Dubbelleven

Het wordt vandaag een korte column ben ik bang. Over twee weken moet ik namelijk mijn manuscript voor het derde deel van de Rozen van Beekbrugge inleveren. En zoals dat bij mij altijd gaat, moeten er nog wel een flink aantal woorden geschreven worden voordat ik de computer met een tevreden zucht kan dichtdoen. Eigenlijk heb ik dus helemaal geen tijd om tussendoor ‘even’ een gezellige maandcolumn in elkaar te draaien. Maar géén column is ook zo raar, dus vandaar dat ik toch maar even een paar woordjes op de website zet.

Veel te vertellen valt er trouwens niet. Het is winter, dus dan gebeurt er hier weinig. Het behoorlijk grillige weer bepaalt onze dagen, wat betekent dat we de ene dag in het zonnetje in de tuin zitten, en de andere dag rillend bij de kachel kruipen omdat het hoost van de regen of zelfs sneeuwt. Het voordeel van onze leeftijd is dat we niet op tijd op ons werk hoeven te zijn, en dat we zelf onze dagindeling kunnen bepalen. Wat een luxe is dat toch, ik kan echt nog steeds zo genieten van die vrijheid! Nou ja, relatieve vrijheid, want dat boek moet wel geschreven worden, natuurlijk. Het fijne van de winter is dat er weinig gebeurt om me af te leiden en dat ik me helemaal kan terugtrekken in mijn fictieve wereld. Niet zo leuk voor manlief, maar die is er inmiddels wel aan gewend.

Gelukkig maar, want het zorgt soms voor wat rare situaties. Zoals afgelopen week, toen ik tegen de avond, aan het eind van mijn werkdag, verwikkeld was in een nogal vervelende scène tussen Emma, mijn hoofdpersoon, en Giovanna, de niet zo heel aardige moeder van de mannelijke hoofdpersoon. Emma voelde zich behoorlijk gekwetst door de kleinerende sneren van Giovanna en hield er een behoorlijk katterig gevoel aan over. Precies op dat moment piepte manlief mij via de telefoon naar het ‘grote huis’, het teken dat ik moet komen eten. Ik schoof dus regelrecht vanuit mijn werk aan tafel, en laten we nou net die avond spruitjes eten. Niet mijn favoriete maaltijd, zal ik maar zeggen. Maar oké, een gegeven paard kijk je niet in de bek, dus ik laadde keurig een paar – zeker wel een stuk of acht – van die groene ballen op mijn bord, tezamen met een half gekookt aardappeltje en de kleinste karbonade, al was die voor mij eigenlijk nog te groot.

In mijn hoofd was ik nog helemaal bezig met Emma en hoe dat nou verder moest nu ze zich zo rottig voelde. Ze zat ook nog eens in Toscane, in het huis van die moeder, wat het allemaal wel ingewikkeld maakte. Door al dat gepieker was ik niet zo spraakzaam als anders, waarop manlief zich na een paar minuten geroepen voelde om het woord te nemen: ‘Ik snap niet waarom ik nog moeite doe om voor jou te koken. Als ik zie hoe weinig jij eet…’ Dat was niet zo’n goeie gespreksopening van hem. Opmerkingen over mijn eetgewoonten zijn namelijk nogal een beetje een heet hangijzer tussen ons. Ik eet inderdaad niet veel, dat is gewoon zo. Ik voel me daar ook best schuldig over, en doe werkelijk altijd mijn best om iets meer te eten dan ik het liefst zou doen. Alleen moet je me dan geen spruiten voorzetten. Witlof trouwens ook niet, of nassi of havermout of… Afijn, ik ben inderdaad een lastige eter, laten we het daar maar op houden.

Normaal gesproken buig ik deemoedig mijn hoofd bij zo’n opmerking: ‘Ja, schat, je hebt helemaal gelijk. Ik ben zo blij dat je me ondanks dat elke avond een heerlijke maaltijd voorzet…’ Maar die avond dus niet. Ik was al aan tafel geschoven met Emma’s katterige gevoel nog in mijn lijf, en van manliefs opmerking werd ik ook niet vrolijk. Daar kwam nog bij dat de snerende opmerkingen van Giovanna aan Emma’s adres ook over eetgewoontes gingen. En aangezien ik nog helemaal in mijn boek zat, moest ik op dat moment dus een dubbele portie negatieve opmerkingen over eetgewoontes verwerken: die van Giovanna en die van manlief. Dat was helaas net even te veel voor me, waardoor manlief onmiddellijk de volle lading van me kreeg. Gelukkig hadden we allebei al snel in de gaten dat Emma nog levensgroot bij ons aan tafel aanwezig was, en dus ben ik na het eten maar even een luchtje gaan scheppen om haar kwijt te raken. Dat is gelukt, en zo werd het die avond toch nog gezellig bij ons thuis.

