De tempel van Artemis

Aan de zuidoostkust, tussen Mourtias en Katigiorgis, ligt het piepkleine strandje van Theotokos. Het nogal knullige afslagbordje erheen wordt makkelijk gemist, omdat het maar aan een kant van de weg staat. Kom je van de andere kant, dan zie het helemaal niet. Los daarvan rijd je er ook zomaar voorbij omdat het niet echt opvalt… tenzij je weet dat het eraan komt. Het is een van mijn meest geliefde stopplekjes tijdens een ritje over de Pilion met op bezoek zijnde vrienden. Ik hou nu eenmaal niet van volle strandjes met ligbedden, gillende kinderen en boomboxmuziek. Geef mij maar verlaten baaitjes, waar je het zachte ruisen van de zee kunt horen, terwijl je de woest mooie natuur stilletjes op je laat inwerken, gezeten op een steen of gewoon op een meegebracht handdoekje op het zand.

De weg erheen voert via Lafkos, en dat is ook zo’n geliefde stopplek van me, want bij de bakker daar haal je de heerlijkste broden en croissantjes. Het brood wordt gebakken in een met hout gestookte oven, en dat proef je. De bakkerij is gevestigd in wat eigenlijk het stationnetje van Lafkos had moeten worden. Vooruitlopend op het doortrekken van de spoorverbinding door de Pilion was men alvast maar begonnen met het bouwen van een stationsgebouwtje, maar helaas zijn de rails nooit verder gekomen dan Milies. Als je buiten staat en omhoogkijkt, zie je aan de metalen rand op de luifel nog steeds de oorspronkelijke architectuur. Kijk je om het hoekje van het gebouw, dan ligt daar tegen de muur het hout opgestapeld voor het vuur van de oven. En geef binnen niet alleen je ogen de kost, maar ook je neus, want al dat versgebakken brood ruikt werkelijk hemels!

Op mijn vrienden-roadtrip kopen we daar altijd een broodje of croissantje om mee te nemen, samen met een flesje drinken, alvorens we verder rijden naar het strand van Mourtias. De Paaseiland-beelden, noem ik de rotsformatie die daar uit zee oprijst. Als het zonlicht er op een bepaalde manier op schijnt, kleuren ze dieprood, maar ook zonder dat zijn ze behoorlijk imposant. Met elkaar vormen ze een buffer tegen de golven van de Egeïsche zee, waardoor er een kleine, rustige poel ontstaat waarin het relaxt zwemmen is als het getij dat toestaat. Het is er nooit druk en je kunt er heerlijk genieten van de meegenomen lekkernijen uit Lafkos. Ben je van plan er een tijdje te vertoeven, vergeet dan niet een parasol mee te nemen en eventueel een stoeltje, want behalve de ‘beelden’ en het strand is er  verder niets.

Ons tripje gaat dan vervolgens verder richting Katigiorgis, het uiterste zuidoostelijke puntje van Pilion, maar eerst slaan we een paar kilometer na Mourtias linksaf voor alweer een korte stop bij het hierboven genoemde strandje van Theotokos. Hier staat een van de oudste kapelletjes van Pilion, gebouwd in 1807, op de plek waar ooit een tempel voor de godin Artemis heeft gestaan. In 1805 is die tempel ontdekt en gedeeltelijk opgegraven door een Amerikaanse archeoloog, dezelfde die ook de opgraving in het niet ver van mijn woondorp gelegen dorp Koropi leidde. Blijkbaar was die opgraving belangrijker, want verder dan het opdiepen van een paar marmeren zuilen en een gedeeltelijk ontbloot vloermozaïek is de beste man in Theotokos niet gekomen.

