Bergje rijden

‘Een paar dagen autohuur kan het vakantieplezier zeker verhogen,’ staat er ergens in mijn reisgids Een Hollandse Kijk op Pilion geschreven. Een waar woord, want met de auto kom je toch op plekken waar je met openbaar vervoer of te voet niet zo makkelijk komt. Maar autorijden in Pilion betekent ook ‘bergje rijden’ en voor wie aan het vlakke wegennet in Nederland gewend is, kan dat toch best lastig zijn. Als hostess adviseerde ik mijn gasten in Kala Nera en omgeving vaak om eerst maar eens langs de kust naar Trikeri in het zuiden af te zakken, een ritje van zo’n anderhalf uur als je achter elkaar door zou rijden. Wat je natuurlijk niet moet doen, want de dorpjes die je onderweg tegenkomt, zijn veelal de moeite van een kwartiertje rondkijken waard. Langs de kust naar het zuiden rijden is niet moeilijk. De doorgaande weg van Volos naar Trikeri wordt redelijk goed bijgehouden, is nergens echt smal te noemen en kent geen hellingen waar je in je één naar boven moet. Een relaxt ritje dus om mee te beginnen, zeker als je weinig ervaring hebt met het rijden in de bergen. En daarmee bedoel ik dus niet die mooi geasfalteerde tweebaansbergwegen in Oostenrijk of Italië waarover je moeiteloos naar je vakantiebestemming zoeft. Nee, ik heb het over smalle, steile, slecht bestrate en vooral bochtige weggetjes met heel veel onverwachte kuilen erin.

Ik moest hieraan denken omdat manlief en ik gisteren het ‘Kleine Rondje Pilion’ hebben gereden, dat ik mijn gasten aanraadde als het rijden naar Trikeri hun bevallen was. Dat rondje start in Kala Nera – of in ons geval in Kato Gatzea – gaat bij de afslag naar Milies de bergen in en voert dan vervolgens langs de dorpjes Milies, Visitza, Pinakates, Agios Georgios en Agios Vlassios naar Lechonia, alwaar je via de kustweg weer naar je startpunt rijdt. In mijn hostesstijd reed ik dat rondje regelmatig, maar in de autoloze jaren daarna kwam het er niet meer zo vaak van. Nou ja, behalve een enkele keer op de scooter, maar dat rijdt toch weer heel anders. In mijn herinnering was dat Rondje veel minder steil, bochtig en smal dan gisteren, en ik moest echt wennen aan het vele geschakel, het ontwijken van de ergste kuilen en het nemen van de scherpe bochten. Best weer spannend, maar ook wel heel leuk!

Veel verkeer was er natuurlijk niet onderweg zo op de wisseling van winter naar lente, en het grote plein van Milies was geheel uitgestorven. Des te verbazingwekkender was het dat de parkeerplaats aan de rand van dat plein helemaal vol stond met auto’s. Nu is het al niet makkelijk om die parkeerplaats in te rijden – via een smal straatje naast de kerk – maar om dan tussen al die kriskras geparkeerde auto’s een parkeerplek te vinden waar je later ook nog uit kunt komen, valt beslist niet mee. En dan had ik nog het geluk gehad dat ik in de aanloop naar het dorp geen bus was tegengekomen. Ik blijf het onvoorstelbaar vinden dat die grote bakbeesten het bijna negentig graden bochtje bij de kerk in Milies kunnen nemen zonder vast te komen zitten. Als zo’n bus die bocht met veel moeite heeft gemaakt, moet je als tegemoetkomend verkeer toch echt achteruit om hem te laten passeren: op een steil, bochtig weggetje met aan één kant geparkeerde auto’s en een ravijn, en achter je nog een hele rits ongeduldige autobestuurders die niet snappen dat ze ook terug moeten. Als je dit in hoogzomer overkomt, ben je meteen twee kilo kwijt vanwege het zweten wat je op zo’n moment doet. Maar daar had ik gisteren dus allemaal geen last van.

