
Hier is dan toch de 1 juni-column, met vertraging, maar wel extra lang
Het klinkt misschien wat raar als je al twintig jaar in Griekenland woont, maar behalve Athene, Thessaloniki en twee eilandvakanties heb ik nog weinig gezien van ons woonland. Wij zijn eigenlijk gewoon meer dan tevreden met ons mooie Pilion, dat we altijd ‘Heel Griekenland in het klein’ noemen. Je vindt hier zoveel verschillende landschappen op een behapbare oppervlakte dat die omschrijving heel goed past. Maar als de mogelijkheid zich aandient om ook eens een totaal ander deel van Griekenland te bekijken, dan ben ik daar absoluut een voorstander van. En dus vertrok ik op vrijdag 30 mei richting Florina in het noordwesten van het land om daar samen met Xortodia, het community koor van Chorto, deel te nemen aan een korenfestival dat in het teken stond van Mikis Theodorakis.
Pas bij de eerste toiletstop net na Larissa kwam ik erachter dat ons bijna vijftigkoppige reisgezelschap niet alleen volwassenen, maar ook twee kindertjes en… een hond bevatte. De kindertjes bleken een (bijna) vierjarige tweeling te zijn, behorend bij onze dirigent; het hondje was een schattig Maltezertje dat helemaal tevreden en zonder ook maar één blafje te geven alle drie de dagen met haar baas en bazin overal mee naartoe ging. En de tweeling? Dat ik pas na Larissa merkte dat er twee kleuters in de bus zaten, zegt denk ik al genoeg! Ongelooflijk hoe lief en fantastisch die twee kleintjes zich hebben gedragen op wat toch een zeer vermoeiende reis was met lange uren in de bus.
Het departement Florina ligt namelijk in het uiterste noordwesten van Griekenland, daar waar de grenzen van Albanië, Noord Macedonië en Griekenland elkaar in het Grote Prespa-meer raken. Het is een ongelooflijk groen en uitgestrekt natuurgebied met bergen van boven de 2000 meter, dunbevolkt en niet ongevaarlijk. ‘Wij leven samen met de beren’ stond er te lezen op de borden langs de kant van de weg die waarschuwden voor overstekende beren. We hebben er onderweg ook daadwerkelijk eentje gezien, een jonkie, dat heel snel in het bos verdween toen het onze bus in het vizier kreeg.
Een bezoek aan het berenreservaat in Nimfeio, zo’n dertig kilometer van Florina, stond voor de zaterdag op het programma, maar eerst moesten we die vrijdag natuurlijk nog in het hotel zien te komen. Na de toiletstop bij Larissa verruilden we het wat saaie, vlakke landschap aldaar voor een adembenemende rit de bergen in. Zo rond het middaguur arriveerden we bij het grote meer van Polyfitou, gelegen halverwege tussen de Olympus en Kozani. Het is een van de grootste kunstmatige meren van Griekenland, in 1974 gecreëerd door de bouw van de Polyfito-dam. Over een lange brug reden we naar de andere oever, waar we in het kleine, vrijwel uitgestorven dorpje Neraida werden afgezet om een plekje te zoeken in een van de lunchcafés en kleine restaurantjes. Pal aan het meer ligt dit dorpje, en dat meer is werkelijk een bijzonder plekje. Zelden heb ik zo’n serene rust en stilte ervaren als daar aan het Polyfito-meer, slechts ‘verstoord’ door het gekwetter van de talloze vogels die daar vertoeven.
Na de lunch ging de reis verder, over de steeds steiler en bochtiger wordende bergwegen. Tegen vijf uur arriveerden we in het hotel King Alexander, gelegen aan de rand van Florina, omgeven door groene bergen. Veel tijd om te zien waar we terecht waren gekomen was er niet, binnen het uur was het alweer aantreden voor een stadswandeling met gids en een bezoek aan het Museum voor moderne kunst, speciaal opengesteld voor onze groep. De stad Florina is een van oudsher Byzantijnse nederzetting, en maakte tijdens de Turkse overheersing deel uit van het Ottomaanse Rijk. In de 19e eeuw vonden de Bulgaren dat de regio bij hen hoorde, maar na het einde van de Balkanoorlogen in 1912-1913 ging Florina definitief over in Griekse handen. Ook tijdens en vooral gedurende de burgeroorlog ná de Tweede Wereldoorlog kreeg Florina te maken met veel strijd en geweld. Tegenwoordig is het echter een stad die kunst en kunstenaars hoog in het vaandel heeft, en behalve de sporen van de woelige stadsgeschiedenis zie je overal fleurige uithangborden en veel bloemen en muurschilderingen, met name in het gebied rond de rivier Sakoulevas, die door het stadscentrum loopt. Al met al liep het tegen halfnegen toen we weer in de bus stapten voor ons welverdiende diner in een restaurant dat hoog boven de stad lag. Heerlijk eten, prachtig uitzicht, gezellige tafelgenoten… het was een mooie afsluiting van een lange, lange dag.