Veel belangstelling voor de vondst in Theotokos is er nooit geweest, ook niet in de huidige tijd. De zuilen en het mozaïek liggen er nog steeds, achteloos ergens tussen het onkruid dat de gedeeltelijk opgegraven fundatie van de tempel welig overwoekert. Het ertegenover liggende kapelletje daarentegen wordt wel onderhouden en zelfs regelmatig gebruikt. Ik heb me laten vertellen dat het een zeemanskerkje is, gebruikt door vissers om de zegen te vragen voor de vangst. Het strandje wordt namelijk van oudsher door vissermannen gebruikt, wat ook nog te zien is aan de oude vissershutten, die in de bergwand op het strand een beetje krakkemikkig tegen elkaar aanhangen en nu als opslag voor kapotte netten en andere troep wordt gebruikt.

Tijdens de opgraving van de Amerikaanse archeoloog in 1805 zijn er ook overblijfselen gevonden van een kleine nederzetting op deze plek. Als je er nu staat, kun je je dat nauwelijks voorstellen, zo verlaten is het er, maar het feit dat er ooit een tempel werd gebouwd geeft al aan dat het destijds iet dichter bevolkt was dan nu. Tegenwoordig zijn er in de omtrek slechts sporadisch huizen te vinden, van een dorpje in de buurt is helemaal geen sprake. Op een bepaald moment moeten de mensen die in de buurt van de tempel woonden daar weggetrokken zijn, maar de reden daarvoor zal altijd wel een mysterie blijven.

Hoe het ook zij, de tempel van Artemis werd nooit meer herbouwd en mensen hebben zich in de eeuwen erna nooit meer massaal in de buurt gevestigd. We zullen er in de nabije toekomst ook niet achter komen wat er destijds op die plek is gebeurd, want blijkbaar vindt geen enkele archeoloog de overblijfselen in Theotokos zo interessant dat hij of zij die ooit begonnen opgraving wil hervatten. Persoonlijk ben ik daar niet heel rouwig om. Juist die verlatenheid, de imposante overblijfselen van de tempel en dat piepkleine kerkje maken van deze plek iets bijzonders. En dat mag wat mij betreft voor altijd zo blijven… 🙂

♥♥♥♥♥

 

Lente

Vanaf eind april begint hier het toeristenseizoen en dat is alweer goed te merken. Zeker als het zoals nu ook nog eens een Trimero-weekend is, oftewel een weekend dat gevolgd wordt door een vrije feestdag. De eerste mei wordt in veel landen gevierd als de Dag van de Arbeid, en hoewel dat ook voor Griekenland geldt, staat de eerste mei hier eigenlijk meer bekend als Bloemetjesplukdag. De officiële benaming is Protomagia, en het is vooral de dag waarop de komst van de lente en de bloemen wordt gevierd. Een dag die daarom veelal buiten, in de vrije natuur wordt doorgebracht. Zowel kinderen als volwassenen zie je enthousiast overal bloemetjes plukken, waarvan prachtige kransen worden gemaakt. Die bloemenkransen worden op de auto’s gelegd of aan de deuren van woningen en kapellen gehangen. En aangezien er na gedane arbeid natuurlijk ook gegeten moet worden, gaan ook de barbecue en de picknickmand mee voor een relaxte dag in het open veld, de olijfgaard of aan het strand.

Deze vrolijke feestdag vindt zijn oorsprong in de oudheid. De Minoërs schijnen rond de eerste mei de komst van ‘het nieuwe jaar’ al uitgebreid gevierd te hebben. Ze droegen de vijfde maand van het jaar op aan Demeter, de godin van de landbouw, en haar dochter Persephone, die deze maand naar haar moeder zou terugkeren, nadat ze de winter bij Hades in de onderwereld had doorgebracht. De oude viering van de eerste mei is door de eeuwen heen voortgezet door middel van verschillende gebruiken en tradities. Een van de oudst bekende vieringen was de ‘Anthesteria’, het eerste Griekse bloemenfestival. Hierbij werden verschillende processies gehouden waarbij de Grieken bloemen naar heiligdommen en tempels brachten. Dit bloemenfestival vond voor het eerst plaats in Athene en werd later ook gevierd in andere steden, een gebruik dat nog steeds bestaat.

