Column jubileum!

Vandaag precies tien jaar geleden plaatste ik mijn eerste Leven in Pilion-column. ‘Huisdieren’ was de titel daarvan, en u kunt hem onder aan dit verhaal nog een keer lezen. Het was een noodgedwongen korte column, want het uploaden naar de website duurde in die tijd letterlijk uren. Ik herinner me dat de gemiddelde snelheid nog geen 56 kBs was, en aangezien we een inbelverbinding hadden, betaalden we per telefoontik. Hoge telefoonrekeningen konden we ons niet veroorloven, dus een strikt internetbeleid was pure noodzaak.

Sindsdien is er veel veranderd. Tegenwoordig hebben we snel en goedkoop internet, zodat ik u iedere maand zeer uitgebreid kan vertellen wat er bij ons allemaal gebeurt. Foto’s erbij plaatsen is geen enkel probleem, in een handomdraai staan ze erop. Het dagelijks contact met Nederland is zo vanzelfsprekend geworden, dat ik me niet eens meer kan voorstellen hoe anders het was in die begintijd. Hoe ik voor een simpel ‘bijpraat-telefoontje’ met de familie naar de telefooncel in het dorp moest, gewapend met een telefoonkaart die zorgvuldig uitgezocht was op ‘bellen met het buitenland’. En als de dorpstelefoon het dan deed – want dat was ook altijd afwachten – dan moest je maar hopen dat de verbinding niet al te veel kraakte of dat er geen zware vrachtauto’s langs denderden. Het nodigde allemaal niet uit om ontspannen bij te kletsen, laten we het daar maar op houden.

Bij gebrek aan goede communicatiemiddelen waren de columns in die begintijd dan ook vooral bedoeld om onze familie en vrienden op de hoogte te houden van onze avonturen. In de loop der jaren wisten echter steeds meer ‘vreemde’ mensen de weg naar mijn website te vinden, en toen ik wat meer bekendheid kreeg als schrijfster, kwamen er nog meer trouwe lezers bij. En dan was er ook nog de categorie ‘vakantiegangers’, op zoek naar informatie over Pilion. Veel was er destijds niet te vinden op het net, en zo kwamen ze dan al snel bij mijn website uit. Ik kreeg zo vaak een mailtje met toeristische vragen, dat ik het ‘gidsje voor bezoekende vrienden’ oppimpte, en er een heuse reisgids van maakte, die via een mailberichtje aan mij besteld kon worden.

Het uiterlijk van de website veranderde drastisch toen ook wij snel internet kregen. Het archief moest opgeschoond, waarna de ‘oude’ columns werden gebundeld in het boekje ‘Leven in Pilion’. Er kwamen aparte pagina’s over mijn romans en de reisgids, en overal kon ik foto’s plaatsen, zonder me af te vragen hoelang het uploaden zou duren en wat dat zou gaan kosten. Maar door al die jaren en alle veranderingen heen, bleef één ding altijd bestaan: de maandelijkse column. Ik vind het ongelooflijk dat ik u al zoveel jaren lang mag vertellen over onze avonturen. Ik vraag me echt serieus af of u het niet vreselijk zat wordt, altijd dat geneuzel van mij over onze te warme zomers en te koude winters, over mijn gekissebis met manlief, mijn gejammer over pijntjes en kwaaltjes. En dan heb ik het maar niet over al dat huisdier-gemekker. Ik kan me heel goed voorstellen dat u er af en toe schoon genoeg van hebt. Dat mag, hoor. Een maandje overslaan is helemaal niet erg!

Tien jaar is niet niks. Om dat een klein beetje te vieren heb ik onlangs een aantal van de nieuwere columns, met name die over toeristisch Pilion gaan, gebundeld in een e-book: De smaak van water. U kunt het e-book gratis downloaden als u zich aanmeldt via de link Aanmelden rechtsboven op de website. Op de een na laatste pagina vindt u bovendien een kortingscode, waarmee u tot 30 april 2018 € 2,50 korting krijgt op de reisgids Een Hollandse Kijk op Pilion. Als u die code doorgeeft bij uw reisgidsbestelling, dan verreken ik dat meteen bij het doorgeven van de betalingsdetails. Heeft u het e-book al, omdat u reeds geabonneerd bent op mijn site, en wilt u graag gebruik maken van de reisgidsaanbieding, laat me dat dan even weten via een berichtje op het contactformulier, dan komen we daar samen wel uit.

