Zomerse dagen

Het nadeel van de Griekse zomer is dat je er zo heerlijk lui van wordt. Als de temperatuur op je terras naar de vijfendertig en daarboven kruipt, schakelen je lichaam en geest automatisch over naar relax-stand. Niet zo verwonderlijk natuurlijk. Het is gewoon veel te heet om op welk gebied dan ook actief te zijn. Ik prijs mezelf echt heel gelukkig dat ik deze zomer eens een keer niet aan de slag hoef met belangrijke schrijfprojecten en die lekker luie relax-stand helemaal mag omarmen. Ik ben al een aantal keren gezellig met manlief wezen dompelen aan het strand, we drinken zo af en toe ’s avonds een tsiporootje of een wijntje op een van de terrasjes om de zon in zee te zien zakken, en maken ons verder niet al te druk om wat er in de wereld en om ons heen gebeurt.

Het enige waar ik momenteel niet blij mee ben, zijn de vliegen en muggen die lak hebben aan de sterke wind van de terrasventilator en zich regelmatig op de onbedekte delen van mijn lijf storten. En gezien de hoge temperaturen is er heel wat huid voor hen beschikbaar om te ontdekken. De vliegenmepper, het antimuggenspul en de anti-prikgel liggen dus standaard naast me. Helaas hebben die rotbeesten ook daar lak aan, zodat ik me – als het me echt te veel wordt – uit lijfbehoud regelmatig toch maar binnenshuis terugtrek. Wat niet echt een straf is, hoor, want eigenlijk is het daar nu veel fijner. Door de airco is het er heel wat koeler dan buiten, iets wat onze Ira al weken eerder heeft ontdekt.

We zouden haast vergeten dat we een hond hebben, en dat terwijl ze toch niet de kleinste der honden is. Ze ligt de hele dag op het koelste plekje in huis: naast mijn bed, onder de airco, languit op haar rug, en is er alleen voor haar middagmaal even vandaan te krijgen. Dat werkt ze dan op haar eigen slordige manier naar binnen – maar wel in de keuken in plaats van buiten a.u.b.! – om daarna onmiddellijk weer naar de slaapkamer te verdwijnen, de waterbak aldaar leeg te slobberen, en zich vervolgens met een diepe zucht weer op de plavuizen neer te vlijen. Want ja, eten is een zware bezigheid met deze temperaturen, daar moet je echt uren van bijkomen. Het is zelfs zo erg dat madam stelselmatig haar uitlaatronde weigert, zelfs als de zon al onder is. Sta je daar toch mooi voor paal met je riem bij het tuinhek!

Pas in de loop van de avond begint ze zich te roeren. Zo tussen negen en tien krijgt ze altijd haar avondsnack: dan mag ze eindelijk legaal de kattenbakjes leegmaken. Hoewel die tegen die tijd al regelmatig leeg zijn omdat we dus vergeten dat ze binnen is en de keukendeur per ongeluk open laten staan. En heel vreemd, maar hoe diep Sneaky Ira ook in ruste is, op de een af andere manier weet ze precies wanneer die keukendeur open blijft. Hetzelfde geldt voor onbewaakt eten op de tafel in de woonkamer. Even naar buiten of naar de keuken wippen om iets te pakken is er niet bij. Bij terugkomst zijn de bordjes leeg, en ligt madam zeer onschuldig en zeer tevreden weer op haar rug in de slaapkamer alsof ze er niet weg is geweest. Tot na de avondsnack. Dan verplaatst ze haar logge lijf welwillend naar buiten, alwaar ze dusdanig op het tuinpad gaat liggen dat ze alle vreemde voorbijgangers inclusief passerende buurkatten kan aanblaffen zonder ervoor te hoeven opstaan. Tja, waarom zou je het jezelf moeilijk maken bij deze temperaturen?

Het leven in Huize Hollander kabbelt dus aardig rustig voort, met zon, zee, strand en soms ook onverwacht leuke ontmoetingen. Zo ben ik een heel gezellig dagje lang op stap geweest met vriend Maarten G. Verhoef uit Pereia, een dorpje even voorbij Thessaloniki. Maarten bakt daar in zijn eigen bakkerij Damaris verse Hollandse stroopwafels, kokosmakronen, amandelspeculaas en andere lekkernijen. Hij levert zijn producten door heel Griekenland en ver daarbuiten, en is door zijn niet aflatende enthousiasme op zijn Facebook-pagina al aardig beroemd onder de echte Griekenland-liefhebbers. Nu is Maarten altijd op zoek naar nog meer goede klanten, en daarom gingen hij en ik onlangs samen in Kala Nera en omstreken op pad om te proberen hier in Pilion een paar leuke adresjes te vinden voor zijn Hollandse stroopwafels en andere lekkernijen.

