Gelukkig Nieuwjaar

Als het even kan, kijken wij op Oudejaarsavond via de BBC naar de traditionele Schotse Hogmanay (Nieuwjaarsfeest) in Edinburgh. Dat deden we al in Nederland, en sinds we hier digitale tv hebben, ook in Griekenland. “Wat zouden we het graag een keer ‘live’ willen meemaken, dit prachtige spektakel,” verzuchten we ieder jaar weer. Het is er nooit van gekomen, en of dat ooit zal gebeuren, betwijfel ik, want eigenlijk zijn we die wens een paar dagen later alweer vergeten. Tot de volgende Hogmanay 😉

Dit jaar gaat de Hogmanay 2020 niet door, de opgelegde wereldwijde restricties geven geen ruimte om het oude jaar massaal uit te zwaaien. Gelukkig hoeven we het niet helemaal zonder ons Schotse Eindejaarsgevoel te doen, want de onderstaande video’s brengen het afscheid van het oude jaar heel mooi in beeld. En hoewel ik lang niet alles versta van de woorden die de beelden begeleiden, voel ik ze wel, rechtstreeks in mijn hart. Het gaat over afscheid nemen van een jaar dat nog heel lang na zal dreunen, wereldwijd en dicht bij huis. Een jaar vol verdriet, frustraties, boosheid en onbegrip… Maar ook een jaar waarin buren elkaar leerden kennen via hun balkons, een jaar waarin ‘negatief’ voor het eerst een positief woord bleek te zijn, een jaar waarin we dankbaar leerden te zijn voor dat wat we wel konden.

Mijn wens voor 2021 is dat we die dankbaarheid voor dat wat er werkelijk toe doet, niet zullen vergeten. Ik hoop oprecht dat we ondanks alle ellende toch iets hebben geleerd van al dat verdriet, van het ongemak, van het besef dat we het leven niet ‘onder controle hebben’. En natuurlijk wens ik met heel mijn hart dat we een beter jaar tegemoet zullen gaan, zodat we elkaar heel binnenkort weer ‘legaal’ mogen omhelzen en vasthouden en knuffelen.

Vanavond om middernacht zal ik proosten op het nieuwe jaar, met een opgeluchte lach dat ik dit jaar gezond mag afsluiten, maar ook met een traan voor alle mensen die veel te vroeg afscheid hebben moeten nemen van dit leven door een virus dat zoveel verwoest heeft. Vanavond om twaalf uur zing ik het Auld Lang Syne uit volle borst, niet hand in hand in een grote kring van familie en vrienden, maar in de warme omhelzing van mijn echtgenoot. En samen verwelkomen we het nieuwe jaar, met licht en hoop in ons hart…

GELUKKIG NIEUWJAAR 

   ΚΑΛΗ ΧΡΟΝΙΑ 

HAPPY NEW YEAR

BLIADHNA MHATH UR

♥♥♥

 

Kerstcolumn 2020

Vrede op aarde, en in de mensen een welbehagen. Dat zongen we vroeger als kind uit volle borst tijdens de middernachtelijke kerstdienst op 24 december, waarna we ons door de kou – o, wat waren die ‘zondagse’ nylonkousen dun! – naar huis repten om bij de mooi opgetuigde kerstboom een stukje kerststol en een kop hete chocolademelk – ugh, dat vieze vel! – te nuttigen, om vervolgens moe maar tevreden in ons warme bed te kruipen. ‘Wat waren ze mooi, die kerstmissen uit onze jeugd,’ zeggen we dromerig, zelfs al weten we diep vanbinnen ook wel dat ze bij lange na niet zo leuk en gezellig waren als we nu zo graag beweren. Dat is namelijk wat tijd voor je doet: scherpe randjes weghalen en terugkijken door een roze gekleurde bril. Ook in mijn jeugd woedden er oorlogen in de wereld, was het grootste deel van de bevolking in het naoorlogse Nederland straatarm, en leefden velen in angst voor de Bom die geheid zou vallen ­– maar of dat voor of na de komst van de Russen en de communisten zou zijn, dat was natuurlijk de grote vraag.