Rest mij nog u allen heel hartelijk te bedanken voor het lezen van mijn columns. Dat ik mij al tien jaar lang columniste mag noemen komt geheel en al door uw trouwe bezoekjes. Ik hoop dat u mijn columns blijft lezen, dan blijf ik ze schrijven. En wie weet, misschien ontmoeten we elkaar ooit in het echt op ‘ons’ prachtig groene, mooie schiereiland… 😉

♥♥♥♥♥

De allereerste websitecolumn: Maart 2008 – HUISDIEREN

Vandaag ben ik al om acht uur opgestaan. Vroeg voor mijn doen, want normaal gesproken begint mijn werkdag pas rond negen uur. Zorro, de zwerfkat die zich af en toe verwaardigt om te blijven slapen, had het wel gezien bij ons en vond dat er maar eens wat leven in de brouwerij moest komen. Meneer wilde zijn ontbijt, iets wat hij zeer duidelijk kenbaar maakte door luid miauwend door de gang heen en weer te drentelen. Uiteraard werd hij door mij, nog een beetje slaperig, onmiddellijk op zijn wenken bediend. Zorro is nu eenmaal geen kat die zich lang laat negeren. Tevreden likkebaardend verdween hij na het eten meteen naar buiten, ongetwijfeld op zoek naar het vrouwvolk, dat regelmatig op en rond ons balkon huist.

Voor de goede orde: wij hebben géén huisdieren. Toen wij hier kwamen wonen, hebben we dat heel duidelijk met elkaar afgesproken. Kijk, dat de overgebleven etensresten naar de zwerfkatten gaan, vinden we eigenlijk wel normaal. Voor het geval er niets overblijft, hebben we altijd wel een zak kattenbrokken in huis. Die beesten hebben het in de winter immers al zwaar genoeg. En Zorro, ach, die mag best een paar uurtjes op de stapel hout naast de kachel liggen. Het arme dier is per slot van rekening ook niet meer een van de jongsten. Dan hebben we Pluto, de halfblinde hond van de taverne. Als die bibberend in de regen op onze deurmat zit, nou ja, dan mag hij best een nachtje komen logeren, toch? En zeg nou zelf, wat kun je doen als poes Punkie, ook een van de zwerfkatten,  zich midden in de nacht via de openstaande balkondeur met haar vier pasgeboren kittens op het logeerbed installeert? Dan maak je toch een kraambed van de wasteil op het balkon? Oké, dat ze dan een paar weken later met zijn vieren tegelijk op je schoot springen wanneer je rustig je ontbijtkoffie op het balkon wilt drinken, ja, dat hoort er gewoon bij.

Maar huisdieren? Nee, hoor, die hebben we niet…

* * * * *

 

Stadsbezoek Larissa

Winter in Kato Gatzea kan een saaie bedoening zijn. Kán, want het hoeft niet. Het ligt er maar net aan wat je maatstaven zijn. Die van ons liggen niet zo hoog. Geef ons een milde winter met veel zon en af en toe een regendagje, een wekelijkse Griekse les, een roseetje bij Karma in het weekend, en voilá, wij zijn dik tevreden. Anders wordt het als zoonlief op bezoek komt. Die vindt wat leven in de brouwerij wel leuk, dus proberen we dan meestal wel een uitstapje te maken. Dit keer viel de keus op Larissa, een wat grotere stad die op een klein uurtje rijden voorbij Volos ligt. Ik schreef er al een column over voor Vlaardingen24, maar aangezien mijn website toch weer heel veel andere bezoekers trekt, doe ik het hier nog eens lekker uitgebreid -– met véél foto’s! – over.

