Het is weer zomer

In tegenstelling tot andere jaren om deze tijd zit ik nog niet echt in de ‘zomerflow’. Het wisselvallige weer tot nu toe is daar zeker debet aan. Mijn kast hangt nog steeds vol met dunne truien, vestjes en lange mouwen T-shirts, want de juni-ochtenden en -avonden konden nog behoorlijk fris zijn. Sinds kort lijkt het iets beter te gaan, met temperaturen boven de 25 graden, waardoor de zomerjurkjes en -T-shirtjes langzaamaan tevoorschijn kunnen komen. Veel is dat trouwens niet, want ik was even vergeten dat ik bij de grote opruiming voor de winter begon het grootste deel van mijn zomergarderobe heb weggedaan. Er moet dus zeer binnenkort een hoognodige shopping expeditie plaatsvinden.

Nu vind ik een bezoek aan Volos normaal gesproken al niet echt tof, maar met de verkiezingen in zicht zijn er in het centrum al maandenlang opbrekingen gaande op de doorgaande en dus drukste straten van de stad. Eén grote ellende is het, en even voor m’n plezier naar Volos is er nu al helemaal niet meer bij. Maar goed, soms kom je er niet onderuit. Zoals toen onze twaalfjarige Ira zes weken terug niet meer wilde eten, en zich duidelijk niet lekker voelde. Drie dierenartsbezoeken en een aantal onderzoeken later zijn we inmiddels, en gelukkig hebben we haar met enige medicatie weer aan het eten kunnen krijgen. De laatste uitslag, een paar dagen terug, wees echter uit dat ze toch wat problemen heeft met haar blaas, wat betekent dat ze twee maanden op dieetvoer moet. Dat is nog niet het ergste; ze moet helaas ook een antibioticakuur hebben, een joekel van een pil tweemaal per dag en dat twee weken achter elkaar.

Ira medicijnen toedienen is een haast onmogelijke opgave. De vorige keer zijn er heel wat ijsjes, cake en lekkere vleeshapjes aan te pas gekomen om de noodzakelijke medicatie naar binnen te krijgen. En nu kunnen we dus weer overnieuw beginnen, met dien verstande dat ze al die ‘lekkere dingen’ niet meer mag in verband met het gruis in haar blaas. Gisteravond heb ik voor het eerst de nieuwe medicatie door haar nieuwe voer gemixt en dat leek in eerste instantie goed te gaan. Ze at alles keurig op, zij het niet van harte. Maar helaas… vanmorgen kwam ik in de tuin haar hele maaginhoud tegen, en tot op heden weigert ze ook maar iets te eten. Dat wordt dus weer creatief voederen, de komende weken.

Over voederen gesproken… Onlangs zijn we met vrienden uit eten geweest in Neochori, een klein bergdorp midden op het schiereiland, een klein halfuurtje bij ons vandaan. Daar komen we wel vaker, maar eigenlijk eten we er altijd op de grote plateia van het dorp, bij Yannis o Germanos, beroemd bij velen om zijn vleesgerechten – en zijn Duitse menukaart. Dit keer echter lieten we de afslag naar de plateia links (of liever gezegd rechts) liggen en reden we de doorgaande weg nog een kleine kilometer verder af. Net om een grote bocht, tegenover een kleine parkeerplaats die tevens dienstdoet als bushaltestop, ligt aan de rechterkant taverna Paradeisos. Het heeft een groot terras met schaduwrijke bomen, en het eten is beslist een aanrader. Niets bijzonders, gewoon wat de pot schaft, maar dusdanig klaargemaakt dat je er je vingers bij op eet. Ik ben niet echt een sperziebonen-liefhebber, maar de fasolakia die de eigenaresse op tafel zette was zo lekker dat ik met manliefs verjaardag zomaar uit eigen beweging deze Griekse sperziebonenschotel heb gemaakt. Kortom, als je van traditioneel en authentiek houdt, dan is taverna Paradeisos zeker een bezoekje waard.

