De tempel van Artemis

Aan de zuidoostkust, tussen Mourtias en Katigiorgis, ligt het piepkleine strandje van Theotokos. Het nogal knullige afslagbordje erheen wordt makkelijk gemist, omdat het maar aan een kant van de weg staat. Kom je van de andere kant, dan zie het helemaal niet. Los daarvan rijd je er ook zomaar voorbij omdat het niet echt opvalt… tenzij je weet dat het eraan komt. Het is een van mijn meest geliefde stopplekjes tijdens een ritje over de Pilion met op bezoek zijnde vrienden. Ik hou nu eenmaal niet van volle strandjes met ligbedden, gillende kinderen en boomboxmuziek. Geef mij maar verlaten baaitjes, waar je het zachte ruisen van de zee kunt horen, terwijl je de woest mooie natuur stilletjes op je laat inwerken, gezeten op een steen of gewoon op een meegebracht handdoekje op het zand.

De weg erheen voert via Lafkos, en dat is ook zo’n geliefde stopplek van me, want bij de bakker daar haal je de heerlijkste broden en croissantjes. Het brood wordt gebakken in een met hout gestookte oven, en dat proef je. De bakkerij is gevestigd in wat eigenlijk het stationnetje van Lafkos had moeten worden. Vooruitlopend op het doortrekken van de spoorverbinding door de Pilion was men alvast maar begonnen met het bouwen van een stationsgebouwtje, maar helaas zijn de rails nooit verder gekomen dan Milies. Als je buiten staat en omhoogkijkt, zie je aan de metalen rand op de luifel nog steeds de oorspronkelijke architectuur. Kijk je om het hoekje van het gebouw, dan ligt daar tegen de muur het hout opgestapeld voor het vuur van de oven. En geef binnen niet alleen je ogen de kost, maar ook je neus, want al dat versgebakken brood ruikt werkelijk hemels!

Op mijn vrienden-roadtrip kopen we daar altijd een broodje of croissantje om mee te nemen, samen met een flesje drinken, alvorens we verder rijden naar het strand van Mourtias. De Paaseiland-beelden, noem ik de rotsformatie die daar uit zee oprijst. Als het zonlicht er op een bepaalde manier op schijnt, kleuren ze dieprood, maar ook zonder dat zijn ze behoorlijk imposant. Met elkaar vormen ze een buffer tegen de golven van de Egeïsche zee, waardoor er een kleine, rustige poel ontstaat waarin het relaxt zwemmen is als het getij dat toestaat. Het is er nooit druk en je kunt er heerlijk genieten van de meegenomen lekkernijen uit Lafkos. Ben je van plan er een tijdje te vertoeven, vergeet dan niet een parasol mee te nemen en eventueel een stoeltje, want behalve de ‘beelden’ en het strand is er  verder niets.

Ons tripje gaat dan vervolgens verder richting Katigiorgis, het uiterste zuidoostelijke puntje van Pilion, maar eerst slaan we een paar kilometer na Mourtias linksaf voor alweer een korte stop bij het hierboven genoemde strandje van Theotokos. Hier staat een van de oudste kapelletjes van Pilion, gebouwd in 1807, op de plek waar ooit een tempel voor de godin Artemis heeft gestaan. In 1805 is die tempel ontdekt en gedeeltelijk opgegraven door een Amerikaanse archeoloog, dezelfde die ook de opgraving in het niet ver van mijn woondorp gelegen dorp Koropi leidde. Blijkbaar was die opgraving belangrijker, want verder dan het opdiepen van een paar marmeren zuilen en een gedeeltelijk ontbloot vloermozaïek is de beste man in Theotokos niet gekomen.

Veel belangstelling voor de vondst in Theotokos is er nooit geweest, ook niet in de huidige tijd. De zuilen en het mozaïek liggen er nog steeds, achteloos ergens tussen het onkruid dat de gedeeltelijk opgegraven fundatie van de tempel welig overwoekert. Het ertegenover liggende kapelletje daarentegen wordt wel onderhouden en zelfs regelmatig gebruikt. Ik heb me laten vertellen dat het een zeemanskerkje is, gebruikt door vissers om de zegen te vragen voor de vangst. Het strandje wordt namelijk van oudsher door vissermannen gebruikt, wat ook nog te zien is aan de oude vissershutten, die in de bergwand op het strand een beetje krakkemikkig tegen elkaar aanhangen en nu als opslag voor kapotte netten en andere troep wordt gebruikt.