Larissa viel ons namelijk alles mee. We waren er nooit eerder geweest, aangezien we geen auto hebben. Je kunt er ook met de KTEL-bus naartoe, maar dat is zo’n gepriegel met aansluitingen vanuit ons dorpje, dat we daar nooit aan begonnen zijn. Nu hadden we de beschikking over een huurauto, een zoon die weet hoe je met gps omgaat, en bleek de weersverwachting ook nog eens zodanig dat we niet de kans liepen overvallen te worden door regen en/of ijzel. Kortom, niets stond ons in de weg om het Larissa-avontuur aan te gaan, dus stapten we op een zonnige januari-dag om halfelf ’s ochtends in de auto, op weg naar De Grote Stad.

En het was leuk! Ik kan niet anders zeggen. We hadden mazzel met het weer, want hoewel het behoorlijk fris was, scheen de zon volop. Perfect stadswandelweer, zal ik maar zeggen. En dankzij de gps van zoonlief wisten we precies waar alle bezienswaardigheden zich bevonden. Dat hadden we al uitgedokterd op het verwarmde terras waar we na aankomst een kop koffie dronken. En laten die bezienswaardigheden nou allemaal vlakbij en dus op loopafstand liggen! Na de koffie slenterden we dus op ons gemak naar de oude arena, via autoloze winkelstraten met gezellige winkeltjes. Daarna bezochten we de overblijfselen van de oude Turkse Markt, de Bezesteni, die al in de 15e eeuw gebouwd werd. Zo heel veel staat er niet meer van overeind, maar met een beetje fantasie kun je de kooplui echt nog wel horen schreeuwen. Fascinerend vond ik ook de aanwezigheid van een ‘kluis’, waarin de schatten en de ‘archieven’ van de stad werden bewaard: een klein stenen huisje dat al vijf eeuwen lang zijn mannetje staat. De schatten zullen inmiddels wel verdwenen zijn, en de dossiers hebben vast een plaatsje gevonden in een ander onderkomen, maar toch… je staat zomaar oog in oog met iets wat ze vijfhonderd jaar geleden hebben gebouwd om de geschiedenis voor het nageslacht te bewaren. Daar word je op zijn minst even stil van.

Niet zo lang, hoor, want naast die markt ligt een oude Byzantijnse kerk, te bereiken via een park vol met graven en beelden. Ook fascinerend, vooral dat graf van een jongen van achtentwintig jaar, waarop een heel verhaal stond. Te veel en te moeilijk voor mij om het zo en passant even te vertalen, maar het staat op de foto, dus ik ga er zeker een keer echt voor zitten. Een mooie oefening voor tijdens onze Griekse les met de buuf, die altijd in is voor ‘eigen inbreng’. En het ‘vliegende beeld’ van de jonge vrouw op de top van de obelisk vond ik ook heel mooi. Ik had daar nog wel een poosje kunnen rondlopen, maar aangezien de mannen al op weg waren naar de kerk, heb ik me maar tevredengesteld met het nemen van foto’s.

O, en had ik al verteld dat we tijdens onze wandeling telkens weer uitzicht hadden op de beroemde Olympus? Besneeuwd uiteraard, het is per slot van rekening nog hartje winter. Ik heb die berg al een paar keer gezien vanuit de bus als ik onderweg was naar Thessaloniki, maar dan zie ik hem blijkbaar van een heel andere kant, want ik moet eerlijk bekennen dat ik hem niet herkende. Het was dat onze zoon via alweer die gps precies wist dat vóór ons de Olympus lag en rechts daarvan de Ossa, anders had ik u dat niet kunnen vertellen. Maar nu dus wel! En imponerend was het, hoor, die in de verte liggende woonplaats van de Griekse goden. Dan voel je je als mens toch wel even heel klein worden, zelfs in de eenentwintigste eeuw…