En hier moeten jullie het vandaag mee doen, want op dit moment staat Emma alweer in mijn nek te hijgen, dus ik ga snel verder met haar verhaal. Met een beetje geluk kunnen jullie dan in september lezen hoe dat nou zat met die eetgewoontes van haar, en of ze het ondanks die vervelende moeder toch nog leuk heeft gehad in Toscane… 😉

♥♥♥♥♥

Alle kleine beetjes

Zo’n laatste column van het jaar is bij uitstek het moment waarop je als columnist graag nog even door wilt mijmeren over de gebeurtenissen van de twaalf achter ons liggende maanden. Er hoort ook zeker een snufje vooruitblikken naar het nieuwe jaar bij, net als het spuien van een aantal wijsheden waar de hele mensheid zijn voordeel mee kan doen. Mijn vingers hebben daar vandaag alleen niet zo’n zin in. Die gaan lekker hun eigen gang, en vertellen u liever over het winterzonnetje dat heerlijk schijnt, over zoonlief die midden in de nacht van eerste op tweede kerstdag bij ons in Pilion arriveerde, en over het niet helemaal volgens plan verlopende kerstmaal dat ik mijn echtgenoot op eerste kerstdag heb voorgezet. Huis-, tuin- en keukendingetjes, zal ik maar zeggen. Zoals u van mij gewend bent.

Tja, dat kerstmaal. Dat is toch ieder jaar wel een dingetje. Nog meer als je alleen met de feestdagen achter het fornuis staat, want ik heb vast weleens verteld dat manlief hier in huis de kok is. Niet alleen is hij daar erg goed in, het geeft mij ook de kans om voor u mooie en dikke boeken te schrijven. Soms zelfs twee per jaar, als ik heel erg mijn best doe. Dat kan alleen maar als je verder niet al te veel aan je hoofd hebt, en daarom laat ik de dagelijkse beslommeringen van ons huishouden met alle liefde aan manlief over. Als compensatie neem ik dan de feestmaaltijden voor mijn rekening, en dat is best een heel gepuzzel. Omdat ik niet elke dag in de keuken sta, mag het menu namelijk niet al te ingewikkeld zijn, want een geroutineerde keukenprinses ben ik natuurlijk niet. Bovendien doet manlief de inkopen, en ook daar wil het nog weleens misgaan. Zo heeft het tartaartje met gerookte zalm en rucola dat ik dit jaar als voorgerecht had bedacht, het niet gered. De gerookte zalm was uitverkocht, dus had manlief als vervanging een blikje zalmfilet met dille en mosterdsaus meegebracht. En de rucola was op de een of andere manier helemaal niet op het boodschappenlijstje terechtgekomen. Gelukkig kun je met zalm uit blik en zonder rucola ook wel iets doen, dus uiteindelijk werd het een simpele zalmcocktail in een glas in plaats van een mooi rond zalmtartaartje op een plat bord. Alleen niet op tweede kerstdag, zoals de planning was, maar op eerste kerstdag om een uur of acht ’s avonds. En dat kwam weer vanwege het kippenragoutpasteitje dat ik eind van de middag als hartig hapje had bedacht. Ook het pasteitje zag er iets anders uit dan de bedoeling was, want kant-en-klare pasteibakjes zijn hier niet te krijgen, volgens manlief. De zelfgemaakte ragout had ik dus maar in kleine stenen ragoutbakjes gedaan, met daaroverheen een velletje bladerdeeg gedrapeerd, waarna ik het geheel een kwartiertje in de oven heb gezet.