Het was de afgelopen maand dus niet alleen kommer en kwel in Huize Hollander. We genieten nog steeds van alles wat ons schiereiland te bieden heeft. En dat wordt de komende maanden alleen maar meer, want binnenkort komt mijn vriendin Petra een weekje logeren. Zonder haar echtgenoot dit keer, en dat worden vast heel veel luie strandbezoekjes en meidenuitstapjes, zoals samen op zomerkledingjacht in Volos. Een paar weken later hopen we onze zoon en schoondochter weer in de armen te kunnen sluiten voor een weekje relaxen, gevolgd door een tweeweeks bezoek van onze lieve Twentse vrienden. Tegen de tijd dat die vertrekken, arriveert de zus van manlief voor drie heerlijke, lange weken, wat ongetwijfeld een vreugdevol weerzien gaat worden, want het is alweer vier jaar geleden dat ze voor het laatst hier was.

Gezellige vooruitzichten dus, zelfs al gaat ons gewone leven ook dan gewoon door. Zeker is dat het door de huizenbouw van onze overbuurman in de ochtenduren minder rustig zal zijn dan in voorgaande jaren. We weten ook al dat we een dezer weken een nieuw dak of in ieder geval een renovatie van ons dak tegemoet kunnen zien, maar wanneer dat gaat gebeuren is nog niet geheel duidelijk. En natuurlijk hopen we dat we met Ira niet al te vaak meer richting dierenarts moeten, want met een 45 kilo zware hond op respectabele leeftijd die de hele achterbank van mijn Suzy in beslag neemt is dat niet iets wat je ‘even tussendoor’ doet.

Afijn, de mens lijdt natuurlijk het meest door het lijden dat hij vreest, iets waar ik als fantasievolle schrijfster helaas heel erg goed in ben, maar ik heb me voorgenomen al die ‘ja maars’ en ‘stel dats’ waar mijn hoofd in uitblinkt stelselmatig te negeren. Wie dan leeft, wie dan zorgt, denk ik dan maar, nog zo’n gouwe ouwe uitspraak die ik moeiteloos op kan dreunen.  Weg met al die hersenspinsels, we gaan er een mooie zomer van maken, en mocht je net als ik nog niet helemaal in zomerstemming zijn, dan moet je gewoon even naar deze nieuwe videoclip van mijn geliefde Wannebiezz kijken en luisteren. Doe ik ook. Daar word je namelijk geheid vrolijk van… 😉

♥♥♥

De tempel van Artemis

Aan de zuidoostkust, tussen Mourtias en Katigiorgis, ligt het piepkleine strandje van Theotokos. Het nogal knullige afslagbordje erheen wordt makkelijk gemist, omdat het maar aan een kant van de weg staat. Kom je van de andere kant, dan zie het helemaal niet. Los daarvan rijd je er ook zomaar voorbij omdat het niet echt opvalt… tenzij je weet dat het eraan komt. Het is een van mijn meest geliefde stopplekjes tijdens een ritje over de Pilion met op bezoek zijnde vrienden. Ik hou nu eenmaal niet van volle strandjes met ligbedden, gillende kinderen en boomboxmuziek. Geef mij maar verlaten baaitjes, waar je het zachte ruisen van de zee kunt horen, terwijl je de woest mooie natuur stilletjes op je laat inwerken, gezeten op een steen of gewoon op een meegebracht handdoekje op het zand.

De weg erheen voert via Lafkos, en dat is ook zo’n geliefde stopplek van me, want bij de bakker daar haal je de heerlijkste broden en croissantjes. Het brood wordt gebakken in een met hout gestookte oven, en dat proef je. De bakkerij is gevestigd in wat eigenlijk het stationnetje van Lafkos had moeten worden. Vooruitlopend op het doortrekken van de spoorverbinding door de Pilion was men alvast maar begonnen met het bouwen van een stationsgebouwtje, maar helaas zijn de rails nooit verder gekomen dan Milies. Als je buiten staat en omhoogkijkt, zie je aan de metalen rand op de luifel nog steeds de oorspronkelijke architectuur. Kijk je om het hoekje van het gebouw, dan ligt daar tegen de muur het hout opgestapeld voor het vuur van de oven. En geef binnen niet alleen je ogen de kost, maar ook je neus, want al dat versgebakken brood ruikt werkelijk hemels!

