Be a Dolly!

‘In a world full of Donalds, be a Dolly!’ Een motto dat ik de afgelopen dagen regelmatig voorbij zag komen op mijn social media pagina’s. En boy, oh, boy, wat een prachtige wereld zou het worden als die gevuld werd met mensen zoals de vrouw die afgelopen week op tachtigjarige leeftijd overleed. Wat zij in die tachtig levensjaren heeft gepresteerd, is voor een gewoon mens nauwelijks te bevatten. Ik vind het al heel wat dat ik in míjn inmiddels zeventig jaar dertien paperbacks en vijftig novelles heb geschreven, maar dat is letterlijk peanuts in vergelijking met wat dat kleine, frêle vrouwtje allemaal tot stand heeft gebracht.

Dat Dolly Parton op muzikaal gebied een levende legende was, is volgens mij wel bij een ieder bekend, zelfs als countrymuziek níét in je favoriete Spotify afspeellijst staat. Wat mezelf betreft: ik ben al vanaf mijn tienerjaren fan van Dolly. En hoewel het begon met haar muziek, was Dolly voor mij eerder een stoer rolmodel dan een zangeres die mooie liedjes zong. De manier waarop zij zich als vrouw staande hield in een maatschappij die ook toen al door ‘Donalds’ werd geregeerd, was – zeker in mijn jeugd – ongeëvenaard. Ik herinner me nog goed een interview met haar waarin ze vertelde dat ze precies wist wat er aan geld binnenkwam en waar het naartoe ging. ‘Het is mijn geld, waar ik heel hard voor werk, dus ik bepaal wat ermee gebeurt en hoe het besteed wordt,’ verklaarde ze. Om er vervolgens aan toe te voegen dat ze speciaal daarvoor in het begin van haar carrière een cursus boekhouden had gedaan en regelmatig over de schouder van haar boekhouder meekeek om te zien of het wel allemaal ging zoals het moest gaan.

Zo was Dolly. Ze hield de touwtjes van haar carrière stevig in handen en deed precies wat ze zelf dacht dat goed was. Ze verdiende er miljoenen mee, geld dat ze rijkelijk investeerde in projecten die in eerste instantie ten goede kwamen aan de regio waar ze geboren was: de Smoky Mountains in Tennessee, een van de armste delen van Amerika. Met haar themapark Dollywood zorgde ze voor werkgelegenheid voor haar familie en vroegere dorpsbewoners, en door het beschikbaar stellen van studiebeurzen en educatieve schoolprogramma’s gaf ze talloze kinderen een goede opleiding – en daarmee de kans op een goede toekomst. En natuurlijk weet iedereen nu ook alles over haar wereldwijde boekenproject waardoor jonge kinderen iedere maand een nieuw boek toegestuurd krijgen en op die manier spelenderwijs leren lezen.

Ach, haar goede daden zijn te veel om op te noemen. Feit is dat ze zich er nooit voor op de (omvangrijke) borst klopte. Integendeel, ze was en bleef in de eerste plaats gewoon ‘Dolly’, het altijd lachende plattelandsmeisje met de unieke zangstem die mooie liedjes kon schrijven en in het openbaar gewaagde grapjes maakte over haar uiterlijk, iets waar niemand anders dan zij mee weg kon komen. Het meest bijzondere is wel dat ze iedereen in zijn of haar waarde liet, ongeacht kleur, overtuiging of geaardheid. Dolly zag altijd het goede in mensen, maar ze liet zich de kaas zeker niet van het brood eten. ‘Oh, I’m certainly not always kind, but I don’t lose my temper, I use it,’ zei ze ooit. Oftewel, ze was niet altijd lief en aardig, maar ze zette haar boosheid bewust in om er haar voordeel mee te doen.

In dat opzicht kan ik nog veel van haar leren. Door de nu al twee maanden onafgebroken hitte is mijn lontje behoorlijk kort geworden, ondanks de dagelijkse valeriaanpil die ik een poosje geleden door een bezorgde manlief aangereikt kreeg. Dat ik voor hem ook maar een doosje heb gekocht moge duidelijk zijn, want het was natuurlijk niet alleen míjn lontje dat met de dag korter werd! Gelukkig duurt het nu niet lang meer voordat de temperaturen weer dragelijk worden. De nazomer begint, en daarmee komt er ongetwijfeld een einde aan die zo makkelijk hoog oplopende irritaties van alledag.

