Het Griekse Systeem

In navolging van de meeste andere EU-landen besloot de regering begin dit jaar iedereen een huisarts toe te wijzen. Tot nu toe sleepte je als patiënt je eigen medische dossier met bloeduitslagen, onderzoeken, röntgenfoto’s en dergelijke in een plastic tasje of zelfgekochte dossiermap van dokter tot dokter mee, wat zowel voor dokter als patiënt een heel gedoe is. Dat zou dus binnenkort verleden tijd moeten zijn. De huisarts zal gaan fungeren als spin in het medische web, je eerste aanspreekpunt worden bij ziekte en je medische dossier in het systeem bijhouden. Een zeer lovenswaardig streven, ware het niet dat er zoals bij zovele regeringsbesluiten niet echt over nagedacht is.

Eenieder werd gesommeerd zich vóór 1 september in te schrijven bij hun nieuwe huisarts via een online gezondheidsplatform, op straffe van een flinke boete. Aangezien wij boetes die je kunt voorkomen zondegeld vinden, probeerde ik al voor mijn vakantie naar Nederland onze inschrijving in orde te maken. Drie maanden later was het me echter nog steeds niet gelukt om überhaupt dat platform in te komen, ondanks het feit dat ik over de noodzakelijke inlogcodes beschik. Tijd dus voor hardere maatregelen, oftewel hulp van de KEP, een ‘regeringskantoor’ waar je ook moet zijn als je bijvoorbeeld belangrijke officiële formulieren met heel veel stempels nodig hebt. Daar weten ze alles over regeringsbesluiten en de uitvoering daarvan.

Niet dus. ‘De doktersinschrijving moet je zelf doen,’ zei de mevrouw van de KEP in Kala Nera. ‘Via het onlineplatform.’ Toen ik haar uitlegde dat ik daar niet inkwam, checkte ze heel bereidwillig mijn inlogcodes, maar daar lag het niet aan. ‘Vraag het maar in de apotheek. Dit gaat over gezondheidszorg, wij gaan daar niet over,’ aldus de KEP mevrouw. Dus op naar de apotheek in Kala Nera. ‘Klopt, wij kunnen ook niet in dat platform komen,’ zei de apotheker. ‘Geen idee waar het aan ligt. Ga maar naar de KEP, daar helpen ze je wel.’ Een duidelijk voorbeeld dus van hoe je van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Maar na enig aandringen kon ik volgens de apotheker misschien ook wel ingeschreven worden door een dokter van de dokterspost in Kato Gatzea.

Ik had geluk. In de niet iedere dag bemande dokterspost was zowaar een kantoormedewerkster aanwezig, die me opgewekt vertelde dat ik daarvoor inderdaad bij een dokter moest zijn. ‘Maar we hebben hier al maanden geen doktersspreekuur gehad, er is geen dokter beschikbaar. Misschien ergens in oktober. Vraag het maar even bij de apotheek, en anders moet je naar Argalasti. Bij de KEP, daar kunnen ze je zeker verder helpen,’ voegde ze er behulpzaam aan toe. Tja, de apotheek had ik al gehad, en bij de KEP was ik ook al geweest, maar misschien wisten ze in het iets grotere Argalasti wel meer. Ditmaal waagde ik er eerst maar een telefoontje aan. Wat een goede keuze was, want ook deze dame riep opgewekt dat ik niet bij hen, maar bij de apotheek moest zijn. Afijn, inmiddels had ik dus al ruim twee uur in een kringetje rondgedraaid en was ik nog geen stap verder gekomen. Ik besloot het voor gezien te houden, en het een andere keer nog maar eens te proberen. Ervaring heeft ons geleerd dat dat in een dergelijk geval de beste oplossing is.

