Een nieuw seizoen

Het is bijna niet te geloven, maar wij zijn deze maand aan ons vijftiende jaar in Pilion begonnen. Leven in een ander land is niet altijd makkelijk. Het betekent uiteraard dat je je eigen plekje moet zien te vinden in een andere cultuur – wat niet per se betekent dat je daarbij je eigen roots maar gewoon moet vergeten. Integendeel, zou ik haast zeggen. Ik heb dankzij het internet afgelopen zaterdag gigantisch zitten smullen van de koninklijke Koningsdag-viering in Amersfoort, iets wat ik waarschijnlijk niet had gedaan als ik nog in Nederland had gewoond. Dan had ik hoogstwaarschijnlijk bij de Wannebiezz op het Veerplein in Vlaardingen gestaan met een koud biertje in mijn hand. Nu, ver van het ‘thuisland’, vond ik het heerlijk om languit voor de buis te hangen. Wat hebben wij toch een ontzettend leuk koningshuis als je dat vergelijkt met dat van andere landen. Zo spontaan, zo dicht bij het volk, dat is toch wel een unicum in deze wereld.

Nou ja, dat vind ik, maar misschien ben ik een beetje bevooroordeeld. Ik kom nu eenmaal uit een Oranje-gezind gezin, waar het traditionele Soestdijk-defilé op de zwart-wit televisie ieder jaar opnieuw bekeken werd onder het nuttigen van koffie met een oranjetompoes van de Hema. Daarna aten we witbrood met verse paling die mijn vader ondertussen bij vishandel ’t Hoogertje in het Vlaardingse centrum had gehaald. Pa was namelijk ook wel pro-Oranje, maar niet dusdanig dat hij urenlang naar ‘dat gedoe’ ging zitten staren. Achteraf verdenk ik hem ervan dat hij die palingtraditie zelf heeft bedacht om aan het ‘kastje kijken’ te ontsnappen, maar zolang hij maar op tijd met die paling terugkwam, vonden wij thuisblijvers dat geen enkel probleem. Paling en de oranjetompoes heb ik dit jaar moeten missen, maar twee jaar geleden was ik heel toevallig wel op Koningsdag in Nederland. Hoe leuk is dat, als je na al die jaren zo’n ouderwets feest in een nieuw jasje weer eens mee mag maken. De braderie, de kermis, de vrijmarkt, de terrasjes, de paling en de tompoes… Ik heb ervan genoten. Misschien wel dubbel, omdat ik het niet meer elk jaar meemaak. Het is nu eenmaal een unieke feestdag in het Nederlandse leven, zo’n dag waarop je je ook in het buitenland even heel erg ‘Nederlands’ wilt voelen, al is het dan maar vanachter je laptop op een zonnig terrasje onder de nog niet zo heel erg dik bebladerde druivenranken.

Dit jaar viel Koningsdag op de zaterdag voor het Griekse paasfeest. Terwijl ik digitaal in Amersfoort vertoefde, waren mijn buren druk bezig met het voorbereiden van de paasbarbecue en de andere feestelijkheden die ’s nachts om twaalf uur in de kerk beginnen met het verspreiden van ‘Het Licht’. De Papa – zo wordt de Griekse priester genoemd –  komt dan vanachter het altaar de donkere kerk in met een grote kaars, aangestoken door de heilige vlam die vanuit Jeruzalem ingevlogen wordt. Degenen die vooraan in de kerk staan, steken hun meegebrachte kaarsje aan die grote kaars aan, waarna het licht wordt doorgegeven aan iedereen die in de kerk en op het kerkplein aanwezig is. Dit alles gaat gepaard met het afsteken van vuurwerk, het knallen van rotjes en het elkaar ‘Xristos Anesti’ – Christus is opgestaan! – toe roepen. Totaal anders dus dan de paasdiensten die ik vroeger op zondagochtend in onze kerk meemaakte. Het enige wat me daarvan is bijgebleven is het ingetogen en vooral níét jubelend gezongen: ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem die galmt door gans’ Jeruzalem.’ Ach ja, ’s lands wijs, ’s lands eer…

