Regelzaken

Het jaar begon bij ons met een keurig opgeschoonde tuin en regelen, heel veel regelen. Griekse belasting- en ziekenfondszaken, gevolgd door Nederlandse DigigD-app activering behoren niet tot mijn favoriete bezigheden, maar soms kom je er niet onderuit. Het vervelende van dit soort dingen vind ik dat het zoveel tijd kost. De Griekse bureaucratiemolens werken langzaam, heel langzaam. Onze belastingaccountant ook. Als hij belooft om iets te sturen, bedoelt hij dat ik hem er na twee dagen nog maar eens aan moet herinneren. Het enige voordeel is dat hij ook zo laks is met het sturen van zijn factuur, maar dáár ga ik hem echt niet aan herinneren. Dit keer had ik er zo de pest in, dat ik uiteindelijk zelf maar in de belastingdatabase ben gedoken. Met hulp van Google Translate is het me inderdaad gelukt om dat wat ik voor 1 februari nodig had zelf uit te draaien, iets waar ik best trots op ben, want je wilt niet weten hoe ingewikkeld die belastingwebsite is. Tijdrovend, ik zei het al!

Het tackelen van het ziekenfondsprobleem viel in tegenstelling tot dat van de belasting honderd procent mee. Het begon niet zo heel veelbelovend, want toen ik me met alle papieren meldde op het kantoor waar we ieder jaar acte de présence moeten geven, bleek dat alle dossiers voor onze regio sinds de coronaperiode verhuisd waren naar een andere locatie. Gelukkig kon ik daar een paar dagen later al terecht, omdat de mevrouw die ons al jaren helpt zo vriendelijk was om ons de naam en het telefoonnummer door te geven van een collega op het andere kantoor. In de wirwar van de Griekse bureaucratie is dat het grootste geschenk wat je kunt krijgen, want het verhindert dat je van het kastje naar de muur gestuurd wordt. De nieuwe mevrouw was net zo vriendelijk als de eerste, en na een halfuurtje ontelbare formulieren invullen was alles in orde, en ben ik voor het komende jaar volgens de voorschriften keurig verzekerd.

Ondertussen waren we ook een DigiD-appgevecht aangegaan, voor manlief, want ikzelf heb de app al weken geleden op mijn telefoon kunnen installeren. Bij hem mislukte het activeren keer op keer, ondanks het feit dat hij gewoon in het bezit is van een paspoort met chip. Nu kun je dat volgens de instructie oplossen met een via een sms toegestuurde activeringscode, maar daarvoor moet je telefoonnummer wel bekend zijn. Hebben ze dat niet, dan kun je dat doorgeven… via de DigiD-app. Afijn, ook in Nederland word je dus van het kastje naar de muur gestuurd. De oplossing diende zich aan in de vorm van het aanvragen van een video call voor NL-ers in het buitenland, een hele vooruitgang, want tot een aantal jaren geleden moest je je persoonlijk vervoegen bij een DigiD-balie in Nederland als er iets met je DigiD aan de hand was. Dat hoeft dus niet meer.

Dat die video call mogelijkheid bestond, ontdekten we op een maandag. Opgewekt tikte ik alle gegevens in om zo’n afspraak te maken, niet wetende dat de afsprakendatabase alleen op vrijdagochtend wordt opengezet voor afspraken in de week erna. Daar kwam ik pas achter na een tip van een hier in Pilion wonende vriend. Op vrijdag lukte het me inderdaad om een afspraak te maken voor de dinsdagavond om halfnegen onze tijd. We kregen keurig een bevestigings-e-mail met instructies om ons vijf minuten voor aanvang in te loggen op een laptop en onze baliecode gereed te houden. Nu hadden wij die baliecode tot twee uur voor aanvang nog steeds niet ontvangen, dus toch vriend maar weer even geraadpleegd. ‘Die krijg je als je je DigiD aanvraagt,’  zei vriend. Iets wat wij niet hadden gedaan, aangezien manlief al jaren een DigiD heeft. Bleek dat we voor dat gesprek dus een nieuwe DigiD moesten aanvragen, wat gelukkig nog online kon. Tot onze opluchting kregen we inderdaad meteen een baliecode toegestuurd, zodat we alsnog keurig op tijd konden inloggen voor de geplande video call met de DigiD-baliemedewerker van balie 7.