Evenredig aan de dalende temperatuur stijgt ook het energieniveau. Zo werkt het tenminste bij mij wel. En energie is inherent aan bewegen, iets wat gezien mijn fysieke gesteldheid een noodzakelijk iets is. Maar als je vanwege de hitte al weken niet veel verder komt dan een of twee kilometers per dag, dan moet je zo’n eerste energie-uitbarsting natuurlijk niet overdrijven. Een wandeling van zes kilometer inclusief een steil pad met traptreden was dankzij het aangename gezelschap van mijn nicht weliswaar heel gezellig, maar het leverde me wel drie dagen gigantische kuitpijn op. Al doende leert men, zeggen we dan. Of niet. Een beetje hardleers ben ik wel, want de keiharde kuiten waren nog maar nauwelijks genezen, of ik stond me tijdens de Seventies Party van vrienden in Chorto alweer behoorlijk uit te sloven op de dansvloer. Ik dacht nog even dat ik er de volgende dag waarschijnlijk heel veel spijt van zou hebben, maar het opzwepende ‘I will survive’ van Gloria Gaynor had nog precies dezelfde aantrekkingskracht op mij als vijftig jaar geleden. Net als al die andere Golden Hits uit vroeger tijden…

Gelukkig viel het mee. Behalve een wat schorre stem van het luidkeels meebrullen hield ik er verder weinig aan over, wat maar weer eens een bevestiging is van die aloude feestdomper die mij – en vele anderen –  zo vaak parten speelt: ‘De mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest…’ Een uitspraak waarvan Dolly volgens mij nog nooit had gehoord. Of in ieder geval een uitspraak die ze net zo naast zich neerlegde als al het andere wat haar beperkte in het genieten van alles wat het leven haar te bieden had.

Ik heb me voorgenomen de komende tijd weer wat vaker aan Dolly te denken, aan haar wijze levenslessen, haar positieve instelling en haar niet aflatende energie om alles uit het leven te halen wat er te halen valt. Door alle fysieke strubbelingen van de laatste jaren was ik dat eigenlijk een beetje vergeten, maar hey, we kunnen nog lang genoeg oud en versleten zijn, toch? Dus… mocht u mij binnenkort in een strakke glitterjurk, en ‘nipped, tucked en sucked’ op stiletto’s door Kato Gatzea zien paraderen, dan weet u nu hoe dat komt… 😉

♥♥♥

Het grote nietsdoen

‘Augustus is de maand van het grote nietsdoen,’ zei mijn Griekse buurman van een paar huizen verderop, toen we elkaar een paar dagen geleden aan het strand tegenkwamen en even aan de praat raakten. ‘Het is de maand waarin het dagelijks leven tot stilstand komt en we eindelijk kunnen relaxen, een uitgebreid zonnebad kunnen nemen en met vrienden en familie kunnen genieten van de zomer.’

Het klonk best leuk zoals hij het zei, maar het zijn wel allemaal dingen waar ik niet zo goed in ben. Wat waarschijnlijk ook de reden is waarom ik augustus niet zo’n fijne maand vind. Het is meestal zo afschuwelijk heet dat binnen blijven beter is dan buiten zijn, heel veel bedrijven, winkels en kantoren zijn vanwege de massale vakantieperiode wekenlang gesloten, en dan heb ik het nog maar niet over de overvolle wegen en stranden. Ik word daar allemaal niet echt blij of relaxt van. Voor mij is augustus meer een kwestie van ‘overleven’, wat natuurlijk best een beetje triest klinkt als je op een plek ‘uit een reisgids’ woont, zoals een oud-klasgenoot onlangs enthousiast opmerkte bij het zien van een aantal omgevingsfoto’s op mijn facebookpagina. Hij heeft helemaal gelijk, want ons pittoreske vissersdorpje, ingeklemd tussen een blauwe zee en groene bergen, is inderdaad in menige vakantiebrochure terug te vinden. Alleen niet in die van het massatoerisme en populaire all-in vliegvakanties. Nee, ons dorpje vind je alleen terug in gidsen met bestemmingen voor wie op zoek is naar rust en stilte, naar eenvoud en naar authentiek Griekenland. Dat is namelijk wat je hier bij ons vindt. Alleen niet in augustus…