Het Griekse paasfeest is een echte belevenis, en heb je de kans om het een keer mee te maken, dan kan ik dat zeker aanraden, of je nu wel of niet gelovig bent. Natuurlijk staat de kerk centraal in de viering, maar zodra dat ‘gebeurd’ is, en er door de kerkgangers na afloop van de dienst thuis de traditionele longsoep ter afsluiting van de vastenperiode is gegeten, begint op zondagochtend al vroeg het grote feest. Samen met familie en vrienden wordt er de hele dag door gegeten, gedronken, gedanst en gekletst, traditioneel met een lammetje of geit aan het spit in de tuin, op straat of op het balkon. Een belangrijke feestdag dus voor de Grieken, en voor hen echt vele malen belangrijker dan ‘onze’ Kerst. Behalve de drukte in de kerk en de keuken, begint ook de drukte op de wegen al in de dagen ervoor, want het mooiste paasfeest vier je natuurlijk met je familie in je geboortedorp, en aangezien Griekse families vaak honderden kilometers uit elkaar wonen, is het in de week voor Pasen altijd een heel gedoe van zich van hot naar her verplaatsende Grieken. Ook in ons dorpje was het in dit afgelopen weekend weer gezellig druk met al die feestende families om ons heen, maar ik moet eerlijk bekennen dat het een beetje langs ons heen is gegaan. Zo’n Grieks paasfeest is best heel leuk om een keer mee te maken, maar aangezien wij niet zo kerks zijn, en ook niet echt genieten van al die onschuldige lammetjes en geiten aan het spit, houden wij het meestal maar gewoon bij een paasbrunch met zijn tweetjes op ons eigen terras. En dat was ook deze keer weer helemaal geslaagd met een zeer uitgebreid Engels roerei-met-spek-en-worstjes-ontbijt, inclusief verse fruitsalade, een Franse kaas-plankje en een zelfgebakken Paastulband. Heerlijk vind ik dat, en we hadden de rest van de dag geen enkele behoefte aan nog een andere maaltijd.

Tweede Paasdag hebben we wel gezellig een tsipourootje gedaan bij To Balconi, de ouzeri van Apostoli aan het eind van de boulevard in Kato Gatzea. Het zonnetje scheen, het uitzicht over de Golf was weer prachtig mooi, en de mezes, de hapjes bij de tsipouro, waren heerlijk. Toen we daarna voldaan naar huis slenterden, zagen we op een van de andere terrasjes ineens twee Nederlandse vrienden, met wie we een heerlijke frappé hebben gedronken tijdens het uitgebreid bijkletsen. En later die middag stond er plotseling een in Volos wonende Nederlandse vriendin met haar zoon voor ons tuinhek. Zo leuk, het was al twee jaar geleden dat we elkaar hadden ontmoet, maar we gingen gewoon weer verder waar we toen waren gebleven. Kortom, een supergezellige dag met onverwachte, spontane ontmoetingen. En daar kan ik dus heel erg van genieten na het maandenlange gedisciplineerde schrijfwerk.

Vandaag keert de rust langzaam weer terug in het dorp, al blijft het de hele week wat drukker dan hiervoor. Familie en vrienden knopen vaak een aantal vakantiedagen aan hun Paasbezoek vast, zoals wij dat gewend zijn in de kerstvakantie. In de grote stad is het rustig, sommige kleinere winkels zijn ‘wegens vakantie’ gesloten, de openbare instanties draaien op halve kracht. En gezien het trage tempo waarin het hier normaal al draait, kun je nu beter even een weekje wachten als je iets officieels gedaan moet krijgen. Dat zijn zo van die dingen die je leert als je hier al zo’n vijftien jaar woont. De lange zomer is in aantocht, dat is overal te merken. Toeristen duiken alweer op met hun camper of tent op de nabijgelegen camping vanwege de Noord-Europese meivakantie en de vaste gepensioneerde Nederlandse zomergasten druppelen zachtjesaan de Pilion weer binnen voor hun maandenlange verblijf in het gastvrije Griekenland. Voor ons betekent dit het einde van een periode waarin we met onze Griekse dorpsgenoten heerlijk hebben genoten van een gelukkig rustige winter zonder al te veel sneeuw-ellende en andere rampspoeden. Onze lange winterslaap is voorbij, ook wij worden langzaam weer actief, en ik verheug me op het weerzien met vrienden en bekenden die hier hun vakantie komen doorbrengen. Ondanks dat vervult het afscheid van de winter me toch altijd ook met een klein beetje weemoed. Wij vinden die rustige Griekse winters in ons kleine kustdorpje heerlijk, en hebben ons geen moment verveeld, al kan ik me heel goed voorstellen dat anderen er gillend gek van worden. Gelukkig maar, denk ik dan stiekem, want zo blijven ónze winters tenminste lekker rustig… 😉

