Beauty en de Beast

‘We hebben achter gezinsuitbreiding,’ zei manlief in april, een paar dagen nadat we van onze reis naar Nederland waren teruggekeerd. ‘In een kist onder de werkbank. De mama is erg beschermend, dus ik kan het nog niet zo heel goed zien, maar volgens mij zijn het er twee.’

Ik dacht nog even dat hij een verlate 1-aprilgrap met me uithaalde, (hij had me al eens in de maling genomen met een dergelijke aankondiging), maar nee, dit keer was het echt. De grijs-witte poes uit het laatste ongeplande nestje van de buren had goed gebruik gemaakt van de rust die onze afwezigheid met zich meebracht, en zich met haar twee pasgeboren kittens uitgebreid geïnstalleerd op een stapel zeildoek in een van de kratten. Hoewel ze zelf nog erg jong was, hooguit tien maanden schatte ik haar, mankeerde er aan haar moederinstinct helemaal niets. Zodra wie dan ook maar in de buurt kwam van de krat, begon ze fel te blazen en te grommen, een boodschap die door de andere bij ons rondlopende en mee-etende buurkatten al snel begrepen werd. De kersverse mama verdedigde haar zelfgekozen territorium vol overgave, stond met haar neus vooraan als wij ’s ochtends de keukenluiken opendeden om de voerbakjes buiten te zetten en kreeg zelfs de al jaren trouwe Tijger, Luna en Mickey zover dat die van ellende maar elders hun proviand gingen halen.

Na een aantal weken werd de kraamkrat verwisseld voor een plekje onder de vlonder van de houtopslag en konden we ze wat beter zien. De een bleek pikzwart te zijn, de andere zwart-wit, en als vader gokken wij op Mickey, de enige kater die van mama in de buurt mocht komen. Maar groter wordende poezenkindertjes moeten ook opgevoed worden, en mama had het er maar druk mee. Dat weet ik omdat ik in de afgelopen weken een aantal keren een aangevreten grote muis bij de werkplaats vond en recentelijk mama op weg naar achteren betrapte met een hagedis in haar bek. Dat klinkt misschien wat cru, maar het betekent wel dat ze haar kindertjes in ieder geval leert om te jagen, zodat ze niet klakkeloos afhankelijk zijn van de dagelijks geopende kattensnackbar van de familie Hollander.

De kleintjes, door mij (Black) Beauty en de Beast genoemd, hebben die snackbar inmiddels zelf ook ontdekt. Via een omgekeerde plastic teil en de butagascontainer klimmen ze met een noodgang op de vensterbank zodra daar een bakje met brokjes of vlees verschijnt. Als mama en Mickey al aan het eten zijn, duwen ze hun kleine koppies brutaalweg onder hun poten door in de bakjes en schrokken ze alles wat daarin ligt met een noodgang naar binnen. Je ziet ze dan ook met de dag groter worden en hoewel we ze nog steeds niet mogen aanraken, zijn ze al wel minder schuw geworden.

Vorige week brak de volgende fase aan: mama vond dat de kleintjes groot genoeg waren om de rest van de wereld te verkennen, en is met kroost en al van de achterkant naar de voorkant van het huis verhuisd. Dit tot grote verwarring van onze eigen Krumpie en Katinka, die van het gedoe achter weliswaar op de hoogte waren, maar niet hadden verwacht dat het kersverse gezin ‘hun’ tuin zou claimen alsof het alle recht heeft om zich daar te bevinden. Het zorgt dus af en toe voor flink wat herrie, want met name Katinka is het er nog niet zo mee eens. Krumpie ook niet, maar die rent gewoon snel terug naar binnen als ze mama en de kleintjes pontificaal op het terras ziet liggen. Katinka daarentegen blijft stokstijf staan en maakt zich meteen dik en druk. En gelijk heeft ze, want vreemdelingen in de tuin moeten natuurlijk wel weten wie de baas is!

De kleintjes trekken zich er vooralsnog niet veel van aan. Zo’n weelderig groene zomertuin is na de maanden in de kale werkplaats alleen maar heel leuk en spannend. Bomen worden nog wat onhandig beklommen, vlinders en krekels huppelend achternagezeten en bloemetjes en bijtjes nieuwgierig besnuffeld. Uiteraard worden ze steeds ondernemender en trekken ze er vaker alleen of met z’n tweetjes op uit. Vooral het zwart-witte poezenkind heeft zo te zien een aardig rebels karakter. Ik denk dan ook dat die binnenkort zelfstandig de wijde wereld in trekt, op zoek naar een eigen plekje onder de Griekse zon.