Nu was dit de eerste keer ooit dat ik met een rol vers bladerdeeg werkte, en om een luchtig, paddenstoelachtige dakje op die stenen ragoutbakjes te krijgen, heb je blijkbaar meer dan één velletje nodig, en moet je die velletjes ook van tevoren insmeren met olie. Helaas was mij dat even ontgaan in de hectiek van het koken en bakken. Bovendien lag de iets te veel gebonden kippenragout met het platte maar wel knapperige dakje dusdanig zwaar op de maag, dat we in gezamenlijk overleg besloten hebben om het hoofdgerecht van kip parmignana met witlof en camembert maar in zijn geheel achterwege te laten. In plaats daarvan namen we dus de eerdergenoemde zalmcocktail, waarna we meteen aan het toetje zijn begonnen. De ijskoude koffiesemifreddo met gekarameliseerde walnoten, witte en pure chocola was gelukkig perfect gelukt, al zeg ik het zelf. En zo hebben we eerste kerstdag al met al eigenlijk best lekker gegeten met zijn tweetjes, zonder al te veel opsmuk, gezellig op de bank voor de buis – tot diep in de nacht wachtend op zoonlief uit Nederland, die vanaf de luchthaven in Athene nog zo’n vier uur over donkere wegen naar Pilion moest rijden om bij ons te komen.

Het was een heerlijk weerzien in die donkere, koude winternacht. Je kind na lange tijd weer in je armen mogen sluiten, dat is het mooiste kerstcadeau dat je als moeder kunt krijgen. Kerstmis 2018 kan voor mij dus niet meer stuk, al heb ik het dan zonder gerookte zalm moeten doen. En ik weet nu al dat we dit jaar op zijn oer-Hollands gaan afsluiten met echte oliebollen, gebakken door zoonlief in onze Griekse keuken. Wat wil een mens in den vreemde nog meer? Nou, eigenlijk niet zoveel meer. Het enige wat ik nu nog wil, is een beetje vrede, een beetje liefde, en vooral dat er weer hoop is voor álle mensen. Dat moet toch haalbaar zijn als we er allemaal ons best voor doen? Want met al die kleine beetjes bij elkaar wordt 2019 ongetwijfeld een machtig mooi jaar voor iedereen, dat weet ik heel zeker… 😉

♥ Καλή Χρονιά! ♥
♥ GELUKKIG NIEUWJAAR ♥

♥♥♥

Een Griekse ‘ekdromí’…

De maand september raasde met een flinke vaart van de kalender af met verwoestingen door ongekend zware winden en hoosbuien die voor enorme overlast zorgden. Hier in Pilion zijn we er genadig vanaf gekomen, in tegenstelling met wat midden en zuid Griekenland over zich heen kreeg. Ja, het heeft bij ons ook twee dagen geregend en het stormde behoorlijk, maar het was niet veel anders dan wat we aan het eind van de zomer gewend zijn. Skiathos, het Sporaden-eiland dat aan de oostkant vlak voor de kust van Pilion ligt, kreeg  echter nog wel de volle laag, net als Evia, dat we aan de ‘overkant’ van de Golf bij Trikeri kunnen zien. Voor alle getroffenen is het vandaag puin ruimen, maar gelukkig wel bij een zonnetje. De lucht is geklaard, de komende dagen kunnen we ons weer warmen aan de zon in plaats van aan de kachel…

Toeval wilde dat ik dit weekend helemaal niet in het regenachtige Pilion was. Ik zat namelijk samen met schoonzus en vriendin Coby zo’n driehonderd kilometer noordelijker, om precies te zijn in Lutra Pozar, een klein Grieks bergdorpje dat bekend staat als een geliefd kuuroord vanwege de daar aanwezige thermale baden. Nu ben ik niet zo op baden en kuuroorden, maar het leek me wel een mooie gelegenheid om op een relaxte en betaalbare manier weer eens een ander gedeelte van Griekenland te zien. En dus schreven we ons gedrieën in voor een tweedaagse busexcursie (εκδρομή) naar Loutraki en Edessa, georganiseerd door Tsinoudis Travel, een klein reisbureau in Volos. Het kostte slechts €60,00 pp. inclusief hotelovernachting, diner en ontbijt. Nou, daar kun je je geen buil aan vallen, toch?