Tijdens de opgraving van de Amerikaanse archeoloog in 1805 zijn er ook overblijfselen gevonden van een kleine nederzetting op deze plek. Als je er nu staat, kun je je dat nauwelijks voorstellen, zo verlaten is het er, maar het feit dat er ooit een tempel werd gebouwd geeft al aan dat het destijds iet dichter bevolkt was dan nu. Tegenwoordig zijn er in de omtrek slechts sporadisch huizen te vinden, van een dorpje in de buurt is helemaal geen sprake. Op een bepaald moment moeten de mensen die in de buurt van de tempel woonden daar weggetrokken zijn, maar de reden daarvoor zal altijd wel een mysterie blijven.

Hoe het ook zij, de tempel van Artemis werd nooit meer herbouwd en mensen hebben zich in de eeuwen erna nooit meer massaal in de buurt gevestigd. We zullen er in de nabije toekomst ook niet achter komen wat er destijds op die plek is gebeurd, want blijkbaar vindt geen enkele archeoloog de overblijfselen in Theotokos zo interessant dat hij of zij die ooit begonnen opgraving wil hervatten. Persoonlijk ben ik daar niet heel rouwig om. Juist die verlatenheid, de imposante overblijfselen van de tempel en dat piepkleine kerkje maken van deze plek iets bijzonders. En dat mag wat mij betreft voor altijd zo blijven… 🙂

♥♥♥♥♥

 

Lente

Vanaf eind april begint hier het toeristenseizoen en dat is alweer goed te merken. Zeker als het zoals nu ook nog eens een Trimero-weekend is, oftewel een weekend dat gevolgd wordt door een vrije feestdag. De eerste mei wordt in veel landen gevierd als de Dag van de Arbeid, en hoewel dat ook voor Griekenland geldt, staat de eerste mei hier eigenlijk meer bekend als Bloemetjesplukdag. De officiële benaming is Protomagia, en het is vooral de dag waarop de komst van de lente en de bloemen wordt gevierd. Een dag die daarom veelal buiten, in de vrije natuur wordt doorgebracht. Zowel kinderen als volwassenen zie je enthousiast overal bloemetjes plukken, waarvan prachtige kransen worden gemaakt. Die bloemenkransen worden op de auto’s gelegd of aan de deuren van woningen en kapellen gehangen. En aangezien er na gedane arbeid natuurlijk ook gegeten moet worden, gaan ook de barbecue en de picknickmand mee voor een relaxte dag in het open veld, de olijfgaard of aan het strand.

Deze vrolijke feestdag vindt zijn oorsprong in de oudheid. De Minoërs schijnen rond de eerste mei de komst van ‘het nieuwe jaar’ al uitgebreid gevierd te hebben. Ze droegen de vijfde maand van het jaar op aan Demeter, de godin van de landbouw, en haar dochter Persephone, die deze maand naar haar moeder zou terugkeren, nadat ze de winter bij Hades in de onderwereld had doorgebracht. De oude viering van de eerste mei is door de eeuwen heen voortgezet door middel van verschillende gebruiken en tradities. Een van de oudst bekende vieringen was de ‘Anthesteria’, het eerste Griekse bloemenfestival. Hierbij werden verschillende processies gehouden waarbij de Grieken bloemen naar heiligdommen en tempels brachten. Dit bloemenfestival vond voor het eerst plaats in Athene en werd later ook gevierd in andere steden, een gebruik dat nog steeds bestaat.

Zo’n bloemenfestival heb ik hier in Pilion echter nog nooit meegemaakt, maar de bloemenplukkende families wel. Grote kans dat we vandaag een aantal van hen gebukt bij het overdadige Marguerites-bloemperk voor onze tuin zullen aantreffen, want die bloeien momenteel zo mooi, dat ik de afgelopen tijd al meerdere spontane plukkers heb gezien. Sommigen duiken een beetje schielijk weg als ze in de gaten hebben dat ik toevallig in de tuin ben, anderen complimenteren me met ons ‘bloemenparadijs’ en vragen netjes of ze er een paar mogen plukken. En natuurlijk mag dat; er staan er genoeg, zowel binnen als buiten ons hek.

