‘t Is weer voorbij…

Jawel, ik heb het natuurlijk over die mooie zomer. Nou ja, over de afgelopen zomer, die voor de een ongetwijfeld mooier was dan voor de ander. Mijn zomer was… een beetje ‘mwah’. Ik heb wel betere gekend. Alles waar ‘te’ voor staat, is niet goed, en mijn zomer was echt veel en veel te heet! Los daarvan heb ik het best naar mijn zin gehad, hoor. Mijn vorige boek was gelukkig af voordat de warmte begon toe te slaan, en met de volgende hoefde ik pas in oktober weer te beginnen. Het regent en het waait momenteel, dus prima weer om achter de laptop te zitten en te starten met een nieuw schrijfavontuur. De werktitel is er al. Liefde, olijven en tzatziki. Mag u raden waar het zich afspeelt. Precies, in ons mooie Pilion!

Ik ben er weer heel blij mee, met deze ‘opdracht’. Het gaat opnieuw een mooie HQN Romance worden voor HarperCollins Holland, en mijn redacteuren zijn net zo enthousiast als ik over de opzet die ik heb ingediend. Gelukkig weten ze inmiddels dat het uiteindelijke manuscript waarschijnlijk behoorlijk zal afwijken van wat ik van tevoren had bedacht, maar dankzij de Rozen van Beekbrugge hebben ze genoeg vertrouwen in me om me de komende maanden in alle vrijheid mijn gang te laten gaan. En natuurlijk ga ik mijn best doen om dat vertrouwen – en dat van mijn lezers – niet te beschamen. Aan mijn hoofdpersonen zal het zeker niet liggen, die hebben meer dan genoeg mogelijkheden in zich om mij zo’n honderdduizend woorden lang bezig te houden.

Zo’n flink aantal woorden schrijven kost een hoop energie, en ondanks de ‘mwah’-zomer heb ik daarvan gelukkig meer dan genoeg opgedaan. De grootste energieboost kwam natuurlijk door het bezoek van zoonlief en zijn vriendin, begin september. Wat was het een heerlijk weerzien na twee jaar zonder elkaar. Genieten met een hele grote G, dat hebben we bijna twee weken lang van elkaar gedaan. Even konden we weer een gezinnetje zijn: ’s avonds met zijn allen aan tafel voor de maaltijd, herinneringen aan vroeger ophalen, nieuwe plekjes ontdekken op ons schiereiland of gewoon onderuitgezakt bij een film op de tv… Zo fijn dat we dat na zo’n lange tijd weer konden doen met elkaar. Geen wonder dus dat iedereen daarna ineens uitriep dat ik er zo goed uitzag. Deze moeder loopt inderdaad alweer wekenlang te stralen, nu haar hart eindelijk weer tot aan de rand toe gevuld is met echte omhelzingen en knuffels van haar kind. En ja, het afscheid was natuurlijk even slikken, maar als covid zich een beetje koest houdt, dan hopen we elkaar in het voorjaar terug te zien. Iets om naar uit te kijken!

Maar ook op kortere termijn zijn er gelukkig ook al veel dingen om naar uit te kijken. Zo verwacht ik een dezer dagen onze leuke postmeneer Kostas aan het hek met mijn exemplaren van het Bookazine van Smaak der Liefde, het eerste deel van de Rozen van Beekbrugge, dat deze week is verschenen. Als je dat nog niet hebt gelezen, is dit je kans, want een Bookazine is een tijdschriftuitgave van een compleet boek voor maar €3,65! Te bestellen via HarlequinHolland of gewoon te koop bij je tijdschriftenkiosk. En misschien brengt Kostas me binnenkort ook wel een doos vol auteursexemplaren van Kus in het Maanlicht, dat op 25 november het levenslicht zal zien. Een heerlijke roman is het weer geworden – zeggen mijn proeflezers – die zich afspeelt in het mystieke Cornwall. Het romantische en heerlijk (ont)spannende verhaal over een oude vervallen herberg, drie vriendinnen en een rode kater zal je ongetwijfeld een paar gezellige uurtjes leesplezier bezorgen. Kus in het Maanlicht is nu al te reserveren via de onlineboekhandels, maar natuurlijk ook ‘gewoon’ te bestellen bij je oude vertrouwde boekhandel.

