Wonderen bestaan echt

De eerste mei is hier een vrolijke feestdag. Bloemetjesplukdag noem ik het, want dan gaat iedereen naar buiten het veld in om terug te komen met armen vol bloemen. Daarvan worden kransen gevlochten die tot 23 juni de voordeuren van de huizen zullen sieren. Een traditioneel gebruik dat bedoeld is om de goden gunstig te stemmen zodat de zomer een overvloedige oogst zal opleveren. Het is een dag die gepaard gaat met veel zang, dans en barbecueën in de olijfgaarden of aan het strand, uiteraard in het gezelschap van vrienden en familie. Het is dan ook geen wonder dat de versoepeling van onze lockdown-maatregelen pas ingaan ná die eerste mei. Op die manier hoopt de regering ongetwijfeld te voorkomen dat er meteen alweer grote gezelschappen en ongecontroleerde verplaatsingen zullen ontstaan.

Tot die vierde mei blijven alle huidige maatregelen dus van kracht, maar daarna begint het licht aan het einde van de Corona-tunnel dan toch te gloren. We mogen straks weer naar de kapper en de beautysalon, naar de bouwmarkten en de Chinese winkeltjes, al is het dan onder bepaalde voorwaarden. De anderhalve meter moet in acht worden genomen, het dragen van maskers in gesloten ruimtes en het openbaar vervoer wordt verplicht, maar… we hoeven geen toestemming meer te vragen om ergens naartoe te gaan. En dat alleen is al een hele voortuitgang. Of het zo zal blijven, weet niemand. De grote vraag blijft natuurlijk of het virus dusdanig is afgezwakt dat we niet meer met bosjes tegelijk in het ziekenhuis terecht zullen komen wanneer er weer meer onderling contact zal zijn. Zou dat gebeuren, dan worden de maatregelen onmiddellijk teruggedraaid en moeten we weer terug ons hok in. De komende weken gaan dus best spannend worden, en we kunnen weinig anders doen dan afwachten.

Voor ons persoonlijk verandert er op die formulieren na niet zo heel veel. Het grootste leed van onze eigen lockdown-periode was het feit dat onze huishoudelijke hulp al die tijd niet over de vloer kon komen. Vanaf eind februari moesten we zelf weer in huis aan de slag, en al dat wringen en zwabberen heeft mijn handen geen goed gedaan. Ik heb er helaas een zogenoemde ‘klik- of triggerduim’ door opgelopen, en loop nu al een week met een gespalkte en omzwachtelde rechterduim rond. En dat is knap lastig, want ik moet zo’n zes keer per dag flesjes geven aan twee piepkleine kittens. Een aantal van jullie hebben het verhaal ongetwijfeld via Facebook al meegekregen, maar voor degenen die alleen op mijn website mijn columns lezen vertel ik hier nog even het verhaal in het kort.

Op zaterdag 11 april hoorde ik op de terugweg van de supermarkt een flink gepiep in het veld verderop aan onze straat. Toen ik op onderzoek uitging, vond ik onder een struik een plastic tasje, gevuld met afval en drie – letterlijk – pasgeboren kittens erin! En ja, wat doe je dan? Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen ze daar in dat zakje te laten sterven, en besloot ze mee naar huis te nemen, zodat ze in de luttele uren die ze in dit leven waren toch in ieder geval een beetje liefde zouden ondervinden. Tot mijn stomme verbazing echter overleefden ze de nacht, en de volgende en de volgende. We doopten ze De Corona’s – Cora, Ron en Nora – en ook al groeiden ze nauwelijks, ze klemden zich met alle kracht die in die piepkleine lijfjes zat wanhopig aan het leven vast. Helaas was het gevecht voor onze dappere ‘Rooie Ron’ toch te zwaar en precies een week nadat ik hem had gevonden, heb ik hem achter in onze tuin op een mooi plekje moeten begraven.

Het heeft heel wat inspanning gekost, maar nu, drie weken later, begin ik langzaam te geloven dat de man met de zeis zich definitief aan het terugtrekken is. Nora bleek al vrij snel een Norbert te zijn en hij begint nu eindelijk op een gewicht te komen dat beter past bij zijn leeftijd. Cora – die we misschien toch ook moeten gaan omdopen als ik de steeds duidelijker wordende achterkant bestudeer – is een stuk kleiner en lichter gebleven, maar ook bij haar/hem zie ik de laatste dagen gelukkig een hoopvolle toename van het aantal grammen. Ze zijn heerlijk actief aan het worden, kleine waggelende bolletjes wol die duidelijk en vooral luidkeels laten merken dat ze er zijn. Maar hoewel ze het fantastisch doen, zijn de zorgen nog lang niet voorbij. Ze kampen duidelijk allebei met darmproblemen, ondanks alles wat ik al geprobeerd heb om dat te verhelpen. Ik hoop nu maar dat het beter zal gaan als ze straks vaster voedsel mogen. Feit is dat ze beslist geen zieke en lamlendige indruk maken, en dat is in ieder geval een goed teken.