In de jaren erop kwam de welvaart, met als gevolg dat dingen die in mijn jeugd afgedaan werden als Science fiction, nu tot de dagelijkse werkelijkheid behoren. Nooit had ik kunnen denken dat ik, net als mijn helden uit The Thunderbirds en Star Trek, het nog eens heel gewoon zou vinden om een telefoongesprek te voeren waarbij ik de ander op een klein beeldschermpje kan zien. De technologie heeft in mijn ruim zestig levensjaren een spurt gemaakt die werkelijk ongelooflijk is, iets waarover ik me, iedere dag weer, gigantisch kan verbazen. Helaas heeft die vooruitgang ons ook heel veel afgenomen, want anno 2020 verspreiden onvrede en onbehagen zich bijna nog sneller dan het virus. Het is zelfs zo erg dat ik zo langzamerhand bijna terugverlang naar de tijd waarin het ‘kop dicht en doen wat er gezegd wordt!’ heel normaal was. En dat terwijl ik me daar in mijn jeugd heel erg tegen heb afgezet.

ComplottheorieĂ«n en angstzaaierij zijn van alle tijden. PandemieĂ«n en dodelijke ziektes ook. Zo bezweek mijn opa van moederskant aan de Spaanse griep, mijn oudtante kreeg polio en moest haar leven lang een beenbeugel dragen om zich te kunnen voortbewegen, en zelf overleefde ik als baby ternauwernood kinkhoest. Gelukkig boekte de wetenschap ook op dit gebied vooruitgang en ik weet zeker dat een volgende generatie op ‘corona’ terug zal kijken zoals wij dat nu doen op de pest en de pokken en de cholera, allemaal ziektes die voor ‘donkere tijden’ hebben gezorgd. En juist in die donkere tijden was er altijd dat ene feest dat hoop en licht bracht; het feest van Kerstmis.

Ik vind het heel erg om te horen dat er mensen zijn die vinden dat er dit jaar met Kerstmis niets te vieren valt, alleen omdat ze die kerstdagen op een andere manier moeten doorbrengen dan ze hadden verwacht. Nee, je kunt niet uit eten, en het is beter om nu even niet op ski-vakantie te gaan. En dat feestje met collega’s en vrienden moet minstens een paar maanden uitgesteld worden, en ja, de toekomst van je onderneming is onzeker, en dat ontslag hakt er gigantisch in. Ik snap dat allemaal best, maar tegelijkertijd denk ik: wat zeur je nou? Je hebt een dak boven je hoofd, een kachel die brandt, een douche met warm water. Er is zowaar een financieel vangnet, zelfs als dat minder is dan je zou willen. Je kunt boodschappen doen bij de super, met je gezin spelletjes doen rond de kerstboom, een boek lezen of een Zoom-diner organiseren. Je hoeft niet in de kou naar het front om anderen dood te schieten, je hoeft niet in angst te zitten dat je wordt platgebombardeerd. Je moet alleen thuis blijven en gewoon een paar maanden doen wat je gezegd wordt. Hoe erg is dat nou helemaal?

Kerstmis betekent voor mij nog steeds een feest van hoop en licht. Vrede en welbehagen vind je niet in warenhuizen en verre oorden. Je vindt het in jezelf, wanneer je beseft dat de mens nooit en te nimmer de baas is over het leven. De teugels in handen hebben, controle uitoefenen… Het zijn loze kreten, want in het universum is de mens maar een piepklein stipje, dat uitgeroeid kan worden door een op hol geslagen virus, veroorzaakt door de arrogantie van diezelfde mens. Aan het begin van dit jaar had ik nog hoop dat er een ommekeer zou komen, dat we als mensheid zouden gaan beseffen dat het tijd is om meer respect te hebben voor de aarde waarop we leven omdat we zijn doorgeslagen in onze welvaart en meer kapot maken dan goed voor ons is. Nu, aan het eind van een jaar dat voor velen heel veel verdriet heeft gebracht, weet ik dat die hoop tevergeefs is. Dat ‘men’ ieder ander de schuld geeft, behalve zichzelf. Dat op vakantie gaan belangrijker is dan de verspreiding van het virus tegen te gaan en vooral dat de wereldwijd genomen maatregelen blijkbaar alleen gelden voor anderen.

