Zomerperikelen

Het is bloedheet hier. Zo heet dat alles in slow motion gaat en er van twee tot vijf ‘s middags totale rust heerst. Nou ja, op de krekels na dan. Die gedijen nu eenmaal op dit soort temperaturen, wat goed te merken is aan hun sinds enkele dagen flink in volume toegenomen gekrijs. En ja, ik weet dat de meesten van jullie het niet zo ervaren wanneer je gezellig op vakantie bent in Griekenland. Vroeger had ik het zelf namelijk ook over het gezellig, exotisch aandoende getjilp, waarmee je je meteen in vakantiesferen waant. En ja, dat geldt absoluut wanneer je een uurtje op een terrasje van je drankje zit te genieten, starend naar de zee, en zeker voor ’s avonds, als de niet zo heel luidruchtige nachtkrekels aan het woord zijn. Het wordt echter anders wanneer het krekelconcert om negen uur in de ochtend al aanvangt, het steeds meer aanzwelt naarmate de temperatuur stijgt, en er na het middaguur zo snel met de krekelvleugels wordt geklapperd dat je met stemverheffing tegen elkaar moet praten. Van half juli tot begin augustus zijn ze op hun luidst met dat klapperen, en dat aanhoudende, hoge, en vooral doordringend snerpende geluid werkt echt op je zenuwen – en je gehoor – als je daar de hele dag midden in zit.

Ik kan er in ieder geval heel slecht tegen, dat is een feit. De hoge geluidsfrequentie doet vreemde dingen met mijn hoofd, waardoor ik problemen krijg met mijn gehoor en vooral met mijn spreekvermogen. Mijn kaken lijken te verkrampen en het is net alsof ik mezelf ergens ver weg in een bubbel hoor praten. De eerste jaren had ik geen idee waar dat zo ineens vandaan kwam, maar inmiddels weet ik dat dus wel: het zijn die %#$@*-krekels! Levensbedreigend is het niet, en te verhelpen is het ook, want ik prop gewoon een paar watjes in mijn oren om het geluid te dempen. Dat werkt uitstekend, al is het natuurlijk best vervelend om minstens drie weken lang met watten in je oren te moeten lopen. Maar alles is beter dan dat rare praten en natuurlijk zijn er ook nog wel plekken te vinden waar zich niet zoveel krekels bevinden. Alleen zijn dat plaatsen waar weinig bomen staan – cq. weinig schaduw is – want die beesten zitten nu eenmaal heel graag met zijn allen naast en onder elkaar gezellig op boomtakjes met hun vleugeltjes te klapperen. Daarom heb je er dus ook meer last van in een olijfgaard of in een met bomen omzoomde tuin dan op een boomloos strand.

Waar ik ook slecht tegen kan, zijn wekenlange temperaturen van boven de vijfendertig graden. Trouwe columnlezers weten dat, want volgens mij heb ik het iedere zomer wel een keertje over dat korte lontje, de aanhoudende moeheid, het slechte slapen en de frustratie dat je niet kunt doen wat je wilt omdat het zo @#$%^&-heet is! Dit jaar hadden we het plan opgevat – nou ja, had ík het plan opgevat, manlief was het er nog niet helemaal mee eens – om een groot deel van juli en augustus elders door te brengen. Dat ‘elders’ was nog niet bepaald. Ik dacht aan Oostenrijk, Hongarije, Ierland… In ieder geval ergens waar veel bossen, meren en minder hoge of in ieder geval minder lang aanhoudende hoge temperaturen zijn dan hier. Onze (niet doorgegane) ‘april-oppas’ uit de UK had zich al beschikbaar gesteld om die weken voor onze veestapel te zorgen, dus alle obstakels waren in principe uit de weg geruimd. En toen kwam het virus, zodat wij nu net als altijd de hete zomermaanden maar gewoon thuis doorbrengen, omdat we nog steeds heel voorzichtig zijn.

