Een mooie wandeldag

Kent u die heerlijke Britse serie The Durrels, over het Engelse gezin dat in de jaren dertig vier jaar op Corfu woonde? Vast wel. Een ieder die Griekenland een warm hart toedraagt, heeft die serie gezien. De eigenwijze kinderen, de vaak tot wanhoop gedreven moeder, de exotische dieren die door Gerald liefdevol verzorgd werden, en natuurlijk niet te vergeten het typisch Griekse eilandleven… Het was een serie om van te smullen en ik zal niet de enige zijn die het jammer vindt dat er geen vijfde seizoen komt. Net als ik hebt u natuurlijk altijd gedacht dat hun grote, half uit elkaar vallende huis-aan-zee in Corfu stond. Nou, ik heb nieuws voor u. Dat huis staat namelijk gewoon in Pilion! Hier vlakbij ook nog eens, in het twee dorpen verderop gelegen Koropi, in de volksmond ook wel Boufa genaamd.

Ik liep er gisteren zomaar ineens tegenaan, tijdens een heerlijk ontspannende wandeling met twee vrienden, die mij spontaan hadden uitgenodigd om een keertje met hen mee te wandelen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik zelden in Koropi kom. Het dorpje zelf is klein, maar heeft een mooi langgerekt zandstrand met een aantal bar/restaurants. Ik weet nog dat we daar voor het laatst een paar jaar geleden ’s avonds naartoe zijn gewandeld met mijn jeugdvriendin Petra en haar man, voor een gezellig etentje bij zonsondergang. Vanuit Kala Nera is het een niet al te lange wandeling die je helemaal langs het strand kunt afleggen. Er is alleen één probleem: bij hoogwater verdwijnt het strand zo hier en daar, en zul je door het water moeten waden. Die bewuste avond was het geen hoogwater, en konden we redelijk droog doorlopen, al moesten we ergens wel een gedeelte over een wat wankele beschoeiing schuifelen. Een beetje avontuurlijk gedoe was het wel, maar dat vinden wij en de meesten van onze vrienden niet zo erg. Voor een heerlijk ontspannen etentje aan het strand als beloning hebben we zo’n wandeling met hindernissen graag over.

Na aankomst zochten we in opperbeste stemming een mooi tafeltje uit, op het terras, aan de rand van de zee. We leunden relaxt achterover, bestudeerden de kaart en krabbelden ondertussen wat afwezig aan onze onderbenen. En onze armen. En aan alles wat verder onbedekt was! Vreselijk was het, en het werd steeds erger, want in de inmiddels gevallen avondschemering verzamelden alle muggen uit de omgeving zich daar aan de rand van de zee, op die mooie terrassen met uitzicht op de zonsondergang. En ze moesten allemaal ons hebben! Mijn antimuggen-tubetje Fenistil – standaard uitrusting als ik op stap ga – maakte overuren en ging van hand tot hand. Vooral mijn vriendin moest het ontgelden. Haar benen zaten in een mum van tijd vol met jeukende bulten, wat ons ‘gezellig samenzijn’ daar op dat terras er niet gezelliger op maakte. We hebben de menukaart dan ook heel snel weggelegd en zijn letterlijk op de vlucht geslagen, op zoek naar een plekje waar de muggen ons niet te pakken zouden nemen. Dat vonden we gelukkig in de kleine taverne van Sotos aan de hoofdweg, zo’n typisch Grieks huiskamergebeuren waar zoveel gebeurt dat je er maanden later nog van in een lachstuip schiet. De taverne bestaat niet meer, maar de herinneringen eraan bezorgen mij nog steeds een hele grote glimlach op mijn gezicht!

Terug naar de dag van gisteren, want van muggen was dit keer gelukkig geen sprake. Het watergedoe ontliepen we door niet over het strand, maar gewoon door de olijfgaard richting Koropi te lopen. Iets langer, maar wel comfortabeler en ook heel mooi. Aan het eind van het pad waar je normaal gesproken linksaf naar de grote supermarkt aan de hoofdweg gaat, kun je namelijk ook rechtsaf slaan, en dat pad voert je binnen een paar minuten langs een aantal grote villa’s naar het strand. Het was er niet druk, de strandbedden waren maar sporadisch gevuld met badgasten, wat in coronatijd altijd een opluchting is. We installeerden ons aan een tafeltje bij Bar-Restaurant Kadi, waar we meer dan hartelijk begroet werden door een van de vroegere kelners van Taverne Paris in Kala Nera. Tweeëntwintig jaar had hij daar gewerkt, vertelde hij, ooit begonnen als achtjarige – tja, zo gaat dat hier. En nu dus bij Kadi in Koropi, waar hij het helemaal naar zijn zin had.

