IK BEN!

sprinkhaan‘Wel een luidruchtig volkje, die Grieken,’ is een opmerking die ik regelmatig van mijn Nederlandse bezoekers hoor. En ja, dat is zo, hoewel ik het zelf liever levendig noem. Alles is hier net even iets luider dan wij gewend zijn, de gebaren breder, de emoties openlijker. Even wennen dus als je vanuit het introverte noorden in ons extroverte zuiden terechtkomt.

Ondanks het rustige dorpsleven dat we hier hebben, is ‘stil’ daarom niet altijd van toepassing, zeker niet in de zomermaanden. Ook niet tijdens de siësta-uurtjes, wanneer ieder menselijk geluid verstomt. Dat zijn namelijk juist de uurtjes waarin de krekels gezamenlijk hun ultieme hoogtepunt lijken te bereiken. Hoe doordringend aanwezig hun getjilp is, merk je eigenlijk pas als ze zo tegen half negen ’s avonds plotseling stilvallen. Suizende oren en een gesprek dat automatisch enkele decibels luider gevoerd wordt dan normaal, is iets wat in de acute stilte ineens opvalt. Helaas duurt die heerlijke stilte maar even, want na een halfuurtje nemen de nachtkrekels het alweer over. Gelukkig zijn die wel iets beschaafder dan hun soortgenoten van overdag, anders zou slapen zonder oordopjes toch echt onmogelijk zijn.

Hoewel oordopjes sowieso geen slecht idee is, want ik word regelmatig ’s morgens vroeg uit m’n slaap gehaald door het geschetter van een van de vele marskramers die door de straat rijden. Luidkeels prijzen ze hun waren en diensten aan, ieder op hun eigen manier. Zo hebben we een heel aardige Winkel-van-Sinkel-man, die met een gezellig muziekje zijn komst aankondigt, ons beleefd goedendag wenst en vervolgens op beschaafde toon uitlegt dat hij de beste rijdende winkel van de buurt heeft die we zeker moeten komen bekijken omdat hij alles verkoopt wat ons hartje begeert, en dat ook nog eens voor de allerbeste prijzen, dus komt dat zien, komt dat zien… Waarna hij zijn praatje afsluit met opnieuw een vrolijk muzikaal intermezzo. In schril contrast daarmee staat de wanhopige groenteman die je zo je laatste stuiver zou geven. Op jankerige toon raffelt hij achter elkaar af wat hij heeft: tomaten, paprika’s, aubergines, courgettes, aardappels… Het klinkt alsof hij ieder moment echt in huilen zal uitbarsten omdat er alweer niemand, niemand is, die zijn producten wil kopen. Wat niet verwonderlijk is, want wie koopt er nu graag bij zo’n huilebalk?

En dan zijn er natuurlijk ook de marskramers die denken dat als je die luidspreker nou maar héél hard zet, de klandizie evenredig zal toenemen. Zo eentje kwam er gisteren langs. We hoorden hem al vanaf het begin van de straat schreeuwen dat hij uien had. Héle mooie uien, hele díkke uien, práchtige uien voor slechts 3 euro de kilo… Steeds opnieuw en opnieuw moesten we aanhoren hoe fantastisch zijn uien wel waren. Bij de overbuurman, die in de tuin aan het werk was, hield hij stil. Hij boog zich door het raampje naar de buurman, om – zo te zien – iets heel spannends te gaan zeggen. Nieuwsgierig luisterden we mee en tot onze grote hilariteit hoorden we hem zeggen: “Hé, meneer! Meneer, ik heb úíen!” Ja, ja, alsof we dat nog niet wisten…

Het mooie vind ik dat er niemand is die de luidruchtige verkopers de straat uit jaagt, niemand die de politie belt omdat ze geluidsoverlast produceren, niemand die deze mensen uitscheldt. Ze mogen er gewoon ‘zijn’, op hun eigen – naar onze noordelijke maatstaven – behoorlijk luidruchtige manier. Leven en laten leven is nu eenmaal iets wat hier hoog in het vaandel staat. Iets wat ons uitstekend bevalt.

De afgelopen maand heb ik meegedaan aan een online meditatiecursus van Oprah Winfrey en Deepak Chopra. Niet heel fanatiek, maar toch, je steekt er altijd iets van op. Bij elke sessie hoorde een mantra waarvan eentje me onmiddellijk aansprak: ‘so uhm – ik ben!’ Dat is namelijk iets waar ik mijn hele leven al moeite mee heb. Je eigen plekje opeisen, er mogen zijn… In het levendige Griekse wereldje waarin ik me nu bevind, is dat heel normaal, maar voor mij is dat nog steeds niet zo vanzelfsprekend. Als ik op de scooter naar Volos tuf, en de bochtjes in een omaatjes-tempo neem, prevel ik regelmatig verontschuldigingen naar de automobilisten die achter me rijden. Vanwege de staat van het asfalt is het namelijk niet altijd mogelijk om goed rechts te houden, dus moeten ze regelmatig achter me blijven hangen tot ik de bocht om ben, wat ik zeer vervelend voor ze vind. Niet dat iemand het me kwalijk neemt, want niemand toetert, scheldt of laat merken dat ik hen ophoud. Zo werkt dat hier niet. Het zit allemaal tussen mijn eigen oren. Sinds die bewuste meditatie mummel ik in de gevaarlijke bochten echter geen verontschuldigingen meer. In plaats daarvan prevel ik nu: so uhm, sóóó uhm! Het helpt. Langzaam dringt het echt tot me door dat ook ik er mag zijn, dat niemand het me kwalijk neemt dat ik in sukkeltempo die bochten neem, omdat ook ik net als ieder ander het recht heb om te zijn wie ik ben.

Als ik zo ’s om me heen kijk, dan is so uhm een mantra dat de Grieken volgens mij al vanaf hun geboorte hebben meegekregen. Het sluit werkelijk naadloos aan op de levensstijl die ik hier zie. En daarom… daarom hoort u mij nu steeds vaker ‘so uhm’ prevelen. En het werkt. Ik voel me al bijna een echte Griekse 😉

♥♥♥♥♥

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.