We hadden er zin in, en om zeven uur zaterdagochtend vertrokken we in een luxe minibus uit Volos. Ons gezelschap bestond uit dertien personen (waaronder slechts twee mannen), de reisleidster en de chauffeur met zijn vrouw. Gelukkig kunnen zowel Coby als ik inmiddels aardig uit de voeten met het Grieks, want er was ons vooraf al verteld dat de reisleidster weinig of geen Engels sprak. Blijkbaar gaan er niet vaak buitenlanders mee op zo’n typisch Griekse excursie. We hebben het prima kunnen volgen allemaal, en ach, de eerste uren werd er überhaupt niet veel gezegd. Wij waren beslist niet de enigen die wat moeite hadden met het vroege uur. De snelle koffiestop rond negen uur was dan ook zeer welkom. Maar dankzij dat vroege vertrekuur arriveerden we al om halfelf bij Hotel Paradosiako in Loutraki, ons onderkomen voor die nacht. Een mooie grote kamer met balkon kregen we. Veel tijd om er rond te kijken was er nog niet. We konden er net onze spullen neerzetten en het badpak uit de tas tevoorschijn trekken, want de bus wachtte alweer om ons keurig naar het grote bad bij de watervallen van Loutra brengen. Twee uur lang mochten we daar ‘vrij’ rondspetteren voordat de bus ons zou oppikken voor de lunch in Orma, een klein dorpje zo’n tien kilometer verderop.

De Pozar thermale baden liggen aan de voet van de Kaimaktsalan (Voras) berg bij Pella. Het zijn één van de meest therapeutische natuurlijke spa’s van Griekenland. Ze bevinden zich naast een snelstromende rivier, die vanuit de bergen naar beneden slingert. Smeltwater van de sneeuw op de bergen verdwijnt via een kloof tot diep onder de aardkorst. Bij Lutra Pozar komt het warme water boven het aardoppervlak en heeft het onderweg het nodige aan kalk en mineralen meegekregen. Dat warme mineraalrijke water stroomt naast het ijskoude water van de rivier het drukbezochte resort in, waardoor er een soort sauna-effect ontstaat. Op drie locaties in de rivier kun je met de andere bezoekers in een niet al te groot heet natuurbad gaan liggen en je daarna melden bij de verschillende spa resorts voor een massage of andere heilzame therapieën. Wie uitgebadderd is, kan zich omkleden in een van de vele kleedhokjes en vervolgens in een van de coffeeshops en restaurants genieten van een drankje of een hapje.

Het is allemaal nogal toeristisch uiteraard, en bezoekers worden met busladingen tegelijk af- en aangevoerd. Vriendin Coby werd meteen lyrisch bij het zien van de stomende baden, en sprong er onmiddellijk in, maar schoonzus en ik keken elkaar een beetje fronsend aan. De badpakken zaten in onze tas, en ik zal eerlijk bekennen dat ze daar ook gebleven zijn. We vonden het echt heel leuk om dat gekrioel in het water aan te zien, maar de lust om ons daarbij te voegen, ontbrak ten enen male. We hebben ons die twee uurtjes ‘vrije tijd’ echter  uitstekend vermaakt met kijken, wandelen en koffiedrinken. Zelfs het enthousiasme van Coby tijdens de overheerlijke lunch in Orma kon ons niet overhalen om het de volgende ochtend alsnog te proberen. Ik geloof best dat het heel bijzonder, heilzaam en zeer verfrissend is, maar zelf hou ik het toch liever bij een klaterende hete douche in mijn eigen badkamer.

Mocht u nu denken dat we dus eigenlijk voor niets naar Loutra zijn gegaan, dan heeft u het helemaal mis. Rond de rivier kun je namelijk ook heel goed wandelen, en dat is wat we zondagochtend – lekker uitgerust na een heerlijk lange nacht in een goed hotelbed – hebben gedaan. Op de wandelpaden in het bos en de kloof langs de rivier zijn we geen mens tegengekomen, en nog geen tien minuten lopen van al dat gekrioel vandaan ontdekten we nog meer prachtige watervallen en bassins, alleen niet zo warm als beneden en dus zonder badderende personen erin – wat het in mijn ogen meteen heel wat aantrekkelijker maakte. En zo hadden we ieder onze eigen geniet-momenten, want Coby vond de warme baden dus wél helemaal het einde, net als de massage die ze op zaterdagmiddag bij een van de resorts had besproken.