Niet dus! Toen we netjes volgens de instructie op de button ‘code ontvangen’ drukten, kwamen we op de DidiD-website uit, waar we ons in moesten loggen met een activeringscode die met een A begon. Die hadden we niet, de baliecode begon met een B. En toen we om halfnegen de gestuurde video call inlogcodes intikten, kregen we te horen dat ze ongeldig waren. Na tien minuten stuurden we een wanhoopsmailtje: ‘We proberen in te loggen, maar het lukt niet!’ En zie, na vijf minuten kwam er een mailtje terug, met een nieuwe video call code. Pff, wat een opluchting, want we zagen al aankomen dat we alle handelingen weer opnieuw moesten doen, inclusief het wachten tot vrijdag om een nieuwe afspraak te maken voor de week erop. Over tijdrovend gesproken!

De nieuwe code werd snel ingetikt, en hoera, hoera, ineens verscheen op ons scherm een medewerkster, die ons wat vreemd aankeek. ‘Ik snap er niets van, want ik ben momenteel al in gesprek met mensen uit Chili, en nu komen jullie ook ineens bij mij binnen,’ zei ze verbaasd. We snapten er geen van allen meer iets van, maar ze beloofde ons na beëindiging van het Chili-gesprek alsnog te helpen en een seintje te geven als we weer konden inloggen. Een kleine tien minuten later ging inderdaad de telefoon en werden we verzocht in te loggen met de naar ons gestuurde code. Helemaal opgelucht dat we toch nog aan de beurt kwamen tikten we snel de laatst ontvangen code in, en plop, daar verscheen de Chili-mevrouw weer in beeld… terwijl ondertussen mevrouw van balie 7 aan de telefoon zei dat ze onze aanmelding niet binnen zag komen. Chaos en verwarring rondom!

Het kwam allemaal goed, gelukkig! De Chili-mevrouw van balie 8 nam ‘live’ het telefoongesprek van de balie 7-mevrouw over en loodste ons keurig door alle stappen heen die nodig waren om manliefs DidiD-app te activeren, zodat hij ook na 31 januari zijn Mijn Overheids-mailbox nog in kan om post van alle overheidsinstanties te lezen. Om halftien was het eindelijk allemaal voor elkaar, en ploften manlief en ik enigszins verwilderd op de bank neer. Al dat digitale gedoe met codes voor dit en codes voor dat werkt niet bepaald ontspannend, zal ik maar zeggen. Die Griekse bureaucratie kan ik na achttien jaar wel aan, maar die Nederlandse… Pff, daar word ik zo langzamerhand toch iets te oud voor, geloof ik… 😉

♥♥♥♥♥

 

Kerstcolumn uit Pilion

In Huize Hollander wordt Kerstmis dit jaar uitgebreid gevierd. Zoonlief komt namelijk hierheen, samen met zijn vriendin/levenspartner, die wij voor het gemak – en met toestemming – inmiddels gewoon schoondochter noemen. Het wordt de allereerste keer dat wij een kerst met ‘aanhang’ meemaken, dus alle reden om er een gezellig feestje van te maken. Een feestje dat de hele week gaat duren, want dat is dan weer het voordeel als je zo ver weg woont: ze komen niet alleen voor het kerstmaal, maar blijven meteen een hele week.

Ik kan me geen mooier kerstgeschenk voorstellen dan Kerstmis te vieren met het hele gezin, ook al betekent dat natuurlijk wel dat ik al wekenlang met de voorbereidingen bezig ben. Vooral het kerstmaal levert me hoofdbrekens op, want ik kook immers al jaren alleen met de feestdagen. Om de roestige vaardigheden een beetje op te vijzelen, heb ik echter al vanaf eind november het dagelijkse kookwerk van manlief overgenomen. Ik ben dus zogezegd ‘in training’, waaronder niet alleen het koken zelf valt, maar ook de inkoop en de maaltijdplanning. Tot nu toe lukt dat allemaal aardig, dus ik heb goede hoop dat het met de feestdagen ook gaat lukken. Maar ach, zelfs als het allemaal niet zo perfect op tafel komt als mijn bedoeling is, dan is dat helemaal niet erg. Het voornaamste is dat we bij elkaar zijn, dat we van en met elkaar kunnen genieten.

