Hallo zon!

Hoera, de zon is terug! Mijn dag begon vandaag dus in het stralende zonnetje met ontbijtkoffie op het terras. Iets wat ik ’s ochtends altijd wel doe, weer of geen weer, maar voor het eerst in lange tijd kon het winterjack aan de kapstok blijven hangen en had ik meer dan voldoende aan mijn dikke vest. Sterker nog, na een uurtje had ik zelfs genoeg aan mijn T-shirt. Met korte mouwtjes! Nee, ik overdrijf niet, al vind ik het stiekem natuurlijk wel heel erg leuk om dit even uitgebreid aan jullie te vertellen. Ik weet uiteraard dat er in Nederland op dit moment een aardig laagje sneeuw ligt en dat het behoorlijk koud is. Dus ja, dan zit ik me daar best een beetje om te verkneukelen hier op mijn terras, in mijn T-shirtje met korte mouwtjes.

De wereld ziet er nu eenmaal altijd meteen een stuk vrolijker uit als je met je giechel in de zon kunt zitten, zo simpel is het. En dat hebben we dus heel hard nodig, want we weten allemaal dat het met diezelfde wereld helemaal niet zo best gaat. Wat een zooitje hebben we er met zijn allen toch van gemaakt! En dus moeten we nu ook met zijn allen de schouders eronder zetten om het weer een beetje leefbaar te maken. Ik ben voor, absoluut! Te beginnen met al dat plastic. Ik erger me al jaren aan de hoeveelheid die er in verpakkingen gestopt wordt. Niet alleen vanwege de schade aan het milieu, maar ook omdat ik met de meeste verpakkingen onmiddellijk in een strijd verwikkel raak. Ik kan me niet voorstellen dat ik de enige ben die het zelden lukt om zo’n vacuüm verpakt broodbeleg aan dat kleine puntje in de hoek open te trekken. Bij mij moet er negen van de tien keer een schaar aan te pas komen, en dan nóg! Knip ik er net te weinig af, krijg ik dat plastic velletje er nog steeds niet vanaf. Of ik knip te ver, en dan onthoofd ik meteen alle mooi geschikte plakjes worst! Vreselijk. En dat is nog maar één irritant voorbeeld van de lange lijst.

Ik koop mijn worst dan ook veel liever bij Jorgio van de supermarkt hier in het dorp. Die heeft nog zo’n snijmachine staan, waarmee hij de door mij gewenste tien of twaalf of vijftien plakjes worst netjes afsnijdt waar ik bij sta. Vervolgens wikkelt hij ze in een vetvrij papiertje, doet er een elastiekje omheen en klaar is kees. Ik heb wel erg moeten wennen aan het feit dat hij altijd wil weten hoeveel plakjes ik van iets wil. Ik bestelde gewoon in onsjes. Weet ik veel hoeveel plakjes er in een ons gaan! Dat ligt er toch helemaal aan hoe dik ze gesneden worden? Natuurlijk ben ik er na al die jaren wel aan gewend geraakt, en tegenwoordig denk ik gezellig in plakjes als ik worst wil hebben. Maar ik moet wel altijd aan die eerste tijd terug denken als ik in de zomer een verdwaalde toerist bij de vleeswarentoonbank zie staan, gewikkeld in een heerlijke spraakverwarring met onze Jorgio over onsjes en plakjes. En ja, ook dan heb ik soms dat stiekeme verkneukel-gevoel van vanmorgen…

Trouwens, over ‘verkneukelen’ gesproken… Onlangs las ik in een berichtje van een collega dat ouderwetse woorden – zoals ‘verkneukelen’ – door haar redactrice stelselmatig uit haar manuscript waren verwijderd. Nu kon ik me dat van die redactrice in dit geval wel een beetje begrijpen, omdat het hier om een Young Adult-boek ging, en ikzelf een zestienjarige ook niet zo snel zou laten zeggen dat hij of zij zich stiekem had lopen te verkneukelen. Net zomin als ik een zestigjarige ‘vet cool!’ laat roepen in mijn boeken. Hoewel… dat ligt ook weer aan de bewuste zestigjarige natuurlijk. Ik ken er genoeg die het helemaal niet vreemd zouden vinden om zich op die manier uit te drukken. Maar als mijn redactrice álle ouderwetse woorden uit mijn manuscript zou schrappen omdat ‘de jonge lezers de betekenis van die woorden toch niet meer kennen’…Hm, dat zou mij persoonlijk toch in het verkeerde keelgat schieten.