Nee, augustus is niet mijn favoriete maand hier, al moet ik toegeven dat ik er ook weleens anders over heb gedacht. Ik weet namelijk nog heel goed dat onze allereerste kennismaking met Pilion plaatsvond in… jawel: augustus! In 1998 was dat en we hebben hier destijds een topvakantie gehad. Iedere dag zon en temperaturen van boven de veertig graden, het strand pal voor de deur van ons appartement, oude dieselbussen met airconditioning die ons voor een habbekrats over het hele schiereiland vervoerden naar verscholen bergdorpjes met koele pleinen onder grote platanen…  Het zijn prachtige herinneringen aan een vakantie waarin ‘nietsdoen’ inderdaad het belangrijkste onderdeel van ons grote genieten werd.

En druk was het toen ook al. Misschien nog wel drukker dan tegenwoordig, want ik herinner me ook nog heel goed dat je ’s avonds op de boulevard van Kala Nera bijna letterlijk ‘over de hoofden’ kon lopen. De terrassen zaten vol tot diep in de nacht, overal klonk gelach en muziek en de winkels deden goede zaken. Pilion is namelijk van oudsher de plek waar de Grieken zelf hun vakantie doorbrengen, vooral in augustus, de maand van Maria Hemelvaart, de vakanties en het grote nietsdoen. Maar toen kwam de crisis, en jarenlang kwamen er steeds minder vakantiegangers naar ons mooie schiereiland. De Grieken hadden immers geen geld meer om op vakantie te gaan. Ze hadden nog nauwelijks geld om van te leven…

Gelukkig is de Griekse economie de laatste jaren weer een heel klein beetje opgebloeid. Pilion is en blijft voor veel Grieken nog steeds de plek waar ze hun vakantie doorbrengen, al zien we tegenwoordig wel meer buitenlandse toeristen op de Pilionse stranden dan destijds in 1998. In vergelijking met andere Griekse bestemmingen zijn de buitenlanders hier echter nog steeds flink in de minderheid, en ik hoop echt dat dat de komende jaren nog zo blijft. Voor mij ligt de charme van Pilion nu eenmaal juist in dat heerlijk authentieke, eigenwijze en typisch Griekse leven. Dat is namelijk precies wat ons schiereiland zo aantrekkelijk maakt.

Maar… hier wonen of hier op vakantie komen, zijn twee verschillende dingen. Als ik zelf ergens op vakantie ben, ben ik ook heel goed in het nietsdoen. Ik kan een hele middag lang op een terrasje ‘mensjes kijken’ of een boek lezen op het strand. Ik kan urenlange gesprekken hebben met andere vakantiegangers of een regenachtige middag doorbrengen met suffe spelletjes spelen. Daar heb ik allemaal helemaal geen moeite mee. Maar ‘nietsdoen’ in mijn dagelijks leven is een heel andere zaak. Dat zit nu eenmaal niet in mijn systeem, want wie van mijn generatie is, kent ongetwijfeld de uitdrukking: ‘Ledigheid is des duivels oorkussen.’ Met andere woorden: wanneer je lui bent en niet hard werkt, loopt het slecht met je af…

Nu ben ik natuurlijk oud en wijs genoeg om te weten dat een paar uur nietsdoen helemaal geen kwaad kan. Sterker nog, in een maatschappij waar alles en iedereen haast heeft, is een poosje nietsdoen een zeer winstgevend verdienmodel geworden. Meditatie apps en yoga-cursussen zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven, en dat allemaal omdat de moderne mens de kunst van het nietsdoen massaal verleerd is. Iedereen dendert gewoon maar door en door, snakkend naar die paar weken vakantie per jaar, het enige moment waarop je legaal en zonder schuldgevoel eindelijk gewoon ‘niets’ mag doen. Precies zoals het overgrote deel van de Grieken dat in de maand augustus doet. Gewoon lekker nietsdoen, uitgebreid zonnebaden en genieten van de zomer.

