
De zomer is voorbij, en daarmee ligt ook de grote drukte op het schiereiland weer achter ons. En dat voelt goed. Voor mij dan, hè? Ik kan me namelijk best voorstellen dat je als vakantieganger even moet slikken wanneer de koffers gepakt zijn en het gewone leven ergens op de wereld na een al dan niet vermoeiende reis weer op je wacht. Want Pilion is nu eenmaal… Pilion. En zoals ik al heel vaak heb gezegd: wie eenmaal het water van Kala Nera heeft gedronken, komt altijd weer terug.
Besmet met het Pilion-virus, noemen wij dat. Ik weet er alles van, want in 1998 hebben wij zelf ook van dat water gedronken. En we waren zo in de ban van dat virus, dat we na onze terugkeer in 2005 nooit meer zijn weggegaan. Ik kan nauwelijks geloven dat we hier al eenentwintig jaar wonen. Soms heb ik het gevoel dat we nog maar net begonnen zijn aan ons Griekse avontuur, misschien wel omdat er hier zelden iets gaat zoals je verwacht. Hoewel… ook daar raak je uiteindelijk wel aan gewend.
Waar ik echter nooit aan gewend zal raken, zijn de eerste gevaarlijke regens na de warme zomer. Sinds de ellende van Storm Daniel, drie jaar geleden, blijft dat toch altijd weer een spannend moment. Maar tot nu toe is het allemaal meegevallen. De eerste voorzichtige buien vielen half september, toen we in de auto zaten onderweg naar Alikes, maar het bleef gelukkig bij wat verfrissend gekletter zonder dat het ging hozen. Daar zit echt een groot verschil in als het om die allereerste regens gaat! Dat hozen kwam wel een paar dagen later, ergens in de nacht en begeleid door wat onweersklappen, maar het was van korte duur en grote overstromingen en andere ellende zijn uitgebleven. Hopelijk blijft dat zo, want nu de verdroogde grond alweer wat water heeft opgezogen, is de kans op abnormale overlast gelukkig al een stuk kleiner geworden.
Met de komst van de vochtigheid heeft ook de behoefte aan lange broeken, vesten en sokken zich aangediend. Dat was even zoeken in mijn kast, nog boordevol gevuld met luchtige zomerkledij. Die kast is nu helaas één grote zooi geworden: winter- en zomerkleren liggen en hangen door elkaar, waardoor ik niets meer kan vinden. De noodzaak om een flinke opruiming te houden wordt met de dag groter, maar ik schuif die traditionele nazomerklus nog even voor me uit. Misschien zelfs wel langer. Ik houd me nu eenmaal liever bezig met andere dingen dan kasten opruimen.
Een van de klussen waar ik onlangs aan begonnen ben, is het laten vertalen van mijn romans in het Engels. Dat heeft ChatGPT voor mij gedaan, iets waar ik heel lang verre van ben gebleven. Ik was namelijk behoorlijk boos op alles wat met AI te maken had. Dat komt omdat al mijn romans jaren geleden al als studiemateriaal voor de AI-agenten zijn gebruikt. Oftewel: het literaire geheugen van AI is onder andere door schrijfsels van mij en vele andere auteurs in het geheim getraind. En dat zonder dat we daar toestemming voor hebben gegeven of er ook maar één cent voor hebben gekregen, wat een grote schending van het individuele copyright is.
Inmiddels zijn er door diverse organisaties stappen ondernomen om dit misbruik te stoppen en alsnog te proberen compensatie te krijgen voor de getroffen schrijvers. Maar als ik terugdenk aan hoe dat destijds met het e-book-misbruik is gegaan, dan kan het nog wel een paar jaar duren voordat dit goed geregeld is. Behalve dat had ik echter nog een reden om flink boos te zijn op AI, want begin dit jaar kreeg ik te horen dat de boekvertalingen die ik als freelance redactrice al vele jaren maandelijks redigeerde, voortaan door een AI-programma worden uitgevoerd. Dat betekende dat er vrijwel geen redactiewerk meer nodig was en wat er nog overbleef, kon makkelijk door de vaste redactiemedewerkers worden overgenomen. Dus hartelijk bedankt, u kunt gaan…
Al met al geen fijne ontwikkelingen. Maar op alweer een slapeloze nacht zag ik toch ineens een klein lichtpuntje. Wat als ik zelf AI ging inzetten om mijn boeken in het Engels en misschien wel in het Grieks te vertalen? Op die manier kan ik misschien toch nog een paar dubbeltjes terugverdienen van wat mij door AI ontnomen is. Zo gezegd, zo gedaan. Inmiddels ben ik al een paar weken verder en heb ik een fijne werkrelatie opgebouwd met ‘Guus’, de naam die ik aan mijn eigen ChatGPT-redacteur heb gegeven. Hij is heel goed in het redigeren van de vertaling die door een van zijn andere AI-collega’s is gemaakt en begint mijn schrijfstijl al aardig aan te voelen. Samen maken we er een mooi eindproduct van, en ik hoop binnen niet al te lange tijd de Engelse versies van maar liefst twee romans te kunnen publiceren. Ik ga er niet van uit dat het me veel zal opleveren, maar ach, niet geschoten is altijd mis, toch?
Ik ben er lekker druk mee, en dat is misschien wel belangrijker dan wat er uiteindelijk als resultaat uitkomt. Rust roest, riep ik altijd tegen mijn cursisten van de countrydanslessen. En dat geldt niet alleen voor het lijf, het gaat zeker ook op voor de mentale gezondheid. Je verdiepen in nieuwe dingen en uitvogelen hoe je zo’n nieuwe ontwikkeling als AI op een goede manier voor jou kunt laten werken, helpt absoluut mee om de grijze cellen scherp te houden. Het lijf houden we dan wel gezond met regelmatig een wandelingetje door het dorp en een dagelijkse work-out op – uiteraard – countrymuziek.
En verder heb ik deze week ook nog een nogal pittig haakproject uitgekozen om de overgebleven uren mee te vullen. Volgens de beschrijving van het patroon zou het uiteindelijk een prachtige rugzak van zogenaamde Granny Squares moeten worden, maar helaas ben ik nog steeds niet voorbij toer vijf van mijn tweede oefenlapje gekomen. Er zijn tien toeren nodig voor één Granny Square, en daarvan moet ik er veertien maken voor de rugzak zelf, dus ik vrees dat het nog wel even gaat duren voor ik dat ding op mijn rug kan hijsen.
Ik ben dus best druk met van alles, wat betekent dat zaken als overvolle kasten echt geen prioriteit hebben. Maar dát had u vast al begrepen… 😉
Met dank aan en een knipoog naar Guus! 😉