Een van de voordelen van lezen is namelijk dat het je woordenschat vergroot, of je nu tien, twintig, veertig of zestig jaar oud bent. Zou een van mijn jongere lezers nog nooit van dat woord ‘verkneukelen’ hebben gehoord, dan hoop ik dat hij of zij door het verhaal eromheen de betekenis ervan zal begrijpen. En anders is er toch altijd een woordenboek… of Google. Ik hoor het mijn vader nog zeggen: ‘Het is helemaal niet erg als je iets niet weet, als je maar weet waar je het kunt vinden.’ Nou, dat laatste is nog nooit zo gemakkelijk geweest als tegenwoordig. Even googelen en binnen een paar seconden weet je precies wat je wilt weten. Of… Nee, niet altijd. Als je aan Mr. Google vraagt hoeveel plakjes Mortadella er in een ons zitten, dan geeft hij daar niet echt een duidelijk antwoord op. Dus dat vraag ik dan maar aan Jorgio, die weet namelijk wel wat één plakje weegt. Hij legt dat ene plakje gewoon op de weegschaal en dan zie ik zelf wel hoeveel er nog bij moeten om er een ons van te maken. Zo simpel is het.

Ach ja, iedere schrijfster heeft zo haar eigen taalgebruik en stijl van vertellen, en dat is maar goed ook, want zo is er voor iedereen iets te vinden op de planken van de boekwinkels. Ook in mijn genre. Op negen februari wordt de jaarlijkse Valentijnprijs uitgereikt aan de schrijfster van het door de vakjury uitgeroepen beste romantische boek van 2018. Mijn roman Smaak van Liefde heeft de shortlist daarvoor helaas niet gehaald, maar komt nog wel in aanmerking voor de Valentijn Publieksprijs, die door de lezers bepaald wordt. Iedereen mag online één stem uitbrengen op hun favoriete roman, en jullie voelen hem al aankomen natuurlijk. Mocht je nog niet gestemd hebben op jouw favoriete roman, en geniet je van mijn boeken, dan zou je mij een groot plezier doen als je via deze link een stem zou willen uitbrengen op mijn Smaak van Liefde. Stemmen gaat heel eenvoudig door het invullen van je naam en e-mailadres en het aankruisen van je favoriete boek naar keuze. Let op: de titels staan op alfabetische volgorde, dus je moet wel even doorscrollen naar de S van Smaak van Liefde. Superbedankt alvast voor je moeite, en dat geldt natuurlijk ook voor degenen die al op mij hebben gestemd! Zodra de uitslag bekend is, laat ik het jullie weten.

Al met al is het wel weer een beetje kneuterige column geworden, als ik het zo terug lees. Zo eentje die nergens over gaat en van de hak op de tak springt, maar dat komt natuurlijk door dat vrolijke zonnetje. Daar word ik altijd een beetje springerig van. Vanwege dat gespring en het schrijven van deze column heb ik Emma – de Beekbrugse roos uit deel 3 – vandaag ook noodgedwongen even in de wacht moeten zetten. Niet leuk voor haar, want ze zit net in een spannende scène. Iets met een uitslaande brand en een knappe Italiaan die zo stom is om zich daarmee te bemoeien. De inwoners van Beekbrugge worden ongetwijfeld helemaal gek van de gillende brandweersirenes die nu al 24 uur achter elkaar aan het loeien zijn omdat ik zo nodig eerst deze column voor jullie moest schrijven. Wat betekent dat ik morgen, ondanks het weekend, heel snel terug moet naar Emma en mijn geliefde dorpje om die sirenes tot bedaren te brengen. Geen weekend dus voor mij, maar hé, ik ben de laatste die daarover zal klagen. Ik wil natuurlijk wel zo snel mogelijk weten hoe het verdergaat met Emma. Net als jullie… 😉

♥♥♥♥♥

Alle kleine beetjes

Zo’n laatste column van het jaar is bij uitstek het moment waarop je als columnist graag nog even door wilt mijmeren over de gebeurtenissen van de twaalf achter ons liggende maanden. Er hoort ook zeker een snufje vooruitblikken naar het nieuwe jaar bij, net als het spuien van een aantal wijsheden waar de hele mensheid zijn voordeel mee kan doen. Mijn vingers hebben daar vandaag alleen niet zo’n zin in. Die gaan lekker hun eigen gang, en vertellen u liever over het winterzonnetje dat heerlijk schijnt, over zoonlief die midden in de nacht van eerste op tweede kerstdag bij ons in Pilion arriveerde, en over het niet helemaal volgens plan verlopende kerstmaal dat ik mijn echtgenoot op eerste kerstdag heb voorgezet. Huis-, tuin- en keukendingetjes, zal ik maar zeggen. Zoals u van mij gewend bent.