Het was leuk om weer eens van dichtbij mee te maken hoe een mama-poes haar kindertjes grootbrengt, maar we voelen geen enkele behoefte om dit gezinnetje voor vast in ons huishouden op te nemen. Buitenkatten moeten er nu eenmaal ook zijn in onze landelijke omgeving, en goede jagers zijn zeker geen overbodige luxe. Vorige week nog hoorde ik een vreemd geritsel in de druivenrank boven onze zithoek. Het verplaatste zich vrij snel van het midden van de pergola naar de buitenrand en opeens plofte er iets naast me op het terras. Nu ben ik niet snel bang, maar als er ineens een kleine slang of – waarschijnlijker – een ringworm uit de druivenrank komt vallen, maak ook ik wel een sprongetje van schrik. In dit geval schrok het beestje net zo hard als ik, want met een noodgang verdween hij in het bloemenperkje.

Kijk, en op zo’n moment ben ik dus heel blij met onze katten, want Krumpie ging er meteen achteraan. Niet dat ze hem te pakken had, want aan haar bewegingen te zien verdween het beest al snel in de struiken achter in de tuin, maar toch, ze zat hem wel op de hielen. Nu mama-poes en haar twee kleintjes zich ook regelmatig in de tuin bevinden, ben ik er eigenlijk wel zeker van dat we niet nog een keer bezoek zullen krijgen van zo’n wriemelend glad beest in de pergola. En als die drie nieuwelingen dan ook nog eens heel snel een massamoord aanrichten onder de honderden krijsende krekels bij ons in de tuin, dan mogen ze van mij daar de komende jaren gewoon blijven wonen… 😉

♥♥♥

Hittestress

Zoals elk jaar rond deze tijd begint de langdurige extreme hitte van de Griekse zomer ons danig de keel uit te hangen. Ik heb het over die beruchte bloedwarme dagen waarin je maar tot een uur of halftwaalf ’s ochtends nog enigszins buitenshuis ‘actief’ kunt zijn, om daarna snel naar de airco binnen te vluchten. Alleen vroegopstaanders (en daar behoor ik helaas niet toe) genieten van de zee, want naarmate de zon hoger komt, stijgt ook de temperatuur van het water. En een lauwwarme zee voelt niet echt lekker aan, dat kan ik u verzekeren.

De vakantiegangers, veelal komende uit landen waar regen vaker voorkomt dan zonneschijn, vinden het allemaal heerlijk. Begrijpelijk en ik gun het ze van harte. Ook al omdat dit de maanden zijn waarin de in het toerisme werkende bevolking het geld moet verdienen. Maar als je hier het hele jaar woont en niet afhankelijk bent van dat toerisme, dan is zo’n zomer met temperaturen van boven de 35° ieder jaar weer een reden om je af te vragen waarom je in vredesnaam naar Griekenland wilde verkassen. Gelukkig weten we dat het tijdelijk is. Die andere tien maanden van het jaar maken dit jaarlijks terugkerende zomerse ‘afzien’ helemaal goed, dat moge duidelijk zijn. En is het eenmaal augustus geworden, dan is het slechts een kwestie van nog even volhouden. September met heel wat aangenamere temperaturen is in aantocht!

Ondanks de hitte ben ik toch nog redelijk actief geweest in de afgelopen maand. Het geplande Nikos Kypourgos-concert van 12 juli in Chorto bracht uiteraard de nodige voorbereidingen en koorrepetities met zich mee. De grote generale repetitie met alle deelnemers aan het concert vond plaats in de Muziekschool van Volos, en dat op zich was al een mooie ervaring. Ik was nog nooit in de school geweest, dus de mooie levensgrote muurschilderingen in de gangen waren echt een verrassing. In de grote theaterzaal was alles voorhanden om het hele concert van begin tot eind door te nemen en omdat ons koor maar een klein aandeel daarin had, konden we als toeschouwers in alle rust – en koelte dankzij de airco – genieten van wat het koor en orkest van de Muziekschool (de hoofduitvoerenden van het concert) ten gehore brachten.

Het concert zelf vond de volgende avond plaats in het kleine, intieme openluchttheater van Chorto. Dat ligt midden in het groen, en alleen dat maakt het al ‘magisch’ wanneer de zon langzaam ondergaat, de krekels langzaam verstommen en de schijnwerpers zich richten op het toneel. Voor ons, de deelnemers, bestond de avond voornamelijk uit wachten tot we op moesten. Dat kon op een overkapte plek in de tuin, een tiental meters achter het theater, waar plastic stoeltjes, water en broodjes voor ons klaar waren gezet. Keurig geregeld dus.