Het was best leuk om even door het dorp te slenteren en in de winkeltjes te kijken, maar om nou op zo’n groot, uitgestorven plein saampjes koffie te drinken zagen we niet zo zitten. Dus nog geen kwartier later reden we alweer verder, door die bewuste negentig graden bocht, richting Vizitsa, dat een kilometer of twee verderop ligt. Het dorp zelf ligt een eindje boven de weg, aan de rechterkant, en als je dat niet weet, dan rijd je langs de kleine marktstalletjes langs de weg er zo weer uit. Bovendien word je als bestuurder behoorlijk in beslag genomen door het wegdek zelf, want behalve de belabberde bestrating en een helling naar beneden zit er ook nog een soort deuk in, dankzij een paar grote roosters die over de breedte van de weg lopen. Hard rijden hier zou ik dan ook beslist niet aanraden.

Hard rijden moet je sowieso niet doen in Pilion. Ten eerste is het daar te bochtig voor en ten tweede kun je na zo’n bocht ineens te maken krijgen met een op de weg lopende kudde geiten of in het zwart geklede vrouwtjes die ‘chorta’ aan het plukken zijn. En geloof me, als het zo tegen de schemer loopt, dan zie je die in het zwart geklede dames écht niet! Buiten dat is het gewoon leuk om tijdens het rijden een beetje om je heen te kijken, want de weg naar Pinakates voert door een prachtig groen bos, met daartussendoor prachtige uitzichten op de Pagasitische Golf. In Pinakates, onze volgende stop, ligt het plein een flink aantal meters lager dan de weg, en moet je een paar steile trappen af om er te komen. Ook hier was het uitgestorven, maar de taverne was wel open en draaide gezellige muziek terwijl de jonge eigenaar de ramen van de deur aan het poetsen was. Het gebrek aan andere gasten werd ruimschoots goedgemaakt door Maya, de kleine tavernehond, die al snel bij manlief op schoot sprong om uitgebreid gekroeld te worden. Waaraan door ons uiteraard onmiddellijk gehoor werd gegeven.

De rit van Pinakates naar Lechonia vind ik zelf altijd het mooiste deel van het Rondje. Je rijdt door een prachtig bos, met hier en daar kletterende beekjes en kleine watervalletjes. Bovendien is de weg niet meer zo smal en voor het grootste deel geasfalteerd. Dat ze voor en door Agios Georgios met groot materieel een kabel in het wegdek aan het leggen waren, was iets minder, maar ook dat hoort nu eenmaal bij het avontuur dat Pilion heet. Je weet hier immers nooit wat je te wachten staat en dat maakt zo’n ritje door de bergen nog leuker en nog spannender dan het al is.

Tegen halftwee waren we weer thuis, en ik heb me nu al voorgenomen om dat bergje rijden de komende weken toch wat vaker te gaan doen. Want dat het rijden daar toch iets andere vaardigheden van een automobilist vergt dan een bezoekje aan Volos of Trikeri heb ik gisteren zelf ook weer eens mogen ervaren… 😉

♥♥♥♥♥

 

 

Tel uw zegeningen

Mijn hoofd staat vandaag niet zo naar het schrijven van een column. Zoals bij iedereen hakken de berichten over de huidige toestand in de wereld er flink in. Het is onvoorstelbaar dat opnieuw onschuldige miljoenen mensen in Europa moeten vluchten omdat een of andere machtswellusteling lak heeft aan alles en iedereen, en doet waar hij zin in heeft. Dat kon er ook nog wel bij, bovenop alle andere rampspoed van de afgelopen jaren. In een hoekje zitten jammeren schiet echter niet op, we moeten zo goed en zo kwaad verder met ons leven, ondanks die dreigende zwarte oorlogswolk die nu zo ineens zo heel dicht bij is.