En verder… verder verheug ik mij op nog een paar gezellige tripjes met Suzy, mijn schattige autootje. Ik ben zo blij met haar! We zijn al regelmatig samen naar Volos gereden, en alleen dat is al zo heerlijk. Dat je ‘even’ naar de stad heen en weer kan, zonder uren op de bus te hoeven wachten. Of ‘even’ hout halen voor een nieuw keukenproject. Zelfs een grote marmeren plaat heeft ze al vervoerd, al was dat niet met mij achter het stuur, maar met zoonlief. Een marmeren plaat in een Suzuki Alto hijsen is mannenwerk, daar moet je je als vrouw niet mee bemoeien. De kids naar het strand brengen past beter bij mij, en ook dat hebben we samen gedaan toen zoon hier was. Ik voorzie in de nabije toekomst ook nog wel een ritje naar IKEA in Larissa, en wie weet, misschien rijden we dan wel door naar Trikala voor een romantisch weekendje in een leuk hotel. Of we boeken een midweek bij Lake Kerkini, daar wil ik nog wel een keertje naar terug. Of misschien een paar daagjes naar Skopelos of… Nou ja, genoeg mogelijkheden om er tussen het schrijven door even tussenuit te gaan. Dat kan allemaal als je een autootje hebt, nietwaar? We gaan er in ieder geval van genieten, dat staat vast.

Voor nu wens ik u allen weer een Kaló Ximóna toe, oftewel een goede winter. Dat is wat we hier op dit moment tegen elkaar zeggen. Een wens die nog stamt uit de tijd dat de kustbewoners twee keer per jaar hun hele hebben en houwen oppakten om te verkassen. In het voorjaar trokken ze vanaf de kust naar hun huis in de bergen, en wensten hun dorpsgenoten bij het vertrek ‘Kaló Kalokéri’- een goede zomer! In het najaar gingen ze weer naar beneden en riepen dan naar degenen met wie ze de zomer in de bergen hadden doorgebracht: ‘Kaló Ximóna!’ Die mensen zagen ze immers niet meer tot de volgende zomer. Die grote volksverhuizing is tegenwoordig een beetje voorbij, of in ieder geval niet meer zo extreem als destijds, toen men echt met het hele gezin en het huisraad op een kar naar ‘boven’ vertrok, maar de wens is gebleven. Alleen de geiten doen die grote trek van beneden naar boven en terug nog in groepsverband. Daar moet ik Suzy nog wel even voor waarschuwen, bedenk ik me nu. Zo’n héle lange sliert geiten op de weg is niet abnormaal in deze periode, en dan moet je echt heel wat kilometertjes lang stapvoets rijden. Gelukkig hoor je het geklingel van hun bellen al van verre en haast hebben… Ach, dat hebben we hier in Pilion al jaren geleden afgeleerd 😉

♥♥♥

Dat heerlijke internet

Het nieuws over de grote aardbeving in Izmir en de Griekse eilanden ging afgelopen vrijdag al heel snel de wereld over, met als gevolg dat ik veel bezorgde berichtjes kreeg met de vraag hoe het met ons was. De eerste kwam van mijn zus, en ik moet eerlijk bekennen dat ik geen idee had waar ze het over had. Wij zitten zo’n 450 km boven Athene, en nog veel verder van Samos, ver buiten de schokgolf die door de beving veroorzaakt werd. Gelukkig maar, want zo’n grote beving, hoe kort ook, kan heel wat leed en schade veroorzaken, daar kan Volos ook over meepraten. Tussen 1954 en 1957 vonden daar drie grote aardbevingen plaats, waarbij tientallen doden vielen en zo’n 20.000 mensen dakloos werden. De hele stad moest daarna opnieuw opgebouwd worden, maar is daardoor inmiddels aardig aardbeving-bestendig. Dat moet ook wel, want ook wij hebben hier door de jaren heen zo af en toe flink zitten schudden. Zonder grote gevolgen, gelukkig, maar de kans dat ons na zo’n lange tijd toch wel weer een keer een echt grote schok te wachten staat, is natuurlijk niet ondenkbaar. Maar ja, als de hemel naar beneden valt, hebben we allemaal een blauwe muts, denk ik dan altijd, dus daar staan we eigenlijk zelden of nooit bij stil. Tenzij er elders in het land ineens zo’n grote beving plaatsvindt. Dan realiseer je je eens te meer dat die ook hier had kunnen zijn…

Al met al ben ik vanwege de ook hier snel oplopende ‘tweede golf’ al vele wekenlang niet meer in Volos geweest. De reis met de bus schrikt me af, want van een 60% bezetting – een van de voorschriften – is geen sprake meer, aangezien de busmaatschappij een aantal busdiensten heeft laten vervallen. Er rijden nu nog minder bussen dan anders op een dag, dus logisch dat die dan helemaal vol zitten. De verplichte maskertjes worden gelukkig wél trouw gedragen, hoorde ik van een vriendin, die iedere dag met de bus naar Volos moet reizen vanwege haar werk. Of het veel helpt weet ik niet, maar feit is dat besmettingen toch veelal plaatsvinden in besloten ruimtes met veel mensen daarin. In dat opzicht hou ik mijn hart vast voor de komende wintermaanden, als iedereen de dagen weer voornamelijk binnenshuis moet doorbrengen. We zijn er voorlopig nog niet vanaf, dat is wel zeker!