Ik ben een groot voorstander van deze feestdag. De komst van de lente met alle vrolijke, kleurrijke bloemen vind ik absoluut de moeite waard om te vieren. Weg met die grauwe, koude, kale winter! We willen kleur, geur, en het voorjaar in ons leven. Alles ziet er immers veel vrolijker uit als het zonnetje schijnt en de olijfgaarden rood en wit kleuren van de klaprozen, de anemoontjes en de madeliefjes. En ja, ik ben natuurlijk gezegend dat ik hier woon, zodat ik iedere dag uitgebreid mag genieten van al het moois dat de natuur in dit seizoen zomaar tevoorschijn tovert. Zelfs als het regent blijf ik nu glimlachen, want ik weet dat er na zo’n regenbui opnieuw een explosie volgt van andere, nieuwe en nog kleurrijkere gewassen. Van onkruid ook, natuurlijk, dat is minder leuk, maar zelfs onkruid bloeit hier mooi.

Voorjaar betekent ook dat de terrasjes aan zee weer open zijn, en daarom hebben manlief en ik onlangs mijn verjaardag gevierd met een uitgebreide en overheerlijke brunch bij Ya Banaki in Kala Nera. Behalve het ‘normale’ ontbijt hadden we ook twee omeletten en een Chef Salad besteld. En door die salade ontdekten we iets wat we al die achttien jaren dat we hier wonen niet hebben geweten. Yiannis, de eigenaar, kwam zich namelijk meermaals verontschuldigen omdat de salade noodgedwongen nog even op zich liet wachten. De gekookte eieren die hij daarvoor nodig had waren tijdens het koken kapotgegaan, en aangezien hij de salade altijd met vers gekookte eieren maakt, moesten er eerst een paar nieuwe gekookt worden. Manlief, in ons huishouden de expert op kookgebied, wilde weten of hij dan misschien vergeten was om er een gaatje in te prikken, want dan heb je daar immers geen last van. Aangezien zelfs ik als ‘niet-kok’ op de hoogte ben van de gaatjes-tip, waren wij totaal niet voorbereid op de stomverbaasde blik van Yiannis, die werkelijk waar nog nooit van dat gaatjes prikken had gehoord, laat staan in het bezit was van een doodgewone eierprikker! ‘Oké, geen punt,’ zei manlief. ‘Ik breng er wel eentje voor je mee uit Volos.’

Maar nu komt het: in heel Volos was zo’n simpel dingetje niet te vinden. Niet op de markt, niet bij de Praktiker en zelfs niet bij de Jumbo, de Griekse huishoudgereedschap-specialist. En toen ik ging zoeken op internet om er dan maar eentje online te bestellen, bleek bij geen enkele winkel het fenomeen ‘eierprikker’ bekend, laat staan te koop te zijn. Iets wat ons in al die jaren nooit is opgevallen, want blijkbaar is de eierprikker in onze keukenla destijds gewoon in de keukendoos op de pallet meegekomen. Nu wil ik niet beweren dat alle Grieken onbekend zijn met het feit dat het beter is om een gaatje in een ei te prikken voordat je het in kokend water laat glijden, maar feit is wel dat zo’n simpele prikker hier in Griekenland niet zulk ‘gemeengoed’ is als in Nederland, waar je het bij Blokker, bolcom of welke huishoudzaak ook voor een paar euro kunt aanschaffen.