Dat het hier vandaag regent, helpt ook al niet mee om een gezellig verhaaltje voor u op papier te zetten. Mijn normaal gesproken optimistische kijk op de wereld is momenteel ver te zoeken, maar om nu al mijn negatieve klaagzangen met u te delen schiet ook niet op. Daar worden u en ik niet vrolijker van. ‘Tel uw zegeningen, tel ze een voor een…’ is het motto dat ik van jongs af aan heb meegekregen, en vandaag is zo’n dag dat ik dat zegeningen tellen broodnodig heb. Het regent, ja, maar ik heb een stevig dak boven mijn hoofd dat gelukkig maar heel zelden druppels doorlaat. Onze nieuwe kachel doet het fantastisch – nou ja, als je er op tijd hout opgooit. Het is geen centrale verwarming, dus je moet wel regelmatig uit de luie stoel komen om het vuur brandende te houden. Schuifjes, grote en kleine kleppen… ze moeten allemaal op tijd open dan wel dicht gedaan worden, want anders verandert dat lekkere vuurtje al heel snel in een rokerig zwart hoopje as en kun je weer helemaal overnieuw beginnen. Inmiddels heb zelfs ik het vuurtje stoken redelijk onder de knie, al kan ik het in mijn enthousiasme nog weleens te goed doen. Negenentwintig graden is wel een beetje erg warm, dat geef ik ruiterlijk toe. Maar hé, dan zetten we gewoon een raampje open, want we hebben een prima afdak, dus die regen blijft keurig netjes buiten.

Dankbaar ben ik ook voor het schone water dat – bijna – iedere dag gewoon uit alle kranen stroomt die we in en buiten ons huisje hebben. Je zult toch maar de hele dag met flessen moeten zeulen om een simpel kopje koffie te kunnen maken. Of een gevulde emmer naast je wc-pot moeten hebben staan om je grote boodschap weg te spoelen. Eigenlijk is die wc-pot in huis op zich al een zegen, want je moet er toch niet aan denken dat je iedere keer – ook in de regen! – naar buiten moet rennen als je aandrang hebt! Ik heb nooit begrepen dat mensen het heerlijk vinden om te kamperen en dan met zo’n wc-rol onder hun arm vrolijk fluitend op zoek gaan naar een wc waar velen voor hen die dag ook gebruik van hebben gemaakt. Ik vrees dat mijn jeugdige KLM-verleden met overnachtingen in luxe hotels als de Hilton mij voorgoed hebben verpest voor dat soort geneugten. Ik hou van comfort, van zachte bedden en sanitaire voorzieningen die ik niet hoef te delen met anderen. En ik ben in de gezegende omstandigheid dat ik iedere dag opnieuw dat comfort heb.

Een zegen vind ik het ook dat ik de vrijheid heb om al dan niet mijn uren te besteden aan werk waar ik echt plezier in heb. Als ik me niet zo lekker voel, of gewoon geen zin heb omdat het zonnetje zo heerlijk schijnt, dan hoef ik aan niemand verantwoording af te leggen als ik de klep van mijn laptop lekker dicht laat. Dat mag ik allemaal zelf bepalen. Dus ja, ook dat is zeer zeker een van de zegeningen die ik moet noemen. Maar bovenaan staat natuurlijk de zegen dat ik al drieënveertig jaar mijn leven mag delen met een man die in voor- en tegenspoed aan mijn zijde staat. Een man die het vuurtje stoken veel beter onder de knie heeft dan ik, en precies weet wat er aan de kraan mankeert als er eens een keertje geen water uit komt. Een man die mij iedere dag een gezonde maaltijd voorzet, omdat ik anders vergeet om te eten en er ook nog eens voor zorgt dat onze voorraadkasten altijd meer dan genoeg gevuld zijn. Een man waarmee ik kan lachen en huilen, met wie ik ruzie kan maken, maar vooral een man die van mij houdt, ook als ik loop te klagen over alles waar ik eigenlijk niets over te klagen heb…

Juist in moeilijke tijden is het hardop benoemen van je zegeningen een must. Al die ‘simpele’ dingen die we eigenlijk zo heel vanzelfsprekend vinden, zijn voor het gros van de mensheid immers helemaal niet zo vanzelfsprekend. Ze kunnen je ook zomaar afgenomen worden, als een of andere idiote machtswellusteling het op zijn heupen krijgt. Zegeningen zijn niet dat grote jacht, die dure auto, dat prachtig ingerichte huis. Je bent gezegend als je kunt beschikken over de basisdingen waar ieder mens recht op heeft: een dak boven je hoofd, schoon water en een veilige leefomgeving voor al je dierbaren. Als je daarbovenop ook nog eens gezegend bent met een goede gezondheid, dan ben je ondanks alles wat er in je leven speelt, een meer dan gelukkig mens!

