Bergje rijden

‘Een paar dagen autohuur kan het vakantieplezier zeker verhogen,’ staat er ergens in mijn reisgids Een Hollandse Kijk op Pilion geschreven. Een waar woord, want met de auto kom je toch op plekken waar je met openbaar vervoer of te voet niet zo makkelijk komt. Maar autorijden in Pilion betekent ook ‘bergje rijden’ en voor wie aan het vlakke wegennet in Nederland gewend is, kan dat toch best lastig zijn. Als hostess adviseerde ik mijn gasten in Kala Nera en omgeving vaak om eerst maar eens langs de kust naar Trikeri in het zuiden af te zakken, een ritje van zo’n anderhalf uur als je achter elkaar door zou rijden. Wat je natuurlijk niet moet doen, want de dorpjes die je onderweg tegenkomt, zijn veelal de moeite van een kwartiertje rondkijken waard. Langs de kust naar het zuiden rijden is niet moeilijk. De doorgaande weg van Volos naar Trikeri wordt redelijk goed bijgehouden, is nergens echt smal te noemen en kent geen hellingen waar je in je één naar boven moet. Een relaxt ritje dus om mee te beginnen, zeker als je weinig ervaring hebt met het rijden in de bergen. En daarmee bedoel ik dus niet die mooi geasfalteerde tweebaansbergwegen in Oostenrijk of Italië waarover je moeiteloos naar je vakantiebestemming zoeft. Nee, ik heb het over smalle, steile, slecht bestrate en vooral bochtige weggetjes met heel veel onverwachte kuilen erin.

Ik moest hieraan denken omdat manlief en ik gisteren het ‘Kleine Rondje Pilion’ hebben gereden, dat ik mijn gasten aanraadde als het rijden naar Trikeri hun bevallen was. Dat rondje start in Kala Nera – of in ons geval in Kato Gatzea – gaat bij de afslag naar Milies de bergen in en voert dan vervolgens langs de dorpjes Milies, Visitza, Pinakates, Agios Georgios en Agios Vlassios naar Lechonia, alwaar je via de kustweg weer naar je startpunt rijdt. In mijn hostesstijd reed ik dat rondje regelmatig, maar in de autoloze jaren daarna kwam het er niet meer zo vaak van. Nou ja, behalve een enkele keer op de scooter, maar dat rijdt toch weer heel anders. In mijn herinnering was dat Rondje veel minder steil, bochtig en smal dan gisteren, en ik moest echt wennen aan het vele geschakel, het ontwijken van de ergste kuilen en het nemen van de scherpe bochten. Best weer spannend, maar ook wel heel leuk!

Veel verkeer was er natuurlijk niet onderweg zo op de wisseling van winter naar lente, en het grote plein van Milies was geheel uitgestorven. Des te verbazingwekkender was het dat de parkeerplaats aan de rand van dat plein helemaal vol stond met auto’s. Nu is het al niet makkelijk om die parkeerplaats in te rijden – via een smal straatje naast de kerk – maar om dan tussen al die kriskras geparkeerde auto’s een parkeerplek te vinden waar je later ook nog uit kunt komen, valt beslist niet mee. En dan had ik nog het geluk gehad dat ik in de aanloop naar het dorp geen bus was tegengekomen. Ik blijf het onvoorstelbaar vinden dat die grote bakbeesten het bijna negentig graden bochtje bij de kerk in Milies kunnen nemen zonder vast te komen zitten. Als zo’n bus die bocht met veel moeite heeft gemaakt, moet je als tegemoetkomend verkeer toch echt achteruit om hem te laten passeren: op een steil, bochtig weggetje met aan één kant geparkeerde auto’s en een ravijn, en achter je nog een hele rits ongeduldige autobestuurders die niet snappen dat ze ook terug moeten. Als je dit in hoogzomer overkomt, ben je meteen twee kilo kwijt vanwege het zweten wat je op zo’n moment doet. Maar daar had ik gisteren dus allemaal geen last van.

Het was best leuk om even door het dorp te slenteren en in de winkeltjes te kijken, maar om nou op zo’n groot, uitgestorven plein saampjes koffie te drinken zagen we niet zo zitten. Dus nog geen kwartier later reden we alweer verder, door die bewuste negentig graden bocht, richting Vizitsa, dat een kilometer of twee verderop ligt. Het dorp zelf ligt een eindje boven de weg, aan de rechterkant, en als je dat niet weet, dan rijd je langs de kleine marktstalletjes langs de weg er zo weer uit. Bovendien word je als bestuurder behoorlijk in beslag genomen door het wegdek zelf, want behalve de belabberde bestrating en een helling naar beneden zit er ook nog een soort deuk in, dankzij een paar grote roosters die over de breedte van de weg lopen. Hard rijden hier zou ik dan ook beslist niet aanraden.