Gelukkig kunnen we Yiannis zeer binnenkort alsnog blij maken met de beloofde eierprikker. Geen Griekse, maar een Nederlandse prikker is het geworden, en hij komt hiernaartoe in de koffer van een lieve vriendin die ik heel lang niet heb gezien, maar met wie ik al bijna vijftig jaar bevriend ben. Ooit waren we collega’s op het reisbureau in Rotterdam-Zuid waar ik in 1974 mijn werkzame leven ben begonnen. De vriendschap die daaruit voortkwam is altijd blijven bestaan, ook al zien we elkaar maar heel zelden ‘in het echt’. Best bijzonder vind ik dat, en ik weet zeker dat we heel wat bij te praten hebben. Hoogstwaarschijnlijk tijdens alweer zo’n zonnige brunch bij Ya Banaki in Kala Nera, compleet met omelet en een overheerlijke Chef Salad – die ditmaal zeker weten zonder vertraging door stukgekookte eieren geserveerd zal worden… 😉

♥♥♥

 

Kom van die bank af!

De Griekse vakantieperiode is grotendeels voorbij, wat betekent dat het gewone leven weer op gang komt. Een mooie gelegenheid om de kajak maar weer eens tevoorschijn te halen, vonden manlief en ik afgelopen zondag. De ergste vakantiedrukte is voorbij, waardoor er voor ons wat meer ‘ruimte’ komt om leuke dingen te doen. Begrijp me goed, ik vind het heel begrijpelijk dat mensen het heerlijk vinden om hier hun vakantie door te brengen. We hebben strand, zee, mooie natuur, leuke bergdorpjes en lekker eten. Een perfecte vakantiebestemming dus, vooral als je houdt van tropische temperaturen. Maar ja, wij zijn hier niet op vakantie, we wonen hier, en dat is toch net even anders.

Gelukkig is het jaarlijkse ‘vakantieleed’ bijna geleden, dus vandaar onze kajak-trip. Nu moet u zich daarbij niet al te veel voorstellen, hoor. Het is meer een ‘hoe zachtkens glijdt ons bootje over de Pagasitische Golf’ en dan ook nog eens binnen een radius van hooguit vier kilometer vanaf Kato Gatzea. Sinds de aanschaf twee jaar terug zijn we er wel heel wat handiger op geworden wat betreft het klaarmaken en in het water gooien van ons oranje gevaar. Naar buiten rijden, waterdichte container vastbinden, stoeltjes inhaken, kajak achter de brommer hangen… we draaien ons hand er niet meer voor om. Binnen het kwartier staan we tegenwoordig al ‘vaarwaardig’ aan het strand, en dat allemaal zonder noemenswaardig gekissebis! We leren het nog wel, manlief en ik.

Het was alweer een paar maandjes geleden dat we actief waren geweest, dus we besloten het niet al te heftig te maken. Het haventje tussen Kala Nera en ons eigen dorpje was ver genoeg, en leuk om eens een keer vanaf het water te bekijken in plaats vanaf het vaste land. Er lagen heel wat boten die we al peddelend bekeken hebben alvorens we de havenmond weer uit peddelden, en dat allemaal zonder in aanvaring te komen met de twee vissersboten die ondertussen de haven binnen tuften. Ik zei het al, we leren het echt! Het strand van camping Sikia ligt bij het haventje om de hoek, en dat is een prima stek om een welverdiende frappé te drinken. We moesten wel even om een paar rotsen en een zich daarop bevindende visser – inclusief vislijn –  heen manoeuvreren, maar ook dat leverde geen enkel probleem op. Al snel gleden we tussen de zwemmende en zonnende badgasten zo het Sikia-strand op. Kajak even omkieperen, zwemvesten uit en hup, aan de koffie. Een kind kan de was doen!

Dat de vakantie voorbij is, konden we goed merken. Het was heerlijk rustig op het terras, al staat het campingterrein zelf nog aardig vol met campers en caravans. Of misschien kwam die rust ook wel vanwege het feit dat halfelf nog redelijk vroeg is voor strandgangers. Tegen de tijd dat we onze koffie op hadden, begon het in ieder geval al wel weer wat drukker te worden. Dit keer moesten we behalve de zwemmers ook een aantal ‘suppers’ ontwijken. Dat is hier echt een rage aan het worden. Lijkt mij trouwens ook best leuk, zo’n board om al peddelend op te staan. Het heeft wel iets weg van surfen, en dat heb ik in het verleden ook een paar keer gedaan. Op zich ging dat best goed. Ik heb er namelijk een vreselijke hekel aan om met een plons kopje-onder te gaan, dus in no-time had ik dat blijven staan op zo’n ding onder de knie. Wegvaren ging ook prima, alleen het terugkomen was wel een dingetje. Ik weet nog goed dat ik aan de overkant van het meer het riet in werd geblazen, waardoor ik na heel veel pogingen om eruit te komen geen andere mogelijkheid had dan met de surfplank onder mijn arm lopend langs de oever van de plas terug te keren. Maar ja, zo’n surfplank bestuur je met een zeil en bij zo’n supboard heb je een peddel, dus misschien dat terugkomen dan niet zo lastig is.