De Byzantijnse kerk had prachtige mozaïek-ramen, waarin de zon een mooi spel speelde. En de zuilengang met binnenhof ernaast zal op zonnige dagen ongetwijfeld veel rust en verkoeling brengen. Dat hadden wij niet nodig, want rustig en koel was het al, wat misschien de reden was dat de kerk voor bezoekers gesloten was. Of misschien mag je er alleen op zondag in, ik heb geen idee. Zo heel erg vond ik het niet, want in de afgelopen jaren heb ik al heel veel Bijzantijnse kerken vanbinnen gezien. Een hoop pracht en praal, die mij persoonlijk niet zo heel veel zegt. Hooguit bezorgt het me een nare smaak in de mond, omdat ik op zo’n moment het verschil tussen de rijke kerk en de arme gelovigen iets te veel voor me zie. Maar dat is mijn persoonlijke opvatting, en in het kader van ‘de kunst’ zijn dit soort kerken zeker de moeite van een bezoek waard. Mijn aandacht werd echter al snel getrokken naar het iets lager gelegen viaduct aan de andere kant van het kerkplein, waarop zich een aantal afbeeldingen van kleurrijke fietsers bevonden. En laat er nou net een ‘eenzame fietser’ passeren toen ik een foto maakte. Kijk, dat zijn van die toevalsmomenten waar ik van ga glimlachen.

Inmiddels was er al aardig wat tijd verstreken en onze magen begonnen te knorren. Dus zochten we het centrum van de stad weer op, slenterend over ruim opgezette pleinen die ook de moeite van het fotograferen waard waren. Leuk was ook het ‘contact-moment’ met een toevallige passant, een oudere meneer die zag dat ik een overzichtsfoto nam. Hij bleef glimlachend stilstaan, wachtte tot ik had afgedrukt en groette mij met een lachend knikje voor hij weer verder liep. Leuk is dat, zo’n totaal onbekende man die geen enkel idee heeft dat hij nu figureert in een foto die door u in Nederland bekeken wordt omdat ik vandaag toevallig een column over Larissa schrijf. Fascinerend zoiets, misschien verwerk ik het nog wel eens in een verhaal.

Na de lunch in een ‘industrial design’-lunchcafé gingen we langzaamaan weer op weg naar de parkeergarage waar onze auto stond. Hoe te betalen was niet helemaal duidelijk, maar dat was de garage zelf ook niet, dat hadden we bij aankomst al ondervonden. Een labyrinth van smalle steile afdalingen, met niet al te duidelijke heen- dan wel terug-pijlen. Gelukkig hadden we een kleine auto, die alle bochtjes weer terug omhoog keurig wist te nemen. Eenmaal boven konden we bij de juffrouw aldaar betalen. Nou ja, je moest er wel voor uitstappen, en even naar het hok lopen, en aangezien de juf vervolgens meteen de slagboom opende, waren zoonlief en ik met de auto voor alle zekerheid al boven bij de uitgang voordat manlief – die de portemonnee had – kon instappen. Hij was daar iets minder over te spreken dan wij, maar uiteindelijk kwam het toch allemaal goed.

Op de terugweg hebben we nog een korte stop gemaakt bij de Media Markt, op zoek naar een Bluetooth-splitter om niet de geijkte één, maar twéé Bluetooth-koptelefoons aan te kunnen sluiten op de televisie. Het bestaat, zeker weten, alleen nog niet in die mate dat het volop in de winkels ligt. We zoeken verder, en tot die tijd ‘behelpen’ we ons gewoon met de analoge snoer-koptelefoons als we naar onze dagelijkse portie Midsomer Murders kijken. Daar zijn we namelijk een beetje aan verslaafd, de laatste tijd. Het kijkt niet al te moeilijk, en het verhaal slaat meestal nergens op, maar de heerlijke sfeerbeelden van het Engelse platteland maken dat allemaal ruimschoots goed. En er zijn héél veel afleveringen van gemaakt, wat ook wel fijn is als je op het Griekse platteland overwintert en ’s avonds weinig ander vermaak hebt dan de televisie.