En zie, de oplossing kwam vanzelf naar ons toe: in de persoon van onze huishoudelijke hulp, die met dezelfde problemen kampte. Een paar dagen na mijn eigen mislukte pogingen belde ze me enthousiast op. ‘Hoi, ik sta in een apotheek in Volos, voor die inschrijving. Ze zeggen hier dat het platform inderdaad gesloten is voor particulieren – omdat er niet voldoende dokters zijn voor iedereen. Het goede nieuws is dat zij nog wel in het systeem kunnen en er is nog een dokter vrij in Agria. Als je mij jouw gegevens geeft, dan schrijft zij ons allemaal in bij die dokter, zodat we in ieder geval in het systeem staan en geen boete krijgen.’ En zo geschiedde het. Binnen een paar minuten was alles in kannen en kruiken, zodat wij nu een huisarts hebben in Agria. Nou ja, op papier. De toegewezen ‘huisarts’ blijkt gewoon een bij het algemeen ziekenfonds ingeschreven dokter te zijn, die net als de IKA-dokters van de dokterspost in Kato Gatzea volgens een niet betrouwbaar roulatieschema verplicht van dorp naar dorp trekken om daar één keer in de week spreekuur te houden. Niet handig als je op een andere dag ziek wordt en dringend je huisarts nodig hebt.

In ieder geval hebben wij inmiddels dus netjes voldaan aan de regels, die – zoals ik een paar dagen geleden las – alweer zijn aangepast op boete-gebied. Gezien het tekort aan dokters is de al eerder naar 1 oktober uitgestelde datum nog een keer uitgesteld naar 31 december. In de tussentijd wordt er van hogerhand naarstig gezocht naar dokters in de private sector, waaronder ook specialisten, die zich als ‘huisarts’ beschikbaar willen stellen. Ik zei het al in het begin: typisch weer zo’n besluit waarover niet is nagedacht. En grote kans dat het hele besluit na de volgende verkiezingen door een nieuwe regering weer teruggedraaid wordt. Ook dat zal niet de eerste keer zijn.

Hoe het nu allemaal verdergaat met die nieuwe huisarts van ons? We hebben geen idee. Volgens de instructies moeten we allereerst een kennismakingsafspraak maken – via het online platform, waar ik nog steeds niet inkom. Nou ja, we blijven het proberen, dat wel. Volgend jaar of zo… 😉

♥♥♥

 

Eindejaarscolumn

De zonnewende van 2019 heeft op 21 december plaatsgevonden, wat betekent dat we de langste nacht er alweer op hebben zitten. De dagen gaan dus lengen, een paar minuutjes per dag slechts, maar net als die vele druppeltjes die een emmer vol maken, zet dat echt wel zoden aan de dijk. Over een paar weken begint de natuur te ontwaken, hoeven we steeds later het licht aan te doen en hebben we alle decemberfeesten weer achter de rug.

Op dit moment zitter we er echter nog middenin. Of je er nu wel of niet van houdt, er veel of weinig aan doet, het blijft altijd een enerverende tijd, die laatste weken van het jaar. Hoewel… als ik heel eerlijk ben, merken we er hier in Kato Gatzea verdraaid weinig van. We hadden heerlijk zonnige dagen, mooi weer, en aangezien zoonlief de kerstdagen dit jaar elders doorbrengt, hoefde ik ook niet echt veel vooruit te werken om een paar weken ‘vrij’ te hebben. We kachelen dus gewoon in een rustig tempo voort en zien wel wat de komende tijd op ons pad komt. Dat ‘kachelen’ ging zelfs zo rustig, dat ik me dit weekend pas over het kerstmenu heb gebogen, en daarna een beetje kerstversiering heb aangebracht. We houden het simpel dit jaar. Met een jong, energiek katje in huis kun je geen overdadige versiering hebben, in ieder geval niet in een woonkamer van vier bij vijf die al vol staat met meubels en andere aanverwante artikelen. Of misschien gebruik ik dat wel als goed excuus om niet alles uit de kerstkast te trekken, dat kan natuurlijk ook. Hoe het ook zij, de echte kerststemming zit er bij mij blijkbaar nog niet helemaal in, maar wat niet is, kan nog komen. En zo niet, dan vind ik dat ook prima. Een ieder moet gewoon doen waar hij of zij zich prettig bij voelt, en voor ons is dat dit jaar dus lekker vanaf de zijlijn kijken naar de gekte die er tegenwoordig rond de feestdagen heerst.