Gelukkig speelt mijn normale leven zich ook al grotendeels in en rond mijn huis af, en dit najaar verschilt dan ook niet zo heel veel van andere jaren. Zoals bijna ieder jaar verschijnt er rond deze tijd wel een nieuwe roman van mij, en dat betekent dat ik druk ben met het promoten van mijn boek. Heel leuk was dat ik vorige week zondag uitgenodigd was om samen met een collega-schrijfster uitgebreid geïnterviewd te worden tijden het online World of Romance Event. Superleuk natuurlijk, want uitgebreide interviews geef ik zelden, omdat je dan toch over het algemeen persoonlijk op het event aanwezig moet zijn, en dat is nu eenmaal wat lastig als je in Griekenland woont. Online is echter alles mogelijk – mits je een goede internetverbinding hebt. En ja, alsof de duvel ermee speelde, begon ons toch aardig stabiele internet in de week voorafgaande aan het interview kuren te vertonen.

Het interview zou op zondagmiddag plaatsvinden, en toen ik zaterdagochtend opstond, bleek dat het internet opnieuw was uitgevallen, voor de zoveelste keer die week. Al vanaf vrijdagavond laat, hoorden we van de buurvrouw. De hele zaterdag ben ik dus aan het bellen geweest met de helpdesk, en een ieder die daar ooit mee te maken heeft gehad, begrijpt meteen wat ik bedoel als ik zeg dat het één groot drama was. Mijn frustratie werd alsmaar groter, want dat internet was eraf, en bleef eraf! Tegen het eind van de middag werd me verteld dat het probleem een regionaal probleem was, inmiddels bekend bij de lokale technische dienst, maar dat de werkzaamheden nog zeker twee werkdagen in beslag zouden nemen. Wat betekende dat we in het weekend dus géén internet zouden hebben, want dan werd er blijkbaar niet gewerkt. En geen internet betekende in mijn geval  geen interview!!! Op dat moment heb ik in recordtijd twee tsipouro naar binnen gewerkt. Ik was zo boos, zo machteloos, zo gefrustreerd, zo… teleurgesteld! Ik had er zo naar uitgekeken, zelfs mijn halve kantoor verbouwd om een leuk achtergrondje te creëren naar aanleiding van de tips die ik op YouTube had opgezocht over hoe je jezelf tijdens zo’n voor mij nog onbekend Zoom-gebeuren zo voordelig mogelijk kunt presenteren door o.a. te zorgen voor een goede belichting en een laptop op ooghoogte. En dan zou het dus allemaal niet doorgaan vanwege dat ^@#$%-internet dat altijd werkt – behalve dus als je het echt heel erg nodig hebt!

De tsipouro hielp. Daarna werd ik uiterst praktisch en inventief. Ik laadde 50GB op mijn telefoon, zodat ik het interview dan eventueel via het mobiele netwerk zou kunnen doen, maar helaas bleek dat mobiele netwerk in onze omgeving zeer mondjesmaat te werken. Binnenshuis al helemaal niet, en buiten viel het steeds weg. Dan maar op zoek naar vrienden buiten onze eigen regio, om te vragen of ik die zondagmiddag bij hen te gast mocht zijn en vanaf hun laptop het interview zou kunnen doen. En toen… Toen was er om zeven uur op zaterdagavond ineens weer internet! Wat niet garandeerde dat het er de volgende dag ook nog zou zijn, natuurlijk. Maar de goden waren gelukkig met mij, want om vijf uur zondagmiddag kon ik na alle spannende uren dan toch vanuit mijn eigen vooraf geprepareerde werkkamer de vragen beantwoorden die mij werden gesteld! Pff, wat heb ik ongelooflijk in de rats gezeten.

