Mijn hoofd staat vandaag niet zo naar het schrijven van een column. Zoals bij iedereen hakken de berichten over de huidige toestand in de wereld er flink in. Het is onvoorstelbaar dat opnieuw onschuldige miljoenen mensen in Europa moeten vluchten omdat een of andere machtswellusteling lak heeft aan alles en iedereen, en doet waar hij zin in heeft. Dat kon er ook nog wel bij, bovenop alle andere rampspoed van de afgelopen jaren. In een hoekje zitten jammeren schiet echter niet op, we moeten zo goed en zo kwaad verder met ons leven, ondanks die dreigende zwarte oorlogswolk die nu zo ineens zo heel dicht bij is.
Dat het hier vandaag regent, helpt ook al niet mee om een gezellig verhaaltje voor u op papier te zetten. Mijn normaal gesproken optimistische kijk op de wereld is momenteel ver te zoeken, maar om nu al mijn negatieve klaagzangen met u te delen schiet ook niet op. Daar worden u en ik niet vrolijker van. ‘Tel uw zegeningen, tel ze een voor een…’ is het motto dat ik van jongs af aan heb meegekregen, en vandaag is zo’n dag dat ik dat zegeningen tellen broodnodig heb. Het regent, ja, maar ik heb een stevig dak boven mijn hoofd dat gelukkig maar heel zelden druppels doorlaat. Onze nieuwe kachel doet het fantastisch – nou ja, als je er op tijd hout opgooit. Het is geen centrale verwarming, dus je moet wel regelmatig uit de luie stoel komen om het vuur brandende te houden. Schuifjes, grote en kleine kleppen… ze moeten allemaal op tijd open dan wel dicht gedaan worden, want anders verandert dat lekkere vuurtje al heel snel in een rokerig zwart hoopje as en kun je weer helemaal overnieuw beginnen. Inmiddels heb zelfs ik het vuurtje stoken redelijk onder de knie, al kan ik het in mijn enthousiasme nog weleens te goed doen. Negenentwintig graden is wel een beetje erg warm, dat geef ik ruiterlijk toe. Maar hé, dan zetten we gewoon een raampje open, want we hebben een prima afdak, dus die regen blijft keurig netjes buiten.
Dankbaar ben ik ook voor het schone water dat – bijna – iedere dag gewoon uit alle kranen stroomt die we in en buiten ons huisje hebben. Je zult toch maar de hele dag met flessen moeten zeulen om een simpel kopje koffie te kunnen maken. Of een gevulde emmer naast je wc-pot moeten hebben staan om je grote boodschap weg te spoelen. Eigenlijk is die wc-pot in huis op zich al een zegen, want je moet er toch niet aan denken dat je iedere keer – ook in de regen! – naar buiten moet rennen als je aandrang hebt! Ik heb nooit begrepen dat mensen het heerlijk vinden om te kamperen en dan met zo’n wc-rol onder hun arm vrolijk fluitend op zoek gaan naar een wc waar velen voor hen die dag ook gebruik van hebben gemaakt. Ik vrees dat mijn jeugdige KLM-verleden met overnachtingen in luxe hotels als de Hilton mij voorgoed hebben verpest voor dat soort geneugten. Ik hou van comfort, van zachte bedden en sanitaire voorzieningen die ik niet hoef te delen met anderen. En ik ben in de gezegende omstandigheid dat ik iedere dag opnieuw dat comfort heb.
Een zegen vind ik het ook dat ik de vrijheid heb om al dan niet mijn uren te besteden aan werk waar ik echt plezier in heb. Als ik me niet zo lekker voel, of gewoon geen zin heb omdat het zonnetje zo heerlijk schijnt, dan hoef ik aan niemand verantwoording af te leggen als ik de klep van mijn laptop lekker dicht laat. Dat mag ik allemaal zelf bepalen. Dus ja, ook dat is zeer zeker een van de zegeningen die ik moet noemen. Maar bovenaan staat natuurlijk de zegen dat ik al drieënveertig jaar mijn leven mag delen met een man die in voor- en tegenspoed aan mijn zijde staat. Een man die het vuurtje stoken veel beter onder de knie heeft dan ik, en precies weet wat er aan de kraan mankeert als er eens een keertje geen water uit komt. Een man die mij iedere dag een gezonde maaltijd voorzet, omdat ik anders vergeet om te eten en er ook nog eens voor zorgt dat onze voorraadkasten altijd meer dan genoeg gevuld zijn. Een man waarmee ik kan lachen en huilen, met wie ik ruzie kan maken, maar vooral een man die van mij houdt, ook als ik loop te klagen over alles waar ik eigenlijk niets over te klagen heb…
Juist in moeilijke tijden is het hardop benoemen van je zegeningen een must. Al die ‘simpele’ dingen die we eigenlijk zo heel vanzelfsprekend vinden, zijn voor het gros van de mensheid immers helemaal niet zo vanzelfsprekend. Ze kunnen je ook zomaar afgenomen worden, als een of andere idiote machtswellusteling het op zijn heupen krijgt. Zegeningen zijn niet dat grote jacht, die dure auto, dat prachtig ingerichte huis. Je bent gezegend als je kunt beschikken over de basisdingen waar ieder mens recht op heeft: een dak boven je hoofd, schoon water en een veilige leefomgeving voor al je dierbaren. Als je daarbovenop ook nog eens gezegend bent met een goede gezondheid, dan ben je ondanks alles wat er in je leven speelt, een meer dan gelukkig mens!