Tegen de tijd dat wij het toneel op moesten, was het donker, wat het nogal lastig maakte om met zijn allen zo zachtjes mogelijk over gras en hobbelige stenen paadjes richting het toneel te schuifelen. Eenmaal daar moesten we ons op de een of andere manier achter het orkest en het kinderkoor op de drie etages hoge loopplanken frommelen, maar gelukkig viel niemand eraf. En toen we eenmaal stonden, hebben we natuurlijk heel erg ons best gedaan op ons aandeel in wat voor de toeschouwers een hele mooie muzikale avond is geweest. En daar doe je het allemaal voor, toch?

Vermoeiend was het wel, dus ik was blij toen ik om twaalf uur onze tuin weer binnenstapte. Die blijdschap verdween echter al snel, want kleine Katinka bleek zich nog buiten te bevinden. Normaal gesproken houden we de katten ’s avonds en ’s nachts binnen, maar ons rode monstertje had er blijkbaar de pest in dat ik weg was en weigerde gehoor te geven aan manliefs eerdere verwoede pogingen om haar naar binnen te krijgen. Meestal reageert ze wel als ik haar roep, en hoewel ze meteen aan kwam rennen, vertikte ze het om mee naar binnen te komen. De frustratie werd nog erger toen ik de voordeur opendeed en Krumpie langs mijn been van binnen naar buiten schoot.

Ik zal u de details besparen,  laten we het er maar op houden dat die twee de tijd van hun leven hadden, daar om middernacht in de tuin. Deze steeds bozer en wanhopiger wordende kattenmama dus niet, hoewel Krumpie na zo’n drie kwartier gelukkig uitgespeeld was en naar binnen wilde. Maar wat ik ook probeerde, Katinka was en bleef buiten rondrennen.

Om halftwee was ik het zat en heb ik de deur op slot gedraaid. Wat ze allemaal uitgespookt heeft die nacht weet ik niet, maar toen ik de volgende morgen om tien uur de deur weer opendeed, kwam ze in sukkeldraf naar binnen, schrokte het bakje brokjes half leeg en kroop vervolgens op de bank, waar ze zich in de vierentwintig uur erna nauwelijks bewogen heeft. Hopelijk heeft ze ervan geleerd en reageert ze in het vervolg wel op onze pogingen haar naar binnen te krijgen. Hoewel… ik denk het niet, het is en blijft een rood kattenmonstertje, maar je kunt altijd hopen, nietwaar?

In de dagen erna ontdekte ik dat ik mijn muziekmap kwijt was, hoewel ik zeker wist dat ik hem in mijn tas had gestopt na het concert. Ik herinnerde me ook precies waar ik hem na thuiskomst had neergelegd: op de eettafel in de hal. Alles hebben we afgezocht, zelfs de boekenkast achter de tafel leeggehaald, maar de map was en bleef weg. Natuurlijk gaf ik manlief er de schuld van, die wil nog weleens in de weg liggende spullen wegbergen op plekken waar ze normaal niet liggen, maar in dit geval heb ik mijn excuses moeten aanbieden. Op de eerstvolgende koorrepetitie, toevallig weer op onze openlucht ‘backstage’-plek achter het theater, lag mijn fuchsiaroze muziekmap keurig op de tafel bij de ingang.

Wat een opluchting was dat, maar ook wel even een ‘o jee’-moment. Want hoe kon ik er zo van overtuigd zijn geweest dat ik de map bij me had gehad, terwijl dat dus niet het geval was? Nou ja, ik hou het maar op de wekenlange hitte, die doet nu eenmaal rare dingen met je lijf en geest. Want zo’n ‘senior moment’ waar je op een bepaalde leeftijd last van schijnt te krijgen… Nee, zó oud ben ik nog lang niet. Echt niet. Toch?

♥♥♥

 

 

Op naar het voorjaar

We zijn inmiddels alweer een maandje terug uit Nederland, maar goed tot rust komen is er tot nu toe niet echt bij geweest. Al voordat we weggingen was het ons opgevallen dat onze Krumpie de Kat af en toe behoorlijk zwaar ademhaalde. Dat af en toe bleek inmiddels chronisch te zijn geworden, en dat gecombineerd met een afnemende levendigheid maakte een dierenartsbezoek noodzakelijk. Aan de hand van een röntgenfoto werd al snel duidelijk dat ze heel veel vocht in haar borstkas had, zodat ze onmiddellijk in de kliniek moest blijven.