Het werd een vermoeiende en doldwaze dag, waarop we heel wat stroopwafeltjes en speculaasjes hebben uitgedeeld. En niet alleen aan de eigenaars van de Griekse koffietenten, hoor. Ook soms zomaar spontaan aan Hollandse vakantiegangers, die verbaasd naar zijn stroopwafel-logo op de auto staarden en toch weleens wilden weten hoe een Nederlandse koekenbakker nou in vredesnaam in Griekenland terecht was gekomen. Tussen al die avonturen door hebben we ook nog kans gezien om even af te koelen in de zee, had manlief ondertussen al een zak gevuld met abrikozen uit onze boom om mee naar Pereia te nemen en hebben we Maarten bij het afscheid ook nog maar een paar plantenstekjes in de armen gedrukt voor zijn mooie tuin. En het leukste van alles is natuurlijk wel dat Ya Banaki, een van de gezelligste terrasjes in Kala Nera, inmiddels de eerste verse speculaasjes-bestelling heeft ontvangen. Ik hoop echt dat de nieuwe koekjes in de smaak zullen vallen bij de klanten van Ya Banaki, want ik wens de keihard werkende en altijd goedlachse Maarten echt alle geluk toe om van zijn onbesuisde Griekse avontuur een groot succes te maken.

Een ander leuk nieuwtje is dat mijn Pilion-reisgids deze zomer ook in Kala Nera te koop is, bij de voormalige taverne Paris. Christos en Paris hebben namelijk na dertig jaar het roer omgegooid, en hun beroemde taverne gesloten. Op dezelfde plek vindt u nu alleen nog hun souvenirwinkel To Trenaki, waar u ook terecht kunt om scooters, fietsen en e-bikes te huren. Dus mocht u tijdens uw vakantie spijt krijgen omdat u mijn reisgids niet al voor uw vertrek hebt aangeschaft, dan kunt u dat alsnog ter plekke doen. Net als mijn dubbelroman Griekse Zomers trouwens, al moet ik voor wat de romans betreft wel aantekenen dat op ook echt op is. Het kost te veel aan porto om exemplaren van mijn boeken vanuit Nederland naar Griekenland te laten komen, dus een nalevering is er helaas niet bij. Van een van de ‘lokale’ Griekse Zomers-exemplaren weet ik trouwens ook waar die terecht is gekomen, omdat ik er tijdens een ontmoeting op het hotelterras waar Maarten en ik even uitpuften voor een drankje heel trots mijn handtekening in heb mogen zetten. Het was een spontane, mooie en supergezellige ontmoeting met twee lieve mensen, en ik kreeg vanmorgen een berichtje dat het boek inmiddels al uit is. ‘Met heel veel plezier gelezen,’ schreef Loeki, en dat doet mijn schrijvershart natuurlijk heel veel goed.

O ja, dat zou ik bijna nog vergeten. Mocht u na het lezen van mijn column ook met een boek in relax-stand willen gaan, neem dan eens een kijkje in de VakantieBieb. Mijn tweede dubbelroman Verliefd in Griekenland – met daarin de eerder verschenen romans Harteloos en Verscheurd Verlangen – is daar gratis en voor niets te lezen. Even registreren, en u kunt meteen onderuit voor een paar uurtjes leesplezier op uw balkon, tuinterras en/of strandbedje – of gewoon bij de airco natuurlijk… 😉

Fijne zomer allemaal!

♥♥♥♥♥

 

Een nieuw seizoen

Het is bijna niet te geloven, maar wij zijn deze maand aan ons vijftiende jaar in Pilion begonnen. Leven in een ander land is niet altijd makkelijk. Het betekent uiteraard dat je je eigen plekje moet zien te vinden in een andere cultuur – wat niet per se betekent dat je daarbij je eigen roots maar gewoon moet vergeten. Integendeel, zou ik haast zeggen. Ik heb dankzij het internet afgelopen zaterdag gigantisch zitten smullen van de koninklijke Koningsdag-viering in Amersfoort, iets wat ik waarschijnlijk niet had gedaan als ik nog in Nederland had gewoond. Dan had ik hoogstwaarschijnlijk bij de Wannebiezz op het Veerplein in Vlaardingen gestaan met een koud biertje in mijn hand. Nu, ver van het ‘thuisland’, vond ik het heerlijk om languit voor de buis te hangen. Wat hebben wij toch een ontzettend leuk koningshuis als je dat vergelijkt met dat van andere landen. Zo spontaan, zo dicht bij het volk, dat is toch wel een unicum in deze wereld.