Het is goed om dit soort dingen zo af en toe hardop tegen jezelf te zeggen, jezelf een figuurlijke schop onder het achterste te geven. We zijn zo gewend om te klagen over van alles en nog wat, maar misschien moeten we onszelf eens wat meer trainen in het tellen van onze zegeningen. Daar heb je echt geen dure cursus of een wellness goeroe voor nodig. Een peptalk-column lezen uit het verre Griekenland volstaat ook 😉
♥♥♥
Onze nieuwe jaar begon nogal heftig, met een ingestort kantoordak, lekkage tijdens een twee dagen durende kletterende regenbui, urenlange stroomonderbrekingen, pijnlijke tandartsbezoeken en als klap op de vuurpijl een sneeuwstorm die het hele land verlamde. Ook bij ons viel er meer sneeuw dan we in jaren gezien hadden, maar gelukkig duurde het maar vierentwintig uur. Daarna kwam het zonnetje weer tevoorschijn en waren de wegen alweer snel begaanbaar. Maar tel daarbij een wat kwakkelende gezondheid van ondergetekende, het trieste overlijden van onze buurvrouw plus nog wat verdrietige berichten vanuit Nederland, en u zult begrijpen dat het niet echt een leuke start van het nieuwe jaar was. De uitgebreide versie van onze avonturen schreef ik al in mijn
Oudejaarsdag vind ik echt zo’n dag van gemengde gevoelens. Aan de ene kant ben ik blij dat het jaar er weer op zit, aan de andere kant voel ik heel sterk de grote onzekerheid over het jaar dat komt. Ik kijk terug op wat geweest is, vraag me af of het nieuwe jaar beter, slechter of net zo goed zal zijn, en omdat niemand daar ook maar iets zinnigs over kan zeggen, neem ik met een lach en een traan gewoon nog maar een hap van mijn oliebol of een slok van mijn wijntje. Nou ja, zo vergaat het mij altijd, voor u kan dat natuurlijk totaal anders zijn. We hebben allemaal onze eigen manier om om te gaan met dit soort dagen en dat is maar goed ook. De wereld zou behoorlijk saai zijn als we allemaal hetzelfde waren, toch?
Langzaam stevenen we af op het einde van alweer een woelig jaar. Net als bij jullie zijn ook hier de coronamaatregelen weer aangescherpt, waarbij vooral de niet-gevaccineerden flink aangepakt worden. Zo kom je vanaf deze week de niet-essentiële winkels, restaurants, musea etc. niet meer binnen zonder QR-code en identiteitsbewijs, een drastische maatregel die hier gelukkig niet tot grove gewelddadigheden hebben geleid zoals die in Nederland hebben plaatsgevonden. Ook de booster-shots zijn hier al in volle gang, en ondergetekende was meer dan happy om er eentje te krijgen. Mijn eenmalige ‘Johnson-shot’ dateerde al vanaf mei, en met de vierde golf in volle gang geeft zo’n boost mij persoonlijk toch weer wat meer rust. Voorzichtig blijven we nog steeds, maar het ‘achter de geraniums zitten’ is voor ons dankzij die vaccinaties toch wel voorbij.
Het staat zo jaloersmakend exotisch in mijn biografie: ‘Auteur Wilma Hollander schrijft haar boeken en verhalen onder de druivenranken op haar zonnige terras in het mooie Griekenland…’ Het is de droom van menig schrijver, maar zoals heel veel dromen is de werkelijkheid toch net even anders. Ja, ik schrijf inderdaad regelmatig op mijn terras onder die druivenranken – maar wel met de vliegenmepper en de anti-muggenspray onder handbereik. Over de krijsende zaag van de buurman, de blaffende honden, de krolse katten en de jengelende buurkinderen – en de fluitende buurman niet te vergeten – praten we natuurlijk niet. Dat zou het romantische imago van ‘de Hollandse schrijfster in Pilion’ heel wat minder romantisch maken, nietwaar?