Zo’n bloemenfestival heb ik hier in Pilion echter nog nooit meegemaakt, maar de bloemenplukkende families wel. Grote kans dat we vandaag een aantal van hen gebukt bij het overdadige Marguerites-bloemperk voor onze tuin zullen aantreffen, want die bloeien momenteel zo mooi, dat ik de afgelopen tijd al meerdere spontane plukkers heb gezien. Sommigen duiken een beetje schielijk weg als ze in de gaten hebben dat ik toevallig in de tuin ben, anderen complimenteren me met ons ‘bloemenparadijs’ en vragen netjes of ze er een paar mogen plukken. En natuurlijk mag dat; er staan er genoeg, zowel binnen als buiten ons hek.

Ik ben een groot voorstander van deze feestdag. De komst van de lente met alle vrolijke, kleurrijke bloemen vind ik absoluut de moeite waard om te vieren. Weg met die grauwe, koude, kale winter! We willen kleur, geur, en het voorjaar in ons leven. Alles ziet er immers veel vrolijker uit als het zonnetje schijnt en de olijfgaarden rood en wit kleuren van de klaprozen, de anemoontjes en de madeliefjes. En ja, ik ben natuurlijk gezegend dat ik hier woon, zodat ik iedere dag uitgebreid mag genieten van al het moois dat de natuur in dit seizoen zomaar tevoorschijn tovert. Zelfs als het regent blijf ik nu glimlachen, want ik weet dat er na zo’n regenbui opnieuw een explosie volgt van andere, nieuwe en nog kleurrijkere gewassen. Van onkruid ook, natuurlijk, dat is minder leuk, maar zelfs onkruid bloeit hier mooi.

Voorjaar betekent ook dat de terrasjes aan zee weer open zijn, en daarom hebben manlief en ik onlangs mijn verjaardag gevierd met een uitgebreide en overheerlijke brunch bij Ya Banaki in Kala Nera. Behalve het ‘normale’ ontbijt hadden we ook twee omeletten en een Chef Salad besteld. En door die salade ontdekten we iets wat we al die achttien jaren dat we hier wonen niet hebben geweten. Yiannis, de eigenaar, kwam zich namelijk meermaals verontschuldigen omdat de salade noodgedwongen nog even op zich liet wachten. De gekookte eieren die hij daarvoor nodig had waren tijdens het koken kapotgegaan, en aangezien hij de salade altijd met vers gekookte eieren maakt, moesten er eerst een paar nieuwe gekookt worden. Manlief, in ons huishouden de expert op kookgebied, wilde weten of hij dan misschien vergeten was om er een gaatje in te prikken, want dan heb je daar immers geen last van. Aangezien zelfs ik als ‘niet-kok’ op de hoogte ben van de gaatjes-tip, waren wij totaal niet voorbereid op de stomverbaasde blik van Yiannis, die werkelijk waar nog nooit van dat gaatjes prikken had gehoord, laat staan in het bezit was van een doodgewone eierprikker! ‘Oké, geen punt,’ zei manlief. ‘Ik breng er wel eentje voor je mee uit Volos.’

Maar nu komt het: in heel Volos was zo’n simpel dingetje niet te vinden. Niet op de markt, niet bij de Praktiker en zelfs niet bij de Jumbo, de Griekse huishoudgereedschap-specialist. En toen ik ging zoeken op internet om er dan maar eentje online te bestellen, bleek bij geen enkele winkel het fenomeen ‘eierprikker’ bekend, laat staan te koop te zijn. Iets wat ons in al die jaren nooit is opgevallen, want blijkbaar is de eierprikker in onze keukenla destijds gewoon in de keukendoos op de pallet meegekomen. Nu wil ik niet beweren dat alle Grieken onbekend zijn met het feit dat het beter is om een gaatje in een ei te prikken voordat je het in kokend water laat glijden, maar feit is wel dat zo’n simpele prikker hier in Griekenland niet zulk ‘gemeengoed’ is als in Nederland, waar je het bij Blokker, bolcom of welke huishoudzaak ook voor een paar euro kunt aanschaffen.