Nou ja, dat vind ik, maar misschien ben ik een beetje bevooroordeeld. Ik kom nu eenmaal uit een Oranje-gezind gezin, waar het traditionele Soestdijk-defilé op de zwart-wit televisie ieder jaar opnieuw bekeken werd onder het nuttigen van koffie met een oranjetompoes van de Hema. Daarna aten we witbrood met verse paling die mijn vader ondertussen bij vishandel ’t Hoogertje in het Vlaardingse centrum had gehaald. Pa was namelijk ook wel pro-Oranje, maar niet dusdanig dat hij urenlang naar ‘dat gedoe’ ging zitten staren. Achteraf verdenk ik hem ervan dat hij die palingtraditie zelf heeft bedacht om aan het ‘kastje kijken’ te ontsnappen, maar zolang hij maar op tijd met die paling terugkwam, vonden wij thuisblijvers dat geen enkel probleem. Paling en de oranjetompoes heb ik dit jaar moeten missen, maar twee jaar geleden was ik heel toevallig wel op Koningsdag in Nederland. Hoe leuk is dat, als je na al die jaren zo’n ouderwets feest in een nieuw jasje weer eens mee mag maken. De braderie, de kermis, de vrijmarkt, de terrasjes, de paling en de tompoes… Ik heb ervan genoten. Misschien wel dubbel, omdat ik het niet meer elk jaar meemaak. Het is nu eenmaal een unieke feestdag in het Nederlandse leven, zo’n dag waarop je je ook in het buitenland even heel erg ‘Nederlands’ wilt voelen, al is het dan maar vanachter je laptop op een zonnig terrasje onder de nog niet zo heel erg dik bebladerde druivenranken.

Dit jaar viel Koningsdag op de zaterdag voor het Griekse paasfeest. Terwijl ik digitaal in Amersfoort vertoefde, waren mijn buren druk bezig met het voorbereiden van de paasbarbecue en de andere feestelijkheden die ’s nachts om twaalf uur in de kerk beginnen met het verspreiden van ‘Het Licht’. De Papa – zo wordt de Griekse priester genoemd –  komt dan vanachter het altaar de donkere kerk in met een grote kaars, aangestoken door de heilige vlam die vanuit Jeruzalem ingevlogen wordt. Degenen die vooraan in de kerk staan, steken hun meegebrachte kaarsje aan die grote kaars aan, waarna het licht wordt doorgegeven aan iedereen die in de kerk en op het kerkplein aanwezig is. Dit alles gaat gepaard met het afsteken van vuurwerk, het knallen van rotjes en het elkaar ‘Xristos Anesti’ – Christus is opgestaan! – toe roepen. Totaal anders dus dan de paasdiensten die ik vroeger op zondagochtend in onze kerk meemaakte. Het enige wat me daarvan is bijgebleven is het ingetogen en vooral níét jubelend gezongen: ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem die galmt door gans’ Jeruzalem.’ Ach ja, ’s lands wijs, ’s lands eer…

Het Griekse paasfeest is een echte belevenis, en heb je de kans om het een keer mee te maken, dan kan ik dat zeker aanraden, of je nu wel of niet gelovig bent. Natuurlijk staat de kerk centraal in de viering, maar zodra dat ‘gebeurd’ is, en er door de kerkgangers na afloop van de dienst thuis de traditionele longsoep ter afsluiting van de vastenperiode is gegeten, begint op zondagochtend al vroeg het grote feest. Samen met familie en vrienden wordt er de hele dag door gegeten, gedronken, gedanst en gekletst, traditioneel met een lammetje of geit aan het spit in de tuin, op straat of op het balkon. Een belangrijke feestdag dus voor de Grieken, en voor hen echt vele malen belangrijker dan ‘onze’ Kerst. Behalve de drukte in de kerk en de keuken, begint ook de drukte op de wegen al in de dagen ervoor, want het mooiste paasfeest vier je natuurlijk met je familie in je geboortedorp, en aangezien Griekse families vaak honderden kilometers uit elkaar wonen, is het in de week voor Pasen altijd een heel gedoe van zich van hot naar her verplaatsende Grieken. Ook in ons dorpje was het in dit afgelopen weekend weer gezellig druk met al die feestende families om ons heen, maar ik moet eerlijk bekennen dat het een beetje langs ons heen is gegaan. Zo’n Grieks paasfeest is best heel leuk om een keer mee te maken, maar aangezien wij niet zo kerks zijn, en ook niet echt genieten van al die onschuldige lammetjes en geiten aan het spit, houden wij het meestal maar gewoon bij een paasbrunch met zijn tweetjes op ons eigen terras. En dat was ook deze keer weer helemaal geslaagd met een zeer uitgebreid Engels roerei-met-spek-en-worstjes-ontbijt, inclusief verse fruitsalade, een Franse kaas-plankje en een zelfgebakken Paastulband. Heerlijk vind ik dat, en we hadden de rest van de dag geen enkele behoefte aan nog een andere maaltijd.

Tweede Paasdag hebben we wel gezellig een tsipourootje gedaan bij To Balconi, de ouzeri van Apostoli aan het eind van de boulevard in Kato Gatzea. Het zonnetje scheen, het uitzicht over de Golf was weer prachtig mooi, en de mezes, de hapjes bij de tsipouro, waren heerlijk. Toen we daarna voldaan naar huis slenterden, zagen we op een van de andere terrasjes ineens twee Nederlandse vrienden, met wie we een heerlijke frappé hebben gedronken tijdens het uitgebreid bijkletsen. En later die middag stond er plotseling een in Volos wonende Nederlandse vriendin met haar zoon voor ons tuinhek. Zo leuk, het was al twee jaar geleden dat we elkaar hadden ontmoet, maar we gingen gewoon weer verder waar we toen waren gebleven. Kortom, een supergezellige dag met onverwachte, spontane ontmoetingen. En daar kan ik dus heel erg van genieten na het maandenlange gedisciplineerde schrijfwerk.