♥♥♥♥♥

Vakantietijd

Zojuist hebben wij hier onze eerste (gezouten) haring op Griekse bodem genuttigd. Een mijlpaal, want tot op heden was deze typisch Hollandse lekkernij alleen aan mij voorbehouden – tijdens mijn reisjes naar Nederland. Manlief moest het dertien jaar zonder doen, en als rasechte Rotterdamse zeeman, getrouwd met een volbloed Haringkop (zoals wij Vlaardingers genoemd worden) valt dat natuurlijk niet mee. De verrassing om in de schappen bij de Lidl zomaar ineens schoongemaakte rauwe haring te zien liggen, was dan ook groot. Oké, het was geen boterzachte Hollandse nieuwe, maar volwassen exemplaren en ze waren wel heel erg sterk gepekeld, maar toch… Als je het dertien jaar zonder hebt moeten doen, dan smaakt zoiets alsof er een engeltje over je tong fietst.

Het was sowieso een week vol ‘verrassingen’, want na een heel jaar lang gestaard te hebben naar de opgevouwen opblaasbare tweepersoonskano – vorige zomer in een opwelling gekocht – zijn manlief en ik gisteren toch maar eens een keertje samen de zee opgegaan. In die kano dus. Wonder boven wonder zijn we niet omgeslagen bij het instappen, hebben we elkaar niet halverwege een klap verkocht met de peddel, en gleden we zonder al te veel gekibbel in bijna perfecte harmonie over het blauwe water van de Pagasitische Golf. Nou ja, dat vond ik. Manlief had wat problemen met mijn afwijkende ritmegevoel wat betreft het peddelen, maar dat was zijn probleem. Toch?

We zijn ‘helemaal’ naar de verderop gelegen camping Hellas gepeddeld, tussen de aangemeerde boten, de rotsen bij de bocht en de zwemmers bij de camping door. Lekker dicht bij de kust dus, want voor iemand die niet in zee gaat zwemmen zonder luchtbed is een kanotocht op volle zee iets te veel gevraagd. Dit eerste tripje was precies goed voor mij en het kopje koffie op de camping smaakte me dan ook uitstekend. Gezellig was het er ook. We zaten nog maar net toen aan het tafeltje naast ons twee dames, vier kinderen en één man neerstreken. Ze kwamen nog net niet bij ons op schoot zitten, maar het scheelde niet veel. Nu is dat hier vrij gewoon, hoor. Neem een bijna leeg strand, leg er je handdoekje neer, en geheid dat de Griekse familie die na jou arriveert zich installeert op nog geen meter afstand van jouw handdoekje. Ondanks dat bijna lege strand.

Het maakt het sociale contact er wel makkelijker op. Nog geen vijf minuten later zaten we gezellig te kletsen met de dames. De man had zich met de kids en luchtbed naar zee begeven – maar wel pas nadat hij en de kinderen liefdevol van top tot teen waren ingesmeerd door zijn vrouw en, zoals later bleek, de moeder van drie van de kinderen. Ze kwamen allemaal uit Thessaloniki, waren een paar dagen eerder gearriveerd voor een vakantie van drie weken en keken uit naar het hoogtepunt van de Griekse grote vakantie: Maria Hemelvaart op 15 augustus. In de loop van het gesprek hoorden we dat de moeder van drie kinderen mondhygiëniste was, haar man tandarts en dat de andere dame één kind had en een fulltime baan als advocaat. Of ze ook een man had, weten we (nog) niet, maar mochten we hen nog een keer tegenkomen dan zal ons dat ongetwijfeld ook uitgebreid verteld worden. Het tekent de openheid van de Grieken, zulke gesprekjes. We hebben er al vele gevoerd in de afgelopen jaren, steeds vaker geheel in het Grieks, iets waar we best wel trots op zijn. Dat je zowaar eindelijk écht gaat verstaan waar ze het over hebben… dat geeft de burger moed, zeker weten.