Dat het met elkaar de kerstdagen doorbrengen niet zo vanzelfsprekend is, dat weten we allemaal. We hoeven maar naar het journaal te kijken om te zien hoe gezinnen dagelijks uit elkaar worden gerukt. Oorlog, ziekte en armoede zorgen overal voor niet zulke fijne kerstdagen als we iedereen toewensen, en er is bar weinig wat we daaraan kunnen doen. Het enige wat we wel kunnen, is zo af en toe een helpende hand bieden waar dat nodig is. Zelfs een luisterend oor kan al genoeg zijn om iemand uit een diep dal te trekken, of een beetje hoop op betere dagen te geven.

Hoop, licht en vrede… Het zijn woorden die we allemaal kunnen gebruiken in deze onrustige tijden. En onrustig blijft het nog wel een poosje. De huizenhoge energiekosten, de oorlog in de Ukraine, het coronavirus dat nog steeds rondwaart, dat alles lost zich niet binnen een paar dagen op. Bovendien zullen de gevolgen ervan nog jarenlang voelbaar zijn. Geld en macht zijn voor velen nu eenmaal belangrijker dan een gelukkig mensenleven, dat is al eeuwenlang zo. Het enige hoopvolle wat we daaruit kunnen halen, is dat de wereld ondanks al die eeuwenlange ellende toch gewoon doorgegaan is met rond de zon te draaien. Hoewel dat laatste ook niet geheel zeker meer is als we de klimaatgeleerden mogen geloven…

Toch, ondanks alles, blijf ik geloven dat er licht is in de duisternis, hoop op een betere toekomst en vrede voor alle mensen. De kerstboodschap is toch niet voor niets door al die jaren heen blijven bestaan? Het leven bestaat nu eenmaal uit goede en slechte tijden, dat wisten we al, lang voordat de eerste aflevering van de gelijknamige soap op de televisie verscheen. Ja, we leven momenteel in een behoorlijk slechte periode, dat zal ik niet ontkennen, maar hé, ook in slechte periodes komt de zon gewoon iedere dag weer op om ’s avonds onder te gaan. Er is naast alle negatieve en sombere berichtgevingen gelukkig ook een heleboel positief nieuws te vinden. Je moet er alleen iets meer moeite voor doen, want slecht nieuws levert de media nu eenmaal meer kijkers en geld op dan goed nieuws.

Ik blijf geloven dat we de wereld alleen kunnen verbeteren als we bij onszelf beginnen. Als wijzelf niet liefdevol zijn, geen respect hebben voor anderen, onze kinderen alleen maar boosheid en negativiteit bijbrengen, hoe kunnen we dan verwachten dat het ooit anders wordt, dat die droomwereld uit John Lennon’s Imagine er ooit zal komen? Dat kan immers alleen maar als er genoeg ‘dromers’ zijn en als je alle ellende om ons heen bekijkt, dan is zo’n vreedzame wereld nog heel ver weg. Hoewel… volgens mij moeten er toch veel en veel meer ‘dromers’ zijn dan we door al die nare dingen uit het dagelijks nieuws geneigd zijn te denken. Waarom anders staat Imagine al heel veel jaren heel hoog in de jaarlijkse ranglijsten, hebt u daar weleens over nagedacht?

Ikzelf ben en blijf in ieder geval voor altijd zo’n Imagine- dromer en mijn kerstboodschap van dit jaar is simpel: wie u ook bent, waar u ook in gelooft, welke huidskleur u ook hebt, ik wens u allen HOOP, LICHT en VREDE toe. Maar bovenal wens ik u LIEFDE. Héél véél liefde, want één ding weet ik zeker: zonder dat kunnen hoop, licht en vrede niet bestaan… 😉

Fijne kerstdagen!      Καλά Χριστούγεννα!