Gelukkig kunnen we Yiannis zeer binnenkort alsnog blij maken met de beloofde eierprikker. Geen Griekse, maar een Nederlandse prikker is het geworden, en hij komt hiernaartoe in de koffer van een lieve vriendin die ik heel lang niet heb gezien, maar met wie ik al bijna vijftig jaar bevriend ben. Ooit waren we collega’s op het reisbureau in Rotterdam-Zuid waar ik in 1974 mijn werkzame leven ben begonnen. De vriendschap die daaruit voortkwam is altijd blijven bestaan, ook al zien we elkaar maar heel zelden ‘in het echt’. Best bijzonder vind ik dat, en ik weet zeker dat we heel wat bij te praten hebben. Hoogstwaarschijnlijk tijdens alweer zo’n zonnige brunch bij Ya Banaki in Kala Nera, compleet met omelet en een overheerlijke Chef Salad – die ditmaal zeker weten zonder vertraging door stukgekookte eieren geserveerd zal worden… 😉

♥♥♥

 

Boekenpraat

Ik mag voor nu dan wel gepensioneerd schrijfster zijn, dat betekent niet dat mijn eerder gedane arbeid ook stopt. Vorig jaar al hoorde ik dat uitgeverij HarperCollins mijn De Rozen van Beekbrugge-serie opnieuw uit wilde brengen, maar dan als paperback, dus in een nieuw formaat en met een nieuwe cover. Eerder zijn ze verschenen als Harlequin Romance pockets, en voor wie niet zo thuis is in de boekenwereld een korte verduidelijking: Harlequin pockets worden in kiosken en supermarkt verkocht, HarperCollins’ paperbacks in de boekhandel. Boekhandel-publiek zal niet zo gauw naar een Harlequin-pocket grijpen, maar doe je er een ander jasje omheen, dan is het ineens een ‘echte’ roman. Daarmee bereik je dus een totaal andere doelgroep, met name de wat meer ‘literaire’ lezers, die – en nu generaliseer ik even, dus voel je alsjeblieft niet beledigd! – normaal gesproken hun neus optrekken voor alles waar Harlequin of Bouquetreeks op staat.

Verlakkerij waar je bij staat, maar hee, wie ben ik? Het neerkijken op het romantische genre door ‘literatuurliefhebbers’ is iets waar ik al tweeëntwintig jaar mee te dealen heb. Ik blijf het nog steeds vreemd vinden, die gigantische kloof tussen ‘literair’ en ‘lectuur’. Ik kan me niet voorstellen dat iemand die van klassieke muziek houdt zal beweren dat popmuziek geen volwaardige muziek is. Het zijn gewoon twee verschillende genres. Sommigen houden van klassiek, sommigen van popmuziek, anderen houden van beiden. Prima toch? Zo is er voor elk wat wils, maar er is nog een lange weg te gaan voor echte literatuurliefhebbers het genre waar ik in schrijf als ‘volwaardige boeken’ zullen beschouwen.

In ieder geval helpt zo’n andere paperbackcover eromheen met een HarperCollins-logo erop zeker mee om mijn Rozen-meiden aan een breder publiek te presenteren, iets waar ik heel blij mee ben. Naamsbekendheid valt en staat bij promotie, en een grote uitgeverij als HarperCollins heeft daarvoor een groter budget beschikbaar dan een kleine uitgeverij, zo simpel is het nu eenmaal. Meer naamsbekendheid betekent echter ook meer belangstelling voor eerder uitgebrachte boeken, en daar zat in dit geval nu net de kneep. Vorig jaar heeft mijn andere uitgeverij namelijk besloten dat het op de markt houden van mijn bij hen uitgebrachte boeken in paperbackuitvoering niet meer rendabel was. Logisch, want ze zijn al heel wat jaartjes op de markt en eerlijk is eerlijk, mijn genre wordt tegenwoordig voornamelijk in e-book uitvoering gelezen. Alleen… de nieuwe doelgroep die nu bereikt wordt met de paperbackuitgave van De Rozen van Beekbrugge heeft vaak liever een gedrukt boek in handen dan een digitaal boek, en hoe jammer is het dan als die eerder gedrukte boeken niet meer te koop zijn?