En als we het nu toch over moedige burgers hebben… Ruim een week na de bosbrandramp bij Matia is het nu en de eerste onvoorstelbare dagen van verbijstering, verdriet, woede, pijn en rouw liggen achter ons. Terwijl ik dit schrijf, houdt de militaire luchtbasis aan de andere kant van de Golf blijkbaar een oefening, want het zware gedreun van overvliegende helikopters overstemt zowaar het gekrijs van de krekels. Ik weet alleen (nog) niet zeker of het een oefening is. Het kan ook betekenen dat er achter ons in de bergen een vuurhaard is ontdekt. Wat bij Mati gebeurde, kan namelijk overal aan de Griekse kusten gebeuren, ook hier. De hevige bosbranden van 2007, waarbij hier in Pilion 10% van de bossen in de as werd gelegd, liggen nog vers in ons geheugen. Tot aan Afissos en Milies naderde het vuur, en wij in Kala Nera keken met angst in ons hart naar de vlammen die ’s nachts metershoog uitkwamen boven de bergtoppen achter ons. Wij hadden geluk. De harde wind ging liggen en na vijf spannende dagen waren de branden onder controle.

De mensen in Mati hadden dat geluk niet. Tijd om te evacueren kregen ze niet. Binnen een kwartier was het vuur ‘over de berg heen’, en moesten ze letterlijk rennen voor hun leven. Tweeënnegentig mensen verloren daarbij dat leven. Doodgewone mensen zoals u en ik: bewoners, vakantiegangers met en zonder kinderen… De ‘gelukkigen’ die het overleefden zijn alles kwijt: huis, haard, verleden, toekomst. Sommigen liggen nog in het ziekenhuis, vechtend voor hun leven. Anderen dwalen huilend over de zwartgeblakerde puinhopen, op zoek naar vermiste familieleden, naar hun achtergebleven huisdieren… Hulp in de vorm van goederen, geld en vrijwilligers stroomt gelukkig van alle kanten toe. Het kan dat wat verloren is gegaan niet goedmaken, maar het kan het leven na de ramp wel een heel klein beetje makkelijker maken voor iedereen die erbij betrokken is. En dat zijn er velen.

Mocht u willen helpen, dan kunt u dat het beste doen door een bijdrage, hoe klein ook, over te maken op de noodrekening die de gemeente Rafinas, waartoe ook Mati behoort, meteen na de ramp speciaal voor hulp aan de slachtoffers, mens en dier, heeft geopend. Daarnaast zijn er vele grote en kleine stichtingen actief, waaronder het Griekse Rode Kruis, waarvan ik hier ook het rekeningnummer vermeld.

Municipality of Rafina/Pikermi
Piraeus Bank
ΙΒΑΝ: GR20 0172 1860 0051 8609 2291 418
ΒΙC/SWIFT: PIRBGRAA

Hellenic Red Cross
Eurobank Greece
IBAN: GR6402602400000310201181388
BIC/SWIFT: ERBKGRAAXXX

De helikopters van de luchtmacht zijn inmiddels teruggekeerd naar hun basis. Het was dus toch een oefening, want ik hoor geen sirenes of andere ‘enge’ tekenen die zouden kunnen wijzen op brand of andere rampen. Gelukkig maar. We hopen immers allemaal dat zulke vreselijke rampen onze deur voorbij zal gaan. En meestal gebeurt dat ook.

Meestal, maar helaas niet altijd…

♥♥♥♥♥

 

 

Vrolijk Pasen!

Wat? Valt Pasen op 1 april? Echt niet. Dat is gewoon een wereldwijde aprilgrap, waar de Grieken dus niet in trappen. Pasen is pas volgende week, op 8 april. Punt uit. En nee, dat is géén grapje. Het Griekse paasfeest valt namelijk niet altijd op dezelfde datum als het katholieke paasfeest. Dat heeft niets te maken met ‘Fool’s Day’, maar met het feit dat de Orthodoxe kerk een andere jaarkalender hanteert dan de katholieke. Pasen moet volgens de berekening van de Orthodoxe religie vallen op de eerste zondag na de eerste volle maan na de eerste dag van de lente en ook nog eens na het Joodse Pasen. Dankzij die twee verschillende kalenders kan dat dus per jaar een datumverschil opleveren van één tot zelfs vijf weken.