Vandaag keert de rust langzaam weer terug in het dorp, al blijft het de hele week wat drukker dan hiervoor. Familie en vrienden knopen vaak een aantal vakantiedagen aan hun Paasbezoek vast, zoals wij dat gewend zijn in de kerstvakantie. In de grote stad is het rustig, sommige kleinere winkels zijn ‘wegens vakantie’ gesloten, de openbare instanties draaien op halve kracht. En gezien het trage tempo waarin het hier normaal al draait, kun je nu beter even een weekje wachten als je iets officieels gedaan moet krijgen. Dat zijn zo van die dingen die je leert als je hier al zo’n vijftien jaar woont. De lange zomer is in aantocht, dat is overal te merken. Toeristen duiken alweer op met hun camper of tent op de nabijgelegen camping vanwege de Noord-Europese meivakantie en de vaste gepensioneerde Nederlandse zomergasten druppelen zachtjesaan de Pilion weer binnen voor hun maandenlange verblijf in het gastvrije Griekenland. Voor ons betekent dit het einde van een periode waarin we met onze Griekse dorpsgenoten heerlijk hebben genoten van een gelukkig rustige winter zonder al te veel sneeuw-ellende en andere rampspoeden. Onze lange winterslaap is voorbij, ook wij worden langzaam weer actief, en ik verheug me op het weerzien met vrienden en bekenden die hier hun vakantie komen doorbrengen. Ondanks dat vervult het afscheid van de winter me toch altijd ook met een klein beetje weemoed. Wij vinden die rustige Griekse winters in ons kleine kustdorpje heerlijk, en hebben ons geen moment verveeld, al kan ik me heel goed voorstellen dat anderen er gillend gek van worden. Gelukkig maar, denk ik dan stiekem, want zo blijven ónze winters tenminste lekker rustig… 😉

♥♥♥♥♥

Droomleven

Afgelopen week zag ik een aankondiging van de Friends of the Kalderimis voorbijkomen waarin stond dat er samen met een bevriende organisatie uit Platania een groepswandeling zou plaatsvinden met startpunt Kato Gatzea. Een niet al te lange rondwandeling van Kato naar Ano Gatzea, met een bezoekje aan het Olijvenmuseum, dat naast het stationnetje van het beroemde Pilion-treintje ligt. Geen onbekende bestemming voor mij, want het pad naar Ano Gatzea gaat via de olijfgaard waar ik op mijn eigen wandelingetjes regelmatig te vinden ben. Maar voor een groepswandeling ‘in mijn achtertuin’ ben ik altijd wel te vinden, al was het alleen al om weer eens uitgebreid bij te kletsen met bekenden uit andere delen van Pilion. Dus meldde ik me meteen aan, en stond ik op zaterdagochtend om elf uur op de parkeerplaats van het Kato Gatzea-strand, in vrolijke afwachting van wie er dit keer zouden komen opdagen.

Een kwartiertje later vertrokken we richting de olijfgaard met een groepje van zo’n twaalf wandelaars, waarvan ik er slechts drie kende. Geen probleem, want gedurende de wandeling was er genoeg gelegenheid om kennis te maken, dat is het leuke van zo’n kleine groep. Punt is alleen dat ik niet goed ben in tegelijkertijd praten en een berg op lopen, dus dat kletsen moest ik na de eerste gezellige kilometer even uitstellen tot een later tijdstip. We waren inmiddels aangekomen bij de kerk van Ano Gatzea, en als ik eerlijk ben, vind ik dat altijd al een aardige prestatie van mezelf, want het laatste stukje van het kalderimi-pad naar de kerk is echt behoorlijk steil. Maar goed, dat is even kort en heftig, en dat red ik nog wel zonder al te vaak amechtig hijgend tegen een muur te hangen. Echte problemen heb ik echter met een ‘vals plat’: zo’n weg die gestadig maar langdurig omhoog gaat. Dat dateert al uit mijn kindertijd en heeft alles te maken met een zeer kleine longinhoud. Met een aangepaste ademhalingstherapie kom ik tegenwoordig aardig ver, maar niet – zoals ik al heel snel merkte – wanneer ik de hele winter grotendeels achter mijn bureau heb gezeten en daardoor maandenlang weinig steile paadjes heb gelopen.

De wandeling vanaf de kerk naar het stationnetje kan op twee manieren: steil en heftig, of lang en gestadig, en onze groep nam fluitend de tweede optie. Ik dus ook, maar dat fluiten zat er niet in. Integendeel. Na een paar honderd meter waren de anderen al uit mijn gezichtsveld verdwenen en zat ik in mijn uppie om de tien meter op een muurtje om mijn hartslag, bloeddruk en ademhaling tot bedaren te laten komen, de enige manier voor mij om uiteindelijk boven te geraken. Nu ben ik het wel gewend om tijdens een steile groepswandeling de eenzame hekkensluiter te zijn. Ik kom heus wel boven, al kan het weleens wat langer duren. Het nadeel van dit pad was echter dat het een paar vertakkingen heeft, en hoewel ik de omgeving aardig ken en dus wel weet waar het stationnetje zo ongeveer ligt, loop ik dit bewuste pad niet zo vaak, juist vanwege mijn ‘probleempje’. Ik had geen idee hoe de anderen waren gelopen, en of ze mijn afwezigheid al hadden bemerkt. Na enig dubben besloot ik maar gewoon mijn eigen pad te lopen in de hoop dat ik de aansluiting met de groep op het stationnetje terug zou vinden.