Tja, dat kerstmaal. Dat is toch ieder jaar wel een dingetje. Nog meer als je alleen met de feestdagen achter het fornuis staat, want ik heb vast weleens verteld dat manlief hier in huis de kok is. Niet alleen is hij daar erg goed in, het geeft mij ook de kans om voor u mooie en dikke boeken te schrijven. Soms zelfs twee per jaar, als ik heel erg mijn best doe. Dat kan alleen maar als je verder niet al te veel aan je hoofd hebt, en daarom laat ik de dagelijkse beslommeringen van ons huishouden met alle liefde aan manlief over. Als compensatie neem ik dan de feestmaaltijden voor mijn rekening, en dat is best een heel gepuzzel. Omdat ik niet elke dag in de keuken sta, mag het menu namelijk niet al te ingewikkeld zijn, want een geroutineerde keukenprinses ben ik natuurlijk niet. Bovendien doet manlief de inkopen, en ook daar wil het nog weleens misgaan. Zo heeft het tartaartje met gerookte zalm en rucola dat ik dit jaar als voorgerecht had bedacht, het niet gered. De gerookte zalm was uitverkocht, dus had manlief als vervanging een blikje zalmfilet met dille en mosterdsaus meegebracht. En de rucola was op de een of andere manier helemaal niet op het boodschappenlijstje terechtgekomen. Gelukkig kun je met zalm uit blik en zonder rucola ook wel iets doen, dus uiteindelijk werd het een simpele zalmcocktail in een glas in plaats van een mooi rond zalmtartaartje op een plat bord. Alleen niet op tweede kerstdag, zoals de planning was, maar op eerste kerstdag om een uur of acht ’s avonds. En dat kwam weer vanwege het kippenragoutpasteitje dat ik eind van de middag als hartig hapje had bedacht. Ook het pasteitje zag er iets anders uit dan de bedoeling was, want kant-en-klare pasteibakjes zijn hier niet te krijgen, volgens manlief. De zelfgemaakte ragout had ik dus maar in kleine stenen ragoutbakjes gedaan, met daaroverheen een velletje bladerdeeg gedrapeerd, waarna ik het geheel een kwartiertje in de oven heb gezet.

Nu was dit de eerste keer ooit dat ik met een rol vers bladerdeeg werkte, en om een luchtig, paddenstoelachtige dakje op die stenen ragoutbakjes te krijgen, heb je blijkbaar meer dan één velletje nodig, en moet je die velletjes ook van tevoren insmeren met olie. Helaas was mij dat even ontgaan in de hectiek van het koken en bakken. Bovendien lag de iets te veel gebonden kippenragout met het platte maar wel knapperige dakje dusdanig zwaar op de maag, dat we in gezamenlijk overleg besloten hebben om het hoofdgerecht van kip parmignana met witlof en camembert maar in zijn geheel achterwege te laten. In plaats daarvan namen we dus de eerdergenoemde zalmcocktail, waarna we meteen aan het toetje zijn begonnen. De ijskoude koffiesemifreddo met gekarameliseerde walnoten, witte en pure chocola was gelukkig perfect gelukt, al zeg ik het zelf. En zo hebben we eerste kerstdag al met al eigenlijk best lekker gegeten met zijn tweetjes, zonder al te veel opsmuk, gezellig op de bank voor de buis – tot diep in de nacht wachtend op zoonlief uit Nederland, die vanaf de luchthaven in Athene nog zo’n vier uur over donkere wegen naar Pilion moest rijden om bij ons te komen.

Het was een heerlijk weerzien in die donkere, koude winternacht. Je kind na lange tijd weer in je armen mogen sluiten, dat is het mooiste kerstcadeau dat je als moeder kunt krijgen. Kerstmis 2018 kan voor mij dus niet meer stuk, al heb ik het dan zonder gerookte zalm moeten doen. En ik weet nu al dat we dit jaar op zijn oer-Hollands gaan afsluiten met echte oliebollen, gebakken door zoonlief in onze Griekse keuken. Wat wil een mens in den vreemde nog meer? Nou, eigenlijk niet zoveel meer. Het enige wat ik nu nog wil, is een beetje vrede, een beetje liefde, en vooral dat er weer hoop is voor álle mensen. Dat moet toch haalbaar zijn als we er allemaal ons best voor doen? Want met al die kleine beetjes bij elkaar wordt 2019 ongetwijfeld een machtig mooi jaar voor iedereen, dat weet ik heel zeker… 😉

♥ Καλή Χρονιά! ♥
♥ GELUKKIG NIEUWJAAR ♥

♥♥♥

Huisje, boompje, beestje

Vandaag precies acht jaar geleden trokken wij in ons heerlijke huisje in Kato Gatzea. Het was gelukkig net zo zonnig als nu, wat goed uitkwam, want niets is erger dan verhuizen in de regen. Bovendien moest een deel van onze huisraad – waaronder een aantal uit elkaar gehaalde kasten – nog een paar nachten noodgedwongen buiten blijven staan omdat we natuurlijk niet alles op één dag weer in elkaar konden zetten.