De nacht was heel wat korter dan ik gewend ben, maar dat mocht de pret niet drukken. Al vroeg de volgende ochtend vertrokken we naar het dorpje Nymfeio, waar het berenreservaat is. Het ligt nog veel hoger in de bergen dan Florina, op zo’n 1350 meter, en er waaide een behoorlijk koude, straffe wind. Vol goede moed begon ik aan de wandeling naar het reservaat, maar na zo’n tien minuten lopen over het kalderimi-achtige bergpad met alweer een volgende heuvelklim voor me, besloot ik toch maar verstandig te zijn en terug te keren naar het dorpje voor een welverdiend kopje koffie. Mijn rug gedroeg zich weliswaar goed, dankzij de pijnstillers, maar zo’n zware bergwandeling van meerdere kilometers was gewoon een brug te ver. Achteraf hoorden we dat er nog een makkelijker weg was, maar dat was achteraf. En heel veel gemist heb ik ook weer niet. De beren lopen weliswaar op een groot terrein vrij rond, maar achter gaas en een omheining. Degenen die de wandeling wel hadden voortgezet – waaronder de tweeling! – hebben er zegge en schrijven vijf gezien, slapend onder de bomen.
Zodra iedereen weer terug was, ging het terug richting Florina, maar eerst moest er nog gegeten worden. Er was opnieuw een prachtig plekje voor ons geregeld, aan de oever van alweer een ander meer, het Limni Zazari, op een overdekt taverneterras aan het water. Het was ook nog eens de vierde verjaardag van tweeling Katherina en Dimitris, die uitgebreid door ons toegezongen werden en als dessert een mooie taart met kaarsjes kregen. Met volle buik en ja, ook een beetje gespannen, reden we in de namiddag terug naar Florina. Het was tijd voor de technische soundcheck in het theater Aristoteli, waar we die avond op het toneel zouden staan. De soundcheck duurde hooguit tien minuten, waarin we even de sfeer van het theater konden opsnuiven en onze plek op de bühne kregen toegewezen. Daarna ging het heel snel naar het hotel om ons om te kleden, want het concert begon al om zeven uur en wij waren als tweede van de acht koren aan de beurt.
En toen was het dan zover. Dat we zo vlug al het toneel op moesten vond ik eigenlijk heel fijn, want een beetje zenuwachtig was ik natuurlijk wel. Erg veel vertrouwen in mijn eigen zangkunst heb ik nog niet, en ondanks alle gerustellende woorden dat het allemaal niets uitmaakte, dat het heus wel goed zou gaan, vond ik het toch nog wel een dingetje om voor een volle zaal te ‘moeten’ staan. Nikos, onze ongelooflijk goede en altijd enthousiaste dirigent, had me ook nog eens een plaats vooraan, op de eerste rij aangewezen! Het hielp wel dat ik mijn verweg-bril niet op had. Toen de gordijnen opengingen en de spotlights op ons werden gericht, bleken de toeschouwers in de volle zaal gewoon één grote, wazige donkere vlek te zijn. En zodra de eerste pianoklanken weerklonken, was ik mijn zenuwen kwijt. Ik stond daar nu eenmaal en kon weinig anders dan gewoon doen wat ik tijdens de repetities had gedaan: zingen! En zingen deden we! Waar het tijdens de repetities en zelfs een halfuur eerder tijdens de generale repetitie in de kleedkamer nog helemaal mis was gegaan, viel op dat toneel ineens alles op de juiste plek en vormden onze vier zangpartijen (sopraan, alt, tenor en bas) keurig het geheel dat dirigent Nikos in de afgelopen weken beoogd had.