Dat het ernstig was, bleek wel uit het feit dat ze uiteindelijk tien dagen in de kattencouveuse heeft doorgebracht, waar we haar gelukkig om de dag even mochten bezoeken. Ondanks alle behandelingen en onderzoeken bleef het vocht echter na diverse keren wegzuigen toch terugkomen. Een duidelijke oorzaak was na drie weken nog niet gevonden, al wisten ze inmiddels wel wat het niet was. Uiteindelijk was de conclusie dat alleen een eventuele (dure) CT-scan heel misschien nog iets aan het licht kon brengen, waarna er dan zeer waarschijnlijk een riskante operatie zou moeten plaatsvinden, die misschien wel, maar misschien ook niet succesvol zou zijn.

Hoe moeilijk zo’n beslissing ook is, we hebben ervoor gekozen om onze kleine Krumpie lekker mee naar huis te nemen en zo lang als het voor haar dragelijk blijft de natuur zijn gang te laten gaan. Al die stress zonder reëel uitzicht op herstel is niet wat we voor haar willen. En ondanks haar steeds zwaarder wordende ademhaling heeft ze het helemaal naar haar zin. Gisteren lag ze boven op het dak te zonnebaden, en alsof er niets aan de hand is, overbrugde ze ’s avonds ook soepeltjes de ruim anderhalve meter omhoog van het bed naar de top van de slaapkamerkast. Lekker bij ons liggen slapen is haar favoriete bezigheid, net als bedelen om brokjes – alleen échte Friskies, hoor! – en verse kattenmousse, maar dat laatste dan wel uit het handje gevoerd! En ja, we geven met liefde toe aan al haar eigenaardigheden, nu kan het immers nog!

Al dat dierenartsgedoe en het steeds op en neer naar Volos moeten, nam veel tijd in beslag. Maar ja, het dagelijks leven gaat natuurlijk ook gewoon door. Behalve de normale dingen moest er ook een check-up doktersbezoek worden afgelegd, was de tuin dringend toe aan een grote opknapbeurt, moest er een nieuwe voorraad kachelhout besteld en opgestapeld worden en moesten de naweeën van de brand in de werkruimte nog steeds  – letterlijk – worden weggepoetst. Ondertussen lagen er nog twee redactieopdrachten met dringende deadlines op me te wachten, en aangezien we uitgenodigd waren voor de bruiloft van onze buurjongen, moest ik van mezelf tussendoor toch ook nog maar even een klein huwelijksquiltje maken.

Vraag me niet hoe, maar het is allemaal goedgekomen. Het scheelt natuurlijk dat we de echt zware klussen als de tuin en het hout konden uitbesteden, maar ook dan ben je op zo’n dag druk met aanwijzingen geven en koffie schenken. Rustig op de bank aan je redactieopdracht werken is er niet bij als er pal naast je raam met veel herrie bomen en struiken gesnoeid worden. De grootste klus was natuurlijk de werkruimte. Drie weken lang stond de inboedel weer buiten onder het afdakje, net als in november. Zelfs de inhoud van de grote kast zat onder het roet, van mijn oude countrylaaarzen tot aan de spelden op het speldenkussen. Om het over de boeken in mijn mooie nieuwe open boekenkast maar niet te hebben! Er zijn heel wat sopjes doorheen gegaan voor alles weer enigszins schoon was en we aan het ‘grote’ werk konden beginnen: het afsoppen van het houtwerk, de muren en het plafond. Dat laatste nam onze lieve hulp gelukkig van ons over, want dat soort werkzaamheden kunnen mijn nekwervels al een paar jaar niet meer aan.

Na de schoonmaak en het gronden was het verven van de muren nog slechts een kwestie van een paar dagen. We hadden de slag nog aardig in onze vingers van de novembersessie, dus in recordtijd zaten er weer twee lagen witte en blauwe verf op, en kon het inruimen beginnen. Vanmiddag was het eindelijk klaar en wat een opluchting is dat. Met alle meubels, dozen en prullen weer op zijn plek hebben we eindelijk hebben weer ruimte onder het afdakje om de was fatsoenlijk op te hangen. Hoewel… niet iedereen is er zo blij mee als ik: de zwangere poes van de buren kwam net al verontwaardigd heen en weer lopend een kijkje nemen. Ja, die is haar nachtelijke plekje op mijn bureaustoel nu natuurlijk kwijt!