Het was bij lange na niet onze eerste verhuizing – samen hadden we er al zes achter de rug inclusief de grote emigratie, apart van elkaar nog een aantal meer – dus we hadden er inmiddels wel een aardige routine in ontwikkeld. Wel moest het allemaal nogal snel, want geld voor meer dan één maand dubbele woonlasten hadden we niet. Halverwege oktober kregen we de sleutel van onze nieuwe stek, en nog geen drie weken later leverden we de andere sleutel al bij onze ex-huisbaas in. Best wel een record als je bedenkt dat manlief in die tijd naast allerlei kleinere reparaties het nieuwe huis ook al voorzien had van uitgebreide elektrische bedrading (de stoppenkast bleek maar één groep te hebben waardoor meerdere apparaten tegelijk aanzetten onmiddellijk een stroomstoring ten gevolge had). Een andere grote klus was het verhangen van de 60 liter boiler, die op een hoogte van een meter zeventig precies boven de douchebak hing. Rechtopstaand douchen was onmogelijk, en bovendien levensgevaarlijk gezien de erbarmelijke staat van de elektrische bedrading.

Op de eerste november was alles zo ver aangepast dat we er in ieder geval in konden wonen. Een goede vriend had zijn hulp en grote auto aangeboden, net als mijn lieve en inmiddels overleden vriendin ‘Tinus’. Terwijl de twee mannen zich het leplazerus sjouwden – ooit een wasmachine of een driezitsbank een steile smalle marmeren trap af gedragen? – namen Tineke en ik de kleinere dozen en losse rommeltjes voor ons rekening. Ik heb geen idee meer hoe vaak we met ons vierkoppig team op en neer zijn gereden, maar tegen het eind van de middag hadden we zo goed als alles op de nieuwe woonstek staan, inclusief een van de door ons gevoederde zwerfkatten. Dat we de zachtaardige Leopold mee zouden nemen stond voor ons buiten kijf. Die was al van kleins af aan door ons verzorgd en vertroeteld, en zou het niet overleven in de roedel halfwilde strays. Jurgen, onze andere lieveling, hadden we na heel lang dubben achtergelaten. Hij was een maand of vijf, zes geweest toen hij voor het eerst bij ons opdook, een echt ‘haantje de voorste’ die brutaalweg midden in de grote voerbak sprong als er gegeten werd. Tot onze verbazing stonden de grotere katers dat gewoon toe, en het was al snel duidelijk dat Jurgen zich heel goed binnen de groep wist te handhaven. Ondanks zijn binnenbezoekjes was hij een echte buitenkat, en met pijn in ons hart besloten we dat het voor hem beter was om hem in zijn eigen vertrouwde omgeving achter te laten. Het nieuwe huis lag immers midden in het dorp en had een grote tuin, waaruit hij zo de weg op kon lopen, een situatie waar hij niet aan gewend was. Nog zie ik dat verbaasde koppie van hem boven aan de trap toen we op de verhuisdag voor het laatst de deur achter ons dichtdeden. Het brak ons hart, maar toch, we wisten dat het voor hem de beste oplossing was.

De eerste dagen in het nieuwe huis waren behoorlijk hectisch. Alles moest een plekje krijgen, en dat viel niet mee. Bovendien moest ik tussendoor gewoon mijn schrijf- en vertaalwerk doen, want tijdens de inpakweken was daar niet veel van terechtgekomen. Gelukkig hield het zonnige weer nog een poosje aan, en kon ik aan een wankel tuintafeltje op het terras regelmatig een paar uur achter mijn computer kruipen, terwijl manlief ondertussen binnen de boel op orde bracht. ’s Avonds vielen we doodmoe en uitgeteld op de bank neer, met een opstandige Leopold op de andere bank. Hij begreep er niets van dat hij alsmaar binnen moest blijven en wilde naar buiten, maar wij hadden ergens gelezen dat je katten na een verhuizing minstens drie weken binnen moest houden om te laten wennen aan de nieuwe omgeving. Iets waar hij het duidelijk niet mee eens was.