Ik denk dat manlief en ik na eenentwintig jaar best wel aardig ‘vergriekst’ zijn. Je raakt gewend aan hoe het leven er hier aan toegaat, met alle voor- en nadelen van dien: de onbegrijpelijke bureaucratie, de extreme zomerhitte, de stille winters, de natuurrampen, de enge kriebelbeestjes in de tuin. Het is een totaal ander leven dan wat we in Nederland gewend waren, maar wel een leven waar we van houden. Of geleerd hebben om van te houden. Alleen die hele lange hete augustusmaand met dat massale grote nietsdoen… Daar heb ik toch nog steeds wel heel veel moeite mee😉

Beauty en de Beast

‘We hebben achter gezinsuitbreiding,’ zei manlief in april, een paar dagen nadat we van onze reis naar Nederland waren teruggekeerd. ‘In een kist onder de werkbank. De mama is erg beschermend, dus ik kan het nog niet zo heel goed zien, maar volgens mij zijn het er twee.’

Ik dacht nog even dat hij een verlate 1-aprilgrap met me uithaalde, (hij had me al eens in de maling genomen met een dergelijke aankondiging), maar nee, dit keer was het echt. De grijs-witte poes uit het laatste ongeplande nestje van de buren had goed gebruik gemaakt van de rust die onze afwezigheid met zich meebracht, en zich met haar twee pasgeboren kittens uitgebreid geïnstalleerd op een stapel zeildoek in een van de kratten. Hoewel ze zelf nog erg jong was, hooguit tien maanden schatte ik haar, mankeerde er aan haar moederinstinct helemaal niets. Zodra wie dan ook maar in de buurt kwam van de krat, begon ze fel te blazen en te grommen, een boodschap die door de andere bij ons rondlopende en mee-etende buurkatten al snel begrepen werd. De kersverse mama verdedigde haar zelfgekozen territorium vol overgave, stond met haar neus vooraan als wij ’s ochtends de keukenluiken opendeden om de voerbakjes buiten te zetten en kreeg zelfs de al jaren trouwe Tijger, Luna en Mickey zover dat die van ellende maar elders hun proviand gingen halen.

Na een aantal weken werd de kraamkrat verwisseld voor een plekje onder de vlonder van de houtopslag en konden we ze wat beter zien. De een bleek pikzwart te zijn, de andere zwart-wit, en als vader gokken wij op Mickey, de enige kater die van mama in de buurt mocht komen. Maar groter wordende poezenkindertjes moeten ook opgevoed worden, en mama had het er maar druk mee. Dat weet ik omdat ik in de afgelopen weken een aantal keren een aangevreten grote muis bij de werkplaats vond en recentelijk mama op weg naar achteren betrapte met een hagedis in haar bek. Dat klinkt misschien wat cru, maar het betekent wel dat ze haar kindertjes in ieder geval leert om te jagen, zodat ze niet klakkeloos afhankelijk zijn van de dagelijks geopende kattensnackbar van de familie Hollander.

De kleintjes, door mij (Black) Beauty en de Beast genoemd, hebben die snackbar inmiddels zelf ook ontdekt. Via een omgekeerde plastic teil en de butagascontainer klimmen ze met een noodgang op de vensterbank zodra daar een bakje met brokjes of vlees verschijnt. Als mama en Mickey al aan het eten zijn, duwen ze hun kleine koppies brutaalweg onder hun poten door in de bakjes en schrokken ze alles wat daarin ligt met een noodgang naar binnen. Je ziet ze dan ook met de dag groter worden en hoewel we ze nog steeds niet mogen aanraken, zijn ze al wel minder schuw geworden.

Vorige week brak de volgende fase aan: mama vond dat de kleintjes groot genoeg waren om de rest van de wereld te verkennen, en is met kroost en al van de achterkant naar de voorkant van het huis verhuisd. Dit tot grote verwarring van onze eigen Krumpie en Katinka, die van het gedoe achter weliswaar op de hoogte waren, maar niet hadden verwacht dat het kersverse gezin ‘hun’ tuin zou claimen alsof het alle recht heeft om zich daar te bevinden. Het zorgt dus af en toe voor flink wat herrie, want met name Katinka is het er nog niet zo mee eens. Krumpie ook niet, maar die rent gewoon snel terug naar binnen als ze mama en de kleintjes pontificaal op het terras ziet liggen. Katinka daarentegen blijft stokstijf staan en maakt zich meteen dik en druk. En gelijk heeft ze, want vreemdelingen in de tuin moeten natuurlijk wel weten wie de baas is!

