Onkruid

rauwe-chortaAls er iets is waaraan iedere tuinliefhebber een hekel heeft, dan is het wel onkruid. Het heeft de onhebbelijke eigenschap te verschijnen op plekjes waar je het niet wilt hebben. Vooral na een regenbui. Wat ik zo leuk vind aan de mensen hier is dat ze zelfs van niet leuke dingen leuke dingen weten te maken. Onkruid is bij ons geen onkruid, het heet ‘chorta’. En chorta kun je eten.

Regelmatig zie ik mijn oudere buurvrouw ’s ochtends gewapend met een mes en een plastic tasje naar het braakliggend terrein verderop lopen om een kwartiertje later met een tas vol groene sprieten en bladeren weer terug te komen. De chorta wordt ontdaan van de wortels en lelijke bladeren, gekookt in veel water en geserveerd zoals wij onze spinazie en andijvie serveren: als groente bij de maaltijd. Het verzamelen van chorta is een vrouwenbezigheid. Eentje die al uit de prehistorie stamt en hier nog steeds in ere wordt gehouden. Ik kijk er tenminste niet meer van op als ik met een groepje vrouwen op stap ben in de natuur en er al keuvelend onderweg van alles door de dames wordt verzameld. Noten, kastanjes, appels, bessen, bramen, paddenstoelen, chorta… Moeder Natuur zorgt in Pilion goed voor haar kinderen.

Ikzelf ben wat terughoudender in dat soort dingen. Niet gewend om ‘van de natuur’ te eten ben ik veel te bang dat ik precies die dingen uitkies die door Moeder Aarde voorzien zijn van een giftig zaadje. De uitnodiging van de overbuurvrouw om een keertje mee te gaan naar haar landje om chorta te plukken nam ik dan ook met beide handen aan. Eindelijk zou ook ik ingewijd worden in die mysterieuze vrouwenbezigheid van onkruid verzamelen. Het was een leerzame ochtend. Buurvrouw kwam niet meer bij van het lachen toen ik vol goede moed mijn eerste paardenbloem wilde steken… met de verkeerde kant van het mes. Chorta verzamelen is een kunst op zich, zeker weten. Je mag niet te veel afsteken, want dan groeit er volgend jaar niets meer. Te weinig is ook niet goed, dan mis je de specifieke smaak van het kruid. En welk onkruid nu wel of niet eetbaar is, werd me zelfs na tien keer aanwijzen niet echt duidelijk. Het verschil tussen een brandnetel en een paardenbloem zie ik wel, maar veel verder gaat mijn kennis nog steeds niet.

Dankzij de buurvrouw kwam ik die ochtend toch met een volle tas thuis. En toen begon het echte werk. Al dat groen moest schoongemaakt worden, worteltjes uitgehold dan wel verwijderd, lelijke blaadjes weggegooid… Gelukkig was de moeder van buurvrouw zo lief om mij te helpen, anders was ik aan het eind van de dag nog bezig geweest. Nu waren we na een halfuurtje al door de vele kilo’s heen. Gewapend met het ‘schone’ groenvoer vertrok ik naar mijn eigen keuken, haalde de allergrootste pan die we hebben uit de kast en zette hem, tot aan de rand gevuld met water en chorta, op het vuur. ‘Een uurtje zachtjes laten koken,’ had buurvrouws moeder gezegd en gespannen wachtte ik tot ik mijn eerste zelfbereide chorta op tafel kon zetten.

Het resultaat zag er in ieder geval prachtig uit. En met flink wat zout en citroensap smaakte het ook nog ergens naar. Helaas… zat ik de volgende dag van top tot teen onder de rode jeukende bultjes. Allergisch voor zelfgeplukte chorta! Het is een welkom excuus om het eetbare onkruid in mijn tuin voortaan gewoon weer op de composthoop te gooien en dat wat in de strook voor het hek aan de straat staat over te laten aan wie er toevallig trek in heeft.

Vorige week zag ik twee oude vrouwtjes uit het dorp met mes en tasje voor mijn hek door de knieën gaan. Ze hadden mij niet gezien en keken een beetje beschroomd op toen ik hun een vrolijk goedemorgen toewenste. ‘Prachtige chorta hebt u,’ zei de een. ‘En zo veel! Eet u het zelf niet?’ Ik trok een spijtig gezicht. ‘Gaat niet, ik ben er allergisch voor,’ zei ik, alsof ik dat het ergste vond wat er bestond. ‘Dus als u wilt, mag u het allemaal hebben. Het is ook nog eens onbespoten!’ Ze vielen op mijn onkruid aan alsof het een unieke delicatesse betrof. Toen ik hun na wat bewonderende opmerkingen over de sinaasappels aan de boom in mijn tuin ook nog eens een zak vol oranje vruchten overhandigde, kon hun dag helemaal niet meer stuk. Ze bedankten me alsof ik hen overladen had met kostbare geschenken en vertrokken met stralende gezichten naar huis.

Iedere keer als ik nu mopperend in de aarde zit te wroeten om het ongewenste groen weg te halen zie ik in mijn herinnering die twee vrouwtjes weer voor me. En als vanzelf verschijnt er dan een glimlach op m’n gezicht. Wat is het toch mooi om te wonen in een land waar zelfs onkruid als een cadeautje wordt beschouwd 🙂

♥♥♥♥♥

3 antwoorden naar “Onkruid”

  1. Wat fijn dat iemand er nog blij mee kan zijn. Lekker laten groeien dus, dat randje.
    Ik heb me ooit wel verdiept in paardebloemen en brandnetels (die kun je ook eten) en ik ben regelmatig van plan om ze eens te gaan gebruiken, maar ik krabbel meestal op het laatste moment terug. Misschien dit jaar toch eens…

  2. ze hebben toch niet die mooie gele bloemetjes weggehaald??? :-)))(die van je foto) Mooie collumn weer Wilma! Ik kijk er toch altijd weer naar uit, en ben ik er weer een beetje bij ♥
    Ik wens je een heel fijn voorjaar!!
    knuf van Janneke

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.