Het interview verliep echter helemaal prima. De vragen waren een mooie mix tussen werk- en privé, en als je wat meer wilt weten over mij en mijn romans, dan kun je het hier nog eens uitgebreid terugzien. Het hele event duurde anderhalf uur, maar in de dagen erna heb ik mijn aandeel eraan eruit weten te knippen en plakken, zodat het nu nog maar een kwartier durende video is geworden, waarin ik uitgebreid over van alles en nog wat vertel. En omdat ik toch in de promo-mood was, heb ik ook nog snel een booktrailer-video in elkaar geknutseld over mijn nieuwe roman, De Zomer van 1970, die op 29 oktober jl. is verschenen. Die kun je hieronder bekijken. Helemaal zelf in elkaar geprutst, waar ik zeer trots op ben, aangezien ik nog stam uit de tijd dat een elektrische typemachine al een echt technisch wereldwonder was. Mijn boek is trouwens ook leuk geworden, al zeg ik het zelf, dus ben je nog op zoek naar iets te lezen om je tijd binnenshuis een beetje gezellig door te brengen, bestel hem dan snel. Via de boekhandel of dat (niet) altijd werkende internet… 😉

♥♥♥♥♥

 

 

Achter de schermen

Wat een gezellige septembermaand was het weer hier in Pilion! Met natuurlijk als hoogtepunt het verschijnen van mijn boek Heerlijke Dromen op 24 september. De uitgever had mij gevraagd of ik ter ere daarvan een korte promotie-video wilde maken, en voor ik het wist had ik al ja gezegd, want dat soort dingen hoort erbij als je je product ‘goed in de markt wilt zetten’. Punt is alleen dat ik zelden of nooit videootjes maak, laat staan van mezelf. Ik heb al wel enige tijd een smartphone, maar selfies maken vind ik echt vreselijk en het idee dat ik nu een volle minuut in de camera iets moest gaan zeggen om mijn boek onder de aandacht te brengen bezorgde me toch wel wat slapeloze uurtjes.

Ik schoof het dus maar een beetje voor me uit, en genoot ondertussen van het gelukkig nog steeds zonnige Griekse leven. In september komen er altijd wel een aantal oude bekenden naar de Pilion, met wie ik dankzij het niet al te intensieve schrijfleven zo af en toe gezellig op een terrasje kon zitten. Ik heb zelfs weer een keertje aan het heerlijk lege strand gelegen en lekker ontspannen rondgedobberd in het water van de Pagasitische Golf. Leuke, relaxte dingen dus en tot mijn grote vreugde hoorde ik dat de beroemde Griekse zanger Mario Frangoulis half september zou optreden in het openluchttheater van Volos. Aangezien ik al jaren fan van hem ben, moest en zou ik daar natuurlijk wel naartoe. En daar heb ik geen spijt van gehad. Het werd weer een fantastische concertavond die we na afloop hebben bekroond met een zeer gezellige tsipouro met hapjes op de nachtelijke boulevard van Volos om ons muzikale zomerseizoen op een waardige manier af te sluiten.

Die tsipouro was trouwens welverdiend, want in de dagen ervoor hadden manlief en ik samen ‘even’ de woonkamer geverfd. Het witte plafond en de kleurrijke muren waren na twee winters hout stoken dringend toe aan een opknapbeurt. Met mijn Rozen van Beekbrugge-project helemaal af kon ik geen excuus meer bedenken om het niet te doen, dus sleepten we op een zonnige donderdagochtend de meubels naar buiten om vol goede moed aan de klus te beginnen. Want een klus is het, hoor! Dat verven op zich valt wel mee, maar voordat je zover bent, heb je al een halve dag achter de rug met meubels versjouwen, randjes afplakken en de grond afdekken. De voorstrijklaag die erop moest om de verf goed te laten dekken op de poreuze ondergrond moest 24 uur drogen voordat we echt aan de slag konden. Twee lagen hadden we nodig voor alles naar ons zin was, maar op zondagavond zaten we er weer keurig en fleurig bij. Zelfs de gordijnen hingen gestreken en wel aan de rails.