Het is moeilijk beoordelen hoe je het gedaan hebt als je zelf op het toneel staat. Door de geluidstechniek komen de stemmen heel anders in de zaal aan dan je zelf hoort. Volgens de reacties die we die avond kregen, was ons optreden in ieder geval een succes. ‘Kleurrijk, verrassende muziekkeuze, enthousiast en verfrissend’ waren een paar van de complimentjes die we hoorden. Dat er zoveel buitenlanders deel uitmaken van ons koor vond men geweldig. Maar het mooiste compliment vind ik: ‘Jullie lijken wel één grote familie! De lol in het zingen straalt ervan af!’ En blijkbaar vinden andere koren dat zo leuk dat we al uitnodigingen hebben gekregen voor gastoptredens in Parga en Thessaloniki. Tja, zo kom je nog eens ergens!
Na alweer een korte nacht – de nazit met borrel in het hotel was heel gezellig – vertrokken we de volgende ochtend al om 10.00 uur uit Florina voor een bezoek aan de Prespa-meren, die op 800 meter hoogte liggen. We begonnen bij het kleinste van de twee meren, met een wandeling over de loopbrug naar het kleine, bijzondere eilandje Agios Achilleios, beroemd vanwege de unieke basiliek-ruïne en boven op de heuvel een eenzaam kerkje. Koeien en varkens scharrelen vrij rond op het eiland, gewoon tussen de bezoekers door. Daarna ging het naar de grote Prespa voor een boottocht. Maar in plaats van de rustige rondvaart die we verwachtten, lagen er tot onze grote verrassing een aantal speedboten op ons te wachten! Dat was een hele belevenis, of zoals iemand opmerkte: ‘Als je hier aan de haven een kapsalon begint, kun je goed verdienen…’
Midden in dat mooie, grote meer ligt het uiterste puntje van Griekenland. Een grens gevormd door het drielandenpunt Albanië, Noord Macedonië en Griekenland. Op dat uiterste puntje van het Griekse grond- (in dit geval water-)gebied ligt een grot met daarin ikonen en andere religieuze relikwieën, lastig te fotograferen vanaf een speedboot, maar wel gaaf om er geweest te zijn! Wat een prachtig natuurgebied vormen die meren! We zagen op het meer vele pelikanen en cormorans (aalscholvers) zwemmen, het is een paradijsje voor vogels daar! Aan de oever van het meer hebben we uitgebreid geluncht alvorens de lange rit via opnieuw Florina naar Pilion te aanvaarden. Ik was uiteindelijk rond middernacht thuis, maar de bus met onze supergoede chauffeur Thanassis ging nog verder naar Argalasti, waar het grootste deel van ons reisgezelschap werd afgezet. De meesten van hen moesten nog met eigen auto verder naar de diverse dorpjes in het zuiden. Maar ik lag toen al uitgevloerd in bed!
Al met al zijn het drie prachtige, indrukwekkende en vooral heel gezellige dagen geweest die ik niet graag had willen missen. En… ik ben meteen verlost van alle vooroordelen die ik in het verleden over dit koor had. Xortodia mag dan soms een zuiver muzieknootje missen, het laat duidelijk zien dat muziek verbindt. Maar liefst zeven (!) nationaliteiten telt ons koor en drie dagen lang is er geen wanklank gevallen. Integendeel, we vormen één grote familie, ook op dat toneel op een Grieks korenfestival. En daar kunnen velen in onze huidige wereld een groot voorbeeld aan nemen! Ja toch, niettan?
Wat een suler gave 3 dagen zijn dat geweest Wilma…..maar wat moet dat vermoeiend zijn geweest.
Maar jullie hebben er heel wat voor terug gekregen en gezien.
Weer een avontuur rijker
Op naar een volgend optreden
Super leuk om te lezen Wilma, en wat fijn dat je rug dit allemaal aankon!!
Heel veel plezier nog bij Xortodia en geniet van het zingen met elkaar..
Betekend de naam van het koor nog iets ?? Ik kon het niet achterhalen..
Het was een prachtig weekend! De rug is wat minder nu, na alle inspanningen, maar dat had ik er wel voor over! En Xortodia is een samentrekking van χοροδια dat koor betekent en Χορτο, het thuisdorp van het koor…
Wat een belevenis en dat allemaal in 3 dagen tijd. Maar dat je genoten hebt is wel duidelijk!
Ja, het was zeer zeker de moeite waard!