Nou, wij ook, hoor! Eerst heerlijk uitgepuft bij een ijskoude frappé, en vervolgens aan de ‘pikilia’, in dit geval een schaal vol heerlijke kleine vis- en groentehapjes. Nieuw voor ons alle drie was de μαϊντανός-ντιπ, een romige spread van gepureerde peterselie, ui, knoflook, citroensap en olijfolie. Simpel, maar zo verschrikkelijk lekker, vooral in combinatie met de dunne sneetjes bruin brood die we erbij geserveerd kregen. Het was er heerlijk vertoeven, daar op dat terras onder de parasol, en voor we het wisten liep het al tegen halfdrie. Niet echt de perfecte tijd om aan de wandeling terug te beginnen, maar daar zaten we niet mee. Dit keer wilden we wel helemaal langs het strand terug, dus als we oververhit raakten, konden we altijd nog in zee afkoelen. We kwamen er echter al vrij snel achter dat het inmiddels hoogwater was, zodat we al na een paar minuten lopen het water in moesten. Voor mij geen probleem, ik had uit voorzorg mijn waterschoenen in de rugzak gestopt, maar voor de andere twee die dat niet hadden gedaan wel, want hun wandelschoenen bleken niet waterdicht te zijn. Toch waren we blij dat we dat eerste stuk het water getrotseerd hebben, want daardoor liepen we dus ineens tegen dat intrigerende ‘Durrel-huis aan. Gelukkig konden we vrij snel erna via een half verborgen paadje alsnog de olijfgaard bereiken, en hebben we onze wandeling iets minder avontuurlijk voortgezet.

Eenmaal terug in Kala Nera hebben we ons wederom op een terras aan zee geïnstalleerd, bij Edem dit keer, waar een heerlijk koel briesje onze verhitte lijven iets minder verhit maakte. Te weinig naar mijn zin, dus na de eerste slokken icetea heb ik toch maar even snel een verkoelende duik in zee genomen. Pas tegen zes uur hebben we een punt gezet achter onze mooie, relaxte wandel-, terrasjes- en praatdag, en ben ik via het strand in een halfuurtje teruggelopen naar Kato Gatzea. Al met al was de dag goed voor 10,1 km, en dat geteld bij de linedance-kilometers die ik in de afgelopen week samen met dansbuddy Sophie heb gemaakt, betekende dat dat er namens ons ergens op de wereld een mooie boom is geplant. We hebben dus zomaar, al plezier hebbende, ons eigen steentje bijgedragen aan een mooie, leefbare aarde. Het betekent ook dat we al een vijfde deel van de Ierse Ring of Kerry-route hebben afgelegd, oftewel ruim veertig kilometer hebben weggedanst en –gelopen. Maar hoe dat nu allemaal zo gekomen is… dat leg ik u later nog weleens uit 😉

P.S. Nieuwsgierig hoe het met de Corona Kids gaat? Nou, die hebben het zo te zien prima naar hun zin!

♥♥♥♥♥

 

 

 

 

Zomerperikelen

Het is bloedheet hier. Zo heet dat alles in slow motion gaat en er van twee tot vijf ‘s middags totale rust heerst. Nou ja, op de krekels na dan. Die gedijen nu eenmaal op dit soort temperaturen, wat goed te merken is aan hun sinds enkele dagen flink in volume toegenomen gekrijs. En ja, ik weet dat de meesten van jullie het niet zo ervaren wanneer je gezellig op vakantie bent in Griekenland. Vroeger had ik het zelf namelijk ook over het gezellig, exotisch aandoende getjilp, waarmee je je meteen in vakantiesferen waant. En ja, dat geldt absoluut wanneer je een uurtje op een terrasje van je drankje zit te genieten, starend naar de zee, en zeker voor ’s avonds, als de niet zo heel luidruchtige nachtkrekels aan het woord zijn. Het wordt echter anders wanneer het krekelconcert om negen uur in de ochtend al aanvangt, het steeds meer aanzwelt naarmate de temperatuur stijgt, en er na het middaguur zo snel met de krekelvleugels wordt geklapperd dat je met stemverheffing tegen elkaar moet praten. Van half juli tot begin augustus zijn ze op hun luidst met dat klapperen, en dat aanhoudende, hoge, en vooral doordringend snerpende geluid werkt echt op je zenuwen – en je gehoor – als je daar de hele dag midden in zit.