Nu gun ik die nieuwe lezers graag een exemplaar van mijn vroegere werk, maar ik weet ook dat geen enkele uitgeverij zit te wachten op het opnieuw uitgeven van verhalen die al zo’n dikke tien jaar in allerlei uitvoeringen op de markt zijn. Gelukkig zijn er tegenwoordig meer mogelijkheden om een boek uit te geven dan een gerenommeerde uitgeverij. Het gebruik van een self publishing platform is niet al te moeilijk, en aangezien ik aardig wat ervaring heb opgedaan in dingen als vormgeving en binnenwerk besloot ik al snel om dan zelf maar nieuwe paperbackuitgaves te maken van mijn oudere werk.

Het kostte wel wat zweetdruppeltjes en uren prutsen om alles goed te krijgen, maar het is gelukt! Nou ja, de eerste vier romans die ik op het to-dolijstje had staan. De andere zes zullen in de loop van de komende weken/maanden volgen, maar ik kan u met gepaste trots mededelen dat de gehele Onder de Griekse zon-serie vanaf nu eindelijk ook weer als losse paperback te verkrijgen is, uiteraard met gloednieuwe, moderne covers, die ondergetekende ook helemaal zelf in elkaar heeft geprutst.

Ik ben best trots op het resultaat, vandaar ook deze ‘boekencolumn’, want veel meer dan nieuws over mijn boeken heb ik over afgelopen maand eigenlijk niet te vertellen. Oké, ik had ook een uitgebreid verhaal kunnen schrijven over mijn negatieve tandartservaringen, waardoor ik komende week twee kiezen zal kwijtraken bij een nieuwe, gelukkig veel lievere en hopelijk veel betere tandarts dan degene die de afgelopen tien jaar mijn gebit ondanks regelmatige bezoeken danig verwaarloosd heeft. Of ik had het ook over het mooie lenteweer kunnen hebben, waardoor onze tuin iedere dag een beetje meer in een kleurrijke bloemenzee verandert. Of ik had kunnen schrijven over onze dorpssupermarkt, die na de vrije Onafhankelijkheidsdag op zaterdag – een nationale feestdag – ook op de maandag erna totaal onverwacht gesloten bleek te zijn. Gelukkig wist de buurvrouw te vertellen dat de twee eigenaren met hun gezin op bedevaartweekend waren en pas op dinsdag weer open zouden gaan. Tja, dat bidden moet ook gebeuren, dat begrijp ik wel, maar dat je dan voor vertrek niet even een papiertje op de deur plakt om te vertellen wanneer je weer opengaat is toch wel een beetje onhandig voor de klanten. Niet iedereen heeft een buurvrouw bij de hand die weet waar iedereen is.

Afijn, zo zijn er nog wel een aantal ditjes en datjes waarover ik had kunnen schrijven, maar ik vond het dit keer veel leuker om mijn boekennieuws met jullie te delen. Per slot van rekening ben en blijf ik toch altijd ‘die Hollandse schrijfster in Pilion’… ook als ik met pensioen ben 😉

♥♥♥

 

Quilt-perikelen

Na onze sneeuwavonturen van vorige maand (hier te lezen) werden we beloond met een paar heerlijke voorjaarsachtige weken. Van de een op de andere dag gingen we van sneeuwruimen naar T-shirtjesweer… Zo snel kan het gaan in Pilion. Gelukkig heeft de tuin niet al te veel schade geleden door de sneeuwval. De narcissen en wilde irissen staan vrolijk geel en wit achteraan bij de muur te pronken, de oranje goudsbloemen zijn zich alweer gretig door de hele tuin aan het verspreiden, en de witte en paarse margueritas in de brede border aan de straat staan zo massaal in bloei, dat voorbijgangers acuut blijven staan om ze te bewonderen. Geplukt worden ze soms ook, om te stekken voor de eigen tuin, want margueritas vermeerderen zich snel en staan garant voor twee keer per jaar een kleurige bloemenzee.