Op de derde dag in ons nieuwe huis ‘moest’ manlief tegen het eind van de middag ineens heel nodig voor een boodschap naar Kala Nera. Het was al donker toen ik zijn brommer weer hoorde – en nog iets anders: een zeer bekend gemiauw dat uit de boodschappentas in het kratje kwam. ‘Ik kon hem niet weer achterlaten,’ bekende manlief een beetje schaapachtig toen het vrolijke koppie van Jurgen tevoorschijn kwam. ‘Ik ging even langs om te kijken hoe het met hem was. Hij kwam meteen aanrennen toen hij de brommer hoorde, en hij kroop zowat in me, zo blij was hij om me weer te zien.’ De uren en dagen erna was Jurgen niet bij ons weg te slaan. Hij wilde maar gekroeld en aangehaald worden, sprong op mijn verzoek ogenblikkelijk op de kattenbak om zijn behoefte te doen – wat hem een uitbundig prijzen van ons opleverde – en was met geen stok de deur uit te krijgen al stond die wagenwijd open. Het was werkelijk hartverwarmend om te zien hoe hij zijn best deed om het ons naar de zin te maken, bang als hij blijkbaar was om weer weggestuurd te worden. Weken later, toen hij allang overdag samen met Leopold buiten rondstruinde, kwam hij nog steeds naar binnen rennen om zijn behoefte op de kattenbak te doen. Dat was immers waar hij ons in die eerste dagen zo’n plezier mee had gedaan, nietwaar? En Jurgen wilde ons dat plezier niet ontnemen. Stel je voor dat we hem weer weg zouden doen…

Acht jaar verder zijn we inmiddels. Leopold en Jurgen zijn er beiden niet meer. Leopold, een prachtige grijze langhaar, is waarschijnlijk door iemand meegenomen. Hij verdween plotseling, zo’n zes jaar geleden tijdens de drukke paasperiode, wanneer er veel ‘vreemde’ mensen in ons dorp zijn. Grijze langharen zijn blijkbaar in trek, want twee jaar later raakten we op dezelfde manier in precies dezelfde periode ook mijn geliefde Jason kwijt. Jurgen hebben we gelukkig nog wat jaren langer bij ons mogen hebben. Hij heeft Ira, Felix, Miesje, Jason, Kees en Dimple zien komen, en vond het allemaal prima, zolang hij maar bij ons mocht blijven. Vorig jaar hebben we noodgedwongen afscheid van hem moeten nemen omdat hij op een onbekend moment ergens in zijn leven besmet was geraakt met een dodelijk kattenvirus. We missen hem nog steeds, maar de vele mooie herinneringen aan die leuke, gekke, eigenwijze ADHD-kater van ons houden hem voor altijd in onze gedachten. Net als de grote steen achter in onze tuin, waaronder hij zijn laatste rustplaats heeft gekregen. Dicht bij ons – voor altijd. Omdat dat was wat hij zo heel erg graag wilde.

♥♥♥♥♥

 

 

Een Griekse ‘ekdromí’…

De maand september raasde met een flinke vaart van de kalender af met verwoestingen door ongekend zware winden en hoosbuien die voor enorme overlast zorgden. Hier in Pilion zijn we er genadig vanaf gekomen, in tegenstelling met wat midden en zuid Griekenland over zich heen kreeg. Ja, het heeft bij ons ook twee dagen geregend en het stormde behoorlijk, maar het was niet veel anders dan wat we aan het eind van de zomer gewend zijn. Skiathos, het Sporaden-eiland dat aan de oostkant vlak voor de kust van Pilion ligt, kreeg  echter nog wel de volle laag, net als Evia, dat we aan de ‘overkant’ van de Golf bij Trikeri kunnen zien. Voor alle getroffenen is het vandaag puin ruimen, maar gelukkig wel bij een zonnetje. De lucht is geklaard, de komende dagen kunnen we ons weer warmen aan de zon in plaats van aan de kachel…

Toeval wilde dat ik dit weekend helemaal niet in het regenachtige Pilion was. Ik zat namelijk samen met schoonzus en vriendin Coby zo’n driehonderd kilometer noordelijker, om precies te zijn in Lutra Pozar, een klein Grieks bergdorpje dat bekend staat als een geliefd kuuroord vanwege de daar aanwezige thermale baden. Nu ben ik niet zo op baden en kuuroorden, maar het leek me wel een mooie gelegenheid om op een relaxte en betaalbare manier weer eens een ander gedeelte van Griekenland te zien. En dus schreven we ons gedrieën in voor een tweedaagse busexcursie (εκδρομή) naar Loutraki en Edessa, georganiseerd door Tsinoudis Travel, een klein reisbureau in Volos. Het kostte slechts €60,00 pp. inclusief hotelovernachting, diner en ontbijt. Nou, daar kun je je geen buil aan vallen, toch?