Ik kan er in ieder geval heel slecht tegen, dat is een feit. De hoge geluidsfrequentie doet vreemde dingen met mijn hoofd, waardoor ik problemen krijg met mijn gehoor en vooral met mijn spreekvermogen. Mijn kaken lijken te verkrampen en het is net alsof ik mezelf ergens ver weg in een bubbel hoor praten. De eerste jaren had ik geen idee waar dat zo ineens vandaan kwam, maar inmiddels weet ik dat dus wel: het zijn die %#$@*-krekels! Levensbedreigend is het niet, en te verhelpen is het ook, want ik prop gewoon een paar watjes in mijn oren om het geluid te dempen. Dat werkt uitstekend, al is het natuurlijk best vervelend om minstens drie weken lang met watten in je oren te moeten lopen. Maar alles is beter dan dat rare praten en natuurlijk zijn er ook nog wel plekken te vinden waar zich niet zoveel krekels bevinden. Alleen zijn dat plaatsen waar weinig bomen staan – cq. weinig schaduw is – want die beesten zitten nu eenmaal heel graag met zijn allen naast en onder elkaar gezellig op boomtakjes met hun vleugeltjes te klapperen. Daarom heb je er dus ook meer last van in een olijfgaard of in een met bomen omzoomde tuin dan op een boomloos strand.

Waar ik ook slecht tegen kan, zijn wekenlange temperaturen van boven de vijfendertig graden. Trouwe columnlezers weten dat, want volgens mij heb ik het iedere zomer wel een keertje over dat korte lontje, de aanhoudende moeheid, het slechte slapen en de frustratie dat je niet kunt doen wat je wilt omdat het zo @#$%^&-heet is! Dit jaar hadden we het plan opgevat – nou ja, had ík het plan opgevat, manlief was het er nog niet helemaal mee eens – om een groot deel van juli en augustus elders door te brengen. Dat ‘elders’ was nog niet bepaald. Ik dacht aan Oostenrijk, Hongarije, Ierland… In ieder geval ergens waar veel bossen, meren en minder hoge of in ieder geval minder lang aanhoudende hoge temperaturen zijn dan hier. Onze (niet doorgegane) ‘april-oppas’ uit de UK had zich al beschikbaar gesteld om die weken voor onze veestapel te zorgen, dus alle obstakels waren in principe uit de weg geruimd. En toen kwam het virus, zodat wij nu net als altijd de hete zomermaanden maar gewoon thuis doorbrengen, omdat we nog steeds heel voorzichtig zijn.

Het is niet anders, en eerlijk is eerlijk: als dat virus er niet was geweest, dan had ik gisteren ook geen ‘Kattendag’ gehad, de reden waarom deze column een dag later verschijnt dan gepland. We hebben Norbert en Corwyn en de veel te vroeg overleden Rooie Ron destijds niet voor niets de Corona Kittens gedoopt. Zonder het virus zouden ze zich nu ongetwijfeld alle drie aan de andere kant van de Regenboogbrug bevinden. In plaats daarvan huppelen er dus twee zeer energieke katertjes bij ons door de ren in de tuin en binnenshuis door de kamer, al wordt er momenteel vanwege de warmte buiten wat minder gehuppeld. Daarom ook haal ik ze iedere middag voor een paar uur naar binnen, waar het dankzij de airco een stuk koeler is.

Dat verplaatsen van buiten naar binnen zal echter niet meer zo heel lang duren. Onze twee kleine Corona’s vliegen namelijk op 31 juli naar Nederland. Jawel! We hebben een fantastisch adoptieadres voor hen gevonden in Den Haag, bij Esther en Martin die staan te popelen om onze twee mannetjes in hun grote kattenhuishouden (er lopen er inmiddels al veertien rond!) te verwelkomen. Voor het zover is moet er echter nog wel voldaan worden aan een aantal voorwaarden op het gebied van inentingen, paspoorten en chips. Dat houdt in dat de kleintjes en ik al een paar tripjes op de scooter naar de dierenarts hebben gemaakt en dat ik binnenkort op jacht ga naar een passende Skybox voor de vlucht van Thessaloniki naar Amsterdam. Een reisbegeleider hebben we ook al. Liesbeth Wellner van reisbureau Personal Touch Travel  heeft zich daarvoor spontaan aangemeld na mijn FB-oproepje. Als alles gaat zoals het moet gaan, breng ik de Kids die bewuste vrijdag al heel vroeg naar de luchthaven om ze door Liesbeth te laten inchecken en op Schiphol af te leveren aan Esther en Martin. Die zullen daar ongetwijfeld met kloppend hart al uren staan te wachten, bang om ook maar één minuut te laat te komen. Gelukkig hebben we nog even tijd, en kan ik nog een paar weekjes doorgaan met genieten van mijn twee bengels. En daarna…