De kleintjes trekken zich er vooralsnog niet veel van aan. Zo’n weelderig groene zomertuin is na de maanden in de kale werkplaats alleen maar heel leuk en spannend. Bomen worden nog wat onhandig beklommen, vlinders en krekels huppelend achternagezeten en bloemetjes en bijtjes nieuwgierig besnuffeld. Uiteraard worden ze steeds ondernemender en trekken ze er vaker alleen of met z’n tweetjes op uit. Vooral het zwart-witte poezenkind heeft zo te zien een aardig rebels karakter. Ik denk dan ook dat die binnenkort zelfstandig de wijde wereld in trekt, op zoek naar een eigen plekje onder de Griekse zon.

Het was leuk om weer eens van dichtbij mee te maken hoe een mama-poes haar kindertjes grootbrengt, maar we voelen geen enkele behoefte om dit gezinnetje voor vast in ons huishouden op te nemen. Buitenkatten moeten er nu eenmaal ook zijn in onze landelijke omgeving, en goede jagers zijn zeker geen overbodige luxe. Vorige week nog hoorde ik een vreemd geritsel in de druivenrank boven onze zithoek. Het verplaatste zich vrij snel van het midden van de pergola naar de buitenrand en opeens plofte er iets naast me op het terras. Nu ben ik niet snel bang, maar als er ineens een kleine slang of – waarschijnlijker – een ringworm uit de druivenrank komt vallen, maak ook ik wel een sprongetje van schrik. In dit geval schrok het beestje net zo hard als ik, want met een noodgang verdween hij in het bloemenperkje.

Kijk, en op zo’n moment ben ik dus heel blij met onze katten, want Krumpie ging er meteen achteraan. Niet dat ze hem te pakken had, want aan haar bewegingen te zien verdween het beest al snel in de struiken achter in de tuin, maar toch, ze zat hem wel op de hielen. Nu mama-poes en haar twee kleintjes zich ook regelmatig in de tuin bevinden, ben ik er eigenlijk wel zeker van dat we niet nog een keer bezoek zullen krijgen van zo’n wriemelend glad beest in de pergola. En als die drie nieuwelingen dan ook nog eens heel snel een massamoord aanrichten onder de honderden krijsende krekels bij ons in de tuin, dan mogen ze van mij daar de komende jaren gewoon blijven wonen… 😉

♥♥♥

Zomer in aantocht

De eerst vijf maanden van het jaar zitten er alweer op. De zomer arriveerde in Nederland eerder dan hier, maar inmiddels beginnen de temperaturen ook in Pilion omhoog te gaan. Vooruitdenkend als wij zijn, hadden wij begin mei al gretig gebruik gemaakt van een aanbieding bij de Lidl (ja, die hebben we hier ook, in Agria!), en een witte partytent aangeschaft voor op het terras. De twee driehoek-zonnedoeken die we daar de afgelopen jaren hadden hangen tegen de in de zomer zeer hoog oplopende temperaturen waren kapotgegaan, dus er moest iets nieuws komen. Dat werd dus de partytent.

Als alternatief voor de driehoeken beviel het uitstekend. Lekker licht, paste precies onder de dakgoot, zat binnen korte tijd in elkaar… We zetten er een paar stoeltjes en een tafeltje in en hadden er een heerlijk zitplekje met uitzicht op de prachtige voorjaarstuin bij. Helaas was het weer in mei nogal wisselvallig. Er vielen ’s nachts nog regelmatig heftige regenbuien, waardoor het aan de randen volgelopen zeil van de partytent ’s ochtends voor flinke douches zorgde. En of het zeil echt bestendig zou zijn tegen de tropische zon van de Griekse zomer… daar hadden wij ook zo onze twijfels over. We zullen er nooit achter komen, want gisternacht raasde een flinke storm over ons dorpje, met als gevolg dat de partytent ’s ochtends geknakt en al in de grote coniferenboog hing.