Zo heel veel gelegenheid om van dat mooie weer te genieten gunde ik mezelf echter niet. Ik had me juist in die dagen namelijk ingeschreven voor een online quilt-challenge: maak een quilt in 1 week. Drie dagen lang kreeg je iedere ochtend een mailtje met de volgende stap die je moest doen, en daarna werd de (gratis) cursus afgesloten met een live-workshop waarin werd uitgelegd hoe je de quilt moest afwerken. Het zou mijn allereerste dekenquilt ooit worden, want eigenlijk ben ik niet zo dol op de traditionele quilts vol blokken, sterren en driehoeken. Het leek me echter wel leerzaam om op deze manier een aantal nieuwe quilttechnieken uitgelegd te krijgen, en bovendien gaf het me de kans om mijn nieuwe naaimachine goed te leren kennen, dus ik had er heel veel zin in.

Een paar weken voor aanvang van de challenge had ik al een mail gekregen met instructies vooraf. Zo moesten er o.a andere katoenen stoffen in verschillende kleuren worden aangeschaft, die je vervolgens met een rolmes in tachtig vierkantjes van 12,5 x 12,5 cm moest snijden. Nu had ik bij aanschaf van de naaimachine gelukkig al zo’n rolmes en een snijmat gekocht, dus ik hoefde ‘alleen nog maar’ die stofjes te kopen. Helaas is quilten hier niet zo bekend als in NL. Speciale quiltwinkels waar je bijvoorbeeld voorgesneden kleine lapjes kunt kopen, hebben we niet. En in de spaarzame fysieke stoffenwinkels in Volos waren katoenen stoffen aan de meter niet te vinden in de kleuren die ik zocht. Die verkochten nog volop winterstoffen, en ik wilde voor mijn eerste quilt toch iets vrolijkers. Ook online was er nauwelijks aanbod, maar na lang zoeken vond ik eindelijk een in quiltstoffen gespecialiseerde winkel in Athene, die ook nog eens een uitgebreide e-shop had.

De service van de winkel was echt super. Al een paar dagen later had ik mijn stoffenpakket in huis, en gelukkig, de kwaliteit en de kleuren waren net zo mooi als ik had gehoopt. Het snijden van de blokken kon dus beginnen… Nou ja, nadat ik eerst tachtig keer die blokken van 12,5 x 12,5 cm met potlood op de achterkant had afgetekend. Met een rolmes had ik niet eerder gewerkt, maar volgens de instructiefilmpjes die ik had bekeken was dat een kwestie van dat ding langs een lineaal leggen en dan soepeltjes naar beneden laten glijden. Afijn, soepel verliep het bij mij niet. De lineaal verschoof regelmatig, ook al was het maar een paar milimeter. Maar ja, daardoor heb je dan wel ineens een blok van 12,3 of 12,8 cm in plaats van 12,5 cm en dan sluiten de puntjes later niet meer netjes op elkaar aan. Ik ontdekte al snel dat het beter ging zonder lineaal, gewoon uit de hand over het potloodlijntje rollen, maar wel met een beetje druk erop, anders sneed het mes – te vergelijken met zo’n rolding waarmee je pizza’s in stukken snijdt – niet door de stof heen. Dat ging goed, al had ik na veertig blokken wel een heftig trillende arm, dus die andere veerrtig heb ik maar een paar dagen later gesneden.

Op de eerste dag leerden we hoe we de blokken op een makkelijke manier op en aan elkaar moesten naaien… om vervolgens ieder vierkantje in twee driehoekjes te snijden! Pff, dan heb je dus 160 driehoekjes in verschillende motiefjes die op de een of andere manier op de juiste wijze aan elkaar genaaid moeten worden! Ik zal u alle verdere details besparen. Er zijn flink wat zweetdruppeltjes op mijn voorhoofd verschenen en ja, ook wat minder nette woorden van mijn lippen gerold tijdens het maken van de quilt. Laat ik het er maar op houden dat ik niet alleen nieuwe naaitechnieken heb geleerd, maar vooral ook heel veel over mijzelf. De goede en minder goede eigenschappen, zal ik maar zeggen.