Zoonlief is inmiddels weer in NL, en wij hebben ons saaie winterleven hervat. Met gelukkig nog steeds veel zonnige momenten, gezellige Griekse lessen en heel veel tv-plezier dankzij de super slimme Chief Inspector Barnaby 😉

♥♥♥♥♥

 

Klik op de foto’s voor een grotere afbeelding.

Dubbelleven

De column van vandaag gaat niet echt interessant voor u worden, vrees ik. Ik zit namelijk volop in mijn fictieve boekwereld, wat betekent dat de echte wereld voor een groot deel aan mij voorbijgaat. Dus als u mij nog niet zo goed kent en hier een rasechte Pilion-column verwacht: sorry, ik schrijf momenteel het eerste deel van de feelgood-trilogie De Rozen van Beekbrugge, een roman die in juni 2018 zal uitkomen bij uitgeverij HarperCollins Holland, en ik ben daarmee zo druk dat mijn Griekse en sociale leven al een poosje grotendeels stilstaat. Zo gaat dat bij schrijvers, of in ieder geval bij mij.

Dat het vandaag 1 september is weet ik alleen omdat ik mijn deadline van 31 oktober scherp in de gaten houd, maar welke dag van de week het is moest ik even nakijken. Werkdagen en weekenden vloeien in elkaar over, want in mijn hoofd ben ik nu constant bezig om de plot uit te werken. Als ik ’s nachts wakker word, begin ik in gedachten meteen weer scènes te analyseren en te herschrijven, en ja, dan komen tot mijn afschuw ook de twijfels. Twijfels of de plot wel logisch is, de karakters niet te oppervlakkig, de stijl niet te ouderwets, het verhaal wel spannend genoeg… afijn, noem het maar op. Gelukkig weet ik inmiddels dat het ‘normaal’ is om in deze fase van het boek zo te twijfelen. Ik heb al genoeg romans geschreven om het te herkennen, maar feit blijft dat het me steeds weer overkomt, dat moment dat ik in een vlaag van frustratie op de delete-knop wil drukken en met een deken over mijn hoofd een potje op de bank wil gaan zitten janken. Het is het moment waarop ik schrijven haat, want het confronteert me gigantisch met het ‘niet-goed-genoeg’-stemmetje in mijn hoofd waartegen ik al mijn hele leven op moet boksen. En als dat stemmetje maar hard genoeg roept, dan zijn alle successen die het tegendeel bewijzen niet in staat om het tot zwijgen te brengen.

Ik moet daar helaas ‘gewoon’ doorheen, en daar ben ik nu driftig mee bezig. Hoe sneller hoe beter, want pas als het verhaal eenmaal geschreven is, kan ik opgelucht achterover gaan zitten en mijn ‘andere ik’ vragen het zo objectief mogelijk te lezen. Dat is trouwens ook een zenuwslopende fase, hoor, want mijn andere ik neemt geen blad voor de mond. Ze is een echte Vlaardingse, recht voor zijn raap. Op het botte af, zal ik maar zeggen. Ze schrapt, herschrijft en schrapt weer, net zolang tot het manuscript een vorm heeft gekregen waarmee we allebei tevreden kunnen zijn. Tevreden, ja, want een ‘niet-goed-genoeg’-persoon zal van zichzelf nooit roepen dat het fantastisch is. Het kan immers altijd beter.

Kortom, dit is niet het juiste moment voor mij om een gezellige Grieks getinte column voor u te schrijven. Wat niet wegneemt dat het Griekse leven om mij heen natuurlijk gewoon doorgaat. De extreme hitte is sinds deze week eindelijk verdreven met een giga onweers- en regenbui, die gepaard ging met langdurige stroomuitval en meerdere lekkages in ons huisje. Dat laatste gebeurt nu eenmaal in een eenvoudig Grieks huis dat al meer dan vijftig jaar de elementen trotseert. Daar kun je boos om worden, maar je kunt er ook een paar dweilen bij pakken en teiltjes eronder zetten. Zo vaak hebben we dat soort regenbuien niet, dus die enkele keer dat het nodig is, pas je gewoon de ‘Griekse oplossing’ toe. Wie regelmatig in Griekenland komt, snapt ongetwijfeld wat ik daarmee bedoel.