Gelukkig was de aankoopsom niet zo hoog dat we meteen failliet zijn, dus zo heel erg is het allemaal niet. Behalve dan dat ik mijn lekker lichte ontbijtplekje kwijt ben. Maar manlief heeft al gezegd dat hij de geknakte buizen waarschijnlijk wel kan repareren, en dat hij dan het witte zeil gaat vervangen door hetzelfde groene gaasdoek dat onder de druivenranken voor extra verkoeling zorgt. Wat betekent dat we binnenkort geen witte, maar een groene partytent zullen hebben. Of niet. Want het kan zomaar gebeuren dat we toch weer wat anders verzinnen om de zon van ons zomerterras weg te houden. Maar dat hoort u dan nog wel een keertje.

Verder gaat het bij ons allemaal zo zijn gangetje. In Kala Nera is de inmiddels beroemde ‘Paardendag’ op Hemelvaartsdag – waarop de paarden worden gezegend door de papa en daarna de zee in gaan – weer een goed bezocht evenement geweest. Het betekent ook de opening van het badseizoen, maar ik heb nog niet zoveel zwemmers gezien. In ieder geval niet hier in Kato Gatzea, al heb ik al wel een aantal keren aan een tafeltje op een terras aan zee gezeten. Als ik mijn bijna dagelijkse dorpswandeling maak, strijk ik af en toe even neer bij een vriendinnengroepje uit het dorp, vier dames die regelmatig met elkaar een kopje koffie drinken of tussen de middag een hapje eten bij Skourgias, het restaurant waar een van de dames de scepter zwaait.

Een andere dame heeft een zoon die in Sillicon Valley werkt. Ze woonde  een tijdje in Amerika en spreekt redelijk goed Engels. Als ik er met mijn Grieks niet helemaal uitkom tijdens de gesprekken met het vriendinnengroepje, schiet zij me te hulp. Gelukkig is dat tegenwoordig steeds minder vaak nodig, want ik kan me steeds beter redden met de taal. Vloeiend en echt diepgaand zullen mijn gesprekken wel nooit worden, en als er meer dan drie personen tegelijk met elkaar praten raak ik de draad heel snel kwijt, maar ik kan toch aardig meekletsen in het vriendinnengroepje. En dat is natuurlijk mooi meegenomen.

Vandaag, 1 juni, is het bij ons 2e Pinksterdag. Een lekker lang, relaxed weekend voor de Grieken. De strandjes zien er weer aardig bezet uit, de tavernes zitten vol, en het zomerseizoen begint langzaam vorm te krijgen. Altijd leuk om in deze ‘voorzomer-tijd’ oude bekenden terug te zien of, zoals ik afgelopen week deed, kennis te maken met nieuwe ‘bekenden’, mensen die ken van Facebook. Ze maken een rondreis over het schiereiland en vonden het leuk om met mij in ons dorpje af te spreken. Het werd een hele gezellige ochtend met als extra cadeautje een tas vol Nederlandse damesbladen voor mij! Dat leest zo heerlijk weg in de tuin of op het strand!

Deze week arriveren onze Twentse vrienden weer voor een paar weken, en ik heb een paar dagen geleden nog een paar uur bijgekletst met andere vrienden, met wie ik in het verleden hele mooie, avontuurlijke wandeltochten in Pilion heb gemaakt. Waar ik ook naar uitkijk is de op handen zijnde ontmoeting met een vroegere OAD-collega van mij, die samen met haar man een paar dagen met hun camper op de zeer nabijgelegen camping Sikia staat. Ik maakte met haar en nog een collega ergens rond of net na de eeuwwisseling een individuele studiereis naar Italië, waar we onder andere met de auto van Rome via Toscane naar het Comomeer in het noorden zijn gereden. Onderweg bezochten we hotels en campings die in de Oad-brochure stonden, maar veel leuker waren natuurlijk de kleine dorpjes waar we doorheen reden, en de mooie plekjes waar de vertegenwoordigers ter plekke ons soms op een lunch of diner trakteerden.

Tijdens zo’n studiereis moesten we de hele dag door videoopnames maken van de hotels en appartementen die we bezochten, zodat onze collega’s thuis ‘met eigen ogen’ konden zien hoe die eruitzagen. Onlangs kwam ik op mijn archief-harde-schijf toevallig de opnames van deze Italië-studiereis tegen, echt superleuk om terug te zien, al kwamen we wat betreft de beschrijving van die ontelbare kamers die we op zo’n reis zagen meestal niet veel verder dan: ‘…en dit is dus tweepersoonskamer, ziet er netjes uit, met kaptafel en een zitje naast het bed. Behang is wat somber, en oogt een beetje ouderwets. De badkamer is keurig schoon, maar heeft wel een douche in het bad, dus niet geschikt voor mindervaliden.’