♥♥♥♥♥

Vreemde capriolen

De heerlijk lange nazomer is hier inmiddels verdrongen door wat normaler herfstweer. Met nog steeds een zonnetje erbij valt het gelukkig erg mee; van guur, koud en somber weer is op dit moment geen sprake. Er is wel meer wind, wat betekent dat ons terras iedere ochtend vol ligt met de bladeren van buurvrouws notenboom. Aangezien buurvrouw in de winter in Volos woont, kieperen we de bijeengeveegde bladeren gewoon over de muur terug in haar tuin. Onze eigen abrikozenboom produceert meer dan genoeg gevallen bladeren om onze tuinplanten van een beschermende laag te voorzien, dus op die van haar zitten we echt niet te wachten.

Onze tuin ziet er trouwens nog steeds heel groen uit, maar dat komt voornamelijk door het weelderig opschietende onkruid, met name van de gele klaver. Die woekert in sneltreinvaart door de hele tuin heen, en hoewel ik zo hier en daar een gele bloemenzee in het voorjaar zeker kan waarderen, is het natuurlijk niet de bedoeling dat de klaver de hele tuin in bezit neemt. Normaal hebben we daar niet zo’n last van, omdat we de tuin in oktober altijd winterklaar laten maken door een paar stoere mannen. Maar ja, die warme nazomer, hè? Het liep echt de spuigaten uit, dus heb ik gisteren zes teilen klaver uit de tuin getrokken. Drie daarvan heb ik over het hek leeggekieperd in de tuin bij de achterbuurvrouw. En nee, dat is niet asociaal van me. Achterbuurvrouw heeft zo’n veertig kippen rondlopen, en die zijn gek op groenvoer. Het vervelende is alleen dat het hek aan de bovenkant scherpe puntjes heeft. Zo’n teil vol onkruid is best zwaar en als je die dan half boven je hoofd over een hek met puntjes wilt leegkieperen, dan kan het dus voorkomen dat je trui aan die puntjes blijft hangen. Vandaar dat het bij drie van de zes is gebleven, want tegen die tijd had ik behalve halen in mijn trui ook een paar fikse krassen op mijn arm opgelopen. Die andere drie heb ik toen maar op de composthoop leeggegooid, wat ook niet altijd even gemakkelijk was. Maar beter plat voorover op de composthoop dan bloedend aan het hek bungelen, toch?

Vreemde capriolen moest ik trouwens vorige week zondag ook al uithalen, tijdens een simpel op en neer wandelingetje naar Kala Nera. Het was heerlijk zonnig, er stond nauwelijks wind, en de temperatuur was zodanig dat ik mijn trui onderweg kon uittrekken. Het dorp was niet eens uitgestorven. Er liepen nog meer wandelaars rond, en ik zag zelfs een paar mensen in zee zwemmen. Ook de drie terrasjes die geopend waren, zaten behoorlijk vol met ‘koffiedrinkers na de kerkgang’. Zelf had ik niet zo’n zin om ergens iets te nuttigen, dus na een halfuurtje in alle rust op een bankje aan zee te hebben gezeten, besloot ik de terugtocht te aanvaarden. Het was inmiddels iets frisser geworden omdat het zonnetje verstoppertje speelde met de wolken en er stond ook meer wind vanuit zee. Aan het eind van de boulevard, waar de straat op de heenweg nog kurkdroog was geweest, sloegen nu de golven over de kade heen. Zo heel uitzonderlijk is dat overigens niet, hoor. Een stevige wind uit het zuiden gecombineerd met opkomend tij veroorzaakt op bepaalde plekken altijd van die hoog opspattende golven, dus ik dacht er verder ook niet over na.

