Opnieuw Verbonden

CoverOV.defHet was een onrustig maandje. Vooral in mijn hoofd. Daar waren vier meiden alsmaar aan het roepen dat ik onmiddellijk achter de computer moest gaan zitten om op te schrijven wat zij meemaakten. Of ik nou aan het eten was, naar de televisie keek, onder de douche stond, steeds weer was er dat gezoem in mijn hoofd.

Soms werd ik er midden in de nacht wakker van. Dan lag ik om drie of vier uur in de ochtend heel hard mijn best te doen om weer in slaap te vallen, om vervolgens na een uur draaien, zuchten en kussens opschudden tot de ontdekking te komen dat ik er toch maar beter gewoon uit kon gaan om achter de laptop te gaan zitten.

De meiden en ik hebben heel wat strijd geleverd. Als schrijfster vind ik namelijk dat een liefdesroman geen liefdesroman is zonder flink wat drama, hoe heftiger hoe beter. Knallende ruzies, echtscheidingen, onverwachte ontmoetingen, mooie mannen… Maar – heb ik weer! – mijn meiden zijn geen drama queens. Het zijn vier nuchtere Hollandse vrouwen die met beide benen op de grond staan en in de eerdere boeken uit de Onder de Griekse zon-serie de enige echte ware liefde al hebben gevonden. Ze worstelen net als u en ik met alledaagse problemen en doen eigenlijk niets anders dan wat een echt mens ook moet doen: hun ‘gewone’ leven zo goed mogelijk op de rails zien te houden. Heel bewonderenswaardig, maar hoe interessant is dat voor de lezer die zich nu juist met mijn boek op de bank installeert om een paar uur aan dat gewone leven te ontsnappen?

Het was niet makkelijk, dat geef ik toe, maar ik denk dat we na enig touwtrekken toch wel een aardig compromis hebben gevonden. Dat hoop ik tenminste. Gisteravond heb ik de computer met een opgeluchte glimlach afgesloten: het verhaal is geschreven, het boek is af. De meiden en ik hebben er natuurlijk meteen een tsipourootje op gedronken. Nou ja, om eerlijk te zijn werden het er meer dan één, maar dat kwam omdat het van die kleine glaasjes zijn. Of misschien kwam het wel omdat ik vond dat ik het had verdiend om de teugels even te laten vieren. Mijn achterban – jullie dus – was die mening blijkbaar ook toegedaan, want zodra ik mijn opluchting over het het schrijven van de laatste woorden op mijn Facebook-pagina had verwoord, kreeg ik al van diverse kanten het advies om er maar snel een tsiporootje op te nemen. En dat heb ik dus onmiddellijk gedaan.

Helemaal rustig in mijn hoofd is het vandaag nog niet. Het manuscript moet nu snel nagekeken en gecorrigeerd worden om het rond mei/juni in de boekhandels te kunnen krijgen. Gelukkig hoef ik dat niet alleen te doen, want een schrijver kan nooit en te nimmer zijn of haar eigen boek onbevooroordeeld redigeren. In dit geval doe ik het samen met Heidi Scholte, een zeer ervaren redactrice, die zo lief was om al tijdens het schrijfproces met me mee te lezen. Zij is de enige die weet hoe het de meiden in Opnieuw Verbonden is vergaan, want ik ben altijd heel preuts in het delen van mijn werk. Zelfs manlief krijgt het pas te lezen als de eerste exemplaren hier arriveren, hoewel hij af en toe wel een klein voorproefje krijgt. Zo vroeg hij gisteren belangstellend hoe het met het schrijven ging, waarop ik enigszins afwezig antwoordde: “Nou, we zijn er bijna, ze rijden nu bij Ano Lechonia, maar het is nog wel een heel eind naar de luchthaven in Thessaloniki. Ze hebben al zoveel afgekletst in de auto, dat ik eigenlijk niet meer weet waarover ze het nu nog kunnen hebben. En dan moeten ze natuurlijk ook nog het vliegtuig in, gaat er weer gekletst worden. Hm, ik denk dat ik dat vliegtuig maar gewoon oversla, volgens mij kan dat wel.”