Ik denk dat ik niet de enige ben die zich in deze periode regelmatig afvraagt wat er is gebeurd met die simpele, eenvoudige kerstdagen van weleer. Dagen waarin het kerstmaal – zoals bij ons thuis – bestond uit een helder kippensoepje, kip als hoofdgerecht, en ijs met warme kersensaus toe. Jaar in jaar uit, daar hoefde niemand over na te denken. Een huzarenslaatje, wat doppertjes en peentjes en een schaal appelmoes op de met het papieren kersttafelkleed gedekte tafel als bijgerecht en dat was dat. Na het kerstdiner was het tijd om bij de kerstboom-zonder-cadeautjes-eronder te relaxen met een boek, een bordspel of – mijn moeder – de kerstpuzzel uit de krant. Voor de kerstmuziek zorgden we zelf, bij het orgel van pa, want radio en televisie gingen op die dagen alleen aan voor de kerstrede van de koningin. Het waren dagen voor het gezin, de rest van de familie zagen we pas op nieuwjaarsochtend, als we allemaal bij oma en opa koffie gingen drinken. Wij kinderen kregen natuurlijk geen koffie, maar één glaasje limonade, een piepklein glaasje ook nog eens, zoiets als waaruit ik nu mijn tsipourootje drink. Het opa en oma-huisje barstte dan bijna uit zijn voegen, want mijn pa had zes broers en één zus, maar met een beetje opschuiven paste het wel. En voor ons kinderen was het iets om naar uit te kijken, want het kerstrapport mocht mee, en met een beetje geluk kon je van iedere oom wel een dubbeltje of iets meer scoren omdat je zo goed je best had gedaan.

Ach ja, die tijd ligt al heel lang achter ons, en zo simpel hoeft het natuurlijk ook niet meer vandaag de dag. Dat kan ook niet meer, de tijden zijn veranderd en wij mensen zijn mee veranderd. Maar toch, al die overdaad in de winkels, al dat ‘moeten’, het een nog mooier en specialer dan het andere, dat opgeklopte kerstgevoel… ik kan er maar niet aan wennen. Gelukkig hoef ik dat ook niet, want ons leven in Pilion is normaal gesproken al een leven buiten de hedendaagse hectiek en dat geldt dus zeker ook voor de decemberperiode. Op welke wijze je deze kerst ook viert, rustig of uitbundig, alleen of met een groot gezelschap, ik hoop dat je ervan zult genieten. En vooral dat je toch ook even stil zult staan bij al die mensen die niet het geluk hebben om de kerstdagen door te brengen zoals ze dat zo graag zouden willen. Voor mij zijn dat de vluchtelingen op Lesbos, voor een ander misschien de dakloze op de hoek van je straat. Een beetje liefde en hoop geven aan andere mensen… het is zo’n kleine moeite, en als we dat nou allemaal gewoon doen, dan ziet de wereld er al heel snel een stuk beter uit. Dat is namelijk wat ik iedereen voor 2020 uit de grond van mijn hart toewens: een betere wereld – zonder al dat oervervelende gehakketak, dat ongelooflijk negatieve venijn en vooral die niet te bevatten afschuwelijke misdaden. Ik wil zo heel graag een wereld waarin we respect hebben voor elkaar, ongeacht huidskleur, geloof, sekse, eetgewoonten, uiterlijk of handicap. En verdorie, zo moeilijk is dat toch niet? Als we er allemaal ons best voor doen, dan moet het een keer lukken, want een betere wereld begint echt nog steeds bij jezelf!

Behalve die betere wereld wens ik jullie vanuit het rustige Kato Gatzea natuurlijk hele fijne kerstdagen en een mooi, liefdevol, avontuurlijk en vooral gezond 2020! Maak er iets moois van, geniet van iedere dag en wees een beetje lief voor elkaar, dan wordt het vast een fantastisch jaar!

ΚΑΛΑ ΧΡΙΣΤΟΥΓΕΝΝΑ, ΚΑΛΗ ΧΡΟΝΙΑ!