Het zonnetje was intussen ook weer doorgebroken, wat de wandelvreugde alleen maar verhoogde. Tot ik de ‘heuvel’ bij camping Sikia afliep en eenmaal beneden tot de ontdekking kwam dat het strand waar ik op de heenweg zonder enig probleem overheen was gelopen inmiddels grotendeels verdwenen was! Nu mag je als ‘buitenstaander’ het campingterrein zelf niet betreden, maar in een geval als dit vind ik niet dat ik me daaraan hoef te houden. Het venijn zat echter in de staart, want tussen het eind van het campingterrein en het pad naar Kato Gatzea kun je alleen maar over het strand en is uitwijken niet mogelijk. Dat werd dus goed timen en een sprintje trekken wanneer de golven terugrolden om met droge voeten over te komen. Nu ben ik over het algemeen niet zo handig in dat soort dingen, maar het lukte me zowaar om al springend en rennend droog het pad te bereiken. Helemaal blij met mezelf liep ik bijna fluitend de boulevard van mijn eigen dorpje op – om na honderd meter tot de ontdekking te komen dat de golven ook hier tot aan de tuinhekken over de straat sloegen.

Natuurlijk had ik ervoor kunnen kiezen om een zijstraat in te slaan en ‘achterom’ naar mijn huis te lopen. Maar waarom zou je het makkelijk doen als het ook moeilijk kan? Het ergste wat me kon overkomen was een nat pak en daar ga je echt niet dood aan. Bovendien triggert zo’n spring- en rentochtje door de golven zeer zeker ‘het kind’ in een mens, zelfs als dat mens al aardig op leeftijd is. En dus legde ik in hinkstapsprong-tempo de laatste paar honderd meter naar huis af om de hoog opspattende waterdruppels en de achtergebleven plassen zo goed mogelijk te ontwijken. Dat lukte, maar op de hoek van de zijstraat naar ons huis werd het toch even penibel, want daar stond het echt helemaal blank, zoals je op de foto kunt zien. Eind goed, al goed. Het vergde weliswaar een paar laatste goed getimede sprongen, maar deze dame is toevallig wel zonder doorweekte schoenen thuisgekomen. En daar mag je als kersverse AOW’er toch best wel een beetje trots op zijn, vind ik zelf… 😉

♥♥♥

Kriebelbeestjes

We hebben een heerlijk warme nazomer, wat betekent dat niet alleen de flora, maar ook de fauna nog lang niet aan een winterslaap toe is. En dan heb ik het met name over de kriebelbeestjes die in een klimaat als het onze van voorjaar tot winter in overvloed aanwezig zijn… in de tuin of erger: in je huis. Meestal proberen we zo’n beestjesuitbraak te lijf te gaan met natuurlijke middelen. Zo staat er standaard een met geperforeerd aluminium afgedekt glas, half gevuld met azijn, op strategische plekken in onze badkamer en keuken.

Dat helpt niet alleen tegen de rioolvliegjes, maar ook tegen de fruitvliegjes in de zomer. Ze duiken door de gaatjes het glas in en verdrinken in de azijn. Misschien niet zo’n fijne dood, maar voor alles en iedereen toch beter dan een dot chemicaliën uit een spuitbus. Zien we in de keuken een colonne miertjes voorbijkomen, dan brengen we ze van het padje af door op de naad van muur en aanrecht een streep nootmuskaat of kaneel aan te brengen. Zijn we er vroeg genoeg bij, dan is dat voldoende om de uitbraak binnen de perken te houden. Zo niet, dan komt er toch zo’n spuitbus aan te pas, want ook al is onze lifestyle over het algemeen aardig milieubewust, soms is het gewoon echt nodig om gebruik te maken van chemicaliën. Die zijn ook niet voor niets uitgevonden, denk ik dan maar als ik op de knop druk.

Buitenshuis heb ik minder problemen met beestjes. Als ik in de tuin bezig ben, kom ik er heel veel tegen. Van de meeste heb ik geen enkel idee hoe ze heten of waar ze al dan niet nuttig voor zijn, maar zolang ze mij met rust laten, doe ik dat met hen ook. Leven en laten leven, nietwaar? Leuke beestjes zijn er ook, zoals de vrolijke vlinders in allerlei kleuren en maten, en natuurlijk de hagedisjes die goed gedijen in de warme zon. Hoe mooi die zijn, zie je eigenlijk pas goed als je de kans krijgt om een close-upfoto te maken. Wat helaas niet zo heel vaak gebeurt, omdat onze Krumpie zo’n beestje meestal eerder spot dan wij…