We hadden er zin in, en om zeven uur zaterdagochtend vertrokken we in een luxe minibus uit Volos. Ons gezelschap bestond uit dertien personen (waaronder slechts twee mannen), de reisleidster en de chauffeur met zijn vrouw. Gelukkig kunnen zowel Coby als ik inmiddels aardig uit de voeten met het Grieks, want er was ons vooraf al verteld dat de reisleidster weinig of geen Engels sprak. Blijkbaar gaan er niet vaak buitenlanders mee op zo’n typisch Griekse excursie. We hebben het prima kunnen volgen allemaal, en ach, de eerste uren werd er überhaupt niet veel gezegd. Wij waren beslist niet de enigen die wat moeite hadden met het vroege uur. De snelle koffiestop rond negen uur was dan ook zeer welkom. Maar dankzij dat vroege vertrekuur arriveerden we al om halfelf bij Hotel Paradosiako in Loutraki, ons onderkomen voor die nacht. Een mooie grote kamer met balkon kregen we. Veel tijd om er rond te kijken was er nog niet. We konden er net onze spullen neerzetten en het badpak uit de tas tevoorschijn trekken, want de bus wachtte alweer om ons keurig naar het grote bad bij de watervallen van Loutra brengen. Twee uur lang mochten we daar ‘vrij’ rondspetteren voordat de bus ons zou oppikken voor de lunch in Orma, een klein dorpje zo’n tien kilometer verderop.

De Pozar thermale baden liggen aan de voet van de Kaimaktsalan (Voras) berg bij Pella. Het zijn één van de meest therapeutische natuurlijke spa’s van Griekenland. Ze bevinden zich naast een snelstromende rivier, die vanuit de bergen naar beneden slingert. Smeltwater van de sneeuw op de bergen verdwijnt via een kloof tot diep onder de aardkorst. Bij Lutra Pozar komt het warme water boven het aardoppervlak en heeft het onderweg het nodige aan kalk en mineralen meegekregen. Dat warme mineraalrijke water stroomt naast het ijskoude water van de rivier het drukbezochte resort in, waardoor er een soort sauna-effect ontstaat. Op drie locaties in de rivier kun je met de andere bezoekers in een niet al te groot heet natuurbad gaan liggen en je daarna melden bij de verschillende spa resorts voor een massage of andere heilzame therapieën. Wie uitgebadderd is, kan zich omkleden in een van de vele kleedhokjes en vervolgens in een van de coffeeshops en restaurants genieten van een drankje of een hapje.

Het is allemaal nogal toeristisch uiteraard, en bezoekers worden met busladingen tegelijk af- en aangevoerd. Vriendin Coby werd meteen lyrisch bij het zien van de stomende baden, en sprong er onmiddellijk in, maar schoonzus en ik keken elkaar een beetje fronsend aan. De badpakken zaten in onze tas, en ik zal eerlijk bekennen dat ze daar ook gebleven zijn. We vonden het echt heel leuk om dat gekrioel in het water aan te zien, maar de lust om ons daarbij te voegen, ontbrak ten enen male. We hebben ons die twee uurtjes ‘vrije tijd’ echter  uitstekend vermaakt met kijken, wandelen en koffiedrinken. Zelfs het enthousiasme van Coby tijdens de overheerlijke lunch in Orma kon ons niet overhalen om het de volgende ochtend alsnog te proberen. Ik geloof best dat het heel bijzonder, heilzaam en zeer verfrissend is, maar zelf hou ik het toch liever bij een klaterende hete douche in mijn eigen badkamer.

Mocht u nu denken dat we dus eigenlijk voor niets naar Loutra zijn gegaan, dan heeft u het helemaal mis. Rond de rivier kun je namelijk ook heel goed wandelen, en dat is wat we zondagochtend – lekker uitgerust na een heerlijk lange nacht in een goed hotelbed – hebben gedaan. Op de wandelpaden in het bos en de kloof langs de rivier zijn we geen mens tegengekomen, en nog geen tien minuten lopen van al dat gekrioel vandaan ontdekten we nog meer prachtige watervallen en bassins, alleen niet zo warm als beneden en dus zonder badderende personen erin – wat het in mijn ogen meteen heel wat aantrekkelijker maakte. En zo hadden we ieder onze eigen geniet-momenten, want Coby vond de warme baden dus wél helemaal het einde, net als de massage die ze op zaterdagmiddag bij een van de resorts had besproken.

Na het gebadder en de wandeling in Loutra bracht de bus ons op zondagmiddag via een prachtige rit door allerlei dorpjes naar de watervallen van Edessa, een grote stad midden in de bergen. Het was alweer lunchtijd, dus na een bezoek aan het bovenste niveau van de waterval hebben we eerst een taverne opgezocht. Ook daar weer heerlijk gegeten, en terwijl Coby daarna de vele leuke winkeltjes in dook, zijn schoonzus en ik de trappen afgedaald naar de lager gelegen watervalniveaus. Op een daarvan kun je zelf tot achter de waterstroom komen, en dat hebben we natuurlijk gedaan! Ook de nabijgelegen grot – net breed genoeg voor één persoon – met prachtige rood en groen gekleurde stalactieten hebben we bezocht, en ter afsluiting lieten we ons in de holle boom op het pleintje vereeuwigen door een Engelse toeriste. Moe maar tevreden zaten vertrokken we om drie uur uit Edessa voor de lange rit terug naar Volos. We vermoeden dat de twee oudere dames uit Ano Lechonia – die achter ons in de bus zaten – bij de lunch een lekker glaasje wijn hadden genomen, want die gingen al snel helemaal los met vrolijk ‘Hoppa’-gezang en handgeklap op de muziek die de chauffeur op hun verzoek in de player duwde. Ze kregen de rest van het gezelschap helaas voor hen niet echt mee, dus na een halfuurtje werd de muziek weer op een iets minder hard niveau gedraaid en keerde de rust in de bus terug.