Na vier dagen kreeg de quilttop een vulling en een achterkantstof, en die drie stoflagen op elkaar moesten dan weer ‘uit de vrije hand doorgequilt’ worden. Dat betekent dat niet je naaimachine, maar jijzelf met twee handen de stof transporteert waardoor je een soort slingerpatroon kunt maken. Dat transporteren van de stof moet het liefst in hetzelfde tempo als waarmee de naald, aangestuurd door je voet op het pedaal, op en neer gaat. Anders krijg je ofwel steken met lussen, ofwel kleine priksteekjes, en dat is niet de bedoeling. Een goede coördinatie tussen hand-, voet- en hoofdwerk is dus geboden. Het patroon wat we moesten maken heette een ‘meander-patroon’ dat lijkt op kriskras naast elkaar en door elkaar heen liggende puzzelstukjes. Zelf vind ik het meer op aliens lijken. Van die ruimtemannetjes met grote hoofden en dikke nekken, afgewisseld met aliens voorzien van kleine hoofden en dunne nekken. Ach ja, puzzelen is nooit mijn favoriete bezigheid geweest…

Afijn, dankzij het enthousiasme en de duidelijke uitleg van Marlies Mansveld van de Online Quiltacademie is het me inderdaad gelukt om mijn allereerste quilt binnen een week af te krijgen en ik ben echt supertrots op het resultaat. Dat ik het geduld heb kunnen opbrengen om dit gepruts en precisiewerk tot een goed einde te brengen, had ik namelijk nooit van mezelf verwacht. Maar ondanks het naaiplezier en het prachtige eindresultaat denk ik niet dat ik op korte termijn nog eens zo’n blokken/driehoekjes-quilt ga maken. Ik ben en blijf meer het ‘grote halen, snel thuis’-type dan een millimeter-mens.  Wel heeft deze challenge me heel wat nieuwe dingen geleerd die ik in de toekomst zeker ga gebruiken bij het maken van mijn eigen applicatie/wandkleedquilts. Ik heb alweer een superleuk project uitgezocht, waar ik zeer binnenkort aan wil beginnen. Het wordt iets met ganzen en bloemetjes en kruiwagens. Want dat past toch iets beter bij mij dan een lappendeken van driehoekblokken… 😉

♥♥♥♥♥

 

Kerstcolumn uit Pilion

In Huize Hollander wordt Kerstmis dit jaar uitgebreid gevierd. Zoonlief komt namelijk hierheen, samen met zijn vriendin/levenspartner, die wij voor het gemak – en met toestemming – inmiddels gewoon schoondochter noemen. Het wordt de allereerste keer dat wij een kerst met ‘aanhang’ meemaken, dus alle reden om er een gezellig feestje van te maken. Een feestje dat de hele week gaat duren, want dat is dan weer het voordeel als je zo ver weg woont: ze komen niet alleen voor het kerstmaal, maar blijven meteen een hele week.

Ik kan me geen mooier kerstgeschenk voorstellen dan Kerstmis te vieren met het hele gezin, ook al betekent dat natuurlijk wel dat ik al wekenlang met de voorbereidingen bezig ben. Vooral het kerstmaal levert me hoofdbrekens op, want ik kook immers al jaren alleen met de feestdagen. Om de roestige vaardigheden een beetje op te vijzelen, heb ik echter al vanaf eind november het dagelijkse kookwerk van manlief overgenomen. Ik ben dus zogezegd ‘in training’, waaronder niet alleen het koken zelf valt, maar ook de inkoop en de maaltijdplanning. Tot nu toe lukt dat allemaal aardig, dus ik heb goede hoop dat het met de feestdagen ook gaat lukken. Maar ach, zelfs als het allemaal niet zo perfect op tafel komt als mijn bedoeling is, dan is dat helemaal niet erg. Het voornaamste is dat we bij elkaar zijn, dat we van en met elkaar kunnen genieten.