Daarna heb ik hopelijk weer tijd voor andere dingen, iets wat er de afgelopen maanden behoorlijk bij in is geschoten. Manlief verzucht niet voor niets steeds vaker: “En wanneer kom ik nou weer eens in beeld?” Een verzuchting die ongetwijfeld heel herkenbaar is voor moeders van kleine kindertjes. Míjn kattenkindertjes gaan er in ieder geval een fijne toekomst door tegemoet, en wie had dat nou in april kunnen denken? Ik niet. Toch merk ik wel dat mijn leven inmiddels de fase ‘jonge moeder, jong gezin’ ruimschoots is gepasseerd. Of laat ik het zo zeggen: my mind says I’m in my twenties, but my body says “Yeah, you wish!” In dat opzicht vind ik het dus helemaal niet verkeerd dat dit kattenhoofdstuk binnenkort een mooie afsluiting gaat krijgen. Er zullen ongetwijfeld nog vele andere avonturen volgen, maar voor nu is het even welletjes geweest. Bovendien moet er nodig weer gedacht worden aan een nieuw boek. De Zomer van 1970 ligt over enkele maanden in de boekhandel en ik weet nu al dat er dan geroepen gaat worden: ‘Wanneer komt de volgende?’ Een prachtig compliment vind ik dat altijd, maar het betekent wel dat ik daar zo zachtjesaan mee zal moeten beginnen.

Kortom, ik hoef voorlopig nog niet achter de geraniums te gaan zitten, of me te vervelen achter het vensterglas en graag twee hondjes willen zijn omdat ik dan samen kan spelen. Nee, ik heb iedere dag nog zoveel te doen, dat soms, heel soms, mijn column pas een dag later verschijnt dan gepland. Maar ik denk dat me dat wel vergeven wordt… 🙂

♥♥♥♥♥

Het leven gaat door

Als klein meisje dacht ik dat het in de grimmige oorlogsjaren van 1940-1945 altijd donker was. Ik stelde me regelmatig voor hoe dat geweest moest zijn. Geen zon, geen dag en nacht, geen fluitende vogeltjes… Het leek me afschuwelijk. Tot ik op een dag in het tijdschrift Margriet waarop mijn moeder was geabonneerd een ingezonden brief las van een mevrouw die een lentedag uit haar jeugd in oorlogstijd beschreef. Ze had het over een stralende zon, over een prachtig zingende merel, over fleurige bloemen… Ik wist niet wat ik las! Hoe kon dat nou? Iedereen had het toch altijd over de donkere dagen van de oorlog? En nu schreef deze mevrouw dat ook toen de zon gewoon scheen…

Net als toen schijnt ook nu het zonnetje en ook nu laat de lente zich niet afschrikken door wat er om ons heen gebeurt. En ja, natuurlijk is het best vervelend dat we er niet massaal op uit kunnen trekken om ervan te genieten, en ja, ook ik had graag op een terrasje aan zee willen zitten om van een tsipourootje te genieten, maar dat kan nu even niet. En ja, misschien gaat dat ‘even’ wel een halfjaar duren, of een jaar, of twee jaar… dat weten we niet, net zomin als die mevrouw van de brief wist dat de oorlog vijf jaar zou gaan duren. Het enige wat we wel weten, is dat de zon ook nu gewoon iedere dag weer opkomt, zelfs als ze zich soms een paar dagen achter de wolken verschuilt. Het leven gaat nu eenmaal altijd door, ook in moeilijke en zware tijden.

Ik begrijp best waarom ik onlangs aan die herinnering uit mijn jeugd moest denken. Al vallen er geen bommen, we leven toch een beetje in ‘oorlogstijd’ met al die maatregelen die onze vrijheid flink beperken. Hier in Pilion is het nog rustiger dan anders. Er arriveren geen reislustige ‘grijze koppies’ met campers op de nabijgelegen camping, zoals anders gebruikelijk is in het voorjaar, en ook de dagjesmensen uit Volos komen in het weekend niet meer massaal naar ons dorpje. Dat mag niet meer. Je moet nu een serieuze reden hebben om je te verplaatsen en ‘uitwaaien aan het strand in een ander dorp’ valt niet onder de zes categorieën die we mogen aankruisen als we de straat op gaan. Ook de reden ‘ik ben op weg om de liefde te gaan bedrijven’, wat een inventieve jongeman op zijn formulier had geschreven werd niet als ‘een noodzakelijke verplaatsing over de weg’ aangemerkt. Het leverde hem bij aanhouding een boete van € 150,00 op volgens het persbericht dat vanmorgen in de krant stond. Net als zwemmen trouwens, of in een bootje op het water dobberen. Zelfs vissen vanaf het strand schijnt niet meer toegestaan te zijn. Nu doe ik dat laatste normaal gesproken ook niet, hoor, maar toch… het geeft wel aan hoe streng de maatregelen zijn die momenteel voor ons hier gelden.

