Pilion door de eeuwen heen

Ons schiereiland kent een lange geschiedenis. Zo kun je in het Archeologisch Museum in Volos opgegraven potten en pannen bekijken die uit het Neolithische tijdperk stammen. Dan praten we over zo’n 12.000 jaar voor Christus! Toen liepen er hier dus al mensen rond! In de 7e eeuw voor Christus kregen die eerste bewoners volgens de overleveringen gezelschap van de Olympische goden, die hier hun vakantie doorbrachten. En de wijze centaur Chiron, een beroemde figuur uit de Griekse mythologie, had hier zijn perfecte woonstek gevonden: een grot die zich in de nabijheid van het kalderimi-pad van Kala Nera naar Milies bevindt en nog steeds te bezoeken is.

In de Byzantijnse tijd, vanaf ca. 330 na Christus tot het jaar 1453, werd het pas echt ‘druk’ in Pilion. Dat kwam door de vele kloosters die in de bergen werden gesticht en als centra voor religie en cultuur fungeerden. Rondom die kloosters ontstonden al snel nederzettingen, die ook tijdens het erop volgende Ottomaanse tijdperk (1453–1832) hun florerend bestaan door handel en landbouw konden voortzetten. Dankzij de afgelegen en vaak moeilijk bereikbare ligging van de dorpen hadden de inwoners van Pilion ondanks de Turkse bezetting namelijk toch een zekere mate van vrijheid en rijkdom. En dat leidde weer tot bijvoorbeeld de bouw van de karakteristieke 17e- en 18e-eeuwse herenhuizen en klinkerstraatjes die tot op de dag van vandaag in bergdorpen als Makrinitsa en Visitza te bewonderen zijn.

In de jaren na de Ottomaanse bezetting breidde de handel zich nog verder uit, maar nu kwam ook de industrie op. Volos ontwikkelde zich snel tot een van de belangrijkste industriële centra van Griekenland, dankzij de strategische havenligging en de komst van vluchtelingen uit het noorden. De stad kende een bloeiende textiel-, tabak- en baksteenindustrie, met iconische locaties als de Tsalapata-fabriek (nu een museum) en de Papastratos-tabakopslagplaatsen aan de haven (nu deel van het beroemde Universiteitsgebouw). De instroom van vluchtelingen uit Klein-Azië in de jaren 1920, met name in Nea Ionia, zorgde voor een enorme bevolkingsgroei en goedkope arbeidskrachten, wat de industrie verder stimuleerde. Maar naarmate de oude ambachtelijke industrieën verdrongen werden door nieuwe technologische uitvindingen verschoof de economie vanaf de jaren tachtig steeds meer naar diensten, toerisme en handel.

Het dagelijks leven op het schiereiland Pilion veranderde snel. Jongeren trokken weg uit de dorpen omdat er geen werk meer was, en wie achterbleef probeerde een bestaan op te bouwen in het toerisme. En hoewel Pilion een uitzonderlijk mooie natuur heeft, brengt diezelfde natuur ook veel problemen met zich mee. Bosbranden, aardbevingen en overstromingen zijn geen uitzonderingen, iets waar wij in de twintig jaar dat wij hier wonen over mee kunnen praten. Niet dat alles hier kommer en kwel is, hoor! In die twintig jaar hebben we immers ook heel veel leuke, gezellige en bijzondere dingen meegemaakt. Maar als wij in zo’n relatief korte tijd al zoveel verhalen te vertellen hebben, wat zouden dan bijvoorbeeld de kasseien van de kalderimi’s, de eeuwenoude ezelspaden die overal in Pilion te vinden zijn, ons wel niet te vertellen hebben als ze konden praten?

Helaas kunnen kasseien niet praten, dus we moeten het doen met de verhalen die door de jaren heen bewaard zijn gebleven. Zoals het verhaal over het treinstationnetje in Lafkos dat noodgedwongen tot bakkerij werd, omdat de bouw van de spoorweg die oorspronkelijk tot Lafkos door zou lopen voortijdig in Milies eindigde. Of het verhaal van het Huis met de Vloek in Ano Lechonia, waar de drie jonge kinderen van de rijke familie die het liet bouwen stierven door het drinken van melk uit een kan waarin een gekko was gevallen. Het huis ook waar in de oorlogsjaren een hoge Gestapo-commandant vermoord werd door een partizaan uit het bergdorp Dakria, waarop een massa-executie volgde omdat de inwoners niet wilden verraden wie van hen de moord had gepleegd.