Op mijn vrienden-roadtrip kopen we daar altijd een broodje of croissantje om mee te nemen, samen met een flesje drinken, alvorens we verder rijden naar het strand van Mourtias. De Paaseiland-beelden, noem ik de rotsformatie die daar uit zee oprijst. Als het zonlicht er op een bepaalde manier op schijnt, kleuren ze dieprood, maar ook zonder dat zijn ze behoorlijk imposant. Met elkaar vormen ze een buffer tegen de golven van de Egeïsche zee, waardoor er een kleine, rustige poel ontstaat waarin het relaxt zwemmen is als het getij dat toestaat. Het is er nooit druk en je kunt er heerlijk genieten van de meegenomen lekkernijen uit Lafkos. Ben je van plan er een tijdje te vertoeven, vergeet dan niet een parasol mee te nemen en eventueel een stoeltje, want behalve de ‘beelden’ en het strand is er  verder niets.

Ons tripje gaat dan vervolgens verder richting Katigiorgis, het uiterste zuidoostelijke puntje van Pilion, maar eerst slaan we een paar kilometer na Mourtias linksaf voor alweer een korte stop bij het hierboven genoemde strandje van Theotokos. Hier staat een van de oudste kapelletjes van Pilion, gebouwd in 1807, op de plek waar ooit een tempel voor de godin Artemis heeft gestaan. In 1805 is die tempel ontdekt en gedeeltelijk opgegraven door een Amerikaanse archeoloog, dezelfde die ook de opgraving in het niet ver van mijn woondorp gelegen dorp Koropi leidde. Blijkbaar was die opgraving belangrijker, want verder dan het opdiepen van een paar marmeren zuilen en een gedeeltelijk ontbloot vloermozaïek is de beste man in Theotokos niet gekomen.

Veel belangstelling voor de vondst in Theotokos is er nooit geweest, ook niet in de huidige tijd. De zuilen en het mozaïek liggen er nog steeds, achteloos ergens tussen het onkruid dat de gedeeltelijk opgegraven fundatie van de tempel welig overwoekert. Het ertegenover liggende kapelletje daarentegen wordt wel onderhouden en zelfs regelmatig gebruikt. Ik heb me laten vertellen dat het een zeemanskerkje is, gebruikt door vissers om de zegen te vragen voor de vangst. Het strandje wordt namelijk van oudsher door vissermannen gebruikt, wat ook nog te zien is aan de oude vissershutten, die in de bergwand op het strand een beetje krakkemikkig tegen elkaar aanhangen en nu als opslag voor kapotte netten en andere troep wordt gebruikt.

Tijdens de opgraving van de Amerikaanse archeoloog in 1805 zijn er ook overblijfselen gevonden van een kleine nederzetting op deze plek. Als je er nu staat, kun je je dat nauwelijks voorstellen, zo verlaten is het er, maar het feit dat er ooit een tempel werd gebouwd geeft al aan dat het destijds iet dichter bevolkt was dan nu. Tegenwoordig zijn er in de omtrek slechts sporadisch huizen te vinden, van een dorpje in de buurt is helemaal geen sprake. Op een bepaald moment moeten de mensen die in de buurt van de tempel woonden daar weggetrokken zijn, maar de reden daarvoor zal altijd wel een mysterie blijven.

Hoe het ook zij, de tempel van Artemis werd nooit meer herbouwd en mensen hebben zich in de eeuwen erna nooit meer massaal in de buurt gevestigd. We zullen er in de nabije toekomst ook niet achter komen wat er destijds op die plek is gebeurd, want blijkbaar vindt geen enkele archeoloog de overblijfselen in Theotokos zo interessant dat hij of zij die ooit begonnen opgraving wil hervatten. Persoonlijk ben ik daar niet heel rouwig om. Juist die verlatenheid, de imposante overblijfselen van de tempel en dat piepkleine kerkje maken van deze plek iets bijzonders. En dat mag wat mij betreft voor altijd zo blijven… 🙂

♥♥♥♥♥

 

