Een beetje gezellige blog schrijven valt zeker niet altijd mee. Een blog schrijven als je je niet lekker voelt, is echter een regelrechte ramp. Het enige waar je in zo’n geval eigenlijk over wilt schrijven is je eigen ellende, maar wie zit daar nu op te wachten? Er is al ellende genoeg op de wereld, nietwaar? Daarom zal ik u vandaag dus niet vervelen met een uitgebreid relaas over mijn allergische reactie op de medicijnen die ik kreeg voor mijn pijnlijke ischias. En nee, ook daarover ga ik het niet hebben, tenzij u me in een privéberichtje kunt vertellen hoe ik er zo snel mogelijk van af kom, want na twee maanden strompelen begin ik het wel behoorlijk zat te worden.
Nee, ik zet mijn eigen sores gewoon even aan de kant, want u als lezer verdient beter dan mijn kommer en kwel te moeten aanhoren. Hoewel kommer en kwel natuurlijk wel gewoon deel uitmaken van het dagelijks leven, dat weten we allemaal. We hoeven het journaal maar te bekijken om te zien hoeveel kommer en kwel er in deze wereld is. Niet te veel kijken dus, je wordt er alleen maar depressief van, en dat willen we niet. Nou ja, wij niet, maar de aandeelhouders van de farmaceutische bedrijven natuurlijk wel. Onze ellende levert hun heel veel centjes op, dus hoe depressiever wij zijn, hoe vrolijker zij worden. En rijker. Dat datgene wat ze ons in de maag splitsen niet altijd even goed is voor onze algehele gezondheid, zal ze worst wezen.
Of, zoals de dokter gisteren vrolijk tegen mijn doodzieke persoontje zei: ‘Maar, kyría, u hebt geen pijn meer in uw been, toch? En daar kwam u voor.’ Tja… het is maar net hoe je er tegenaan kijkt. Ook de dokter had trouwens last van kommer en kwel. Zijn praktijk lag in een leuk dorpstuintje met vrolijk bloeiende bloemen. Helaas ook in een buurt waar blijkbaar heel veel niet gecastreerde katers rondlopen, want de stank die ons tegemoet kwam toen we het hek opendeden, was werkelijk niet te harden. En als je dan toch al last hebt van misselijkheid, is dat geen leuke binnenkomst, dat kan ik u wel vertellen. Gelukkig had hij de ramen dicht, en viel het binnen wel mee, anders weet ik niet of ik mijn ontbijt wel binnen had kunnen houden.
Als ik het over katten heb, moet ik uiteraard ook meteen weer aan onze Jurgen denken, die nu al twee weken onder de boom achter in de tuin begraven ligt. Acht jaar was hij bij ons, die grote, sterke, grappige en zeer eigenwijze kater. Het is heel raar dat we niet meer naar de vloer hoeven te kijken als we een stap achteruit doen in de keuken; we waren er zo aan gewend dat hij altijd en eeuwig in de weg lag. Nu zullen we nooit meer op zijn staart trappen of hem stiekem een stukje vlees van ons bord laten jatten zoals wel eens gebeurde als hij tijdens onze maaltijd gezellig op zijn eigen stoel mee aan tafel zat. Oké, dat was niet iets wat we aanmoedigden, maar, eh… nou ja, dat was op de een of andere manier zo gegroeid in al die jaren. En hij had keurige tafelmanieren, hoor. ‘Jurgen, poot van tafel!’ hoefde je echt maar één keer te zeggen! Ach ja, van alle katten die we hier hebben rondlopen was hij toch wel een beetje ‘ons kindje’, waarschijnlijk omdat we hem al zo lang hadden.
Onze Miesje voelt de leegte in ons huis feilloos aan, en is nog knuffeliger geworden dan ze al was. Aan haar al dan niet gewenste liefkozingen ontkomen we niet. Als zij het in haar bol heeft, moet en zal er uitgebreid gekroeld worden. Sneaky als ze is, vinden we haar ook regelmatig opgerold op verboden kattenplekken, zoals ons bed. En als ze je dan met haar slaperige snoetje aankijkt vanuit haar warme holletje… nou ja, ik denk dat ik niet de enige in dit huishouden ben die dan net doet alsof ik haar niet gezien heb.
Zo gaat het dierenleven hier gewoon verder, ook zonder Jurgen. De laatste ‘aanwinst’ is Dimple, een rood-wit katertje van een maand of zeven, die afgelopen winter besloot dat hij bij ons wilde wonen. Dat zien wij alleen niet zo zitten, hoewel we hem net als de half wilde Kees en Frixos van de buren uiteraard wel een paar keer per dag van eten voorzien. Zeg maar eens nee tegen drie van die hongerlappen op je vensterbank. Maar Dimple vindt alleen voedsel niet genoeg. Hij moet altijd eerst flink geknuffeld worden voordat hij een hapje neemt. En of we dat wollige bolletje werkelijk nog heel veel langer buiten de deur kunnen houden? Ik vrees het ergste, want gisteren zag ik Miesje en Dimple al gezellig samen tikkertje spelen in onze woonkamer…
En zo glijdt ons Griekse leventje dus niet geheel zonder kommer en kwel naar het voorjaar. Winter hebben we tot nu toe niet gehad, op een paar sneeuwdagen na. Al weken zitten we overdag gewoon in ons T-shirtje buiten, en dit weekend liepen de temperaturen zelfs alweer op tot boven de vijfentwintig graden. Ongekend voor deze tijd van het jaar. We houden ons hart vast voor de zomer. Het wordt ofwel giga warm, of we krijgen juist alle regen die we nu niet gehad hebben.
Met andere woorden: hoe je het ook went of keert, het blijft toch eigenlijk altijd wel een beetje kommer en kwel, dat leven hier in Pilion 😉
als Gijs en Petra komen moet hij maar een paar goede steunzolen maken voor je baat het niet schaad het niet en je hoeft ze niet in te nemen dus ook een allergische reactie is ook uitgesloten ,
Veel plezier in ons favoriete vakantie land Yamas
Dank voor je reactie, Hans! Het was me al opgevallen dat ik met schoenen aan minder pijn heb dan zonder, en beter kan lopen. Jouw suggestie is absoluut een optie die ik met Gijs ga uitwerken. Van slikken heb ik voorlopig even meer dan genoeg. Al dat gif in je lijf kan niet goed zijn voor een mens, anders zou ik er toch niet zo heftig op reageren 🙁 En plezier blijven we wel houden, hoor, ondanks de kommer en kwel. Wie weet, misschien zien we jullie ook een keer hier in Pilion! Dan drinken we een tsipourootje 😉 Yammas!!!