Als je goed om je heen kijkt, zie je in heel Pilion herinneringen aan het verleden. Een groot gedenkteken zoals in Dakria, of een echte byzantijnse steen in de muur van een huis in Argalasti, een eeuwenoude waterbron in het bos of ‘gewoon’ een eikonostasio, de kleine, op kerkjes lijkende kapelletjes die je overal in de bermen van Griekse wegen ziet. Al die vele, soms opvallende maar even zo vaak onopvallende tastbare herinneringen vertellen allemaal een uniek verhaal, over vroeger, over vergeten gebeurtenissen, over mensen die hier ooit geleefd hebben… of hier omgekomen zijn. Zoals de vier jonge straaljagerpiloten die op 14 oktober 2004 in Pilion om het leven kwamen.

Naast het civiele vliegveld van Neo Anchialos bij Volos ligt namelijk een militair vliegveld. Het is de thuisbasis van een groot deel van de Griekse F-16-vloot, en vanaf Neo Anchialos vinden dan ook het hele jaar door veel oefenvluchten plaats, waarbij er regelmatig een straaljager door de geluidsbarrière gaat. Op die bewuste oktoberdag in 2004 was de knal die in heel Pilion werd gehoord echter niet te wijten aan de geluidsbarrière. Twee F-16’s vlogen in formatie na een oefening op de Egeïsche zee terug naar het vliegveld van Neo Anchialos, iets wat ze ongetwijfeld al vele malen eerder hadden gedaan. Het weer die dag was erg slecht, er was veel bewolking en de hoger gelegen gebieden van Pilion waren in dikke mist gehuld. Hoe het mogelijk was, is nooit duidelijk geworden, maar op de een of andere manier zijn beide vliegtuigen negenentwintig graden van hun aanvliegroute afgeweken, en daardoor recht op de 1624 m hoge Pilionberg, vlak bij Chania, af gevlogen.

Waarschijnlijk hebben de piloten op het laatste moment geprobeerd om de berg te ontwijken, waardoor ze met elkaar in botsing kwamen en zijn neergestort. De lichamen van de bij het ongeluk omgekomen piloten en de wrakstukken van de straaljagers kwamen terecht in moeilijk toegankelijke berggebied, maar konden na een uitgebreide zoektocht uiteindelijk wel geborgen worden. Niet ver van Chania staat nu een kapelletje met de namen van de piloten erop. Het is de plek waar het ongeluk officieel herdacht wordt, maar niet de plek waar de vliegtuigen zijn neergestort. Daar is ook wel een klein gedenkteken opgericht, maar omdat het gebied zo ontoegankelijk is, is het bijna niet te vinden en komt er zelden iemand.

Daarom vond ik de onderstaande video over het ongeluk best bijzonder. Hij is gemaakt door drie jonge mannen uit Kala Nera, die op zoek zijn gegaan naar de echte plek van het ongeluk. De video is weliswaar in het Grieks, maar via de instellingen kun je ondertiteling inschakelen en automatisch naar het Nederlands laten vertalen. En hoewel niet alles even correct en duidelijk wordt vertaald, vond ik het zelf wel goed te volgen, dus vandaar dat ik de video hier met jullie deel.

Het verhaal van het straaljagersongeluk is slechts een van de vele verhalen die de Pilion te vertellen heeft. Bijzondere, mooie, leuke, en tragische verhalen door de eeuwen heen. En zolang die verhalen verteld worden – door de dorpelingen, door mij in mijn columns, door een video op het internet – blijft de herinnering aan het lange en woelige verleden van ons mooie schiereiland voor altijd en voor iedereen springlevend…😉

♥♥♥

Volgende maand beter…

Het nieuwe jaar is enigszins onstuimig begonnen, op meerdere fronten. Het goede nieuws is dat op 26 januari onze kleindochter is geboren, een lief, mooi meisje dat de naam SAAR heeft gekregen. Grote broer Kai vindt het allemaal prachtig en is heel zorgzaam en lief voor haar. Wij genieten via beeldgesprekken en foto’s heel erg mee van de eerste levensdagen van Saar, en zijn natuurlijk supertrots op dit mooie gezinnetje van onze zoon.