Lente

Vanaf eind april begint hier het toeristenseizoen en dat is alweer goed te merken. Zeker als het zoals nu ook nog eens een Trimero-weekend is, oftewel een weekend dat gevolgd wordt door een vrije feestdag. De eerste mei wordt in veel landen gevierd als de Dag van de Arbeid, en hoewel dat ook voor Griekenland geldt, staat de eerste mei hier eigenlijk meer bekend als Bloemetjesplukdag. De officiële benaming is Protomagia, en het is vooral de dag waarop de komst van de lente en de bloemen wordt gevierd. Een dag die daarom veelal buiten, in de vrije natuur wordt doorgebracht. Zowel kinderen als volwassenen zie je enthousiast overal bloemetjes plukken, waarvan prachtige kransen worden gemaakt. Die bloemenkransen worden op de auto’s gelegd of aan de deuren van woningen en kapellen gehangen. En aangezien er na gedane arbeid natuurlijk ook gegeten moet worden, gaan ook de barbecue en de picknickmand mee voor een relaxte dag in het open veld, de olijfgaard of aan het strand.

Deze vrolijke feestdag vindt zijn oorsprong in de oudheid. De Minoërs schijnen rond de eerste mei de komst van ‘het nieuwe jaar’ al uitgebreid gevierd te hebben. Ze droegen de vijfde maand van het jaar op aan Demeter, de godin van de landbouw, en haar dochter Persephone, die deze maand naar haar moeder zou terugkeren, nadat ze de winter bij Hades in de onderwereld had doorgebracht. De oude viering van de eerste mei is door de eeuwen heen voortgezet door middel van verschillende gebruiken en tradities. Een van de oudst bekende vieringen was de ‘Anthesteria’, het eerste Griekse bloemenfestival. Hierbij werden verschillende processies gehouden waarbij de Grieken bloemen naar heiligdommen en tempels brachten. Dit bloemenfestival vond voor het eerst plaats in Athene en werd later ook gevierd in andere steden, een gebruik dat nog steeds bestaat.

Zo’n bloemenfestival heb ik hier in Pilion echter nog nooit meegemaakt, maar de bloemenplukkende families wel. Grote kans dat we vandaag een aantal van hen gebukt bij het overdadige Marguerites-bloemperk voor onze tuin zullen aantreffen, want die bloeien momenteel zo mooi, dat ik de afgelopen tijd al meerdere spontane plukkers heb gezien. Sommigen duiken een beetje schielijk weg als ze in de gaten hebben dat ik toevallig in de tuin ben, anderen complimenteren me met ons ‘bloemenparadijs’ en vragen netjes of ze er een paar mogen plukken. En natuurlijk mag dat; er staan er genoeg, zowel binnen als buiten ons hek.

Ik ben een groot voorstander van deze feestdag. De komst van de lente met alle vrolijke, kleurrijke bloemen vind ik absoluut de moeite waard om te vieren. Weg met die grauwe, koude, kale winter! We willen kleur, geur, en het voorjaar in ons leven. Alles ziet er immers veel vrolijker uit als het zonnetje schijnt en de olijfgaarden rood en wit kleuren van de klaprozen, de anemoontjes en de madeliefjes. En ja, ik ben natuurlijk gezegend dat ik hier woon, zodat ik iedere dag uitgebreid mag genieten van al het moois dat de natuur in dit seizoen zomaar tevoorschijn tovert. Zelfs als het regent blijf ik nu glimlachen, want ik weet dat er na zo’n regenbui opnieuw een explosie volgt van andere, nieuwe en nog kleurrijkere gewassen. Van onkruid ook, natuurlijk, dat is minder leuk, maar zelfs onkruid bloeit hier mooi.

Voorjaar betekent ook dat de terrasjes aan zee weer open zijn, en daarom hebben manlief en ik onlangs mijn verjaardag gevierd met een uitgebreide en overheerlijke brunch bij Ya Banaki in Kala Nera. Behalve het ‘normale’ ontbijt hadden we ook twee omeletten en een Chef Salad besteld. En door die salade ontdekten we iets wat we al die achttien jaren dat we hier wonen niet hebben geweten. Yiannis, de eigenaar, kwam zich namelijk meermaals verontschuldigen omdat de salade noodgedwongen nog even op zich liet wachten. De gekookte eieren die hij daarvoor nodig had waren tijdens het koken kapotgegaan, en aangezien hij de salade altijd met vers gekookte eieren maakt, moesten er eerst een paar nieuwe gekookt worden. Manlief, in ons huishouden de expert op kookgebied, wilde weten of hij dan misschien vergeten was om er een gaatje in te prikken, want dan heb je daar immers geen last van. Aangezien zelfs ik als ‘niet-kok’ op de hoogte ben van de gaatjes-tip, waren wij totaal niet voorbereid op de stomverbaasde blik van Yiannis, die werkelijk waar nog nooit van dat gaatjes prikken had gehoord, laat staan in het bezit was van een doodgewone eierprikker! ‘Oké, geen punt,’ zei manlief. ‘Ik breng er wel eentje voor je mee uit Volos.’