Ik kan me best voorstellen dat heel veel mensen problemen hebben met de maatregelen die genomen zijn. Maar op het moment dat het virus jou of een van je dierbaren te pakken krijgt, denk ik toch dat je daar iets anders over gaat denken. Nee, we gaan er niet allemaal dood aan, de meesten van ons zullen het nauwelijks merken dat we besmet zijn geraakt. En daar schuilt dus net het gevaar in. Zelf ga je er dan misschien niet aan dood, maar je oude, fragiele moeder wel. Of je vriendin, die niet zo’n sterk immuunsysteem heeft als jij. Of wat dacht je van de behulpzame jongen van de fruitafdeling die altijd zo vriendelijk naar je lacht, maar in de personeelsruimte soms stiekem een pufje moet nemen omdat hij astma heeft? Afijn, we weten het inmiddels allemaal wel. Wat we nu doen, of liever gezegd nu laten, is niet zozeer voor onszelf, maar voor anderen. Ook hier zijn nog steeds mensen die het allemaal niet zo nauw nemen. Manlief was gisteren even boodschappen doen bij de grote supermarkt in Agria, en hij vertelde me dat er nog steeds mensen rondliepen die andere winkelende bekenden begroetten met een handdruk en een klap op de schouder. Er was ook een mevrouw die haar boodschappen zorgvuldig eerst afveegde met een antibacteriële wipe voor ze ze in haar karretje legde, maar er blijkbaar niet aan had gedacht dat het dan ook wel handig is om die producten niet eerst met je blote handen uit het schap te pakken. Maar ach, we moeten allemaal nog leren om ermee om te gaan, nietwaar?

Gelukkig vallen de coronazieken op ons schiereiland erg mee als we de cijfers kunnen geloven. Tot nu toe heb ik slechts van één ernstig geval gehoord, een Duitser die per auto half Europa doorkruiste om het “stay home” uit te zitten in zijn vakantiehuis in Pilion. De 77-jarige man ligt nu te vechten voor zijn leven in het ziekenhuis van Larissa, zijn vrouw zit alleen in het vakantiehuis af te wachten of zij het ook krijgt en de gemeente waar dat huis staat, is in zijn geheel in quarantaine geplaatst. Er mag niemand meer uit of in, heb ik begrepen. Geen halve maatregelen, ik zei het al. We hopen natuurlijk allemaal dat het bij dit ene geval zal blijven, en in dat opzicht is het zeker goed dat de grenzen nu op slot zijn gegaan en dat er geen passagiersvluchten meer toegelaten worden vanuit landen die veel zwaarder zijn getroffen dan Griekenland tot nu toe. De keerzijde van die maatregel is echter dat er ook niemand het land meer uit kan. Wij dus ook niet, en dat is best een angstig gevoel als je enige kind in het verre Nederland woont. Maar… de mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest …en nimmer op komt dagen! Bovendien ben ik toch al niet een type dat bij de pakken neer gaat zitten, dus heb ik gisteren maar liefst twee mondkapjes geproduceerd voor manlief en mijzelf. Ze hangen keurig bij de kapstok om niet te vergeten als we voor ‘noodzakelijke redenen’ de deur uit moeten.

En om ook voor jullie deze Stay Home!-tijd iets luchtiger te maken heb ik afgelopen weekend in mijn eigen Griekse huisje een van mijn oude Favoriet-romannetjes uit de kast opgeduikeld die ik vanuit mijn luie stoel voorlees aan wie er maar naar wil luisteren. Manlief en ik hebben in ieder geval veel plezier gehad bij het opnemen ervan, en dat is iets wat we in deze tijd allemaal goed kunnen gebruiken. Hieronder vind je de eerste aflevering, die ik samen met de overige drie afleveringen ook heb geplaatst op mijn eigen YouTube-kanaal: https://www.youtube.com/user/wilmahollander

Veel luister- en een beetje kijkplezier met Alsof de duvel ermee speelt! Blijf gezond, blijf thuis en laat dat stomme virus maar de je-weet-wel-krijgen. Met zijn allen werken we dat kreng echt ons leven wel uit!!!

♥♥♥♥♥

Wandelen in Pilion

Anders dan in de behoorlijk roerige ‘buitenwereld’ kabbelt het leven hier in Pilion gewoon rustig door. De dagen worden alweer langer en zonniger. Het voorjaar geeft hoop, en de zon doet wonderen voor je gestel. Ook de natuur begint heel voorzichtig aan weer in bloei te komen. Onze tuin staat vol met vrolijke oranje goudsbloemen, en de gele klaver verspreidt zich razendsnel nu de zon iedere dag warmer wordt. De lust om erop uit te trekken begint weer op te spelen, en ik had me dan ook heel erg verheugd op een mooie wandeling, afgelopen zondag. Van Lafkos naar Milina, samen met de Vrienden van de Kalderimi’s. Nou ja, eigenlijk ging de wandeling van Milina omhoog tot een gehucht boven Lafkos, en vandaar weer terug naar beneden. Gezien mijn klimstrubbelingen van de afgelopen twee groepswandelingen, leek het me echter beter om de groep in Lafkos op te wachten en alleen die laatste afdaling te doen, met als afsluiting een gezellige lunch in Milina.