Op het stationnetje bevonden zich echter alleen een paar spelende kinderen. Dan maar door naar het museum, want misschien waren mijn wandelaars daar al aan het rondkijken. Maar nee, zei de jongen bij de ingang, de groep was nog niet gearriveerd. Terug op het station besloot ik eerst maar eens een koffie te bestellen en daarna te proberen telefonisch contact te maken met degene waar ik me had opgegeven. Ja, sorry, ik ben nog van de generatie zonder altijd een mobiel op zak. Een jonger iemand zou dat ding waarschijnlijk al veel eerder tevoorschijn hebben gehaald, maar dat idee komt bij mij dus pas veel later op. Nu is het bereik in de bergen niet altijd even goed, dus ondanks een paar keer proberen op diverse plekken bleef een aardige juffrouw mij vertellen dat degene aan de andere kant niet te bereiken was. Inmiddels was de koffie klaar, en zie… net op het moment dat ik mij aan een tafeltje wilde neervlijen, zag ik over de rails een aantal mensen naderen, die mij enthousiast en totaal niet verbaasd begroetten. Ze waren er gewoon van uitgegaan dat ik op eigen gelegenheid en in mijn eigen tempo het station wel zou bereiken. Wat dus ook zo was…

Na de koffiepauze die op z’n Grieks heerlijk lang duurde, brachten we met zijn allen een bezoekje aan het Olijvenmuseum. Dat is gevestigd in een traditioneel Pilion-huis, en heeft eigenlijk maar één zaal. Blikvangers zijn zonder meer de twee grote houten olijventonnen, en daarnaast zijn er nog wat andere relikwieën die laten zien hoe het er tijdens de olijvenoogst eeuwenlang aan toe is gegaan. Ik was er al eens eerder geweest, tijdens een Full Moonconcert dat gegeven werd in het kleine open luchttheater grenzend aan de binnenplaats met prachtig uitzicht over Kato Gatzea. Ook een van de beroemde Pilion-boogbruggen is vanaf hier goed te zien, dus een bezoekje aan dit piepkleine museum is zeker aan te raden als je een keer in de buurt bent. Toen iedereen uitgekeken was, liepen we over de steile kalderimi richting kerk behoedzaam naar het plein van Ano Gatzea, om vervolgens in langzaam tempo af te dalen naar de kust over dezelfde kalderimi als die waarover we gekomen waren. En nee, zo’n zelfde pad is hier totaal niet saai, want op de terugweg zie je echt weer allemaal andere dingen die je op de heenweg hebt gemist. Terug in ons dorp streken we neer in de taverne Ev Zin, waarbij er volgens goed Grieks gebruik eerst uitgebreid met tafels en stoelen werd gesleept voordat iedereen tot volle tevredenheid zat. De oorspronkelijke groep bleek op raadselachtige wijze inmiddels uitgegroeid te zijn tot een man of twintig en we hebben met zijn allen genoten van een heerlijke maaltijd, weggespoeld met water, wijn en tsipouro. Er waren op deze wandeling sowieso meer Grieken dan buitenlanders, dus mijn Grieks is er weer met sprongen op vooruitgegaan.

En nu is het maandag en mag ik naar aanleiding van de feedback van de redactie volop aan de bak met het corrigeren en herschrijven van het derde deel van De Rozen van Beekbrugge. De eerste ruwe versie van een manuscript is net een schilderij. Veelal breng je pas later de extra nuances aan: hier nog een likje sfeerbeschrijving, daar een toefje nadruk op een gebeurtenis, verderop een wat minder heftige dialoog… Dat soort dingen. En ja, soms verdwijnt een hele scène uit het manuscript omdat hij toch niet zo blijkt te werken als je had verwacht. De komende weken ben ik dus weer veelal achter de laptop te vinden – met een beetje geluk buiten op mijn terras in het zonnetje. Oftewel: het leven van deze Hollandse schrijfster in Pilion is nog altijd de schrijversdroom die werkelijkheid werd… 😉

Hallo zon!

Hoera, de zon is terug! Mijn dag begon vandaag dus in het stralende zonnetje met ontbijtkoffie op het terras. Iets wat ik ’s ochtends altijd wel doe, weer of geen weer, maar voor het eerst in lange tijd kon het winterjack aan de kapstok blijven hangen en had ik meer dan voldoende aan mijn dikke vest. Sterker nog, na een uurtje had ik zelfs genoeg aan mijn T-shirt. Met korte mouwtjes! Nee, ik overdrijf niet, al vind ik het stiekem natuurlijk wel heel erg leuk om dit even uitgebreid aan jullie te vertellen. Ik weet uiteraard dat er in Nederland op dit moment een aardig laagje sneeuw ligt en dat het behoorlijk koud is. Dus ja, dan zit ik me daar best een beetje om te verkneukelen hier op mijn terras, in mijn T-shirtje met korte mouwtjes.