Het is goed om dit soort dingen zo af en toe hardop tegen jezelf te zeggen, jezelf een figuurlijke schop onder het achterste te geven. We zijn zo gewend om te klagen over van alles en nog wat, maar misschien moeten we onszelf eens wat meer trainen in het tellen van onze zegeningen. Daar heb je echt geen dure cursus of een wellness goeroe voor nodig. Een peptalk-column lezen uit het verre Griekenland volstaat ook 😉

♥♥♥

 

Op naar het voorjaar

Onze nieuwe jaar begon nogal heftig, met een ingestort kantoordak, lekkage tijdens een twee dagen durende kletterende regenbui, urenlange stroomonderbrekingen, pijnlijke tandartsbezoeken en als klap op de vuurpijl een sneeuwstorm die het hele land verlamde. Ook bij ons viel er meer sneeuw dan we in jaren gezien hadden, maar gelukkig duurde het maar vierentwintig uur. Daarna kwam het zonnetje weer tevoorschijn en waren de wegen alweer snel begaanbaar. Maar tel daarbij een wat kwakkelende gezondheid van ondergetekende, het trieste overlijden van onze buurvrouw plus nog wat verdrietige berichten vanuit Nederland, en u zult begrijpen dat het niet echt een leuke start van het nieuwe jaar was. De uitgebreide versie van onze avonturen schreef ik al in mijn Vlaardingen24-column, dus dat sla ik hier maar over.

Al met al ben ik blij dat het februari is. De maand waarin de eerste voorjaarsbloemen voorzichtig hun kopjes boven de grond steken, de maand waarin het iedere dag iets langer licht blijft, de maand waarin we die dikke wintertruien zo af en toe in de kast kunnen laten. Nou ja, zo stel ik me dat nu al schrijvende voor. Mocht het een koude, natte, grijze flutmaand worden – dat kan natuurlijk heel goed, het is en blijft nog steeds winter – dan wil ik dat op dit moment absoluut niet weten. De maand begon in ieder geval met een positief bericht over mijn roman De Zomer in 1970 dat ik u niet wil onthouden.

Deze roman staat namelijk niet alleen op de longlist voor de Valentijnsprijs 2022, wat op zich al heel spannend is, maar er is onlangs ook een Engelstalige uitgave van verschenen. En laat ik nu een tijdje terug een telefoontje krijgen van een Britse journaliste, die daar weleens iets meer over wilde weten. We hadden een heel gezellig halfuurtje aan de telefoon, maar daarna hoorde ik niets meer. Tot ik gisteren een kopie kreeg toegestuurd van een ontzettend leuk artikel mij dat vorige week over mij verschenen was in de grootste krant van de Britse Kanaaleilanden, de plek waar het boek zich afspeelt. U begrijpt vast wel dat ik nu al de hele dag rondloop met een grote, trotse glimlach op mijn gezicht, want jeetje, zoiets overkomt een Nederlandse feelgood schrijver echt niet iedere dag!