Tegen zeven uur reden we Volos weer binnen en kwam er een einde aan ons heerlijke uitstapje, waar we heel erg van genoten hebben. Vandaag geniet ik nog een beetje na met het bekijken van de foto’s en het schrijven van deze column. Het was echt een lekker ontspannen weekend, ook zonder in dat heilzame bad of op de massagetafel te hebben gelegen. Dus ja, wat mij betreft dus absoluut een aanrader, zo’n tweedaags uitstapje met de bus naar een bestemming die ik uit mezelf niet zo snel zou hebben uitgekozen. Een mens is echt nooit te oud om eens iets nieuws te proberen…😉

♥♥♥♥♥

 

 

Lummelen

Na de maandenlange schrijfmarathon voor de Rozen van Beekbrugge deel 1 en 2 was en is het hoog tijd voor een beetje lummelen, iets waar ik niet zo heel vaak aan toe kom, simpelweg omdat ik altijd wel iets te doen heb – en zo niet ogenblikkelijk iets verzin om te doen. Een beetje onwennig voelt het wel, dat ‘gewoon niets doen’, dus stiekem ben ik best blij dat het alweer 1 september is. Er ‘moet’ een column geschreven worden, want daar kijken een heleboel mensen naar uit, op die eerste van de nieuwe maand. En dus zit ik nu met een tsipourootje naast me en mijn laptop op schoot gezellig op mijn terras, heerlijk gekoeld door de krachtige ventilator voor me, want het is hier nog steeds zo’n dertig graden in de schaduw. Lekker zomers weer dus, en ik geniet er met volle teugen van.

Waar ik ook van heb genoten, is mijn weekje ‘undercover in NL’. Jawel, u leest het goed, ik was even terug in mijn vaderland. Ik heb lekker toeristje gespeeld in het mooie Groningse Ter Apel, waar het goed toeven is. Ik logeerde in de studio van B&B ’t Ossenschot, een adresje om te zoenen, zo fijn was het daar. Niet alleen ik vond dat, hoor. Ook de paar gezinnen met kinderen die tijdens mijn verblijf in o.a. de trekhut en het appartement verbleven, waren vol lof over hun overnachtingsplek op de boerderij van Thea en Willem. Het weer werkte ook nog eens helemaal mee, waardoor ik alle dagen op mijn terras kon ontbijten. Een superontbijt, door Thea persoonlijk klaargemaakt en op een dienblad gebracht, bestaande uit diverse warme broodjes, een krentenbolletje, een belegdoos vol met kaas en worst, Griekse yoghurt met verse vruchten, een gekookt eitje, een glaasje biologisch vruchtensap, hagelslag, muisjes, een schaaltje eigengemaakte jam… wat een fantastisch begin van de dag!

De boerderij, met paarden, hond Raisha, Brammetje de kat en een nieuwe Piet de Pauw – de oude liftte ooit op het dak van Thea’s auto mee naar het dorp en heeft na zijn wonderlijke terugkeer nog jaren vrolijk op het terrein rond ‘getoeterd’ – ligt aan de rand van het bos. Je loopt zo de mooie natuur in, met prachtige wandelpaden, mooie Nederlandse velden en sloten… Kortom, een plek om tot rust te komen. En dat had ik wel nodig na mijn lange schrijfperiode. In korte tijd twee delen schrijven van de Rozen van Beekbrugge was niet makkelijk, ook al deed ik het met heel veel liefde. En wat is er dan mooier om bij thuiskomst (de uitstapjes die ik in Groningen maakte zien jullie terug in de foto’s hieronder) een enthousiast mailtje te krijgen van de uitgeverij, waarin me werd verteld dat de eerste verkoopcijfers van Smaak van Liefde héél positief zijn! Dank, lieve lezers, voor jullie enthousiaste aanschaf van mijn HQN-roman. Een boek kan met nog zoveel liefde geschreven zijn, als het niet verkocht wordt, is de schrijversdroom helaas snel over.

