De kop is weer van het jaar af. ‘Februari’ staat er op de mooie Kato Gatzea-kalender voor me, en ik vraag me onthutst af waar de tijd toch blijft. In de tuin bloeien alweer de eerste kleurrijke Margarita’s, steken de bollen van vorig jaar hun kopjes uit de grond en tiert de gele klaver welig. Onkruid, ja, ik weet het, maar al dat geel staat zo vrolijk, dus voorlopig mag het van mij heerlijk zijn gang gaan.
Zelfs voor hier is al die bloemenpracht wat aan de vroege kant. We hebben nog nauwelijks winter gehad. Ondanks een paar flink koude dagen – relatíéf koud natuurlijk, vergeleken bij de Nederlandse kou stelde het niets voor – hebben we bijna de hele maand januari regelmatig in het zonnetje op het tuinterras kunnen zitten. Met de jas aan, dat wel, maar toch…
Het kan zo veranderen, dat weet ik van vorige jaren. En die grote oude zwart-wit kalenderfoto van de Kato Gatzeese haven aan de muur voor me bevestigt dat alleen maar. Op de bootjes zie ik een dik pak sneeuw liggen, wat mij er de komende maand iedere dag aan zal herinneren dat één zwaluw nog geen zomer maakt. Maar als het toch nog gaat gebeuren, als we de komende weken toch nog even echt winter krijgen, dan kan ik daar ook wel weer vrede mee hebben. Een heftig, niet al te lang durend koufront om de prikvliegen van vorig jaar uit te roeien juich ik zelfs toe. De eerste ellendelingen heb ik namelijk alweer rond zien vliegen en daar was ik niet blij mee. Hoe fijn het in mijn nieuwe werkkamer ook is, als straks het voorjaarszonnetje de temperaturen omhoog stuwt, wil ik m’n stoel en bureau wel weer graag buiten op het terras neerzetten en lekker schrijven zonder aangevallen te worden door hordes prikvliegen. Dus ja, een klein beetje winter is welkom… zolang het maar niet al te lang duurt.
Een echt zonnekind ben ik, en de maanden waarin ik die zon in mijn hart even wat minder zag schijnen, liggen gelukkig grotendeels achter me. De rug en schouders hebben dankzij Yannis met de Gouden Handen hun soepelheid weer aardig teruggekregen en spelen alleen nog maar op als ik toch net weer een paar uur te lang achter de computer zit. Ik moet nog steeds veel achter het bureau weg om pijn te voorkomen. Dus loop ik tijdens het schrijven regelmatig een rondje door de tuin – had ik al gezegd dat ook de lavendel weer prachtig paars bloeit? – en probeer ik de concentratie zo goed mogelijk vast te houden.
Dat laatste valt me moeilijk. Zoveel dingen die me afleiden van het verhaal waar ik helemaal in ondergedompeld moet zitten om het voor u, mijn lezers, te beschrijven alsof u zelf in mijn boeken rondwandelt. De nieuwe roman die al een poosje ‘groeiende’ is, krijg ik door de gezondheidsprobleempjes van de laatste maanden jammer genoeg niet op tijd af om zoals beloofd in het voorjaar te laten verschijnen. Gelukkig heb ik een heel lieve uitgever die vindt dat mijn gezondheid voor alles gaat en mij op het hart drukt vooral de tijd te nemen voor het nieuwe boek. En dat doe ik dan ook maar. U zult dus nog een paar maanden langer moeten wachten op het verhaal van Andrea Groeneveld, die na haar op de klippen gelopen huwelijk met een Griek ervoor gekozen heeft op Pilion te blijven wonen. Nog even geduld moeten hebben voor u kunt lezen waarom ze onverwacht voor een kort familiebezoek naar Nederland gaat en daardoor een man leert kennen die zo heel erg níét bij haar past. Een man die snelle sportwagens veel gemakkelijker te hanteren vindt dan zijn vijftienjarige puberdochter…
De eerste hoofdstukken zijn er al, en ik denk dat het weer een mooi boek gaat worden. Ik ben blij dat ik Andrea’s reis door het leven voor u mag opschrijven, maar dat wil ik graag zo goed mogelijk doen en met al die rondjes lopen door de tuin schiet het niet zo snel op als ik zou willen. ‘Wat in het vat zit, verzuurt niet,’ werd mij vroeger altijd gezegd als ik weer eens te ongeduldig was. Een van die oeroude clichés, waarmee mijn generatie om de oren werd geslagen. En toch… clichés hebben een ding gemeen: ze bevatten altijd een hoop waarheid! Nee, een voorjaarsboek van mijn hand zit er dit jaar helaas niet in, maar ik verzeker u dat Andrea’s verhaal al wel zeer comfortabel in het najaarsvat zit. En ik zal er persoonlijk op toezien dat het niet verzuurt! 🙂
nou Wilma, dan hebben we iets langer de tijd om naar het nieuwe boek uit te kijken toch? Bedankt weer voor je mooie column, zo zijn we toch steeds een beetje bij jou 🙂
xxxJanneke
Nog twee weekjes komen wij ook weer ,ben benieuwd hoe het met onze bananen planten gaat 🙂
Hoe is ’t met MIJN plantjes….leven ze nog????
@Carla, dankzij de regen die we ook gehad hebben, gaat het vast goed met jullie plantjes :-). Weet alleen niet of bananenplanten zo dol zijn op plensbuien, @Els. Hoop voor jou niet dat we over twee weekjes dat door mij gewenste koufront hebben… En @Janneke, wat zou het leuk zijn als je af en toe even kon overwippen, hè? Ik heb nog zoveel verhalen die de column niet eens halen! Ha, misschien moet ik er maar twee per maand gaan schrijven 😉