Ja, dat waren leuke tijden en ik ben benieuwd hoeveel mijn collega zich er nog van herinnert. Het leuke is dat onze mannen elkaar ook kennen, want die hebben samen nog een paar jaar samen in de tenniscompetitie gespeeld. Iets wat ik eigenlijk een beetje vergeten was, maar wat manlief zich nog goed kan herinneren. Dus gesprekstof is er genoeg als we elkaar binnenkort hier in Pilion na bijna vijfentwintig jaar zullen terugzien. Kortom, we hebben een mooie, gezellige maand voor de boeg, met leuke ontmoetingen en ongetwijfeld een paar vrienden-uitjes. We zullen af en toe uit eten gaan op een terrasje aan zee of in de bergen, of een beetje lanterfanten op ons terras en mijn beroemde – of beruchte? – ‘zondagse frappé’s’ drinken in de tuin. Maar wat we vooral gaan doen is lekker genieten. Van elkaar en met elkaar… 😉

♥♥♥

 

Lentefeestje

De eerste mei is behalve de alom bekende Dag van de Arbeid hier in Griekenland vooral ‘Bloemetjesplukdag’. Het is de dag waarop Grieken de natuur in trekken, bloemenkransen maken en er vervolgens de deuren van hun huizen mee versieren. Een traditionele en feestelijke ode aan de lente, waar iedereen na de lange wintermaanden echt aan toe is. Aan de lente, bedoel ik. De ode eraan valt vandaag helaas letterlijk in het water, want vanaf gisteravond regent het. Bij vlagen zo hard, dat ik er afgelopen nacht een aantal keren van wakker ben geworden.

Hoewel, dat kan ook aan de maan liggen, die wil ook nog weleens voor een onrustige slaap zorgen in de aanloop naar haar volledige wasdom. En vanavond is het dus volle maan, heel toepasselijk de Mei-maan genoemd. Maar let op, aan het eind van deze maand hebben we nóg een volle maan, en die is blijkbaar ooit door iemand Blauwe Maan gedoopt. Geen idee waarom, want de maan kleurt immers nooit en te nimmer blauw. Dat er twee volle manen in één maand zijn, komt trouwens niet zo vaak voor, en in het Engels hebben ze daar zelfs een spreekwoord aan gewijd: ‘Once in a blue moon’. Met als betekenis: zelden, niet vaak of heel af en toe. Zelf denk ik bij een blue moon eerder aan het lied ‘Blue Moon of Kentucky’, gezongen door Patsy Cline met haar heerlijk rauwe countrystem, en natuurlijk die geweldige ‘stemoverslag’ in het woord ‘moon’. Achter de schuifdeuren mag ik dat nummer graag luidkeels ten gehore brengen, vooral als ik een bult frustratie van me af wil zingen. Probeer het maar eens, na het heel hard en vooral vals zingen van Blue Moon of Kentucky voel je je ongetwijfeld weer helemaal ‘zen’!

Gelukkig heb ik Blue Moon al een hele tijd niet meer hoeven zingen, want de afgelopen maand was ik ook zonder dat al aardig ‘zen’. We waren immers op knuffelreis in Nederland en iedereen weet dat knuffelen goed is voor je zenuwgestel. Vooral knuffels van een tweejarige kleinzoon doen het uitstekend, dat kan ik u verzekeren! Maar ook de eerste keer dat je je nieuwe kleindochter in de armen houdt is zo’n ‘zen-moment’ waarop de tijd even stilstaat. Wat een rijkdom, twee van die kleine mensjes in je leven. We hebben van ieder moment samen genoten: bij zoonlief thuis, in de speeltuin, bij ons in het hotel, in de dierentuin… Kostbare herinneringen aan twee heerlijke weken, die we hebben afgesloten met een gezellige fotoshoot in de studio van een lieve en deskundige fotograaf. Mooie, zeldzame drie-generaties-momenten, liefdevol vastgelegd – voor onszelf en de generaties na ons. Echt leuk was dat door de onverwachte verschuiving van onze geplande februari-reis naar april ik mijn 70ste verjaardag gezellig in familiekring heb kunnen vieren. Slingers, taart, lieve cadeautjes en prachtige knutselwerkjes ‘Voor Oma’ van kleinzoon Kai maakten er een heel speciale dag van. Zo eentje met een gouden sterretje, waar je met een grote glimlach aan terugdenkt!