Het plan was dat wij binnenkort in het vliegtuig zouden stappen om een paar weekjes in het echt opa en oma te zijn, maar helaas hebben we dat moeten uitstellen naar een later tijdstip vanwege wat gezondheidsperikelen. Met name de rug protesteert momenteel weer volop, dus die moet nu opnieuw weer aan een aantal onderzoeken en testen onderworpen worden.

Door dit alles waren het nogal heftige weken hier, en aan een column schrijven kom ik deze maand helaas  echt niet toe. U zult het dus met dit krabbeltje moeten doen. Hopelijk volgende maand weer een ouderwets gezellige column! Ik zal m’n best doen…

❤️❤️❤️

Vaarwel 2025! Hallo 2026!

Op deze laatste dag van 2025 waait er hier in ons dorpje een koude, gure wind, en als ik richting zee kijk, zie ik dreigende zwarte wolken die duiden op regen, of misschien zelfs wel op wat natte sneeuw. Geen weertje om buiten te zijn dus. Maar binnen is het goed toeven. De houtkachel brandt op volle toeren, de radio is bezig aan de Final Countdown, de koffie heeft een mooi schuimlaagje en de oliebollen die onze vrienden in Kala Nera hebben gebakken smaken ouderwets lekker. Een mooi begin dus van een dag die toch altijd een beetje weemoedig aanvoelt.

Ik heb inmiddels al heel wat jaarwisselingen meegemaakt, leuke en minder leuke, en ik hoop er natuurlijk nog een flink aantal mee te mogen maken. Dat is immers altijd maar afwachten, zeker naarmate je ouder wordt, en ook zeker iets waar je je ieder nieuw jaar meer bewust van bent. Behalve weemoed is er bij mij dus ook altijd een gevoel van dankbaarheid, omdat ik tot de gelukkigen behoor die het ondanks alles toch maar weer gehaald hebben, dat nieuwe jaar. En dat een beetje weemoedig terugkijken is wat ieder mens doet op zo’n oudejaarsdag, denk ik zo. Ik in ieder geval wel, maar dan het liefst op de leukere gebeurtenissen van de afgelopen twaalf maanden. Zoals de allereerste vakantie van onze kleinzoon bij oma en opa in Pilion. Of het muzikale reisje naar Florina in mei, en de gezellige kooravonden in Chorto. De oude en nieuwe vriendschappen die ook dit jaar weer zorgden voor heerlijke gesprekken, al dan niet op zonnige terrasjes aan zee. Kleine grote dingen, die het leven mooi maken, ook als het niet altijd gaat zoals je eigenlijk zou willen.

Het was een jaar waarin juist die kleine grote dingen voor mij heel belangrijk waren om met de beperkingen van het fysiek ouder worden te leren omgaan. Dat is namelijk een leerproces waar niemand op zit te wachten, en waar niemand je op kan voorbereiden omdat het voor iedereen anders verloopt. Of je het wilt of niet, het gebeurt gewoon. Soms geleidelijk, met een klein pijntje zo hier of daar, soms pats boem, immobiel van de ene dag op de andere. Soms overkomt het jezelf, soms je partner of een lieve vriendin. Het zijn de minder leuke dingen waarmee ieder ouder wordend mens in meer of mindere mate te maken krijgt.

Niet dat ik me echt oud voel, hoor! Ik kan nog steeds staande mijn sokken aan- en uittrekken, en als het aan mij ligt, spring ik volgende maand zo met manlief in de ballenbak van het selfiemuseum in Thessaloniki om een spetterende selfie van ons beiden te maken. Een heerlijk dwaas idee waar ik nu al om kan gieren van het lachen. Manlief niet. Die heeft er helaas zijn absolute veto over uitgesproken, en ik vrees dat ik dat intrigerende selfiemuseum nooit van binnen zal zien. Ik zal dus iets anders moeten verzinnen om het kind in mijn ouder wordende lijf tevreden te stellen tijdens ons toekomstige minitripje naar de grote stad.