Het is niet anders, en eerlijk is eerlijk: als dat virus er niet was geweest, dan had ik gisteren ook geen ‘Kattendag’ gehad, de reden waarom deze column een dag later verschijnt dan gepland. We hebben Norbert en Corwyn en de veel te vroeg overleden Rooie Ron destijds niet voor niets de Corona Kittens gedoopt. Zonder het virus zouden ze zich nu ongetwijfeld alle drie aan de andere kant van de Regenboogbrug bevinden. In plaats daarvan huppelen er dus twee zeer energieke katertjes bij ons door de ren in de tuin en binnenshuis door de kamer, al wordt er momenteel vanwege de warmte buiten wat minder gehuppeld. Daarom ook haal ik ze iedere middag voor een paar uur naar binnen, waar het dankzij de airco een stuk koeler is.

Dat verplaatsen van buiten naar binnen zal echter niet meer zo heel lang duren. Onze twee kleine Corona’s vliegen namelijk op 31 juli naar Nederland. Jawel! We hebben een fantastisch adoptieadres voor hen gevonden in Den Haag, bij Esther en Martin die staan te popelen om onze twee mannetjes in hun grote kattenhuishouden (er lopen er inmiddels al veertien rond!) te verwelkomen. Voor het zover is moet er echter nog wel voldaan worden aan een aantal voorwaarden op het gebied van inentingen, paspoorten en chips. Dat houdt in dat de kleintjes en ik al een paar tripjes op de scooter naar de dierenarts hebben gemaakt en dat ik binnenkort op jacht ga naar een passende Skybox voor de vlucht van Thessaloniki naar Amsterdam. Een reisbegeleider hebben we ook al. Liesbeth Wellner van reisbureau Personal Touch Travel  heeft zich daarvoor spontaan aangemeld na mijn FB-oproepje. Als alles gaat zoals het moet gaan, breng ik de Kids die bewuste vrijdag al heel vroeg naar de luchthaven om ze door Liesbeth te laten inchecken en op Schiphol af te leveren aan Esther en Martin. Die zullen daar ongetwijfeld met kloppend hart al uren staan te wachten, bang om ook maar één minuut te laat te komen. Gelukkig hebben we nog even tijd, en kan ik nog een paar weekjes doorgaan met genieten van mijn twee bengels. En daarna…

Daarna heb ik hopelijk weer tijd voor andere dingen, iets wat er de afgelopen maanden behoorlijk bij in is geschoten. Manlief verzucht niet voor niets steeds vaker: “En wanneer kom ik nou weer eens in beeld?” Een verzuchting die ongetwijfeld heel herkenbaar is voor moeders van kleine kindertjes. Míjn kattenkindertjes gaan er in ieder geval een fijne toekomst door tegemoet, en wie had dat nou in april kunnen denken? Ik niet. Toch merk ik wel dat mijn leven inmiddels de fase ‘jonge moeder, jong gezin’ ruimschoots is gepasseerd. Of laat ik het zo zeggen: my mind says I’m in my twenties, but my body says “Yeah, you wish!” In dat opzicht vind ik het dus helemaal niet verkeerd dat dit kattenhoofdstuk binnenkort een mooie afsluiting gaat krijgen. Er zullen ongetwijfeld nog vele andere avonturen volgen, maar voor nu is het even welletjes geweest. Bovendien moet er nodig weer gedacht worden aan een nieuw boek. De Zomer van 1970 ligt over enkele maanden in de boekhandel en ik weet nu al dat er dan geroepen gaat worden: ‘Wanneer komt de volgende?’ Een prachtig compliment vind ik dat altijd, maar het betekent wel dat ik daar zo zachtjesaan mee zal moeten beginnen.

Kortom, ik hoef voorlopig nog niet achter de geraniums te gaan zitten, of me te vervelen achter het vensterglas en graag twee hondjes willen zijn omdat ik dan samen kan spelen. Nee, ik heb iedere dag nog zoveel te doen, dat soms, heel soms, mijn column pas een dag later verschijnt dan gepland. Maar ik denk dat me dat wel vergeven wordt… 🙂

♥♥♥♥♥

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.