Het is heel mooi om te zien dat mijn harde werken van de afgelopen jaren niet voor niets is geweest, al ben ik blij dat ik inmiddels een fase in mijn leven heb bereikt waarop ik dat harde werken mag en vooral kan verruilen voor een wat relaxtere werkmodus. Boeken schrijven vind ik nog steeds superleuk om te doen, maar er zijn nog zoveel meer leuke dingen waar ik mezelf weleens tijd voor wil gunnen. Dat is er de laatste jaren maar heel weinig van gekomen, dus ik heb mezelf plechtig beloofd dat daar dit jaar eindelijk verandering in gaat komen. Zo heb ik recentelijk een muziek interface en een DWA aangeschaft, waarmee ik volgens de deskundigen gewoon thuis hele mooie dingen kan doen op muzikaal gebied. Voor de iets minder deskundigen onder u: je kunt er o.a. jezelf mee opnemen terwijl je een leuk liedje zingt en jezelf begeleidt op de gitaar. Die opname kun je vervolgens op de computer dusdanig bewerken dat het lijkt alsof het voltallige Nederlandse Philharmonisch orkest achter je heeft gestaan.

Nou ja, dat schijnt dus te kunnen… Voorlopig ben ik nog niet verder gekomen dan uitvogelen waar welk stekkertje in moet worden gestoken en op welke knopjes ik moet drukken om mijn eigen stem via de microfoon op de koptelefoon te kunnen horen. Op welke knoppen ik allemaal moet drukken om het ook nog op te nemen… dat was na al het intensieve begrijpend lezen van de handleiding nog even een brug te ver. Maar het staat wel op de planning voor deze week, want volgens de weersvoorspelling krijgen we alweer een paar flinke regenbuien op ons niet al te beste dak. Hopelijk blijft mijn bed dit keer droog, en zal er op de geplande recording geen in teiltjes vallende regendruppels te horen zijn. Dat zou toch zonde zijn van alle inspanningen!

Ook op huiselijk gebied is er nu meer tijd voor dingen waar ik zelden of nooit aan toe ben gekomen. U gelooft het misschien niet, maar ik heb gisteren een overheerlijke ‘prasópita’ gemaakt voor onze avondmaaltijd. Dat is een typisch Griekse hartige preitaart met gehakt, uitjes, knoflook, paprika en feta. Dat alles in een jasje van filodeeg, dat nog het meest lijkt op het deeg van onze saucijzenbroodjes. Een recept van mijn Griekse hulp en vriendin, die toevallig net tijdens mijn keukenwerkzaamheden binnen kwam wippen om mij te voorzien van een B12-prik. Ja, u leest het goed, dat gebeurt hier gewoon tijdens het koken. Hup, de naald erin, en verder maar weer met de prasópita.

Ik had het recept van haar gekregen, dus ze vond het superleuk om te zien dat ik het ook daadwerkelijk aan het maken was. ‘Maar waar is het deeg?’ vroeg ze na even in de pannen te hebben gegluurd. Dat lag nog in de vriezer, want ik had begrepen dat het heel snel ontdooit. Verkeerd begrepen dus, want volgens de gebruiksaanwijzing – die ik nog niet gelezen had – duurt het wel twee uur voor je ermee aan de slag kunt. Gelukkig hebben we dat terug kunnen brengen tot een uur door het op de kachel in de woonkamer te leggen. En dat gaf ons weer de gelegenheid om even aan mijn Grieks te werken, want natuurlijk moest ik haar uitgebreid vertellen over dat mooie interview in de Engelse krant. Zodra het deeg ontdooid was, zijn we gezamenlijk de keuken weer ingedoken, waar zij mij liet zien hoe je op Griekse wijze zo’n grote deegrol te lijf gaat: met een heleboel olie, vermengd met een geklutst ei, een half kopje melk en wat zout. En smeren maar op die velletjes! Het resultaat mocht er zijn. Manlief en ik hebben er heerlijk van gesmuld, weliswaar een uurtje later dan ik had gepland vanwege dat ontdooien, maar dat hadden we er wel voor over. Al met al een supermakkelijk en heerlijk recept om te bewaren – als je eenmaal weet hoe het moet!