Dit keer liggen ‘ons’ en jullie Pasen maar een week uit elkaar. Dat houdt in dat hier maandag de ‘Megali Ebdomada’ begint, oftewel de Grote Week, die helemaal in het teken staat van de lijdensweg van Christus. Het is ook de laatste week van de vastenperiode, en de strengste. Ik herinner me nog heel goed dat ik in ons eerste jaar hier – we waren net elf dagen daarvoor geëmigreerd – mijn verjaardag wilde vieren met een lekker etentje op een terras aan zee. Helaas viel die dag midden in de Megali Ebdomada en hadden we de keuze uit een zeer magere salade en een mager visje. Nu ben ik niet gek van salade, en doe je me al helemaal geen plezier met een vis vol graten, dus uiteindelijk hebben we thuis maar iets in elkaar geflanst. Een uitgebreid verjaardagsfeest geven is ook ‘not-done’ in die periode. Het is een week waarin luidruchtig feesten echt taboe is, en zelfs een rustig feestje thuis is al lastig, omdat je Griekse gasten vanwege het vasten alle heerlijkheden die je op tafel zet beleefd maar consequent weigeren.

Na een paar van dit soort ‘bloopers’ rond mijn verjaardag vier ik die dag dan ook eigenlijk alleen nog maar in huiselijke kring. Met manlief, mijn vriendin en haar man die bijna ieder jaar overkomen om mij te feliciteren. Of ik maakte er een feestje van in Nederland, aangezien ik de laatste jaren in april meestal in Nederland was om de verjaardag van mijn moeder mee te vieren. Die valt namelijk twee weken eerder dan die van mij, waardoor het regelmatig gebeurde dat ik ofwel mijn verjaardag ofwel Pasen – Nederlands of Orthodox – ‘ver van huis’ vierde. Dit jaar is het voor het eerst anders. Ik ‘hoef’ immers niet meer naar Nederland om mijn moeders geboortedag mee te vieren. Die viert ze nu ergens op haar wolkje daarboven, ongetwijfeld samen met mijn vader. Het is goed zo, al zal ik op die dag natuurlijk even aan haar denken en mijn glaasje tsipouro in een verjaardagstoost naar de hemel heffen.

Dat ik deze aprilmaand niet in Nederland ben, is raar, maar aan de andere kant ook wel heel fijn. Voor het eerst in jaren maak ik het vroege Griekse voorjaar weer mee, en dat is echt genieten. Onze tuin is één grote kleurexplosie van geel (de gele klaver) en oranje (de goudsbloemen). Ook de Griekse margrietjes doen hun uiterste best met een zee van bloemen in het wit, roze en rood, zowel binnen als buiten ons tuinhek. We zijn er al aan gewend dat er regelmatig iemand voor de tuin stilstaat om een bewonderende blik op die bloemenzee te werpen, al dan niet met een camera in de hand. De leukste passant was een van onze buurjongens, een knul van een jaar of zeventien, die vorige week met zijn brommer plotseling stilhield voor de margrietjes buiten het hek. Toevallig stonden manlief en ik op het terras in de tuin, dus we zagen het gebeuren, maar hij had ons niet in de gaten. Tot onze verbazing zagen we dat hij zich vooroverboog en snel een boeketje plukte. We keken elkaar verbaasd aan, want wie verwacht dat nou van zo’n opgeschoten puber? Toen hij even later weer overeind kwam, zag hij ons pas staan. Hij begon een beetje verlegen te lachen en riep: ‘Yia tin kopella mou!’ Oftewel ‘voor mijn meisje’! En maakte zich vervolgens snel uit de voeten. Schattig, hè? Die knul gaat vast nog heel veel meisjesharten laten smelten in zijn verdere leven!