De wereld ziet er nu eenmaal altijd meteen een stuk vrolijker uit als je met je giechel in de zon kunt zitten, zo simpel is het. En dat hebben we dus heel hard nodig, want we weten allemaal dat het met diezelfde wereld helemaal niet zo best gaat. Wat een zooitje hebben we er met zijn allen toch van gemaakt! En dus moeten we nu ook met zijn allen de schouders eronder zetten om het weer een beetje leefbaar te maken. Ik ben voor, absoluut! Te beginnen met al dat plastic. Ik erger me al jaren aan de hoeveelheid die er in verpakkingen gestopt wordt. Niet alleen vanwege de schade aan het milieu, maar ook omdat ik met de meeste verpakkingen onmiddellijk in een strijd verwikkel raak. Ik kan me niet voorstellen dat ik de enige ben die het zelden lukt om zo’n vacuüm verpakt broodbeleg aan dat kleine puntje in de hoek open te trekken. Bij mij moet er negen van de tien keer een schaar aan te pas komen, en dan nóg! Knip ik er net te weinig af, krijg ik dat plastic velletje er nog steeds niet vanaf. Of ik knip te ver, en dan onthoofd ik meteen alle mooi geschikte plakjes worst! Vreselijk. En dat is nog maar één irritant voorbeeld van de lange lijst.

Ik koop mijn worst dan ook veel liever bij Jorgio van de supermarkt hier in het dorp. Die heeft nog zo’n snijmachine staan, waarmee hij de door mij gewenste tien of twaalf of vijftien plakjes worst netjes afsnijdt waar ik bij sta. Vervolgens wikkelt hij ze in een vetvrij papiertje, doet er een elastiekje omheen en klaar is kees. Ik heb wel erg moeten wennen aan het feit dat hij altijd wil weten hoeveel plakjes ik van iets wil. Ik bestelde gewoon in onsjes. Weet ik veel hoeveel plakjes er in een ons gaan! Dat ligt er toch helemaal aan hoe dik ze gesneden worden? Natuurlijk ben ik er na al die jaren wel aan gewend geraakt, en tegenwoordig denk ik gezellig in plakjes als ik worst wil hebben. Maar ik moet wel altijd aan die eerste tijd terug denken als ik in de zomer een verdwaalde toerist bij de vleeswarentoonbank zie staan, gewikkeld in een heerlijke spraakverwarring met onze Jorgio over onsjes en plakjes. En ja, ook dan heb ik soms dat stiekeme verkneukel-gevoel van vanmorgen…

Trouwens, over ‘verkneukelen’ gesproken… Onlangs las ik in een berichtje van een collega dat ouderwetse woorden – zoals ‘verkneukelen’ – door haar redactrice stelselmatig uit haar manuscript waren verwijderd. Nu kon ik me dat van die redactrice in dit geval wel een beetje begrijpen, omdat het hier om een Young Adult-boek ging, en ikzelf een zestienjarige ook niet zo snel zou laten zeggen dat hij of zij zich stiekem had lopen te verkneukelen. Net zomin als ik een zestigjarige ‘vet cool!’ laat roepen in mijn boeken. Hoewel… dat ligt ook weer aan de bewuste zestigjarige natuurlijk. Ik ken er genoeg die het helemaal niet vreemd zouden vinden om zich op die manier uit te drukken. Maar als mijn redactrice álle ouderwetse woorden uit mijn manuscript zou schrappen omdat ‘de jonge lezers de betekenis van die woorden toch niet meer kennen’…Hm, dat zou mij persoonlijk toch in het verkeerde keelgat schieten.

Een van de voordelen van lezen is namelijk dat het je woordenschat vergroot, of je nu tien, twintig, veertig of zestig jaar oud bent. Zou een van mijn jongere lezers nog nooit van dat woord ‘verkneukelen’ hebben gehoord, dan hoop ik dat hij of zij door het verhaal eromheen de betekenis ervan zal begrijpen. En anders is er toch altijd een woordenboek… of Google. Ik hoor het mijn vader nog zeggen: ‘Het is helemaal niet erg als je iets niet weet, als je maar weet waar je het kunt vinden.’ Nou, dat laatste is nog nooit zo gemakkelijk geweest als tegenwoordig. Even googelen en binnen een paar seconden weet je precies wat je wilt weten. Of… Nee, niet altijd. Als je aan Mr. Google vraagt hoeveel plakjes Mortadella er in een ons zitten, dan geeft hij daar niet echt een duidelijk antwoord op. Dus dat vraag ik dan maar aan Jorgio, die weet namelijk wel wat één plakje weegt. Hij legt dat ene plakje gewoon op de weegschaal en dan zie ik zelf wel hoeveel er nog bij moeten om er een ons van te maken. Zo simpel is het.