Al met al is het best een pittige maand geweest, zo eentje die je niet te vaak moet hebben. Aan echt genieten van ons Griekse leven zijn we nog niet toegekomen, maar daar komt zeer binnenkort verandering in. We hebben namelijk al twee maanden kaarten in huis voor het André Rieu-concert in Athene! Een primeur, want de beste man was nooit eerder in Griekenland te zien. En als je ergens vrolijk van wordt, dan is het wel van een concert van André Rieu, zeker weten! Natuurlijk plakken we er een paar dagen Athene aan vast, waarin we weinig meer hoeven dan terrasjes pakken en mensen kijken. De bezienswaardigheden hebben we allebei al meerdere keren gezien, dus dat hoeft niet meer zo nodig. Wat nog wel op de agenda staat is een fysiek bezoek aan mijn online quiltstoffenwinkel. Lekker snuffelen tussen al die stapels mooie stofjes, een heerlijk vooruitzicht! Ik heb alweer een paar mooie projecten liggen waar ik  heel graag aan wil beginnen. Iets om naar uit te kijken,want met mijn werkruimte voor de tweede keer weer helemaal spic en span gaat dat ongetwijfeld een heel mooi quiltfeestje worden…

♥♥♥

Over katjes en klikduimen

En toen was het alweer 1 juni. Als alles ‘gewoon’ was geweest, zouden we de komende veertien dagen onze zoon en zijn vriendin over de vloer hebben gehad. Maar niets is momenteel ‘gewoon’. Vliegen vanuit Nederland mag nog niet, dus die logeerpartij hebben we helaas voor onbepaalde tijd moeten uitstellen. Even slikken, logisch, voor allemaal, maar gezond zijn en blijven is in deze rare maanden het allerbelangrijkste. Dus doen we het nog maar wat langer met Skype en Whatsapp, en hopen we op betere tijden. Met kniezen over wat had kunnen zijn, maak je het leven niet vrolijker, zo simpel is het nu eenmaal. Gelukkig is er altijd genoeg vrolijkheid in mijn leven, en veel tijd om te kniezen heb ik ook niet met twee speelse kittens van inmiddels zeven weken om me heen. Ze groeien als kool en worden steeds nieuwsgieriger naar de wereld om hen heen. En aangezien ‘mama’ een rechtstreekse lijn naar ‘eten’ betekent, ben ik voor hen ook in die grote nieuwe wereld nog steeds een Zeer Belangrijk Persoon die je goed in de gaten moet houden. Ik heb het er voorlopig dus nog wel druk mee, maar dat geeft niet. Twee van die hummeltjes zo te zien genieten van een leven dat hun niet was gegund, is meer dan genoeg ‘beloning’ voor alle tijd en energie die ik aan hen besteed.

Het enige probleem is dat ons niet al te grote huisje inmiddels echt helemaal vol zit met dieren en mensen. En hoewel we nog even tijd hebben, zijn we dus dringend op zoek naar een permanent onderkomen voor deze twee bengels. Hier in Griekenland wordt dat helaas erg lastig. Door hun vreemde start zijn dit echte ‘mensenkatten’, en ze zullen nooit de buitenkatten worden die de Grieken willen. Het idee dat ze niet eens binnenshuis zouden mogen komen, bezorgt me nu al rillingen. En al zijn we er geen voorstander van, in dit geval hebben we besloten dat het toch beter is om te proberen hen onder te brengen in het buitenland. Ik krijg daarvoor alle hulp van de Stichting Dierenhulp over de Grenzen, die onze Norbert en Corwyn via hun netwerk ter adoptie zullen aanbieden, zodat ze in afwachting van de reis ‘gereserveerd’ kunnen worden. Als de virus-beperkingen een beetje meewerken, mogen ze in augustus op reis, en het goede nieuws is dat ik al mensen bereid heb gevonden om hen in die periode naar Nederland te begeleiden. Hun ticket wordt door de Stichting betaald, en wij zorgen aan deze kant ervoor dat alle papieren en inentingen in orde zijn. Kortom, mocht jij onze twee kanjertjes een warm en liefdevol huisje willen geven, het liefst met zijn tweetjes, neem dan even contact met me op via het contactformulier hier op de website, dan vertel ik je graag meer over hoe zo’n adoptie in zijn werk gaat.