Maar nu komt het: in heel Volos was zo’n simpel dingetje niet te vinden. Niet op de markt, niet bij de Praktiker en zelfs niet bij de Jumbo, de Griekse huishoudgereedschap-specialist. En toen ik ging zoeken op internet om er dan maar eentje online te bestellen, bleek bij geen enkele winkel het fenomeen ‘eierprikker’ bekend, laat staan te koop te zijn. Iets wat ons in al die jaren nooit is opgevallen, want blijkbaar is de eierprikker in onze keukenla destijds gewoon in de keukendoos op de pallet meegekomen. Nu wil ik niet beweren dat alle Grieken onbekend zijn met het feit dat het beter is om een gaatje in een ei te prikken voordat je het in kokend water laat glijden, maar feit is wel dat zo’n simpele prikker hier in Griekenland niet zulk ‘gemeengoed’ is als in Nederland, waar je het bij Blokker, bolcom of welke huishoudzaak ook voor een paar euro kunt aanschaffen.

Gelukkig kunnen we Yiannis zeer binnenkort alsnog blij maken met de beloofde eierprikker. Geen Griekse, maar een Nederlandse prikker is het geworden, en hij komt hiernaartoe in de koffer van een lieve vriendin die ik heel lang niet heb gezien, maar met wie ik al bijna vijftig jaar bevriend ben. Ooit waren we collega’s op het reisbureau in Rotterdam-Zuid waar ik in 1974 mijn werkzame leven ben begonnen. De vriendschap die daaruit voortkwam is altijd blijven bestaan, ook al zien we elkaar maar heel zelden ‘in het echt’. Best bijzonder vind ik dat, en ik weet zeker dat we heel wat bij te praten hebben. Hoogstwaarschijnlijk tijdens alweer zo’n zonnige brunch bij Ya Banaki in Kala Nera, compleet met omelet en een overheerlijke Chef Salad – die ditmaal zeker weten zonder vertraging door stukgekookte eieren geserveerd zal worden… 😉

♥♥♥

 

Quilt-perikelen

Na onze sneeuwavonturen van vorige maand (hier te lezen) werden we beloond met een paar heerlijke voorjaarsachtige weken. Van de een op de andere dag gingen we van sneeuwruimen naar T-shirtjesweer… Zo snel kan het gaan in Pilion. Gelukkig heeft de tuin niet al te veel schade geleden door de sneeuwval. De narcissen en wilde irissen staan vrolijk geel en wit achteraan bij de muur te pronken, de oranje goudsbloemen zijn zich alweer gretig door de hele tuin aan het verspreiden, en de witte en paarse margueritas in de brede border aan de straat staan zo massaal in bloei, dat voorbijgangers acuut blijven staan om ze te bewonderen. Geplukt worden ze soms ook, om te stekken voor de eigen tuin, want margueritas vermeerderen zich snel en staan garant voor twee keer per jaar een kleurige bloemenzee.

Zo heel veel gelegenheid om van dat mooie weer te genieten gunde ik mezelf echter niet. Ik had me juist in die dagen namelijk ingeschreven voor een online quilt-challenge: maak een quilt in 1 week. Drie dagen lang kreeg je iedere ochtend een mailtje met de volgende stap die je moest doen, en daarna werd de (gratis) cursus afgesloten met een live-workshop waarin werd uitgelegd hoe je de quilt moest afwerken. Het zou mijn allereerste dekenquilt ooit worden, want eigenlijk ben ik niet zo dol op de traditionele quilts vol blokken, sterren en driehoeken. Het leek me echter wel leerzaam om op deze manier een aantal nieuwe quilttechnieken uitgelegd te krijgen, en bovendien gaf het me de kans om mijn nieuwe naaimachine goed te leren kennen, dus ik had er heel veel zin in.