Ik hoop de komende maanden nog veel meer leuke dingen te ondernemen, want nu we Suzy hebben, kunnen we ook eens samen wat verder weg. Alweer iets waar we nooit aan toegekomen zijn. Het schrijven van een nieuwe roman staat momenteel, mede vanwege die rare afgelopen maanden waarin ook mijn gezondheid het een beetje af liet weten, al een tijdje in de ijskast. En zoals het er nu uitziet, blijft het daar nog wel een tijdje staan. Ik heb het namelijk veel te druk met het inhalen van al die dingen waar ik tot nu toe niet aan toegekomen ben, dat kunt u na het bovenstaande vast wel begrijpen.

O ja, en met gezond worden natuurlijk ook… 😉

♥♥♥

Vaarwel 2021, hallo 2022!

Oudejaarsdag vind ik echt zo’n dag van gemengde gevoelens. Aan de ene kant ben ik blij dat het jaar er weer op zit, aan de andere kant voel ik heel sterk de grote onzekerheid over het jaar dat komt. Ik kijk terug op wat geweest is, vraag me af of het nieuwe jaar beter, slechter of net zo goed zal zijn, en omdat niemand daar ook maar iets zinnigs over kan zeggen, neem ik met een lach en een traan gewoon nog maar een hap van mijn oliebol of een slok van mijn wijntje. Nou ja, zo vergaat het mij altijd, voor u kan dat natuurlijk totaal anders zijn. We hebben allemaal onze eigen manier om om te gaan met dit soort dagen en dat is maar goed ook. De wereld zou behoorlijk saai zijn als we allemaal hetzelfde waren, toch?

Hoe anders en uniek we ook zijn, het zal ook dit jaar voor iedereen opnieuw een wat vreemde jaarwisseling worden. Corona, en dan met name de omikronvariant, heeft op het laatste moment weer voor een flinke tegenvaller gezorgd met een heleboel maatregelen waar we niet op zaten te wachten. Ook hier in Griekenland is alles weer behoorlijk grimmig aan het worden. Een echte lockdown is het net niet, maar het scheelt niet veel. Dubbele of speciale maskers in de supermarkt, geen muziek in de bars en restaurants en op oudejaarsavond alles om 02.00 dicht. Evenementen afgeblazen, openbare en privéfeestjes verboden, en overal waar je komt de QR-code of een testbewijs laten zien. Het is wat het is, we moeten er mee dealen of we willen of niet. En ook dat doet een ieder op zijn eigen manier. De een lapt alle regels aan zijn laars, de ander verschuilt zich binnenshuis achter de geraniums en het gros leeft zo goed en zo kwaad als het gaat verder.

Manlief en ik behoren tot die laatste categorie. We weten niet wat 2022 ons zal brengen, maar één ding weet ik zeker: de kleine dingen die het écht doen zullen er altijd zijn. Een onverwachte glimlach van een vreemde, een helpende hand bij het uitstappen, een telefoontje van een verre vriend, zomaar een bosje bloemen krijgen… het hoeft allemaal echt niet zo moeilijk en groots en perfect te zijn. En nee, ik steek mijn hoofd niet in het zand. Ik snap heel goed dat het niet meevalt om te leven met restricties, om alles wat je hebt opgebouwd naar de knoppen te zien gaan omdat je zaak dicht moet blijven, om iedere keer weer je vakantie in duigen te zien vallen. Maar het leven zoals we dat kenden, bestaat niet meer en het zal ook nooit meer terugkomen. Heel vervelend allemaal, maar de mensheid heeft in het verleden wel voor hetere vuren gestaan. Ook hier komen we wel doorheen, daar geloof ik heilig in. En tot dat moment zoek ik gewoon de lichtpuntjes op, kijk ik naar dat wat nog wel mogelijk is en koester ik ‘de kleine dingen die het doen…’.

Hier in Kato Gatzea schijnt op deze laatste dag van het jaar een heerlijk zonnetje, en dat is toch wel een aardig opstekertje voor een zonnekind als ik. Als de zon schijnt, ziet alles er immers veel minder erg uit. Daarom wens ik u vanuit ons kleine dorpje aan de Griekse kust heel veel zonnestralen toe in het nieuwe jaar dat ons te wachten staat. Dat, en een goede gezondheid, want als we één ding geleerd hebben in de afgelopen twee jaar, dan is het wel dat we zonder dat niet zo heel ver komen in dit leven. Maak van dat nieuwe jaar dat voor ons ligt dus gewoon maar wat moois, ook als het opnieuw anders verloopt dan je had gehoopt, en blijf genieten van de kleine dingen die het doen, dan wordt 2022 vast een prachtig jaar –  voor iedereen!