Voorlopig echter hou ik het toch nog maar even bij de kajak, want zo soepel als vroeger zit mijn lijf allang niet meer in elkaar. Daar werd ik weer eens flink aan herinnerd toen ik de volgende ochtend uit bed stapte. Rug, schouders, nek… alles deed pijn! Tja, dat komt er dus van als je vanwege de veel te hete zomer gedwongen wordt om niet veel meer te doen dan bankhangen. ‘Rust roest!’ riep ik altijd tegen m’n oudere line dance-cursisten. ‘Je moet in beweging blijven. Stilstaan is achteruit gaan!’ Wekenlang bankhangen dus ook, dat kan ik u na deze hete zomer uit eigen ervaring vertellen. Gelukkig is het einde van het hangen in zicht. De 35+ temperatuur doet nog steeds haar best, maar gaat het in het september ongetwijfeld verliezen van de in aantocht zijnde herfst. Een klein beetje jammer is dat wel, want we hebben net vandaag onze nieuwe bank gekregen. Eentje die perfect is om lekker op te bankhangen en drie weken geleden al geleverd had moeten zijn volgens de verwachte afleverdatum op mijn bestelbevestiging. Maar ja, this is Greece, man! En iedereen in Greece weet toch dat in augustus alles stil ligt?

En ja, dat weet ik wel, maar ik snap nog steeds niet waarom je dan bij een geplaatste order niet meteen de juiste afleverdatum kan vermelden. Zo’n bedrijfsvakantie van het transportbedrijf is echt al wel van tevoren bekend. Kleine moeite om zoiets in de computer aan te passen, toch? Het zal wel een on-Griekse gedachte zijn, en in dat opzicht is manlief beslist meer Grieks dan ik. Die riep meteen al: ‘Tien dagen levertijd? Vergeet het maar, dat wordt niet wat in augustus. Reken maar op begin september!’ Hij heeft gelijk gekregen, ik geef het ruiterlijk toe. Maar ach, het belangrijkste is dat de bank is gearriveerd, hoewel hij op het moment dat ik dit schrijf nog op een pallet voor het tuinhek op de straat staat. Verder dan dat ging de afleverservice niet.

Nu moeten we straks dus alleen nog even puzzelen hoe we het gevaarte via de tuin het huis in krijgen. Maar ach, als we samen net zo goed puzzelen als kajakken komt dat vast wel goed… 😉

♥♥♥♥♥

 

Weer thuis!

Jawel, na ruim drie weken in het buitenland doorgebracht te hebben, ben ik gelukkig gezond en wel weer terug in ons Griekse huisje, met een flinke dosis hernieuwde energie en heel veel mooie herinneringen! De eerste week was puur vakantie, op de mij zo geliefde Britse Kanaaleilanden Guernsey, Herm en Sark, waar vriendin en ik heel wat wandelkilometertjes hebben gemaakt. Daarop volgde een week die voornamelijk in het teken stond van mijn schrijfwerk, met niet alleen een zeer gezellige Pareia-avond in de Vlaardingse bibliotheek, maar ook nog eens twee uitvoerige interviews: eentje voor het AD en eentje voor een radioprogramma dat zeer binnenkort wordt uitgezonden. Superleuk om te doen, en heerlijk om te ervaren dat mijn boeken zo gewaardeerd worden.