De naweeĂ«n van 2020 zullen heftig zijn en nog jaren doordreunen. Mijn hart gaat uit naar degenen die alles waar ze heel hard voor hebben gewerkt zien instorten, naar degenen die dierbaren te vroeg hebben moeten verliezen, naar degenen die het virus bevochten hebben en niet weten of ze ooit weer degenen zullen zijn die ze waren. Kerstmis 2020 is anders dan anders, dat zal ik niet ontkennen, maar ik hoop dat deze dagen van hoop en licht een ieder – ondanks de onzekere tijden waarin we ons bevinden – toch vrede en welbehagen zullen brengen. Al was het alleen maar in onszelf.

Ik wens jullie allen een mooie kerst en een gelukkig, maar vooral gezond 2021!

♥♥♥♥♥

https://www.youtube.com/watch?v=glh4XCjQThc

Licht in de duisternis

Hoewel mijn roman De Zomer van 1970 nog maar net het levenslicht heeft gezien – nu ook te lezen als e-book via je Kobo-abonnement! – ben ikzelf alweer een aantal weken aan het kennismaken met mijn nieuwe hoofdpersonen. Dat is nogal een lastig proces, want ik loop daarbij altijd tegen een hoop problemen op, vanwege hun eigenzinnigheid. Natuurlijk heb ik van tevoren best een aardig idee over hoe ze zouden moeten zijn en wat ze zouden moeten doen. Het vervelende is echter dat het zo niet werkt. In ieder geval niet bij mij. Zo had ik keurig bedacht dat ik met Evelien zou beginnen. Over haar zou het eerste deel van de door mij geplande nieuwe trilogie gaan. Maar terwijl ik met Evelien de eerste woorden op papier aan het zetten was, bleef haar vriendin Adùle steeds weer in mijn oor toeteren dat zíj als eerste wilde. En hoe ik haar ook negeerde en iedere dag braaf samen met Evelien aan mijn werktafel plaatsnam, ze hield niet op met toeteren. Na vier vruchteloze weken – Eveliens verhaal schoot maar niet op – heb ik de handdoek in de ring gegooid en besloten om dan in vredesnaam toch maar met Adùle in zee te gaan.

Een goed besluit, want de woorden rollen nu achter elkaar mijn computer uit, in tegenstelling tot die eerste paar weken. ‘Luisteren naar je innerlijke stem’ noem ik dat, iets waar ik dus blijkbaar nog steeds moeite mee heb. In mijn schrijversleven gaat dat gelukkig steeds beter, maar in mijn gewone dagelijkse leven ben ik toch eerder geneigd om naar de stem van mijn verstand te luisteren. En dat is maar goed ook, want het zou echt een flink zooitje worden als we allemaal altijd alleen maar naar onze ‘innerlijke stem’ zouden luisteren. Stel je voor dat je innerlijke stem je influistert dat je nog steeds president van Amerika bent, ook al zegt de verkiezingsuitslag dat je dat niet meer bent. Grote kans dat je dan op een bepaald moment toch in een dwangbuis je Witte Huis uit wordt gedragen, en dat allemaal terwijl medelandgenoten bij bosjes sterven omdat jij te druk bent met het luisteren naar je innerlijke stem en geen tijd hebt om hen te beschermen tegen een levensbedreigend virus dat ondertussen vrolijk doorgaat met wat virussen nu eenmaal graag doen: zich vermeerderen.

Tja, we maken er maar een grapje over, maar dieptriest is het allemaal wel. Zo langzamerhand zitten we al bijna een jaar met dat virus opgescheept, en de enige die er vrolijk van wordt is dus dat virus zelf. ‘Corona-moe’ is de term die ik regelmatig hoor bezigen, en ik kan me daar zeker iets bij voorstellen. Als schrijfster ben ik het wel gewend om weken- en soms zelf maandenlang nauwelijks een voet buiten de deur te zetten. Maar dat doe ik vrijwillig, en dat is toch heel anders dan wanneer je die deur niet uit mĂĄg – tenzij je er een door anderen bepaalde goede reden voor hebt. Dus ja, corona-moe ben ik zo langzamerhand ook wel. Het nieuws dat er een vaccin in aantocht is, doet me dan ook zeer veel deugd. Geloof me, ik sta als een van de eersten in de rij om zo’n prik te halen. En die eventuele bijwerkingen op lange termijn waar iedereen het over heeft? Nou, daar maak ik me echt geen zorgen over. Natuurlijk hoop ik net als iedereen nog tig jaar mee te gaan, daar doe ik ook heel erg mijn best voor, maar nuchter nadenken kan ik wel. Ik heb inmiddels de leeftijd bereikt waarop ik als het tegenzit misschien nog maar een jaar of vijf – of tien of twintig? – voor de boeg heb. Dat weet je immers nooit, hoelang en op welke manier je nog hebt te gaan, nee, ook niet als je jong bent. Die o zo kostbare levensjaren wil ik toch echt op een leuke manier doorbrengen, en niet angstig verscholen achter mijn huisdeur opdat het dan misschien wel zes – of elf of eenentwintig – jaren zullen worden. Dus dat vaccin mag van mij heel snel op de markt gezet worden, zeker weten!