Ondertussen naderde het uur U, oftewel de video-deadline, met zeer rasse schreden. Dus poetste ik mezelf op een zonnige septemberochtend helemaal op. Vol in de make-up, haartjes geföhnd, ketting om, paar oorbellen in… Ik was er op mijn terrasje achter in de tuin helemaal klaar voor. De telefoon stond op een stapel boeken voor de juiste hoogte, een paar stenen erachter zodat hij er niet af kon vallen… en toen begon de buurvrouw naast ons een heel gesprek met een andere buurvrouw op de straat voor ons huis. Grieken zijn geen zachte praters, en er zat niets anders op dan te wachten tot ze uitgekletst waren. Intussen had ik in mijn hoofd al een aardige intro bedacht, dus ondanks het geklets vlak bij me begon ik alvast maar met proeffilmen. Afijn, vier uur later – de overbuurman had tussendoor ook nog even een paar houtblokken gezaagd – had ik na tig-tig-tig-pogingen eindelijk iets op mijn telefoon staan dat er volgens mij redelijk mee door kon. Vol trots showde ik het aan manlief, die het echter totaal niet met mij eens was. ‘Overbelicht, ziet er niet uit,’ was het ongenadige oordeel. Maar, voegde hij er heel lief aan toe, hij wilde me wel helpen door samen een shoot te doen, maar dan wel met zíjn fotocamera, die veel betere filmpjes maakt dan een telefoon.

Zo gezegd, zo gedaan. De make-up werd bijgewerkt, het ingezakte haar weer wat opgeduwd, en daar gingen we. Nou ja, het duurde wel even, want eerst moest het statief op ons kleine ronde terrasje worden opgesteld, manlief op een stoeltje erachter, ik op een stoeltje ervoor… Het liep al tegen vieren toen de eerste oefenshots gemaakt konden worden. Hebben jullie ooit weleens voor de vuist weg in een donkere lens gepraat terwijl je kritisch toeluisterende echtgenoot op een stoeltje erachter zit? Het leverde een flink aantal ‘…stop maar, overnieuw!’ op, omdat ik door de spontaan opkomende giechelbuien de zinnen van mijn verhaaltje flink door elkaar husselde. Maar na een halfuurtje hadden we toch een paar complete verhaaltjes erop staan, en opgelucht pakten we de boel weer in. Ik was natuurlijk supernieuwsgierig naar het resultaat, en schoof de memorycard van de camera meteen in mijn computer. Prachtige opnames waren het, echt waar. Het enige vervelende was dat de achtergrond haarscherp was – en mijn gezicht niet om aan te zien!

Inmiddels was de zon al aan het zakken, net als mijn stemming, en nieuwe opnames waren niet aan de orde. Ik heb het dus een paar dagen later zelf nog maar een keertje geprobeerd. Gewoon weer achter de stapel boeken met mijn telefoon erop, zonder manlief in de buurt, en inmiddels had ik mijn verhaaltje al zo vaak afgestoken, dat het er redelijk snel op stond. Honderd procent tevreden over het resultaat ben je zelf natuurlijk nooit, maar vooruit, na die ruim honderd pogingen moest het maar zo. De video verscheen op 24 september op de FB-pagina van Harlequinboeken, en tot mijn grote verbazing werd hij binnen een paar dagen al meer dan 1200 keer bekeken. Ik heb het dus allemaal niet voor niets gedaan. Stel je voor dat niemand ernaar kijkt. Dat was pas écht erg geweest na al die mislukte pogingen. En als al die kijkers mijn boek nu ook nog allemaal gaan kopen, dan ben ik binnenkort zeer zeker weten een hele blije schrijfster… 🙂

N.B. Heerlijke Dromen is enkele weken lang te koop bij de grotere supermarkten (in het tijdschriftenschap) en te bestellen via www.Harlequin.nl. De complete De Rozen van Beekbrugge-serie is nu ook uitgegeven als 3 in 1 e-bundel, eveneens via de link te bestellen.

Het eindresultaat… 😉

♥♥♥♥♥

 

Heerlijke Dromen

Aan het lange wachten op mijn nieuwe boek komt voor jullie, mijn trouwe fans en lezers, zeer binnenkort een eind. Op 23 september zal Heerlijke Dromen, het derde en laatste deel van de Rozen van Beekbrugge-serie eindelijk het levenslicht zien. Op die datum vertrekken de vrachtauto’s vanuit het depot om mijn boek naar de algemene verkooppunten te vervoeren, en is de postkamer van de uitgeverij druk bezig om alle vooraf gereserveerde exemplaren op de deurmatten van mijn lezers te laten bezorgen.

Ik krijg gewoon een beetje kippenvel als ik eraan denk. Stel je toch eens voor. In heel Nederland staat Emma’s verhaal straks in de schappen van de tijdschriftenkiosken, in het bladenrek bij de grotere supermarkten… Als je over drie weken argeloos je dagelijkse boodschapjes loopt te doen, en even draalt bij de bladen om je favoriete weekblad te kopen, is er een grote kans dat je daar zomaar ineens mijn naam ziet staan, tussen bekende romantische Harlequin-schrijfsters als Nora Roberts, Susan Mallery, Maisey Yates. Helaas, naast de nog veel beroemdere Michelle Obama zal ik dit keer niet terechtkomen, want die heeft het volgens mij maar bij één boek gelaten, terwijl ik natuurlijk wel gewoon dóór ben gegaan met schrijven. En het resultaat daarvan ligt dus binnenkort in de winkels.