Want tripjes maken en reizen plannen geeft energie en houdt je jong. Zo werkt het in ieder geval bij mij wel. En dus gaan we in januari een paar dagen naar Thessaloniki, de maand erop naar Nederland om onze (klein)kinderen uitgebreid te knuffelen, en als de gezondheid het toelaat, ga ik in mei heel misschien met het koor naar Belgrado. M’n koffer krijgt het dus nog druk in 2026. Mooie vooruitzichten zijn het en een goede reden om die gezondheid zo goed mogelijk op peil te houden. Daar komt de vanmorgen ontvangen Pilates Bar vast goed bij van pas. En nee, dat heeft niets met drank te maken, maar alles met een stok waaraan twee elastieken zitten die je om je voeten doet om vervolgens allerlei oefeningen uit te voeren die het lijf soepel en sterk houden. Hoe dat precies moet, weet ik nog niet, maar daar kom ik met hulp van wat YouTube-filmpjes ongetwijfeld achter.

In beweging blijven, dat is dus mijn grote voornemen voor het nieuwe jaar. Dat en volop genieten van iedere dag. Iets wat zo makkelijk lijkt, maar best moeilijk is om te doen. Want kun je nog wel genieten in een wereld die steeds grimmiger en grauwer wordt? Waar dood en verderf de hoofdmoot zijn van wat we zien en horen? Een wereld waarin compleet gestoorde mannen aan de macht zijn en alles tenietdoen wat de weldenkende mensheid in de afgelopen eeuwen heeft opgebouwd? Mág je nog wel genieten in een wereld waar landen elkaar als Neanderthalers te lijf gaan en mensenlevens niets meer waard lijken te zijn?

Ik denk van wel. Sterker nog, ik denk dat zo veel mogelijk blijven genieten van wat je hebt en kunt de enige manier is om in zo’n wereld overeind te blijven. Genieten van het feit dat jíj wel eten op je bord hebt, een kachel die brandt, een huis dat niet plat gebombardeerd is. Maar ook genieten van een strakblauwe lucht, van een vogeltje dat zingt, van een vlinder die van bloem naar bloem vliegt. Genieten dat je nog samen met je man een reisje kunt maken… Kortom, genieten van de kleine dingen in het leven die er nog steeds zijn, ondanks alle ellende en verdriet. Ik denk namelijk dat we dat gewoon verplicht zijn tegenover al diegenen die het leven ook lief hadden, maar er helaas niet meer zijn, om welke reden dan ook.

Al met al hoop ik natuurlijk net als iedereen dat 2026 een jaar zal worden waarin aan het vele oorlogsgeweld een einde komt. Een jaar van opbouw, van licht in de duisternis. Een jaar waarin de mensheid inziet dat je met lief zijn voor elkaar veel meer bereikt dan met haat en nijd. Een jaar waarin het woord verdraagzaamheid in ere wordt hersteld en het woord liefde een hoofdrol speelt. Een oorlog beëindigen ligt niet in onze macht, maar als het om verdraagzaamheid en liefde gaat, kunnen we met zijn allen best een heel eind komen, toch?

Ik wens iedereen een gezellige jaarwisseling en een mooi, liefdevol en vreedzaam 2026 toe!

Καλή Χρονιά! Gelukkig Nieuwjaar!

♥♥♥

 

 

Een rustige maand

Oké, geen AI-geschreven-column meer in de toekomst, ik beloof het! Vreselijk, hè, dat levenloze gewauwel? Gelukkig ben ik inmiddels weer aardig opgeknapt van mijn bijna-longontsteking, al heb ik er wel een flinke klap van gehad. Zowel de pilateslessen als de koorrepetities moest ik noodgedwongen wekenlang afzeggen en hoewel ik met de eerste snel weer hoop te starten, heb ik besloten om voorlopig met het koor te stoppen. In ieder geval tot het voorjaar. Mijn longen zijn nu eenmaal erg vatbaar voor rondzwervende bacillen en als je in de winter met zo’n dertig tot veertig mensen in een afgesloten ruimte uit volle borst aan het zingen bent, is de kans op een nieuwe besmetting best groot. En hoe leuk ik die wekelijkse repetitie ook vind, ik wil toch liever gezond blijven.