“Mam, als het kan, hopen we in februari naar jullie toe te komen,” zei zoonlief onlangs in een videochat. En hoe heerlijk zou dat zijn! Chatten en skypen en appen is allemaal leuk en aardig, maar wij zijn niet zo’n gezin dat elkaar spontaan alle lief en leed laat meebeleven via dat soort kanalen. Ditjes en datjes, dat zeker, die andere, wat diepgaandere gesprekken komen bij ons echter pas als we wat langer bij elkaar zijn. Maar dat laatste is nu dus al bijna twee jaar geleden. We verlangen er dan ook heel erg naar om zoonlief en de vrouw met wie hij nu al bijna een jaar lang samen is eindelijk in onze armen te kunnen sluiten, niet digitaal, maar in het echt. En ja, dat is zo belangrijk voor ons, dat we dat vaccin liever vandaag dan morgen in ons lijf laten spuiten. Want ‘morgen’ kan het te laat zijn…

Of het leven in februari weer enigszins normaal zal zijn, betwijfel ik, maar hopen kan altijd. Daarom ook hou ik zo van Kerstmis, het feest van het licht dat hoop en liefde brengt. Twee dingen die we in 2020 zo heel hard nodig hadden, maar waar weinig van te merken viel. Grimmig en grauw was het dit jaar, ook als de zon volop scheen. Of misschien overdrijf ik nu, dat kan best. Dat doe ik namelijk wel vaker in de periode dat de blaadjes aan het vallen zijn. Ook daarom ben ik blij met december, blij met het vooruitzicht dat we ondanks alle donkere winterdagen toch op weg zijn naar het heerlijke voorjaar, naar het nieuwe leven dat altijd weer ontspruit uit de veel te koud geworden grond.

Daarom ook, lieve lezers, wil ik u, al is het nog een beetje vroeg , nu al hele fijne kerstdagen toewensen. Zelfs als het een andere, soberder en eenzamere Kerst is dan we eigenlijk zouden willen. Laten we hier en nu gewoon met elkaar afspreken dat we van Kerst 2020 één groot feest van hoop en liefde zullen maken, en ondanks alles met licht in ons hart op weg gaan naar 2021. Corona-moe of niet, één ding weet ik namelijk heel zeker: pandemieĂ«n zijn er altijd geweest en zullen er altijd weer komen. Het goede nieuws is echter dat ze ook weer voorbij gaan… 😉

KALA XRISTOUYENNA! PRETTIGE KERST!

Yiasou uit Pilion!

♥♥♥♥♥

Terrasjes aan zee

De Griekse herfst is nogal onstuimig van start gegaan met een heuse Medicane, die een verwoestend spoor trok over het hele land. In de dagen erna kelderde de temperatuur van tegen de dertig naar zo’n achttien graden, zodat ik de dikke sokken en de warme joggingbroek maar uit de winterkast heb gehaald. Inmiddels liggen ze er ook weer in, want na dat koude herfstweer klaarde de boel snel op, en ze zeggen zelfs dat we komend weekend een ‘kleine hittegolf’ tegemoet kunnen zien. Zeer wisselvallig weer dus, net zo wisselvallig als dat stomme virus dat momenteel ons leven beheerst. Gelukkig gebeuren er ook nog veel positieve en gezellige dingen, en de kunst is natuurlijk om die tussen alle verwarring en angsten door te blijven zien. Mij lukt dat altijd beter als het zonnetje schijnt en de temperatuur op een aangename hoogte blijft hangen, en in dat opzicht valt er de laatste dagen dus weinig te klagen. De uitnodiging om een keertje koffie te gaan drinken met een Duitse Facebook-bekende die een paar dagen op de nabijgelegen camping stond nam ik dan ook graag aan, al ken ik haar niet echt goed. We hebben elkaar in de afgelopen jaren misschien twee of drie keer gezien, dus dat ik de vrouw die mij op de boulevard samen met een man stond op te wachten niet meteen herkende vond ik wel logisch. Op onze leeftijd komt het immers regelmatig voor dat vriendinnen als blonde blommen vertrekken om het jaar daarop als grijze dames weer terug te keren. En die man… Ach, die had ze vast op de camping opgeduikeld, want ik wist heel zeker dat ze single was, omdat ze vanwege een vervelend ex-vriendje haar Facebook-naam een paar keer had veranderd.