Manlief heeft het de afgelopen maanden niet makkelijk gehad met mij, dat begrijpt u wel. Gelukkig kreeg ik een paar weken geleden bij toeval de volgende wijze raad van ene meneer Timber onder ogen. Voor mijn Facebook-loze volgers citeer ik hem nog een keer, want ik vind het echt een gouden tip waar menig wankelende relatie door gered kan worden. Dit is namelijk wat meneer Timber zegt: ‘Ik kan met iemand samenleven, bedenken dat hij/zij de afwas te lang laat staan en daar ruzie over maken. Maar ik kan ook dankbaarheid oproepen voor het feit dat iemand met mij in één huis wil wonen, en een vriendelijk gesprek beginnen. Als je dankbaarheid oproept, smelt onvriendelijkheid weg. Positieve en negatieve gevoelens kunnen niet tegelijk bestaan’.

Wij hebben zijn raad flink ter harte genomen. In de achter ons liggende periode heeft manlief heel veel vriendelijke gesprekken met mij gevoerd. En ik ben hem iedere dag opnieuw dankbaar geweest dat hij ondanks de meiden nog steeds met mij in ons kleine Griekse huisje wilde wonen 😉

 

♥♥♥♥♥

De laatste ronde

‘Amerikaans succes voor Wilma Hollander’ kopte de verslaggever van de Vlaardingen24 krant opgetogen. Het nieuws dat mijn verhaal Forgotten Heroes de finale heeft bereikt in een Amerikaanse schrijfwedstrijd is een flinke mijlpaal in mijn schrijverscarrière en een heerlijk begin van het nieuwe jaar. Of ik daadwerkelijk tot de uiteindelijke winnaars behoor, is op dit moment nog niet bekend, en ja, ik vind het heel spannend. Mijn nagels hebben het in ieder geval behoorlijk te verduren!

Wilma.01De verslaggever wilde een foto bij het artikel en wat was ik blij dat ik de dag ervoor naar de kapper was geweest. Ik ben namelijk heel druk met de laatste hoofdstukken van Opnieuw Verbonden en dat houdt in dat ik al wekenlang in andere sferen vertoef. Met als gevolg dat de benaming ‘vogelverschrikker’ nog mild uitgedrukt is. Ik had al een keer zelf de schaar gezet in de steeds langer wordende lokken, maar dat was ook niet echt een verbetering. Maria, mijn Grieks/Amerikaanse kapster, die jaren in een kapsalon in Manhattan heeft gewerkt, keek me hoofdschuddend aan toen ik binnenliep en greep meteen naar haar knipgereedschap. Werk aan de winkel, dat was duidelijk. Drie kwartier later stond ik alweer buiten, uitgezwaaid met een zangerig: ‘Filakia, sweetie mou!’ en voorzien van een kort Meryl Streep-kapsel waarmee ik maanden vooruit kan, omdat het zonder problemen van kort naar lang kan groeien. Het is een van de redenen waarom ik zo van Maria hou. Zij begrijpt precies wat ik nodig heb.

Die bewuste ochtend in Volos rende ik van hot naar her, want ik had natuurlijk niet alleen mijn kapsel ‘opgespaard’. Het boodschappenlijstje met persoonlijke vrouwendingetjes was behoorlijk lang geworden en de hoeveelheid tasjes die ik meesleepte werd steeds groter. Tegen drie uur was ik weer terug in Kato Gatzea, vermoeid maar ook wel blij dat ik er voorlopig weer tegenkan zonder het gevaar te lopen in een krankzinnigengesticht opgesloten te worden. En zie, toen ik een uurtje later mijn mail opende was daar ‘out of the blue’ het bericht dat ik tot de genomineerden behoorde. En, schreef de redactie, mocht ik in de hoogste regionen eindigen, dan wilden ze graag op zeer korte termijn een foto en een korte biografie van me. Oftewel: be prepared! Pfff… dat kappersbezoek had ik dus weer precies op het juiste moment gepland.