Een goede gezondheid is momenteel namelijk extra belangrijk voor me, omdat manlief en ik in februari opnieuw een reis naar Nederland hopen te maken. Uiteraard om onze inmiddels bijna tweejarige kleinzoon Kai uitgebreid te kunnen knuffelen, maar ook om onze toekomstige kleindochter te gaan bewonderen. Ja, u leest het goed. Ons tweede kleinkind is in aantocht! Wie had dat gedacht? Half januari wordt ze verwacht, en niet alleen wij kijken er vol spanning naar uit. Ook grote broer Kai kan niet wachten om zijn zusje te knuffelen. ‘Baby in mama’s buik’ krijgt regelmatig kusjes en aaitjes van hem, en ook de schattige nieuwe kinderkamer heeft hij ons via facetime al uitgebreid laten zien. U begrijpt nu dus nog beter waarom ik de komende maanden liever geen verkoudheidjes of erger op wil lopen, want als het even kan wil ik straks wel als een topfitte, gezonde oma naar Nederland afreizen.

In het kader van ‘vlotte, moderne oma op reis’ leek mij een drastische kapselmetamorfose dan ook een prima idee. Ik zie tegenwoordig zoveel leuke, witgrijze 60-plus kapsels voorbijkomen, en eerlijk is eerlijk, die saaie halflange blonde haardos van mij was echt wel heel erg aan een flinke opknapbeurt toe. Dus begaf ik mij, gewapend met een paar voorbeeldjes van ‘moderne-oudere-dameskapsels’ naar mijn kapper in Volos. Ik kom daar al ruim vijf jaar, en hoewel eerlijkheid me gebiedt te zeggen dat ik er niet altijd even tevreden ben weggegaan, is het wel een van de betere kappers die ik tot nu toe hier heb gevonden. Ik had er dus echt zin in. Net als de kapper, die mij verzekerde dat de metamorfose me fantastisch zou staan.

‘Oeps. Ik, eh… Ik dacht dat de kleur veel witter zou zijn,’ mompelde ik een beetje verbouwereerd toen ik mezelf aan het eind van de behandeling in de spiegel bekeek. In plaats van het prachtige wit dat ik verwachtte, had mijn haar een onbestemde grauwgrijze kleur met zwarte vlekken gekregen! Over de vreemde lange lok die aan één kant over mijn hoofd lag geplakt, wilde ik het nog niet meteen hebben, en ook de korte plukjes aan de andere kant waren voor mijn gevoel een beetje ‘happerig’ geknipt in plaats van vloeiend. Maar oké, dat zou wel modern zijn en kappers stijlen mijn haar nu eenmaal altijd anders dan ik zelf zou doen. Dat kwam vast wel weer in orde als ik thuis was, maar dat vieze grijs… ‘Geen zorgen,’ zei de kapper opgewekt, ‘met twee of drie wasbeurten is dat zwart eruit en heeft het de perfecte kleur grijs. Geloof me maar! Je moet gewoon even wennen, dat is logisch, maar het staat je echt fantastisch!’

Of hij glashard loog of het eenvoudigweg zelf geloofde omdat hij nu eenmaal van een heel andere generatie is dan ik, weet ik niet. Voor mij voelde het in ieder geval niet goed, en dat gevoel werd in de dagen erna ook na het veelvuldig wassen helaas steeds groter. De kleur bleef namelijk een viezig grijs en stond me absoluut niet, en het rare model bleef raar, ook als ik het zelf föhnde. Dus na drie dagen met afschuw in de spiegel te hebben gekeken ben ik op een holletje naar de kapster in ons eigen dorpje gerend in de hoop dat zij er nog iets aan kon doen. Die trok letterlijk wit weg bij het zien van mijn ‘moderne 60-plus’-kapsel, zeker toen de twee aanwezige klanten geschokt uitriepen: ‘O jee, heb jij dat zo gedaan?’ Ja, echt, zo erg was het!

Gelukkig wist zij er toch nog wat leuks van te maken. Naar het gewenste wit kleuren bleek echter onmogelijk te zijn en ik ben dus weer gewoon blond. Uiteraard heb ik nog steeds een kort koppie, zij het in een heel wat beter geknipt model. Al met al best een verandering en het zal ook nog wel even duren voor ik er zelf aan gewend ben, maar aan de – nu gelukkig  positieve – reacties te horen staat dit me wél heel leuk. Eind goed al goed dus, en al doende leert men. Want één ding weet ik zeker: hoe mooi ik dat witgrijze haar bij anderen ook vind staan, ik houd het zelf de eerstkomende tien jaar maar gewoon bij blond. En de dorpskapster… ja, die heeft er vanaf nu een nieuwe klant bij!