Een paar weken voor aanvang van de challenge had ik al een mail gekregen met instructies vooraf. Zo moesten er o.a andere katoenen stoffen in verschillende kleuren worden aangeschaft, die je vervolgens met een rolmes in tachtig vierkantjes van 12,5 x 12,5 cm moest snijden. Nu had ik bij aanschaf van de naaimachine gelukkig al zo’n rolmes en een snijmat gekocht, dus ik hoefde ‘alleen nog maar’ die stofjes te kopen. Helaas is quilten hier niet zo bekend als in NL. Speciale quiltwinkels waar je bijvoorbeeld voorgesneden kleine lapjes kunt kopen, hebben we niet. En in de spaarzame fysieke stoffenwinkels in Volos waren katoenen stoffen aan de meter niet te vinden in de kleuren die ik zocht. Die verkochten nog volop winterstoffen, en ik wilde voor mijn eerste quilt toch iets vrolijkers. Ook online was er nauwelijks aanbod, maar na lang zoeken vond ik eindelijk een in quiltstoffen gespecialiseerde winkel in Athene, die ook nog eens een uitgebreide e-shop had.

De service van de winkel was echt super. Al een paar dagen later had ik mijn stoffenpakket in huis, en gelukkig, de kwaliteit en de kleuren waren net zo mooi als ik had gehoopt. Het snijden van de blokken kon dus beginnen… Nou ja, nadat ik eerst tachtig keer die blokken van 12,5 x 12,5 cm met potlood op de achterkant had afgetekend. Met een rolmes had ik niet eerder gewerkt, maar volgens de instructiefilmpjes die ik had bekeken was dat een kwestie van dat ding langs een lineaal leggen en dan soepeltjes naar beneden laten glijden. Afijn, soepel verliep het bij mij niet. De lineaal verschoof regelmatig, ook al was het maar een paar milimeter. Maar ja, daardoor heb je dan wel ineens een blok van 12,3 of 12,8 cm in plaats van 12,5 cm en dan sluiten de puntjes later niet meer netjes op elkaar aan. Ik ontdekte al snel dat het beter ging zonder lineaal, gewoon uit de hand over het potloodlijntje rollen, maar wel met een beetje druk erop, anders sneed het mes – te vergelijken met zo’n rolding waarmee je pizza’s in stukken snijdt – niet door de stof heen. Dat ging goed, al had ik na veertig blokken wel een heftig trillende arm, dus die andere veerrtig heb ik maar een paar dagen later gesneden.

Op de eerste dag leerden we hoe we de blokken op een makkelijke manier op en aan elkaar moesten naaien… om vervolgens ieder vierkantje in twee driehoekjes te snijden! Pff, dan heb je dus 160 driehoekjes in verschillende motiefjes die op de een of andere manier op de juiste wijze aan elkaar genaaid moeten worden! Ik zal u alle verdere details besparen. Er zijn flink wat zweetdruppeltjes op mijn voorhoofd verschenen en ja, ook wat minder nette woorden van mijn lippen gerold tijdens het maken van de quilt. Laat ik het er maar op houden dat ik niet alleen nieuwe naaitechnieken heb geleerd, maar vooral ook heel veel over mijzelf. De goede en minder goede eigenschappen, zal ik maar zeggen.

Na vier dagen kreeg de quilttop een vulling en een achterkantstof, en die drie stoflagen op elkaar moesten dan weer ‘uit de vrije hand doorgequilt’ worden. Dat betekent dat niet je naaimachine, maar jijzelf met twee handen de stof transporteert waardoor je een soort slingerpatroon kunt maken. Dat transporteren van de stof moet het liefst in hetzelfde tempo als waarmee de naald, aangestuurd door je voet op het pedaal, op en neer gaat. Anders krijg je ofwel steken met lussen, ofwel kleine priksteekjes, en dat is niet de bedoeling. Een goede coördinatie tussen hand-, voet- en hoofdwerk is dus geboden. Het patroon wat we moesten maken heette een ‘meander-patroon’ dat lijkt op kriskras naast elkaar en door elkaar heen liggende puzzelstukjes. Zelf vind ik het meer op aliens lijken. Van die ruimtemannetjes met grote hoofden en dikke nekken, afgewisseld met aliens voorzien van kleine hoofden en dunne nekken. Ach ja, puzzelen is nooit mijn favoriete bezigheid geweest…