‘Goh, ik had je gewoon niet meer herkend als ik je op straat was tegengekomen,’ flapte ik er dan ook meteen uit na de eerste wat voorzichtige begroeting. ‘Staat je goed.’ Ze keek me een beetje raar aan, dus ik voegde er aarzelend aan toe: ‘Jij bent toch Karin? Wij hadden toch afgesproken?’ Ik begon ineens te twijfelen of ik wel de juiste persoon had aangesproken, maar ze stelde me meteen gerust. Ja, zij was Karin en wij hadden afgesproken, we kenden elkaar van FB. ‘Ja, en van mijn vriendin uit Agios Georgios,’ riep ik, opgelucht dat ik het toch goed had gehad. Opnieuw dat fronsen. ‘Nee, die ken ik niet, wel Alex, van de fietsenwinkel,’ zei ze. Dat klopte, want daar huurde ze in het verleden altijd een mountainbike,  maar dat ze die vriendin van mij niet meer kende was wel raar. Juist door haar hadden we elkaar toch leren kennen? Dat leverde alweer zo’n verwarde blik op. ‘Eh… volgens mij hebben wij elkaar nog nooit ontmoet,’ mompelde Karin, die steeds benauwder begon te kijken. ‘We kennen elkaar alleen van FB. Maar na al die jaren leek het me leuk om je ook persoonlijk te leren kennen, dus daarom heb ik je dat berichtje gestuurd…’ Tergend langzaam drong het tot me door dat ik daar dus met een voor mij totaal onbekend echtpaar op de boulevard stond, omdat ik van het begin af aan blijkbaar de verkeerde Karin voor ogen had gehad. Wat een blamage! Maar het volgende moment kon je mij dus tot boven in Agios Georgios horen schateren. Zoiets kan alleen mij maar overkomen, ik zweer het je. Het waren ook helemaal geen Duitsers, maar Zwitsers, en zij heette niet eens Karin maar Karen… Gelukkig is het allemaal goed gekomen, en werd het bij de koffie zo gezellig dat we erna ook nog maar een hapje zijn gaan eten. Zo’n zwoele nazomeravond aan zee wil ik natuurlijk wel goed benutten, of het nou met bekende of Ăłnbekende FB-vriendinnen is.

En zie, gistermiddag zat ik alweer gezellig op een terras aan zee, samen met manlief, ditmaal voor een lunch van tsipouro met hapjes. Een ‘galgenmaal’ eigenlijk, want vanaf vandaag is onze geliefde tsipouro-stek To Balconi gesloten. De zaak gaat wel weer open, ergens in het voorjaar, maar dan in een nieuw jasje en zonder de bij vele Piliongangers bekende Apostolis, aan wie ik in het verleden al eens een hele column heb gewijd. Zestien jaar bestierde hij zijn ouzeri aan het einde van het dorp, zestien jaar waarin er heel wat tsipourootjes doorheen zijn gegaan. Wij kwamen er graag, ook al wist je van tevoren nooit of het eten wel of niet te pruimen zou zijn, en of de borden met een glimlach dan wel met een grauw op tafel werden gezet. Of ze ĂŒberhĂĄĂșpt wel op tafel zouden komen, want naar oud-Griekse gewoonte kun je ook gewoon met zijn allen uit één schaaltje prikken. Ieder zijn eigen vorkje, een schaal met gebakken visjes in het midden, een mandje met brood, wat schoteltjes met feta en taramosalade, een groene salade erbij, een paar flesjes tsipouro en klaar ben je. Niet aan iedere toerist besteed, zoiets, maar dat maakte Apostolis niets uit. Wie erover klaagde, zette hij gewoon van het balkon af met de boodschap dat-ie dan maar ergens anders heen moest gaan. Hilarische, mooie en gezellige momenten hebben we er beleefd, en ik zal beslist niet de enige zijn die ‘onze Apostolis’ zal missen.