Dat ik geen twintig meer ben, begon ik tegen die tijd echter wel te merken, en daarom was het maar goed dat ik in die derde week lekker bij kon komen bij zoonlief en schoondochter in het prachtige Twente. Genoten heb ik van de wandelingen over het mooie Landgoed Twickel, van de gezellige Country Fair op kasteel Warmelo, van het slenteren door het slaperige stadje Delden en het ‘terug in de tijd’-bezoek aan museumboerderij Wendezoele. De rust van het platteland was voor mij het perfecte antidotum voor de hectiek van het ‘gewone’ leven, want geloof me… na drie jaar niet buiten mijn schiereiland te zijn geweest, voelde ik me tijdens deze reis regelmatig een echte ‘alien’!

Wat me van alle nieuwe ervaringen het meest is bijgebleven, was mijn bezoek aan een grote supermarkt in Vlaardingen. Behalve het feit dat het Nederlandse supermarktassortiment zoveel keuzes biedt dat je er duizelig van wordt, is het afrekenen van je boodschappen ook niet meer zo simpel als vroeger. Hier in Pilion zijn we al helemaal blij dat we bij de meeste winkels tegenwoordig eindelijk contactloos kunnen betalen, ook al verloopt dat lang niet altijd probleemloos. Dingen als een zelfscan-kassa zijn voor Pilion dan ook zeker nog een brug te ver, maar nieuwsgierig als ik ben, wil ik dat natuurlijk wel uitproberen als ik daartoe de kans krijg. Dus stortte ik me met mijn boodschapjes opgewekt in het zelfscan-avontuur. Ik dacht in eerste instantie dat ik de zelfscanner moest gebruiken die op het rek naast het grote scherm hing, maar dat hoefde niet. Die schijn je al aan het begin van je winkeltocht in gebruik te moeten nemen en dan bij die kassa achter te laten. Mijn boodschapjes moesten gewoon een voor een voor het scherm gehouden worden met de barcode naar voren.

Een kind kan de was doen! Er rolde na mijn contactloos betalen zowaar een kassabon uit en helemaal trots op mezelf begaf ik me naar de uitgang… om tot de ontdekking te komen dat die geblokkeerd werd door van die automatische draaihekjes. Daar stond ik dan met mijn boodschapjes en mijn goeie gedrag, want blijkbaar had je daar ook weer een of andere scan-kaart voor nodig. Gelukkig waren er nog meer zelfscannende medemensen en na een korte observatie begreep ik dat het ‘Sesam-Open-U’ in dit geval werkte als je er je kassabon voorhield – die uiteraard ergens verfrommeld onder in mijn tas zat. Maar… na enig gladstrijken lukte het me dan toch om de supermarkt te verlaten. Ik was zo in de ban van al dat contactloos gedoe, dat ik bij terugkeer in de hotellobby automatisch mijn kamersleutelkaart voor het liftconsole hield. Verkeerde manoeuvre. De lift werkte namelijk nog gewoon ouderwets met een simpele druk op de knop. Hoewel… zo verkeerd was het achteraf gezien ook weer niet, want de lift in mijn hotel in Düsseldorf kwam dus wel degelijk alleen in beweging als je er je kamersleutelkaart voorhield. Je moet het allemaal maar weten!

Afijn, al met al is het me toch aardig gelukt om mezelf staande te houden in het zo snel veranderende Nederland. Zo heb ik in het Openbaar Vervoer met mijn bij de automaat zelf opgewaardeerde OV-chipkaart altijd netjes in- en uitgecheckt, heb ik via de op mijn telefoon gedownloade Staxi-app meermaals een keurig op tijd arriverende taxi besteld en wist ik in restaurants uit de voor ‘aliens’ haast onbegrijpelijk geworden menukaart-taal toch meestal de juiste gerechten te kiezen. Overweldigend en vermoeiend, dat was het allemaal wel. Het contrast met ons gezapige leventje in Pilion is groot, misschien wel te groot. Want ook al kan ik soms best flink mopperen op dat altijd haperende, vaak zo moeizaam verlopende ‘Griekse systeem’, na deze drie weken buitenlandervaringen ben ik toch eigenlijk wel heel blij dat ik niet meer dagelijks in een ‘gestroomlijnde’ wereld vertoef.