Dat het met elkaar de kerstdagen doorbrengen niet zo vanzelfsprekend is, dat weten we allemaal. We hoeven maar naar het journaal te kijken om te zien hoe gezinnen dagelijks uit elkaar worden gerukt. Oorlog, ziekte en armoede zorgen overal voor niet zulke fijne kerstdagen als we iedereen toewensen, en er is bar weinig wat we daaraan kunnen doen. Het enige wat we wel kunnen, is zo af en toe een helpende hand bieden waar dat nodig is. Zelfs een luisterend oor kan al genoeg zijn om iemand uit een diep dal te trekken, of een beetje hoop op betere dagen te geven.

Hoop, licht en vrede… Het zijn woorden die we allemaal kunnen gebruiken in deze onrustige tijden. En onrustig blijft het nog wel een poosje. De huizenhoge energiekosten, de oorlog in de Ukraine, het coronavirus dat nog steeds rondwaart, dat alles lost zich niet binnen een paar dagen op. Bovendien zullen de gevolgen ervan nog jarenlang voelbaar zijn. Geld en macht zijn voor velen nu eenmaal belangrijker dan een gelukkig mensenleven, dat is al eeuwenlang zo. Het enige hoopvolle wat we daaruit kunnen halen, is dat de wereld ondanks al die eeuwenlange ellende toch gewoon doorgegaan is met rond de zon te draaien. Hoewel dat laatste ook niet geheel zeker meer is als we de klimaatgeleerden mogen geloven…

Toch, ondanks alles, blijf ik geloven dat er licht is in de duisternis, hoop op een betere toekomst en vrede voor alle mensen. De kerstboodschap is toch niet voor niets door al die jaren heen blijven bestaan? Het leven bestaat nu eenmaal uit goede en slechte tijden, dat wisten we al, lang voordat de eerste aflevering van de gelijknamige soap op de televisie verscheen. Ja, we leven momenteel in een behoorlijk slechte periode, dat zal ik niet ontkennen, maar hé, ook in slechte periodes komt de zon gewoon iedere dag weer op om ’s avonds onder te gaan. Er is naast alle negatieve en sombere berichtgevingen gelukkig ook een heleboel positief nieuws te vinden. Je moet er alleen iets meer moeite voor doen, want slecht nieuws levert de media nu eenmaal meer kijkers en geld op dan goed nieuws.

Ik blijf geloven dat we de wereld alleen kunnen verbeteren als we bij onszelf beginnen. Als wijzelf niet liefdevol zijn, geen respect hebben voor anderen, onze kinderen alleen maar boosheid en negativiteit bijbrengen, hoe kunnen we dan verwachten dat het ooit anders wordt, dat die droomwereld uit John Lennon’s Imagine er ooit zal komen? Dat kan immers alleen maar als er genoeg ‘dromers’ zijn en als je alle ellende om ons heen bekijkt, dan is zo’n vreedzame wereld nog heel ver weg. Hoewel… volgens mij moeten er toch veel en veel meer ‘dromers’ zijn dan we door al die nare dingen uit het dagelijks nieuws geneigd zijn te denken. Waarom anders staat Imagine al heel veel jaren heel hoog in de jaarlijkse ranglijsten, hebt u daar weleens over nagedacht?

Ikzelf ben en blijf in ieder geval voor altijd zo’n Imagine- dromer en mijn kerstboodschap van dit jaar is simpel: wie u ook bent, waar u ook in gelooft, welke huidskleur u ook hebt, ik wens u allen HOOP, LICHT en VREDE toe. Maar bovenal wens ik u LIEFDE. Héél véél liefde, want één ding weet ik zeker: zonder dat kunnen hoop, licht en vrede niet bestaan… 😉

Fijne kerstdagen!      Καλά Χριστούγεννα!

♥♥♥♥♥