Waar ik ook van ga glimlachen is het feit dat mijn rug geen noemenswaardige terugval heeft opgelopen van onze lange en zeer zeker vermoeiende reis. Oké, ik heb even wat meer pijnstillers nodig, en een snelle onderhoudsbehandeling bij Ioannis was deze week zeker geen overbodige luxe, maar gezien alle eerdere toestanden dit jaar mag ik beslist niet klagen. Ik hoop natuurlijk dat het zo blijft. Mei is een prachtige maand, met temperaturen waarbij je nog heerlijk energiek kunt zijn. Wandelen is goed voor mij en mijn rug, dat zegt iedereen. Zwemmen ook, maar daar ben ik niet zo’n voorstandster van, dus daar wacht ik nog even mee tot het echt heel warm wordt. Op dit moment vind ik wandelen helemaal prima, want er is onderweg zoveel moois te zien aan ontluikende bloemenpracht. Dat, gecombineerd met de helderblauwe voorjaarsluchten en de licht kabbelende golfjes van de zee, maakt van mijn bijna dagelijkse dorpswandelingetje iedere dag weer een klein feestje.

Vooral de momenteel overal verschijnende klaprozen brengen een grote glimlach op mijn gezicht, en dat komt omdat ik als meisje van een jaar of zes tijdens een zonnige gezinsvakantie in Valkenburg heel veel gele korenvelden vol rode klaprozen heb gezien op onze wandelingen door de golvende Limburgse heuvels. Een nooit vergeten ervaring, want zodra ik ook maar ergens klaprozen zie, hun tere hoofdjes zachtjes wiegend in de wind, word ik subiet terug in de tijd getransporteerd, en ben ik in gedachten weer even dat zorgeloze kleine meisje, huppelend door de korenvelden van mooi Valkenburg.

Zorgeloos en klein ben ik natuurlijk allang niet meer, maar de ketting van mijn leven hangt gelukkig boordevol met dit soort heerlijke herinneringen en ervaringen. En in de afgelopen maand zijn er dus weer een flink aantal kralen aan die ketting toegevoegd. Glanzende parels van geluk, van liefde, ontroering en stille verwondering, momentjes die je eigenlijk alleen ervaart ‘in het echt’ en niet via een foto of een beeldscherm. Echt zo fijn dat we deze reis ondanks de gezondheidsperikelen van het afgelopen jaar toch weer hebben kunnen maken, want wat er ook gebeurt, deze ervaringen en herinneringen nemen ze ons nooit meer af!

En nu zijn we dus alweer ruim een week terug. Ook fijn, want er gaat niets boven ons eigen plekje onder de Griekse zon. Veel veranderd is er niet in ons kleine dorpje aan zee, al zag ik zo hier en daar al wel een paar toeristen lopen. De echt grote drukte blijft nog wel een tijdje weg, die komt pas half juni op gang, als de Griekse scholen hun deuren sluiten en de familiehuizen in de dorpjes aan de kust weer voor de duur van de zomer in gebruik worden genomen. Voorlopig voeren rust en stilte in ons dorp nog de boventoon en dat mag van mij nog wel even zo blijven. Als het zonnetje snel terugkeert en de regen zich voor een aantal weken terugtrekt, dan denk ik dat ik de vermoeidheid van onze reis heel snel achter me zal kunnen laten.

Het seizoen van de lente staat voor nieuw leven, voor een nieuw begin, waarbij het absoluut niet uitmaakt hoeveel lentes iemand al heeft meegemaakt. Zolang het vanbinnen bruist van energie kunnen plannetjes nog steeds echte plannen worden, en dromen nog steeds werkelijkheid. Ondanks die vele kaarsjes op mijn taart, ga ik ook dit komende levensjaar weer graag mijn hart en mijn dromen achterna. Dromen waarmaken is immers het fijnste wat er bestaat, dat kan ik u uit eigen ervaring vertellen. Ik hoop echt dat ik nog heel veel jaren mijn dromen met u mag delen… 😉

♥♥♥