Na het gebadder en de wandeling in Loutra bracht de bus ons op zondagmiddag via een prachtige rit door allerlei dorpjes naar de watervallen van Edessa, een grote stad midden in de bergen. Het was alweer lunchtijd, dus na een bezoek aan het bovenste niveau van de waterval hebben we eerst een taverne opgezocht. Ook daar weer heerlijk gegeten, en terwijl Coby daarna de vele leuke winkeltjes in dook, zijn schoonzus en ik de trappen afgedaald naar de lager gelegen watervalniveaus. Op een daarvan kun je zelf tot achter de waterstroom komen, en dat hebben we natuurlijk gedaan! Ook de nabijgelegen grot – net breed genoeg voor één persoon – met prachtige rood en groen gekleurde stalactieten hebben we bezocht, en ter afsluiting lieten we ons in de holle boom op het pleintje vereeuwigen door een Engelse toeriste. Moe maar tevreden zaten vertrokken we om drie uur uit Edessa voor de lange rit terug naar Volos. We vermoeden dat de twee oudere dames uit Ano Lechonia – die achter ons in de bus zaten – bij de lunch een lekker glaasje wijn hadden genomen, want die gingen al snel helemaal los met vrolijk ‘Hoppa’-gezang en handgeklap op de muziek die de chauffeur op hun verzoek in de player duwde. Ze kregen de rest van het gezelschap helaas voor hen niet echt mee, dus na een halfuurtje werd de muziek weer op een iets minder hard niveau gedraaid en keerde de rust in de bus terug.

Tegen zeven uur reden we Volos weer binnen en kwam er een einde aan ons heerlijke uitstapje, waar we heel erg van genoten hebben. Vandaag geniet ik nog een beetje na met het bekijken van de foto’s en het schrijven van deze column. Het was echt een lekker ontspannen weekend, ook zonder in dat heilzame bad of op de massagetafel te hebben gelegen. Dus ja, wat mij betreft dus absoluut een aanrader, zo’n tweedaags uitstapje met de bus naar een bestemming die ik uit mezelf niet zo snel zou hebben uitgekozen. Een mens is echt nooit te oud om eens iets nieuws te proberen…😉

♥♥♥♥♥

 

 

Lummelen

Na de maandenlange schrijfmarathon voor de Rozen van Beekbrugge deel 1 en 2 was en is het hoog tijd voor een beetje lummelen, iets waar ik niet zo heel vaak aan toe kom, simpelweg omdat ik altijd wel iets te doen heb – en zo niet ogenblikkelijk iets verzin om te doen. Een beetje onwennig voelt het wel, dat ‘gewoon niets doen’, dus stiekem ben ik best blij dat het alweer 1 september is. Er ‘moet’ een column geschreven worden, want daar kijken een heleboel mensen naar uit, op die eerste van de nieuwe maand. En dus zit ik nu met een tsipourootje naast me en mijn laptop op schoot gezellig op mijn terras, heerlijk gekoeld door de krachtige ventilator voor me, want het is hier nog steeds zo’n dertig graden in de schaduw. Lekker zomers weer dus, en ik geniet er met volle teugen van.

Waar ik ook van heb genoten, is mijn weekje ‘undercover in NL’. Jawel, u leest het goed, ik was even terug in mijn vaderland. Ik heb lekker toeristje gespeeld in het mooie Groningse Ter Apel, waar het goed toeven is. Ik logeerde in de studio van B&B ’t Ossenschot, een adresje om te zoenen, zo fijn was het daar. Niet alleen ik vond dat, hoor. Ook de paar gezinnen met kinderen die tijdens mijn verblijf in o.a. de trekhut en het appartement verbleven, waren vol lof over hun overnachtingsplek op de boerderij van Thea en Willem. Het weer werkte ook nog eens helemaal mee, waardoor ik alle dagen op mijn terras kon ontbijten. Een superontbijt, door Thea persoonlijk klaargemaakt en op een dienblad gebracht, bestaande uit diverse warme broodjes, een krentenbolletje, een belegdoos vol met kaas en worst, Griekse yoghurt met verse vruchten, een gekookt eitje, een glaasje biologisch vruchtensap, hagelslag, muisjes, een schaaltje eigengemaakte jam… wat een fantastisch begin van de dag!