♥♥♥♥♥

Genieten…

Voor degenen onder u die het nog niet weten: Smaak van Liefde, het eerste deel van De Rozen van Beekbrugge, heeft op 18 juni 2018 het levenslicht gezien. Een feestelijke gebeurtenis die ik hier in Pilion samen met manlief heb gevierd met een extra tsipourootje en een heerlijk etentje bij de lokale taverne in Kato Gatzea. Het nadeel van in het buitenland wonen, is dat ik mijn eigen gedrukte boek nog niet zelf in handen heb gehad. De post is niet zo snel, wat betekent dat de doos met mijn auteursexemplaren nog ergens tussen NL en GR onderweg is. Dat hele bijzondere moment dat je als auteur die doos opendoet, dat de ‘nieuwe boekengeur’ je neusgaten in zweeft, en dat je met je vingers voor het eerst teder over die al zo bekende en toch onbekende kaft strijkt… dat bijzondere moment staat me dus nog te wachten, maar dat is niet erg. Niet wanneer je zo’n fantastische achterban hebt, die enthousiast foto’s toestuurt van mijn boek in een tent op Vlieland, mijn boek in de supermarkt, mijn boek wachtend op een ligbedje in de zon, mijn boek op het tafeltje naast de koffie, mijn boek in de boodschappentas…

Maar zoals mijn lezers een diepe zucht slaken als het boek uit is en weer verdergaan met wat ze daarvoor aan het doen waren, zo gaat ook mijn leven natuurlijk gewoon verder. Ik ben inmiddels aan de laatste loodjes van deel twee bezig, dat met een beetje mazzel net voor de kerst te koop zal zijn. Een leuk cadeautje voor onder de kerstboom dus. Het verhaal moet daar natuurlijk wel een beetje bij aansluiten en dat valt niet altijd mee als je het zit te schrijven op een zonnig Grieks terras bij dertig plus graden. Ik hoop dus maar dat ik de kerstsfeer ondanks de zomerse temperaturen toch een beetje goed kan overbrengen, en zal bij het nalezen extra opletten dat er niet al te vaak een zonnetje schijnt als mijn hoofdpersonen hun avonturen beleven.

Voorlopig blijft het hier nog wel even zomer, hoewel daar de afgelopen week weinig van te merken was. Onweer, regen en storm hebben ruim drie dagen lang het land in hun greep gehouden, en het waren beslist geen zielige zomerdruppeltjes die er vielen. Met bakken vol kwam het naar beneden, wat uiteraard de nodige schade heeft aangericht. In onze naaste omgeving viel het gelukkig mee, maar in het noorden van Pilion zijn er weer heel wat meedogenloze waterstromen vanaf de bergen naar de zee gestroomd zodat wegen en stranden het na de toch al heftige regenwinter opnieuw flink te verduren hebben gekregen. Het was heel raar om de verjaardag van manlief voor het eerst in al die jaren binnenshuis te vieren. Naar de bakker gaan voor taart was er niet bij door alle heftige onweers- en regenbuien, maar de zelf gebakken Hollandse boterkoek smaakte net zo lekker. Ik was het bakken gelukkig nog niet verleerd en wist zelfs nog waar de mixer zich bevond! De dag erna hebben we de erwtensoep uit de vriezer gehaald en de kachel aangestoken. Dat laatste niet zozeer omdat het koud was – achttien graden valt nog wel mee – maar meer om het vocht te verjagen, want na drie dagen onafgebroken regen voelt hier werkelijk alles klam en koud aan. Inmiddels is de zon gelukkig weer terug en kan ik mijn laatste hoofdstukken afschrijven op het terras bij temperaturen van zo’n vijfentwintig graden. Niet verkeerd dus, en een verademing vergeleken bij de extreem warme zomer van vorig jaar.