Het begon aardig goed. Een halfbewolkte dag, een graad of tien, twaalf en een – te vroege – bus die bijna maar gelukkig net niet aan mijn neus voorbijging. Rond twaalf uur arriveerde ik enigszins misselijk van alle bochtjes in Lafkos, waar het helaas niet half maar gehéél bewolkt was. Het dorp lag er totaal uitgestorven bij. Zelfs de taverne op het plein die altijd open is, was gesloten. De groep zou pas rond één uur arriveren, en gezien de wiebelige staat van mijn maag had ik voor die tijd toch wel behoefte aan een warme kop thee. Vlak bij de bushalte had ik weliswaar een café gezien dat open was, maar daar was ik niet gestopt omdat ik verwachtte dat er op het grote plein wel iets open zou zijn. Niet dus. Er zat niets anders op dan de tien minuten maar weer terug te lopen. Tot overmaat van ramp zat het café ook nog vol met mannelijke ‘locals’ waarvan eentje, een oudere man naast de houtkachel, mijn verschijning blijkbaar heel interessant vond. Hij bleef me tenminste de hele tijd aanstaren alsof ik een wezen van een andere planeet was. Gelukkig was de thee lekker warm en kon ik na een halfuurtje zonder wiebelige maag weer verkwikt teruglopen naar het plein.

De groep, zo’n dertig man, arriveerde netjes rond één uur, en het was leuk om een flink aantal bekenden te kunnen begroeten. Minder leuk was het dat het precies op dat moment begon te miezeren, wat al heel snel veranderde in flinke regen. Het gevolg was dat de normaal al niet makkelijk beloopbare stenen van het kalderimipad spek- en spekglad waren. Gecombineerd met natte bladeren, grote plukken mos en redelijk steile afdalingen leverde dat gevaarlijke situaties op. Ik heb het grootste deel van de wandeling dan ook afgelegd via de berm langs het pad. Helaas zijn die bermen begroeid, voornamelijk met braam- en andere stekelige struiken, wat mijn humeur er niet beter op maakte. Van de wandeling zelf heb ik letterlijk niets gezien. Ik had het veel te druk om niet onderuit te gaan. Natuurlijk gebeurde dat toch, ondanks dat bermlopen. Echt hard viel ik niet – door het schrijven aan mijn romans heb ik aardig wat zitvlees gekweekt – en ik kwam goed terecht, maar ja, daarna loop je uiteraard nog voorzichtiger dan ervoor. Het enige lichtpuntje in deze zeer natte, anderhalf durende wandeling was een aardige Schotse meneer, die zijn tempo vrijwillig aan dat van mij aanpaste en mij op de meest cruciale momenten met een helpende hand over extra steile en gladde meters hielp. Eenmaal in Milina gearriveerd, hield het op met regenen, wat een schrale troost was aangezien ik tegen die tijd behoorlijk doorweekt was. Maar hoera, in de taverne waar we aten was het warm, en ach, die natte haren en sokken droogden vanzelf wel een keertje.

De lunch was op zich best aardig, alleen aan de karige kant en met een hoog vegetarisch gehalte. Dat laatste vind ik als niet vegetariër beslist geen probleem. Courgetteschijfjes, auberginesalade, tomatenballetjes… daar kan ik flink van smullen, maar als het gaat om laffe bonenpuree, korrelige quinoa salade en zure witte koolsalade ben ik minder enthousiast. En die laatste gerechten kregen we dit keer dus voorgezet. Voor de vleesliefhebbers was er nog wel een schaaltje met kleine gehaktballen in tomatensaus, maar daar hield het mee op. Een beetje teleurstellend, zeker na een wandeling waar je ook al niet vrolijk van werd. Gelukkig was mijn tafelgezelschap wel gezellig. We hadden elkaar lang niet gezien en gesproken, en konden heerlijk bijkletsen. Ook fijn was dat ik na afloop niet weer met de bus hoefde, maar mee kon rijden met een Grieks echtpaar uit Volos.