De boerderij, met paarden, hond Raisha, Brammetje de kat en een nieuwe Piet de Pauw – de oude liftte ooit op het dak van Thea’s auto mee naar het dorp en heeft na zijn wonderlijke terugkeer nog jaren vrolijk op het terrein rond ‘getoeterd’ – ligt aan de rand van het bos. Je loopt zo de mooie natuur in, met prachtige wandelpaden, mooie Nederlandse velden en sloten… Kortom, een plek om tot rust te komen. En dat had ik wel nodig na mijn lange schrijfperiode. In korte tijd twee delen schrijven van de Rozen van Beekbrugge was niet makkelijk, ook al deed ik het met heel veel liefde. En wat is er dan mooier om bij thuiskomst (de uitstapjes die ik in Groningen maakte zien jullie terug in de foto’s hieronder) een enthousiast mailtje te krijgen van de uitgeverij, waarin me werd verteld dat de eerste verkoopcijfers van Smaak van Liefde héél positief zijn! Dank, lieve lezers, voor jullie enthousiaste aanschaf van mijn HQN-roman. Een boek kan met nog zoveel liefde geschreven zijn, als het niet verkocht wordt, is de schrijversdroom helaas snel over.

Voor mij blijft die droom dus nog een poosje voortduren. Ik mag in ieder geval verder met deel drie, waarin de bakkerij van Emma centraal zal staan. Het wordt ongetwijfeld weer een heerlijke rollercoaster om Emma’s avonturen op papier te krijgen, en tijdens het lummelen begint er zowaar alweer het een en ander te kriebelen. Dat is ook goed. Een verhaal moet eerst in mijn hoofd vorm krijgen, ik moet mijn hoofdpersonen leren kennen, hen begrijpen en aanvoelen voordat ik ook maar een letter op papier zet. En hoe leger mijn hoofd, des te meer ik opvang van het gefluister, van de flarden verhaal die voorbij zweven. Een beetje langer doorlummelen is dus geheel en al gerechtvaardigd. Daarom ook ben ik gisteren weer gezellig met manlief in onze kano de zee op gegaan. Dat kan als ik in en rond het huis lummel. Ditmaal verliep het echter niet zo soepeltjes als de eerste keer. Net voordat we vanuit huis zouden vertrekken, ontdekten we namelijk dat ‘de scheg’ ontbrak. Voor wie het niet weet: de scheg is het haaievinnetje aan de onderkant van de boot dat ervoor zorgt dat je recht door het water klieft. Zonder dat ding wordt het wat lastig om vooruit te komen en ja, dat gebeurde dus ook…

We hadden echt de hele tuin afgezocht naar dat kreng, omdat we dachten dat-ie uit de boot was gewaaid bij de storm van een dag ervoor. Zelfs de buurman zocht mee, en ik zweer het, we hebben zelfs de boot meerdere malen doorzocht voor het geval dat ding nog gewoon ‘aan boord’ was. Niet dus. Uiteindelijk besloten we om het dan toch maar zonder scheg te proberen. We rolden de kano naar de boulevard, lieten hem te water en namen zowaar zonder om te kieperen onze plaatsen in. De rest zal ik u besparen. Zonder scheg kom je namelijk niet zo ver, want je draait alsmaar rondjes, hoe fanatiek je ook peddelt. Wie manlief en mij een beetje kent, kan zich wel voorstellen hoe wij daar in die kano zaten. Afijn, na een kwartier vruchteloos rondjes draaien hebben we het ding weer op de kant gehesen en om niet helemaal gefrustreerd thuis te komen, zijn we toch nog maar even het water in gedoken om op te frissen. Eenmaal weer thuis haalden we de stoeltjes los zodat we het water uit de boot konden kieperen – en wat denk je? Jawel, zat die scheg dus gewoon aan de onderkant van een van de stoeltjes geplakt! Grrr…

Het is maar goed dat ik zo relaxt ben door al het lummelen. We hebben er hartelijk om gelachen, het ding wederom in de boot opgeborgen tot de volgende keer, en als het een beetje meezit, gaan we binnenkort gewoon weer samen de zee op. Dat kan als je in lummeltijd verkeert. En ja, dan is er morgen ook zomaar ineens tijd voor een tsipouradiko met een FB-vriendin die ik nog nooit in levenden lijve heb ontmoet, maar wel zo lief is om in haar koffer Vlaardingse ijzerkoekjes en Schelvispekel voor me mee te brengen. En heb ik ook tijd om mijn oprecht gemeend excuus aan te bieden aan de in Pilion verkerende FB-vrienden voor wie ik afgelopen maanden geen tijd kon vrijmaken. Ik hoop echt dat het me vergeven wordt, schrijven is nu eenmaal een raar proces, waarin mijn buitenwereld vervaagt en mijn fantasiewereld steeds reëler wordt. Ik weet ook zeker dat ik vergeten ben om een aantal jarigen te feliciteren, wat ik, enigszins aan de late kant maar met een oprecht hart, bij dezen alsnog graag wil doen: XRONIA POLLA, lieve ‘vergeten’ jarige vrienden en vriendinnen. Als jullie dit lezen, weet dan dat ik jullie echt nog heel veel mooie verjaardagen toewens!