Zo, en nu heb ik wel weer genoeg geschreven over mijn katjes. Er valt immers wel meer te beleven in Pilion nu de opheffing van de lockdown bijna voltooid is en de terrasjes en taverna’s alweer een week open zijn. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er zelf nog geen gebruik van heb gemaakt. Ik kijk de kat (oeps) liever nog even uit de boom, en bewaar ons eerste terrasbezoek voor later deze week, als het wat minder druk is. Ik ben nog steeds behoorlijk huiverig voor dat virus, dus ook een bezoek aan Volos is niet iets waar ik naar uitkijk, ook al is het maanden geleden dat ik daar was. Maar… afgelopen vrijdag moest ik wel. Mijn ‘klikduim’ is nog steeds niet over, en volgens dokter Yiannis uit Kala Nera rest mij niets anders dan een operatie. ‘Stelt niets voor,’ verzekerde hij me, maar ik ben niet zo op operaties. En dus heb ik na een tip van een goede vriendin mijn chiropractor Despina gebeld, die goede hoop heeft dat ze mij ervan af kan helpen. Dat hoop ik ook, alleen moest ik dan wel naar Volos toe om mijn duim te laten behandelen. Nu is dat normaal een kwestie van in de bus stappen, of – als het echt, echt, echt niet anders kan, want zo’n held in het drukke stadsverkeer ben ik niet – op de scooter. Maar net na de versoepeling van de lockdown ruim een halfuur in een bus zitten, al is het dan met een verplicht masker op… Nee, dank u, liever niet, nog afgezien van het feit dat de toch al moeizame dienstregeling op dit moment helemaal een puinhoop is. En op de scooter, het andere alternatief, is nogal lastig als je een klikduim hebt, want de gashendel opendraaien of de rem vastpakken gaat met zo’n stijf kootje niet echt soepeltjes. Te gevaarlijk dus, ook al omdat ik toch al niet zo ‘eigen’ ben met dat ding. En dus bleef er nog maar één optie over: achter op de brommer bij manlief.

Manlief is een zeer ervaren brommerrijder, laat ik dat vooropstellen. Hij is volgens mij op zo’n ding geboren, en weet precies wat hij wel en niet kan doen. Het probleem ligt dan ook helemaal bij mij, want ik vind achterop zitten dus echt vre-se-lijk. Totaal onnodig, ik weet het, maar ik heb die tik nou eenmaal. Ooit, tijdens een vakantie op Chios, hebben we de voor een week gehuurde scooter al na één dag teruggebracht, omdat ik het gezellig ‘toeren’ met angst en beven en met grotendeels gesloten ogen al piepend en jammerend onderging. Het heeft ongetwijfeld te maken met het niet zelf de controle hebben, iets waarvan ik me heel goed bewust ben. Het probleem ligt dus bij mij, en niet bij manlief, dat dát wel even duidelijk is. En er gloort hoop, want in de loop der jaren heb ik mijn angst voor het achterop zitten best al wel een béétje overwonnen. Als we uit eten gaan in Kala Nera, stap ik zonder problemen bij manlief achterop. Het is maar vijf minuten en dan kan ik gewoon een tsipourootje drinken, iets wat ik minder snel doe als ik op mijn eigen scooter ga. En soms is mijn hoofd ook gewoon te vol om zelf te rijden, zeker als ik ‘in mijn boek’ zit. Maar langer dan tien minuten achterop, dat vind ik dus nog steeds een beangstigend idee.

Nood breekt wetten, en ik wil toch wel heel graag zonder operatie van die stomme klikduim af. Dus ben ik afgelopen vrijdag toch maar bij manlief achter op dat vreselijke ding gestapt voor mijn afspraak bij de chiropractor. Het ging aardig goed, al zeg ik het zelf, al heb ik nog steeds een beetje spierpijn van het krampachtig zitten, dat wel. Je kunt je zo achterop nergens aan vasthouden, behalve aan manlief. Ik moet mijn armen om zijn middel slaan en goed meebewegen als we de bocht omgaan. Geen probleem uiteraard, behalve als hij moet remmen, want dan knalt mijn helm tegen de zijne. En anticiperen is lastig, omdat hij groter is dan ik, en ik dus niet of nauwelijks om zijn schouders heen kan kijken. Kortom, het was best een heel avontuur voor me, zeker in het drukke stadsverkeer van Volos. Maar gelukkig is het allemaal goed gegaan, en ik heb alleen in de haarspeldbochten naar rechts, als we zo vreselijk schuin lagen,  mijn ogen dichtgedaan. Het ‘mimimimimi’-geluid dat ik op Chios regelmatig produceerde, is dit keer helemaal achterwege gebleven. Dus eigenlijk… ben ik best wel een beetje trots op mezelf.