Ik heb me voorgenomen om zeer binnenkort een YouTube-video te maken, een korte beeldimpressie van alles wat ik op reis heb gezien en gedaan. De link daarvan kunt u tzt. uiteraard terugvinden op mijn website of op mijn Facebook-pagina. Net als de link naar het interview voor het nieuwe radioprogramma van Omroep Vlaardingen over boeken en schrijvers dat zeer binnenkort uitgezonden zal worden. Ik ben heel benieuwd hoe dat is geworden, want ik heb werkelijk geen idee meer wat ik daarin allemaal heb verteld en gezegd. Hopelijk heeft de programmamaakster de ergste bloopers eruitgehaald. Hoewel… vaak zijn dat natuurlijk wel de leukste momenten in zo’n interview.

Hoe dan ook, ik ben echt blij dat ik op reis ben geweest. Het was heerlijk om familie en vrienden terug te zien en nieuwe vriendschappen te sluiten na mooie, lieve en soms ontroerende ontmoetingen. Eigenlijk ben ik ook best een beetje trots op mezelf omdat ik na drie behoorlijk ‘geisoleerde’ jaren toch weer zo’n lange, spannende buitenlandreis heb durven maken. Het heeft me weer bakken vol energie opgeleverd, dus ik ben heel benieuwd wat voor gevolgen dat allemaal gaat hebben. Maar voorlopig… Voorlopig hou ik het nog even bij lekker bijkomen op ons dorpsstrandje!

♥♥♥♥♥

 

’t Is weer voorbij…

Jawel, ik heb het natuurlijk over die mooie zomer. Nou ja, over de afgelopen zomer, die voor de een ongetwijfeld mooier was dan voor de ander. Mijn zomer was… een beetje ‘mwah’. Ik heb wel betere gekend. Alles waar ‘te’ voor staat, is niet goed, en mijn zomer was echt veel en veel te heet! Los daarvan heb ik het best naar mijn zin gehad, hoor. Mijn vorige boek was gelukkig af voordat de warmte begon toe te slaan, en met de volgende hoefde ik pas in oktober weer te beginnen. Het regent en het waait momenteel, dus prima weer om achter de laptop te zitten en te starten met een nieuw schrijfavontuur. De werktitel is er al. Liefde, olijven en tzatziki. Mag u raden waar het zich afspeelt. Precies, in ons mooie Pilion!

Ik ben er weer heel blij mee, met deze ‘opdracht’. Het gaat opnieuw een mooie HQN Romance worden voor HarperCollins Holland, en mijn redacteuren zijn net zo enthousiast als ik over de opzet die ik heb ingediend. Gelukkig weten ze inmiddels dat het uiteindelijke manuscript waarschijnlijk behoorlijk zal afwijken van wat ik van tevoren had bedacht, maar dankzij de Rozen van Beekbrugge hebben ze genoeg vertrouwen in me om me de komende maanden in alle vrijheid mijn gang te laten gaan. En natuurlijk ga ik mijn best doen om dat vertrouwen – en dat van mijn lezers – niet te beschamen. Aan mijn hoofdpersonen zal het zeker niet liggen, die hebben meer dan genoeg mogelijkheden in zich om mij zo’n honderdduizend woorden lang bezig te houden.

Zo’n flink aantal woorden schrijven kost een hoop energie, en ondanks de ‘mwah’-zomer heb ik daarvan gelukkig meer dan genoeg opgedaan. De grootste energieboost kwam natuurlijk door het bezoek van zoonlief en zijn vriendin, begin september. Wat was het een heerlijk weerzien na twee jaar zonder elkaar. Genieten met een hele grote G, dat hebben we bijna twee weken lang van elkaar gedaan. Even konden we weer een gezinnetje zijn: ’s avonds met zijn allen aan tafel voor de maaltijd, herinneringen aan vroeger ophalen, nieuwe plekjes ontdekken op ons schiereiland of gewoon onderuitgezakt bij een film op de tv… Zo fijn dat we dat na zo’n lange tijd weer konden doen met elkaar. Geen wonder dus dat iedereen daarna ineens uitriep dat ik er zo goed uitzag. Deze moeder loopt inderdaad alweer wekenlang te stralen, nu haar hart eindelijk weer tot aan de rand toe gevuld is met echte omhelzingen en knuffels van haar kind. En ja, het afscheid was natuurlijk even slikken, maar als covid zich een beetje koest houdt, dan hopen we elkaar in het voorjaar terug te zien. Iets om naar uit te kijken!