Drie romans van bijna vierhonderd bladzijden per deel heb ik in twee jaar tijd geschreven. En nu… Nu is de serie compleet! Ik kan het zelf nauwelijks geloven. Twee jaar lang vertoefde ik vrijwel dagelijks in het fictieve Beekbrugge, waar Suzan, Lotte en Emma mij kennis lieten maken met hun familie, vrienden en vijanden. Ik probeerde Suzans beroemde peer-roquefortquiches uit, beleefde samen met Lotte opnieuw mijn eigen driedaags bezoek aan Ameland van een paar jaar geleden, en reisde met Emma mee naar het mooie Toscane, waar ik in het verleden een aantal keer zelf ook ben geweest. Het was een lange, lange rollercoaster, een grillige rit waar ik niet zomaar uit kon stappen op de momenten dat ik het even helemaal had gehad. Het contract was getekend, er waren deadlines die gehaald moesten worden, producties die in gang waren gezet…

Gelukkig hoefde ik die rollercoaster-rit niet helemaal in mijn uppie te doen. Vanaf het allereerste begin kreeg ik heel veel steun van mijn fantastische Harlequin-redacteuren Iris en Hans. Zij waren degenen die dit avontuur met mij durfden aan te gaan en samen met mij in het diepe sprongen om iets te creëren wat voor ons alle drie nieuw was. Een puur Nederlandse HQN-roman, iets wat nooit eerder was gedaan. En of dit schrijfavontuur over een poosje een vervolg krijgt, ligt eigenlijk aan jullie, lieve lezers. Toekomstige boekcontracten zijn nu eenmaal geheel en al afhankelijk van eerdere verkoopcijfers, zo simpel is het gewoon. Daar kun je je wenkbrauwen over optrekken, maar dat helpt niet. Dat boek aanschaffen wel. Je vriendinnen aansporen het te kopen ook. Je social media platforms laten weten dat jij dit zo’n heerlijke serie vond – nou ja, dat hoop ik natuurlijk – en mooie reviews schrijven op de grote online boekenverkoopsites en boeken(blog)sites helpt ook heel erg mee om deze gloednieuwe serie te promoten. Kortom, wij hebben ons allerbeste best gedaan om mijn lieve, stoere en eigenzinnige meiden een goede start te geven, maar nu is de beurt aan jullie om hen te helpen groter te groeien!

Mijn rollercoaster kwam begin mei langzaam tot stilstand, toen ik het definitieve manuscript van Heerlijke Dromen voor de laatste keer naar Amsterdam stuurde. Ik heb de lange, mooie en zeer zonnige Griekse zomer dan ook benut om afstand te nemen van die twee heerlijke, maar heel intensieve schrijfjaren. En dat is prima gelukt. Ik kijk er zelfs alweer naar uit om met een nieuw boek te beginnen. Een nieuw verhaal, met nieuwe hoofdpersonen, die met Beekbrugge niets, maar dan ook niets te maken hebben. Ik vertrek – nou ja, alleen in gedachten, hoor, gezeten achter mijn bureau – heel binnenkort opnieuw naar Herm, het kleine Engelse Kanaaleiland waar ik in mei samen met mijn zus ben geweest. Toen ik daar was, daar stond, en uitkeek over de drooggevallen zee, wist ik meteen dat ik ‘hier’ een boek wilde laten plaatsvinden. Net zo zeker als ik dat lang geleden wist toen ik in het Ierse Leenane stond en naar de oude ‘famine-roads’ staarde terwijl een mij totaal onbekende Ierse man mij vertelde waarom die daar waren en waarom ze nergens naartoe gingen. Op dat moment werd in mij het zaadje gelegd voor Dans der Liefde, het verhaal van Lucy, dat ik zelf nog steeds een van mijn mooiste romans vind.