Het is toch wel een beetje het einde van een tijdperk, zeiden we tegen elkaar, toen we thuis waren. En dat is het, al geldt dat niet alleen voor het sluiten van een legendarische ouzeri in ons kleine dorpje. De wereld die wij begin 2020 zo normaal vonden, bestaat niet meer, ook dat tijdperk is helaas voorgoed ten einde. Het enige wat we kunnen doen is positief blijven en hopen dat het leven ooit weer een beetje gezelliger zal worden. En tot die tijd… Tot die tijd maken we er maar gewoon het beste van – met of zonder een tsipourootje van Apostolis… 😉

♥♥♥♥♥

 

 

 

Een mooie wandeldag

Kent u die heerlijke Britse serie The Durrels, over het Engelse gezin dat in de jaren dertig vier jaar op Corfu woonde? Vast wel. Een ieder die Griekenland een warm hart toedraagt, heeft die serie gezien. De eigenwijze kinderen, de vaak tot wanhoop gedreven moeder, de exotische dieren die door Gerald liefdevol verzorgd werden, en natuurlijk niet te vergeten het typisch Griekse eilandleven… Het was een serie om van te smullen en ik zal niet de enige zijn die het jammer vindt dat er geen vijfde seizoen komt. Net als ik hebt u natuurlijk altijd gedacht dat hun grote, half uit elkaar vallende huis-aan-zee in Corfu stond. Nou, ik heb nieuws voor u. Dat huis staat namelijk gewoon in Pilion! Hier vlakbij ook nog eens, in het twee dorpen verderop gelegen Koropi, in de volksmond ook wel Boufa genaamd.

Ik liep er gisteren zomaar ineens tegenaan, tijdens een heerlijk ontspannende wandeling met twee vrienden, die mij spontaan hadden uitgenodigd om een keertje met hen mee te wandelen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik zelden in Koropi kom. Het dorpje zelf is klein, maar heeft een mooi langgerekt zandstrand met een aantal bar/restaurants. Ik weet nog dat we daar voor het laatst een paar jaar geleden ’s avonds naartoe zijn gewandeld met mijn jeugdvriendin Petra en haar man, voor een gezellig etentje bij zonsondergang. Vanuit Kala Nera is het een niet al te lange wandeling die je helemaal langs het strand kunt afleggen. Er is alleen één probleem: bij hoogwater verdwijnt het strand zo hier en daar, en zul je door het water moeten waden. Die bewuste avond was het geen hoogwater, en konden we redelijk droog doorlopen, al moesten we ergens wel een gedeelte over een wat wankele beschoeiing schuifelen. Een beetje avontuurlijk gedoe was het wel, maar dat vinden wij en de meesten van onze vrienden niet zo erg. Voor een heerlijk ontspannen etentje aan het strand als beloning hebben we zo’n wandeling met hindernissen graag over.

Na aankomst zochten we in opperbeste stemming een mooi tafeltje uit, op het terras, aan de rand van de zee. We leunden relaxt achterover, bestudeerden de kaart en krabbelden ondertussen wat afwezig aan onze onderbenen. En onze armen. En aan alles wat verder onbedekt was! Vreselijk was het, en het werd steeds erger, want in de inmiddels gevallen avondschemering verzamelden alle muggen uit de omgeving zich daar aan de rand van de zee, op die mooie terrassen met uitzicht op de zonsondergang. En ze moesten allemaal ons hebben! Mijn antimuggen-tubetje Fenistil – standaard uitrusting als ik op stap ga – maakte overuren en ging van hand tot hand. Vooral mijn vriendin moest het ontgelden. Haar benen zaten in een mum van tijd vol met jeukende bulten, wat ons ‘gezellig samenzijn’ daar op dat terras er niet gezelliger op maakte. We hebben de menukaart dan ook heel snel weggelegd en zijn letterlijk op de vlucht geslagen, op zoek naar een plekje waar de muggen ons niet te pakken zouden nemen. Dat vonden we gelukkig in de kleine taverne van Sotos aan de hoofdweg, zo’n typisch Grieks huiskamergebeuren waar zoveel gebeurt dat je er maanden later nog van in een lachstuip schiet. De taverne bestaat niet meer, maar de herinneringen eraan bezorgen mij nog steeds een hele grote glimlach op mijn gezicht!