Afijn, dankzij het enthousiasme en de duidelijke uitleg van Marlies Mansveld van de Online Quiltacademie is het me inderdaad gelukt om mijn allereerste quilt binnen een week af te krijgen en ik ben echt supertrots op het resultaat. Dat ik het geduld heb kunnen opbrengen om dit gepruts en precisiewerk tot een goed einde te brengen, had ik namelijk nooit van mezelf verwacht. Maar ondanks het naaiplezier en het prachtige eindresultaat denk ik niet dat ik op korte termijn nog eens zo’n blokken/driehoekjes-quilt ga maken. Ik ben en blijf meer het ‘grote halen, snel thuis’-type dan een millimeter-mens.  Wel heeft deze challenge me heel wat nieuwe dingen geleerd die ik in de toekomst zeker ga gebruiken bij het maken van mijn eigen applicatie/wandkleedquilts. Ik heb alweer een superleuk project uitgezocht, waar ik zeer binnenkort aan wil beginnen. Het wordt iets met ganzen en bloemetjes en kruiwagens. Want dat past toch iets beter bij mij dan een lappendeken van driehoekblokken… 😉

♥♥♥♥♥

 

Regelzaken

Het jaar begon bij ons met een keurig opgeschoonde tuin en regelen, heel veel regelen. Griekse belasting- en ziekenfondszaken, gevolgd door Nederlandse DigigD-app activering behoren niet tot mijn favoriete bezigheden, maar soms kom je er niet onderuit. Het vervelende van dit soort dingen vind ik dat het zoveel tijd kost. De Griekse bureaucratiemolens werken langzaam, heel langzaam. Onze belastingaccountant ook. Als hij belooft om iets te sturen, bedoelt hij dat ik hem er na twee dagen nog maar eens aan moet herinneren. Het enige voordeel is dat hij ook zo laks is met het sturen van zijn factuur, maar dáár ga ik hem echt niet aan herinneren. Dit keer had ik er zo de pest in, dat ik uiteindelijk zelf maar in de belastingdatabase ben gedoken. Met hulp van Google Translate is het me inderdaad gelukt om dat wat ik voor 1 februari nodig had zelf uit te draaien, iets waar ik best trots op ben, want je wilt niet weten hoe ingewikkeld die belastingwebsite is. Tijdrovend, ik zei het al!

Het tackelen van het ziekenfondsprobleem viel in tegenstelling tot dat van de belasting honderd procent mee. Het begon niet zo heel veelbelovend, want toen ik me met alle papieren meldde op het kantoor waar we ieder jaar acte de présence moeten geven, bleek dat alle dossiers voor onze regio sinds de coronaperiode verhuisd waren naar een andere locatie. Gelukkig kon ik daar een paar dagen later al terecht, omdat de mevrouw die ons al jaren helpt zo vriendelijk was om ons de naam en het telefoonnummer door te geven van een collega op het andere kantoor. In de wirwar van de Griekse bureaucratie is dat het grootste geschenk wat je kunt krijgen, want het verhindert dat je van het kastje naar de muur gestuurd wordt. De nieuwe mevrouw was net zo vriendelijk als de eerste, en na een halfuurtje ontelbare formulieren invullen was alles in orde, en ben ik voor het komende jaar volgens de voorschriften keurig verzekerd.

Ondertussen waren we ook een DigiD-appgevecht aangegaan, voor manlief, want ikzelf heb de app al weken geleden op mijn telefoon kunnen installeren. Bij hem mislukte het activeren keer op keer, ondanks het feit dat hij gewoon in het bezit is van een paspoort met chip. Nu kun je dat volgens de instructie oplossen met een via een sms toegestuurde activeringscode, maar daarvoor moet je telefoonnummer wel bekend zijn. Hebben ze dat niet, dan kun je dat doorgeven… via de DigiD-app. Afijn, ook in Nederland word je dus van het kastje naar de muur gestuurd. De oplossing diende zich aan in de vorm van het aanvragen van een video call voor NL-ers in het buitenland, een hele vooruitgang, want tot een aantal jaren geleden moest je je persoonlijk vervoegen bij een DigiD-balie in Nederland als er iets met je DigiD aan de hand was. Dat hoeft dus niet meer.