Ik heb trouwens tijdens die warme maanden tussen het schrijven door wel kans gezien om een oplossing te bedenken voor de voorkant van onze keukenkastjes. Ik wilde daar al maanden graag iets vóór hebben, zodat de pannen en keukenapparaten niet zo open-en-bloot te kijk staan als we ze niet gebruiken, maar dat bleek dus een echte hersenkraker te zijn. Ten eerste omdat manlief geen enkel bezwaar had tegen open-en-bloot, en ten tweede omdat de keuken een simpele, maar toch wel robuuste uitstraling heeft, waarbij gordijntjes – de oorspronkelijk opzet – totaal niet pasten. Bij zo’n impasse moet je het gewoon een tijdje laten sudderen, en blijkbaar waren de hoge zomertemperaturen daarvoor zeer geschikt, want deze week wist ik het ineens: er moesten van die bamboe-achtige rolgordijntjes voor komen. U weet wel, van die naturelkleurige nephouten lattengordijntjes.

Manlief was het er na enig heen en weer gepraat ook mee eens, en beloofde ze gisteren mee te brengen uit Volos. Ik was best wel nieuwsgierig of het zou lukken, dus informeerde meteen bij zijn thuiskomst of hij ze had meegebracht. Helaas niet, was het antwoord. Hij was het helemaal vergeten. Ach ja, dat kan gebeuren als je een bepaalde leeftijd hebt bereikt, nietwaar? Maar goed, hij komt regelmatig in Volos, dus wat in het vat zit… Ik gaf hem een troostende zoen, rende weer terug naar mijn werkkamer en ging snel verder met waar ik mee bezig was: schrijven.

Nu heeft mijn werkkamer ramen die uitkijken op de brommer van manlief. Ik werp regelmatig een blik uit het raam als ik aan het schrijven ben. Dan denk ik na over een zin of het verloop van een scène. En om u een treffend voorbeeld te geven van die twee werelden waarin ik momenteel vertoef: de hele middag hebben naast die brommer, pal in mijn gezichtsveld, drie rolgordijntjes gestaan. Ik heb ernaar gekeken, ik moet ze ‘gezien’ hebben, maar ik zag ze dus werkelijk niet. Pas aan het eind van de middag, toen ik mijn werk afsloot en langzaam weer naar de ‘echte wereld’ terugkeerde, registreerde mijn brein pas waarnaar ik al die tijd had gekeken: de bewuste rolgordijntjes.

Ik moet eerlijk bekennen, dat ik zelf niet zo’n last heb van dat gehop tussen die twee werelden, hoewel ik snap dat het voor de wederhelft en buitenstaanders soms moeilijk te begrijpen is. Zo bont als een collega van mij het tijdens het schrijven maakte – die stopte een slipper in de oven in plaats van een stokbroodje – heb ik het nooit gemaakt. Maar dat komt misschien wel omdat ik niet hoef te koken, dat doet manlief. Hoewel ik in mijn huidige andere wereld inmiddels een echte keukenprinses ben, die haar hand niet omdraait voor een bakblik vol peer-en-roquefort-quichjes. Dat krijg je als je van je hoofdpersoon een cateraar maakt, die regelmatig met spannende recepten op de proppen moet komen. Ik weet bijvoorbeeld precies hoe je fluweelpootjes bereidt en…

Afijn, ik zei het al in het begin, ik heb deze maand echt niets interessants te melden 😉

♥♥♥♥♥

Zomerleven

De zomer in Pilion is op het hoogtepunt. Veel Grieken hebben nu ook vakantie en dat is te merken. De kustweg van Volos naar Trikeri telt op een gewone dag meer auto’s dan ik in de hele winter voorbij zie komen. Nu ben ik volgens manlief niet zo’n opmerkzaam type, maar die extra drukte, die merk ik dus weer wel op.