Καλή Χρονιά!

GELUKKIG NIEUWJAAR!

♥♥♥

Blijven bewegen

Langzaam stevenen we af op het einde van alweer een woelig jaar. Net als bij jullie zijn ook hier de coronamaatregelen weer aangescherpt, waarbij vooral de niet-gevaccineerden flink aangepakt worden. Zo kom je vanaf deze week de niet-essentiële winkels, restaurants, musea etc. niet meer binnen zonder QR-code en identiteitsbewijs, een drastische maatregel die hier gelukkig niet tot grove gewelddadigheden hebben geleid zoals die in Nederland hebben plaatsgevonden. Ook de booster-shots zijn hier al in volle gang, en ondergetekende was meer dan happy om er eentje te krijgen. Mijn eenmalige ‘Johnson-shot’ dateerde al vanaf mei, en met de vierde golf in volle gang geeft zo’n boost mij persoonlijk toch weer wat meer rust. Voorzichtig blijven we nog steeds, maar het ‘achter de geraniums zitten’ is voor ons dankzij die vaccinaties toch wel voorbij.

Ook het autootje helpt daaraan mee. Ik hoef niet meer in weer en wind op een bus te wachten die misschien wel of misschien niet komt. Nee, ik stap gewoon in mijn mooie autootje en rijd naar waar ik heen wil – of moet. Afspraken hoeven niet meer allemaal in één dag gepropt te worden omdat reizen met openbaar vervoer uren in beslag neemt. Lukt het niet in één keer, dan ga ik gewoon de dag erna weer. Per slot van rekening is Volos maar een halfuurtje rijden en als je geen rekening hoeft te houden met bustijden, dan maakt het allemaal niet meer zo veel uit hoe laat die afspraak plaatsvindt. Het enige waar ik nog wel tegen opzag was in het donker terugrijden uit Volos. Ik heb last van nachtblindheid, en dat is op onze bochtige kustweg die voor een groot deel onverlicht is, toch best een dingetje. Voor mij een goede reden om die afspraken eigenlijk altijd gewoon overdag te maken. Maar na een wat uitgelopen bezoek deze week aan de schoonheidsspecialiste bleek het zomaar ineens donker te zijn geworden toen ik weer buiten stond. En toen moest ik wel.

Het ging allemaal prima, al zou ik dat grote licht wel het liefst de hele weg aan willen houden. Dan zie ik tenminste waar ik rijd! Maar ja, met tegenliggers is dat natuurlijk geen optie, en dan is dat aan- en uitknippen nog weleens lastig, vooral in de bochten – en daarvan hebben we er vele! Het hielp wel dat ik alleen in de auto zat, met mijn eigen vertrouwde countrysongs op de telefoonplaylist. Ik waande mij gewoonweg weer op de bochtige Holterberg, waar ik in vroeger tijden regelmatig in het pikkedonker overheen reed na het werk bij de OAD of na afloop van de countrylessen die ik o.a. in Holten gaf. Ook toen had ik die nachtblindheid al, en was ’s avonds rijden niet mijn favoriete bezigheid, maar toen deed ik het wel, omdat het nu eenmaal niet anders kon.