De duim is na de eerste chiro-sessie al met zeker 40% verbeterd. Volgende week ga ik voor de vervolgbehandeling, en ik hoop dat manlief me dan weer wil brengen. Voor hem valt zo’n angstig vrouwmens achterop natuurlijk ook niet mee, dat begrijp ik best. Gelukkig houdt hij heel veel van me, dat weet ik, al meer dan veertig jaar. Ons huwelijk zal ook dit wel weer te boven komen, daar gaan we gewoon van uit. En die duim… Ach, die duim komt ook vast goed. En als het even kan zonder operatie… 😉

♥♥♥♥♥

 

 

Wonderen bestaan echt

De eerste mei is hier een vrolijke feestdag. Bloemetjesplukdag noem ik het, want dan gaat iedereen naar buiten het veld in om terug te komen met armen vol bloemen. Daarvan worden kransen gevlochten die tot 23 juni de voordeuren van de huizen zullen sieren. Een traditioneel gebruik dat bedoeld is om de goden gunstig te stemmen zodat de zomer een overvloedige oogst zal opleveren. Het is een dag die gepaard gaat met veel zang, dans en barbecueën in de olijfgaarden of aan het strand, uiteraard in het gezelschap van vrienden en familie. Het is dan ook geen wonder dat de versoepeling van onze lockdown-maatregelen pas ingaan ná die eerste mei. Op die manier hoopt de regering ongetwijfeld te voorkomen dat er meteen alweer grote gezelschappen en ongecontroleerde verplaatsingen zullen ontstaan.

Tot die vierde mei blijven alle huidige maatregelen dus van kracht, maar daarna begint het licht aan het einde van de Corona-tunnel dan toch te gloren. We mogen straks weer naar de kapper en de beautysalon, naar de bouwmarkten en de Chinese winkeltjes, al is het dan onder bepaalde voorwaarden. De anderhalve meter moet in acht worden genomen, het dragen van maskers in gesloten ruimtes en het openbaar vervoer wordt verplicht, maar… we hoeven geen toestemming meer te vragen om ergens naartoe te gaan. En dat alleen is al een hele voortuitgang. Of het zo zal blijven, weet niemand. De grote vraag blijft natuurlijk of het virus dusdanig is afgezwakt dat we niet meer met bosjes tegelijk in het ziekenhuis terecht zullen komen wanneer er weer meer onderling contact zal zijn. Zou dat gebeuren, dan worden de maatregelen onmiddellijk teruggedraaid en moeten we weer terug ons hok in. De komende weken gaan dus best spannend worden, en we kunnen weinig anders doen dan afwachten.

Voor ons persoonlijk verandert er op die formulieren na niet zo heel veel. Het grootste leed van onze eigen lockdown-periode was het feit dat onze huishoudelijke hulp al die tijd niet over de vloer kon komen. Vanaf eind februari moesten we zelf weer in huis aan de slag, en al dat wringen en zwabberen heeft mijn handen geen goed gedaan. Ik heb er helaas een zogenoemde ‘klik- of triggerduim’ door opgelopen, en loop nu al een week met een gespalkte en omzwachtelde rechterduim rond. En dat is knap lastig, want ik moet zo’n zes keer per dag flesjes geven aan twee piepkleine kittens. Een aantal van jullie hebben het verhaal ongetwijfeld via Facebook al meegekregen, maar voor degenen die alleen op mijn website mijn columns lezen vertel ik hier nog even het verhaal in het kort.

Op zaterdag 11 april hoorde ik op de terugweg van de supermarkt een flink gepiep in het veld verderop aan onze straat. Toen ik op onderzoek uitging, vond ik onder een struik een plastic tasje, gevuld met afval en drie – letterlijk – pasgeboren kittens erin! En ja, wat doe je dan? Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen ze daar in dat zakje te laten sterven, en besloot ze mee naar huis te nemen, zodat ze in de luttele uren die ze in dit leven waren toch in ieder geval een beetje liefde zouden ondervinden. Tot mijn stomme verbazing echter overleefden ze de nacht, en de volgende en de volgende. We doopten ze De Corona’s – Cora, Ron en Nora – en ook al groeiden ze nauwelijks, ze klemden zich met alle kracht die in die piepkleine lijfjes zat wanhopig aan het leven vast. Helaas was het gevecht voor onze dappere ‘Rooie Ron’ toch te zwaar en precies een week nadat ik hem had gevonden, heb ik hem achter in onze tuin op een mooi plekje moeten begraven.