Ik hou niet van drukte. Vroeger al niet. Een zomerse dag in het openluchtzwembad doorbrengen vond ik als kind een verschrikking. Dat gekrijs, geren, geduw, geplons! Waar een ieder zich kostelijk vermaakte, lag ik op mijn buik met mijn armen over mijn hoofd op mijn badlaken lijdzaam te wachten tot het tijd was om naar huis te gaan. Ook de zomerse stranddagjes naar Hoek van Holland waren niet aan mij besteed. Ik zag er echt de lol niet van in om tussen al die handdoeken, windschermen, halfblote lijven en koelboxen door te moeten laveren om me bij de krijsende massa in de golven te voegen. Nee, dank u wel!

Die aversie van massale zomeractiviteiten is gebleven. Zelfs hier, waar de mussen van de hitte van het dak vallen, blijf ik veel liever thuis dan dat ik midden in de zomer op het dorpsstrand een teen in de zee steek. Laat mij maar sudderen achter mijn computer met de ventilator op volle kracht en de tuinslang onder handbereik om mijn verhitte lijf af te koelen. Ik wacht wel met mijn strandbezoekjes tot de vakantiegangers weer naar huis zijn!

De extreme hitte van deze zomer werkt ook al niet mee om veel activiteiten te ontplooien. Een tripje naar de koelere bergen, een scooteruitstapje naar het rustiger zuiden… bij alleen de gedachte eraan breekt het zweet me al uit. Nu zweet ik nogal snel, maar toch, u begrijpt wel wat ik bedoel. Natuurlijk begrijp ik diep in mijn hart heus wel dat het niet alleen maar aan die hitte of de drukte ligt en ik vermoed dat mijn steeds respectabeler wordende leeftijd er ook niets mee te maken heeft. Nee, diep vanbinnen snap ik best dat ieder mens zo af en toe pas op de plaats moet maken om de gebeurtenissen van het leven te verwerken en zich dan beter een paar weekjes achter de geraniums kan terugtrekken. Ja, zelfs als je woont op een plek waar andere mensen op vakantie komen en ja, zelfs als je iemand bent die het bootje het liefst altijd maar varende wil houden en de rustige baai aan de lijzijde van de levenszee zo veel mogelijk vermijdt.

En kijk, wat is het dan heerlijk om omringd te zijn door een aantal vrienden die zoiets veel eerder en veel beter snappen dan ik. Vrienden die zien dat ik even niet zo lekker in mijn vel zit en me de ruimte geven om al pratende mijn gedachten op een rijtje te krijgen waardoor ook ik steeds beter begrijp waarom mijn vel de laatste tijd zo vreemd knelt. Nou ja, figuurlijk dan, hè, want de kipfiletjes en de kalkoenkwabben trekken zich natuurlijk niets aan van dat knellende vel. Die flapperen gewoon vrolijk door. Dankzij die lieve vrienden kom ik gelukkig weer steeds vaker achter de geraniums vandaan. Een verwenweekendje niets hoeven in Milina, mooie gesprekken op een terrasje in Platania, een uitnodiging voor een girls’ night inclusief aromatherapie… wie zou daar nu niet de tuin voor uit komen? Bijkomend voordeel is natuurlijk dat je juist door in beweging te komen weer nieuwe energie opdoet – waardoor je dus ook weer steeds meer gaat bewegen. Het loont absoluut om af en toe die hitte en het zweet en de drukte en de vermoeidheid voor lief te nemen en toch maar een dagje uit je comfortzone te stappen, zeker weten!