Hard rijden moet je sowieso niet doen in Pilion. Ten eerste is het daar te bochtig voor en ten tweede kun je na zo’n bocht ineens te maken krijgen met een op de weg lopende kudde geiten of in het zwart geklede vrouwtjes die ‘chorta’ aan het plukken zijn. En geloof me, als het zo tegen de schemer loopt, dan zie je die in het zwart geklede dames écht niet! Buiten dat is het gewoon leuk om tijdens het rijden een beetje om je heen te kijken, want de weg naar Pinakates voert door een prachtig groen bos, met daartussendoor prachtige uitzichten op de Pagasitische Golf. In Pinakates, onze volgende stop, ligt het plein een flink aantal meters lager dan de weg, en moet je een paar steile trappen af om er te komen. Ook hier was het uitgestorven, maar de taverne was wel open en draaide gezellige muziek terwijl de jonge eigenaar de ramen van de deur aan het poetsen was. Het gebrek aan andere gasten werd ruimschoots goedgemaakt door Maya, de kleine tavernehond, die al snel bij manlief op schoot sprong om uitgebreid gekroeld te worden. Waaraan door ons uiteraard onmiddellijk gehoor werd gegeven.

De rit van Pinakates naar Lechonia vind ik zelf altijd het mooiste deel van het Rondje. Je rijdt door een prachtig bos, met hier en daar kletterende beekjes en kleine watervalletjes. Bovendien is de weg niet meer zo smal en voor het grootste deel geasfalteerd. Dat ze voor en door Agios Georgios met groot materieel een kabel in het wegdek aan het leggen waren, was iets minder, maar ook dat hoort nu eenmaal bij het avontuur dat Pilion heet. Je weet hier immers nooit wat je te wachten staat en dat maakt zo’n ritje door de bergen nog leuker en nog spannender dan het al is.

Tegen halftwee waren we weer thuis, en ik heb me nu al voorgenomen om dat bergje rijden de komende weken toch wat vaker te gaan doen. Want dat het rijden daar toch iets andere vaardigheden van een automobilist vergt dan een bezoekje aan Volos of Trikeri heb ik gisteren zelf ook weer eens mogen ervaren… 😉

♥♥♥♥♥

 

 

5 antwoorden naar “Bergje rijden”

  1. Kalo Mina, Wilma
    Ik heb het zgnmde “rondje” wat je beschrijft, virtueel met je meegereden. In Juni 2018 was het helaas niet zo’n heel best weer, tijdens de14 daagse vakantie in kala Nera. Wij hebben deze dorpjes ook bezocht al waren het wel bliksem bezoekjes. Tijdens onze rit reden wij zelfs door een mist van regen. Dalend richting Kala Nera werd het weer gelukkig weer beter.
    Wij houden wel van een uitdaging tijdens ritten op de Griekse “wegen” of wat er voor door moet gaan.
    De rit naar het uiterste puntje in Pilion is geweldig met mooie begaanbare wegen en prachtige vergezichten.
    In Trikeri is het wél een serieuze uitdaging om vanaf het grote plein aan de haven, een “haakse” hoek om te gaan (achter een restaurant door) om de zgnmde “doorgaande” weg door het dorp te volgen.
    Ik vind Pilion prachtig.
    Een fijne lentemaand gewenst.
    Lieve groetjes Dity

    • Ja, het kan hier ook miezerig zijn 😉 De haakse hoek die jij beschrijft is in Agia Kyriaki, de haven van Trikeri. Het is niet de bedoeling dat je dat straatje met de auto doet, maar lopend vanaf een prachtige parkeerplaats (pal aan het strand, je kunt hier ook heerlijk even een duik nemen!) als je niet van de kant van Trikeri, maar vanaf Milina komt. Voordat je de baai rondt om naar het bergdorp Trikeri te rijden is er op een bepaald moment een afslag naar links omhoog (even in z’n 1!) die je langs de kust naar Agia Kyriaki brengt. Hele mooie, redelijk nieuwe weg! Vanaf Trikeri kun je het beste de auto voor het plein van Agia Kyriaki parkeren en dezelfde weg weer terugrijden, want dat straatje is inderdaad wel een ‘dingetje’…;-) Lieve groetjes terug, en hoop dat jullie nog een keer terugkomen bij beter weer!

  2. Wat mooi om te lezen, heb helemaal het beeld erbij ♥ Bedankt voor dit virtuwele prachtige rondje!! Een paar jaar geleden heb ik Milies lopend/joggend gedaan, een fijne kuitenbijter, en weer terug naar Kala Nera. In mei ga ik hetzelfde rondje lopend wéér aan, maar dan laat ik mij halverwege de weg van Vizitsa naar Pinakates weer naar beneden zakken richting Kala Nera, het is precies een halve marathon. Heb de route gemaakt en staat in mijn watch, dus verdwalen kan ik niet. En ik word met de auto wel in de gaten gehouden door mijn wederhelft LOL Hopelijk tot snel weerzien in het mooie Pilion♥

    • Wow, dat klinkt weer héél sportief 😉 Ik ga dat niet met je meelopen, hoor, veel te vermoeiend. Ik wacht wel op een terrasje aan de finish… Tot gauw, is al veel te lang geleden!!!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.