Het heeft heel wat inspanning gekost, maar nu, drie weken later, begin ik langzaam te geloven dat de man met de zeis zich definitief aan het terugtrekken is. Nora bleek al vrij snel een Norbert te zijn en hij begint nu eindelijk op een gewicht te komen dat beter past bij zijn leeftijd. Cora – die we misschien toch ook moeten gaan omdopen als ik de steeds duidelijker wordende achterkant bestudeer – is een stuk kleiner en lichter gebleven, maar ook bij haar/hem zie ik de laatste dagen gelukkig een hoopvolle toename van het aantal grammen. Ze zijn heerlijk actief aan het worden, kleine waggelende bolletjes wol die duidelijk en vooral luidkeels laten merken dat ze er zijn. Maar hoewel ze het fantastisch doen, zijn de zorgen nog lang niet voorbij. Ze kampen duidelijk allebei met darmproblemen, ondanks alles wat ik al geprobeerd heb om dat te verhelpen. Ik hoop nu maar dat het beter zal gaan als ze straks vaster voedsel mogen. Feit is dat ze beslist geen zieke en lamlendige indruk maken, en dat is in ieder geval een goed teken.

Nu ze steeds beweeglijker worden, en hopelijk de komende weken zullen overleven, moeten ze zeer binnenkort toch gaan verhuizen naar een nieuw onderkomen. Dankzij Anita en Pierre Verkerk, de eigenaars van mijn uitgeverij Cupido, mocht ik deze week een prachtig mooi hok uitzoeken. Ik ben er superblij mee, want met een grote hond en drie volwassen katten in huis kan ik er gewoon geen twee drukke kleutertjes bij hebben. Als ze de slechte start van hun leven te boven komen en uitgroeien tot gezonde jonge katjes, dan zullen we tzt. op zoek gaan naar een goed adoptieadres, waar ze de mooie toekomst zullen krijgen die hun door de een of andere ongelooflijke lamzak dus niet was gegund. Maar voorlopig is het nog niet zo ver, en mag ik eerst zelf nog een poosje heerlijk genieten van deze twee dappere kleine kittens. Mocht je Faceboek hebben, dan kun je hun avonturen vanaf het allereerste begin volgen op mijn pagina Huize Hollander Beestenblog, waar ik regelmatig videootjes, foto’s en kleine anecdotes plaats over alle vaste en tijdelijke dieren die op ons pad verschijnen.

Ondertussen gaat niet alleen mijn eigen leven maar ook mijn schrijversleven natuurlijk wel gewoon door. De Cupido-ontwerpster is druk bezig met de cover voor De Zomer van 1970 dat in de herfst zal verschijnen, en ik heb al een heel mooi voorproefje daarvan gezien. Ook heel leuk is dat mijn dubbelroman Griekse Zomers momenteel gratis te lezen is via de leesapp van de Thuisbibliotheek. Die is speciaal in het leven geroepen om de lange eenzame uren tijdens de lockdown-periode iets aangenamer te maken. Je hoeft geen lid te zijn van de bibliotheek om de e-books te kunnen lenen, dus download die app en ga lekker op je balkonnetje of in je tuin genieten van heel veel uurtjes leesplezier. Een echte zomer in Griekenland zal er dit jaar voor velen niet meer inzitten, maar met mijn zonnige verhalen over ons mooie woonland kan ik jullie misschien toch een heel klein beetje dat echte Griekse zomergevoel geven.

Nu de lockdown overal langzaam versoepeld wordt, hopen we natuurlijk dat al onze gezamenlijke inspanningen in de afgelopen maanden om het virus tot een halt te brengen niet voor niets zijn geweest. Wat zal het heerlijk zijn als we over niet al te lange tijd allemaal weer zonder angst naar buiten kunnen en vooral elkaar eindelijk weer kunnen omarmen. Het blijft een risico. Net als mijn kittens zijn ook wij nog lang niet uit de gevarenzone, dat is wel duidelijk, maar de kans dat we er gezond en wel uit zullen komen wordt gelukkig met de dag groter. Wat de kittens betreft, blijf ik de komende tijd gewoon doorgaan met veel liefde geven en mijn gezond verstand gebruiken. Als jullie dat nou ook blijven doen, voor jezelf en voor anderen, dan gaan we ongetwijfeld allemaal snel een zonnige toekomst tegemoet… 😉