Door de regen viel ook mijn alweer veel te lang uitgestelde kappersbezoek in het water, zodat ik erg blij ben met onze dichtbegroeide heg. Vanaf de straat ben ik niet te zien, wat maar goed is ook. Ik lijk in de verste verte niet op de mooie auteursfoto in mijn boek! Zo’n laag uitgesneden glitterjurk heb ik trouwens niet iedere dag aan, hoor, zeker niet als het koud en regenachtig is. Dikke sokken in mijn sandalen, mijn oude verwassen winterlegging en een uitgelubberd T-shirt met een afgedragen joggingvest erover was de dracht waarin ik afgelopen week heb rondgelopen. Dat gecombineerd met de uitgegroeide haardos… Afijn, een en ander is inmiddels weer verwisseld voor mijn heerlijk wijde zomerjurk – volgens manlief ook niet al te flatteus, maar dat terzijde – en dat haar komt volgende week hopelijk wel goed. Als eerst dat tweede deel nou maar af is, dan heb ik misschien weer een beetje tijd om achterstallig onderhoud aan mezelf te plegen en net als al die vakantiegangers die hier rondlopen een paar weekjes lekker relaxt te genieten van al het moois dat Pilion te bieden heeft.

Voorlopig blijf ik echter nog even een paar weekjes aan mijn computer vastgekleefd zitten en geniet ik tussen het schrijven door van alle mooie foto’s en lieve reacties die jullie mij toesturen. Dat is voor mij de allermooiste reden om gewoon door te gaan met wat ik het liefste doe: een heerlijk zonnige feelgood-roman voor jullie maken 😉

♥♥♥♥♥

Column jubileum!

Vandaag precies tien jaar geleden plaatste ik mijn eerste Leven in Pilion-column. ‘Huisdieren’ was de titel daarvan, en u kunt hem onder aan dit verhaal nog een keer lezen. Het was een noodgedwongen korte column, want het uploaden naar de website duurde in die tijd letterlijk uren. Ik herinner me dat de gemiddelde snelheid nog geen 56 kBs was, en aangezien we een inbelverbinding hadden, betaalden we per telefoontik. Hoge telefoonrekeningen konden we ons niet veroorloven, dus een strikt internetbeleid was pure noodzaak.

Sindsdien is er veel veranderd. Tegenwoordig hebben we snel en goedkoop internet, zodat ik u iedere maand zeer uitgebreid kan vertellen wat er bij ons allemaal gebeurt. Foto’s erbij plaatsen is geen enkel probleem, in een handomdraai staan ze erop. Het dagelijks contact met Nederland is zo vanzelfsprekend geworden, dat ik me niet eens meer kan voorstellen hoe anders het was in die begintijd. Hoe ik voor een simpel ‘bijpraat-telefoontje’ met de familie naar de telefooncel in het dorp moest, gewapend met een telefoonkaart die zorgvuldig uitgezocht was op ‘bellen met het buitenland’. En als de dorpstelefoon het dan deed – want dat was ook altijd afwachten – dan moest je maar hopen dat de verbinding niet al te veel kraakte of dat er geen zware vrachtauto’s langs denderden. Het nodigde allemaal niet uit om ontspannen bij te kletsen, laten we het daar maar op houden.

Bij gebrek aan goede communicatiemiddelen waren de columns in die begintijd dan ook vooral bedoeld om onze familie en vrienden op de hoogte te houden van onze avonturen. In de loop der jaren wisten echter steeds meer ‘vreemde’ mensen de weg naar mijn website te vinden, en toen ik wat meer bekendheid kreeg als schrijfster, kwamen er nog meer trouwe lezers bij. En dan was er ook nog de categorie ‘vakantiegangers’, op zoek naar informatie over Pilion. Veel was er destijds niet te vinden op het net, en zo kwamen ze dan al snel bij mijn website uit. Ik kreeg zo vaak een mailtje met toeristische vragen, dat ik het ‘gidsje voor bezoekende vrienden’ oppimpte, en er een heuse reisgids van maakte, die via een mailberichtje aan mij besteld kon worden.

Het uiterlijk van de website veranderde drastisch toen ook wij snel internet kregen. Het archief moest opgeschoond, waarna de ‘oude’ columns werden gebundeld in het boekje ‘Leven in Pilion’. Er kwamen aparte pagina’s over mijn romans en de reisgids, en overal kon ik foto’s plaatsen, zonder me af te vragen hoelang het uploaden zou duren en wat dat zou gaan kosten. Maar door al die jaren en alle veranderingen heen, bleef één ding altijd bestaan: de maandelijkse column. Ik vind het ongelooflijk dat ik u al zoveel jaren lang mag vertellen over onze avonturen. Ik vraag me echt serieus af of u het niet vreselijk zat wordt, altijd dat geneuzel van mij over onze te warme zomers en te koude winters, over mijn gekissebis met manlief, mijn gejammer over pijntjes en kwaaltjes. En dan heb ik het maar niet over al dat huisdier-gemekker. Ik kan me heel goed voorstellen dat u er af en toe schoon genoeg van hebt. Dat mag, hoor. Een maandje overslaan is helemaal niet erg!