Afijn, verder verliep de afgelopen novembermaand eigenlijk wel rustig. Nou ja, op de geknapte waterleiding na dan. Dat was wel even schrikken toen we ’s ochtends na het opstaan ontdekten dat de badkamer en de keuken blank stonden. Het water klotste letterlijk om onze enkels, en we hebben echt geluk gehad dat de vloer in ons huis behoorlijk scheef loopt, anders waren de hal en de woonkamer ook ondergelopen. Nu was de wateroverlast nog enigszins beperkt gebleven, en hoewel het meteen visioenen opriep aan de grote overstromingsellende van twee jaar geleden, ontbrak dit keer goddank die vreselijke, stinkende modderlaag van destijds. Koel, helder water was het, en na een paar uur flink scheppen, dweilen en droogblazen was alles weer verholpen. Ook de kapotte leiding, die door manlief vakkundig vervangen werd. Dit keer hoefden we dus niet halsoverkop te evacueren.

Ach ja, een écht rustig leven zal het voor ons wel nooit worden. Maar een afwisselend leven… ja, hoor, absoluut! 🙂

 

Herfst in Pilion

Ik had u vandaag graag weer een mooie column over mijn herfstbelevenissen hier in Pilion voorgeschoteld, maar helaas. Ik heb de afgelopen weken vrijwel niets meegemaakt, omdat ik al enige tijd uit de roulatie ben door een fikse verkoudheid. Op zich niet zo heel erg, maar toen ik na tien dagen hoesten en proesten naar adem happend wakker werd en een grote gelijkenis vertoonde met een vis op het droge, leek het me verstandig om toch maar een arts te bezoeken. Antibiotica, inhalers en hoestsiroop met codeïne heb ik gekregen om een en ander niet tot een longontsteking te laten komen. Twee dagen verder ben ik nu en ja, er zit al wel een beetje vooruitgang in, maar diep ademhalen zonder in een ratelende hoestbui uit te barsten is er nog niet bij. Ik moet dus nog even geduld hebben, gewoon rustig aan doen, netjes op tijd mijn pilletjes innemen en het kuurtje helemaal afmaken. Alleen… er ‘moet’ vandaag wel een column geschreven worden! En dat is nogal lastig als je niets anders hebt meegemaakt dan snotteren en bankhangen.

Toen ik zojuist mijn lege Worddocument opende, kreeg ik echter zoals altijd de vraag: ‘Wat wilt u samenstellen in Copilot?’ Een vraag van iets in mijn Word-programma waar ik nooit om gevraagd heb en er derhalve ook nooit iets mee doe. Dat hele AI-gebeuren vind ik namelijk maar niks. Ik weet maar al te goed dat mijn boeken – en die van heel veel medeauteurs – zonder toestemming en copyright compensatie zijn gebruikt om het AI-geheugen te ‘voeden’. Met hulp van AI en een beetje moeite kan iedereen in no-time een leuke feelgood roman schrijven, bijvoorbeeld ‘in de stijl van Wilma Hollander’. Als je dan weet dat ik bijna een jaar over één roman heb gedaan, er vrijwel dagelijks mee bezig ben geweest en er heel veel werk en liefde in heb gestoken, dan is het natuurlijk wel heel wrang dat een ander daar via AI de vruchten van plukt en er centjes voor opstrijkt zonder dat de oorspronkelijke auteur – ik dus in dit voorbeeld – daarvoor gecompenseerd wordt. Daarom heb ik die Copilot tot nu toe compleet genegeerd en altijd netjes zelf mijn schrijfsels bedacht en geschreven. Omdat ik het zelf gewoon beter kan, anders zou er niet van mij gestolen zijn, nietwaar?