Zo’n zelfde moment beleefde ik dus in Herm, starend naar het graf van een monnik die daar ooit had geleefd. De naam Katie zweefde mijn gedachten binnen, beelden van een zonnige zomer lang geleden en heel vaag iets over een mysterie dat nou eindelijk eens een keertje opgelost moest worden. Afijn, ik kwam er gewoon niet onderuit: het nieuwe boek moest zich op Herm gaan afspelen, ook al had ik mezelf al helemaal voorbereid op de Griekse feelgood-roman die ik voor uitgeverij Cupido zou gaan schrijven. Gelukkig kennen ze me daar al heel wat jaartjes, dus toen ik vroeg of het in plaats van een Griekse ook een ‘Hermse’-feelgoodroman mocht worden, gaven ze me meteen het groene licht daarvoor. En daarom ga ik dus komende week aan mijn bureau in alle rust luisteren naar wat Katie mij te vertellen heeft. Precies zoals ik twee jaar geleden begon met luisteren naar Suzan, Lotte en Emma…

Om alvast een puntje van de sluier van Heerlijke Dromen op te lichten heb ik nog een klein toetje voor jullie. Zoals trouwe lezers inmiddels van mij gewend zijn, staat er de laatste jaren voor in mijn boeken een citaat, meestal een tekst uit een song, die alles te maken heeft met het thema van het boek. Een song die mij tijdens het schrijven ervan door het hoofd speelde, betekenis gaf aan de woorden die ik op mijn laptop intiktee. Als voorproefje op de feestelijke dag van 23 september, geef ik jullie, mijn trouwe fans en lezers, alvast deze prachtige, rauwe en ontroerende ‘Emma’-song, getiteld ‘ANYMORE’ en live gezongen door Travis Tritt. Ik wens jullie veel luister- en voor over drie weekjes – alvast veel leesplezier!

♥♥♥♥♥

Droomleven

Afgelopen week zag ik een aankondiging van de Friends of the Kalderimis voorbijkomen waarin stond dat er samen met een bevriende organisatie uit Platania een groepswandeling zou plaatsvinden met startpunt Kato Gatzea. Een niet al te lange rondwandeling van Kato naar Ano Gatzea, met een bezoekje aan het Olijvenmuseum, dat naast het stationnetje van het beroemde Pilion-treintje ligt. Geen onbekende bestemming voor mij, want het pad naar Ano Gatzea gaat via de olijfgaard waar ik op mijn eigen wandelingetjes regelmatig te vinden ben. Maar voor een groepswandeling ‘in mijn achtertuin’ ben ik altijd wel te vinden, al was het alleen al om weer eens uitgebreid bij te kletsen met bekenden uit andere delen van Pilion. Dus meldde ik me meteen aan, en stond ik op zaterdagochtend om elf uur op de parkeerplaats van het Kato Gatzea-strand, in vrolijke afwachting van wie er dit keer zouden komen opdagen.

Een kwartiertje later vertrokken we richting de olijfgaard met een groepje van zo’n twaalf wandelaars, waarvan ik er slechts drie kende. Geen probleem, want gedurende de wandeling was er genoeg gelegenheid om kennis te maken, dat is het leuke van zo’n kleine groep. Punt is alleen dat ik niet goed ben in tegelijkertijd praten en een berg op lopen, dus dat kletsen moest ik na de eerste gezellige kilometer even uitstellen tot een later tijdstip. We waren inmiddels aangekomen bij de kerk van Ano Gatzea, en als ik eerlijk ben, vind ik dat altijd al een aardige prestatie van mezelf, want het laatste stukje van het kalderimi-pad naar de kerk is echt behoorlijk steil. Maar goed, dat is even kort en heftig, en dat red ik nog wel zonder al te vaak amechtig hijgend tegen een muur te hangen. Echte problemen heb ik echter met een ‘vals plat’: zo’n weg die gestadig maar langdurig omhoog gaat. Dat dateert al uit mijn kindertijd en heeft alles te maken met een zeer kleine longinhoud. Met een aangepaste ademhalingstherapie kom ik tegenwoordig aardig ver, maar niet – zoals ik al heel snel merkte – wanneer ik de hele winter grotendeels achter mijn bureau heb gezeten en daardoor maandenlang weinig steile paadjes heb gelopen.

De wandeling vanaf de kerk naar het stationnetje kan op twee manieren: steil en heftig, of lang en gestadig, en onze groep nam fluitend de tweede optie. Ik dus ook, maar dat fluiten zat er niet in. Integendeel. Na een paar honderd meter waren de anderen al uit mijn gezichtsveld verdwenen en zat ik in mijn uppie om de tien meter op een muurtje om mijn hartslag, bloeddruk en ademhaling tot bedaren te laten komen, de enige manier voor mij om uiteindelijk boven te geraken. Nu ben ik het wel gewend om tijdens een steile groepswandeling de eenzame hekkensluiter te zijn. Ik kom heus wel boven, al kan het weleens wat langer duren. Het nadeel van dit pad was echter dat het een paar vertakkingen heeft, en hoewel ik de omgeving aardig ken en dus wel weet waar het stationnetje zo ongeveer ligt, loop ik dit bewuste pad niet zo vaak, juist vanwege mijn ‘probleempje’. Ik had geen idee hoe de anderen waren gelopen, en of ze mijn afwezigheid al hadden bemerkt. Na enig dubben besloot ik maar gewoon mijn eigen pad te lopen in de hoop dat ik de aansluiting met de groep op het stationnetje terug zou vinden.