Het lummelen gaat gelukkig nog even door. De allerlaatste puntjes worden nu op deel twee gezet, daar moet ik in de komende week nog even naar kijken. Er moet ook nog een andere column geschreven worden, voor de Vlaardingen24 krant, en er is zojuist een correctieopdracht binnengekomen. Allemaal peanuts vergeleken bij de heftige werkzaamheden van de afgelopen maanden. Ik mag gewoon nog even genieten van de Griekse zomer, en dat ga ik ook zeker doen. Over twee weekjes komt mijn schoonzus, dan hebben we drie weken waarin we ongetwijfeld leuke dingen gaan doen nu de temperatuur hier weer enige activiteit toestaat. En daarna… Daarna duik ik weer dagelijks mijn werkkamer in en mag Emma haar verhaal aan mij komen vertellen. Een verhaal waarin ik heerlijk ga genieten van haar avonturen in het lieflijke dorp Beekbrugge, van haar zelfgemaakte chocoladebonbons, van de geur van versgebakken brood en natuurlijk van een fikse portie romantiek. Ik verheug me er nu al op… 😉

♥♥♥♥♥

Vakantietijd

Zojuist hebben wij hier onze eerste (gezouten) haring op Griekse bodem genuttigd. Een mijlpaal, want tot op heden was deze typisch Hollandse lekkernij alleen aan mij voorbehouden – tijdens mijn reisjes naar Nederland. Manlief moest het dertien jaar zonder doen, en als rasechte Rotterdamse zeeman, getrouwd met een volbloed Haringkop (zoals wij Vlaardingers genoemd worden) valt dat natuurlijk niet mee. De verrassing om in de schappen bij de Lidl zomaar ineens schoongemaakte rauwe haring te zien liggen, was dan ook groot. Oké, het was geen boterzachte Hollandse nieuwe, maar volwassen exemplaren en ze waren wel heel erg sterk gepekeld, maar toch… Als je het dertien jaar zonder hebt moeten doen, dan smaakt zoiets alsof er een engeltje over je tong fietst.

Het was sowieso een week vol ‘verrassingen’, want na een heel jaar lang gestaard te hebben naar de opgevouwen opblaasbare tweepersoonskano – vorige zomer in een opwelling gekocht – zijn manlief en ik gisteren toch maar eens een keertje samen de zee opgegaan. In die kano dus. Wonder boven wonder zijn we niet omgeslagen bij het instappen, hebben we elkaar niet halverwege een klap verkocht met de peddel, en gleden we zonder al te veel gekibbel in bijna perfecte harmonie over het blauwe water van de Pagasitische Golf. Nou ja, dat vond ik. Manlief had wat problemen met mijn afwijkende ritmegevoel wat betreft het peddelen, maar dat was zijn probleem. Toch?

We zijn ‘helemaal’ naar de verderop gelegen camping Hellas gepeddeld, tussen de aangemeerde boten, de rotsen bij de bocht en de zwemmers bij de camping door. Lekker dicht bij de kust dus, want voor iemand die niet in zee gaat zwemmen zonder luchtbed is een kanotocht op volle zee iets te veel gevraagd. Dit eerste tripje was precies goed voor mij en het kopje koffie op de camping smaakte me dan ook uitstekend. Gezellig was het er ook. We zaten nog maar net toen aan het tafeltje naast ons twee dames, vier kinderen en één man neerstreken. Ze kwamen nog net niet bij ons op schoot zitten, maar het scheelde niet veel. Nu is dat hier vrij gewoon, hoor. Neem een bijna leeg strand, leg er je handdoekje neer, en geheid dat de Griekse familie die na jou arriveert zich installeert op nog geen meter afstand van jouw handdoekje. Ondanks dat bijna lege strand.