Mijn eigen manlief brengt me ook regelmatig een boeketje uit eigen tuin. Die zet hij dan naast mijn computer op het bureau neer, meestal vergezeld van een snelle kus. Veel tijd heb ik namelijk niet voor hem. Het tweede deel van de Rozen van Beekbrugge moet geschreven worden, en dat kost veel energie en concentratie. Daarom wil ik me bij voorbaat nu al verontschuldigen bij mijn vriendinnen, vrienden en bekenden die de komende maanden in Pilion zijn en het leuk hadden gevonden om mij te zien of te spreken. Om het boek op tijd in de schappen te krijgen, zal ik tot zeker eind juni heel, heel intensief bezig moeten zijn met schrijven. En ja, natuurlijk heb ik wel een beetje tijd over voor leuke dingen, maar hoe ik die uren door ga brengen, kan ik eigenlijk pas op het moment zelf zeggen. Ervaring leert dat ik behoorlijk asociaal kan zijn als ik midden in zo’n intensief schrijfproces zit. De buitenwereld wordt voor mij een vreemde planeet, en je moet echt niet raar opkijken als ik wat bot of anders-dan-anders reageer op een telefoontje of een goed bedoeld onverwacht bezoekje. Ik hoop echter dat het me vergeven wordt, en laat het je alsjeblieft niet weerhouden om mij een mailtje of sms’je te sturen als je toch echt graag iets met me wilt afspreken. Als je me kent, weet je ongetwijfeld ook dat ik té veel van het gezelschap van goede vrienden hou om een echte kluizenaar te worden, hoe belangrijk het boek dat ik aan het schrijven ben ook voor me is!

Kortom, het wordt gewoon weer een gezellige zomer hier in Pilion. Voor nu wens ik jullie daar in Nederland een fijn en vooral gezellig Paasweekend. En ik hoop dat ook jullie voorjaar heel snel heel veel bloemenpracht zal brengen… 🙂

♥♥♥♥♥

Even bijkomen!

Tijd voor een klein feestje: het eerste deel van De Rozen van Beekbrugge is geschreven. Gisteren heb ik op de verzendknop gedrukt en het manuscript naar de uitgever verzonden. Het grote werk is gedaan, nu mag de uitgever ermee aan de slag om het ‘af te maken’ opdat u in juni 2018 een mooi boek onder ogen zult krijgen. Rustig achterover leunen is er voor mij helaas niet bij, want tegen die tijd moet ik deel twee af hebben, en begin ik alweer aan deel drie. Nooit eerder heb ik in zo’n strak schema hoeven schrijven, en voor iemand die van nature geen lange termijn denker is, is dat best even wennen. Voor mij is 2019 echt verschrikkelijk ver weg, ik heb al moeite met plannen maken voor de komende kerst.

Blij ben ik op dit moment in ieder geval wel. Blij dat het boek af is, blij dat de klus geklaard is. Ik neem u even terug naar eind vorig jaar, toen ik eigenlijk het vaste voornemen had niet langer ‘professioneel’ te schrijven. Zo af en toe een feuilleton-aflevering voor mijn eigen plezier, een paar redactieopdrachten als ik er zin in had, lekker in april drie weken naar Nederland, een weekendje naar Thessaloniki in juni, een lange luie zomer… ik zag het allemaal voor me. En toen kwam patsboem de vraag of ik voor HarperCollins een trilogie wilde schrijven. Ik heb er toch wel even goed over nagedacht. Niet zozeer omdat ik het niet wilde, maar meer omdat een boek schrijven niet iets is wat je ‘tussendoor’ doet. Daar moet je voor gaan zitten, daar moet je heel gedisciplineerd heel hard aan werken, en als je eraan werkt, dan ben je eigenlijk alleen maar bezig met… schrijven en blijft er weinig tijd over voor andere dingen.