Op het stationnetje bevonden zich echter alleen een paar spelende kinderen. Dan maar door naar het museum, want misschien waren mijn wandelaars daar al aan het rondkijken. Maar nee, zei de jongen bij de ingang, de groep was nog niet gearriveerd. Terug op het station besloot ik eerst maar eens een koffie te bestellen en daarna te proberen telefonisch contact te maken met degene waar ik me had opgegeven. Ja, sorry, ik ben nog van de generatie zonder altijd een mobiel op zak. Een jonger iemand zou dat ding waarschijnlijk al veel eerder tevoorschijn hebben gehaald, maar dat idee komt bij mij dus pas veel later op. Nu is het bereik in de bergen niet altijd even goed, dus ondanks een paar keer proberen op diverse plekken bleef een aardige juffrouw mij vertellen dat degene aan de andere kant niet te bereiken was. Inmiddels was de koffie klaar, en zie… net op het moment dat ik mij aan een tafeltje wilde neervlijen, zag ik over de rails een aantal mensen naderen, die mij enthousiast en totaal niet verbaasd begroetten. Ze waren er gewoon van uitgegaan dat ik op eigen gelegenheid en in mijn eigen tempo het station wel zou bereiken. Wat dus ook zo was…

Na de koffiepauze die op z’n Grieks heerlijk lang duurde, brachten we met zijn allen een bezoekje aan het Olijvenmuseum. Dat is gevestigd in een traditioneel Pilion-huis, en heeft eigenlijk maar één zaal. Blikvangers zijn zonder meer de twee grote houten olijventonnen, en daarnaast zijn er nog wat andere relikwieën die laten zien hoe het er tijdens de olijvenoogst eeuwenlang aan toe is gegaan. Ik was er al eens eerder geweest, tijdens een Full Moonconcert dat gegeven werd in het kleine open luchttheater grenzend aan de binnenplaats met prachtig uitzicht over Kato Gatzea. Ook een van de beroemde Pilion-boogbruggen is vanaf hier goed te zien, dus een bezoekje aan dit piepkleine museum is zeker aan te raden als je een keer in de buurt bent. Toen iedereen uitgekeken was, liepen we over de steile kalderimi richting kerk behoedzaam naar het plein van Ano Gatzea, om vervolgens in langzaam tempo af te dalen naar de kust over dezelfde kalderimi als die waarover we gekomen waren. En nee, zo’n zelfde pad is hier totaal niet saai, want op de terugweg zie je echt weer allemaal andere dingen die je op de heenweg hebt gemist. Terug in ons dorp streken we neer in de taverne Ev Zin, waarbij er volgens goed Grieks gebruik eerst uitgebreid met tafels en stoelen werd gesleept voordat iedereen tot volle tevredenheid zat. De oorspronkelijke groep bleek op raadselachtige wijze inmiddels uitgegroeid te zijn tot een man of twintig en we hebben met zijn allen genoten van een heerlijke maaltijd, weggespoeld met water, wijn en tsipouro. Er waren op deze wandeling sowieso meer Grieken dan buitenlanders, dus mijn Grieks is er weer met sprongen op vooruitgegaan.

En nu is het maandag en mag ik naar aanleiding van de feedback van de redactie volop aan de bak met het corrigeren en herschrijven van het derde deel van De Rozen van Beekbrugge. De eerste ruwe versie van een manuscript is net een schilderij. Veelal breng je pas later de extra nuances aan: hier nog een likje sfeerbeschrijving, daar een toefje nadruk op een gebeurtenis, verderop een wat minder heftige dialoog… Dat soort dingen. En ja, soms verdwijnt een hele scène uit het manuscript omdat hij toch niet zo blijkt te werken als je had verwacht. De komende weken ben ik dus weer veelal achter de laptop te vinden – met een beetje geluk buiten op mijn terras in het zonnetje. Oftewel: het leven van deze Hollandse schrijfster in Pilion is nog altijd de schrijversdroom die werkelijkheid werd… 😉