Ach ja, iedere schrijfster heeft zo haar eigen taalgebruik en stijl van vertellen, en dat is maar goed ook, want zo is er voor iedereen iets te vinden op de planken van de boekwinkels. Ook in mijn genre. Op negen februari wordt de jaarlijkse Valentijnprijs uitgereikt aan de schrijfster van het door de vakjury uitgeroepen beste romantische boek van 2018. Mijn roman Smaak van Liefde heeft de shortlist daarvoor helaas niet gehaald, maar komt nog wel in aanmerking voor de Valentijn Publieksprijs, die door de lezers bepaald wordt. Iedereen mag online één stem uitbrengen op hun favoriete roman, en jullie voelen hem al aankomen natuurlijk. Mocht je nog niet gestemd hebben op jouw favoriete roman, en geniet je van mijn boeken, dan zou je mij een groot plezier doen als je via deze link een stem zou willen uitbrengen op mijn Smaak van Liefde. Stemmen gaat heel eenvoudig door het invullen van je naam en e-mailadres en het aankruisen van je favoriete boek naar keuze. Let op: de titels staan op alfabetische volgorde, dus je moet wel even doorscrollen naar de S van Smaak van Liefde. Superbedankt alvast voor je moeite, en dat geldt natuurlijk ook voor degenen die al op mij hebben gestemd! Zodra de uitslag bekend is, laat ik het jullie weten.

Al met al is het wel weer een beetje kneuterige column geworden, als ik het zo terug lees. Zo eentje die nergens over gaat en van de hak op de tak springt, maar dat komt natuurlijk door dat vrolijke zonnetje. Daar word ik altijd een beetje springerig van. Vanwege dat gespring en het schrijven van deze column heb ik Emma – de Beekbrugse roos uit deel 3 – vandaag ook noodgedwongen even in de wacht moeten zetten. Niet leuk voor haar, want ze zit net in een spannende scène. Iets met een uitslaande brand en een knappe Italiaan die zo stom is om zich daarmee te bemoeien. De inwoners van Beekbrugge worden ongetwijfeld helemaal gek van de gillende brandweersirenes die nu al 24 uur achter elkaar aan het loeien zijn omdat ik zo nodig eerst deze column voor jullie moest schrijven. Wat betekent dat ik morgen, ondanks het weekend, heel snel terug moet naar Emma en mijn geliefde dorpje om die sirenes tot bedaren te brengen. Geen weekend dus voor mij, maar hé, ik ben de laatste die daarover zal klagen. Ik wil natuurlijk wel zo snel mogelijk weten hoe het verdergaat met Emma. Net als jullie… 😉

♥♥♥♥♥

Huisje, boompje, beestje

Vandaag precies acht jaar geleden trokken wij in ons heerlijke huisje in Kato Gatzea. Het was gelukkig net zo zonnig als nu, wat goed uitkwam, want niets is erger dan verhuizen in de regen. Bovendien moest een deel van onze huisraad – waaronder een aantal uit elkaar gehaalde kasten – nog een paar nachten noodgedwongen buiten blijven staan omdat we natuurlijk niet alles op één dag weer in elkaar konden zetten.

Het was bij lange na niet onze eerste verhuizing – samen hadden we er al zes achter de rug inclusief de grote emigratie, apart van elkaar nog een aantal meer – dus we hadden er inmiddels wel een aardige routine in ontwikkeld. Wel moest het allemaal nogal snel, want geld voor meer dan één maand dubbele woonlasten hadden we niet. Halverwege oktober kregen we de sleutel van onze nieuwe stek, en nog geen drie weken later leverden we de andere sleutel al bij onze ex-huisbaas in. Best wel een record als je bedenkt dat manlief in die tijd naast allerlei kleinere reparaties het nieuwe huis ook al voorzien had van uitgebreide elektrische bedrading (de stoppenkast bleek maar één groep te hebben waardoor meerdere apparaten tegelijk aanzetten onmiddellijk een stroomstoring ten gevolge had). Een andere grote klus was het verhangen van de 60 liter boiler, die op een hoogte van een meter zeventig precies boven de douchebak hing. Rechtopstaand douchen was onmogelijk, en bovendien levensgevaarlijk gezien de erbarmelijke staat van de elektrische bedrading.