Mocht u na al dat geklaag en gemopper nu denken dat ik de hele dag in een giga dip zit… niets is minder waar. Het voordeel van schrijfster zijn is dat je tegelijkertijd in twee werelden kunt vertoeven. Als de echte me niet bevalt, verdwijn ik gewoon naar mijn fictieve wereld. Het nieuwe boek vordert dan ook gestadig. Opvallend is wel dat het in mijn verhaal momenteel veel regent en voor de tijd van het jaar erg koud is. En in plaats van gezellige uitstapjes naar het strand te maken, belanden mijn hoofdpersonen in sombere vochtige onderaardse gewelven. Tja, ik verzin natuurlijk gewoon van alles om koel te blijven, al is het maar in mijn hoofd. Ik denk dat naarmate de temperatuur hier gaat dalen, mijn hoofdpersonen vaker het zonnetje zullen zien schijnen. Dat is tenminste de bedoeling, want ook al speelt het verhaal zich dit keer in Nederland af, u als lezer moet er natuurlijk wel een feelgood-gevoel van krijgen. Miezerregen en druipgrotten helpen daar niet echt aan mee, dat snap ik best, maar het komt ongetwijfeld goed. Dat komt het bij mij altijd, al moeten er ook in mijn verhalen wel eens een paar flinke hobbels genomen worden, net als in het echte leven.

Kortom, ik hobbel vrolijk verder in mijn twee werelden, en koester de mooie momenten van het leven. Zoals het cadeautje van de heftige zomerstorm, compleet met onweer en regen, die we een paar dagen geleden over ons heen kregen. De temperatuur ging binnen een mum van tijd van tweeëndertig naar negentien graden en wat was dat heerlijk! Weg was de warmte, de benauwdheid, de histamine-allergie. Voor het eerst sinds weken konden we alle ramen tegen elkaar openzetten omdat het buiten eindelijk weer koeler was dan binnen. Slapen zonder airco… wat een luxe! Behalve die letterlijke opluchting van weer kunnen ademen, leverden de uren na de storm ook prachtige foto’s op. Een dubbele regenboog, oranje wolkenpartijen… de natuur vierde uitbundig feest en wij mochten dat feestje gratis en voor niks meevieren. ‘Bijzondere energieën die vrijkomen,’ zei een vriendin over het kleurrijke schouwspel in de lucht. En hoe vreemd het ook klinkt, ik voel me sinds de storm inderdaad krachtiger, energieker en ook positiever in het leven staan, iets waar ik heel blij mee ben. Dus ja, er is ongetwijfeld meer tussen hemel en aarde. Zelf zie ik dat niet altijd, maar mensen die er oog voor hebben, zoals mijn vriendin, zien het echt overal om zich heen.

Hm, misschien heeft manlief wel gelijk. Ik denk dat ik voortaan toch ook maar iets opmerkzamer ga worden 😉

♥♥♥♥♥

 

Reisgids Pilion in nieuw jasje!

Vanaf nu weer te bestellen: de vernieuwde Pilion-reisgids! Mijn vertrouwde Hollandse Kijk op Pilion in een spiksplinternieuwe gedrukte uitvoering, bijgewerkt volgens de allerlaatste mij bekende informatie en gelardeerd met foto’s uit eigen archief. De gedrukte versie van de reisgids ‘Een Hollandse Kijk op Pilion’ kost € 12,00 (excl. € 3,00 verzendkosten) en is te bestellen via dit contactformulier. Ik stuur u dan zo snel mogelijk de betalingsgegevens per e-mail toe.

Beschrijving: De reisgids ‘Een Hollandse Kijk op Pilion’ is een door mij samengesteld en geschreven boekje dat u tips en suggesties geeft voor een aangenaam verblijf in het Land der Centauren. In het eerste gedeelte vindt u een toeristische beschrijving van de dorpjes in de regio en suggesties voor wandelingen aan de westkust. Het tweede gedeelte bestaat uit praktische zaken van A tot Z, en diverse tips op het gebied van vervoer, musea, bezienswaardigheden en eten en drinken.

Formaat                : A5, softcover boek
Aantal bladzijden  : 82 (9e druk februari 2017)
Prijs                      : €12,00 exclusief verzendkosten (€ 3,00).

De reisgids is ook te koop als e-book in pdf formaat. Dat wil zeggen dat u  het boekje meteen op uw computer, tablet en/of e-reader kunt downloaden. Ook hiervoor kunt u gebruik maken van het contactformulier. Ik stuur u dan zo snel mogelijk de betalingsgegevens en het bestand per e-mail toe. Klik hier om de e-book reisgids te bestellen. De digitale versie kost € 9,00.

♠♠♠