Mijn beslissing kent u inmiddels, want ik heb inderdaad ja gezegd, het contract ondertekend en ik heb dat boek geschreven – ondanks alles wat er ondertussen gebeurde. Het was niet de fijnste zomer die een mens kan hebben, laten we het daar maar op houden. Maar het boek vorderde gestadig, en eind september was de eerste ruwe versie af. Nu is een 1e versie zelden de definitieve versie. Er moet altijd wel iets aan geschaafd en verbeterd worden, maar over het algemeen zijn dat kleine dingetjes. Erger is het als je na het teruglezen van wat je hebt geschreven een beetje verbijsterd tot de conclusie komt dat je ergens halverwege met een ‘zijlijn-verhaal’ bent verdergegaan en daardoor de hoofdlijn uit het oog bent verloren. Dat overkwam mij dus met dit boek, waardoor het manuscript op het eind behoorlijk de mist in was gegaan. In de afgelopen maand heb ik die laatste hoofdstukken dan ook flink op zijn kop moeten zetten. Ik heb heel veel geschrapt en heel veel herschreven en tot mijn stomme verbazing lukte dat ook nog eens binnen de geplande tijd. En nu ligt die verbeterde versie dus bij de redactie die het in de komende weken zal voorzien van kritische feedback waarna ik de laatste puntjes op de i mag zitten.

Maar eerst is het tijd voor een feestje. Ik had mezelf na afloop van het schrijven een heerlijk weekje vakantie beloofd, iets om naar uit te kijken en een extra stok achter de deur om de deadline te halen. Aanstaande zaterdag vertrek ik naar Noord Griekenland, waar ik samen met vriendin Petra de regio rond het Kerkini-meer ga ontdekken. Ik heb er heel veel zin in en zal jullie natuurlijk via Facebook op de hoogte houden van onze avonturen. Als ik terug ben zal er ook vast wel een column komen voorzien van foto’s, want de camera gaat uiteraard mee. De komende dagen staan echter in het teken van voorbereiden en pakken, maar vooral ook van uitrusten, zodat ik vanaf zaterdag lekker kan gaan genieten van mijn vakantie. Een heerlijk vooruitzicht!

♥♥♥♥♥

Zomerleven

De zomer in Pilion is op het hoogtepunt. Veel Grieken hebben nu ook vakantie en dat is te merken. De kustweg van Volos naar Trikeri telt op een gewone dag meer auto’s dan ik in de hele winter voorbij zie komen. Nu ben ik volgens manlief niet zo’n opmerkzaam type, maar die extra drukte, die merk ik dus weer wel op.

Ik hou niet van drukte. Vroeger al niet. Een zomerse dag in het openluchtzwembad doorbrengen vond ik als kind een verschrikking. Dat gekrijs, geren, geduw, geplons! Waar een ieder zich kostelijk vermaakte, lag ik op mijn buik met mijn armen over mijn hoofd op mijn badlaken lijdzaam te wachten tot het tijd was om naar huis te gaan. Ook de zomerse stranddagjes naar Hoek van Holland waren niet aan mij besteed. Ik zag er echt de lol niet van in om tussen al die handdoeken, windschermen, halfblote lijven en koelboxen door te moeten laveren om me bij de krijsende massa in de golven te voegen. Nee, dank u wel!

Die aversie van massale zomeractiviteiten is gebleven. Zelfs hier, waar de mussen van de hitte van het dak vallen, blijf ik veel liever thuis dan dat ik midden in de zomer op het dorpsstrand een teen in de zee steek. Laat mij maar sudderen achter mijn computer met de ventilator op volle kracht en de tuinslang onder handbereik om mijn verhitte lijf af te koelen. Ik wacht wel met mijn strandbezoekjes tot de vakantiegangers weer naar huis zijn!

De extreme hitte van deze zomer werkt ook al niet mee om veel activiteiten te ontplooien. Een tripje naar de koelere bergen, een scooteruitstapje naar het rustiger zuiden… bij alleen de gedachte eraan breekt het zweet me al uit. Nu zweet ik nogal snel, maar toch, u begrijpt wel wat ik bedoel. Natuurlijk begrijp ik diep in mijn hart heus wel dat het niet alleen maar aan die hitte of de drukte ligt en ik vermoed dat mijn steeds respectabeler wordende leeftijd er ook niets mee te maken heeft. Nee, diep vanbinnen snap ik best dat ieder mens zo af en toe pas op de plaats moet maken om de gebeurtenissen van het leven te verwerken en zich dan beter een paar weekjes achter de geraniums kan terugtrekken. Ja, zelfs als je woont op een plek waar andere mensen op vakantie komen en ja, zelfs als je iemand bent die het bootje het liefst altijd maar varende wil houden en de rustige baai aan de lijzijde van de levenszee zo veel mogelijk vermijdt.