Op de eerste november was alles zo ver aangepast dat we er in ieder geval in konden wonen. Een goede vriend had zijn hulp en grote auto aangeboden, net als mijn lieve en inmiddels overleden vriendin ‘Tinus’. Terwijl de twee mannen zich het leplazerus sjouwden – ooit een wasmachine of een driezitsbank een steile smalle marmeren trap af gedragen? – namen Tineke en ik de kleinere dozen en losse rommeltjes voor ons rekening. Ik heb geen idee meer hoe vaak we met ons vierkoppig team op en neer zijn gereden, maar tegen het eind van de middag hadden we zo goed als alles op de nieuwe woonstek staan, inclusief een van de door ons gevoederde zwerfkatten. Dat we de zachtaardige Leopold mee zouden nemen stond voor ons buiten kijf. Die was al van kleins af aan door ons verzorgd en vertroeteld, en zou het niet overleven in de roedel halfwilde strays. Jurgen, onze andere lieveling, hadden we na heel lang dubben achtergelaten. Hij was een maand of vijf, zes geweest toen hij voor het eerst bij ons opdook, een echt ‘haantje de voorste’ die brutaalweg midden in de grote voerbak sprong als er gegeten werd. Tot onze verbazing stonden de grotere katers dat gewoon toe, en het was al snel duidelijk dat Jurgen zich heel goed binnen de groep wist te handhaven. Ondanks zijn binnenbezoekjes was hij een echte buitenkat, en met pijn in ons hart besloten we dat het voor hem beter was om hem in zijn eigen vertrouwde omgeving achter te laten. Het nieuwe huis lag immers midden in het dorp en had een grote tuin, waaruit hij zo de weg op kon lopen, een situatie waar hij niet aan gewend was. Nog zie ik dat verbaasde koppie van hem boven aan de trap toen we op de verhuisdag voor het laatst de deur achter ons dichtdeden. Het brak ons hart, maar toch, we wisten dat het voor hem de beste oplossing was.

De eerste dagen in het nieuwe huis waren behoorlijk hectisch. Alles moest een plekje krijgen, en dat viel niet mee. Bovendien moest ik tussendoor gewoon mijn schrijf- en vertaalwerk doen, want tijdens de inpakweken was daar niet veel van terechtgekomen. Gelukkig hield het zonnige weer nog een poosje aan, en kon ik aan een wankel tuintafeltje op het terras regelmatig een paar uur achter mijn computer kruipen, terwijl manlief ondertussen binnen de boel op orde bracht. ’s Avonds vielen we doodmoe en uitgeteld op de bank neer, met een opstandige Leopold op de andere bank. Hij begreep er niets van dat hij alsmaar binnen moest blijven en wilde naar buiten, maar wij hadden ergens gelezen dat je katten na een verhuizing minstens drie weken binnen moest houden om te laten wennen aan de nieuwe omgeving. Iets waar hij het duidelijk niet mee eens was.

Op de derde dag in ons nieuwe huis ‘moest’ manlief tegen het eind van de middag ineens heel nodig voor een boodschap naar Kala Nera. Het was al donker toen ik zijn brommer weer hoorde – en nog iets anders: een zeer bekend gemiauw dat uit de boodschappentas in het kratje kwam. ‘Ik kon hem niet weer achterlaten,’ bekende manlief een beetje schaapachtig toen het vrolijke koppie van Jurgen tevoorschijn kwam. ‘Ik ging even langs om te kijken hoe het met hem was. Hij kwam meteen aanrennen toen hij de brommer hoorde, en hij kroop zowat in me, zo blij was hij om me weer te zien.’ De uren en dagen erna was Jurgen niet bij ons weg te slaan. Hij wilde maar gekroeld en aangehaald worden, sprong op mijn verzoek ogenblikkelijk op de kattenbak om zijn behoefte te doen – wat hem een uitbundig prijzen van ons opleverde – en was met geen stok de deur uit te krijgen al stond die wagenwijd open. Het was werkelijk hartverwarmend om te zien hoe hij zijn best deed om het ons naar de zin te maken, bang als hij blijkbaar was om weer weggestuurd te worden. Weken later, toen hij allang overdag samen met Leopold buiten rondstruinde, kwam hij nog steeds naar binnen rennen om zijn behoefte op de kattenbak te doen. Dat was immers waar hij ons in die eerste dagen zo’n plezier mee had gedaan, nietwaar? En Jurgen wilde ons dat plezier niet ontnemen. Stel je voor dat we hem weer weg zouden doen…

Acht jaar verder zijn we inmiddels. Leopold en Jurgen zijn er beiden niet meer. Leopold, een prachtige grijze langhaar, is waarschijnlijk door iemand meegenomen. Hij verdween plotseling, zo’n zes jaar geleden tijdens de drukke paasperiode, wanneer er veel ‘vreemde’ mensen in ons dorp zijn. Grijze langharen zijn blijkbaar in trek, want twee jaar later raakten we op dezelfde manier in precies dezelfde periode ook mijn geliefde Jason kwijt. Jurgen hebben we gelukkig nog wat jaren langer bij ons mogen hebben. Hij heeft Ira, Felix, Miesje, Jason, Kees en Dimple zien komen, en vond het allemaal prima, zolang hij maar bij ons mocht blijven. Vorig jaar hebben we noodgedwongen afscheid van hem moeten nemen omdat hij op een onbekend moment ergens in zijn leven besmet was geraakt met een dodelijk kattenvirus. We missen hem nog steeds, maar de vele mooie herinneringen aan die leuke, gekke, eigenwijze ADHD-kater van ons houden hem voor altijd in onze gedachten. Net als de grote steen achter in onze tuin, waaronder hij zijn laatste rustplaats heeft gekregen. Dicht bij ons – voor altijd. Omdat dat was wat hij zo heel erg graag wilde.

♥♥♥♥♥