Het maakt het sociale contact er wel makkelijker op. Nog geen vijf minuten later zaten we gezellig te kletsen met de dames. De man had zich met de kids en luchtbed naar zee begeven – maar wel pas nadat hij en de kinderen liefdevol van top tot teen waren ingesmeerd door zijn vrouw en, zoals later bleek, de moeder van drie van de kinderen. Ze kwamen allemaal uit Thessaloniki, waren een paar dagen eerder gearriveerd voor een vakantie van drie weken en keken uit naar het hoogtepunt van de Griekse grote vakantie: Maria Hemelvaart op 15 augustus. In de loop van het gesprek hoorden we dat de moeder van drie kinderen mondhygiëniste was, haar man tandarts en dat de andere dame één kind had en een fulltime baan als advocaat. Of ze ook een man had, weten we (nog) niet, maar mochten we hen nog een keer tegenkomen dan zal ons dat ongetwijfeld ook uitgebreid verteld worden. Het tekent de openheid van de Grieken, zulke gesprekjes. We hebben er al vele gevoerd in de afgelopen jaren, steeds vaker geheel in het Grieks, iets waar we best wel trots op zijn. Dat je zowaar eindelijk écht gaat verstaan waar ze het over hebben… dat geeft de burger moed, zeker weten.

En als we het nu toch over moedige burgers hebben… Ruim een week na de bosbrandramp bij Matia is het nu en de eerste onvoorstelbare dagen van verbijstering, verdriet, woede, pijn en rouw liggen achter ons. Terwijl ik dit schrijf, houdt de militaire luchtbasis aan de andere kant van de Golf blijkbaar een oefening, want het zware gedreun van overvliegende helikopters overstemt zowaar het gekrijs van de krekels. Ik weet alleen (nog) niet zeker of het een oefening is. Het kan ook betekenen dat er achter ons in de bergen een vuurhaard is ontdekt. Wat bij Mati gebeurde, kan namelijk overal aan de Griekse kusten gebeuren, ook hier. De hevige bosbranden van 2007, waarbij hier in Pilion 10% van de bossen in de as werd gelegd, liggen nog vers in ons geheugen. Tot aan Afissos en Milies naderde het vuur, en wij in Kala Nera keken met angst in ons hart naar de vlammen die ’s nachts metershoog uitkwamen boven de bergtoppen achter ons. Wij hadden geluk. De harde wind ging liggen en na vijf spannende dagen waren de branden onder controle.

De mensen in Mati hadden dat geluk niet. Tijd om te evacueren kregen ze niet. Binnen een kwartier was het vuur ‘over de berg heen’, en moesten ze letterlijk rennen voor hun leven. Tweeënnegentig mensen verloren daarbij dat leven. Doodgewone mensen zoals u en ik: bewoners, vakantiegangers met en zonder kinderen… De ‘gelukkigen’ die het overleefden zijn alles kwijt: huis, haard, verleden, toekomst. Sommigen liggen nog in het ziekenhuis, vechtend voor hun leven. Anderen dwalen huilend over de zwartgeblakerde puinhopen, op zoek naar vermiste familieleden, naar hun achtergebleven huisdieren… Hulp in de vorm van goederen, geld en vrijwilligers stroomt gelukkig van alle kanten toe. Het kan dat wat verloren is gegaan niet goedmaken, maar het kan het leven na de ramp wel een heel klein beetje makkelijker maken voor iedereen die erbij betrokken is. En dat zijn er velen.

Mocht u willen helpen, dan kunt u dat het beste doen door een bijdrage, hoe klein ook, over te maken op de noodrekening die de gemeente Rafinas, waartoe ook Mati behoort, meteen na de ramp speciaal voor hulp aan de slachtoffers, mens en dier, heeft geopend. Daarnaast zijn er vele grote en kleine stichtingen actief, waaronder het Griekse Rode Kruis, waarvan ik hier ook het rekeningnummer vermeld.

Municipality of Rafina/Pikermi
Piraeus Bank
ΙΒΑΝ: GR20 0172 1860 0051 8609 2291 418
ΒΙC/SWIFT: PIRBGRAA

Hellenic Red Cross
Eurobank Greece
IBAN: GR6402602400000310201181388
BIC/SWIFT: ERBKGRAAXXX

De helikopters van de luchtmacht zijn inmiddels teruggekeerd naar hun basis. Het was dus toch een oefening, want ik hoor geen sirenes of andere ‘enge’ tekenen die zouden kunnen wijzen op brand of andere rampen. Gelukkig maar. We hopen immers allemaal dat zulke vreselijke rampen onze deur voorbij zal gaan. En meestal gebeurt dat ook.

Meestal, maar helaas niet altijd…

♥♥♥♥♥