vond ik het zelf wel goed te volgen, dus vandaar dat ik de video hier met jullie deel.
Het verhaal van het straaljagersongeluk is slechts een van de vele verhalen die de Pilion te vertellen heeft. Bijzondere, mooie, leuke, en tragische verhalen door de eeuwen heen. En zolang die verhalen verteld worden – door de dorpelingen, door mij in mijn columns, door een video op het internet – blijft de herinnering aan het lange en woelige verleden van ons mooie schiereiland voor altijd en voor iedereen springlevend…😉
Het nieuwe jaar is enigszins onstuimig begonnen, op meerdere fronten. Het goede nieuws is dat op 26 januari onze kleindochter is geboren, een lief, mooi meisje dat de naam SAAR heeft gekregen. Grote broer Kai vindt het allemaal prachtig en is heel zorgzaam en lief voor haar. Wij genieten via beeldgesprekken en foto’s heel erg mee van de eerste levensdagen van Saar, en zijn natuurlijk supertrots op dit mooie gezinnetje van onze zoon.
Op deze laatste dag van 2025 waait er hier in ons dorpje een koude, gure wind, en als ik richting zee kijk, zie ik dreigende zwarte wolken die duiden op regen, of misschien zelfs wel op wat natte sneeuw. Geen weertje om buiten te zijn dus. Maar binnen is het goed toeven. De houtkachel brandt op volle toeren, de radio is bezig aan de Final Countdown, de koffie heeft een mooi schuimlaagje en de oliebollen die onze vrienden in Kala Nera hebben gebakken smaken ouderwets lekker. Een mooi begin dus van een dag die toch altijd een beetje weemoedig aanvoelt.