En nu is het afwachten. Alleen de top tien-winnaars krijgen bericht voordat de uitslag openbaar wordt gemaakt en dat moment hangt weer af van degene die nu bezig is om alle genomineerde verhalen aandachtig door te lezen. Ik heb geen idee wat mijn kansen zijn. Of een jurylid al dan niet gecharmeerd is van een verhaal heeft immers alles te maken met persoonlijke voorkeuren: voor het onderwerp, voor de stijl, voor de inhoud… Wat ik wel weet, is dat mijn inzending in ieder geval schrijftechnisch voldoet aan het niveau dat vereist is om in de hoogste regionen terecht te komen. Iets waar ik heel blij mee ben, want het betekent dat mijn Engels niet onderdoet voor een ‘native speaker’. De stap naar de Engelstalige boekenmarkt komt daardoor zomaar ineens een stuk dichterbij. Ambitieus? Zeker wel, maar wie iets wil bereiken, op welk vlak dan ook, heeft altijd een zekere mate van ambitie nodig. Succes komt namelijk niemand aangewaaid, dat is een fabeltje. Het is altijd het resultaat van keihard werken, onwrikbare discipline, een onuitputtelijk doorzettingsvermogen, heel veel geduld, al dan niet terechte kritiek met een glimlach in ontvangst kunnen nemen en natuurlijk een grote dosis geluk hebben.

Eén zwaluw maakt nog geen zomer, dat weet ik maar al te goed. Mijn Hollandse nuchterheid houdt me altijd met beide benen op de grond. En mocht ik soms wel eens een momentje naast mijn schoenen lopen, dan maakt manlief daar meteen korte metten mee. Toen ik de ochtend na het kappersbezoek zelf aan de slag was gegaan met föhn en wax en trots op het resultaat de keuken in liep met de opmerking: “Zit best wel goed, hè?” kreeg ik als reactie van mijn dierbare echtgenoot: “O, ik dacht dat je het nog moest kammen.” U kunt dus gerust zijn. Wat de uitslag van de schrijfwedstrijd ook moge zijn, het Amerikaanse succes zal me niet naar het gekapte hoofd stijgen. Daar zorgt manlief wel voor 😉

♥♥♥♥♥

Kalí Xroniá!

kersthuis.6aAlweer een nieuw jaar dat blanco voor ons ligt. Ongelooflijk toch hoe snel de dagen gaan. Het ene moment schrijf ik nog over de prachtige bloemen in mijn voorjaarstuin, nog geen paar weken later blijkt het ineens al kerstmis te zijn!

Ik was er geestelijk nog helemaal niet aan toe, en de kerstversiering werd bij ons dit jaar dan ook pas laat opgehangen. We hebben er zelfs nog even over gedacht om het maar helemaal achterwege te laten, maar dat vonden we toch wel heel erg kaal. Dus knipperden de kerstklokken voor het raam net op tijd weer keurig in de maat met de lampjesslinger rond de woonkamerdeur, en lukte het me ook nog om op de valreep een aanvaardbaar kerstmenu in elkaar te draaien.

Kerst en pasen zijn ongeveer de enige dagen waarop ik kook, de andere dagen van het jaar is manlief de kok in ons huis. Heerlijk natuurlijk, maar een nadeel daarvan is dat mijn kookkunsten wat roestig zijn geworden in de loop der tijd. Het is bij mij dus altijd maar afwachten of het feestdiner slaagt. Daarom houd ik het meestal bij eenvoudige dingen waarbij niet al te veel mis kan gaan. Gelukkig werkte dat ook nu weer, want we kregen op het laatste moment vrij onverwacht gezelschap van een Duitse vriend die kerstmis in zijn eentje zat te vieren. Dan is het natuurlijk wel fijn als het maal waarvoor je hem spontaan uitnodigt ook nog te eten is! En dat was het gelukkig. Antipasta van vleeswaren, een zelfbereide mosterdsoep gevolgd door een zalmpakketje uit de oven met rösti en prei, en om de gaatjes te vullen een heerlijke cheesecake die dankzij het kant-en-klaar-pakket uit de supermarkt binnen een kwartier te bereiden was. De zalm was wel ietsje aan de droge kant, maar verder was het allemaal super gelukt. Kortom, een menu dat voor herhaling vatbaar is!