Maar goed, omdat ik vandaag dus echt geen idee had waarover ik moest schrijven, dacht ik in een opwelling: ‘Ach, waarom ook niet? Ik kan wel wat hulp gebruiken nu.’ En ik tikte het volgende in: schrijf een column over leven en verkouden zijn in Pilion in oktober. En wow, binnen drie seconden stond het volgende op mijn scherm:

‘Oktober in Pilion heeft iets magisch. Het is alsof de tijd er even vertraagt, net als de zon die met lange, gouden stralen de glooiende bossen en verlaten stranden kust. Je voelt het aan alles: de zomerdrukte is verdwenen, de natuur ademt opgelucht uit, en er hangt een aangename rust over de dorpen die zich als witte stipjes tegen de groene heuvels nestelen. De dagen beginnen fris. Een trui is wel nodig, want in de vroege ochtend hangt er vaak een nevel boven de olijfgaarden. Maar zodra de eerste zonnestralen doorbreken, kun je alweer zonder jas naar buiten. Je hoort het zachte geritsel van bladeren onder je voeten tijdens een wandeling naar het dorp. De kastanjebomen laten hun vruchten vallen, en op de markt verkoopt de buurman zijn eerste pompoenen van het seizoen. Iedereen groet elkaar, want haast bestaat niet meer zodra september voorbij is.

Leven in Pilion in oktober betekent ook: genieten van de stilte. Op het verlaten strand kun je uren zitten zonder een mens te zien. Alleen het ritmische geluid van de golven, een vissersbootje in de verte, en misschien een brutale kat die op zoek is naar een restje lunch. De zee is nog warm genoeg voor een frisse duik, maar het zijn vooral de lokale bewoners die nu het water trotseren. De toeristen zijn vertrokken, de terrassen zijn half vol, en de gesprekken gaan weer gewoon over het oogsten van olijven, de toestand van de weg naar Volos, en natuurlijk het weer.

Maar oktober in Pilion kent ook zijn eigen plagen. Neem nou die typische verkoudheid die je ineens te pakken kan krijgen. Je denkt dat je veilig bent, zo tussen de glooiende heuvels, met de geur van natte aarde en het zachte ruisen van de zee op de achtergrond. Maar op een ochtend word je wakker met een kriebel in je keel. De zon schijnt wel, hoor, maar je hoofd voelt zwaarder dan een mand vol kastanjes en je neus loopt als de beekjes na de eerste herfstregen. Verkouden zijn in Pilion heeft iets paradoxaals. Aan de ene kant ben je omringd door frisse lucht en rustgevende natuur, aan de andere kant snak je naar een droge zakdoek en een warme kop thee met honing van de buurman. Lokale remedies worden je meteen aangeboden: een stoombad met wilde kruiden, wat extra citroen in je glas water, en als het meezit zelfs een glaasje tsipouro ‘voor de keel’. Je merkt al snel dat klagen hier geen enkele zin heeft – de mensen halen hun schouders op en zeggen: ‘Ach, het hoort erbij in oktober.’ Dus trek je een extra trui aan, nestel je bij het haardvuur met een goed boek, en laat Pilion je langzaam beter maken, op z’n eigen, kalme manier.’

Niet te geloven, hè? Dit had toch zomaar door mij geschreven kunnen zijn? En in heel wat minder tijd dan ik er zelf voor nodig zou hebben gehad. Als ik het gewoon op mijn website had gepubliceerd als ‘mijn oktobercolumn’ en niet had verteld dat dit door de Copilot is geschreven, denk ik niet dat er iemand een wenkbrauw opgetrokken had. Of wel? Zou de trouwe lezer gemerkt hebben dat ik dit niet zelf heb geschreven? Het wordt immers steeds lastiger om ‘nep’ van ‘echt’ te onderscheiden, en dat geldt niet alleen voor foto’s en video’s, maar dus ook voor iets simpels als zo’n ‘zelf geschreven’ Pilion-column van mij.

Ik blijf het een ‘eng’ iets vinden, dat AI, maar eerlijk is eerlijk, dat vond ik van het internet destijds ook. En dat e-books en luisterboeken heel gewoon zouden worden, kon ik me ook niet voorstellen toen mijn eerste gedrukte boek verscheen. Dus wie weet, misschien wen ik aan dat AI-gedoe ook wel eerder dan ik nu denk en schrijf ik mijn columns en mijn boeken in de toekomst gewoon met hulp van AI en die Copilot. Eén ding weet ik wel: het kost heel wat minder denkwerk en het gaat een stuk sneller! Vooral als je verkouden bent en niet weet waarover je moet schrijven… 🙂