Nu ze steeds beweeglijker worden, en hopelijk de komende weken zullen overleven, moeten ze zeer binnenkort toch gaan verhuizen naar een nieuw onderkomen. Dankzij Anita en Pierre Verkerk, de eigenaars van mijn uitgeverij Cupido, mocht ik deze week een prachtig mooi hok uitzoeken. Ik ben er superblij mee, want met een grote hond en drie volwassen katten in huis kan ik er gewoon geen twee drukke kleutertjes bij hebben. Als ze de slechte start van hun leven te boven komen en uitgroeien tot gezonde jonge katjes, dan zullen we tzt. op zoek gaan naar een goed adoptieadres, waar ze de mooie toekomst zullen krijgen die hun door de een of andere ongelooflijke lamzak dus niet was gegund. Maar voorlopig is het nog niet zo ver, en mag ik eerst zelf nog een poosje heerlijk genieten van deze twee dappere kleine kittens. Mocht je Faceboek hebben, dan kun je hun avonturen vanaf het allereerste begin volgen op mijn pagina Huize Hollander Beestenblog, waar ik regelmatig videootjes, foto’s en kleine anecdotes plaats over alle vaste en tijdelijke dieren die op ons pad verschijnen.

Ondertussen gaat niet alleen mijn eigen leven maar ook mijn schrijversleven natuurlijk wel gewoon door. De Cupido-ontwerpster is druk bezig met de cover voor De Zomer van 1970 dat in de herfst zal verschijnen, en ik heb al een heel mooi voorproefje daarvan gezien. Ook heel leuk is dat mijn dubbelroman Griekse Zomers momenteel gratis te lezen is via de leesapp van de Thuisbibliotheek. Die is speciaal in het leven geroepen om de lange eenzame uren tijdens de lockdown-periode iets aangenamer te maken. Je hoeft geen lid te zijn van de bibliotheek om de e-books te kunnen lenen, dus download die app en ga lekker op je balkonnetje of in je tuin genieten van heel veel uurtjes leesplezier. Een echte zomer in Griekenland zal er dit jaar voor velen niet meer inzitten, maar met mijn zonnige verhalen over ons mooie woonland kan ik jullie misschien toch een heel klein beetje dat echte Griekse zomergevoel geven.

Nu de lockdown overal langzaam versoepeld wordt, hopen we natuurlijk dat al onze gezamenlijke inspanningen in de afgelopen maanden om het virus tot een halt te brengen niet voor niets zijn geweest. Wat zal het heerlijk zijn als we over niet al te lange tijd allemaal weer zonder angst naar buiten kunnen en vooral elkaar eindelijk weer kunnen omarmen. Het blijft een risico. Net als mijn kittens zijn ook wij nog lang niet uit de gevarenzone, dat is wel duidelijk, maar de kans dat we er gezond en wel uit zullen komen wordt gelukkig met de dag groter. Wat de kittens betreft, blijf ik de komende tijd gewoon doorgaan met veel liefde geven en mijn gezond verstand gebruiken. Als jullie dat nou ook blijven doen, voor jezelf en voor anderen, dan gaan we ongetwijfeld allemaal snel een zonnige toekomst tegemoet… 😉

 

Druk nachtje

DSC02236.aOnze huisdieren zijn schatten. Meestal. Maar soms vinden wij ze iets minder lief. Bijvoorbeeld als ze ons ‘s nachts wakker maken. Helaas gebeurt dat nog wel eens. Dieren zijn net kinderen; ze willen van alles: eten, drinken, spelen, snoepje, knuffeltje, naar binnen, naar buiten… en dat vooral op momenten dat je daar helemaal niet op zit te wachten. Zoals ‘s nachts dus.

ira.02Zomers valt het nog wel mee, dan slaapt het hele spul over het algemeen buiten, maar ‘s winters kunnen we dat niet over ons hart verkrijgen. De katten mogen dan op hun kussens in de keuken en badkamer, waar ze weinig kwaad kunnen, en hond Ira heeft haar vaste slaapplek op de grote bank in de woonkamer. Die is allang blij dat ze binnen mag en duwt over het algemeen alleen haar natte neus in mijn gezicht wanneer ze om een uur of vijf, zes naar buiten wil. In het begin dacht ik dat ze dan nodig haar behoefte moest doen, maar dat is niet zo. Zodra ze buiten is, klimt ze op haar tuinbankje en gaat daar gewoon verder met slapen. Ik heb werkelijk geen idee waarom ze op dat onmenselijk vroege uur van bank wil verwisselen, maar negeren is geen optie. Als ik me omdraai, komt behalve haar neus ook haar – grote – poot erbij, en duwt en trekt ze net zolang tot ik niet anders kan dan opstaan om de buitendeur voor haar open te maken.