Tweede kerstdag zijn we met Nederlandse vrienden lekker uit eten geweest. Achter ons in de bergen is een hele leuke taverne, die net even iets andere gerechten serveert dan de doorsnee taverne hier in de buurt. En na negen jaar vrijwel altijd hetzelfde Griekse eten voorgezet krijgen, is dat best wel een verademing! Het was er lekker druk, de maaltijd inderdaad uitstekend en het urenlang bijkletsen met onze vrienden ontzettend gezellig. De dagen erna was het echter snel voorbij met het heerlijke lanterfanten, want de deadline voor Opnieuw Verbonden nadert akelig snel en ik ben nog lang niet echt op stoom met het verhaal. Maar het vordert gestadig, dus ik denk dat ik het wel ga redden om het manuscript op tijd af te krijgen.

Afgelopen zondag heb ik echter niet gewerkt. We waren uitgenodigd door Griekse vrienden, die ons meenamen naar Amaliapolis, een dorpje aan de andere kant van de Pagasitische Golf, zo’n anderhalf uur rijden van Volos. Onderweg werden we getrakteerd op bezoekjes aan een paar zeer vervallen familiehuizen op prachtige plekjes en kregen we een nog beter inzicht in hoe het kan dat bezittingen zo wegteren dat ze uiteindelijk nog nauwelijks iets waard zijn. Dat heeft namelijk alles te maken met het hier heersende erfrecht, waardoor men als ervend familielid weliswaar vrij makkelijk een deel van het huis en de grond van de overledene erft, maar dat niet kan verkopen als een van de andere erfgenamen en medebezitters het daar niet mee eens is. Met als gevolg dat het hele familiebezit uiteindelijk gewoon verkommert omdat niemand geld en moeite wil steken in het onderhoud van iets wat voor een groot deel ook aan iemand anders toebehoort. Een vreemde gang van zaken, maar wel de realiteit. Zo kun je dus heel goed grootgrondbezitter zijn, maar geen cent te makken hebben, omdat het deel van de grond en de huizen die je hebt niet in geld om te zetten is. Helaas moet je wel jouw deel van de onroerendgoedbelastingen betalen en dat is op dit moment natuurlijk een van de grote knelpunten in het bestaan van de doorsnee Griek. Die moet nu belasting betalen over bezittingen die door de jaren heen maar al te vaak zijn gereduceerd tot een hoop onverkoopbare stenen. Het was dus beslist een verhelderende dag, die eindigde met – uiteraard – een heerlijke maaltijd aan de vrijwel uitgestorven haven van Amaliapolis. En ja, we hebben onze Griekse vrienden natuurlijk verteld dat onze kroonprinses ook Amalia heet!

Maar na al deze lekker ontspannen dagen gaan we nu toch echt het nieuwe jaar in. Op 6 januari vieren we hier nog Driekoningen, waarbij de Papas het zeewater zal zegenen en stoere knapen het kruis dat hij daarbij in zee gooit zullen opduiken. Daarna is de ‘decembervakantie’ echt voorbij en kunnen we weer als vanouds met het gewone leven verder. Nou ja, gewoon? Er gebeurt hier altijd wel iets dat niet zo gewoon is, maar ook daar wen je aan. En het levert in ieder geval genoeg stof tot schrijven op, wat niet verkeerd is voor iemand die haar brood met schrijven moet verdienen. Ik hoop dat ik u ook het komend jaar weer een paar genoeglijke ogenblikken mag bezorgen met mijn wel en wee uit Pilion, en wens al mijn trouwe lezers, vrienden en bekenden een Kalí Xroniá oftewel een mooi nieuw jaar in goede gezondheid toe, met veel geluk en vooral heel veel liefde 😉

♥♥♥♥♥