Ik vrees echter dat dit de laatste keer is dat ik u verslag zal doen van mijn avonturen met de Vrienden van de Kalderimi. De groepswandelingen waren in het verleden altijd leuk en goed te doen voor recreatieve wandelaars zoals ik. In de afgelopen twee jaar is dat helaas sterk veranderd. De kern van de groep bestaat nu uit getrainde wandelaars die hun hand niet omdraaien voor lastige klimpartijen en glibberige afdalingen. Het tempo ligt hoog, wat het voor de minder getrainden onder ons moeilijk maakt om ontspannen te wandelen. Zeker, er wordt op bepaalde punten gewacht op de achterblijvers, maar zodra die er zijn gaat de groep weer verder, waardoor de achterblijvers min of meer ‘gedwongen’ worden om in één ruk van A naar B naar C te lopen. De laatste groepswandelingen waren voor mij dan ook behoorlijk teleurstellend, en eigenlijk alleen maar leuk door de lunch na afloop. Alleen… dat is niet waarvoor je aan zo’n wandeling begint, toch?

Gelukkig staan de beschrijvingen van de wandelingen online, en ik ga een aantal daarvan zeker ook in het komende jaar lopen. Maar dan wel zonder de Vrienden van de Kalderimi’s, in mijn eigen tempo, en samen met mensen die net als ik graag om zich heen kijken en regelmatig even stilstaan bij wat je onderweg allemaal tegenkomt. Dat lijkt me heel wat leuker dan de groepswandelingen die ik de afgelopen tijd heb gedaan. Wie weet, misschien richt ik in de toekomst nog weleens mijn eigen wandelclubje in Pilion op. Maar dan wel bestemd voor degenen onder ons die minder gericht zijn op prestatie en meer op recreatie. Aanmelden kan vanaf nu via mijn website… 😉

♥♥♥♥♥

Het einde van de lummeltijd

Alhoewel de mussen – nou ja, eerder de tortelduifjes – nog steeds van het dak vallen van de hitte, wordt het zo langzamerhand toch wel weer tijd voor mij om serieus aan het werk te gaan. In mijn werkkamer is het in deze bloedhete zomermaanden echter niet te harden, en ook op het terras is het ondanks de ventilator niet prettig werken meer. Gelukkig hebben we onlangs toch maar besloten ook in de woonkamer een airco te laten installeren, en gecombineerd met de slaapkamerairco zorgt dat voor een heerlijk koel huisje. De afgelopen dagen heb ik dus met mijn computer aan de eetkamertafel in de hal doorgebracht om enigszins comfortabel aan een aantal tekst- en redactieopdrachten te kunnen werken. Een tijdelijke oplossing, en pure noodzaak bij temperaturen boven de dertig graden, maar om nou te zeggen dat het zo ideaal is… Nee, daarvoor is de hal te donker, de eettafel te klein, en de locatie – midden in het huis – te onrustig.

Een daadwerkelijk schrijfbegin maken met een nieuw boek moet daarom nog even wachten tot de ergste hitte voorbij is, maar dat is niet zo heel erg. Mijn romans beginnen immers altijd in mijn hoofd, waar ze eerst weken- en soms wel maandenlang lekker doorsudderen. Dat geeft niet, want die suddertijd benut ik goed door de locatie en achtergronden van het verhaal op mijn gemak te researchen. Als ik jullie dan vertel dat mijn volgende roman zich gaat afspelen op het piepkleine Kanaaleiland Herm, waar ik afgelopen mei zelf heb rondgelopen, dan kun je je misschien wel voorstellen dat al die research niet bepaald een straf voor me is. Het gevaar van zo’n relaxte en altijd interessante researchperiode is wel, dat ik meestal langer door blijf sudderen dan eigenlijk wenselijk is. Wat minder hoge temperaturen zouden mij zo langzamerhand wel heel goed uitkomen, maar zoals we allemaal weten, dat hebben we helaas niet zelf in de hand. Daarom probeer ik nog maar even niet al te veel aan die naderende deadline te denken, en gewoon te genieten van wat de zomer hier in Pilion ons behalve de hitte nog meer biedt.

En dat betekent behalve strandbezoekjes ook veel openluchtconcerten, met optredens van meer en minder beroemde Griekse zangers en zangeressen, die de zomerperiode benutten om langs de wat kleinere concertpodia in het land te touren. En zo kwam het dat ik een paar weken geleden samen met twee vrienden naar het openluchttheater van Nea Ionia – een buitenwijk van Volos – reed voor een optreden van Eleonora Zouganeli. Eleonora wie? Ja, dat vroegen wij ons ook af, want geen van allen hadden we ooit van haar gehoord, al konden we uit de YouTube-filmpjes die we vooraf bekeken hadden wel opmaken dat ze een van de ‘grotere’ was, met name bij de wat jongere generaties. Dat was ook wel te zien aan de lange rij die zich om acht uur al voor de ingang van het theater bevond. Er huppelden behoorlijk wat kinderen rond, al is dat niet uitzonderlijk bij Griekse optredens. Aanvangstijd van het concert was negen uur, maar zoals dat hier altijd gaat, werd dat ‘iets’ later. Om kwart voor tien stoof onder luid applaus een kleine, energieke dame het podium op, en barstte er een zang- en vooral lichtshow los die ons totaal verbijsterde. Of beter gezegd, verblindde. We zaten precies tegenover het toneel, dus keken recht in de op het publiek gerichte grote witte schijnwerpers die flitsend aan- en uitknalden.