Iason.01Kat Iason is een heel ander verhaal. In het begin vond hij de keuken en de badkamer een prima slaapplek, maar sinds hij weet hoe lekker mijn stoel, de andere bank in de woonkamer en met name het grote bed liggen, probeert hij na iedere sanitaire stop van mij of manlief de hal in te glippen onder het mom dat hij moet drinken. Een smoesje natuurlijk, want in de keuken staat ook een drinkbak. Soms drentelt hij daarna een poosje rond of doet hij een klein tukje, om tegen de tijd dat je net weer in slaap valt luidkeels aan te kondigen dat hij nodig de aardappels moet afgieten en dus naar buiten moet. Nu! Iason is een klein driftkikkertje, maar ook een echte Houdini. Van kleins af aan kreeg hij het al voor elkaar om de deuren open te maken. Van beide kanten! Daarom hebben we een haakje op de keukendeur aan de kant van de hal – om hem uit de keuken te houden. Om te voorkomen dat hij ons wakker houdt met het gespring op de deurknop aan de binnenkant als hij in de keuken zit, hebben we de deurknop aan de binnenkant omhoog gezet. Dat hij dat helemaal niet leuk vindt, laat hij merken door keihard achter de gesloten deur te gaan zitten krijsen en zelfs aan de deur te krabben, net zolang tot we er helemaal gek van worden en alsnog de deur voor hem openmaken.

iason.01Manlief vindt dat we daar niet meer aan toe moeten geven. Dat het zo van kwaad tot erger gaat. En ja, natuurlijk heeft hij wel gelijk, maar ach, als zo’n beestje nou zo héél graag naar buiten wil midden in de nacht, dan heb ik daar echt niet zoveel moeite mee om even die keuken- en/of buitendeur open te doen. Beter dat, dan een halfuur te moeten luisteren naar boos kattengekrijs, want dan slaap je ook niet, toch? Maar goed, ik heb makkelijk praten, want zo vaak ben ik niet degene die eruit moet. Als ik slaap, dan slaap ik. En hoor ik weinig van wat er allemaal gebeurt. In tegenstelling tot mijn echtgenoot, die wel een lichte slaper is.

‘Nou, die kleine onruststoker heeft vannacht zijn lesje wel geleerd,’ zei manlief vanmorgen toen we na het opstaan samen de keuken in liepen. ‘Hij stond om een uur of twee bij de buitendeur als een waanzinnige te jammeren en te krijsen dat hij naar binnen wilde. Ik werd er wakker van, heb hem binnengelaten en meteen in de keuken gezet. Meneer vloog op de kattenbrokjes af, en ik dacht dat hij daarna wel zou gaan slapen, maar nee, een halfuur later stond hij weer te jammeren, nu dat hij terug naar buiten wilde en of ik de deur maar even wilde openmaken. Ja, alsof ik gekke Henkie ben! Echt niet.’

iason.02Ik humde mijn medeleven. Zo’n beestje moet het natuurlijk niet te gek maken. ‘Ik heb hem in de badkamer gezet,’ ging manlief verder. ‘Met de deur dicht, zodat ik dat gejammer niet meer zou horen. Maar je gelooft het niet: binnen twee tellen had hij die deur open. Stond-ie weer te jammeren. Afijn, toen heb ik eerst nog een bezemsteel onder de knop gezet, alleen hielp dat ook niet. Tien minuten later zat hij weer voor de keukendeur te krijsen. Maar ik dacht: als ik je nu naar buiten laat, heb jij dit spelletje gewonnen en dat doen we dus mooi niet.’ Manlief keek trots naar de nog steeds gesloten badkamerdeur. ‘Dus heb ik hem opgepakt, over zijn bolletje geaaid en weer netjes terug in de badkamer gezet, op zijn kussentje. En wat denk je? Hij was vast moe geworden van alles, want hij rolde zich lekker op en zijn ogen vielen meteen dicht. Voor de zekerheid heb ik de badkamerdeurknop toch nog maar omhoog gezet, maar daarna heb ik hem niet meer gehoord. Ik wed dat hij nog steeds heerlijk ligt te slapen.’

‘Wel een druk nachtje voor je geweest dan,’ merkte ik schijnheilig op terwijl ik de badkamerdeur opendeed.

Manlief knikte instemmend. ‘Ja, zeker wel, want door al dat gedoe was ik natuurlijk klaarwakker,’ bekende hij. ‘Ik lag pas om vier uur weer in bed. Maakt niet uit, alles voor het goede doel. Je moet nu eenmaal niet toegeven aan de grillen van die beesten. Dan leren ze het nooit, dat heb ik je nou al duizend keer gezegd.’

DSC02576.aHet eerste wat me opviel toen ik de badkamer in stapte, was het openstaande raam. Hoewel dat op zich niet zo heel vreemd was, want het staat wel vaker open. Inbraakgevaar is er niet. Er zitten spijlen voor, en tegen de insecten is er aan de buitenkant een hor van metaalgaas geplaatst, die met schuifjes vastzit. Of liever gezegd: vastzát. De hor hing namelijk een beetje vreemd naar beneden en Iason… Tja, Iason was verdwenen. Onze lieve schattige kater had wederom zijn Houdini-kunsten vertoont. Op de een of andere manier had hij kans gezien om de schuifjes van de hor weg te duwen zodat hij alsnog via de spijlen naar buiten kon ontsnappen. En dat na alle moeite die manlief had gedaan om hem binnen te houden. Een beetje zielig vond ik het wel. Voor manlief uiteraard… Hm, misschien moeten we toch maar eens gaan praten over een honden- en kattenluik 🙂

♥♥♥♥♥