Terug naar de dag van gisteren, want van muggen was dit keer gelukkig geen sprake. Het watergedoe ontliepen we door niet over het strand, maar gewoon door de olijfgaard richting Koropi te lopen. Iets langer, maar wel comfortabeler en ook heel mooi. Aan het eind van het pad waar je normaal gesproken linksaf naar de grote supermarkt aan de hoofdweg gaat, kun je namelijk ook rechtsaf slaan, en dat pad voert je binnen een paar minuten langs een aantal grote villa’s naar het strand. Het was er niet druk, de strandbedden waren maar sporadisch gevuld met badgasten, wat in coronatijd altijd een opluchting is. We installeerden ons aan een tafeltje bij Bar-Restaurant Kadi, waar we meer dan hartelijk begroet werden door een van de vroegere kelners van Taverne Paris in Kala Nera. TweeĂ«ntwintig jaar had hij daar gewerkt, vertelde hij, ooit begonnen als achtjarige – tja, zo gaat dat hier. En nu dus bij Kadi in Koropi, waar hij het helemaal naar zijn zin had.

Nou, wij ook, hoor! Eerst heerlijk uitgepuft bij een ijskoude frappĂ©, en vervolgens aan de ‘pikilia’, in dit geval een schaal vol heerlijke kleine vis- en groentehapjes. Nieuw voor ons alle drie was de ΌαϊΜταΜός-ΜτÎčπ, een romige spread van gepureerde peterselie, ui, knoflook, citroensap en olijfolie. Simpel, maar zo verschrikkelijk lekker, vooral in combinatie met de dunne sneetjes bruin brood die we erbij geserveerd kregen. Het was er heerlijk vertoeven, daar op dat terras onder de parasol, en voor we het wisten liep het al tegen halfdrie. Niet echt de perfecte tijd om aan de wandeling terug te beginnen, maar daar zaten we niet mee. Dit keer wilden we wel helemaal langs het strand terug, dus als we oververhit raakten, konden we altijd nog in zee afkoelen. We kwamen er echter al vrij snel achter dat het inmiddels hoogwater was, zodat we al na een paar minuten lopen het water in moesten. Voor mij geen probleem, ik had uit voorzorg mijn waterschoenen in de rugzak gestopt, maar voor de andere twee die dat niet hadden gedaan wel, want hun wandelschoenen bleken niet waterdicht te zijn. Toch waren we blij dat we dat eerste stuk het water getrotseerd hebben, want daardoor liepen we dus ineens tegen dat intrigerende ‘Durrel-huis aan. Gelukkig konden we vrij snel erna via een half verborgen paadje alsnog de olijfgaard bereiken, en hebben we onze wandeling iets minder avontuurlijk voortgezet.

Eenmaal terug in Kala Nera hebben we ons wederom op een terras aan zee geĂŻnstalleerd, bij Edem dit keer, waar een heerlijk koel briesje onze verhitte lijven iets minder verhit maakte. Te weinig naar mijn zin, dus na de eerste slokken icetea heb ik toch maar even snel een verkoelende duik in zee genomen. Pas tegen zes uur hebben we een punt gezet achter onze mooie, relaxte wandel-, terrasjes- en praatdag, en ben ik via het strand in een halfuurtje teruggelopen naar Kato Gatzea. Al met al was de dag goed voor 10,1 km, en dat geteld bij de linedance-kilometers die ik in de afgelopen week samen met dansbuddy Sophie heb gemaakt, betekende dat dat er namens ons ergens op de wereld een mooie boom is geplant. We hebben dus zomaar, al plezier hebbende, ons eigen steentje bijgedragen aan een mooie, leefbare aarde. Het betekent ook dat we al een vijfde deel van de Ierse Ring of Kerry-route hebben afgelegd, oftewel ruim veertig kilometer hebben weggedanst en –gelopen. Maar hoe dat nu allemaal zo gekomen is… dat leg ik u later nog weleens uit 😉

P.S. Nieuwsgierig hoe het met de Corona Kids gaat? Nou, die hebben het zo te zien prima naar hun zin!

♥♥♥♥♥