Nu zijn vrienden en ik niet meer een van de jongsten, en al dat licht- en geluidsgeweld kwam bij ons wel heel erg hard binnen.  Zozeer, dat we na de eerste drie nummer ieder voor zich al aan een voortijdige aftocht zaten te denken. Maar gelukkig is het daar niet van gekomen. De grote witte lichten gingen voor de rest van het optreden in retraite en veranderden in een werkelijk spectaculaire lichtshow. Het volume bleef voor ons wel aan de veel te harde kant, maar gelukkig had ik ergens onder in mijn tas nog een dot watten zitten. Die kwam perfect van pas, want daardoor werd het geluid net genoeg gedempt om de doordringende scherpte ervan weg te halen. Het kwam de kwaliteit van Eleonora’s songs zeer ten goede. Helaas was de dot niet groot genoeg om drie mensen te voorzien van geluiddempers, maar zie, in mijn tas – je wilt niet weten wat ik altijd met me mee sjouw in dat ding – zat uiteraard ook een pakje zakdoekjes. En met een beetje scheur- en vouwwerk bleken dat net als de watjes perfecte dempers te zijn.

Het werd een fantastische avond. Eleonora bleek te beschikken over een prachtige stem, waarmee ze ons een zeer gevarieerd muzikaal programma voorzette. Begeleid door een complete band met accordeon, bouzouki, gitaren, keyboard, piano en drumstel – en de spectaculaire lichtshow niet te vergeten – werd het met recht een boeiend optreden waarvan we alle drie ontzettend hebben genoten. En wij niet alleen. Tussen het toneel en de in halfronde vorm gebouwde publieksarena lag een leeg rond plein, waar de kinderen zich tijdens het optreden uitstekend vermaakten en de ouderen bij de laatste nummers huppelend met de beentjes van de vloer gingen. De échte fans stonden tegen die tijd rijen dik tegen het toneel aangeplakt, telefoontjes in de aanslag om toch maar niets te missen van hun grote idool. Kortom, het was een muzikaal spektakel dat ik niet graag had willen missen.

Niet zo spectaculair, maar daarom niet minder leuk,  was het optreden van Eleni Filini, ook al zo’n ‘grote’, gisteravond op de romantisch verlichte pier van Kato Gatzea, onderdeel van de drie ‘Zomerse Dorpsavondjes’ die ieder jaar voor de bewoners van ons dorp en overige belangstellenden worden georganiseerd. Ook dit optreden werd gekenmerkt door een wat ander repertoire dan we doorgaans te horen krijgen van Griekse muzikanten. Spaans, Grieks, Italiaans en zelfs wat Engelse nummers kwamen voorbij, waardoor het een gezellig feestje werd met veel meedeinende en -klappende mensen, waarvan een groot deel zich had neergezet aan de tafeltjes van de tavernes en café’s die zich rond de haven bevinden. Ook Eleni Filini heeft een mooie, krachtige stem, die aangenaam is om naar te luisteren, maar ik moet eerlijk bekennen dat voor mij het hoogtepunt van de avond toch het lied ‘Delilah’ was, dat gezongen werd door een van haar begeleiders. Hij deed dat met zoveel inzet, met zoveel ‘pathos’, maar ook met zoveel eigen interpretatie en in een eigen uitvoering, dat mijn lachspieren acuut in werking traden. Het was prachtig, daar lag het niet aan, maar zo totaal anders dan Tom Jones het ooit heeft bedoeld. Ik kon er echt niets aan doen, de tranen van het lachen liepen letterlijk over mijn wangen. En dat overkomt me niet zo heel vaak…

Een welbesteed avondje dus, en een waardige afsluiting van mijn juli-maand. Al met al kan ik met een tevreden glimlach terugkijken op een heerlijk lome, luie en vooral gezellige zomer, die gelukkig nog niet helemaal voorbij is. Tussen het werk door ga ik de komende weken zeker verder met genieten, maar de echte lummeltijd… tja, die zit er zo langzamerhand toch wel op voor mij.

Nu alleen die idioot hoge temperaturen nog even naar beneden… 😉

♥♥♥♥♥