Met zoembeestjes heb ik meer moeite. Vooral voor wespen heb ik ontzag, al geldt ook hier de afspraak dat zolang zij mij met rust laten, ik hen rustig om me heen laat zoemen. Meestal vraag ik ze dan in gedachten beleefd doch dringend om alsjeblieft ergens anders te gaan zoemen, en wonder boven wonder helpt dat in de meeste gevallen. Anders wordt het als ze gaatjes gaan boren in de veranda om een nest te maken. Die gaatjes plak ik zo snel mogelijk af met plakband, wat over het algemeen voldoende is. Maar soms heb ik het niet in de gaten en ontstaat er toch ergens een wespennest. Zolang dat aan de veranda hangt, valt het nog wel simpel te verwijderen, zeker als het nog in een beginstadium is. Maar als het nest ongemerkt in een muur is ontstaan, dan heb je echt een probleem. Een groot probleem!

Dat overkwam ons dus een paar weken terug. Ik bespeurde ineens een toename aan wespen in de hoek naast mijn kantooringang. Ze vlogen af en aan, verdwenen achter de elektriciteitsleidingen en kropen blijkbaar zo de muur in, iets wat gezien de hoeveelheid wespen al enige tijd aan de gang was. Om bij mijn kantoor te komen, moest ik dwars door de aanvliegroute lopen, en daar was ik op z’n zachtst gezegd niet blij mee. Manlief – die het allemaal niet zo’n dringend probleem vond – beloofde er weleens iets aan te doen, en spoot er zo af en toe een buslading chemicaliën in. Dat hielp echter niet. De wespen bleven komen en het werden er steeds meer in plaats van minder.

Na weer zo’n gifactie van manlief stond ik samen met onze hulp op gepaste afstand voorzichtig om het hoekje te gluren om te zien of die krengen nu eindelijk eens een keer zouden begrijpen dat de muur verboden terrein was. Ineens voelde ik een piepklein prikje, dwars door mijn trui heen. In eerste instantie besteedde ik er eigenlijk niet eens aandacht aan. Tot het na een paar minuten steeds meer begon te jeuken en het tot me doordrong dat ik zeer waarschijnlijk geprikt was door een boze wesp. Nu ben ik in mijn leven al wel vaker door wespen geprikt, gelukkig altijd zonder allergische reactie, dus in dat opzicht kon ik mezelf gerust stellen. Minder leuk echter was de plek waar het beest had geprikt. Laten we het er maar op houden dat ik na een paar uur aan de linkerkant ietwat rondborstiger was dan aan de rechterkant.

Ik kan u nu uit ervaring vertellen dat een wespensteek op zo’n gevoelige plaats echt heel vervelend is. De zwelling en de jeuk verdwenen pas na een week, met achterlating van een grote blauwe plek. Gelukkig had manlief na dit voorval wel in de gaten dat er drastischer maatregelen nodig waren en heeft hij in plaats van gif het gat in de muur voorzien van een hele bus purschuim. Zelfs toen bleven de wespen nog dagenlang rond het nest zoemen om te proberen naar binnen te komen. Ik durfde echt mijn kantoor niet meer in. ‘Je moet geduld hebben, het duurt even voor ze het door hebben,’ zei manlief streng. Maar geduld is niet mijn sterkste kant, dus na een uitgebreide speurtocht op internet heb ik als ‘laatste redmiddel’ een glas met azijn gevuld, er een scheut citroensap in gespoten en er een handvol kruidnagels in gegooid. Dat heb ik samen met een doormidden gesneden ui onder de plek van het nest op de vensterbank gezet en zie… binnen een uur waren alle wespen weg.

Of de wespen het uit zichzelf eindelijk door hadden of dat mijn ‘wanhoopsactie’ daarbij een flink handje geholpen heeft… daar zijn de meningen hier in huis nog steeds over verdeeld. Maar één ding weet ik wel: dat glas blijft de komende tijd gewoon op de vensterbank staan, zeker weten 😉

♥♥♥♥♥