Dat die video call mogelijkheid bestond, ontdekten we op een maandag. Opgewekt tikte ik alle gegevens in om zo’n afspraak te maken, niet wetende dat de afsprakendatabase alleen op vrijdagochtend wordt opengezet voor afspraken in de week erna. Daar kwam ik pas achter na een tip van een hier in Pilion wonende vriend. Op vrijdag lukte het me inderdaad om een afspraak te maken voor de dinsdagavond om halfnegen onze tijd. We kregen keurig een bevestigings-e-mail met instructies om ons vijf minuten voor aanvang in te loggen op een laptop en onze baliecode gereed te houden. Nu hadden wij die baliecode tot twee uur voor aanvang nog steeds niet ontvangen, dus toch vriend maar weer even geraadpleegd. ‘Die krijg je als je je DigiD aanvraagt,’  zei vriend. Iets wat wij niet hadden gedaan, aangezien manlief al jaren een DigiD heeft. Bleek dat we voor dat gesprek dus een nieuwe DigiD moesten aanvragen, wat gelukkig nog online kon. Tot onze opluchting kregen we inderdaad meteen een baliecode toegestuurd, zodat we alsnog keurig op tijd konden inloggen voor de geplande video call met de DigiD-baliemedewerker van balie 7.

Niet dus! Toen we netjes volgens de instructie op de button ‘code ontvangen’ drukten, kwamen we op de DidiD-website uit, waar we ons in moesten loggen met een activeringscode die met een A begon. Die hadden we niet, de baliecode begon met een B. En toen we om halfnegen de gestuurde video call inlogcodes intikten, kregen we te horen dat ze ongeldig waren. Na tien minuten stuurden we een wanhoopsmailtje: ‘We proberen in te loggen, maar het lukt niet!’ En zie, na vijf minuten kwam er een mailtje terug, met een nieuwe video call code. Pff, wat een opluchting, want we zagen al aankomen dat we alle handelingen weer opnieuw moesten doen, inclusief het wachten tot vrijdag om een nieuwe afspraak te maken voor de week erop. Over tijdrovend gesproken!

De nieuwe code werd snel ingetikt, en hoera, hoera, ineens verscheen op ons scherm een medewerkster, die ons wat vreemd aankeek. ‘Ik snap er niets van, want ik ben momenteel al in gesprek met mensen uit Chili, en nu komen jullie ook ineens bij mij binnen,’ zei ze verbaasd. We snapten er geen van allen meer iets van, maar ze beloofde ons na beëindiging van het Chili-gesprek alsnog te helpen en een seintje te geven als we weer konden inloggen. Een kleine tien minuten later ging inderdaad de telefoon en werden we verzocht in te loggen met de naar ons gestuurde code. Helemaal opgelucht dat we toch nog aan de beurt kwamen tikten we snel de laatst ontvangen code in, en plop, daar verscheen de Chili-mevrouw weer in beeld… terwijl ondertussen mevrouw van balie 7 aan de telefoon zei dat ze onze aanmelding niet binnen zag komen. Chaos en verwarring rondom!

Het kwam allemaal goed, gelukkig! De Chili-mevrouw van balie 8 nam ‘live’ het telefoongesprek van de balie 7-mevrouw over en loodste ons keurig door alle stappen heen die nodig waren om manliefs DidiD-app te activeren, zodat hij ook na 31 januari zijn Mijn Overheids-mailbox nog in kan om post van alle overheidsinstanties te lezen. Om halftien was het eindelijk allemaal voor elkaar, en ploften manlief en ik enigszins verwilderd op de bank neer. Al dat digitale gedoe met codes voor dit en codes voor dat werkt niet bepaald ontspannend, zal ik maar zeggen. Die Griekse bureaucratie kan ik na achttien jaar wel aan, maar die Nederlandse… Pff, daar word ik zo langzamerhand toch iets te oud voor, geloof ik… 😉

♥♥♥♥♥