Tien jaar is niet niks. Om dat een klein beetje te vieren heb ik onlangs een aantal van de nieuwere columns, met name die over toeristisch Pilion gaan, gebundeld in een e-book: De smaak van water. U kunt het e-book gratis downloaden als u zich aanmeldt via de link Aanmelden rechtsboven op de website. Op de een na laatste pagina vindt u bovendien een kortingscode, waarmee u tot 30 april 2018 € 2,50 korting krijgt op de reisgids Een Hollandse Kijk op Pilion. Als u die code doorgeeft bij uw reisgidsbestelling, dan verreken ik dat meteen bij het doorgeven van de betalingsdetails. Heeft u het e-book al, omdat u reeds geabonneerd bent op mijn site, en wilt u graag gebruik maken van de reisgidsaanbieding, laat me dat dan even weten via een berichtje op het contactformulier, dan komen we daar samen wel uit.

Rest mij nog u allen heel hartelijk te bedanken voor het lezen van mijn columns. Dat ik mij al tien jaar lang columniste mag noemen komt geheel en al door uw trouwe bezoekjes. Ik hoop dat u mijn columns blijft lezen, dan blijf ik ze schrijven. En wie weet, misschien ontmoeten we elkaar ooit in het echt op ‘ons’ prachtig groene, mooie schiereiland… 😉

♥♥♥♥♥

De allereerste websitecolumn: Maart 2008 – HUISDIEREN

Vandaag ben ik al om acht uur opgestaan. Vroeg voor mijn doen, want normaal gesproken begint mijn werkdag pas rond negen uur. Zorro, de zwerfkat die zich af en toe verwaardigt om te blijven slapen, had het wel gezien bij ons en vond dat er maar eens wat leven in de brouwerij moest komen. Meneer wilde zijn ontbijt, iets wat hij zeer duidelijk kenbaar maakte door luid miauwend door de gang heen en weer te drentelen. Uiteraard werd hij door mij, nog een beetje slaperig, onmiddellijk op zijn wenken bediend. Zorro is nu eenmaal geen kat die zich lang laat negeren. Tevreden likkebaardend verdween hij na het eten meteen naar buiten, ongetwijfeld op zoek naar het vrouwvolk, dat regelmatig op en rond ons balkon huist.

Voor de goede orde: wij hebben géén huisdieren. Toen wij hier kwamen wonen, hebben we dat heel duidelijk met elkaar afgesproken. Kijk, dat de overgebleven etensresten naar de zwerfkatten gaan, vinden we eigenlijk wel normaal. Voor het geval er niets overblijft, hebben we altijd wel een zak kattenbrokken in huis. Die beesten hebben het in de winter immers al zwaar genoeg. En Zorro, ach, die mag best een paar uurtjes op de stapel hout naast de kachel liggen. Het arme dier is per slot van rekening ook niet meer een van de jongsten. Dan hebben we Pluto, de halfblinde hond van de taverne. Als die bibberend in de regen op onze deurmat zit, nou ja, dan mag hij best een nachtje komen logeren, toch? En zeg nou zelf, wat kun je doen als poes Punkie, ook een van de zwerfkatten,  zich midden in de nacht via de openstaande balkondeur met haar vier pasgeboren kittens op het logeerbed installeert? Dan maak je toch een kraambed van de wasteil op het balkon? Oké, dat ze dan een paar weken later met zijn vieren tegelijk op je schoot springen wanneer je rustig je ontbijtkoffie op het balkon wilt drinken, ja, dat hoort er gewoon bij.

Maar huisdieren? Nee, hoor, die hebben we niet…

* * * * *