Voor mij blijft die droom dus nog een poosje voortduren. Ik mag in ieder geval verder met deel drie, waarin de bakkerij van Emma centraal zal staan. Het wordt ongetwijfeld weer een heerlijke rollercoaster om Emma’s avonturen op papier te krijgen, en tijdens het lummelen begint er zowaar alweer het een en ander te kriebelen. Dat is ook goed. Een verhaal moet eerst in mijn hoofd vorm krijgen, ik moet mijn hoofdpersonen leren kennen, hen begrijpen en aanvoelen voordat ik ook maar een letter op papier zet. En hoe leger mijn hoofd, des te meer ik opvang van het gefluister, van de flarden verhaal die voorbij zweven. Een beetje langer doorlummelen is dus geheel en al gerechtvaardigd. Daarom ook ben ik gisteren weer gezellig met manlief in onze kano de zee op gegaan. Dat kan als ik in en rond het huis lummel. Ditmaal verliep het echter niet zo soepeltjes als de eerste keer. Net voordat we vanuit huis zouden vertrekken, ontdekten we namelijk dat ‘de scheg’ ontbrak. Voor wie het niet weet: de scheg is het haaievinnetje aan de onderkant van de boot dat ervoor zorgt dat je recht door het water klieft. Zonder dat ding wordt het wat lastig om vooruit te komen en ja, dat gebeurde dus ook…

We hadden echt de hele tuin afgezocht naar dat kreng, omdat we dachten dat-ie uit de boot was gewaaid bij de storm van een dag ervoor. Zelfs de buurman zocht mee, en ik zweer het, we hebben zelfs de boot meerdere malen doorzocht voor het geval dat ding nog gewoon ‘aan boord’ was. Niet dus. Uiteindelijk besloten we om het dan toch maar zonder scheg te proberen. We rolden de kano naar de boulevard, lieten hem te water en namen zowaar zonder om te kieperen onze plaatsen in. De rest zal ik u besparen. Zonder scheg kom je namelijk niet zo ver, want je draait alsmaar rondjes, hoe fanatiek je ook peddelt. Wie manlief en mij een beetje kent, kan zich wel voorstellen hoe wij daar in die kano zaten. Afijn, na een kwartier vruchteloos rondjes draaien hebben we het ding weer op de kant gehesen en om niet helemaal gefrustreerd thuis te komen, zijn we toch nog maar even het water in gedoken om op te frissen. Eenmaal weer thuis haalden we de stoeltjes los zodat we het water uit de boot konden kieperen – en wat denk je? Jawel, zat die scheg dus gewoon aan de onderkant van een van de stoeltjes geplakt! Grrr…

Het is maar goed dat ik zo relaxt ben door al het lummelen. We hebben er hartelijk om gelachen, het ding wederom in de boot opgeborgen tot de volgende keer, en als het een beetje meezit, gaan we binnenkort gewoon weer samen de zee op. Dat kan als je in lummeltijd verkeert. En ja, dan is er morgen ook zomaar ineens tijd voor een tsipouradiko met een FB-vriendin die ik nog nooit in levenden lijve heb ontmoet, maar wel zo lief is om in haar koffer Vlaardingse ijzerkoekjes en Schelvispekel voor me mee te brengen. En heb ik ook tijd om mijn oprecht gemeend excuus aan te bieden aan de in Pilion verkerende FB-vrienden voor wie ik afgelopen maanden geen tijd kon vrijmaken. Ik hoop echt dat het me vergeven wordt, schrijven is nu eenmaal een raar proces, waarin mijn buitenwereld vervaagt en mijn fantasiewereld steeds reëler wordt. Ik weet ook zeker dat ik vergeten ben om een aantal jarigen te feliciteren, wat ik, enigszins aan de late kant maar met een oprecht hart, bij dezen alsnog graag wil doen: XRONIA POLLA, lieve ‘vergeten’ jarige vrienden en vriendinnen. Als jullie dit lezen, weet dan dat ik jullie echt nog heel veel mooie verjaardagen toewens!

Het lummelen gaat gelukkig nog even door. De allerlaatste puntjes worden nu op deel twee gezet, daar moet ik in de komende week nog even naar kijken. Er moet ook nog een andere column geschreven worden, voor de Vlaardingen24 krant, en er is zojuist een correctieopdracht binnengekomen. Allemaal peanuts vergeleken bij de heftige werkzaamheden van de afgelopen maanden. Ik mag gewoon nog even genieten van de Griekse zomer, en dat ga ik ook zeker doen. Over twee weekjes komt mijn schoonzus, dan hebben we drie weken waarin we ongetwijfeld leuke dingen gaan doen nu de temperatuur hier weer enige activiteit toestaat. En daarna… Daarna duik ik weer dagelijks mijn werkkamer in en mag Emma haar verhaal aan mij komen vertellen. Een verhaal waarin ik heerlijk ga genieten van haar avonturen in het lieflijke dorp Beekbrugge, van haar zelfgemaakte chocoladebonbons, van de geur van versgebakken brood en natuurlijk van een fikse portie romantiek. Ik verheug me er nu al op… 😉

♥♥♥♥♥