Lastige situaties vermijden is volgens mij iets dat gewoon bij het ouder worden hoort. In tegenstelling tot vroeger hóéf je niet meer alles te doen, je mág het doen. En als iets doen je veel stress geeft, dan doe je het toch gewoon niet meer? In tegenstelling tot vroeger heb je nu een keuze. En dat is dus precies de valkuil waar je als oudere heel makkelijk in rolt. Bij mijn countrylessen aan ‘mijn oudjes’ riep ik altijd: ‘Denk erom: blijven bewegen. Stilstaan is achteruitgaan!’ Een uitspraak waar ik mezelf steeds vaker aan moet herinneren nu ik zelf de leeftijd van mijn ex-leerlingen heb. Ik merk dat ik veel meer dan vroeger geneigd ben om dingen waar ik een hekel aan heb achterwege te laten. Mede daarom ben ik blij dat ik het autorijden weer opgepakt heb, en dat ik zo af en toe ‘gedwongen’ word om uit mijn inmiddels zo vertrouwde gezapige comfortzone te stappen. Het houdt je bij de tijd – en in beweging! En dat laatste houdt je gezond, dat weten we allemaal.

Bewegen zonder auto doe ik trouwens ook regelmatig, hoor! Eergisteren kwam mijn derde Virtual Challenge medaille binnen. Na de Ring of Kerry en de Cabot-trail in Nova Scotia hebben trail-maatje Sophie en ik nu ook de Grand Canyon helemaal uitgelopen. Momenteel lopen we virtueel in Schotland, een route van 850 km langs de Noordkust. Voordat we die medaille zullen ontvangen zijn we wel een flink aantal maanden verder, maar de eerste honderd kilometer hebben we er toch alweer mooi opzitten. Regelmatig kleine beetjes werken goed om zo’n lange trail te voltooien, je hoeft echt niet dagelijks 15 km te lopen. Ik probeer zo’n drie tot vier keer per week een rondje dorp van drie kilometer te maken, en als dat niet lukt, dan stap ik in het weekend op de homebike en fiets ik in een halfuurtje toch al gauw zo’n tien of meer kilometertjes bij elkaar. Dat is prima te doen, en je kunt meteen een mooie afstand op je digitale route afvinken.

Om de verveling bij dat lopen en fietsen een beetje terug te dringen luister ik via mijn ‘oortjes’ naar countrymuziek, maar ja, die playlist heb ik inmiddels ook wel een keer gehad. Dus heb ik onlangs een KoboPlus abonnement afgesloten. Dan kan je zoveel e-boeken lezen en zoveel luisterboeken beluisteren als je wilt en ik hoorde veel enthousiaste verhalen van mensen die dat al doen. Het leek mij wel wat: lezen zonder je ogen te gebruiken, en ondertussen gewoon doorgaan met je bezigheden. En dus besloot ik om ook maar eens zo’n combi-abonnement te proberen. Het afsluiten ervan bleek niet zo makkelijk te zijn omdat ik in het buitenland woon, maar na twee dagen prutsen is het me toch gelukt. Helaas was ik daar zo moe van geworden, dat ik aan het luisterlezen nog helemaal niet ben toegekomen. De weersverwachting is echter niet zo best, dus waarschijnlijk stap ik dit weekend wel op de homebike, en dan ga ik het lekker uitproberen. Ik ben heel benieuwd.

Mijn eigen boeken zijn er helaas nog niet te beluisteren, maar daar komt binnenkort verandering in, hoorde ik van mijn uitgever. Twee worden er momenteel ingesproken, en dat betekent dat ze vanaf februari uitgebracht gaan worden. En ander recent boekennieuws is er ook! Mijn nieuwste feelgood roman Kus in het Maanlicht is deze week in paperback verschenen en, last but not least: mijn eerste Engelse bookbaby The Summer of 1970 staat als paperback én e-book op Amazon en Kobo. En ja, met het KoboPlus abonnement is die Engelse versie ook gewoon gratis lezen!

Kijk, en daarom ben ik dus zo aan het prutsen geweest om dat abonnement aan de praat te krijgen. Als oudere kun je al die nieuwerwetse, stresserige digitale boek-ontwikkelingen nu eenmaal niet blíjven vermijden, daar ga je alleen maar van ‘achteruit’. Bij de tijd blijven, dat is mijn motto. En je eigen boeken gratis kunnen lezen… Ach, dat moet je als schrijfster toch minstens één keer in je leven zelf hebben meegemaakt, nietwaar? 😉

♥♥♥