Maar ook op kortere termijn zijn er gelukkig ook al veel dingen om naar uit te kijken. Zo verwacht ik een dezer dagen onze leuke postmeneer Kostas aan het hek met mijn exemplaren van het Bookazine van Smaak der Liefde, het eerste deel van de Rozen van Beekbrugge, dat deze week is verschenen. Als je dat nog niet hebt gelezen, is dit je kans, want een Bookazine is een tijdschriftuitgave van een compleet boek voor maar €3,65! Te bestellen via HarlequinHolland of gewoon te koop bij je tijdschriftenkiosk. En misschien brengt Kostas me binnenkort ook wel een doos vol auteursexemplaren van Kus in het Maanlicht, dat op 25 november het levenslicht zal zien. Een heerlijke roman is het weer geworden – zeggen mijn proeflezers – die zich afspeelt in het mystieke Cornwall. Het romantische en heerlijk (ont)spannende verhaal over een oude vervallen herberg, drie vriendinnen en een rode kater zal je ongetwijfeld een paar gezellige uurtjes leesplezier bezorgen. Kus in het Maanlicht is nu al te reserveren via de onlineboekhandels, maar natuurlijk ook ‘gewoon’ te bestellen bij je oude vertrouwde boekhandel.

En verder… verder verheug ik mij op nog een paar gezellige tripjes met Suzy, mijn schattige autootje. Ik ben zo blij met haar! We zijn al regelmatig samen naar Volos gereden, en alleen dat is al zo heerlijk. Dat je ‘even’ naar de stad heen en weer kan, zonder uren op de bus te hoeven wachten. Of ‘even’ hout halen voor een nieuw keukenproject. Zelfs een grote marmeren plaat heeft ze al vervoerd, al was dat niet met mij achter het stuur, maar met zoonlief. Een marmeren plaat in een Suzuki Alto hijsen is mannenwerk, daar moet je je als vrouw niet mee bemoeien. De kids naar het strand brengen past beter bij mij, en ook dat hebben we samen gedaan toen zoon hier was. Ik voorzie in de nabije toekomst ook nog wel een ritje naar IKEA in Larissa, en wie weet, misschien rijden we dan wel door naar Trikala voor een romantisch weekendje in een leuk hotel. Of we boeken een midweek bij Lake Kerkini, daar wil ik nog wel een keertje naar terug. Of misschien een paar daagjes naar Skopelos of… Nou ja, genoeg mogelijkheden om er tussen het schrijven door even tussenuit te gaan. Dat kan allemaal als je een autootje hebt, nietwaar? We gaan er in ieder geval van genieten, dat staat vast.

Voor nu wens ik u allen weer een Kaló Ximóna toe, oftewel een goede winter. Dat is wat we hier op dit moment tegen elkaar zeggen. Een wens die nog stamt uit de tijd dat de kustbewoners twee keer per jaar hun hele hebben en houwen oppakten om te verkassen. In het voorjaar trokken ze vanaf de kust naar hun huis in de bergen, en wensten hun dorpsgenoten bij het vertrek ‘Kaló Kalokéri’- een goede zomer! In het najaar gingen ze weer naar beneden en riepen dan naar degenen met wie ze de zomer in de bergen hadden doorgebracht: ‘Kaló Ximóna!’ Die mensen zagen ze immers niet meer tot de volgende zomer. Die grote volksverhuizing is tegenwoordig een beetje voorbij, of in ieder geval niet meer zo extreem als destijds, toen men echt met het hele gezin en het huisraad op een kar naar ‘boven’ vertrok, maar de wens is gebleven. Alleen de geiten doen die grote trek van beneden naar boven en terug nog in groepsverband. Daar moet ik Suzy nog wel even voor waarschuwen, bedenk ik me nu. Zo’n héle lange sliert geiten op de weg is niet abnormaal in deze periode, en dan moet je echt heel wat kilometertjes lang stapvoets rijden. Gelukkig hoor je het geklingel van hun bellen al van verre en haast hebben… Ach, dat hebben we hier in Pilion al jaren geleden afgeleerd 😉

♥♥♥