En kijk, wat is het dan heerlijk om omringd te zijn door een aantal vrienden die zoiets veel eerder en veel beter snappen dan ik. Vrienden die zien dat ik even niet zo lekker in mijn vel zit en me de ruimte geven om al pratende mijn gedachten op een rijtje te krijgen waardoor ook ik steeds beter begrijp waarom mijn vel de laatste tijd zo vreemd knelt. Nou ja, figuurlijk dan, hè, want de kipfiletjes en de kalkoenkwabben trekken zich natuurlijk niets aan van dat knellende vel. Die flapperen gewoon vrolijk door. Dankzij die lieve vrienden kom ik gelukkig weer steeds vaker achter de geraniums vandaan. Een verwenweekendje niets hoeven in Milina, mooie gesprekken op een terrasje in Platania, een uitnodiging voor een girls’ night inclusief aromatherapie… wie zou daar nu niet de tuin voor uit komen? Bijkomend voordeel is natuurlijk dat je juist door in beweging te komen weer nieuwe energie opdoet – waardoor je dus ook weer steeds meer gaat bewegen. Het loont absoluut om af en toe die hitte en het zweet en de drukte en de vermoeidheid voor lief te nemen en toch maar een dagje uit je comfortzone te stappen, zeker weten!

Mocht u na al dat geklaag en gemopper nu denken dat ik de hele dag in een giga dip zit… niets is minder waar. Het voordeel van schrijfster zijn is dat je tegelijkertijd in twee werelden kunt vertoeven. Als de echte me niet bevalt, verdwijn ik gewoon naar mijn fictieve wereld. Het nieuwe boek vordert dan ook gestadig. Opvallend is wel dat het in mijn verhaal momenteel veel regent en voor de tijd van het jaar erg koud is. En in plaats van gezellige uitstapjes naar het strand te maken, belanden mijn hoofdpersonen in sombere vochtige onderaardse gewelven. Tja, ik verzin natuurlijk gewoon van alles om koel te blijven, al is het maar in mijn hoofd. Ik denk dat naarmate de temperatuur hier gaat dalen, mijn hoofdpersonen vaker het zonnetje zullen zien schijnen. Dat is tenminste de bedoeling, want ook al speelt het verhaal zich dit keer in Nederland af, u als lezer moet er natuurlijk wel een feelgood-gevoel van krijgen. Miezerregen en druipgrotten helpen daar niet echt aan mee, dat snap ik best, maar het komt ongetwijfeld goed. Dat komt het bij mij altijd, al moeten er ook in mijn verhalen wel eens een paar flinke hobbels genomen worden, net als in het echte leven.

Kortom, ik hobbel vrolijk verder in mijn twee werelden, en koester de mooie momenten van het leven. Zoals het cadeautje van de heftige zomerstorm, compleet met onweer en regen, die we een paar dagen geleden over ons heen kregen. De temperatuur ging binnen een mum van tijd van tweeëndertig naar negentien graden en wat was dat heerlijk! Weg was de warmte, de benauwdheid, de histamine-allergie. Voor het eerst sinds weken konden we alle ramen tegen elkaar openzetten omdat het buiten eindelijk weer koeler was dan binnen. Slapen zonder airco… wat een luxe! Behalve die letterlijke opluchting van weer kunnen ademen, leverden de uren na de storm ook prachtige foto’s op. Een dubbele regenboog, oranje wolkenpartijen… de natuur vierde uitbundig feest en wij mochten dat feestje gratis en voor niks meevieren. ‘Bijzondere energieën die vrijkomen,’ zei een vriendin over het kleurrijke schouwspel in de lucht. En hoe vreemd het ook klinkt, ik voel me sinds de storm inderdaad krachtiger, energieker en ook positiever in het leven staan, iets waar ik heel blij mee ben. Dus ja, er is ongetwijfeld meer tussen hemel en aarde. Zelf zie ik dat niet altijd, maar mensen die er oog voor hebben, zoals mijn vriendin, zien het echt overal om zich heen.

Hm, misschien heeft manlief wel gelijk. Ik denk dat ik voortaan toch ook maar iets opmerkzamer ga worden 😉

♥♥♥♥♥